Honda SH350A (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda SH350A (2025) (147 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen. Heb je een vraag over Honda SH350A (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Motor |
| Model: | SH350A (2025) |
Handleiding Honda SH350A (2025) – volledige tekst
Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.
Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type SH350A ED.BestemmingscodesCodeSH350ABestemmingED, III EDDirecte verkoop Europa,Turkije, VK, Gibraltar, Israël,Servië, Macedonië,MontenegroII EDDirecte verkoop Europa,Turkije, VK, Gibraltar, Israël,ServiëSH350ASED, III EDDirecte verkoop Europa,Turkije, VK, Gibraltar, Israël,Servië, Macedonië,MontenegroII EDDirecte verkoop Europa,Turkije, VK, Gibraltar, Israël,Servië*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuigis een belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbe-slissingen te nemen, hebben wij bedieningsproce-dures en andere informatie in dit instructieboekjeen op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatiemaakt u attent op potentiële gevaren waardoor uof anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.
U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie in verschillendevormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen ofhet milieu te voorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kledinghet aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letselaanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd eengoedgekeurde helm en beschermende kleding.2 BLZ. 10Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dehandgreep of aan uw middel vast te houden, metu mee te leunen tijdens het schuinleggen van hetvoertuig in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfséén alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderenen uw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.
Rijdniet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uwvrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 17), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 16).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.
Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5
AfbeeldingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig6
ACCULABELGEVAAR• Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren explosief gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bij hethanteren van de accu, anders kunt u brandwonden oplopen ofuw gezichtsvermogen verliezen door het elektrolyt van de accu.• Laat kinderen en andere personen geen accu aanraken tenzij zeop de hoogte zijn van de voorschriften voor het hanteren vanaccu's en de hieraan verbonden gevaren.• Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwonden veroorzaken ofleiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorg ervoor dat ude inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.
Het nietopvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel enbeschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder het onderstemerkstreepje. De accu kan exploderen en ernstig lichamelijkletsel veroorzaken.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolgvoorbeeld
LABEL RADIATEURDOPGEVAARNOOIT OPENEN BIJ WARME MOTOR.Hete koelvloeistof veroorzaakt brandwonden.De overdrukklep opent bij 1,1 kgf/cm2.WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnen nadeligworden beïnvloed door de toevoeging van accessoires en bagage.• Lees de instructies in het instructieboekje en montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 180 kg, oftewel demaximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 19 kg onder alleomstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordt nietaanbevolen.AfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig8
LABEL BANDENINFORMATIE & BELADINGSLIMIETDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.Bandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]VoorAchter200 kPa (2,00 kgf/cm2)250 kPa (2,50 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]VoorAchter200 kPa (2,00 kgf/cm2)250 kPa (2,50 kgf/cm2)Beladingslimiet:Opbergvak voor 1,0 kgTassenhaak 1,5 kgMiddencompartiment 10 kgAchterdrager 3 kgBRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentAfbeeldingslabelsVeiligheid van het voertuig9
Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de treeplank.●Passagiers moeten zich aan de handgreep of aan uwmiddel vasthouden, en hun voeten moeten zichtijdens het rijden op de voetsteunen bevinden.●Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.Beschermende uitrustingZorg ervoor dat u en uw duopassagier eengoedgekeurde motorfietshelm, beschermbril enduidelijk zichtbare beschermende kleding dragen.Draag geen loshangende kleding om het gevaar dat eriets tussen de bewegende delen van het voertuig komt,te voorkomen.
Rijd defensief en houd altijd rekeningmet de weers- en wegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaarzijn en de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig10
Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.●Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig11Vervolg
#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.● Het kan zijn dat de remhendels lichtterugspringen wanneer u de rem bedient. Dit isnormaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden om de werking van het ABS tewaarborgen.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig12
Parkeren● Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Om de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen (2 BLZ. 49) en de Honda SMARTKey meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. 2 BLZ.
44Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.Middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en de handgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg
3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 42) en vergrendel de contactschakelaar(2 BLZ. 49).Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 137● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14Linker stuurgreepHandgreepMiddenbok
Honda Selectable Torque ControlAls de Honda Selectable Torque Control wielspinvan het achterwiel detecteert tijdens acceleratie,wordt het koppel naar het achterwiel verlaagd.Torque Control werkt niet tijdens het vertragen envoorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdenshet remmen op de motor. Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.Torque Control biedt mogelijk geen compensatievoor een ruw wegdek of snelle bediening van degashendel.
Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor Torque Control tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kanook helpen om de controle en het evenwicht tebewaren wanneer u op terrein rijdt.Gebruik altijd de aanbevolen banden en de Hondaoriginele onderdelen voor het aandrijfsysteem,zoals de aandrijfriem en de gewichtrollen, om eengoede werking van het Torque Control-systeem tegaranderen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig16
Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid en nooitsneller dan 130 km/h voor de lading die uvervoert.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/Maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 139●Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig17
Bedieningshandleiding22Instrumenten (Vervolg)Met de INFO A-toets schakelt u tussen de kilometerteller, de beschikbare rijafstand en het huidigebrandstofverbruik. Als het rechter eindsegment (6e) van de brandstofmeter wordt uitgeschakeld,kan de beschikbare rijafstand worden weergegeven.Met de INFO B-toets schakelt u tussen ritteller A, ritteller B en de weergave van de TorqueControl-modus. Met de INFO B-toets schakelt u ook tussen het gemiddeldebrandstofverbruik.Weergave omschakelenDruk op de INFO A-toetsDruk op de INFO B-toetsRitteller ATorque Control-modusRitteller BKilometerteller Beschikbare rijafstand Huidig brandstofverbruikGemiddeldbrandstofverbruikGemiddeldbrandstofverbruik
#KilometertellerTotale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.#Huidig brandstofverbruikToont het huidige of momentelebrandstofverbruik.● Als uw snelheid lager is dan ongeveer 5 km/h:"--.-" wordt weergegeven.●Als "L/100km", "km/L" of "mile/L" isgeselecteerd.Weergavebereik: 0.0 tot 99.9 km/L (L/100kmof mile/L).Als de berekende waarde 99.9 km/L (L/100km of mile/L) of meer is: "99.9 km/L (L/100km of mile/L)" wordt weergegeven.●Als "mile/gal" is geselecteerd.Weergavebereik: 0.0 tot 199.9 mile/gal.Als de berekende waarde 199.9 mile/gal ofmeer is: "199.9 mile/gal" wordtweergegeven.Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Bedieningshandleiding23Vervolg
#Beschikbare rijafstandGeeft de geschatte afstand aan die u kuntafleggen met de resterende brandstof.Als het rechter eindsegment (6e) van debrandstofmeter wordt uitgeschakeld, kan debeschikbare rijafstand worden weergegeven.Wanneer de hoeveelheid resterende brandstofminder is dan 1,0 l: "---" wordt weergegeven.Weergavebereik: 999 tot 0 km (mile)● Als de berekende waarde 999 km (mile) ofmeer is: "999 km (mile)" wordtweergegeven.● Beginweergave: "---" wordt weergegeven.De aangegeven beschikbare rijafstand wordtberekend op basis van de rijomstandigheden.Het aangegeven cijfer geeft niet altijd dewerkelijke beschikbare afstand aan.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.#Ritteller A/BAfstand gereden na het terugstellen van rittellerA of ritteller B.Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.27)Bedieningshandleiding24Instrumenten (Vervolg)
#Gemiddeld brandstofverbruikToont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet terugstellen van de geselecteerde ritteller.Het gemiddelde brandstofverbruik wordtberekend op basis van de waarde weergegevenop de geselecteerde ritteller (A of B).● Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:"--.-" wordt weergegeven.●Als "L/100km", "km/L" of "mile/L" isgeselecteerd.Weergavebereik: 0.0 tot 99.9 km/L (L/100kmof mile/L).Als de berekende waarde 99.9 km/L (L/100km of mile/L) of meer is: "99.9 km/L (L/100km of mile/L)" wordt weergegeven.●Als "mile/gal" is geselecteerd.Weergavebereik: 0.0 tot 199.9 mile/gal.Als de berekende waarde 199.9 mile/gal ofmeer is: "199.9 mile/gal" wordtweergegeven.Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikresetten: (BLZ.27)#Torque Control-modusGeeft de huidige instelling van de TorqueControl weer.Honda Selectable Torque Control(BLZ.53)Bedieningshandleiding25Vervolg
#AccuspanningsmeterGeeft de huidige spanning weer.#LuchttemperatuurmeterToont de omgevingstemperatuur.Weergavebereik: -10 tot 50°C•Onder -10°C: "---" wordt weergegeven•Boven 50°C: 50°C knippert gaat branden wanneer de buitentemperatuurlager is dan 3°C, en gaat uit wanneer eenbuitentemperatuur van 5°C wordt bereikt nadat aan ging. De temperatuuraflezing kan onjuistzijn bij lage snelheden vanwege de reflecterendewarmte.#BrandstofniveaumeterResterende brandstof wanneer alleen segment E (1e) gaat knipperen: ongeveer 1,3 L.Dit segment knippert als de hoeveelheidbrandstof verder vermindert.LET OPU moet tanken wanneer de waarde segment E (1e)nadert. Als de brandstof opraakt, kan de motoroverslaan en de katalysator beschadigd raken.Als de indicator van de brandstofniveaumeterknippert of uitgaat: (BLZ.112)Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)
#De ritteller en het gemiddeldebrandstofverbruik terugstellenOm ritteller A en het gemiddeldebrandstofverbruik (op basis van ritteller A)samen terug te stellen, houdt u de INFO B-toetsingedrukt terwijl ritteller A wordt weergegeven.Om ritteller B en het gemiddeldebrandstofverbruik (op basis van ritteller B)samen terug te stellen, houdt u de INFO B-toetsingedrukt terwijl ritteller B wordt weergegeven.Bedieningshandleiding27VervolgRitteller AGemiddeldbrandstofverbruikritteller ARitteller BGemiddeldbrandstofverbruikritteller B
#OIL CHANGE-indicatorDe indicator brandt wanneer de geredenafstand het geprogrammeerdeolieverversingsinterval bereikt.Wanneer de OIL CHANGE-indicator verschijnt,moet u de indicator resetten na het verversenvan de olie.u De OIL CHANGE-indicator verschijnt voor deeerste keer als de gereden afstand 1.000 kmbereikt.u De OIL CHANGE-indicator verschijnt telkens alsde gereden afstand 12.000 km bereikt na deeerste keer dat de indicator is gereset.u De indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.Als u de olie ververst voordat de indicator voorolieverversing gaat branden, reset dan de OILCHANGE-indicator nadat de olie is ververst.De OIL CHANGE-indicator resetten(BLZ.37)U kunt ook de resterende afstand tot hetvolgende interval voor het verversen van de oliecontroleren.De resterende afstand controleren(BLZ.30)Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)OIL CHANGE-indicator
#OnderhoudsindicatorDe indicator gaat branden als de geredenafstand het geprogrammeerdeonderhoudsinterval bereikt.Wanneer de onderhoudsindicator verschijnt,moet u de indicator resetten na het uitvoerenvan het periodieke onderhoud. (BLZ.74)u De onderhoudsindicator verschijnt voor deeerste keer als de gereden afstand 1.000 kmbereikt.u De onderhoudsindicator verschijnt telkens alsde gereden afstand 12.000 km bereikt na deeerste keer dat de indicator is gereset.u De indicator gaat pas uit nadat deze is gereset.Als het periodieke onderhoud wordt uitgevoerdvoordat de onderhoudsindicator gaat branden,moet u de indicator resetten nadat hetperiodieke onderhoud is uitgevoerd.De onderhoudsindicator resetten(BLZ.31)U kunt ook de resterende afstand tot devolgende onderhoudsbeurt controleren.De resterende afstand controleren(BLZ.30)Bedieningshandleiding29VervolgOnderhoudsindicator
Als de contactschakelaar in de stand (Off)wordt gezet of er ongeveer 30 seconden nietop de toets wordt gedrukt, wordt de bedieningautomatisch omgeschakeld van de instelmodusnaar de normale weergave.Als er gedurende ongeveer 30 seconden nietop de toets wordt gedrukt, worden itemswaarvoor de instelling aan de gang isgenegeerd en worden alleen items metvoltooide instellingen toegepast.Pas als de contactschakelaar op (Off) wordtgezet, worden items waarvoor de instelling aande gang is en items met voltooide instellingentoegepast.1 Tijdsindeling instellen:U kunt de tijdsindeling omschakelen tussen 12-uurindeling en 24-uurindeling.aZet de contactschakelaar in de stand (On).bHoud de toetsen INFO A en INFO B ingedrukt,de huidige tijdsindeling begint te knipperen.cDruk op de INFO A-toets om "12 hr" of "24 hr"te selecteren.dDruk op de INFO B-toets.
2 Klok instellen:aDruk op de INFO A-toets totdat het gewensteuur wordt weergegeven.u Houd de INFO A-toets ingedrukt om deuren versneld vooruit te laten gaan.bDruk op de INFO B-toets. De minutenbeginnen te knipperen.cDruk op de INFO A-toets totdat de gewensteminuten worden weergegeven.u Houd de INFO A-toets ingedrukt om deminuten versneld vooruit te laten gaan.dDruk op de INFO B-toets. De klok is ingestelden het display schakelt over naar helderheidachtergrondverlichting instellen.Bedieningshandleiding33Vervolg
3 Helderheid achtergrondverlichtinginstellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.aDruk op de INFO A-toets. De helderheid wordtomgeschakeld.bDruk op de INFO B-toets. De helderheid vande achtergrondverlichting is ingesteld en deweergave schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van snelheid en afgelegde afstand.Bedieningshandleiding34Instrumenten (Vervolg)Druk op de INFO A-toets
6 Resetmodus OIL CHANGE-indicatorHoud de INFO A-toets ingedrukt.De OIL CHANGE-indicator en de resterendeafstand worden gereset, en deonderhoudsindicator en de resterende afstandbeginnen te knipperen nadat het volgendevervangingsinterval kort werd weergegeven.u Als de OIL CHANGE-indicator en de resterendeafstand niet gereset hoeven te worden, drukt uop de INFO B-toets.7 Resetmodus onderhoudsindicatorHoud de INFO A-toets ingedrukt.De onderhoudsindicator en de resterendeafstand worden gereset, waarna het displayterugkeert naar de normale weergave nadat hetvolgende onderhoudsinterval kort werdweergegeven.u Als de onderhoudsindicator en de resterendeafstand niet gereset hoeven te worden, drukt uop de INFO B-toets.Bedieningshandleiding37
IndicatorenBedieningshandleiding38Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.Als dit gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.108)● Gaat uit als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.● Gaat branden wanneer de verificatie van hetvoertuig en Honda SMART Key is voltooid en decontactschakelaar kan worden gebruikt.Honda SMART Key-indicatorIndicator hoge koelvloeistoftemperatuur●Gaat kort branden als de contactschakelaarin de stand (On) wordt gezet.Als deze gaat branden tijdens hetrijden: (BLZ.106)Gaat branden als de contactschakelaarin de stand (On) wordt gezet.Gaat uit na het starten van de motor.Als de indicator van de HondaSMART Key knippert: (BLZ.111)Als deze gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.107)Indicator lage oliedruk●Gaat branden wanneer de koelvloeistoftemperatuurde voorgeschreven waarde overschrijdt.
Bedieningshandleiding39RichtingaanwijzerrechtsRichtingaanwijzerlinksAls deze gaat branden tijdens het rijden: (BLZ.109)● Gaat branden als de contactschakelaar in destand (On) wordt gezet.Gaat branden als Torque Control wordtuitgeschakeld.Indicator Torque Control OFFAls deze gaat branden tijdens hetrijden: (BLZ.110)●Knippert als Torque Control in werking is.● Gaat branden als de contactschakelaarin de stand (On) wordt gezet.Indicator Torque Control● Gaat uit bij een snelheid van ongeveer 10 km/h.● Gaat uit als u ongeveer 3 km/h rijdt omaan te geven dat Torque Control klaar isvoor gebruik.ABS-indicator (antiblokkeersysteem) Indicator grootlicht
SchakelaarsBedieningshandleiding40Schakelaar dimlicht/passeerlicht• : Grootlicht• : Dimlicht Startknop Richtingaanwijzerschakelaaru Door op de schakelaar te drukken, wordtde richtingaanwijzer uitgeschakeld. Claxonknop• : Knipperen met het grootlicht.u Schakel in geval van noodover naar de stand (Stop)(de startmotor werkt niet) omde motor te stoppen.Moet normaal in de stand (Run) blijven staan.MotorstopschakelaarWordt ook gebruikt voor het bedienenen instellen van het display. (BLZ.31)Wordt ook gebruikt voor het bedienenen instellen van het display. (BLZ.31)Gebruikt om de weergave te wijzigen.(BLZ.22)Gebruikt om de weergave tewijzigen. (BLZ.22)INFO A-toetsINFO B-toets
Bedieningshandleiding41VervolgSchakelt het elektrische systeem in/uit,vergrendelt het stuur en bedient deschakelaar voor het openen van het zadel. Contactschakelaar (On)Schakelt het elektrische systeem invoor het starten/rijden. (Lock)Vergrendelt het stuur. (Off)Schakelt de motor uit.Bedient de schakelaar voor hetopenen van het zadel.SEATResponsknopDeze knop wordt gebruikt voor hetbedienen van het responssysteem.AAN/UIT-knopDeze knop wordt gebruikt voor hetactiveren of deactiveren van hetHonda SMART Key-systeem en om deactiveringsstatus te bevestigen.(BLZ.44)Contactschakelaar ontgrendelen:(BLZ.48)Responssysteem: (BLZ.51)
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Lock).u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.48)u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVergrendel de contactschakelaar. (BLZ.49)#OntgrendelenDruk de contactschakelaar in en zet deze in destand (Off).uContactschakelaar ontgrendelen (BLZ.48)Bedieningshandleiding42Schakelaars (Vervolg)ContactschakelaarDuwenDraaien
Honda SMART Key-systeemMet het Honda SMART Key-systeem kunt u dehoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel ineen sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole inbeide richtingen uit tussen het voertuig en deHonda SMART Key om na te gaan of het eengeregistreerde Honda SMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding43Vervolg
Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen#Het Honda SMART Key-systeemactiveren of deactiverenDruk op de AAN/UIT-knop totdat de LED vande Honda SMART Key van kleur verandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key toont de status.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen: (actief) Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanniet worden uitgevoerd.Bedieningshandleiding44Honda SMART Key-systeem (Vervolg)LEDAAN/UIT-knop
WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer decontactschakelaar wordt vergrendeld of ontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik groter of kleiner worden of werkthet Honda SMART Key-systeem mogelijk nietgoed in de volgende situaties:• Als de batterij van de Honda SMART Keyleeg is.•Als er voorzieningen in de buurt zijn diesterke radiogolven of geluid genereren zoalstv-torens, krachtcentrales, radiostations ofluchthavens.•Als u de Honda SMART Key bij u hebt met eenlaptop of draadloos communicatie-apparaatzoals een radio of mobiele telefoon.•Als de Honda SMART Key in contact komt metof wordt afgedekt door metalen voorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding45Vervolg
#Als de contactschakelaar vergrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als de HondaSMART Key binnen het werkbereik van uwvoertuig is, ook al bevindt u zich aan de anderekant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem in- ofuitschakelen (BLZ.44)Bedieningshandleiding46Honda SMART Key-systeem (Vervolg)Ongeveer 2 m
Iedereen die in bezit is van de Honda SMARTKey kan de volgende zaken uitvoeren als deHonda SMART Key binnen het werkbereik is:• Motor starten•Contactschakelaar ontgrendelen• Zadelslot ontgrendelen• Stuurslot ontgrendelenDraag de Honda SMART Key altijd bij uwanneer u op en van het voertuig stapt ofwanneer u rijdt.Leg de Honda SMART Key niet in hetmiddencompartiment of het opbergvak voor.Als de contactschakelaar in de stand (On)staat, kan het voertuig ook worden bedienddoor een persoon die niet beschikt over eengeverifieerde Honda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.49)Controleer of de contactschakelaarring uit gaaten alle richtingaanwijzers eenmaal knipperen.Bedieningshandleiding47Vervolg
Contactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem is geactiveerd. (BLZ.44)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.u Nadat het systeem is geverifieerd, wordt decontactschakelaar ontgrendeld en gaan deindicator van de Honda SMART Key en decontactschakelaarring branden.cZet de contactschakelaar in de stand (On) als deindicator van de Honda SMART Key gaat branden.u Als de contactschakelaar niet binnen20 seconden nadat deze is ingedrukt in destand (On) wordt gezet, gaan de indicatorvan de Honda SMART Key en decontactschakelaarring uit en wordt decontactschakelaar vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.113)Wanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien.
#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEAT, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:• Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.45)•Druk de contactschakelaar in.• Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar (Off)of (Lock) is gezet.•Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.44)cControleer of de indicator van de HondaSMART Key en de contactschakelaarring uitgaan en de richtingaanwijzers eenmaalknipperen. Dit geeft aan dat decontactschakelaar is vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.113)Bedieningshandleiding49VervolgRingcontactschakelaarContact-schakelaar (On)SEAT (Lock) (Off)
Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting nietworden vergrendeld. Ontgrendel decontactschakelaar om het stuur teontgrendelen.Bedieningshandleiding50Honda SMART Key-systeem (Vervolg)
ResponssysteemHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen en u teinformeren dat de startblokkering van hetHonda SMART Key-systeem is geactiveerd.Wanneer de startblokkering is ingeschakeld en uop de responsknop van de Honda SMART Keydrukt met de contactschakelaar in de stand (Off) of (Lock), dan gaan derichtingaanwijzers en de contactschakelaarringbranden om u te informeren over de locatie vanuw voertuig en het activeren van destartblokkeringsfunctie. De contactschakelaarringbrandt ongeveer 1 minuut.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding51VervolgRingcontactschakelaarResponsknop
#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMART Key.u Het responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer.Wanneer het systeem actief is en het voertuigeen signaal ontvangt door op de responsknopte drukken, blijft het systeem 10 dagen langeractief.Ontgrendel de contactschakelaar eenmaal omhet systeem te resetten.u Contactschakelaar ontgrendelen. (BLZ.48)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.Bedieningshandleiding52Responssysteem (Vervolg)
Honda Selectable Torque ControlTorque Control (regeling van motorvermogen)kan worden in-/uitgeschakeld.u Gebruik Torque Control niet tijdens het rijden.Breng eerst het voertuig tot stilstand enschakel de Torque Control in of uit.u Torque Control kan niet worden uitgeschakeldwanneer het systeem actief is (Torque Control-indicator knippert).u Telkens wanneer u de contactschakelaar op (On) zet, wordt Torque Control automatischingeschakeld.Torque Control aan en uit1.Selecteer de Torque Control-modus.(BLZ.22)2.U kunt Torque Control in- en uitschakelen doorde INFO B-toets ingedrukt te houden.u Als de Torque Control is ingeschakeld (On),wordt "HSTC ON" weergegeven en gaat deindicator Torque Control OFF uit.u Als de Torque Control is uitgeschakeld(Off), wordt "HSTC OFF" weergegeven engaat de indicator Torque Control OFFbranden.Bedieningshandleiding53INFO B-toetsIndicator TorqueControl OFF
Motor startenStart de motor volgens de volgende procedure,ongeacht of de motor koud of warm is.Dit voertuig is uitgerust met een zijstandaardmet onstekingsblokkeringssysteem.u Als de zijstandaard omlaag is geklapt, kan demotor niet worden gestart.uAls u de zijstandaard omlaag klapt terwijl demotor draait, slaat de motor automatisch af.Dit voertuig is voorzien van een Honda SMARTKey-systeem. Houd de Honda SMART Key altijdbij u tijdens het rijden. (BLZ.43)Als de motor van dit voertuig wordtuitgeschakeld terwijl de contactschakelaar in destand (On) staat, wordt de verificatie na eenbepaalde tijd uitgeschakeld of als u hetverificatiebereik verlaat. Start de motor opnieuwdoor stap e van de startprocedure uit tevoeren.Bedieningshandleiding54
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda SH350A (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden