Honda FORZA 250 (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Honda FORZA 250 (2025) (189 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 46 mensen. Heb je een vraag over Honda FORZA 250 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Honda |
| Categorie: | Motor |
| Model: | FORZA 250 (2025) |
Handleiding Honda FORZA 250 (2025) – volledige tekst
Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2024 Honda Motor Co., Ltd.
Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.●De volgende codes in dit instructieboekjeduiden elke bestemming aan.●De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd ophet type NSS350A IV ED.BestemmingscodesCode BestemmingNSS350AIV ED, VI EDDirecte verkoop Europa,Gibraltar, Israël, Servië,Montenegro, VK,Noord-MacedoniëNSS350ASIV ED, VI EDDirecte verkoop Europa,Gibraltar, Israël, Servië,Montenegro, VK,Noord-MacedoniëNSS250ATU, II TU TurkijeNSS250ASTU, II TU Turkije*De specificaties kunnen van land tot landverschillen.
Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuigis een belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbe-slissingen te nemen, hebben wij bedieningsproce-dures en andere informatie in dit instructieboekjeen op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatiemaakt u attent op potentiële gevaren waardoor uof anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of nietmogelijk om u te waarschuwen voor alle gevarendie kunnen optreden bij het rijden op enonderhouden van een voertuig.
U moet dan ookuw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:● Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging van uwvoertuig, andere eigendommen of hetmilieu te voorkomen.
VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in dit instructieboekje zijn beschreven.● Zet de motor uit en houd vonken en vuur uitde buurt als u tankt.● Laat de motor niet draaien in afgesloten ofgedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxidein uitlaatgassen is giftig en kan uw doodveroorzaken.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermendekleding het aantal en de ernst van hoofdletsel enander letsel aanzienlijk kunnen verminderen. Draagdus altijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding. 2 BLZ. 12Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditiebent, geconcentreerd bent en niet onder deinvloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoordat u en uw duopassagier allebei eengoedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.
Draag duopassagiers op om zich aan dehandgrepen of aan uw middel vast te houden, metu mee te leunen tijdens het schuinleggen van hetvoertuig in bochten en hun voeten altijd op devoetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuigstilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig3Vervolg
Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral's avonds, door heldere reflecterende kleding tedragen, te rijden op plaatsen waar anderebestuurders u kunnen zien, uw richting aan tegeven voordat u afslaat of van rijstrook veranderten uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderenen uw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje.
Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugs en laatuw vrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 19), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 18).Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden.
Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig4
Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst decontactschakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteer opvloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren enbouten goed vastzitten en controleer het stuur, debedieningshendels, remmen en wielen. Rijdlangzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Gevaar voor koolmonoxideUitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, eenkleurloos, reukloos gas.
Het inademen vankoolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzakenen tot uw dood leiden.Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijkafgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die uinademt een gevaarlijke hoeveelheidkoolmonoxide bevatten.Laat uw voertuig nooit in een garage of anderebesloten ruimte draaien.3WAARSCHUWINGHet laten draaien van de motor van uwvoertuig in een afgesloten of zelfs ineen gedeeltelijk afgesloten ruimte, kanleiden tot een snelle opbouw van hetgiftige gas koolmonoxide.Het inademen van dit kleur- engeurloze gas kan leiden totbewusteloosheid en zelfs tot de dood.Laat de motor van uw voertuig alleendraaien in een goed geventileerderuimte buiten.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig5
WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is,neem dan contact op met uw dealer voor eenvervangend label.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in de werkplaatshandleidingaandachtig door.
Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig6
ACCULABELGEVAAR• Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu'sproduceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bij hethanteren van de accu, anders kunt u brandwondenoplopen of uw gezichtsvermogen verliezen door hetelektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanraken tenzijze op de hoogte zijn van de voorschriften voor het hanterenvan accu's en de hieraan verbonden gevaren.• Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorg ervoordat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert.
Hetniet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel enbeschadiging van het voertuig veroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen en ernstiglichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig7Vervolg
WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADINGWAARSCHUWINGType IV ED, VI EDACCESSOIRES EN BELADING• De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnennadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires enbagage.•Lees de instructies in het instructieboekje en de montagehandleidingaandachtig door voordat u een accessoire monteert.• Het totale gewicht van accessoires en bagage en het gewicht van debestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 180 kg, oftewelde maximale gewichtscapaciteit.• Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 16,5 kg onderalle omstandigheden.• Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordtniet aanbevolen.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig9Vervolg
BANDENINFORMATIELABELBandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)VEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uwveiligheid.BRANDSTOFLABELUitsluitend loodvrije benzineETHANOL tot 10 volumeprocentWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig10
Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben● De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt● Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen en enkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig12
Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.●Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig13Vervolg
#Antiblokkeersysteem (ABS)Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat deremmen blokkeren tijdens abrupt remmen.● De remweg is niet korter met het ABS. Inbepaalde gevallen kan het gebruik van het ABSeen langere remweg tot gevolg hebben.● ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.● Het kan zijn dat de remhendels lichtterugspringen wanneer u de rem bedient.
Dit isnormaal.● Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden om de werking van het ABS tewaarborgen.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak de motor, geluiddemper, remmen enandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Om de kans op diefstal te verkleinen, moet ualtijd het stuur en de contactschakelaarvergrendelen (2 BLZ.
76) en de Honda SMARTKey meenemen als u uw voertuig achterlaat.Deactiveer het Honda SMART Key-systeemindien nodig. 2 BLZ. 71Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig14
#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de motor uit.2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.De middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en delinkerhandgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de contactschakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 69) en vergrendel de contactschakelaar(2 BLZ. 76).Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig15VervolgLinkerstuurgreepLinkerhandgreepMiddenbok
Richtlijnen voor tanken en brandstofVolg deze richtlijnen om de motor, hetbrandstofsysteem en de katalysator tebeschermen:● Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.● Gebruik het aanbevolen octaangetal. Hetgebruik van benzine met een lager octaangetalheeft een verminderde motorprestatie totgevolg.● Gebruik geen brandstof met een hoogalcoholgehalte. 2 BLZ. 180● Gebruik geen oude of verontreinigde benzineof een olie-benzinemengsel.●Laat geen vuil of water in de brandstoftankbinnendringen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig16
Honda Selectable Torque ControlAls de Honda Selectable Torque Control wielspinvan het achterwiel detecteert tijdens acceleratie,wordt het koppel naar het achterwiel verlaagd.Torque Control werkt niet tijdens het vertragen envoorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdenshet remmen op de motor. Sluit de gashendel nietabrupt, zeker niet wanneer u op gladdeoppervlakken rijdt.Torque Control biedt mogelijk geen compensatievoor een ruw wegdek of snelle bediening van degashendel.
Houd altijd rekening met de weg- enweersomstandigheden en uw vaardigheden enconditie als u de gashendel bedient.Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuwof zand kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijdendoor Torque Control tijdelijk uit te schakelen.Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kanook helpen om de controle en het evenwicht tebewaren wanneer u op terrein rijdt.Gebruik altijd de aanbevolen banden en de Hondaoriginele onderdelen voor het aandrijfsysteem,zoals de aandrijfriem en de gewichtrollen, om eengoede werking van het Torque Control-systeem tegaranderen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig17
Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuigte installeren, moet u nagaan of dit veilig enlegaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.
Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig18
Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid en nooitsneller dan 130 km/h voor de lading die uvervoert.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 182●Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen bagage dicht bij de lampen of degeluiddemper.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig19
Bedieningshandleiding26Instrumenten (Vervolg)Klok (12-uurs-of 24-uursweergave)Klok instellen: (BLZ.52)AIR TEMP-meterDe hitte die wordt afgegeven door het wegdeken de uitlaatgassen van overig verkeer kunnende temperatuurmeting beïnvloeden wanneer uwvoertuig langzamer rijdt dan 30 km/h. Het kanenkele minuten duren voordat het display isbijgewerkt nadat de temperatuurwaarde isgestabiliseerd.● Onder -5 °C of boven 40 °C: "---" knippertWeergavebereik: -5 tot 40 °CToont de omgevingstemperatuur.
Bedieningshandleiding29VervolgRANGEGeeft de geschatte afstand aan die u kunt afleggen met de resterendebrandstof.Weergavebereik: 999 tot 5 km (999 tot 3 mijl)De aangegeven beschikbare rijafstand wordt berekend op basis van derijomstandigheden. Het aangegeven cijfer is mogelijk niet altijd dewerkelijke toegestane afstand.• Boven 999 km (mijl): "999" wordt weergegeven.• Wanneer de beschikbare rijafstand minder is dan 5 km (3 mijl) of deresterende brandstof minder is dan 1,0 liter (0,26 US gal, 0,22 Imp gal) wordt"---" weergegeven.• Beginweergave: "---" wordt weergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermeldegevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
U kunt uit de onderstaande items kiezen alsweergave-informatie.Als er geen item is geselecteerd, wordt hetINFO-gedeelte niet weergegeven.•Kilometerteller [TOTAL]• Weergave huidig brandstofverbruik [INST.CONS.]• Ritteller A [TRIP A]• Brandstofverbruik ritteller A [CONS. A]• Gemiddeld brandstofverbruik ritteller A[AVG CONS. A]•Ritteller B [TRIP B]•Brandstofverbruik ritteller B [CONS.B]• Gemiddeld brandstofverbruik ritteller B[AVG CONS. B]• Gemiddelde snelheid [AVG SPD]• Blanco display#Kilometerteller [TOTAL]Totale afgelegde afstand.Als "------" wordt weergegeven, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.Bedieningshandleiding31Vervolg
#Weergave huidig brandstofverbruik[INST. CONS.]Toont het huidige brandstofverbruik.Weergavebereik: 0 tot 8 L/100 km(0 tot 80 km/L,0 tot 200 MPG,of 0 tot 50 mijl/L)•Als uw snelheid lager is dan 5 km/h:nulsegment wordt weergegeven.Als het niet juist wordt weergegeven in anderedan de bovenvermelde gevallen, ga dan naaruw dealer voor onderhoud.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)Nulsegment
#Ritteller [TRIP A/B]Afstand gereden na het resetten van de ritteller.Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.De ritteller terugstellen: (BLZ.40)#Brandstofverbruik [CONS. A/B]Toont het brandstofverbruik sinds hetterugstellen van de geselecteerde ritteller.Het brandstofverbruik wordt berekend op basisvan de waarde op ritteller A of B.Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 l (gal)Als "---.-" wordt weergegeven, ga dan naar uwdealer voor onderhoud.Het brandstofverbruik terugstellen:(BLZ.40)Bedieningshandleiding33Vervolg
#Gemiddeld brandstofverbruik [AVGCONS. A/B]Toont het gemiddelde brandstofverbruik sindshet terugstellen van de geselecteerde ritteller.Het gemiddelde brandstofverbruik wordtberekend op basis van de waarde op ritteller Aof B.Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L/100 km(km/L, MPG, of mile/L)• Meer dan 299,9 L/100 km: "--.-" wordtweergegeven.• Minder dan 0,1 l/100 km: "0.0" wordtweergegeven.• Meer dan 299,9 km//l (mpg of mijl/l):"299.9" wordt weergegeven.• Wanneer ritteller A of B wordt teruggesteld:"--.-" wordt weergegeven.Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.Het gemiddelde brandstofverbruikterugstellen: (BLZ.40)Bedieningshandleiding34Instrumenten (Vervolg)
#Gemiddelde snelheid [AVG SPEED]Toont de gemiddelde snelheid sinds het startenvan de motor.Weergavebereik: 0 tot 299 km/h• Beginweergave: "---" wordt weergegeven.•Als u minder dan 0,2 km met uw voertuighebt gereden sinds het starten van demotor, wordt "---" weergegeven.• Als de bedrijfstijd van uw voertuig minderdan 15 seconden is sinds het starten van demotor: "---" wordt weergegeven.Als "---" wordt weergegeven in andere dan debovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealervoor onderhoud.#Blanco displayToont een leeg scherm.Bedieningshandleiding35Vervolg
FAVORITE SWITCHDe items die u kunt instellen op FAVORITESWITCH zijn de modus TRIP RESET en debrandstofmodus. (BLZ.51)Algemeen menuAls u op van de sel-schakelaar drukt,wordt het algemene menu geopend.Als u op of van de sel-schakelaar drukt, kunt u kiezen tussen de statusweergave,brandstofmodus, het terugstellen van de rittelleren de instelmodus. Als u op van de sel-schakelaar drukt, wordt elke weergavegeopend.Als u op van de sel-schakelaar drukt,wordt het algemene menu gesloten.Als u gedurende ongeveer 10 seconden geenvan de schakelaars indrukt, wordt ook hetalgemene menu gesloten, behalve wanneer destatusweergave is geselecteerd.Bedieningshandleiding37VervolgStatusweergaveModus TRIP RESETInstelmodusBrandstofmodusDruk op van de sel-schakelaar Druk op van de sel-schakelaar
#StatusweergaveGeef de informatie weer die is geselecteerd inde instelling FAVORITE INFO.Als u op of van de sel-schakelaar drukt, kunt u tussen de vier pagina's schakelen.u Een pagina bevat twee items.De items die u kunt selecteren als weergave-informatie zijn hetzelfde als de items in hetINFO-gedeelte.Instelling FAVORITE INFO: (BLZ.49)Bedieningshandleiding38Instrumenten (Vervolg)Pagina 1 Pagina 2Pagina 3Pagina 4Druk op van de sel-schakelaar Druk op van de sel-schakelaar
#BrandstofmodusU kunt kiezen of u FUEL of RANGE wiltweergeven in het gedeelte FUEL/RANGE.(BLZ.28)uWanneer de resterende brandstof lager isdan ongeveer 1,75 L, wordt FUELautomatisch overgeschakeld naar RANGE.uAls de knop gedurende 10 seconden nietwordt ingedrukt, schakelt het display overnaar de normale weergave.1.Selecteer de brandstofmodus en druk op van de sel-schakelaar . (BLZ.37)2.Selecteer FUEL of RANGE door op of van de sel-schakelaar te drukken.Bedieningshandleiding39Vervolgof
#Modus TRIP RESET1.Selecteer de modus TRIP RESET en druk op van de sel-schakelaar . (BLZ.37)2.Selecteer ritteller A/B met de of vande sel-schakelaar .3.Houd van de sel-schakelaar ingedrukt.u Wanneer ritteller A/B wordt teruggesteld,worden brandstofverbruik [CONS. A/B] engemiddeld brandstofverbruik [AVG CONS.A/B] op basis van elke ritteller tegelijkertijdteruggesteld.Bovendien kunnen ritteller A, hetbrandstofverbruik van ritteller A en hetgemiddelde brandstofverbruik van ritteller Aautomatisch worden teruggesteld wanneer hetsegment van de brandstofmeter met 2 of meertoeneemt na het tanken.U kunt deze functie in- of uitschakelen.TRIP A AUTO RESET: (BLZ.47)Bedieningshandleiding40Instrumenten (Vervolg)of
InstelmodusNaar de instelmodus gaanDruk op van de sel-schakelaar wanneer het selecteerbare gedeelte de instelmodusweergeeft. (BLZ.37)u De klok, indicatoren en snelheidsmeter worden boven in het scherm weergegeven terwijl deinstelmodus wordt weergegeven.Terugkeren naar de normale weergave●Druk op van de sel-schakelaar terwijl u FUNCTION, DISPLAY, GENERAL of SERVICEselecteert.●Zet de contactschakelaar in de stand (Off) en weer in de stand (On).Bedieningshandleiding42Instrumenten (Vervolg)Normale weergave Instelmodus
FUNCTION#TRIP A AUTO RESETU kunt de automatische resetmodus van rittellerA instellen op (actief) of (inactief).(BLZ.40)aSelecteer (actief) of (inactief) met behulpvan de of van de sel-schakelaar.bDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.DISPLAY#DISPLAY TYPEU kunt het displaytype wijzigen. (BLZ.24)aSelecteer het displaytype ("BAR", "CIRCLE" of"SIMPLE") met of van de sel-schakelaar.bDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.Bedieningshandleiding47Vervolg
#BRIGHTNESSU kunt de helderheid van de schermverlichtingaanpassen tot één van de acht niveaus of deautomatische aanpassing selecteren.Automatische helderheidsregeling:(BLZ.167)Het display kan donker worden wanneer hetdisplay erg heet is. Raadpleeg uw dealer als deoorspronkelijke helderheid niet terugkeert.aSelecteer "AUTO" of "MANUAL" met of van de sel-schakelaar .bAls u "MANUAL" selecteert, kunt uoverschakelen naar de helderheidsinstellingvan de achtergrondverlichting door op vande sel-schakelaar te drukken.cSelecteer de helderheid van deachtergrondverlichting met of van desel-schakelaar .dDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.Bedieningshandleiding48Instrumenten (Vervolg)
#BACKGROUNDU kunt de instelling van de achtergrondkleurwijzigen in "WHITE," "BLACK" of "AUTO".Automatische helderheidsregeling:(BLZ.167)aSelecteer de achtergrondkleur met of van de sel-schakelaar .bDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.#FAVORITE INFOU kunt de informatie-items wijzigen die wordenweergegeven in het informatiegedeelte en destatusweergave in het selecteerbare gedeelte.(BLZ.30) (BLZ.38)INFO-gedeelteaSelecteer het INFO-gebied met of vande sel-schakelaar en druk op van desel-schakelaar .Bedieningshandleiding49Vervolg
bSelecteer het item met of van de sel-schakelaar .cAls u op van de sel-schakelaar drukt,kunt u selecteren of het item wordtweergegeven of niet.u Wanneer de balk groen wordt, wordt hetitem weergegeven in het INFO-gedeelte.dDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.StatusweergaveaSelecteer de statusweergave met of vande sel-schakelaar en druk op van desel-schakelaar .bSelecteer de pagina van de statusweergavemet of van de sel-schakelaar endruk op van de sel-schakelaar .Bedieningshandleiding50Instrumenten (Vervolg)BarPagina
cSelecteer het tabblad van de statusweergavemet of van de sel-schakelaar endruk op van de sel-schakelaar .dSelecteer het item met of van de sel-schakelaar .eDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.#FAVORITE SWITCHDe items die u kunt instellen op FAVORITESWITCH zijn de modus TRIP RESET en debrandstofmodus.Bedieningshandleiding51VervolgLip
#LANGUAGEU kunt de systeemtaal wijzigen.aSelecteer de taal met of van de sel-schakelaar .bDruk op van de sel-schakelaar om detaal te wijzigen.u Wanneer de taal wordt gewijzigd, wordt debalk groencDruk op van de sel-schakelaar om deinstelling te voltooien.#RESTORE DEFAULTAls u de van de sel-schakelaar ingedrukthoudt, worden de ingestelde waardenteruggezet naar de standaardinstellingen.De volgende items worden teruggezet naar destandaardwaarden:•TRIP A AUTO RESET• DISPLAY TYPE• BRIGHTNESS• BACKGROUND• FAVORITE INFO• FAVORITE SWITCH• UNIT• LANGUAGEBedieningshandleiding54Instrumenten (Vervolg)Balk
#BLUETOOTH PAIRING RESETU kunt de koppelingsinformatie van Bluetooth®terugstellen.Reset een Bluetooth®-koppeling nadat u op eenveilige plek bent gestopt.Verbinding maken met het apparaat(BLZ.83)Zorg ervoor dat de smartphone waarvan u deverbinding wilt verwijderen is verbonden metuw voertuig.Controleren of de smartphone isverbonden: (BLZ.25)aSelecteer "NO" (niet resetten) of "YES"(resetten) met of van de sel-schakelaar .bAls "NO" is geselecteerdDruk op van de sel-schakelaar . Dekoppelingsinformatie wordt gehandhaafd envervolgens keert de weergave terug naarhet hoofdmenu.Als "YES" is geselecteerdHoud van de sel-schakelaar ingedrukt.
De verbinding met uwsmartphone wordt verwijderd en dekoppelingsinformatie wordt gereset.u Wanneer de reset is voltooid, wordt"FINISHED" weergegeven.u Als de koppelingsinformatie op uwsmartphone blijft staan, zelfs als dekoppelingsinformatie uit het voertuig isverwijderd, kan de smartphone opnieuwmet het voertuig worden verbonden.Bedieningshandleiding55Vervolg
SERVICE#MAINTENANCEPERIODIC MAINTENANCEU kunt het tijdstip van de volgende periodiekeinspectie controleren.U kunt de instelling van de volgende periodiekeinspectie wijzigen.Weergavebereik:DISTANCE:-----, -99.999 tot 12.875 km(-99.999 tot 8.000 mijl)DATE:Maand: ---, JAN tot DECJaar: ----, 2020 tot 2099Instelbereik:DISTANCE:-----, 100 tot 12.000 km(100 tot 8.000 mijl)DATE:Maand: ---, JAN tot DECJaar: ----, 2020 tot 2099Bedieningshandleiding56Instrumenten (Vervolg)Afstand Maand JaarDatum
Pop-upinformatieIn de volgende gevallen wordt pop-upinformatie weergegeven in het INFO-gedeelte.● Onderhoudsinformatie:Als uw voertuig op korte termijn geïnspecteerd moet worden.● Waarschuwingsindicator:Wanneer een storing wordt gedetecteerd.Als er verschillende informatie over uw voertuig is, verschijnen de pop-upinformatiedisplaysafwisselend.Als u op een van de sel-schakelaars drukt, kan de pop-upinformatie worden verborgen.#OnderhoudsinformatieIndicatie Verklaring OplossingAls de periodieke inspectievan uw voertuig nadert.Laat uw voertuig door uwdealer inspecteren.Als de olie van uw voertuigbinnenkort ververst moetworden.Ververs de motorolie.Bedieningshandleiding61Vervolg
Indicatoren26Bedieningshandleiding63Vervolg Richtingaanwijzer linksAls één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealercontroleren op problemen.Zie "Instrumenten" voor de indicatoren die op het display verschijnen: (BLZ.25) (BLZ.27)ABS-indicator (antiblokkeersysteem)• Gaat branden wanneer decontactschakelaar in de stand (On)wordt gezet.• Gaat uit bij een snelheid vanongeveer 10 km/h.Als deze gaat branden tijdens hetrijden: (BLZ.142) Richtingaanwijzer rechtsHonda SMART Key-indicatorGaat uit als de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet.Gaat branden wanneer de verificatie van het voertuig en Honda SMART Key isvoltooid en de contactschakelaar kan worden gebruikt.Wanneer de Honda SMART Key-indicator knippert: (BLZ.144)
26Bedieningshandleiding64Indicatoren (Vervolg) Torque Control OFF-indicatorGaat branden als Torque Control wordt uitgeschakeld. Indicator Torque Control• Gaat branden wanneer de contactschakelaar in de stand (On) wordt gezet. Gaat uitals u ongeveer 3 km/h rijdt om aan te geven dat Torque Control klaar is voorgebruik.• Knippert als Torque Control in werking is.Als deze gaat branden tijdens het rijden: (BLZ.143)PGM-FI-storingslampje (elektronischgeregelde brandstofinspuiting) (MIL)Gaat kort branden wanneer decontactschakelaar in de stand (On) wordtgezet.Als het gaat branden terwijl de motordraait: (BLZ.141)
Bedieningshandleiding67Vervolg ContactschakelaarSchakelt het elektrische systeem in/uit,vergrendelt het stuur en bedient de schakelaarvoor het openen van de brandstoftankklep en hetzadel.Contactschakelaar ontgrendelen:(BLZ.75) (On)Schakelt het elektrischesysteem in voor hetstarten/rijden.SEAT FUELBedient de schakelaar voor hetopenen van de brandstoftankklepen het zadel. (Lock)Vergrendelt het stuur en hethandschoenenkastje. (Off)Schakelt de motor uit.u Schakel in geval van nood over naar destand (Stop) (de startmotor werkt niet)om de motor te stoppen.Moet normaal in de stand (Run)blijven staan.Motorstopschakelaar
Bedieningshandleiding68Schakelaars (Vervolg)• : Knipperen met het grootlicht.• : Dimlicht• : GrootlichtSchakelaar dimlicht/passeerlicht Richtingaanwijzerschakelaar#Schakelaar op stuurgreep links Claxonknop Sel-schakelaarWordt gebruikt om het display en de Honda RoadSyncte bedienen en in te stellen. (BLZ.80)u Door op de schakelaar te drukken, wordt de richtingaanwijzeruitgeschakeld.Druk omhoog of omlaag om de hoogte van het windscherm afte stellen. (BLZ.133) Stelschakelaar windschermHoud de schakelaar ingedrukt om Torque Control in en uit te schakelen. (BLZ.85) Torque Control-schakelaar
StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links of rechts.bDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Lock).u Contactschakelaar ontgrendelen(BLZ.75)u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVergrendel de contactschakelaar. (BLZ.76)#OntgrendelenDuw de contactschakelaar omlaag en zet dezein de stand (Off).uContactschakelaar ontgrendelen (BLZ.75)Bedieningshandleiding69ContactschakelaarDuwenDraaien
Honda SMART Key-systeemMet het Honda SMART Key-systeem kunt u dehoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel ineen sleutelgat te steken.Het systeem voert een identificatiecontrole uittussen het voertuig en de Honda SMART Keyom na te gaan of het de geregistreerde HondaSMART Key betreft.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Deze kunnenmedische apparatuur beïnvloeden, zoals eenpacemaker.Bedieningshandleiding70
Het Honda SMART Key-systeem activeren/deactiveren#Het Honda SMART Key-systeemactiveren/deactiverenDruk op de AAN/UIT-knop totdat de LED vande Honda SMART Key van kleur verandert.#De status van het Honda SMART Key-systeem controlerenDruk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van deHonda SMART Key geeft de status aan.Als de LED van de Honda SMART Key devolgende kleur heeft:Groen:(actief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kanworden uitgevoerd.Rood:(inactief)Verificatie van het HondaSMART Key-systeem kan nietworden uitgevoerd.Bedieningshandleiding71VervolgLEDAAN/UIT-knop
WerkbereikHet werkbereik varieert wanneer de contact-schakelaar wordt vergrendeld of ontgrendeld.Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruikvan zwakke radiogolven. Daarom kan hetwerkbereik breder of smaller zijn of werkt hetHonda SMART Key-systeem mogelijk niet goedin de volgende situaties:● Wanneer de batterij van de Honda SMARTKey zwak is.● Als er voorzieningen in de buurt zijn diesterke radiogolven of geluid genereren zoalstv-torens, krachtcentrales, radiostations ofluchthavens.●Als u de Honda SMART Key bij u heeft met eenlaptop of draadloos communicatie-apparaatzoals een radio of mobiele telefoon.● Als de Honda SMART Key in contact komtmet of wordt afgedekt door metalenvoorwerpen.#Als de contactschakelaar ontgrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Bedieningshandleiding72Honda SMART Key-systeem (Vervolg)
#Als de contactschakelaar vergrendeld is:U kunt het systeem gebruiken binnen degearceerde ruimte getoond in de afbeelding.Iedereen kan de contactschakelaarontgrendelen en de motor starten als uwHonda SMART Key binnen het werkbereik vanuw voertuig is, ook al bevindt u zich aan deandere kant van een muur of raam. Als u bij uwvoertuig vandaan bent maar de Honda SMARTKey nog wel binnen het werkbereik is, zet danhet Honda SMART Key-systeem uit.Het Honda SMART Key-systeem activeren/deactiveren (BLZ.71)Bedieningshandleiding73VervolgOngeveer 2 m
Iedereen die in het bezit is van de Honda SMARTKey kan de volgende zaken uitvoeren als deHonda SMART Key binnen het werkbereik is:● Motor starten● Contactschakelaar ontgrendelen● Zadelslot ontgrendelen● Brandstoftankklep openen● Stuurslot ontgrendelenU moet de Honda SMART Key altijd bij udragen wanneer u op en van uw voertuig staptof wanneer u rijdt.Leg de Honda SMART Key niet in eenopbergvak.Als de contactschakelaar op (On) is gezet, kanhet voertuig ook worden bediend door eenpersoon die niet beschikt over een geverifieerdeHonda SMART Key.Als u uw voertuig hebt geparkeerd, vergrendeldan de stuurinrichting en de contactschakelaar.(BLZ.76)Controleer of de contactschakelaarring uit gaaten alle richtingaanwijzers eenmaal knipperen.Bedieningshandleiding74Honda SMART Key-systeem (Vervolg)
Contactschakelaar omzetten#Contactschakelaar ontgrendelenaZorg dat de Honda SMART Key is geactiveerd.(BLZ.71)bDruk de contactschakelaar in om het HondaSMART Key-systeem te verifiëren.u Nadat het systeem is geverifieerd en decontactschakelaar is ontgrendeld, gaan deindicator van de Honda SMART Key en decontactschakelaarring branden.cZet de contactschakelaar in de stand (On) alsde indicator van de Honda SMART Key gaatbranden.u Als de contactschakelaar niet binnen 20 seconden nadat deze is ingedrukt in destand (On) wordt gezet, gaan de HondaSMART Key-indicator en decontactschakelaarring uit, knipperen derichtingaanwijzers eenmaal en wordt decontactschakelaar vergrendeld.Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.147)Bedieningshandleiding75Vervolg
Wanneer iemand zonder Honda SMART Key decontactschakelaar probeert te verdraaien, zal decontactschakelaar vrij ronddraaien. Als u merktdat de contactschakelaar in een andere standstaat, zet dan de contactschakelaar in deoorspronkelijke stand ( (Off) of (Lock)).#Contactschakelaar vergrendelenaZet de contactschakelaar in de stand SEATFUEL, (Off) of (Lock).bVergrendel de contactschakelaar door hetvolgende te doen:● Verlaat het werkbereik met de HondaSMART Key. (BLZ.72)● Druk de contactschakelaar in.● Wacht ongeveer 20 seconden nadat decontactschakelaar van (On) naar SEATFUEL, (Off) of (Lock) is gezet.●Schakel het Honda SMART Key-systeemnaar inactief. (BLZ.71)cControleer of de indicator van de HondaSMART Key en de contactschakelaarring uitgaan en de richtingaanwijzers eenmaalknipperen.
Als het Honda SMART Key-systeem nietgoed werkt (BLZ.147)Zorg er altijd voor dat de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock) staat als u hetvoertuig parkeert.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand SEAT FUEL, kan deze slechts eenmaal op (Off) worden gezet.Als de contactschakelaar is vergrendeld in destand (Off), kan de stuurinrichting nietworden vergrendeld.Ontgrendel de contactschakelaar om het stuurte vergrendelen. (BLZ.75)Bedieningshandleiding77Ring contact-schakelaarContactschakelaar (On)SEAT FUEL (Lock) (Off)
ResponssysteemHet responssysteem is een mechanisme om delocatie van uw voertuig te bepalen en u teinformeren dat de startblokkering van hetHonda SMART Key-systeem is geactiveerd.Wanneer u op de responsknop van de HondaSMART Key drukt met de contactschakelaar inde stand (Off) of (Lock), knipperen derichtingaanwijzers en gaat decontactschakelaarring branden om u teinformeren over de locatie van uw voertuig enhet activeren van de startblokkeringsfunctie.De contactschakelaarring brandt ongeveer 1 minuut.Het responssysteem maakt gebruik van zwakkeradiogolven. Deze kunnen medische apparatuurbeïnvloeden, zoals een pacemaker.Bedieningshandleiding78Ring con-tactscha-kelaarResponsknop
#WerkingDruk op de responsknop van de Honda SMARTKey.u Het responssysteem werkt niet als decontactschakelaar in de stand (On) staat.Als de contactschakelaar langer dan 10 dagen inde stand (Off) of (Lock) staat, werkt hetresponssysteem niet meer.Wanneer het systeem actief is en het voertuigeen signaal ontvangt door op de responsknopte drukken, blijft het systeem 10 dagen langeractief.Om het systeem te resetten, ontgrendelt u decontactschakelaar en zet u de contactschakelaareenmaal in de stand (On).u Contactschakelaar ontgrendelen (BLZ.75)Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkthet responssysteem mogelijk niet.Bedieningshandleiding79
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Honda FORZA 250 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden