Haas+Sohn LUCCA-RLU Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Haas+Sohn LUCCA-RLU (33 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen. Heb je een vraag over Haas+Sohn LUCCA-RLU of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Haas+Sohn |
| Categorie: | Heater |
| Model: | LUCCA-RLU |
Handleiding Haas+Sohn LUCCA-RLU – volledige tekst
1 Art. no. 0541708009031 V11 G25 Catania / Lucca kachel 441.08 / 440.08 Installatie- en bedieningsinstructies ! Belangrijke fabrieksinstructies ! Gelieve de volgende instructies in acht te nemen: Kwaliteit van de houtpellets: Afhankelijk van de producent zijn er lichte, donkere, korte en lange pellets. Ook kan de kwaliteit verschillen van levering tot levering, zelfs al gaat het om dezelfde leverancier. De standaards voor houtpellets worden alsmaar strenger, maar hout blijft hout en heeft zijn eigen kenmerken betreffende assen en slak. Uw HAAS+SOHN-kachel Reinigingsvereisten: Van zodra u as- of slakafzetting in de koude verbrandingspot waarneemt, moet deze gereinigd worden. Zie bedieningsinstructies! Wanneer dit niet wordt gedaan, zal de slak alleen maar toenemen. In dat geval zal het toestel niet goed meer kunnen ontsteken. Pellets kunnen zich dan opstapelen in de verbrandingspot.
In extreme gevallen kan dit helemaal tot aan de pelletvalschacht gaan. Terugbrand in het pelletreservoir en smeuling in het pelletreservoir kunnen een mogelijk resultaat zijn. Dit zal uw toestel beschadigen en wordt niet gedekt door de garantie. Voor een maximale levensduur: • Zorg voor een inbedrijfstelling door een geschoold kachelleverancier. • Neem de dagelijkse controle zoals beschreven in acht, eventueel frequenter als u een nieuwe levering pellets ontvangen heeft of wanneer het toestel weer in gebruik genomen wordt na de zomer. • Neem zorgvuldig de volledige bedieningshandleiding door en houd eraan vast. Ruimte voor type- en fabricagenummer: Typenummer: Fabricagenummer: B NL
Reiniging en onderhoud 13 8. 1. Het oppervlak reinigen 13 8. 2. Het glaspaneel reinigen 13 8. 3. De branderpot reinigen 13 8. 4. De as uit de verbrandingskamer verwijderen 14 8. 5. Het pelletreservoir reinigen 14 8. 6.
3Proficiat. U bent de eigenaar van een HAAS+SOHN-pelletkachel, een kwaliteitsproduct. Gelieve zorgvuldig deze instructies te lezen. Ze zullen alles over de functies en werking van deze kachel verduidelijken, wat de efficiëntie van het toestel zal verhogen de levensduur zal verlengen. Bovendien kunt u met de juiste manier van verwarmen brandstof uitsparen en het milieu beschermen. Wij kunnen enkel garantie verlenen op onze producten als u de volgende instructies in deze handleiding in acht neemt. Daarenboven moet de kachel correct worden geïnstalleerd om mogelijke ongevallen te vermijden. Schenk voldoende aandacht aan deze instructies, om vertrouwd te raken aan de juiste werking van uw kachel bij het begin van elke verwarmingsperiode. Noot: De installatie- en bedieningsinstructies in deze handleiding kunnen volledig of gedeeltelijk verschillen van lokale-overheidsinstructies.
In dat geval zijn de lokale-overheidsinstructies altijd van toepassing. De tekeningen in deze handleiding zijn niet geschaald en dienen enkel ter illustratie. 1. Beschrijving Pelletkachels zijn in het bijzonder geschikt voor constante verwarming van residentiële of kantoorruimtes. De Haas+Sohn-pelletkachel is opgezet om te werken in een volledig automatische modus, met een keuze tussen twee werkingsmodi (“Heating” en “Auto” met een wekelijks programma). Afhankelijk van de kamertemperatuur en het model kan een brandstofvolume voor maximaal 50 uur constante werking opgeslagen worden in het ingebouwde pelletreservoir. De brandstof wordt automatisch aangevoerd van het reservoir naar het verbrandingsrooster via een vijzel, terwijl de brandstofhoeveelheid automatisch wordt aangepast aan de betreffende warmteafgifte.
De interne besturingseenheid regelt de ontstekingsfase, de verwarmingsfase en de afkoelingsfase, de veilige werking van de pelletkachel garanderend. Het bedieningspaneel, dat bestaat uit een display en vier functietoetsen, is ingebouwd in het pelletreservoirdeksel.
Op het informatiescherm van het display kan de huidige werkingsstatus van de kachel gelezen worden, weergegeven als tekst. Foutmeldingen worden getoond op het display als tekst, volledig met datum en uur. Het verwarmen van de lucht in de ruimte en de creatie van comfortabele leefomstandigheden wordt voornamelijk bereikt door convectie. Dit maakt het mogelijk zelfs koude ruimtes die een lange tijd niet zijn verwarmd snel op te warmen. De koude lucht uit de ruimte komt de kachel binnen langs de onderzijde, wordt opgewarmd en terug uitgeblazen aan de bovenzijde. Het aandeel stralingswarmte doet zich voor als warmteafgifte nabij het venster van de verbrandingskamerdeur en nabij de metalen oppervlakten van de kachel. 2. Algemene en veiligheidsinstructies • Alvorens de kachel in gebruik te nemen, lees grondig de hele handleiding door.
• Enkel toegestane transporthulpmiddelen met voldoende draagkracht mogen worden gebruikt om uw toestel te verplaatsen. • Uw kachel is niet bestemd om te worden gebruikt als ladder of opstap. • Voor de installatie van uw kachel moeten de brandveiligheidsvoorschriften en de lokale bouwvoorschriften in acht genomen worden. Ook moet dit worden besproken met uw schouwveger. Hij zal ook controleren of de aansluiting van het toestel op de schouw correct is uitgevoerd. • Alle door de wet verplichte controles zijn uitgevoerd op uw kachel. De verplichte kernwaarden betreffende technisch verbrandingsrendement en rookgasuitstoten worden in acht genomen. • De pelletkachel mag worden aangesloten op een schouw voor meerdere doeleinden, op voorwaarde dat de schouwcondities voldoen aan de normen DIN EN 13384-1 of DIN EN 13384-2. De schouwtrek moet minstens 6 Pa zijn en mag niet hoger zijn dan 15 Pa.
Anders moet ze geslotenblijven – zelfs wanneer de kachel niet werkt, om beïnvloeding van andere verwarmingstoestellen en de daaraan verbonden risico’s te vermijden. • Een voldoende toevoer van frisse lucht in de ruimte ware de kachel is geïnstalleerd moet worden gegarandeerd. Echter, de pelletkachel biedt u de mogelijkheid van een directe verbinding met de buitenlucht via een geschikt luchtkanaal. • Let op. De pelletkachel mag niet tegelijkertijd met andere installaties zoals air conditioning en ventilatiesystemen gebruikt worden. • De schouw moet gemaakt zijn van roestvast staal of keramiek (binnenin geglazuurd) en bestand zijn tegen vochtigheid. • De pelletkachel kan niet worden aangesloten op het stroomnet alvorens hij correct is aangesloten op de schouw. • De pelletkachel mag niet in open lucht worden geïnstalleerd. • De hoofdstroomstekker moet toegankelijk Let op.
blijven na de installatie. • De pelletkachel mag enkel gebruikt worden met standaard houtpellets (6mm diameter). (Zie paragr. 7. 1 “Brandstof”). • Het beschermingsrooster in het pelletreservoir mag niet worden verwijderd.
4• Let op. De kachel mag enkel worden gebruikt met een gesloten reservoirdeksel. • Niet-warmtebestendige materialen of objecten op de kachel of binnen de gespecificeerde afstand ervan plaatsen, is verboden. Houd er in het bijzonder rekening mee dat in de werkingsstatus “Standby” de kachel onverwacht en onbedoeld kan beginnen verwarmen wanneer de kamertemperatuur onder de gewenste temperatuur zakt. • Gebruik nooit vloeibare brandstoffen om de pelletkachel te ontsteken of om bestaande sintels opnieuw te doen branden. • Met het verbranden van brandstoffen wordt warmte-energie vrijgegeven, wat voor een aanzienlijke opwarming van de kacheloppervlakten (zoals deuren, deur- en bedieningshendels, vensters, zijwanden, voorwand, rookbuizen) zorgt. Deze oppervlakten aanraken zonder geschikte beschermingshandschoenen of een gereedschap moet worden vermeden.
• Het toestel ontsteekt vanzelf in de “Standby”-modus. Omwille van de geproduceerde warmte aan het paneel, wees er zeker van dat niemand die niet vertrouwd is met de werking van de pelletkachel zich zonder toezicht in de ruimte waar ze geïnstalleerd is bevindt. • Maak uw kinderen en gasten bewust van deze risico’s. • In het bijzonder schoonmaakpersoneel zou op de hoogte moeten worden gebracht van de mogelijke onverwachte opwarming van de kachel. • Niet-warmtebestendige objecten op of nabij het toestel plaatsen (zelfs wanneer het koud is, gezien het vanzelf kan ontsteken) is verboden. • Leg geen was op de kachel om te drogen. • Droogrekjes om was te laten drogen e. d. moeten op voldoende afstand van de kachel worden gezet – risico op brand. • Wanneer u uw kachel gebruikt, is het verboden te werken met zeer ontvlambare of explosieve substanties in dezelfde of een aanpalende ruimte. 3.
Desalniettemin kan er schade zijn toegebracht aan de kachel of accessoires bij het transport. Gelieve hierop toe te zien na het uitpakken van uw kachel. Rapporteer zonder uitstel eender welke schade of ontbrekende onderdelen aan uw verdeler. Opmerking: Bekleding van de verbrandingskamer die niet goed vast zit of los is gekomen van zijn hechtingspunten worden niet beschouwd als schade (zie paragraaf 7. 2. “Ingebruikname pelletkachel”). Het verpakkingsmateriaal van uw kachel is grotendeels volstrekt onschadelijk voor het milieu. De houten verpakking is onbehandeld. Het hout, karton en de folies kunnen zonder enig probleem naar uw lokaal containerpark worden gebracht. Voor de goede werking van uw pelletkachel is het belangrijk dat ze horizontaal staat.
5Vloerbescherming De vloer moet beschermd worden tegen stralingswarmte van de omgeving rond het kijkvenster (verbrandingskamer). Daarenboven is het om praktische redenen bij het schoonmaken aangeraden dat u uw pelletkachel op een brandveilige bodemplaat zet die aan de achterkant en zijkanten minstens 5 cm en aan de voorkant minstens 50 cm uitsteekt voorbij de kachel. Wij beschikken over vloerbeschermingsplaten (onderlegplaten of U-platen) in ons gamma accessoires. Indien nodig, kunt u deze bestellen via uw verdeler. Als alternatief is een tegel- of stenen vloer natuurlijk erg geschikt. Veiligheidsafstanden (minimumafstanden): Tijdens de installatie van de kachel is het absoluut essentieel de officiële brandveiligheidsvoorschriften in acht te nemen. Vraag hiernaar bij uw schouwveger.
De volgende afstanden moeten worden gerespecteerd als minimumafstanden van ontvlambare of temperatuurgevoelige materialen (bv. meubels, behangpapier, houten bekleding) en van draagmuren (zie tekening): A 2 cm van de achterwand B 5 cm van de zijwanden en C 70 cm in de richting van de warmtestraling. Figuur 2: Veiligheidsafstanden De schouw moet gemaakt zijn van roestvast staal of keramiek (binnenin geglazuurd) en bestand zijn tegen vochtigheid. Dit is noodzakelijk omwille van de lage temperatuur van de rookgassen van uw pelletkachel. Standaard schouwbuizen mogen gebruikt worden voor de aansluiting op de schouw. Goedgekeurde getubeerde inoxflexibels zijn ook geschikt. Gezien overdruk kan toenemen aan de rookgasuitgang omwille van de werkwijze van de pelletkachel met rookgasventilator, moeten alle rookgasuitgangbuizen tot aan de kachelaansluiting volledig gasdicht zijn.
Het is ook essentieel dat erop gelet wordt dat de schouwbuis niet in het open verticale gedeelte van de schouw uitsteekt. Het gebruik van muurisolatie is aangeraden voor de verbinding met de schouw (zie figuur 3).
Met langere rookgasbuizen moeten horizontale gedeeltes en vernauwingen vermeden worden, en speciaal geïsoleerde schouwbuizen gebruikt worden. Een stijgend rookgaskanaal in de richting van de schouw is aanbevolen. Figuur 3: Schouwaansluiting 1 = Muurisolatie 2 = Gasdichte buizen 3 = Bodemplaat Externe-luchtaanvoer: In luchtdichte gebouwen kan een vermindering van het zuurstofgehalte in de ruimte waar de kachel is geïnstalleerd optreden terwijl de kachel werkt, dus gepaste ventilatie moet verzekerd zijn. Hiervoor biedt de pelletkachel de mogelijkheid onafhankelijk van de lucht in de ruimte te werken. Om dit mogelijk te maken, sluit de luchttoevoerelleboog die zich achteraan bevindt (diam. 50mm) aan op een slang of een gelijkaardig geschikt luchtkanaal. Het uiteinde van het luchtkanaal moet zich in open lucht of in een goed geventileerde ruimte binnen het gebouw bevinden.
Wanneer de pelletkachel wordt geïnstalleerd in combinatie met mechanische woonkamerventilatie, mag het uiteinde van het luchttoevoerkanaal zich niet in een ruimte bevinden die aangesloten is op het ventilatiesysteem.
6Om een voldoende hoeveelheid luchttoevoer te garanderen, mag de buis niet langer zijn dan ongeveer 3m en niet te veel bochten hebben. Deze buis moet een minimumdiameter van 5 cm hebben. (Hoe groter, hoe beter). Wanneer de buis eindigt in openlucht, moet er op het eind een bocht van 90° met een windkap zitten ( zie figuur 4). Figuur 4: Windbescherming van de luchttoevoerbuis De volgende tabel geeft de toepasselijke afmetingen van het luchttoevoerbuiswerk aan: Diameter lucht-toevoerbuis * Maximum- lengte * Max. aantal 90°-bochten 50 mm 0. 5 m 1 70 mm 1 m 1 100 mm 3 m 3 *Met een platte buis of soortgelijke moet een geschikte diameter gekozen worden. Wanneer de buizen smaller zijn dan deze afmetingen, kan het zijn dat het volume verbrandingslucht onvoldoende is. Dit zal resulteren in een grotere ophoping van slak in het verbrandingsrooster en dus in veiligheidsuitschakelingen.
Aansluiting op het elektriciteitsnet: Sluit de kachel aan op het elektriciteitsnet met de bijgeleverde voedingskabel (zie figuur 1). 4. Functionele eigenschappen van de kachel Uw pelletkachel is ontworpen om zodanig te werken dat ze een constante comfortabele kamertemperatuur kan aanhouden. De productie van warmte in de kachel wordt zodoende automatisch aangepast aan de gewenste kamertemperatuur (doeltemperatuur), ingesteld door de gebruiker. Afhankelijk van het verschil tussen de doeltemperatuur en de huidige kamertemperatuur (huidige temperatuur) selecteert de besturingseenheid modulair het vermogen of de “Standby”-modus. De pelletkachel verzekert op deze manier de best mogelijke aanpassing van het verbrandingsgedrag aan de situatie van de kamer waarin ze is geïnstalleerd, zonder dat u voortdurend handmatig moet bijsturen. 5.
De werkingsstatussen van de kachel De werking van de kachel wordt gekenmerkt door 8 werkingsstatussen: De ontstekingsfase begint wanneer de huidige kamertemperatuur 1°C zakt onder de ingestelde doeltemperatuur en de kachel afgekoeld is tot een temperatuur onder 70°C. 5. 1. Ontstekingsfase (“Ignition phase”) In de ontstekingsfase wordt het verbrandingsrooster gevuld met een precies bepaalde hoeveelheid brandstof en deze hoeveelheid wordt ontstoken met een gloeiontsteker. De ontstekingsfase, die verdeeld is in 10 zones, eindigt nadat een precies bepaalde temperatuur aan de vlamtemperatuursensor werd bereikt en de besturingseenheid overschakelt op de verwarmingsmodus. De duur van de ontstekingsfase kan variëren, maar is beperkt tot een maximale lengte van ongeveer 20 minuten.
Wanneer tijdens deze 20 minuten geen vlam wordt gevormd of de vereiste temperatuur wordt niet bereikt aan de vlamtemperatuursensor – rookgas, dan wordt een veiligheidsuitschakeling ingezet. 5. 2. Verwarmingsmodus (“Heating mode”) Na een succesvolle vervolmaking van de ontstekingsfase schakelt de kachel automatisch over op de verwarmingsmodus. In de verwarmingsmodus wordt de warmteafgifte van de kachel modulair aangepast op basis van de kamertemperatuur of het verschil tussen de huidige kamertemperatuur en de doelkamertemperatuur. Als er een groot verschil is tussen de doelkamertemperatuur en de huidige kamertemperatuur, dan zal de kachel met een hoger vermogen werken (max. 8 kW). Hoe dichter de huidige kamertemperatuur komt bij de doelkamertemperatuur, hoe meer het vermogen van de kachel verlaagd zal worden (min. 2,5 kW).
Afhankelijk van de vereiste warmteafgifte zal een toepasselijke hoeveelheid brandstof aan een regelmatig tempo worden voorzien via de pelletvalschacht naar het verbrandingsrooster d. m. v. de aanvoervijzel. Tijdens de verwarmingsmodus wordt de vlam- of verbrandingskamertemperatuur gemeten juist boven de vlam m. b. v.
een speciale thermosensor, waarvan de signalen worden verwerkt in de besturingseenheid en de basis vormen voor de relatie tussen het energieniveau in het verbrandingsrooster en het opgenomen volume verbrandingslucht, wat een ideale verbranding en een hoog rendement verzekert. Tijdens de verwarmingsmodus wordt de draaisnelheid van de rookgasventilator gecontroleerd d. m. v.
7toerentalterugkoppeling en een constante vergelijking van de ingestelde en de huidige draaisnelheid. In het geval van een groot verschil tussen de huidige en de ingestelde draaisnelheid, zal een veiligheidsuitschakeling worden ingezet en een foutmelding worden weergegeven op het display van het bedieningspaneel. Tijdens de verwarmingsmodus worden de maximum en minimum warmteafgifte gecontroleerd door veiligheidslimieten (maximum en minimum rookgastemperatuur). Bv. wanneer tijdens de verwarmingsmodus de maximum rookgastemperatuur wordt overschreden of hij zakt onder zijn minimumwaarde, dan zal een veiligheidsuitschakeling worden ingezet. 5. 3. Brandertest (“Burner test”) Elke 30 minuten tijdens de verwarmingsmodus wordt een brandertest uitgevoerd. De brandertest wordt uitgevoerd ongeacht het huidige door de kachel geleverde vermogen. Dit proces duurt zo’n 2 minuten. 5. 4.
Afkoelen (“Cooling down”) Wanneer de ingestelde kamertemperatuur wordt bereikt, wanneer de huidige kamertemperatuur en de doelkamertemperatuur overeen komen, dan schakelt de besturingseenheid over op werkingsfase afkoelen. De brandstofbevoorrading wordt gestopt; m. a. w. , de aanvoervijzel, die zich in de vijzelbuis bevindt, stopt, de draaisnelheid van de rookgasventilator wordt tot op een precies bepaalde snelheid geregeld en de brandstof die nog op het verbrandingsrooster ligt wordt opgebrand. De afkoelingsfase wordt beperkt tot ongeveer 15 minuten. Na de afkoelingsfase schakelt het toestel over op de “Standby”-modus. 5. 5. Standby Er vindt geen verbrandingsproces plaats in deze werkingsstatus, alle onderdelen, de rookgasventilator and de aanvoervijzel liggen stil, de ontsteking is uitgeschakeld en het toestel staat in wachtpositie.
Alvorens de kachel terug kan overschakelen van “Standby” naar de ontstekingsfase, moet aan twee ontstekingsvoorwaarden worden voldaan: 1. De kamertemperatuur moet minstens 1°C onder de ingestelde doelkamertemperatuur liggen. 2.
De rookgastemperatuur, gemeten met de thermosensor, moet lager liggen dan 70°C. Enkel wanneer aan beide van deze ontstekingsvoorwaarden is voldaan, kan het toestel overschakelen van “Standby”-modus naar ontstekingsmodus. Let op. Het toestel start vanzelf in “Standby”-modus. Omwille van de warmte die aan de kachelwanden geproduceerd wordt, moet u er zeker van zijn dat er niemand die niet vertrouwd is met de kachel, zich zonder toezicht in de ruimte van de kachel bevindt. Niet-warmtebestendige materialen of objecten op de kachel of binnen de minimumafstanden ervan plaatsen, is verboden. 5. 6. Veiligheidsuitschakeling (“Safety shutdown”) Wanneer er zich een fout voordoet, ongeacht de werkingsstatus of -modus, wordt een veiligheidsuitschakeling ingezet. Het proces van de veiligheidsuitschakeling is precies gedefinieerd.
Tijdens de veiligheidsuitschakeling worden de onderdelen aan- of uitgeschakeld als volgt: Rookgasventilator – AAN Aanvoervijzel – UIT Ontsteking – UIT Het einde van de veiligheidsuitschakeling is temperatuursafhankelijk, m. a. w. , de veiligheidsuitschakeling wordt aangehouden tot de kachel is afgekoeld met een rookgastemperatuur van minder dan 70°C. Eenmaal de veiligheidsuitschakeling afgelopen is, schakelt de besturingseenheid over op de werkingsstatus fout (“Fault”). 5. 7. Fouten (“Faults”) De kachel kan niet meer automatisch worden opgestart. De gebruiker kan de fout zien op het display. Eenmaal de fout is opgelost zoals het hoort en de foutmelding op het bedieningspaneel is verdwenen, kan de kachel terug worden opgestart. 5. 8. Uitschakelen – werkingsstatus OFF Procedure: Druk op de linker toets op het bedieningspaneel tot het informatiescherm verschijnt.
De kachel zet de afkoelwerkingsstatus op gang en kan niet langer vanzelf op de verwarmingsmodus overschakelen, zelfs wanneer de kamer temperatuur tot onder de ingestelde kamertemperatuur zakt. Tijdens de OFF-status blijven het gebruikerspaneel en delen van het besturingssysteem van stroom voorzien (zo’n 9W per uur).
85. 9. Stroomonderbreking De besturingseenheid heeft een reservebatterij, zodat de gegevens bewaard blijven tijdens een stroomonderbreking. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een korte en een lange stroomonderbreking. Korte stroomonderbreking – duurt minder dan 30 seconden: Eenmaal de stroomvoorziening terug hersteld is, werkt de kachel verder vanaf het punt waar hij gestopt was door de stroomonderbreking. Lange stroomonderbreking – duurt langer dan 30 seconden: Eenmaal de stroomvoorziening hersteld is, schakelt de kachel over op veiligheidsuitschakeling. Een kleine hoeveelheid rookgas kan ontsnappen tijdens een stroomonderbreking. 5. 10. Oververhitting Wanneer de maximum toegelaten rookgastemperatuur wordt overschreden, dan wordt een veiligheidsuitschakeling ingezet en verschijnt de volgende boodschap op het display: “Shutdown flue gas temperature in Heating mode too high”.
De kachel kan de verwarmingsmodus niet herstarten tot de foutmelding is verwijderd van het bedieningspaneel en de gewenste werkingsmodus gereset is. 5. 11. Lage-temperatuursuitschakeling Wanneer tijdens de verwarmingsmodus de kachel afkoelt tot onder een minimumtemperatuur, dan zal een veiligheidsuitschakeling worden ingezet en de volgende boodschap verschijnt op het scherm: “Shutdown flue gas temperature is too low”. De kachel kan de verwarmingsmodus niet herstarten tot de foutmelding is verwijderd van het bedieningspaneel en de gewenste werkingsmodus gereset is. 6. Beschrijving van de bedieningspaneeltoetsen 6. 1. Bedieningspaneel Zoals u kunt zien in de illustratie, is het display verdeeld in 5 zones. 1 Werkingsmodus, 2 Werkingsstatus, 3 Doel-/huidige kamertemperatuur, 4Uur, 5Datum De schermtitel bevat de naam van het betreffende scherm waarin de gebruiker zich bevindt.
De gebruiker kan door de verschillende informatieschermen bladeren met behulp van de toetsen 2 en 3. Wanneer de gebruiker zich in het selectiemenu bevindt, krijgt hij 4 menu-items per keer te zien. Hij kan hiertussen kiezen met de toetsen 2 en 3 (het geselecteerde menu heeft een zwarte achtergrond). Wanneer toets 3 opnieuw wordt ingedrukt na het selecteren van het vierde menu-item, dan verschijnen de volgende menu-items op het scherm (scrolldownmenu). Met toets 4 selecteert de gebruiker een menu-item en komt dan uit in het betreffende submenu of, wanneer een parameter werd geselecteerd, in het geschikte venster voor aanpassing van de parameter. Inactieve menu-items en informatie: Inactieve menu-items worden niet getoond in het selectiemenu. Ook worden inactieve meetwaarden niet getoond op de informatieschermen of in schermen met waardeninfo. Schermtitel Schermnr.
96.2. Informatieschermen 6.2.1. Infoscherm 1 (standaardscherm) Dit scherm is altijd weergegeven na het opstarten. 1MenuTemp. set/act.: 21/28°C15:00 We,23.01.2004InformationOperating state: AutoMode: Ign. Phase Functies van de toetsen: Links: Start onmiddellijk het verwarmingsproces op. Midden boven: Geeft het foutvenster weer in geval van een fout; anders is de toets inactief. Midden onder: Instelling van het wekelijks programma of de doelkamertemperatuur afhankelijk van de werkingsmodus. Rechts: Geeft het hoofdmenu weer. 6.2.2. Hoofdmenu Dit menu wordt weergegeven als scrolldown menu.
1Back SelectLanguage EnglishHeating curve 600Main menuOperating mode AutoDate / Time Het bevat de volgende opties: • Operating mode (de (werkingsmodus)werkingsmodus kan hier worden veranderd: Off , (uit)Heating , Automatic ) (verwarmen) (automatisch)• Date/Time (de datum en tijd van het (datum/tijd) bedieningspaneel worden hier ingesteld) • Language ( ) (fabrieksinstelling = altijd “German” taal(Duits)) • Heating curve (verwarmingscurve) Functies van de toetsen: Links: Weergave infoscherm 1 Midden boven: Selectiepijl naar boven Midden onder: Selectiepijl naar beneden Rechts: Ga het geselecteerde menu binnen 6.2.3. De werkingsmodus instellen b001Back Save>Heating
10 6. 2. 7. Foutscherm Quit15:00 24. 01. 2004Fault screenThermosensor flue gasInterruption Functies van de toetsen: Links: Toets inactief Midden boven: Toets inactief Midden onder: Weergave infoscherm 1 Rechts: Verwijder de fout van het display 6. 3. De taal instellen Bij alle toestellen is de fabrieksinstelling voor de taal “German” (Duits). Als u een andere taal wilt instellen, ga dan als volgt te werk: Plaats de cursor in het hoofdmenu op “Language”. Druk op de rechter toets “Select”. Selecteer de gewenste taal met de twee middelste toetsen en druk op de rechter toets “Save” om op te slaan. Als u het scherm wilt verlaten zonder opslaan, druk op de linker toets “Back”. Zet na het opslaan de hoofdschakelaar uit en terug aan. Enkel dan wordt de tekst weergegeven in de ingestelde taal. 6. 4.
Beschrijving – verwarmingscurve (“Heating curve”) Instelbereik van 80 tot 600 Fabrieksinstelling: 80 De in te stellen waarde hangt af van de grootte van de ruimte die moet worden opgewarmd. Richtwaarden: • Kameroppervlakte 20m² - waarde 80 • Kamer 25m² - waarde 200 • Kamer 30m² - waarde 400 • Kamer groter dan 30m² - waarde 600 Bij oudere kachels moet een hogere waarde worden ingesteld (boven 400) om overmatige condensatie in de schouw te vermijden. Plaats in het hoofdmenu de cursor op “Heating curve”. Druk de rechter toets “Select”. Pas de waarde aan met de twee middelste toetsen en druk op de rechter toets “Save” om op te slaan. Als u het venster wilt verlaten zonder opslaan, druk dan op de linker toets “Back”. 6. 5. Beschrijving – Toetsenblokkering 1Operating state: AutoMode:StandbyTemp. set/act. : 0/28°CMenu15:00 We, 23. 01.
Toetsenblokkering deactiveren: • Houd de toets Menu ingedrukt gedurende ongeveer 10 seconden tot “Key lock activated” niet meer wordt weergegeven op het display. 6. 6. Beschrijving – helderheid display (“Display brightness”) - contrastinstelling Linker toets: houd de toets gedurende ongeveer 10 seconden ingedrukt tot “Contrast mode” op het display verschijnt. Laat nu de linker toets los en stel de gewenste helderheid of het contrast in met de twee middelste toetsen. 7. De pelletkachel bedienen De pelletkachel mag enkel worden bediend door volwassenen. Zorg ervoor dat kinderen nooit alleen worden gelaten bij de kachel. (Laat de pelletkachel niet voor een langer periode onbewaakt achter). De pelletkachel mag enkel worden gebruikt zoals beschreven in deze bedieningsinstructies. Gelieve de veiligheidsinstructies uit hoofdstuk 2 in acht te nemen. 7. 1.
Brandstof De pelletkachel mag enkel gebruikt worden met pelletbrandstof. Met deze brandstof kiest u voor een CO2-neutrale verwarming van uw woning. Pellets zijn gemaakt van houtafval van zagerijen en van hout uit de bosbouwhandel. Deze ruwe materialen zijn zodoende 100% natuurlijk en zijn gemalen, gedroogd en geperst tot pellets zonder toevoeging van bindmiddelen. Deze brandstof is gestandaardiseerd volgens de normen DINplus, ÖNorm M 7135, ENplus-A1. Belangrijk: Uw Haas+Sohn-pelletkachel mag enkel gebruikt worden met gestandaardiseerde houtpellets met een. diameter van 6 mm 1Back Select>Language EnglishHeating curve.
11U kunt goede-kwaliteitspellets op zicht herkennen: glad, glanzend oppervlak, gelijke lengte, weinig stof. Houtpellets van mindere kwaliteit zijn herkenbaar aan: barsten, een hoog stofgehalte, verschillende lengtes. Precieze kwaliteitskenmerken kunnen echter enkel worden bepaald m. b. v. technisch analysegereedschap. Een eenvoudige kwaliteitstest: steek enkele houtpellets in een glas water: Goede kwaliteit: pellets zinken Slechte kwaliteit: pellets drijven. Het gebruik van slechte-kwaliteitspellets of niet toegelaten brandstof heeft een negatief effect op de werking van uw pelletkachel en kan bovendien leiden tot het vervallen van de garantie en de bijhorende productaansprakelijkheid. Niet toegelaten brandstoffen zijn o. a. houtsnippers, stro en maïs.
Het verbranden van slechte-kwaliteitspellets leidt tot verkorte reinigingsintervals en tot een verhoogd brandstofverbruik, waardoor het pelletreservoir vaker moet worden bijgevuld. Houtpellets zijn verpakt in plastieken of papieren zakken. Om een zo goed mogelijke verbranding van de pellets te garanderen, is het noodzakelijk de brandstof zo goed mogelijk te laten drogen en het vrij van vuil te transporteren en te stockeren. Bij contact met vocht zullen de pellets aanzienlijk uitzetten. Wanneer u het pelletreservoir vult met pellets, zorg er dan voor dat de zakken niet in contact komen met de oppervlakten van de kachel. Twee kilogram houtpellets hebben ongeveer dezelfde energiewaarde als een liter “extra lichte stookolie”. In volumetermen betekent dit dat 3m³ houtpellets gelijk zijn aan 1000 liter stookolie.
Variaties in vermogen van de kachel worden niet enkel veroorzaakt door de kwaliteit van de pellets, maar ook door het ruwe materiaal van het hout (houttype). 7. 2. Ingebruikname van uw pelletkachel Alle materialen onderdeel van de kachel moeten zich geleidelijk aanpassen aan de warmteontwikkeling.
Door voorzichtig op te warmen, vermijdt u barstjes in de wanden van de verbrandingskamer, schade aan de verfbekleding en kromtrekken van materialen. Zet de doeltemperatuur dus niet te hoog op het bedieningspaneel (zo’n 1,5 tot 2°C hoger dan de hui dige kamertemperatuur). • Verwijder voor de ingebruikname alle stickers en alle accessoires in de aslade en de verbrandingskamer. Dit geldt ook voor alle bevestigingselementen voor transport. • Controleer of de bekleding van de verbrandingskamer goed bevestigd zit (deze kan uit zijn positie geraakt zijn door transport of installatie van de kachel). • Controleer of de branderpot goed in zijn houder zit. • Sluit de deur van de verbrandingskamer. • Vul het reservoir met standaard houtpellets (Ø 6 mm). • Steek de voedingskabel in. • Zet de hoofdschakelaar op “1”.
• Eenmaal de hoofdschakelaar op ON is gezet, begint de bedieningseenheid met de opstart. Dit kan enkele seconden duren. • Na de opstart verschijnt het informatiescherm – druk de rechter toets (Menu) – beweeg de cursor naar “Operating mode” (werkingsmodus) – druk de rechter toets (Select) – selecteer de gewenste werkingsmodus met de cursor – druk de rechter toets (Save). Tip. Enkel bij : leg zo’n 30 pellets ingebruiknamein de brander; dit zal het opstartproces versnellen. Algemeen: Als de ontstekingsfase niet met succes kon worden uitgevoerd, m. a. w. wanneer geen vlam ontstaat en de vereiste temperatuur aan de rookgasthermosensor niet wordt gehaald, dan wordt een veiligheidsuitschakeling ingezet en verschijnt een foutmelding (“Ignition phase target temp. flue gas not reached – check burner – date and time”).
Druk vervolgens herhaaldelijk op de linker toets op het bedieningspaneel tot de foutmelding verschijnt – druk dan op de rechter toets (Clear) – nu verschijnt het infoscherm – druk op de rechter toets (Menu) – beweeg de cursor naar “Operating mode” (werkingsmodus) en druk de rechter toets (Select) – het scherm waarin de werkingsmodus kan worden ingesteld verschijnt – selecteer de gewenste werkingsmodus met de cursor en druk de rechter toets (Save). De kachel begint de ontstekingsfase. Opmerking: Geurvorming veroorzaakt door het verder uitdrogen van de verf stopt na een korte tijd. Gelieve de kamer waarin de kachel staat goed te ventileren. Niettemin bevat de verf geen giftige dampen. 7. 3. De werkingsmodus selecteren De bedieningseenheid maakt een gemakkelijke selectie van de werkingsmodi “Heating” en “Auto” mogelijk (weekprogramma’s).
12 7. 3. 1. Werkingsmodus “Heating” De toetsen van het bedieningspaneel zijn uitgelegd in hoofdstuk 6. In deze werkingsmodus kan de gebruiker de gewenste doelkamertemperatuur instellen (tussen 10°C en 30°C ) door gebruik te maken van de 4 toetsen op het bedieningspaneel. De kachel warmt de kamer op tot aan de gewenste doelkamertemperatuur en gaat hierna over tot het afkoelingsprogramma en de “Standby”-status. Terwijl de kachel zich in deze werkingsmodus bevindt, wordt de kamertemperatuur herhaaldelijk opgewarmd tot de ingestelde kamertemperatuur zowel overdag als ’s nachts, m. a. w. tijdens deze werkingsmodus wordt geen onderscheid gemaakt tussen dag en nacht of andere periodes. 7. 3. 2. De doelkamertemperatuur in de werkingsmodus “Heating” instellen Druk de linker toets herhaaldelijk tot het infoscherm verschijnt. Druk vervolgens op de onderste middelste toets.
Het programmatievenster waarin de gewenste doelkamertemperatuur wordt ingesteld, is nu geopend. De functie van de toetsen wordt onderaan dit scherm weergegeven. Met de bovenste middelste toets kan de gewenste kamertemperatuur verhoogd worden in stappen van 1°C. Met de onderste middelste toets kan de doeltemperatuur verlaagd worden in stappen van 1°C. Met de linker toets kan het programmatievenster gesloten worden zonder de nieuwe doelkamertemperatuur op te slaan. Met de rechter toets wordt het programmatievenster gesloten en de juist ingestelde doelkamertemperatuur opgeslagen. 7. 3. 3. Werkingsmodus “Auto” (wekelijks programma) In deze werkingsmodus kan de gebruiker vrij drie in- en uitschakeltijden instellen per dag (24 uur) voor alle zeven dagen van de week, met telkens een gewenste doelkamertemperatuur eraan toegekend (tussen 10°C en 30°C). 7. 3. 3. 1.
Datum en tijd instellen Alvorens te werken met een wekelijks programma, is het noodzakelijk de datum en tijd in te geven: Druk de linker toets op het bedieningspaneel herhaaldelijk tot het infoscherm verschijnt. Druk in het infoscherm op de rechter toets (Menu). Het hoofdmenu verschijnt nu. Plaats de cursor in het hoofdmenu op “Date/Time” m. b. v. de twee middelste toetsen. Druk de rechter toets (Select). Het programmatievenster voor de datum en tijd verschijnt nu. Druk de rechter toets in het programmatievenster (Edit). Er kan nu ingesteld worden – selecteer het veld dat met aangepast worden met de rechter toets (pijl) Voer de wijziging uit met de twee middelste toetsen (+/-). Scroll met de rechter toets (pijl) door het programmatievenster tot de functie “Save” verschijnt in de onderste tekstregel. Druk op de rechter toets (Save) – de wijziging is opgeslagen.
Druk de linker toets (Back) – het hoofdmenu verschijnt. 7. 3. 3. 2. Werkingsmodus “Auto” (wekelijks programma) In deze werkingsmodus moet voor elke dag van de week een programmatie gedaan worden. De kachel warmt de kamer op tot aan de gewenste doelkamertemperatuur en gaat hierna over tot het afkoelingsprogramma en de “Standby”-status Deze werkingsmodus maakt een aanpassing van de doelkamertemperatuur mogelijk naargelang de persoonlijke behoeften. 7. 3. 3. 3. De doelkamertemepratuur in werkingsmodus “Auto” instellen (wekelijks programma) Druk de linker toets herhaaldelijk tot het infoscherm verschijnt. Druk vervolgens op de onderste middelste toets. Het programmatievenster waarin de dagen van de week kunnen worden geselecteerd is nu geopend.
Met de twee middelste toetsen kan de dag van de week worden geselecteerd met de cursor in de tweede regel (de geselecteerde dag is deze die door de cursor is opgelicht) Druk na het selecteren met de cursor op de rechter toets (Edit).
Het programmatievenster van de geselecteerde dag verschijnt nu. De eerste kolom bevat positienummers 1, 2 en 3. In de tweede kolom worden de inschakeltijden (gemarkeerd door de letter E) met de middelste toetsen ingesteld in stappen van 15 minuten. Met de rechter toets (pijl) kan u van de linker naar de rechter kolom verspringen. In de derde kolom worden de uitschakeltijden (gemarkeerd door de letter A) met de middelste toetsen ingesteld in stappen van 15 minuten. In de vierde kolom kan de gewenste doelkamertemperatuur worden toegewezen aan elke periode die valt tussen de betreffende in- en uitschakeltijden. Na het voltooien van het programmeren van de weekdag, kan het programmatievenster voor deze dag van de week opgeslagen en verlaten worden door op de linker toets (Back) te drukken.
13 De andere dagen van de week moeten op dezelfde manier geprogrammeerd worden. 7. 3. 3. 4. Voorbeeld van programmatie voor maandag (“Monday”) Druk de linker toets herhaaldelijk tot het infoscherm verschijnt. Druk vervolgens op de onderste middelste toets. Het scherm waarin de dagen van de week kunnen worden geselecteerd verschijnt nu. Verplaats de cursor m. b. v. de twee middelste toetsen totdat het veld “MO” (=”Monday) opgelicht is door de cursor. Druk vervolgens op de rechter toets (Edit). Het programmatievenster voor maandag verschijnt nu. De eerste kolom bevat positienummers 1, 2 en 3. In de tweede kolom worden de inschakeltijden (gemarkeerd door de letter E) met de middelste toetsen ingesteld in stappen van 15 minuten. o Met de rechter toets (pijl) kan u van de linker naar de rechter kolom verspringen.
In de derde kolom worden de uitschakeltijden (gemarkeerd door de letter A) met de middelste toetsen ingesteld in stappen van 15 minuten. In de vierde kolom kan de gewenste doelkamertemperatuur worden toegewezen aan elke periode die valt tussen de betreffende in- en uitschakeltijden. Na het voltooien van het programmeren van de weekdag, kan het programmatievenster voor deze dag van de week opgeslagen en verlaten worden door op de linker toets (Back) te drukken. 8. Reiniging en onderhoud De werking van uw toestel is in sterke mate afhankelijk van een regelmatig deskundig onderhoud. Omwille van de asophoping als gevolg van de verbranding van houtpellets, is frequent reinigings- en onderhoudswerk noodzakelijk. Dit zal de werking zo probleemloos als mogelijk maken. De frequentie van het onderhoud hangt op zijn beurt af van de pelletskwaliteit (asgehalte).
Kwaliteitspellets hebben een laag asgehalte van ongeveer 0,2-0,3%. Wanneer het asgehalte hoger is (0,5% of meer) verkort het onderhoudsinterval en de asophoping vergroot met 2 of 3 keer.
Dit resulteert in een lagere warmteafgifte en een verhoogde ventilatorsnelheid. Wij raden hiervoor aan de rookgaskanalen minstens na elke 1. 000 kg pellets te controleren en/of te reinigen (zie figuur 8a+d). Let op. Toestellen die niet worden onderhouden volgens onze instructies mogen niet worden gebruikt. Hier niet aan voldoen zal alle aanspraak op garantie doen vervallen. Vanaf u as- en slakresten in de koude branderpot ontdekt, moet deze gereinigd worden ( ). zie figuur 5+6Wanneer dit niet wordt gedaan, zal de slak verder toenemen, waardoor het toestel op den duur niet meer zal kunnen ontsteken. Pellets kunnen ophopen in de branderpot. In extreme gevallen kan dit helemaal tot aan de pelletvalschacht reiken. Dit kan mogelijk resulteren in een terugbrand en smeulende pellets in het pelletreservoir. Dit zal uw toestel beschadigen en wordt niet gedekt door de garantie. Let op.
Alvorens te reinigen moet de kachel afgekoeld zijn, de hoofdschakelaar moet op de positie “0” staan en de hoofdstroomschakelaar moet uitgetrokken zijn. Eenmaal het reinigen is voltooid, moet de kachel terug in zijn normale werkingsstatus worden gezet: plaats de branderpot correct terug en sluit de verbrandingskamerdeur. 8. 1. Het oppervlak reinigen Vuil op het buitenoppervlak van de kachel kan gereinigd worden met een vochtige doek of indien nodig met zacht water met zeep. Het wordt afgeraden bijtende reinigingsmiddelen te gebruiken, daar deze het oppervlak kunnen beschadigen. 8. 2. Het glaspaneel reinigen Om het kijkvenster te reinigen, moet eerst de kacheldeur worden geopend. Vuil op het glaspaneel kan worden verwijderd met een glasreiniger of met een vochtige spons waarop u wat van het aanwezige houtas gestrooid hebt (milieuvriendelijk).
Hoe snel de branderpot vuil wordt, hangt enkel af van de brandstofkwaliteit. De afzettingen of aankoekingen moeten regelmatig verwijderd worden. De branderpot reinigen mag enkel gebeuren wanneer de kachel is afgekoeld en in werkingsmodus OFF staat. Anders is er een risico op brandwonden. De branderpot moet uit de kachel worden gehaald. Eenmaal dit is gebeurd moeten achtergebleven asresten in de kachel onder de branderpot ook verwijderd worden. Na het reinigen moet de branderpot terug op zijn juiste plaats worden gestoken in de branderhouder. Controleer nogmaals of de branderpot goed zit, om slechte afdichting te vermijden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Haas+Sohn LUCCA-RLU stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Heater Haas+Sohn
Handleiding Heater
Nieuwste handleidingen voor Heater