Honda EM1 e: (2023) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Honda EM1 e: (2023) (96 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen. Heb je een vraag over Honda EM1 e: (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
Online instructieboekje
https://www.hondamotopub.com
39GJKA00
00X39-GJK-A000
GEDRUKT IN XXXXX
© 2023 Honda Motor CO., LTD.
BARCODE
NL
INSTRUCTIEBOEKJE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Honda
Categorie: Motor
Model: EM1 e: (2023)

Handleiding Honda EM1 e: (2023) – volledige tekst

Dit instructieboekje dient als een permanent onderdeel van hetvoertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van hetvoertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie diebeschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd.behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan tebrengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaanvan enige verplichting.Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemmingworden gereproduceerd.Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekjeverschilt van uw voertuig.© 2023 Honda Motor Co., Ltd.

WelkomVan harte gefeliciteerd met de aanschaf vanuw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezenvoor een Honda maakt u deel uit van eenwereldwijde familie van tevreden klanten dieHonda's reputatie voor het leveren vanhoogwaardige producten waarderen.Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:●Lees dit instructieboekje aandachtig door.●Volg alle aanbevelingen op en voer alleprocedures uit die in dit instructieboekjezijn vermeld.●Besteed extra aandacht aanveiligheidsinformatie in ditinstructieboekje en op het voertuig.●De volgende code in dit instructieboekjeduidt de bestemming aan.BestemmingscodeCode BestemmingEVP1EDDirecte verkoop Europa,Turkije

Enkele opmerkingen over veiligheidUw veiligheid en de veiligheid van anderen zijnzeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig iseen belangrijke verantwoordelijkheid.Om u te helpen goed geïnformeerdeveiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wijbedieningsprocedures en andere informatie in dezehandleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Dezeinformatie maakt u attent op potentiële gevarenwaardoor u of anderen letsel kunnen oplopen.Het is vanzelfsprekend niet praktisch of niet mogelijk om ute waarschuwen voor alle gevaren die kunnen optreden bijhet rijden op en onderhouden van een voertuig.

U moetdan ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.U zult belangrijke veiligheidsinformatie inverschillende vormen tegenkomen, waaronder:●Veiligheidslabels op het voertuig●Veiligheidsinformatie voorafgegaan door eenwaarschuwingssymbool en een van de driewaarschuwingswoorden:GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP.Deze signaalwoorden betekenen:3GEVAARU ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3WAARSCHUWINGU KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSELOPLOPEN als u de instructies nietopvolgt.3LET OPU KUNT LETSEL OPLOPEN als u deinstructies niet opvolgt.Andere belangrijke informatie vindt uonder de volgende koppen:LET OPInformatie om beschadiging vanuw voertuig, andere eigendommenof het milieu te voorkomen.

Veilige bediening vanelektrisch voertuigOmgaan met elektrisch voertuig● Een hoogspanningsaccu voor de motor die demotor aandrijft en een 12V-accu die deverlichting van stroom voorziet, zijn ingebouwdin het elektrische voertuig. Volg deinstructiehandleiding voor de accu voor demotor bij het hanteren van de accu voor demotor.Veilige bediening van elektrisch voertuigVeiligheid van het voertuig3VervolgSpanningsregelaarAccu voor motor 2 BLZ. 43Voedingsregeleenheid (PCU)MotorHoogspanningsonderdelenZekeringkast

Rijd niet met het voertuig enneem onmiddellijk contact op met uw erkende dealer.3WAARSCHUWINGAlle onderdelen van het voertuig en debijbehorende bedrading (oranje en paarsgekleurd) staan onder hoge spanning.Als u het voertuig demonteert of ombouwt,kunt u een elektrische schok krijgen ofbrand veroorzaken, waardoor u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Neem de volgende regels in acht met betrekkingtot deze hoogspanningsonderdelen.• Haal deze onderdelen niet uit elkaar,bouw ze niet om en raak ze niet aan• Neem contact op met uw erkendedealer voor inspecties en reparaties● Let op het volgende na een botsingu U kunt een elektrische schok krijgen als ubetrokken raakt bij een botsing die hetvoertuig ernstig beschadigt of vervormt.Raak de hoogspanningsonderdelen of debijbehorende bedrading (oranje en paarsgekleurd) nooit aan. 2 BLZ. 3u Raak de elektrolytvloeistof niet aan.

u Als er brand ontstaat, gebruik dan eenbrandblusser die geschikt is voor elektrischebranden. Een elektrische brand proberen teblussen met een kleine hoeveelheid waterkan behoorlijk gevaarlijk zijn. Wanneer uwater gebruikt om een elektrische brand ineen noodsituatie te blussen, moet u eengrote hoeveelheid water uit eenbrandkraan of iets dergelijks gebruiken.3WAARSCHUWINGUw voertuig gebruikt eenhoogspanningsaccu voor de motor. Alsu niet op de juiste wijze reageertwanneer er een ongeluk plaatsvindt,kan dit onverwachte problemenveroorzaken die de dood of ernstigletsel tot gevolg kunnen hebben.Als u betrokken bent bij een botsing,dient u de procedures en instructies indit instructieboekje te volgen.Veilige bediening van elektrisch voertuigVeiligheid van het voertuig5

VeiligheidsrichtlijnenVolg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:● Voer alle routine- en periodieke inspecties uitdie in deze handleiding zijn beschreven.Draag altijd een helmHet is bewezen dat helmen en beschermende kleding hetaantal en de ernst van hoofdletsel en ander letsel aanzienlijkkunnen verminderen. Draag dus altijd een goedgekeurdehelm en beschermende kleding. 2 BLZ. 16Voordat u gaat rijdenZorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie bent,geconcentreerd bent en niet onder de invloed van alcoholof drugs verkeert. Zorg ervoor dat u en uw duopassagierallebei een goedgekeurde helm en beschermende kledingdragen.

Draag duopassagiers op om zich aan dehandgreep of aan uw middel vast te houden, met u mee teleunen tijdens het schuinleggen van het voertuig inbochten en hun voeten altijd op de voetsteunen tehouden, zelfs wanneer het voertuig stilstaat.Neem de tijd om te leren en te oefenenZelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden,kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen omvertrouwd te raken met de werking en hetstuurgedrag van dit voertuig en om gewend te rakenaan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.Rijd defensiefBesteed altijd aandacht aan ander verkeer om uheen en veronderstel niet dat andere bestuurdersu zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of eenuitwijkmanoeuvre kunt maken.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig6

Zorg dat u goed zichtbaar bentZorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 's avonds,door heldere reflecterende kleding te dragen, te rijden opplaatsen waar andere bestuurders u kunnen zien, uwrichting aan te geven voordat u afslaat of van rijstrookverandert en uw claxon te gebruiken indien nodig.Rijd binnen uw grenzenRijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan deverkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheiden onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uwbeoordelingsvermogen en het veilig rijden.Rijd niet onder de invloed van alcoholof drugsAlcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen.Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen om opwisselende omstandigheden te reageren verminderenen uw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullenddrankje.

Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs.Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugs en laatuw vrienden dit ook niet doen.Houd uw Honda in veilige staatHet is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezierdat u het voertuig goed onderhoudt.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al hetaanbevolen onderhoud uit. Houd u aan debeladingslimieten (2 BLZ. 21), bouw uw voertuigniet om en installeer geen accessoires die uwvoertuig onveilig maken (2 BLZ. 20).VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig7Vervolg

Betrokken zijn bij ongevallenPersoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als uof iemand anders letsel heeft opgelopen, neemdan de tijd om de ernst van het letsel tebeoordelen en te bepalen of het veilig is om doorte rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in.Volg tevens de geldende wet- en regelgevingindien een andere persoon of een ander voertuigbij het ongeval is betrokken.Als u besluit verder te rijden, zet dan eerst deaan/uit-schakelaar in de stand (Off) encontroleer de staat van uw voertuig. Inspecteerop vloeistoflekkage, controleer of cruciale moerenen bouten goed vastzitten en controleer hetstuur, de bedieningshendels, remmen en wielen.Rijd langzaam en voorzichtig.Het kan zijn dat uw voertuig schade heeftopgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is.

Laatuw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecterendoor een erkend reparatiebedrijf.Als uw voertuig door een botsing ernstigbeschadigd is geraakt, bestaat de kans op eenelektrische schok. Raak de onderdelen van hethoogspanningssysteem of de bijbehorendebedrading (oranje en paars gekleurd) niet aan.●Vermijd contact met de accuvloeistof voor demotor.u De accuvloeistof voor de motor kan lekkenals gevolg van een ernstige botsing.Vermijd huid- of oogcontact met devloeistof.De vloeistof van de accu voor de motor iscorrosief. Bent u toch per ongeluk incontact gekomen met de vloeistof, spoeldan de betreffende gebieden gedurendeten minste vijf minuten met een grotehoeveelheid water en roep onmiddellijkmedische hulp in.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig8

● Gebruik een brandblusser voor een elektrischebrand.u Een elektrische brand proberen te blussenmet een kleine hoeveelheid water kangevaarlijk zijn.3WAARSCHUWINGDe accu voor de motor van dit voertuigstaat onder hoge spanning. Als u nietop de juiste wijze reageert wanneer ereen ongeluk plaatsvindt, kan ditonverwachte problemen veroorzakendie de dood of ernstig letsel tot gevolgkunnen hebben.Volg bij een ongeval de methoden eninstructies op die in dit instructieboekjestaan.Accu voor de motorAls er een abnormale geur uit de accu voor demotor komt, is er mogelijk iets mis met de accu.Breng uw voertuig onmiddellijk tot stilstand op eenveilige plaats in de buitenlucht en uit de buurt vanbrandbare materialen, zet de aan/uit-schakelaar inde stand (Off) en neem contact op met uwerkende dealer.VeiligheidsrichtlijnenVeiligheid van het voertuig9

WaarschuwingslabelsOp de volgende pagina's wordt de betekenisvan de labels beschreven. Sommige labelswaarschuwen u voor potentiële gevaren dieernstig letsel kunnen veroorzaken. Anderebieden belangrijke veiligheidsinformatie. Leesdeze informatie aandachtig en verwijder delabels niet.Als een label losraakt of niet meer goedleesbaar is, kunt u bij uw erkende dealer eennieuwe krijgen.Elk label is voorzien van een specifiek symbool.De betekenis van elk symbool en elk label is alsvolgt.Lees de instructies in het instructieboekjeaandachtig door.Lees de instructies in het werkplaatshandboekaandachtig door.

Laat om veiligheidsredenenhet onderhoud aan uw voertuig alleenuitvoeren door uw erkende dealer.GEVAAR (met RODE achtergrond)U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.WAARSCHUWING (met ORANJEachtergrond)U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSELoplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.LET OP (met GELE achtergrond)U KUNT GEWOND RAKEN als u dezeaanwijzingen niet opvolgt.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig10

LABEL WAARSCHUWING RICHTING ACCUVOOR MOTOR• Raak de aansluitingen op de accu voor de motorniet aan met metalen voorwerpen en sluit zehier ook niet mee aan.•Plaats de accu in dezelfde richting alsaangegeven op deze sticker.LABEL INSTALLATIE ACCU VOOR MOTORPlaats en verwijder de accu verticaal.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig11Vervolg

ACCULABELGEVAAR•Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu.Accu's produceren gas dat een explosie kan veroorzaken.• Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bijhet hanteren van de accu, anders kunt u brandwondenoplopen of uw gezichtsvermogen verliezen door hetelektrolyt van de accu.•Laat kinderen en andere personen geen accu aanrakentenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor hethanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.•Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van deaccuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat.Contact met uw huid of ogen kan brandwondenveroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.• Lees dit instructieboekje aandachtig door en zorgervoor dat u de inhoud begrijpt voordat u de accuhanteert.

Het niet opvolgen van de instructies kanlichamelijk letsel en beschadiging van het voertuigveroorzaken.•Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder hetonderste merkstreepje. De accu kan exploderen enernstig lichamelijk letsel veroorzaken.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig12

WAARSCHUWINGSLABEL CBSHet afstellen van de kabel moet worden uitgevoerd door uw erkende dealer.BANDENINFORMATIELABELDe banden moeten worden vervangen door uw erkende dealer.Bandenspanning in koude toestand:[Alleen bestuurder]Voor 150 kPa (1,50 kgf/cm2)Achter 200 kPa (2,00 kgf/cm2)[Bestuurder en passagier]Voor 150 kPa (1,50 kgf/cm2)Achter 225 kPa (2,25 kgf/cm2)VEILIGHEIDSLABELDraag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uw veiligheid.WaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig13Vervolg

LABEL BELADINGSLIMIETMaximaal 6,0 kg.LABEL BELADINGSLIMIETMaximaal 3,0 kg.LABEL BELADINGSLIMIETMaximaal 1,0 kg.LABEL PREVENTIE ELEKTRISCHE SCHOK• Elektrocutiegevaar• Open de bak (of het deksel van de zekeringkast) niet en raak geeninterne onderdelen aan•Het aanraken van elektrische onderdelen kan ernstig of dodelijk letselveroorzaken• Alleen personen met de juiste training mogen onderdelen repareren• Lees het instructieboekjeWaarschuwingslabelsVeiligheid van het voertuig14

Veiligheidsmaatregelen● Rijd voorzichtig met uw beide handen aan hetstuur en uw voeten op de treeplank.● Passagiers moeten zich aan de handgreep ofaan uw middel vasthouden, en hun voetenmoeten zich tijdens het rijden op devoetsteunen bevinden.● Denk altijd aan de veiligheid van uw passagieren andere bestuurders en rijders.● De motor maakt geen geluid, dus let goed opde omstandigheden om u heen. Let ook opandere voertuigen en voetgangers.VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig15Vervolg

Rijd defensief enhoud altijd rekening met de weers- enwegomstandigheden.#HelmMoet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijkzichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uwhoofd hebben●De motorhelm moet comfortabel passen enveilig met de kinriem zijn vastgemaakt●Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld ofandere goedgekeurde oogbescherming3WAARSCHUWINGHet niet dragen van een helm verhoogthet risico op ernstig of dodelijk letsel ingeval van een botsing.Zorg ervoor dat u en uw duopassagieraltijd een goedgekeurde helm enbeschermende kleding dragen.#HandschoenenLeren handschoenen met volledige vingers en eenhoge slijtweerstand#Motorlaarzen of -schoenenStevige motorlaarzen met antislipzolen enenkelbeschermers#Motorjas en -broekBeschermende, duidelijk zichtbare motorjas metlange mouwen en duurzame broek voor het rijden(of een beschermend motorpak)VeiligheidsmaatregelenVeiligheid van het voertuig16

Voorzorgsmaatregelenvoor het rijdenInrijperiodeVolg deze richtlijnen tijdens de eerste 100 km omde toekomstige betrouwbaarheid en prestaties vanuw voertuig te waarborgen.● Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.● Vermijd abrupt remmen.● Rijd behoedzaam.RemmenNeem de volgende richtlijnen in acht:● Vermijd sterk afremmen.u Door plotseling remmen kan de stabiliteitvan het voertuig verminderen.u Ga waar mogelijk langzamer rijden vooreen bocht; anders bestaat het gevaar dat uuit de bocht vliegt.● Wees voorzichtig op oppervlakken met eenlage tractie.u De banden slippen sneller op dit soortoppervlakken en de remweg is langer.●Vermijd continu remmen.u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bijheuvelafwaarts rijden, kunnen de remmenernstig oververhit raken waardoor deremwerking vermindert.●Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijdvoor de meest efficiënte remwerking.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig17Vervolg

#Combi-remUw voertuig is uitgerust met een remsysteem datde remkracht verdeelt tussen de voorwiel- en deachterwielrem.De verdeling van de remkracht tussen de voor- ende achterrem verschilt wanneer u uitsluitend devoorremhendel of de achterremhendel bedient.Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd voorde meest efficiënte remwerking.#Natte of regenachtige omstandighedenWegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, ennatte remmen zorgen voor een verminderderemwerking.Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen ondernatte omstandigheden.Als de remmen nat worden, rem dan tijdens hetrijden op lage snelheid om ze te laten drogen.Parkeren●Parkeer op een stevige, horizontaleondergrond.● Als u op een helling of onverhard terrein moetparkeren, parkeer het voertuig dan zodanig datdit niet kan wegrollen of omvallen.● Zorg ervoor dat hete onderdelen niet incontact kunnen komen met ontvlambarematerialen.● Raak het gebied rond de motor, de remmen ofandere hete onderdelen niet aan voordat zezijn afgekoeld.●Vergrendel altijd het stuur, verwijder de sleutelen sluit de afdekking als u het voertuigonbewaakt achterlaat om de kans op diefstal teverminderen.Het gebruik van een antidiefstalvoorzieningwordt ook aanbevolen.Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig18

#Parkeren op de zijstandaard of demiddenbok1.Zet de aan/uit-schakelaar in de stand (Off).2.Zijstandaard gebruikenKlap de zijstandaard omlaag.Laat het voertuig langzaam naar links leunentotdat het volle gewicht op de zijstandaardsteunt.De middenbok gebruikenGa voor het neerklappen van de middenbokaan de linkerkant van het voertuig staan.Houd de linkerstuurgreep en de handgreep vast.Duw met uw rechtervoet op het uiteinde vande middenbok en trek tegelijkertijd omhoog ennaar achteren.3.Draai het stuur volledig naar links.u Het draaien van het stuur naar rechtsreduceert de stabiliteit en kan tot gevolghebben dat het voertuig omvalt.4.Zet de aan/uit-schakelaar in de stand (Lock)(2 BLZ. 36), verwijder de sleutel en sluit deafdekking (2 BLZ. 37).Voorzorgsmaatregelen voor het rijdenVeiligheid van het voertuig19Linker stuurgreepHandgreepMiddenbok

Accessoires &aanpassingenWij raden u ten sterkste aan om geen accessoireste installeren die niet specifiek door Honda vooruw voertuig zijn ontworpen en geen modificatiesaan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuigaan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveiligworden.Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uwgarantie doen vervallen en het gebruik van uwvoertuig op de openbare weg illegaal maken.Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig teinstalleren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.3WAARSCHUWINGOndeugdelijke accessoires ofaanpassingen kunnen leiden tot eenongeval waarbij u ernstig of dodelijkletsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende accessoiresen aanpassingen.Trek geen aanhangwagen met uw voertuig enkoppel geen zijspan aan uw voertuig.

Uw voertuigis niet ontworpen voor dit toebehoren en hetgebruik hiervan kan het stuurgedrag van uwvoertuig nadelig beïnvloeden.Accessoires & aanpassingenVeiligheid van het voertuig20

Beladen● Het vervoeren van extra gewicht heeft invloedop het rijgedrag, het remgedrag en destabiliteit van uw voertuig.Rijd altijd met een veilige snelheid die isafgestemd op de belading.● Vermijd overbeladen en houd u aan devoorgeschreven beladingslimieten.Maximale gewichtscapaciteit/maximaalbagagegewicht 2 BLZ. 90● Maak alle bagage stevig vast, verdeel hetgewicht van de bagage gelijkmatig en plaatsde bagage dicht bij het midden van hetvoertuig.●Plaats geen objecten dicht bij de lichten of demotor.3WAARSCHUWINGOverbelasting of verkeerd beladen kaneen ongeval veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle limieten en richtlijnen voorbelading in dit instructieboekje.BeladenVeiligheid van het voertuig21

BasishandelingenBedieningshandleiding22#Inspectie voor het rijden (BLZ.57)Voor een veilige rit dient u uw voertuigeerst zorgvuldig te inspecteren.Controleer de resterende lading van deaccu voor de motor.#Acceleratie (BLZ.41)Draai het gas geleidelijk open.Houd u aan de snelheidslimiet.Het gebruik vanbasisfuncties.•Instrumenten (BLZ.26)•Indicatoren (BLZ.33)•Schakelaars (BLZ.34)• Stuurslot (BLZ.36)#De motor activeren (BLZ.39)Controleer of het gebied om u heenveilig is en activeer vervolgens de motor.#Voertuig starten(BLZ.41)Geef, voor u wegrijdt, uw richtingaan met derichtingaanwijzerschakelaar encontroleer of er ander verkeer is.•Afdekking (BLZ.37)• Remvergrendeling(BLZ.38)

Bedieningshandleiding23#Remmen (BLZ.42)Draai de gashendel dicht enbedien de voor- en achterremtegelijk.u Het remlicht geeft aan datu remt.#Parkeren (BLZ.18)#StoppenGeef, als u de weg gaat verlaten,tijdig richting aan. Verlaat de wegsoepel.#Bochten nemenRem voordatu een bochtneemt.Draai de gashendel geleidelijk weeropen zodra u de bocht uit bent.Parkeer op een stevige, horizontale ondergrond.Gebruik de standaard, vergrendel het stuursloten sluit de afdekking van de contactschakelaar.

Bedieningshandleiding27VervolgSnelheidsmeterStand-by-indicatorKnippert als de motor kan worden geactiveerd wanneerde aan/uit-schakelaar in de stand (On) staat.Wanneer de stand-by-indicator nietknippert (BLZ.73)Klok instellen: (BLZ.30)• Ritteller: afstand gereden na het terugstellen van de ritteller. Om de ritteller terug te stellen,houdt u de SEL-schakelaar ingedrukt terwijl de ritteller wordt weergegeven.Kilometerteller [TOTAL]/Ritteller [TRIP]/Klok (12-uursweergave)De SEL-schakelaar selecteert de kilometerteller, ritteller en klok.• Kilometerteller: totale afgelegde afstand.Wanneer "hot" of "cold" knippert (BLZ.74)Indicator zijstandaardGaat branden wanneer de zijstandaardomlaag geklapt is.

Bedieningshandleiding28Instrumenten (Vervolg)Indicator vermogensbegrenzingGaat branden wanneer het vermogen is beperkt.u Het vermogen wordt in de volgende gevallen beperkt. De motorprestaties nemen af, maar u kunt nogsteeds rijden. De indicator gaat automatisch uit wanneer de vermogensbegrenzing niet meer nodig is.Indicator accu voor motorKnippert wanneer er iets afwijkt aan deinstallatie van de accu voor de motor.uAls deze indicator knippert, controleert u de installatievan de accu voor de motor.

(BLZ.74)Wanneer de indicator op een helling gaat branden (BLZ.75)• Als de PCU of motor erg heet is• Als de accu voor de motor erg heet of erg koud isGaat branden wanneer er iets afwijkt aan deaccu voor de motor.• Als de resterende lading van de accu voor de motor laag isu Als deze indicator gaat branden, dient u contactop te nemen met uw erkende dealer.Wanneer de indicator gaat branden bij een temperatuur lager dan 0 °C (BLZ.75)

Bedieningshandleiding29VervolgDe resterende lading van de accu voor de motor wordt weergegeven. Hoe de getallen op de metervoor de accu voor de motor afnemen, hangt af van de rij-omgeving en hoe u rijdt. Als ze afnemen,moet u uw voertuig opladen.Meter accu voor motorStoringsindicatie meter accu voor motor (BLZ.76)u Als de resterende lading van de accu voor de motor daalt tot onder 19%, gaat de meter van de accuvoor de motor knipperen.u Als de resterende acculading van de accu voor de motor lager is dan 0%, kunt u niet met uw voertuigrijden.u Als deze indicator knippert, dient u uwvoertuig te laten controleren bij uwerkende dealer.Informeert u over de afname van decapaciteit van de accu voor de motor.Indicator voor controle van accu voor motorAccu voor motor (BLZ.43)

Klok instellen:aZet de aan/uit-schakelaar in de stand (On).bGeef de klok weer. (BLZ.27)cHoud de SEL-schakelaar ingedrukt, het uurbegint te knipperen.dDruk op de SEL-schakelaar totdat het gewensteuur wordt weergegeven.eHoud de SEL-schakelaar ingedrukt. De minutenbeginnen te knipperen.fDruk op de SEL-schakelaar totdat de gewensteminuten worden weergegeven.gHoud de SEL-schakelaar ingedrukt om deminuten in te stellen. De klok is ingesteld enhet display keert terug naar de normaleweergave.Het display keert onder de volgendeomstandigheden terug naar de normaleweergave.Zelfs in dit geval worden items waarvoor deinstelling aan de gang is genegeerd en wordenalleen items met voltooide instellingentoegepast.●De schakelaar wordt gedurende ongeveer30 seconden niet ingedrukt.●Zet de aan/uit-schakelaar in de stand (Off)en vervolgens in de stand (On).Bedieningshandleiding30Instrumenten (Vervolg)

Helderheid achtergrondverlichtinginstellen:U kunt een van de vijf helderheidsniveausinstellen.aZet de aan/uit-schakelaar in de stand (On).bGeef de kilometerteller weer.cHoud de SEL-schakelaar ingedrukt. Het displayvoor het instellen van de helderheid begint teknipperen.dDruk op de SEL-schakelaar. De helderheidwordt omgeschakeld.eHoud de SEL-schakelaar ingedrukt. Deachtergrondverlichting is ingesteld en deweergave schakelt over naar het wijzigen vande eenheid van snelheid en afgelegde afstand.Bedieningshandleiding31VervolgDruk op de SEL-schakelaar

Eenheid van snelheid en afgelegde afstandwijzigen:aDruk op de SEL-schakelaar om het volgende teselecteren: "km/h" en "km" of "mph" en "mile."bHoud de SEL schakelaar ingedrukt.De eenheden van snelheid en afgelegdeafstand zijn ingesteld en het display keertterug naar de oorspronkelijke weergave.De ingevoerde instelling kan ook wordeningesteld door de aan/uit-schakelaar in destand (Off) te zetten.Als u ongeveer 30 seconden niet op deschakelaar drukt, schakelt de bedieningautomatisch over van de instelmodus naar denormale weergave. Ook in dit geval wordt degeselecteerde instelling gehandhaafd.Bedieningshandleiding32Instrumenten (Vervolg)

ControlelampjesBedieningshandleiding33Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uwerkende dealer controleren op problemen.Indicator grootlichtGaat branden wanneer rijdenmogelijk is en wanneer u rijdt.READY-indicator1Indicator elektrisch systeemAls deze indicator gaat branden ofknipperen terwijl de aan/uit-schakelaar inde stand (On) staat (BLZ.75)Gaat branden wanneer de aan/uit-schakelaar in de stand (On) wordt gezet en gaat na enkele seconden uit.RichtingaanwijzerrechtsRichtingaanwijzerlinksECON-indicatorGaat branden als deECON-modus isingeschakeld.

Bedieningshandleiding35Vervolg Aan/uit-schakelaarSchakelt het elektrische systeem aan/uit,en vergrendelt het stuur. (On)Schakelt het elektrische systeemin voor het starten/rijden. (Lock)Vergrendelt het stuur. (Off)Schakelt het elektrischesysteem uit.u De sleutel kan worden verwijderd inde stand (Off) of (Lock).

StuurslotVergrendel het stuur wanneer u parkeert omdiefstal te voorkomen.Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaarswordt ook aanbevolen.#VergrendelenaDraai het stuur volledig naar links.bDruk de sleutel van de aan/uit-schakelaar erinen draai deze in de stand (Lock).u Draai het stuur als het stuur moeilijkvergrendeld kan worden.cVerwijder de sleutel uit de aan/uit-schakelaar.#OntgrendelenDraai de sleutel voor de aan/uit-schakelaar inde stand (Off).Bedieningshandleiding36Schakelaars (Vervolg)Sleutel aan/uit-schakelaarDuwenDraaien

Afdekking contactschakelaarDe aan/uit-schakelaar voor dit voertuig isuitgerust met een afdekking. Sluit na hetparkeren van het voertuig de afdekking om dekans op diefstal te verminderen.#SluitenaVerwijder de sleutel uit de aan/uit-schakelaar.bBeweeg de knop omhoog zonder deafdekkingssleutel.u U kunt de afdekking ook sluiten door hetuitsteeksel van de afdekkingssleutel uit telijnen met de sleuf van de afdekking en deafdekkingssleutel daarna linksom tedraaien.#OpenenaLijn het uitsteeksel van de afdekkingssleutel uitmet de sleuf van de afdekking.bDraai de afdekkingssleutel rechtsom.Bedieningshandleiding37SleufAfdekkingssleutelVerdikkingSleutel aan/uit-schakelaarKnopSluitenSluitenOpenen

AchterremblokkeringZorg ervoor dat de achterremblokkering isingeschakeld bij het activeren van de motor.#VergrendelenKnijp de achterremhendel in en stel deblokkeerhendel van de achterrem af.uDe achterremblokkering werkt niet als deachterrem niet juist is afgesteld. (BLZ.65)#OntgrendelenKnijp de achterremhendel in.u Controleer voordat u gaat rijden of deachterremblokkering volledig is vrijgezet, zodathet achterwiel niet aanloopt.Bedieningshandleiding38Blokkeerhendel achterremAchterremhendelBlokkeerhendel achterremAchterremhendel

De motor activerenDoor de motor te activeren, kunt u rijden.Dit voertuig is uitgerust met een zijstandaardmet motorblokkering.u De motor wordt niet geactiveerd wanneerde zijstandaard omlaag staat. Zet dezijstandaard altijd omhoog voordat u demotor activeert.u De motor stopt als u de zijstandaardprobeert te gebruiken terwijl de motordraait.LET OPZet, als het voertuig is omgevallen, eerst de aan/uit-schakelaar in de stand (Off) en controleer hetvoertuig vervolgens nauwkeurig.aZet het voertuig op de middenbok.(BLZ.19)bVergrendel de achterremblokkering.(BLZ.38)u De motor wordt alleen geactiveerdwanneer de remhendel wordt ingeknepen.cZet de aan/uit-schakelaar in de stand (On).Bedieningshandleiding39Vervolg

dControleer of de stand-by-indicator knippert.u Als de stand-by-indicator niet knippert, kande motor niet worden geactiveerd.Wanneer de stand-by-indicator nietknippert (BLZ.73)eDruk als de gashendel volledig gesloten is opde motorstartknop.u Wanneer de motor wordt geactiveerd, gaatde READY-indicator branden. U kunt numet uw voertuig rijden. (BLZ.41)u Laat de motorstartknop los zodra deREADY-indicator gaat branden.Wanneer de motor niet werkt (BLZ.73)Bedieningshandleiding40De motor activeren (Vervolg)

RijdenVoertuig startenControleer of de READY-indicator gaatbranden.Als de READY-indicator niet gaat branden, kande motor niet worden geactiveerd. Activeer demotor. (BLZ.39)aDuw het voertuig naar voren van demiddenbok af.u Vergrendel de achterremblokkering.u Houd de gashendel volledig gesloten.Controleer of de zijstandaard en demiddenbok omhoog zijn geklapt.u Draai niet aan de gashendel als dezijstandaard omlaag staat.bGa op het voertuig zitten.u Stap vanaf de linkerkant op, terwijl u tenminste één voet op de grond houdt.cZet de achterremblokkering vrij.dAccelereren en afremmenAccelereren: open de gashendel langzaam.Afremmen: sluit de gashendel.Bedieningshandleiding41VervolgSluiten(afremmen)Openen(accelereren)

3.Schuif de houderhendel naar voren enverwijder de accu voor de motor.#PlaatsenMonteer de onderdelen in de omgekeerdevolgorde van de demontage.u Voordat u het zadel sluit, moet ucontroleren of de vergrendelplaatterugkeert naar de oorspronkelijke positieen stevig vastzit.LET OPOefen geen overmatige belasting uit op dehouderhendel of de vergrendelplaat. Dehouderhendel of de vergrendelplaat kan vervormenen daardoor niet meer goed functioneren.Bedieningshandleiding45VervolgHouderhendelAccu voor motor

u Gebruik alleen de accu voor de motor diedoor Honda is gespecificeerd in uwvoertuig.u Raak de aansluiting in de bak van de accuvoor de motor niet rechtstreeks aan metuw handen of metalen voorwerpen, zoalsgereedschap.u Plaats de accu voor de motor veilig in dejuiste richting door deze uit te lijnen met delabels in de accubak voor de motor.u Controleer of er geen vreemde stoffen ofmaterialen aanwezig zijn in de accubakvoor de motor of op de accuklem.3WAARSCHUWINGAls u de accu voor de motor installeertterwijl er vreemde stoffen of materialenin de bak van de accu voor de motorzitten, kan dit leiden tot rook of brand,wat ernstig of dodelijk letsel kanveroorzaken.Controleer altijd of er geen vreemdestoffen of materialen aanwezig zijn enverwijder deze als ze wel aanwezig zijn.Als u ze niet kunt verwijderen, forceerhet dan niet.

Honda kan in geen geval aansprakelijkworden gesteld voor beschadiging van uw USB-apparaat tijdens het gebruik.Het nominale vermogen is10,5 W (5 V, 2,1 A).u Wanneer de USB-aansluiting wordt gebruikt,zet u de aan/uit-schakelaar in de stand (On).u Sluit de afdekking wanneer het stopcontact nietin gebruik is om te voorkomen dat er iets in hetstopcontact komt.Zet alle aangesloten apparaten goed vast,omdat trillingen kunnen leiden tot beschadigingof onverwacht verschuiven van de apparaten.LET OP• Het gebruik van een warmte-genererendaccessoire of een accessoire met het onjuistenominale vermogen kan het stopcontactbeschadigen.•Gebruik het stopcontact niet tijdens het wassenof in andere natte omstandigheden, omdat hetstopcontact hierdoor beschadigd raakt.• Zorg ervoor dat de kabelboom van hetaccessoire niet ingeklemd of vast komt te zitten.• Zorg ervoor dat de kabelboom van hetaccessoire geen belemmering vormt voor hetstuur of andere bedieningselementen.Bedieningshandleiding47Afdekking

OpberguitrustingZadelZadel openenaDraai het stuur tot het recht vooruit staat.bSteek de sleutel van de aan/uit-schakelaar in het zadelslot.cDraai de sleutel van de aan/uit-schakelaarrechtsom en open het zadel.Zadel sluitenSluit het zadel en duw de achterkant van het zadel naarbeneden totdat dit vastklikt. Controleer of het zadel goed isvergrendeld door het licht omhoog te trekken.Pas op dat u uw sleutel niet in hetopbergcompartiment onder het zadel opbergt.3WAARSCHUWINGAls u voorwerpen op de accu voor de motorplaatst of deze hiermee afdekt, kan dezescheuren of exploderen, waardoor u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Wanneer u voorwerpen in de topkoffer opbergt,moet u ze volledig in de opbergruimte plaatsen.Dek de accu voor de motor niet af en plaats ergeen voorwerpen op.Bedieningshandleiding48ZadelZadelslotSleutel aan/uit-schakelaar

HelmhoudersDe helmhouders bevinden zich onder het zadel.u Gebruik de helmhouder uitsluitend bij hetparkeren.#Zadel openen (BLZ.48)3WAARSCHUWINGRijden met een helm die aan de houderis bevestigd, kan invloed hebben op hetveilige gebruik van uw voertuig enleiden tot een ongeval waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik de helmhouder uitsluitend bijhet parkeren. Rijd niet met een helmdie aan de helmhouder hangt.Bedieningshandleiding49VervolgHelmhouders

Het belang van onderhoudHet belang van onderhoudHet goed onderhouden van uw voertuig isabsoluut essentieel voor uw veiligheid en hetbeschermen van uw investering, optimaleprestaties en het voorkomen van pech. Deeigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud.Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer deperiodieke controles uit die in hetonderhoudsschema zijn vermeld. 2 BLZ.

543WAARSCHUWINGHet niet goed onderhouden van uwvoertuig of het niet repareren van eendefect voordat u gaat rijden kan eenbotsing veroorzaken waarbij u ernstigof dodelijk letsel kunt oplopen.Volg altijd de aanwijzingen voorinspectie en onderhoud volgens deschema's die in dit instructieboekjestaan vermeld.OnderhoudsveiligheidLees altijd de onderhoudsvoorschriften voordat uonderhoud uitvoert en zorg ervoor dat u over debenodigde gereedschappen, onderdelen envaardigheden beschikt.Wij kunnen u niet waarschuwen voor alle denkbarerisico's die zich kunnen voordoen tijdens hetuitvoeren van onderhoud.

Alleen u kunt beslissenof u een bepaalde taak wel of niet zou moetenuitvoeren.Volg deze richtlijnen tijdens het uitvoeren vanonderhoud.●Zet de aan/uit-schakelaar in de stand (Off).●Plaats uw voertuig op een stevige, vlakkeondergrond met behulp van de zijstandaard,de middenbok of een onderhoudsbok voorsteun.●Laat het gebied rond de motor, de remmen enandere hete onderdelen afkoelen voor hetuitvoeren van onderhoud, anders kunt ubrandwonden oplopen.Onderhoud53

OnderhoudsschemaHet onderhoudsschema vermeldt deonderhoudsprocedures die vereist zijn voor veiligeen betrouwbare prestaties.De onderhoudswerkzaamheden moeten wordenuitgevoerd overeenkomstig de normen enspecificaties van Honda door geschoolde enbevoegde monteurs. Uw erkende dealer voldoetaan deze vereisten. Het bijhouden van eennauwkeurig onderhoudsrapport zorgt ervoor datuw voertuig goed wordt onderhouden.Zorg ervoor dat de monteur die het onderhouduitvoert dit onderhoudsrapport invult.Het periodieke onderhoud wordt beschouwd alsnormale onderhoudskosten voor de eigenaar diedoor uw erkende dealer in rekening zullen wordengebracht. Bewaar alle facturen. Deze facturenmoeten aan de nieuwe eigenaar worden verstrektwanneer u het voertuig verkoopt.Honda raadt aan om uw erkende dealer eenproefrit met uw voertuig te laten maken na hetuitvoeren van het periodieke onderhoud.Onderhoud54

ItemsInspectievoor hetrijden2 BLZ. 57Frequentie *1JaarlijksecontroleRegelma‐tig ver‐vangenZiepagina× 1000 km 1 6 12 18 24 30 36× 1000 mijl 0,6 4 8 12 16 20 24Lading accu voor motor –Werking van degashendel71Remvloeistof *22 jaar –Slijtage remblokken/‐schoenen65, 69Remsysteem 57Remvergrendeling 38, 65Koplamphoogte ‐Lichten/claxon 57Zijstandaard 70Onderhoudsniveau Onderhoudslegenda: Tussenniveau. Wij raden u aan het onderhoud uit telaten voeren door uw erkende dealer, tenzij u overhet benodigde gereedschap en de mechanischevakkundigheid beschikt.De procedures zijn vermeld in een officiëlewerkplaatshandleiding van Honda.: Inspecteren (reinigen, afstellen, smeren, ofvervangen, indien nodig): Technisch. Met het oog op uw veiligheid raden wijaan om het voertuig voor een onderhoudsbeurtnaar uw erkende dealer te brengen.OnderhoudsschemaOnderhoud55Vervolg

StandaardonderhoudInspectie voor het rijdenMet het oog op de veiligheid bent uverantwoordelijk om een controle voor het rijdenuit te voeren en alle vastgestelde problemen tecorrigeren. Een controle voor het rijden is eenmust, niet alleen met het oog op de veiligheid,maar omdat pech, of zelfs een lekke band, eenaanzienlijk ongemak kan betekenen.Controleer het volgende voordat u op uw voertuigstapt:● Lading accu voor motor - Controleer deresterende lading van de accu voor de motoren laad deze indien nodig op 2 BLZ. 29●Gashendel - Controleer of de gashendel in allestuurstanden goed opent en sluit 2 BLZ. 71●Remmen − Werkingscontrole;Voor: remvloeistofniveau en remblokslijtagecontroleren 2 BLZ. 64, 2 BLZ. 65Achter: schoenslijtage en speling controleren,aanpassen indien nodig 2 BLZ. 69, 2 BLZ.

Onderdelen vervangenGebruik altijd originele Honda-onderdelen ofgelijkwaardige onderdelen om betrouwbaarheiden veiligheid te waarborgen.Vermeld de modelnaam, kleur en code vermeld ophet kleurenlabel bij het bestellen van gekleurdeonderdelen.Het kleurenlabel bevindt zich onder het zadel.3WAARSCHUWINGHet monteren van andere onderdelendan Honda‐onderdelen kan uwvoertuig onveilig maken en een botsingveroorzaken waarbij u ernstig ofdodelijk letsel kunt oplopen.Gebruik altijd originele Honda‐onderdelen of gelijkwaardigeonderdelen die voor uw voertuigwerden ontworpen en goedgekeurd.StandaardonderhoudOnderhoud58Kleurenlabel

12V-accuBreng uw voertuig naar uw erkende dealer voorhet laten verwijderen van de 12V-accu.LET OPDe 12V-accu is van het onderhoudsvrije type en kanpermanent worden beschadigd als de doppenstripwordt verwijderd.Dit symbool op de 12V-accu duidt aan dathet product niet met het huishoudelijkafval mag worden afgevoerd.LET OPEen verkeerd afgevoerde 12V-accu kan schadelijkzijn voor het milieu en de menselijke gezondheid.Leef altijd de lokale regels voor het correct afvoerenvan 12V-accu's na.LET OPHet monteren van elektrische accessoires vanandere fabrikanten dan Honda kan het elektrischesysteem overbelasten, de 12V-accu doen ontladenen mogelijk het systeem beschadigen.StandaardonderhoudOnderhoud60

RemvloeistofGeen remvloeistof bijvullen of verversen, behalve in eennoodgeval. Gebruik uitsluitend verse remvloeistof uiteen afgesloten houder. Als u remvloeistof bijvult, moethet remsysteem zo snel mogelijk door uw erkendedealer worden onderhouden.LET OPRemvloeistof kan kunststof- en gelakte oppervlakken beschadigen.Verwijder gemorste remvloeistof onmiddellijk enreinig het oppervlak grondig.Aanbevolen remvloeistof:Honda DOT 3- of DOT 4-remvloeistof ofgelijkwaardigBanden (inspecteren/vervangen)#Bandenspanning controlerenControleer uw banden met het blote oog en gebruik eenbandenspanningsmeter om de bandenspanning tenminste één keer per maand te meten of wanneer uconstateert dat de bandenspanning laag is.

#Profieldiepte controlerenControleer de bandslijtage-indicatoren. Vervangde banden onmiddellijk zodra deze zichtbaarworden.3WAARSCHUWINGHet rijden op banden die overmatig zijnversleten of verkeerd zijn opgepompt,kan een botsing veroorzaken waarbij uernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.Volg alle aanwijzingen in ditinstructieboekje betreffende de juistebandenspanning en onderhoud.StandaardonderhoudOnderhoud62Locatiemarkeringslijtage-indicatorof TWI

Laat uw banden door uw erkende dealervervangen.Zie "Specificaties" voor de aanbevolen banden enbandenspanning. 2 BLZ. 90Volg deze richtlijnen voor het vervangen vanbanden:●Gebruik de aanbevolen banden ofgelijkwaardige banden waarvan debandenmaat, constructie, snelheidswaarde enhet belastingsbereik identiek zijn.●Installeer geen binnenband in een tubelessband op dit voertuig.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Honda EM1 e: (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden