Gys pot 26.02 Handleiding

Gys Generator pot 26.02

Bekijk gratis de handleiding van Gys pot 26.02 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Generator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Gys pot 26.02 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
75524 (C75524)_V13_07/12/2023
FR
2 / 3-9 / 51-64
www.gys.fr
EN
2 / 10-15 / 51-64
GYSPOT26.02
27.02
34.02
34.04
39.02
39.04
PRO 230
PRO 400
DE
2 / 16-22 / 51-64
ES
2 / 23-29 / 51-64
RU
2 / 30-36 / 51-64
NL
2 / 37-43 / 51-64
IT
2 / 44-50 / 51-64

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gys
Categorie: Generator
Model: pot 26.02

Handleiding Gys pot 26.02 – volledige tekst

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing37 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NLNORMALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het apparaat moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Iedere vorm van lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de inructies in deze handleiding, kan niet ve-rhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te inalleren. Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u hem kunt raadplegen in geval van vragen. Deze inructies hebben betrekking op het materiaal zoals het geleverd wordt.

Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebrui-ker om een risico-analyse uit te voeren, wanneer de inructies niet worden gerespecteerd. OMGEVINGDit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde inructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjui of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden geeld. De inallatie moet worden gebruikt in een of- en zuur- vrije ruimte, in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve subanties. Voor de opslag van deze apparatuur gelden dezelfde voorwaarden. Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Gebruikemperatuur :Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid :Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).

Deze techniek mag alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden, dat een adequate opleiding (bv. een schadeherstel-opleiding) heeft genoten. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron en aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies :Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden.

Contactlenzen zijn uitdrukkelijk verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in de laszone om aangepaste beschermende kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als de laswerkzaamheden een hoger geluidsniveau bereiken dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de klem of het pistool, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde klem, om zo te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing38 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NLLASDAMPEN EN GASDampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing : tijdens het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde oen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen ukken alvorens met het lassen te beginnen. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.

BRAND EN EXPLOSIE-RISICOScherm het lasgebied volledig af, brandbare oen moeten op minimaal 11 meter afand geplaat worden. Een brandblusinallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken. Zelfs door kieren heen kunnen deze deeltjes brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandof, gas-reen. ). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar het lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. ELEKTRISCHE VEILIGHEIDHet elektrische netwerk dat wordt gebruikt moet altijd geaard zijn.

Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voordat u het lasapparaat opent, dit los van het room-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Zorg ervoor dat, als de kabels, elektroden of las-armen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede aat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt. EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAALDit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbaar laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radio-frequente straling. GYSPOT26. 02 / 27. 02 / 34. 04 / 39.

04 / PRO 400Dit materiaal voldoet aan de norm CEI 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0,77 Ohms. GYSPOT34. 02 / 39. 02 /PRO 230Dit materiaal voldoet aan de norm CEI 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0,84 Ohms. Dit materiaal is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning.

Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIESElektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt plaatselijk elektrische en magnetische velden (EMF).

De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, veroren. Voor mensen met medische implantaten moeten veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers moeten de volgende procedures opvolgen om blootelling aan elektromagnetische raling veroorzaakt door het lassen zoveel mogelijk te beperken :• plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk va;• houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;.

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing39 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NL• wikkel nooit de kabels om uw lichaam;• zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;• beveig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;• voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;• niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersyeem draagt. Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. Blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn.

AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUERENAlgemene aanbevelingenDe gebruiker is verantwoordelijk voor het inalleren en het gebruik van het booglasmateriaal, en moet hierbij de inructies van de fabrikant opvolgen. Als elektromagnetische oringen worden geconateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van de lasapparatuur om het probleem op te lossen, in samenwerking met de technische dien van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de roomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de oringen veroorzaakt door elektromagnetische ralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.

Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden :a) de aanwezigheid boven, onder, of naa het lasmateriaal van andere voedingskabels, van beuringskabels, signaleringskabels of telefoonkabels;b) ontvangers en zenders voor radio en televisie;c) computers en ander beuringsapparatuur;d) essentiële beveiligingsinallaties, zoals bijvoorbeeld beveiliging van induriële apparatuur;e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten;f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten;g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen;h) het tijdip waarop het lassen of andere activiteiten moeten plaatsvinden.

De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de ructuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de inallatie. Evaluatie van de lasinallatieNaa een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de lasapparatuur elementen aanreiken om oringen va te ellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals geipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de eciëntie van de maatregelen te beveigen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCERENa.

Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er oringen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare roomnetwerk.

Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinallatie af te schermen in een metalen leiding of een gelijkwaardige bescherming. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasroomvoeding. b. Onderhoud van het lasapparaat : onderhoud regelmatig het lasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het lasmateriaal in werking is. Het lasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd of aangepa worden, met uitzondering van veranderingen en inellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. c.

Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden d. Potentiaal-vereening : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen ructuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen.

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing40 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NLf. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen. TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDINGDe lasstroombron is uitgerust met één handvat waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De handvat mogen niet worden gebruikt om het apparaat aan omhoog te hijsen. Gebruik de kabels niet om de lasroombron te verplaatsen. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen. INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL • Zorg dat er voldoende ruimte is om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controlepaneel.

• Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar roomgeleidend metaalof aanwezig is. • Om oververhitting te voorkomen moeten de voedingskabels, verlengsnoeren en laskabels helemaal afgerold worden. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES• De gebruikers van dit apparaat moeten een adequate opleiding hebben gevolgd, zodat ze deze machine optimaal kunnen gebruiken (bijvoorbeeld een opleiding tot carrosserie technicus). • Alvorens een voertuig te repareren, moet geverieerd worden of de fabrikant van het voertuig de gebruikte lastechniek toestaat. • Het onderhoud en de reparatie van de generator mogen alleen door de fabrikant uitgevoerd worden.

Iedere vorm van onderhoud op deze generator uitgevoerd door derden zal de garantievoorwaarden nietig verklaren. De fabrikant kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor ieder incident dat zich voordoet nadat het apparaat door derden onderhouden is.

• Haal de ekker uit het opcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de roomerkte binnen het toeel zijn hoog en gevaarlijk. • Al het lasmateriaal is aan slijtage onderhevig. Let er op dat uw lasgereedschap schoon blijft, zodat het apparaat maximaal functioneert. • Controleer, voor u het piool gebruikt, de aat van de verschillende onderdelen (er, elektrode, koolof elektrode. ), maak ze indien nodig schoon, of vervang ze als ze in slechte aat zijn. • De kap regelmatig afnemen en met een blazer ofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel. • Controleer regelmatig de aat van de voedingskabel en de aat van de kabel van het lascircuit.

Als er slijtage zichtbaar is moeten ze vervangen worden door de fabrikant of diens after-sales dien, of door een gelijkwaardig gekwaliceerd technicus, om zo ieder risico op ongelukken te voorkomen. • Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren. HANDLEIDINGALGEMENE OMSCHRIJVINGDeze apparaten zijn ontworpen voor het uitvoeren van de volgende carrosserie-werkzaamheden : Het verwijderen van deuken ; het lassen van nagels, klinknagels, ringen, bouten en sierlijsten ; het verwijderen van inslag ; het oprekken van plaatwerk. Deze apparaten zijn niet geschikt voor het assembleren van metalen platen. De apparaten worden geleverd met de volgende accessoires :Accessoires 26. 0227. 0234. 0234. 0439. 0239. 04PRO 230PRO 400Massa   Aparte kabel voor piool Automatic Quick Gun  Manual Quick Gun .

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing41 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NLSpotter BoxSpotter Box ProELEKTRISCHE VOEDING- GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 39. 02 / Pro 230 : Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 230 V enkelfase elektrische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één neutrale geleider. ((Zmax 39. 02 / 34. 02) = 0. 84Ω) & (Zmax 26. 02 / 27. 02) = 0. 77Ω))- GYSPOT 34. 04 / 39. 04 / Pro 400 : Dit materiaal wordt geleverd met een 16 A aansluiting type CEE7/7, en mag alleen gebruikt worden in combinatie met een 400 V enkelfase elektrische installatie (50 - 60 Hz) met drie kabels waarvan één neutrale geleider. (Zmax = 0.

77Ω)De permanente geabsorbeerde stroom (I1p of ILp) zoals vermeld in het gedeelte « elektrische eigenschappen » van deze handleiding is van toepassing bij optimale gebruiksomstandigheden. Controleer of de stroomvoorziening en de beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zijn met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken. Waarschuwing : Als door gebruik van dit apparaat de beveiliging van de elektrische installatie wordt geactiveerd, controleer dan het kaliber en het type schakelaar en de gebruikte zekeringen. TECHNISCHE SPECIFICATIES26. 0227. 0234. 02 34. 04 39. 02 39.

7 APermanente primaire maximale kortsluit-ingsstroomsterkte I1cc 43 A 80 A 51 A 90 A 52 A 90 A 52 ASecondaire maximale kortsluitingsstroomsterkte I2cc1800 A 2400 A 26. 02 A 2800 APermanente secondaire lasstroom I2p160 A 240 A 270 A 270 AType lasstroomTHERMISCHE EIGENSCHAPPENGebruikstemperatuur De - 10°C à + 40°COpslag- en transporttemperatuur De -20°C à +55°CMECHANISCHE EIGENSCHAPPENAfmetingen (cm) 20x32x18 22. 5x36 x23. 5Gewicht (kg) 17. 8 21 22. 7 23 25. 5 25. 5Beschermingsindex IP 21OPSTARTEN EN INSTELLEN (FIG III)A - Gyspot 39. 02 / 39. 04 / Pro 230 / Pro 400• Sluit het apparaat aan op een daarvoor geschikt stroomnet. • Koppel het pistool aan met behulp van de daarvoor bestemde aansluiting.

Let op : Pro 230 en Pro 400 beschikken, naast een stroomaansluiting, ook over een aansluiting voor een afstandsbediening via de trekker : - Sluit deze aan als u wilt opstarten met behulp van de trekker. - Koppel deze af, als u de generator wilt gebruiken om automatisch op te starten (Zie hoofdstuk GE-BRUIK).

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing42 GYSPOT 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04 / 39. 02 / 39. 04 / PRO 230 / PRO 400NL• Druk op de toets « Aan/Uit » (6). • De display en de lampjes gaan kort branden, en het apparaat toont : - Het gereedschap 1, standaard n°1 (lassen met ster-schijven of gebruik slaghamer). - Niveau vermogen 2, standaard n°5 (instelling geschikt voor stalen plaatwerk van 0,8mm). • Druk op de toetsen + of – 3. voor meer of minder vermogen. Wanneer u één van deze toetsen ingedrukt houdt, zult u de verschillende vermogensniveau’s automatisch voorbij zien komen. • De verschillende vermogensniveaus maken het mogelijk plaatwerk van variabele diktes te herstellen (g. IV- A). • Druk op de toets «keuze gereedschap» 4 om het type gereedschap op de pistool te vervangen. Het display dat het nummer van het gereedschap toont zal 5 seconden gaan knipperen.

Tijdens deze 5 seconden is het mogelijk om het nummer te wijzigen door op de toetsen + of - te drukken (3). Beschikbaar gereedschap (g. IV- B)1Herstelwerkzaamheden, met behulp van de sla-ghamer, ster-schijven of slagtrekker. 5 Lassen van klinknagels voor stootlijsten2Lassen van wave-draad of trek-ogen, voor hers-telwerkzaamheden. 6 Lassen van ringen om de massa te bevestigen. 3Wegwerken van deuken met een speciaal koperen mondstuk. 7Lassen van bouten, voor het bevestigen van de massa voertuigen en verbindingskabels4Koolstof-elektrode voor herstelwerkzaamheden. B - Gyspot 26. 02 / 27. 02 / 34. 02 / 34. 04• Sluit het apparaat aan op een geschikte netvoeding. • De GYSPOT 26. 02/27. 02/34. 02/34. 04 kan worden opgestart door aan de draaiknop te draaien (het apparaat kan weer in de standby positie gezet worden door de draaiknop op «O» te draaien).

- Werkbereik 8 (hoog) : lassen van wave staaldraad, ideaal voor afgeronde zones plaatwerk. - Werkbereik 9 (rechts) : Wegwerken van deuken met een speciaal koperen mondstuk. • Draai, voor het verkrijgen van meer of minder vermogen, de draaiknop op de gewenste stand, binnen het geko-zen bereik. GEBRUIK1- Opstarten Gyspot Pro 230 / Pro 400De Gyspot Pro 230 en Pro 400 beschikken over 2 opstart-systemen :- handmatig, met behulp van de trekker, (stroomaansluitingen en afstandbediening aangesloten)- automatisch : zie deel hierboven. (Alleen de stroomaansluiting aangesloten) Sluit, in de handmatige modus, de stroomaansluiting en de aansluiting van de afstandsbediening van de trekker aan. In de handmatige modus functioneert de automatische modus niet meer, alleen met een druk op de trekker kan gepuntlast worden. Met de schakelaar kan de trekker van het pistool geactiveerd of gedeactiveerd worden.

GYSPOT 26. 02 / 39. 02 / 39. 04 / Pro 230 / Pro 400 met uitgeschakelde trekkerHet apparaat beschikt over een automatisch startsysteem voor het puntlassen. De lasgenerator zal automatisch het elektrische contact herkennen en binnen 1 seconde een laspunt realiseren. Om een 2e punt te realiseren moet het contact aan het uiteinde van het pistool minimaal ½ sec verbroken worden. Daar-na moet opnieuw contact gemaakt worden. Gyspot 27. 02 / 34. 02 / 34. 04Deze lasgenerator is uitgerust met een pistool met trekker, voor het handmatig uitvoeren van lasoperaties. Met behulp van een schakelaar kan de functie «graet potlood» (knop 10) geactiveerd worden. De draaiknop beschikt over 2 werk-bereiken, afhankelijk van de positie van knop 10 : Een bereik voor het graet potlood en een bereik voor andere hulpstukken.

Wanneer, bij het aanzetten van het apparaat, het gele «STOP» ledlampje iedere ½ seconde knippert, betekent dit dat de trekker van het pistool ingedrukt is gebleven of dat de kabel van de trekker defect is.

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing43 GYSPOT 26.02 / 27.02 / 34.02 / 34.04 / 39.02 / 39.04 / PRO 230 / PRO 400NL2- Werking Handel als volgt :• Koppel de massaklem van de generator aan op het te herstellen plaatwerk, volgens de volgende stappen : - plaats de massaklem zo dicht mogelijk bij de plek van de werkzaamheden. - sluit het niet aan op een afgescheiden stuk plaatwerk (Bijvoorbeeld : de massaklem niet aansluiten op een portier wanneer op motorkap van het voertuig gewerkt wordt) - schuur grondig het plaatwerk op de plek van de verbinding• Schuur het plaatwerk dat u gaat bewerken.• Plaats één van de meegeleverde hulpstukken op het uiteinde van het pistool• Kies het juiste hulpstuk en vermogen (zie gedeelte opstarten en instellen)• Breng het hulpstuk van het pistool in contact met het te lassen plaatwerk.• Realiseer uw laspunt.

Waarschuwing : Voor het optimaal functioneren wordt aangeraden de origineel meegele-verde massakabel en pistool te gebruiken THERMISCHE BEVEILIGING VAN DE GENERATOR Het apparaat is uitgerust met een automatische thermische beveiliging. Dit systeem blokkeert de generator enkele minuten bij te intensief gebruik. In dit geval gaat het gele thermische beveiligingslampje branden (g.

III- 5).GARANTIEDe garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en ar-beidsloon).De garantie dekt niet :• Alle overige schade als gevolg van vervoer.• De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).• Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).• Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met:- Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...).- Een beschrijving van de storing.

Courant de soudage alternatif - Alternating welding current - Wechselschweißstrom - Corriente de soldadura alterna - Переменный сварочный ток - Wisselstroom - Corrente di saldatura alternatoAAmpères - Amps - Ampere - Amperios - Ампер - Amps - AmpereVVolt - Volt - Volt - Voltio - Вольт - Volt - Volt HzHertz - Hertz - Hertz - Hercio - Герц - HertzU1NTension d’alimentation assignée - Rated power supply voltage - Nennspannung - Tensión de alimentación asignada - Номинальное напряжение питания - Nominale voedingsspanning - Tensione di alimentazione nominaleSpPuissance permanente (au facteur de marche de 100%) - Permanent power (at a 100% duty cycle) - Dauerleistung (@ 100%) - Potencia permanente (al ciclo de trabajo de 100%) - Постоянная мощность (при ПВ 100%) - Permanent vermogen (bij een inschakelduur van 100%) - Potenza permanente (al fattore di marcia de 100%)U20Tension alternative à vide - Alternative no load voltage - Leerwechselspannung - Tensión alterna en vacío - Переменное напряжение холостого хода - Alternatieve nullastspanning - Tensione alternativa a vuotoI2CCCourant maximal de court-circuit secondaire - Maximal current of a secondary short circuit - Maximaler sekundärer Kurzschlussstrom - Cor-riente máxima de cortocircuito secundario - Максимальный ток короткого замыкания на вторичке - Secondaire maximale kortsluitingss-troomsterkte - Corrente massima di corto-circuito secondarioI2PCourant permanent au secondaire - Permanent current to secondary - Sekundäre Dauerstrom - Corriente permanente en el secundario - Постоянный ток на вторичке - Permanente secondaire stroom - Corrente permanente al secondariomMasse de la machine - Mass of the machine - Masse des Gerätes - Masa de la máquina - Масса аппарата - Gewicht van het apparaat - Massa della macchinaIP21- Protégé contre l’accès aux parties dangereuses avec un doigt, et contre les chutes verticales de gouttes d’eau- Protected against rain and against ngers access to dangerous parts - Geschützt gegen Berührung mit gefährlichen Teilen und gegen senkrechten Wassertropfenfall- Protegido contra el acceso a partes peligrosas con el dedo y contra las caídas verticales de gotas de agua - Защищен от доступа пальцев в опасные части, а также от попадения вертикальных капель воды- Beveiligd tegen de toegang tot gevaarlijke delen met een vinger, en tegen verticaal vallende waterdruppels- Protette contro pioggia e contro l’accesso delle dita in parti pericolose- Matériel conforme aux Directives européennes.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gys pot 26.02 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden