Gude GTB 13/5 Handleiding

Gude Boormachine GTB 13/5

Bekijk gratis de handleiding van Gude GTB 13/5 (213 pagina’s), behorend tot de categorie Boormachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Gude GTB 13/5 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/213
GTB/GSB
GTB 20
#55193/55194
GTB 13
#55120
GTB 16
#55190/55192
GSB 32 R+L
#55435
GSB 25 R+L
#55423
GSB 20
#55195/55197
Deutsch DE 2
Originalbetriebsanleitung
TISCHBOHRMASCHINE
English GB 17
Translation of original operating instructions
BENCH DRILL
Français F 35
Traduction du mode d’emploi d’origine
PERCEUSE D’ETABLI
Čeština CZ 53
Překlad originálního návodu k provozu
STOLNÍ VRTAČKA
Slovenčina SK 71
Preklad originálneho návodu na prevádzku
WIERTARKA STOTOWA
Nederlands NL 89
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
TAFELBOORMACHINE
Italiano I 107
Traduzione del Manuale d’Uso originale
TRAPANO DA BANCO
Magyar H 125
Az eredeti használati utasítás fordítása
ASZTALI FÚRÓGÉP
Slovenščina SLO 143
Prevod originalnih navodil za uporabo
NAMIZNI VRTALNIK
Hrvatski HR 161
Prijevod originalnih uputa za uporabu
STOINA BUŠILICA
Bosanski BIH 179
Prijevod originalnih uptstava za upotrebu.
STOLNA BUŠILICA
Româneşte RO 197
Traducerea manualului de exploatare original
MAȘINA DE GAURIT CU MASA
Български BG 215
Преводнаоригиналнатаинструкция
Настолнабормашина
© Copyright Güde GmbH & Co. KG - Birkichstrasse 6 - 74549 Wolpertshausen - Germany

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gude
Categorie: Boormachine
Model: GTB 13/5
Soort bediening: Buttons, Rotary
Kleur van het product: Black, Blue, Stainless steel
Gewicht: 13000 g
Hoogte: 575 mm
Aantal snelheden: 5
Vermogen: 250 W
Variable snelheid: Ja
Hefboom: Ja
Boorhouder: Zonder sleutel
Rotatiesnelheid ( max): 2500 RPM
Rotatiesnelheid ( min): 500 RPM
AC-ingangsspanning: 230 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Kolomboormachine
Boorkopopspanning: B16
Maat boortafel (BxD): 164 x 164 mm

Handleiding Gude GTB 13/5 – volledige tekst

3. Algemene veiligheidsvoorschriften Voor het gebruik van de machine zijn de desbetreffende richtlijnen van de UVV (Voorschriften van de Ongevallenverzekering betreffende Voorkoming van Ongevallen), alsook de VDE- en DIN-Richtlijnen in acht te nemen. Iedere mechanische en elektrische wijziging van de machine, die niet aan de geldige richtlijnen beantwoordt, betekent aanzienlijk ongevalgevaar. 1. LEES de hele gebruiksaanwijzing door en raak daarmee bekend. Leer de gebruiksmogelijkheden van de machine en zijn mogelijke gevaren. 2. GEBRUIK GEEN ELEKTRISCHE APPARATEN in ruimtes met een hoge luchtvochtigheid en stel deze nooit aan weerinvloeden bloot. 3. GEBRUIK NIMMER elektrisch aangedreven machines in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen. 4. Houd je werkomgeving ALTIJD schoon en goed verlicht. WERK NIET op vloeren die door zaagsel of olie glad zijn. 5.

HOUD TOESCHOUWERS OP EEN VEILIGE AFSTAND VAN de werkomgeving, bijzonder als het werktuig in werking is. 6. GEBRUIK DE MACHINE NIET voor werkzaamheden waarvoor deze niet bestemd is. 7. DRAAG VEILIGE KLEDING. DRAAG GEEN losse kleding, handschoenen, dassen of sieraden (ringen, horloges), indien het werktuig in gebruik is. Bij langer haar, in de buurt van de beweegbare machinedelen, een haarbescherming dragen (haarnet, muts, hoofddoek). Het is een bescherming tegen meeneemgevaar door de boor of boorkop. 8. DRAAG EEN GEZICHTSMASKER OF EEN STOFMASKER. Bij boren ontstaat stof. 9. Neem ALTIJD de netstekker uit het stopcontact, indien instellingen worden verricht, onderdelen worden vervangen, reiniging of werkzaamheden aan het werktuig worden uitgevoerd. 10. VERMIJD EEN TOEVALLIGE INGEBRUIKNAME.

Overtuigt u zich dat de stroomschakelaar in de „UIT-positie“ is, voordat de stekker aan het stopcontact wordt aangesloten. 11. VERWIJDER INSTELLINGSWERKTUIGEN. OVERTUIGT U ZICH dat alle werktuigen van de boormachine zijn verwijderd voordat de machine wordt ingeschakeld. 12.

LAAT EEN WERKTUIG NOOIT ZONDER TOEZICHT DRAAIEN. Stel de stroomschakelaar op „UIT“. VERLAAT het werktuig NIET voordat het volledig stil staat. 4. Aanvullende algemene veiligheidsvoorschriften 13. GA NIET TE DICHTBIJ DE MACHINE STAAN. Bewaar altijd een gepaste veiligheidsafstand en let op uw goede stabiliteit. Draag oliebestendig schoeisel met rubberzolen. Houd de vloer vrij van olie, afval en andere brokstukken. 14. ONDERHOUD DE WERKTUIGEN NAAR BEHOREN. Houd de werktuigen ALTIJD schoon en in een goede conditie. 15. CONTROLEER OP BESCHADIGING VAN ONDERDELEN. Controleer beweegbare onderdelen op uitlijning, klemmen, mogelijke breukplekken, verkeerde montage of gelijke andere omstandigheden die het gebruik kunnen beïnvloeden. Ieder beschadigd onderdeel dient naar behoren gerepareerd of vervangen te worden. 16. BEVEILIG DE WERKPLAATS TEGEN TOEGANG VAN KINDEREN.

Gebruik hangsloten, hoofdschakelaar en verwijder altijd de boorkopsleutel. 17. GEBRUIK DE MACHINE NOOIT onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen die de bekwaamheid voor een behoorlijke omgang met het werktuig zouden kunnen beïnvloeden. 90.

18. WAARSCHUWING: Stof, die door bepaalde materialen wordt voortgebracht, zou schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Gebruik het werktuig daarom altijd in een goed geventileerde omgeving en zorg voor behoorlijke verwijdering van het stof. Gebruik, waar mogelijk, systemen voor stofverzameling. 19. DRAAG ALTIJD OOGBESCHERMING. Veiligheidsbril. Een boormachine kan vreemde lichamen in de ogen doen slingeren die een duurzame oogbeschadiging kunnen veroorzaken. Draag ALTIJD een veiligheidsbril (geen normale bril). Gewone brillen hebben slechts stootvaste glazen. Het ZIJN GEEN splintervrije brillen. wandelen Volg deze veiligheidsbepalingen op. 5. Specifieke veiligheidsvoorschriften voor boormachines WAARSCHUWING: GEBRUIK DEZE BOORMACHINE NIET VOORDAT DEZE VOLGENS DE AANWIJZINGEN VOLLEDIG IS GEMONTEERD EN GEÏNSTALLEERD. 1.

SCHAKEL de boormachine nooit „IN“ voordat van de tafel niet alle voorwerpen (werktuigen, afval, enz. ) zijn verwijderd. 2. HOUD ALTIJD de handen en vingers ver weg van de boor. 3. Probeer NIET in een materiaal te boren dat geen voldoende grote oppervlakte heeft, tenzij een geschikte steun wordt gebruikt. 4. Start de boormachine NOOIT als de boor tegen het te bewerken materiaal gedrukt is. 5. OVERTUIGT U ZICH dat de tafelspanhefboom vast is aangedraaid voordat de machine wordt gestart. 6. Verricht NOOIT het aftekenen, een montage of het vastklemmen op de tafel, als de boormachine loopt. 7. OVERTUIGT U ZICH of de boor veilig in de boorkop bevestigd is. 8. OVERTUIGT U ZICH dat de spansleutel van de boorkop is verwijderd voordat de machine wordt ingeschakeld. 9. RICHT de tafel uit of de diepteaanslag in om boren in de tafel te vermijden. 10.

Stop ALTIJD met boren, als spanen van de tafel worden verwijderd. 11. GEBRUIK KLEMMEN/SPANKLAUWEN of een machineklem, om het te bewerken materiaal aan de tafel vast te zetten. 12. Draag GEEN handschoenen als u met boren bezig bent. 13.

SCHAKEL de stroomtoevoer uit, verwijder de boor en maak de tafel schoon voordat u de machine verlaat. 14. STEL DE BOORMACHINE op een snelheid in die voor de desbetreffende werkzaamheid voorgeschreven is. 15. INDIEN een onderdeel van de boormachine zou ontbreken, beschadigd is of een willekeurig elektrisch onderdeel niet naar behoren functioneert, schakel dan de stroomtoevoer uit en neem de kabelstekker uit het stopcontact. Vervang de ontbrekende, beschadigde of niet functionerende onderdelen waarna de machine weer in gebruik genomen kan worden. Volg deze veiligheidsbepalingen op. 91.

6. Informaties betreffende het elektrische gedeelte Aanwijzingen betreffende het aarden IN GEVAL VAN EEN STORING OF EEN UITVAL waarborgt een aarding de weg van de geringste weerstand voor de elektrische stroom en vermindert daardoor het risico van een elektrische schok. Dit werktuig is met een netkabel uitgerust die een aardgeleider en een aardingsstekker heeft. De stekker MOET aan een geaard stopcontact aangesloten worden die in overeenstemming met ALLE plaatselijke voorschriften en maatregelen naar behoren is geïnstalleerd en geaard. VERANDER DE MEEGELEVERDE STEKKER NIET. Indien de stekker niet in het stopcontact past, laat dan door een gekwalificeerde elektricien een met voorschriften overeenkomstig stopcontact installeren. EEN VERKEERDE VERBINDING van de aardedraad kan het risico van een elektrische schok tot gevolg hebben.

De draad met de groene isolering (met of zonder gele strepen) is voorzien als de aardedraad. Indien een reparatie of vervanging van de netkabel of stekker noodzakelijk is, NIMMER de aarddraad aan een onder stroom staande aansluitklem aansluiten. CONTROLEER met een gekwalificeerde elektricien of klantendienst de aardleiding, als u de aanwijzingen betreffende de aarding niet volledig begrijpt of indien u onzeker bent of het werktuig naar behoren is geaard. LET OP: OVERTUIGT U ZICH IN ALLE GEVALLEN OF HET BEDOELDE INSTEEKVOETJE NAAR BEHOREN IS GEAARD. INDIEN U NIET ZEKER BENT, LAAT HET INSTEEKVOETJE DAN DOOR EEN VAKKUNDIGE ELEKTRICIEN CONTROLEREN. WAARSCHUWING: DEZE BOORMACHINE IS SLECHTS VOOR HET GEBRUIK IN BINNENRUIMTEN BESTEMD. STEL DE BOORMACHINE NOOIT AAN REGEN BLOOT EN GEBRUIK DEZE NIET IN VOCHTIGE RUIMTEN.

LET OP: DE MACHINE MAG SLECHTS AAN EEN STROOMSAANSLUITING MET FOUTSTROOM (FI-SCHAKELAAR) GEBRUIKT WORDEN. Overtuigt u zich er van dat de verlengkabel zich in goede staat bevindt. Indien u een verlengkabel gebruikt, overtuigt u zich dat deze sterk genoeg is om de stroom af te nemen die het product nodig heeft.

Een te lichte kabel zal een spanningval veroorzaken die stroomverlies en oververhitting als gevolg heeft. De onderstaande tabel geeft de juiste grootte aan in overeenstemming met de kabellengte en het ampèrage van het machineplaatje. Indien twijfel bestaat, gebruik dan de navolgende zwaardere kabel. De aangegeven grootte van verlengkabels waarborgt een spanningval van niet meer dan 5 % bij geschatte belasting van het werktuig.

Afb. 1 8. Montage Montage en schoonmaken Pak de boormachine en alle delen voorzichtig uit en vergelijk deze met onderstaande lijst. Totdat de boormachine geheel gemonteerd is gooit u geen karton en andere verpakkingsdelen weg. Om de boormachine voor vocht te beschermen is een beschermfolie op de bewerkte vlakken aangebracht. Verwijder deze beschermfolie met een zachte doek gedoopt in kerosine of WD-40. Gebruik in elk geval geen aceton, benzine of verfverdunningsmiddelen.

Onderdelen (Afbeelding 1) 1 - Motorsamenstelling 10 - Sleuteldoornen/Voedingshendel 2 - Kolom 11 - Tafelhoogte klemschroef 3 - Gebruiksaanwijzing (handboek) 12 - Tafelvuldop 4 - Morseconus 13 - 2 zeskante stiftsleutels & spie 5 - Tafelslinger 6 - Schroeven/bouten 7 - Boorkop en boorkopsleutel 8 - Tafel 9 - Machinevoet Waarschuwing: Indien ergens een onderdeel vermist of beschadigd is dan de boormachine niet met de voeding verbinden voordat het vermiste of beschadigde deel vervangen is en de montage beëindigd is. Gereedschappen die voor de montage gebruikt worden: - verstelbare moersleutel - schroevendraaier - hamer en een houtblok Afb. 2 94

Machinevoet en kolom (Afbeelding 3) 1. Uitrichten van de kolom met de gaten in de machinevoet. 2. Plaatsen van een 10 mm x 25 mm bout in elk gat van de kolom en deze vastdraaien. Tafel en kolom (Afbeelding 3) 1. Verwijder de ring (3) door losmaken van de stelschroef (4). 2. Verwijder de tandheugel (5) van de kolom. 3. Controleer of het tandwiel (8) op juiste wijze in de tafel- en bevestigingsarm (7) geplaatst is en met de tandwielen in aanraking is. De sleuteldoorn (9) moet ongeveer 2,5 cm uit de behuizing steken (Afb. 4). 4. Plaats de tandheugel (5) in de getande sleuf (6) van de tafelbevestigingsarm (7) (Afb. 4). De tafel bevestigingsarm zal in het midden van de tandheugel zijn. 5. Schuif de tafel bevestigingsarm en de tandheugel (1) voorzichtig op de kolom (2) (Afb. 5). Plaats het einde van de tandheugel in de sleuf (3) aan de machinevoet van de kolom. 6.

Boormachinekop en kolom 1. Breng de boormachinekop voorzichtig aan de bovenkant van de kolom aan. Als de kop te zwaar is, til deze dan met de hulp van een andere persoon naar zijn juiste positie. 2. De kolom past in het montagegat van de machinekop. Overtuigt u zich er van dat het montagegat op de juiste wijze op de kolom is geplaatst. Richt de machinekop met de tafel en de machinevoet uit en draai de twee stelschroeven met een zeskantsleutel aan. (Afb. 9) Voedingshendel (Afbeelding 10) 1. Schroef de drie ronde stangen in de voedingshendel (1). 2. Draai de ronde knoppen (2) aan het einde van de stangen vast aan. Afdekking van de riemschijven (Afbeelding 11) 1. Steek het onderlegschijfje en de schroef door het gat in de afdekking van de riemschijven. 2. Draai de knop op de schroef en zet deze vast. Afb. 9 Afb. 10 Afb. 7 Afb. 8 96

Montage van de spil en de boorkop (Afbeelding 12) 1. Maak de morseconus en de boorspil zorgvuldig schoon en houd deze olie- en stofvrij. Steek nu de morseconus (1) met een krachtige beweging in de boorspil (2). 2. Plaats nu de boorkop (3) op de korte machinekegel van de doorn. 3. Open de klemming van de boorkop geheel. Om beschadigingen aan de boorkop te voorkomen, gebruik een stuk hout en klop de boorkop en de conus met 2-3 lichte klopjes naar boven. LET OP: Om beschadiging van de boorkop te voorkomen, geen metalen hamer gebruiken om de boorkop op de as te monteren. Verwijderen van de boorkop (Afbeelding 13) 1. Om de boorkop is in zijn laagste positie te plaatsen, leg de spilbus open (1). Gebruik daarvoor de voedingshendel. De spilbus heeft aan beide kanten een groot ovalen gat (2). 2. Draai de boorkop (3), tot een spilgat (4) met een gat in de spilbus overeenkomt. 3.

Breng de spie (5) in en klop licht met een hamer. 4. De as en de boorkop zullen uit de spil vallen. Montage van de boormachine (Afbeelding 14) 1. De boormachine moet met de twee gaten in de machinevoet (1) met goede bevestigingselementen op een onderstel of een werkbank vastgezet worden. Dat zal vermijden dat de boormachine tijdens het werk omvalt, verschuift of trilt. BELANGRIJK: Als het onderstel of de werkbank tijdens het gebruik begint te bewegen, dan is het beter deze aan de vloer te bevestigen. Afb. 11 Afb. 12 3. Afb. 13 Afb. 14 97

9. Instellingen Wijziging van het spiltoerental (Afbeelding 16) 1. Neem de boormachine van de stroombron. 2. Open de afdekking van de riemschijven. 3. Maak de geleiderails(schuif)knop (1) los. 4. Zwenk de motor naar voren om de spanning op beide riemen te verminderen. 5. Breng de riemen aan op de riemschijven die bij de gewenste spilsnelheid (2) behoren. 6. Trek de riemspanning aan en zwenk de motor naar de achterzijde van de boormachine. 7. Trek de geleiderails(schuiver)knop (1) aan. 8. Sluit de afdekking van de riemschijven. 9. Laat de boormachine draaien om te controleren of de riemen de juiste spanning hebben. Instellen van de tafel (Afbeelding 17) 1. Heffen of zakken van de tafel d. m. v. het ontgrendelen van de kolomvergrendeling (1) en het draaien met de slinger (2) in de gewenste richting. Draai de kolomvergrendeling voor het boren weer vast. 2.

Om de tafel rond de kolom te draaien, zet de kolomvergrendeling los (1) en draai deze aansluitend opnieuw vast. 3. Om enkel de tafel te zwenken, zet de tafelvergrendeling los (3), zwenk de tafel naar de gewenste positie en draai de tafelvergrendeling weer vast. 4. Om de tafel van 0° tot 45° (rechts of links) schuin te stellen, moet de stift (4) en de moer (5) verwijderd worden. In het geval dat de stift blijft steken, draai dan de moer (5) in de klokrichting aan tot de stift er uit valt. Draai de schroef van de tafelvergrendeling (6) los, stel de tafel schuin onder de gewenste hoek en draai de schroef (6) weer aan. Als de tafel op 0° teruggesteld moet worden, plaats de stift (4) opnieuw en draai de schroef (6) aan. De maatindeling voor de schuinstelling is aan de tafelbevestiging (7) af te lezen. Afb. 16 Afb.

Afb. 18 Afb. 19 BELANGRIJK: De moer niet te vast aandraaien. Als deze te vast is aangetrokken, wordt de beweging van de spilgreep verzwaard. 10. Werking Boortoerentallen Belangrijke factoren voor boortoerentallen: Soort van het te boren materiaal, boordiameter, soort boor en gewenste snijkwaliteit. Denk er aan dat hoe kleiner de boordiameter zoveel hoger het gewenste toerental moet zijn. Bij het boren van zachte materiaalsoorten is het te gebruiken toerental hoger als voor harde materialen (zie boortabel). Metaalbewerking Het metalen werkstuk moet toerijkend vastgeklemd worden. Wij bevelen één van onze machineklemmen aan. Houd het werkstuk nooit met de blote hand vast; de snijkanten van de boor kunnen het werkstuk grijpen en ernstige verwondingen veroorzaken. De boor zal breken als het metalen werkstuk de kolom raakt.

Klem het werkstuk goed vast; tijdens kantelen, torderen of verschuiven ontstaat niet enkel een groter gat, maar de mogelijkheid tot breuk van de boor neemt belangrijk toe. Als het metalen werkstuk vlak is, leg dan een stuk hout daaronder om te verhinderen dat het zich zal draaien. Als het werkstuk van onregelmatige vorm is en niet vlak op de tafel gelegd kan worden, zal het zeker vastgemaakt en geklemd moeten worden. Houtbewerking Spiraalboren voor het bewerken van metaal kunnen ook voor hout gebruikt worden maar speciale houtboren zijn te prefereren. Gebruik geen spiraalboren: deze draaien zo snel dat het werkstuk van de tafel getild wordt en gaat ronddraaien. Om geheel door het werkstuk te boren moet de tafel zo ingesteld zijn dat de boor in het centrumgat doorboort. Werk met een langzame voeding als de boor bijna door het hout gaat komen, om versplintering te vermijden.

Voeding Trek de voedingshendel gelijkmatig met een benodigde kracht naar beneden, onderbreek de voeding telkens om materiaalspanen kort te houden en het boorgruis uit het gat af te voeren. Te snelle voeding kan de motor tot stilstand brengen, de riem laten slippen, het werkstuk beschadigen of de boor doen breken. Te langzame voeding zal bewerkstelligen dat de boor warm wordt en het werkstuk verbrandt. 11. Onderhoud WAARSCHUWING: DRAAI VOOR EIGEN ZEKERHEID DE SCHAKELAAR OP „UIT“ EN TREK DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT VOORDAT U ONDERHOUDSWERK GAAT UITVOEREN OF DE BOORMACHINE GAAT SMEREN. 99.

Blaas of zuig het boorsel of metaalspanen weg, die zich in en op de motor, het riemschijfhuis, de tafel en op de werkstukoppervlakte verzameld hebben. Wrijf de blanke vlakken met een geoliede doek af. Breng een dunne pasta-achtige laag was op de kolom en tafel aan om deze oppervlakten schoon en vrij van roest te houden. De kogellagers in de boorspil en in de V-snaarschijven worden ingevet en duurzaam afgedicht. Trek de boorspil naar beneden en olie deze regelmatig om de drie maanden. Smeer de tafelkleminrichting en de vergrendelstiften, als deze zwaar gaan. LET OP: Al het onderhoudswerk aan de boormachine moet door gekwalificeerd technisch personeel van de klantendienst uitgevoerd worden. 100

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gude GTB 13/5 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden