H.Koenig KOL6812 Handleiding

H.Koenig Airco KOL6812

Bekijk gratis de handleiding van H.Koenig KOL6812 (148 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over H.Koenig KOL6812 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/148
Instruction manual
Manuel d'utilisation
Gebruachsanweisung
Gebruiksaanwijzing
Manual de Usuario
Manuale d’uso
KOL6812
PORTABLE AIRCONDITIONER
CLIMATISEUR MOBILE
MOBILEKLIMAANLAGE
DRAAGBAREAIRCONDITIONER
AIRE ACONDICIONADO
PORTATILCONDIZIONATORE
PORTATILE

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: H.Koenig
Categorie: Airco
Model: KOL6812
Kleur van het product: Wit
Timer: Ja
Gewicht: - g
Breedte: - mm
Diepte: - mm
Hoogte: - mm
Geluidsniveau: - dB
Soort: Mobiele airconditioner uit één stuk
Aantal snelheden: 3
Type timer: Digitaal
Air conditioner functies: Cooling,Dehumidifying,Fan
Jaarlijks energieverbruik (koelen): - kWu
Energie-efficiëntieklasse (koeling): A
Op afstand bedienbaar: Ja
Koelcapaciteit in watt (opgegeven): - W
Energieverbruik per uur (koeling): - kWu
Energieverbruik per uur (verwarming): - kWu
Koelcapaciteit (max): 12000 BTU/h
Koel capaciteit in watt (max): 3500 W
Verwarmingscapaciteit in watt (max): - W
Verwarmingscapaciteit in watt (opgegeven): - W
Afstandsbediening inbegrepen: Ja
Timerduur (maximum): 24 uur
Comfort-slaapstand: Ja

Handleiding H.Koenig KOL6812 – volledige tekst

NEDERLANDS VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Bedankt voor het kiezen van het nieuwe model van de Draagbare Airconditioner. Lees voor installatie en gebruik eerst de gebruiks- en onderhoudshandleiding door. Bewaar deze gebruiks- en onderhoudshandleiding op een veilige plek voor toekomstig gebruik. Het koudemiddel dat in de draagbare airconditioner wordt gebruikt is de milieuvriendelijke koolwaterstof R290. Dit koudemiddel is geurloos en in vergelijking met een alternatief koudemiddel is R290 ozonvrij. Lees voor gebruik en reparatie de handleiding zorgvuldig door. De tekeningen in deze handleiding kunnen mogelijk niet overeenkomen met de fysieke objecten. Raadpleeg de fysieke objecten.

WAARSCHUWING lGebruik geen middelen om het ontdooiproces teversnellen of om schoon te maken, anders danaanbevolen door de fabrikant.lHet apparaat moet in een ruimte worden geplaatstzonder werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld:open vuur, een werkend gastoestel of een werkendeelektrische verwarming).lNiet doorprikken of verbranden.lKoudemiddelen kunnen geurloos zijn.lHet apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt enopgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlakgroter dan 12,5 m2.lHoud alle vereiste ontluchtingsopeningen vrij vanobstakels.lOnderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoalsaanbevolen door de fabrikant.lHet apparaat moet worden geplaatst in een goedgeventileerde ruimte waarbij de grootte overeenkomtmet de ruimte die voor het gebruik is gespecificeerd.

lElk persoon die is betrokken bij het werken aan ofopenen van een koudemiddelcircuit, dient in het bezitte zijn van een geldig certificaat van een door deindustrie geaccrediteerde beoordelingsinstantie, diezijn of haar bekwaamheid autoriseert omkoudemiddelen veilig te hanteren in overeenstemmingmet een door de industrie erkendebeoordelingsspecificatie.lOnderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoalsaanbevolen door de fabrikant van de apparatuur.Onderhoud en reparatie waarvoor de assistentie vanander deskundig personeel nodig is, moet wordenuitgevoerd onder toezicht van de persoon diecompetent is in het gebruik van ontvlambarekoudemiddelen.lAlle werkprocedures die van invloed zijn op deveiligheidsmaatregelen mogen alleen door deskundigepersonen worden uitgevoerd.lVermijd stoten tijdens het verplaatsen om lekkage inde koelleiding te voorkomen.Brandbaar materiaal.

!OPMERKINGEN: l De airconditioner is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis en is niet geschikt voor andere toepassingen. l Volg de lokale netverbindingsregels tijdens het installeren van de airconditioner en zorg dat deze goed is geaard. Indien u vragen heeft over de elektrische installatie, volg de instructies van de fabrikant en vraag indien nodig een professionele elektricien om deze te installeren. l Plaats de machine op een platte en droge plaats met een afstand van meer dan 50 cm tussen de machine en de omliggen objecten of muren. l Nadat de airconditioner is geplaatst, steek de stekker in het stopcontact zit en zorg dat deze stevig is aangesloten. Plaats de stroomkabel op een ordelijke manier om te voorkomen dat iemand struikelt of de stekker eruit trekt. l Stop geen objecten in de luchtinlaat en luchtuitlaat van de airconditioner.

Houd de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij van obstakels. l De afvoerpijpen moeten bij de installatie correct worden aangesloten en niet worden vervormd of gebogen. l Trek tijdens het afstellen van de bovenste en onderste windgeleidingsstrips van de luchtuitlaat, deze voorzichtig met beide handen om beschadiging van windgeleiderstrips te voorkomen. l De machine dient bij verplaatsing rechtop te staan. l Plaats de machine niet in de nabijheid van benzine, ontvlambaar gas, kachels en andere warmtebronnen.

lDemonteer, reviseer en wijzig de machine nietwillekeurig. Dit kan een defect aan de machineveroorzaken of zelfs schade aan personen eneigendommen toebrengen. Is de machine defect, vraagdan de fabrikant of een professionele partij omreparatie om gevaar te voorkomen.lInstalleer en gebruik de airconditioner niet in debadkamer of andere vochtige omgevingen.lTrek de stekker er niet uit om de machine te stoppen.lPlaats geen bekers of andere objecten op de behuizingom te voorkomen dat water of andere vloeistoffen in deairconditioner terechtkomen.lGebruik geen insectenspray of andere vlambare stoffenin de buurt van de airconditioner.lPoets of was de airconditioner niet met chemischeoplosmiddelen zoals benzine en alcohol. Wanneer u deairconditioner wilt reiningen, dient u de stroomtoevoeraf te sluiten en de airconditioner te reinigen met eenvochtige zachte doek.

Als de machine echt vies is,schoonmaken met een zacht schoonmaakmiddel.lDit apparaat is niet bedoeld voor gebruik doorpersonen met een verminderd lichamelijk, mentaal ofsensorisch vermogen of gebrek aan ervaring en kennis(inclusief kinderen), tenzij zij instructies hebben gehadom het apparaat te gebruiken door een persoon dieverantwoordelijk is voor hun veiligheid gebruik van heten begrijp de gevaren die ermee gepaard gaan.lKinderen moeten onder toezicht staan om ervoor tezorgen dat ze niet met het Gebruik dit apparaat niet alshet een beschadigde kabel of stekker heeft, het nietcorrect werkt of als het beschadigd is of is gevallen. Als

de stroomkabel beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, klantenservice, servicemonteur of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon, om gevaren te vermijden. lHet apparaat moet worden geïnstalleerd inovereenstemming met de nationale installatievoorschriften. lHet apparaat mag niet worden gebruikt als het isgevallen, er zijn duidelijke tekenen van schadezichtbaar of er zijn lekken.

Opslag van verpakte (onverkochte) apparatuurDe beveiliging van de opslagverpakking moet zodanig worden geconstrueerd datmechanische schade aan de apparatuur in de verpakking geen lekkage van het koudemiddelzal veroorzaken.De maximale hoeveelheid apparatuur dat gelijktijdig mag worden opgeslagen, wordtbepaald door lokale voorschriften.Het apparaat moet worden opgeslagen om mechanische schade te voorkomenOpmerking:De beste omgevingstemperatuur voor koeling is 17-35 °C en de optimaleomgevingstemperatuur voor verwarming is 8-25 °C.Parameter zekering: φ5.0x20mm 3.15A,250Vac.Het apparaat is gevuld met ontvlambaar gas R290. De maximale hoeveelheid koudemiddelis 260 gr.De GWP-waarde van het koudemiddel R290 is 3.Neem voor elke reparatie contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum envolg uitsluitend de instructies van de fabrikant op.KENMERKEN EN IDENTIFICATIE VAN ONDERDELEN1.

KenmerkenlNieuw uiterlijk met compact design en meer luxe.lDe uitlaatklep draait automatisch en de windrichting is naar behoefte van de consument.lMooi en eenvoudig uiterlijk, gehumaniseerd design met opbergruimte voorafstandsbediening die kan worden geplaatst in een houder aan de achterkant van de unit.lEenvoudige bediening, digitaal bedieningspaneel met ledweergave en geavanceerde LCD-afstandsbediening.lKabelhaspel en universele contactdoos voor een betere bescherming van de stroomkabel.l24-uurs timerfunctie, unieke aan/uit herinneringsmuziek.

BEDIENING EN INSTELLINGEN 1. BedieningspaneelIn dit gedeelte wordt een correcte bediening van de mobiele airconditioner uitgelegd.2. Besturing bedieningspaneelA. Powerknop (POWER): druk op de powerknop, de stroomindicatielampjes lichten op in groen; wanneer het apparaat aan is, druk op de powerknop, de stroomindicatielampjes gaan uit (of rood).B. Modusknop (MODE): druk op deze knop om te kiezen en de gewenste werkmodus te selecteren. Alle modi veranderen van KOEL - DEHUM - VENTILATOR, waarbij het indicatielampje dienovereenkomstig oplicht.C. Ventilatorknop (FAN): druk op deze knop om de snelheid van de ventilator te veranderen naar Hoog, Gemiddeld of Laag.D. Omhoogknop: druk op de omhoogknop om de ingestelde temperatuur of timing aan te passen.E. Omlaagknop: druk op de omlaagknop om de ingestelde temperatuur of timing aan te passen.F.

Timerknop (TIMER): druk op de timerknop om de timing en de querytiming in te stellen en de timing te annuleren.G. "Omhoog" + "Omlaag" knop: druk tegelijkertijd op deze knoppen om de temperatuur op het display aan te passen (Fahrenheit / Celsius).H. "Timer" + "Omhoog" knop: druk tegelijkertijd op deze knoppen om de slaapmodus te selecteren.I. "Timer" + "Ventilator" knop: druk tegelijkertijd op deze knoppen om de swingfunctie aan of uit te zetten.

3. Bediening afstandsbediening1) Power: druk op deze knop om de unit te starten wanneer het van spanning wordt voorzienof te stoppen wanneer het in werking is.2) Modus: druk op deze knop om de bedieningsmodus te selecteren.3) : Druk op deze knop om de kamertemperatuur en de timersinstelling te verhogen.4) : Druk op deze knop om de kamertemperatuur en de timersinstelling te verlagen.5) Ventilator: druk op deze knop om de ventilatorsnelheid in volgorde te selecteren: Laag →Gemiddeld → Hoog.6) Auto-swing: druk op deze knop om de auto-swingfunctie aan of uit te zetten.7) Slaapmodus: druk op deze knop om de slaapmodus te selecteren of te annuleren (alleeneffectief onder koelende of energiebesparende modus).8) Timer: druk op deze knop om AUTO-AAN en AUTO-UIT tijd in te stellen. Tijd kan wordenaangepast tussen 0,5-24 uur.

Het springt met een interval van 0,5 uur binnen 5 uur en eeninterval van 1 uur over 5 uur, de ingestelde tijd knippert 5 keer op het scherm en bevestigde instelling.Installeer voor gebruik eerst de AAA-batterijen in de afstandsbediening. 1) Druk en schuif het batterijklepje aan de achterkant van de afstandsbediening om het klepjete verwijderen.2) Plaats twee nieuwe alkaline AAA-batterijen in het batterijvak en zorg voor de juiste polariteit.Maak het batterijklepje weer vast en zorg dat hetvergrendelinglipje op zijn plaats klikt.Opmerkingen: lGebruik alleen alkaline batterijen.Gebruik geen oplaadbare batterijen.Omhoog- en VentilatorsnelheidTimerknop SlaapmodusknLCD-display scherm Powerknop Modusknop Auto-swingknop Auto-reinigingsknop Let op de juiste polariteit van de batterijen

lVervang altijd beide batterijen met nieuwe batterijen. Mix geen oude en nieuwe batterijen.lVerwijder de batterijen uit de afstandsbediening als de airconditioner voor langere tijd nietwordt gebruikt.4. Opbergen afstandsbediening1) Plaats de afstandsbediening in het ingebouwde compartiment aan de linkerkant van deunit en druk deze voorzichtig in om te sluiten.2) Druk zachtjes op het onderste gedeelte van het ingebouwde compartiment om deze teopenen en de afstandsbediening uit te nemen.Opmerking: plaats de afstandsbediening in de opbergruimte om deze niet kwijt te raken. WAARSCHUWING Als er vloeistof uit de batterijen op de huid of kleding terechtkomt, was deze dan goed met schoon water. Gebruik de afstandsbediening niet als de batterijen lekken. Als u vloeistof uit batterijen binnenkrijgt, poets dan uw tanden en raadpleeg een arts.

BEDIENING EN TRANSPORT 1. Handgreep en verplaatsing van de unit1) Houd de grepen aan de zijkanten vast om de unit in eenrechtopstaande positie te verplaatsen.Opmerking:lHoud de unit in een rechtopstaande positie bij bediening ofbij verplaatsing.lVoer het water in de unit volledig af om te voorkomen dat erwater lekt en de vloer of het tapijt nat worden voordat u hetapparaat bedient of verplaatst.lNeem de afstandsbediening uit de opbergruimte en bewaardeze.INSTALLATIE EN AFSTELLING 1. InstallatieOpmerkingen:lTenminste 2 uur voor de eerste installatie moet de mobiele airconditioner rechtop staan.lDe airconditiner kan binnenshuis eenvoudig worden verplaatst: houd de unit in eenrechtopstaande positie tijdens de verplaatsing.

De airconditioner moet op een platteondergrond worden geplaatst.lInstalleer en bedien de airconditioner niet in de badkamer of andere vochtige omgevingen.1) Installatie van uitlaatslangassemblage en de adapter.A. Haal de uitlaatslang, de connector en de adapter eruit en verwijder de plastic zak.B. Verleng één uiteinde van de uitlaatslang en schroef het uiteinde zonder gleuf in tenminste3 slagen en tegen de klok in op de ronde connector.C. Verleng het andere uiteinde van de uitlaatslang en schroef in tenminste 3 slagen en tegende klok in op de adapter.Opmerking: schroef de ronde connector en adapter in de juiste positie, in tenministe 3 slagen, voor een goede aansluiting van de uitlaatslangassemblage.

2) Installatie van de vensterafdichtingsplaatA. Maak het venster half open en zet de afdichtingsplaat in verticale of horizontale positie inhet venster.B. Verleng de onderdelen van de afdichtingsplaat en pas deze aan de lengte van het vensteraan. Houd beide uiteinden tegen de vensterrand en bevestig deze met schroeven.Opmerking: lHoud twee uiteinden van de vensterafdichtingsplaat goed tegen de vensterranden om eenafdichtingseffect te verzekeren.lDraai de schroef in de juiste positie.3) Installatie van de unitA. Verplaats de unit met de uitlaatslangassemblage voor het venster en houd de unit opminstens 50 cm afstand van muren of andere objecten.B. Monteer het rechthoekige uiteinde van de uitlaatslangassemblage op het overeenkomstigerechthoekige gat in de vensterafdichtingsplaat, bevestig met een schroef en sluit hetvenster.

Opmerking: lSchuif de adapter naar beneden en zorg ervoor dat de adapter op een goede positie isgeïnstalleerd.lZorg dat de richting van het schuine paneel overeenkomt met de richting van deafdichtplaat.lDe uitlaatslang kan niet worden gebogen of niet verder dan 45°, om een goedeontluchting van de uitlaatslang te behouden.Belangrijke opmerkingen: de uitlaatslang is 280 mm - 1500 mm lang. Deze lengte is gebaseerd op de specificatie van de airconditioner(s). Gebruik de slang niet overmatig lang of vervang deze niet door andere slangen omdat dit de functies van de airconditioner kan beïnvloeden. De uitlaatslang moet glad zijn, anders kan de airconditioner oververhit raken en beschadigd worden. AFVOERINSTRUCTIE 1.

Handmatige afvoer:1) Het apparaat stopt omdat het vol zit met water: schakel het apparaat uit en verwijder destekker uit het stopcontact.2) Plaats de bak onder de wateruitlaat aan de achterkant van de unit.3) Schroef de afvoerdeksel eraf en haal de waterstop eruit om het water in de bak te latenlopen.4) Steek na de afvoer de waterstop terug en schroef de afvoerdeksel stevig op de wateruitlaat.Opmerkingen:lBescherm de afvoerafdeksel en waterstop op een correcte manier.lVerplaats de unit voorzichtig om lekkage te voorkomen.lKantel de unit iets naar achteren tijdens de afvoer.lBlokkeer het afvoergat zo snel mogelijk voordat de bak vol is om te voorkomen dat waterlekt en de vloer of het tapijt nat worden.

Continue afvoer1) Schroef de afvoerdeksel eraf en haal de waterstop eruit.2) Verbind het afvoergat zo diep mogelijk met φ13mm afvoerslang om lekkage te voorkomen.3) Trek de afvoerslang door naar de badkamer of naar buiten.Opmerkingen:lDe afvoerslang moet worden geïnstalleerd als er geen water in de bak zit.lOm voldoende water te recyclen in de unit om de koelingseffecten te verbeteren, wordtaangeraden om niet continue water af te voeren als de unit in de KOEL-modus staat.lPlaats de afvoerslang op een onbereikbare plek, niet hoger dan de afvoeropening en houdde afvoerslang recht zonder enige buiging.lBewaar de afvoerdeksel en waterstop op een correcte manier wanneer water continu wordtafgevoerd.lDe afvoerpijp dient afzonderlijk te worden gekochtMEERDERE BEVEILIGINGSFUNCTIES 1.

AntivriesbeveiligingsfunctieKOEL-modus: als de compressor langer dan 10 minuten continu werkt en als debuistemperatuur 20 seconden lang ≦2℃/36℉ is, gaat de antivriesbeveiligingsfunctie aan,E4 wordt op het LCD-scherm weergegeven, de compressor en het waterwiel zullenstoppen maar de bovenste ventilator blijft in werking. Als de buistemperatuur≧8℃/46℉is, stopt de unit de antivriesbeveiliging en herstelt het de oorspronkelijke werkinstelling. Decompressor zal ter beveiliging herstarten met 3 minuten vertraging.Afvoerdeksel

2. “Water vol”-veiligheidsalarm en afsluitbeveiligingWanneer het watervolume het alarmniveau in het chassis overschrijdt, dan klinkt eenautomatische waarschuwing en gaat het pictogram “water vol” op het LCD-schermbranden. Het condensaat moet worden afgevoerd en de unit opnieuw worden opgestart.(Voor meer informatie over afvoeren, raadpleeg ''Afvoerinstructies”). Als de unit niethandmatig wordt uitgeschakeld, schakelt de unit automatisch naar de oorspronkelijkewerkinstelling als het water volledig is afgevoerd. Of sluit de stroom aan om de unit opnieuwte starten.3. Vertragende beveiligingsfunctie van compressorDeze unit biedt herstartbeveiliging van de compressor.

Behalve dat de compressoronmiddellijk kan starten wanneer de unit voor de eerste keer wordt ingeschakeld, is er eenherstartbeveiliging van 3 minuten nadat de compressor is uitgeschakeld.ONDERHOUD EN SERVICE Opmerking: zorg dat de unit is uitgeschakeld en de stekker uit het stopcontact is voordat onderhoud of verzending naar het servicecentrum plaatsvindt. 1.

Oppervlaktereiniging1) Reinig het oppervlak van de unit met een natte, zachtedoek en gebruik geen chemische oplosmiddelen zoalsalcohol en benzine om schade aan de unit tevoorkomen.2) Maak de vieze luchtafvoer of kleppen schoon met eennatte zachte doek en schoonmaakmiddel.3) Het is verboden om een chemisch oplosmiddel tegebruiken voor de reiniging van de unit of omdergelijke producten lange tijd in de buurt van hetapparaat te bewaren.4) Elke verdunner, middelen met alcohol of anderevergelijkbare oplosmiddelen zijn verboden voor dereiniging van de unit.

2. FilterreinigingReinig de filter elke twee weken. De unitfunctie wordtbeïnvloed als de filter verstopt is met stof.1) Hoe de filter te reinigenA. Pak de handgreep van de filter en trek dezevoorzichtig in de juiste richting.B. Reinig de vuile deeltjes in de filter met een cleanerals dit nodig is.C. Dompel en was de filter voorzichtig in warm water(ongeveer 40℃) gemengd met een neutrale reiniger,spoel en droog deze vervolgens grondig.Opmerkingen: lTrek de filter er voorzichtig uit.lVerwijdering van de filter op het achterpaneel heeftprioriteit in vergelijking tot de filter op het zijpaneel, omte voorkomen dat de filter draait of beschadigd raakt.lDruk het gaas niet plat.lRaak het gaas niet met scherpe voorwerpen of eenborstel.

3. Installatie van de filterRicht het uiteinde van de filter in de richting van degleuf en druk de filter voorzichtig in de gleuf.Opmerkingen:lInstalleer de filter op het zijpaneel en vervolgens op hetachterpaneel.lInstalleer de filter in de tegenovergestelde richting vanverwijdering.lInstalleer de filter voorzichtig op de plaats om schadete voorkomen.4. Opslag bij einde van het seizoen1) Schroef de afvoerdeksel eraf en trek de stop eruit omhet condenswater volledig af te voeren.

(Opmerking:de kantelhoek van de unit moet ≦30° zijn).2) Laat de unit een halve dag in ventilatiemodus draaienom de binnenkant van de unit volledig te drogen en omschimmel te voorkomen.3) Schakel de unit uit, verwijder de stekker uit hetstopcontact, wikkel de stroomkabel om dekabelhaspel, steek de stekker in het universelebevestigingsgat aan de achterkant van de unit eninstalleer de waterstop en de afvoerdeksel.4) Verwijder de warmteuitlaatslangassemblage, reinigdeze en bewaar naar behoren.Opmerkingen: lHoud de uitlaatslangassemblage tijdens hetverwijderen met beide handen vast.lDruk de bevestigingen op de luchtuitlaat met deduimen opzij en trek vervolgens deuitlaatslangassemblage naar buiten.

! 5) Plaats de airconditioner op correcte wijze in een zachte plastic zak, plaats deze op een droge stofvrije plek en houd de unit uit de buurt van kinderen. 6) Haal de batterijen uit de afstandsbediening en bewaar deze op correcte wijze. Opmerking: zorg dat de unit op een droge plaats wordt opgeslagen. Alle accessoires van de unit moeten op correcte manier bij elkaar worden gehouden.

PROBLEEMOPLOSSING Controleer de unit en de onderstaande suggesties voordat u een professionele service inschakelt. Demonteer of repareer het apparaat nooit zelf omdat het schade aan u of uw eigendommen kan veroorzaken. Als problemen niet in de tabel staan vermeld of aanbevolen oplossingen niet werken, neem dan contact op met een professionele service-organisatie.

Probleem Oorzaak Oplossing De unit start niet op Stroomonderbreking Sluit de unit aan op een stopcontact en zet aan Water is vol en icoonverlichting Opgeslagen water in de unit afvoeren Omgevingstemperatuur te laag of te hoog Het wordt aanbevolen de unit de gebruiken tussen 8-35℃ De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur in de koelmodus of hoger dan in de verwarmingsmodus Verander de ingestelde temperatuur Slechte koeleffecten Er is direct zonlicht Sluit de gordijnen De deuren en ramen staan open, de kamer is druk en er zijn andere warmtebronnen Sluit deur en raam, verwijder andere warmtebronnen en plaats nieuwe airconditioners Vieze filter Reinig of vervang het filtergaas Luchtinlaat of luchtuitlaat verstopt Verwijder obstructie Hoog geluidsniveau De unit is geplaatst op een oneven ondergrond Plaats de unit op een vlakke en stevige plaats (kan ruis verminderen) De compressor werkt niet Begin van beveiliging tegen oververhitting Wacht totdat de termperatuur daalt, de unit zal automatisch herstarten Afstands-bediening werkt niet Te v er w eg Breng de afstandsbediening dichterbij de airconditioner en richt op de signaalontvanger op de unit De afstandsbediening is niet gericht op signaalontvanger op de unit De batterijen geven geen stroom Vervang de batterijen Weergave “E1” code Storing buistemperatuursensor Controleer de buistemperatuursensor en bijbehorende circuits Weergave “E2” code Storing kamertemperatuursensor Controleer de kamertemperatuursensor en bijbehorende circuits Weergave “E4” code Antivriesbeveiliging Automatische hervatting van functies wanneer de antivriesbeveiliging voorbij is Weergave FL Watertank in het chassis is vol Voer het condensaat af en start de unit opnieuw.

1. Informatie over onderhoud1) ControlesAlvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koudemiddelen te beginnen,zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot eenminimum wordt beperkt. Voor reparatie aan het koelsysteem moeten de volgendevoorzorgsmaatregelen in acht worden genomen alvorens werkzaamheden aan het systeemuit te voeren. 2) WerkprocedureDe werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure omhet risico op aanwezigheid van een ontvlambaar gas of damp te minimaliseren ten tijde vande werkzaamheden. 3) Algemeen werkgebiedAlle onderhoudspersoneel en personen die in de omgeving werken, moeten wordengeïnstrueerd over de aard van de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Werk in eenbesloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte wordt afgezet.

Zorg dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn door controle op ontvlambaar materiaalte houden. 4) Controleer de aanwezigheid van koudemiddelHet gebied moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschiktekoudemiddeldetector, om te zorgen dat de technicus op de hoogte is van een potentieelontvlambare atmosfeer. Zorg dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voorgebruik met ontvlambare koudemiddelen, d. w. z. niet-vonkend, adequaat afgesloten ofintrinsiek veilig. 5) Aanwezigheid van brandblusserEr moet een geschikte brandblusser aanwezig zijn als 'heet' werk wordt uitgevoerd aan dekoelapparatuur of de daarmee samenhangende onderdelen. Zorg voor een droog poeder ofCO2 brandblusser naast het laadgebied.

6) Geen ontstekingsbronnenNiemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koudesysteem waarbijpijpwerk wordt blootgesteld dat brandbaar koudemiddel bevat, dient enige ontstekingsbronop zodanige wijze gebruiken dat dit kan leiden tot een risico op brand of ontploffing.

Allemogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten voldoendeverwijderd worden gehouden van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer,omdat het ontvlambare koudemiddel mogelijk naar de omringende ruimte kan wordenvrijgegeven. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet het gebied rond de apparatuurworden gecontroleerd om zeker te zijn dat er geen ontvlambare gevaren ofontstekingsrisico's zijn. “Niet Roken”-borden moeten worden weergegeven.

7) Geventileerde ruimteZorg dat in een open gebied wordt gewerkt of dat er voldoende ventilatie is voordat hetsysteem wordt opengemaakt of wanneer er sprake is van “heet”-werk. Ook tijdens hetuitvoeren van werkzaamheden dient er een voldoende niveau van ventilatie te zijn. Deventilatie moet veilig elk vrijgekomen koudemiddel verspreiden en bij voorkeur het buiten inde atmosfeer verdrijven. 8) Controles op de koude-apparatuurWanneer elektrische onderdelen worden vervangen, moeten ze geschikt zijn voor het doelen de juiste specificatie. De onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant moeten tealle tijden worden gevolgd. In geval van twijfel, raadpleeg de technische dienst van defabrikant voor assistentie.

De volgende controles moeten worden toegepast op installaties met ontvlambarekoudemiddelen:a) De laadcapaciteit is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin deonderdelen met koudemiddel zijn geïnstalleerd. b) De ontluchtingsapparatuur en ontluchtingsuitlaten werken adequaat en worden nietbelemmerd. c) Als een indirect koudecircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit op deaanwezigheid van koudemiddel worden gecontroleerd. d) De markering op de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar. Markeringen en tekens dieonleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd.

e) Koudemiddelleidingen of -onderdelen worden geïnstalleerd in een positie waar hetonwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die onderdelen vankoudemiddelen kunnen aantasten, tenzij de onderdelen zijn vervaardigd van materialen dieinherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze worden beschermd tegencorrosie. 9) Controles op elektrische apparatenReparatie en onderhoud van elektrische onderdelen omvatten initiële veiligheidscontrolesen inspectieprocedures. Als een storing de veiligheid in gevaar zou kunnen brengen, mag ergeen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten voordat het probleem correct isafgehandeld.

Als de storing niet onmiddellijk kan worden opgelost, maar het werk moetworden voortgezet, moet een passende tijdelijke oplossing worden gevonden. Dit moetworden gerapporteerd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen wordengeadviseerd. De eerste veiligheidscontroles omvatten:a) Condensatoren ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om vonkvorming tevoorkomen.

b) Elektrische onderdelen en bedrading worden niet blootgesteld tijdens het opladen, herstellen of reinigen van het systeem. c) Continuïteit van aardeverbinding. 2. Reparaties aan verzegelde onderdelen 1) Tijdens reparaties aan verzegelde onderdelen moeten alle elektrische verbruikers worden losgekoppeld van de apparatuur voordat verzegelde deksels worden verwijderd, enz. Als het absoluut noodzakelijk is om tijdens onderhoud een stroomvoorziening te hebben naar het apparaat, moet een permanent werkende vorm van lekdetectie op het meest kritieke punt worden geplaatst om, in geval van een gevaarlijke situatie, een waarschuwing af te geven. 2) Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het volgende: zorg dat de behuizing door werkzaamheden aan elektrische onderdelen niet zodanig wordt veranderd dat het beveiligingsniveau wordt beïnvloed.

Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, aansluitingen die niet zijn gemaakt volgens de oorspronkelijke specificatie, schade aan verzegelingen, onjuiste aansluiting, enz. Zorg dat het apparaat correct is bevestigd. Zorg dat afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechteren dat deze niet langer het binnendringen van ontvlambare atmosfeer kunnen voorkomen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige soorten lekdetectieapparatuur verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt. 3.

Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen Pas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige typen waaraan gewerkt kan worden in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet de juiste beoordeling hebben.

4. BekabelingControleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk,trillingen, scherpe randen of andere nadelige milieueffecten. Bij de controle moet ookrekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen vanbronnen zoals compressoren of ventilatoren. 5. Detectie van brandbare koudemiddelenOnder geen enkele omstandigheid mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruiktbij het opsporen of detecteren van koudemiddellekken. Een halogeentoorts (of een anderedetector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt. 6. LekdetectiemethodenDe volgende lekdetectiemethoden worden toegepast voor systemen die ontvlambarekoudemiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren worden gebruikt om ontvlambare koudemiddelen tedetecteren. Mogelijk is de gevoeligheid niet adequaat of moet deze opnieuw wordengekalibreerd.

(Detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een koudemiddelvrijeruimte. ) Zorg dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor hetgebruikte koudemiddel. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentagevan de LFL van het koudemiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruiktekoudemiddel en het juiste percentage gas (maximaal 25%) wordt bevestigd. Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koudemiddelen. Hetgebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden omdat chloor kanreageren met het koudemiddel en de koperen leidingen kan aantasten. Als een lek wordt vermoed, moet al het open vuur worden verwijderd of gedoofd.

Als een lekkage van koudemiddel wordt geconstateerd waarbij solderen nodig is, dan moet al het koudemiddel uit het systeem worden verwijderd of worden geïsoleerd (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem dat ver van het lek is verwijderd. Zuurstofvrije stikstof (oxygen free nitrogen: OFN) wordt zowel vóór als tijdens het soldeerproces door het systeem geblazen. 7.

Verwijdering en ontruimingWanneer het koudemiddelcircuit wordt geopend om reparaties of andere werkzaamhedenuit te voeren, moeten conventionele procedures worden gevolgd. Het is belangrijk dat debeste werkwijze wordt gevolgd, aangezien ontvlambaarheid een mogelijkheid is. Devolgende procedure moet worden gevolgd:1) Verwijder het koudemiddel.

2) Ontlucht het circuit met inert gas. 3) Afvoeren. 4) Ontlucht nogmaals met inert gas. 5) Open het circuit door snijden of solderen. De koudemiddelvulling moet worden teruggewonnen in de juiste terugwincilinders. Het systeem moet worden "doorgespoeld" met OFN om de unit veilig te maken. Dit proces moet mogelijk meerdere keren worden herhaald. Perslucht of zuurstof mag niet voor dit proces worden gebruikt. Spoelen werkt op de volgende manier: verbreek het vacuüm in het systeem met OFN en blijf vullen totdat de werkdruk is bereikt. Vervolgens ontluchten naar de atmosfeer en tenslotte naar een vacuüm trekken. Dit proces dient te worden herhaald totdat er geen koudemiddel meer in het systeem zit. Wanneer de laatste lading OFN wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot atmosferische druk om reparatie mogelijk te maken.

Deze handeling is absoluut noodzakelijk als soldeerwerkzaamheden aan het leidingwerk moeten plaatsvinden. Zorg dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen staat en dat er voldoende ventilatie is. 8. Oplaadprocedures Naast de gebruikelijke oplaadprocedures moeten de volgende voorschriften worden gevolgd. 1) Zorg dat verschillende koudemiddelen niet verontreinigen bij gebruik van de oplaadapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koudemiddel te minimaliseren. 2) De cylinders moeten rechtop staan. 3) Zorg dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koudemiddel wordt gevuld. 4) Label het systeem wanneer het opladen is voltooid (als dit nog niet is gebeurd). 5) Er moet uiterste zorg worden besteed bij het vullen, zodat het koelsysteem niet wordt overvuld.

Het systeem moet onder druk met OFN worden getest voordat het wordt opgeladen. Het systeem moet na voltooiing van het opladen en voor de inbedrijfstelling worden getest op lekkage. Een vervolgtest op lekken moet worden uitgevoerd voordat de ruimte wordt verlaten. 9.

te recupereren. Voordat de taak kan worden uitgevoerd, moet een monster van de olie en het koudemiddel worden genomen in geval er analyse nodig is voordat het teruggewonnen koudemiddel wordt gebruikt. Het is essentieel dat elektrische stroom beschikbaar is voordat de procedure wordt gestart. 1) Raak bekend met de apparatuur en de werking ervan. 2) Isoleer het systeem elektrisch. 3) Zorg voordat de procedure wordt uitgevoerd dat:a) Er, indien nodig, mechanische bewerkingsapparatuur beschikbaar is voor het hanterenvan koudemiddelcilinders. b) Alle persoonlijke beschermingsapparatuur beschikbaar is en correct wordt gebruikt. c) Het terugwinproces te allen tijde wordt gecontroleerd door een deskundig persoon. d) Terugwinapparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen. 4) Pomp het koudemiddelsysteem zo mogelijk naar beneden.

5) Als een vacuüm niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat het koudemiddel uitverschillende delen van het systeem kan worden verwijderd. 6) Zorg dat de cilinder op de weegschaal staat voordat terugwinning plaatsvindt. 7) Start de terugwinmachine en volg de instructies van de fabrikant. 8) Vul de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% vloeibaar volume). 9) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk. 10) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moeten de cilinders ende apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en alle isolatiekleppen op deapparatuur worden afgesloten. 11) Teruggewonnen koudemiddel mag niet in een ander koudesysteem worden geladen tenzijhet is gereinigd en gecontroleerd. 10. LabelingApparatuur moet worden gelabeld met de vermelding dat het buiten bedrijf is gesteld enhet koudemiddel is geleegd.

Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg datlabels op de apparatuur staan met de vermelding dat de apparatuur ontvlambaarkoudemiddel bevat. 11.

TerugwinningBij het verwijderen van koudemiddel uit een systeem, voor onderhoud of om buitengebruik te stellen, wordt aanbevolen om alle koudemiddelen veilig te verwijderen. Zorg dat alleen geschikte koudemiddelterugwincilinders bij het overbrengen vankoudemiddel naar cilinders worden gebruikt. Zorg dat het juiste aantal cilinders voor detotale systeemvulling beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders zijn bestemd voor het.

teruggewonnen koudemiddel en gelabeld voor dat koudemiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koudemiddel). Cilinders moeten compleet zijn met een overdrukventiel en bijbehorende afsluitkleppen, en in goede staat verkeren. Lege terugwincilinders worden afgevoerd en, indien mogelijk, afgekoeld voordat terugwinning plaatsvindt. De terugwinapparatuur moet in goede staat verkeren met een set instructies en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van ontvlambare koudemiddelen. Bovendien moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije losgemaakte koppelingen en in goede staat verkeren.

Controleer voorafgaand aan het gebruik van de terugwinmachine of deze in goede staat is, goed onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding te voorkomen in het geval er koudemiddel vrijkomt. In geval van twijfel, raadpleeg de fabrikant. Het teruggewonnen koudemiddel wordt teruggestuurd naar de koudemiddelleverancier in de juiste terugwincilinder en de betreffende opgestelde afvalnotitie. Meng geen koudemiddelen in terugwinunits en vooral niet in cilinders. Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, zorgt dan dat deze zijn afgevoerd tot een aanvaardbaar niveau zodat dat er geen ontvlambaar koudemiddel in het smeermiddel achterblijft. Het proces moet worden uitgevoerd voordat de compressor aan de leverancier wordt teruggestuurd.

Alleen elektrische verwarming bij de compressorbehuizing mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgevoerd, moet dit op een veilige manier worden uitgevoerd.

BIJLAGE Schematische tekening van de airconditioner Raadpleeg het classificatielabel op het product voor specifieke technische parameters van het model. MILIEU ATTENTIE: Dit apparaat mag niet met uw ander huishoudelijke toestellen worden verwijdert. Dit product moet op een geselecteerde stortplaats verwijdert worden. U kunt bij de gemeente een indiceerde plaats aanvragen. Elektrisch en elektronische producten kunnen gevaarlijke stoffen inhouden die schadelijk zijn voor mensen en het milieu en moet recycled worden. Het symbool aan de kant geeft aan dat het een elektrisch en elektronisch toestel is en zijn dus artikelen van een selectieve collectie. Het beeld geeft een afvalbak met een X teken aan.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met H.Koenig KOL6812 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden