Grundfos UPSD 32-60 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Grundfos UPSD 32-60 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Grundfos UPSD 32-60 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Grundfos |
| Categorie: | Pomp |
| Model: | UPSD 32-60 |
Handleiding Grundfos UPSD 32-60 – volledige tekst
Nederlands (NL)2Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesVertaling van de oorspronkelijke Engelse versieDeze installatie- en bedrijfsinstructies bieden een beschrijving van de UPS, UPSD Series 200. Paragrafen 1-6 bevatten de informatie die nodig is om het product veilig te kunnen uitpakken, installe-ren en starten. Paragrafen 7-11 bieden belangrijke informatie over het product, alsmede informatie over service, pro-bleemoplossing en afvoer van het product. INHOUDPagina1. Algemene informatie1. 1 Symbolen die in dit document gebruikt wordenDe tekst bij de drie gevarensymbolen GEVAAR, WAARSCHUWING en LET OP zal als volgt worden gestructureerd:1. 2 Andere belangrijke opmerkingen1. Algemene informatie21. 1 Symbolen die in dit document gebruikt worden21. 2 Andere belangrijke opmerkingen22. Het product ontvangen32. 1 Het product inspecteren32. 2 Leveringsomvang33.
Het product installeren33. 1 Locatie33. 2 Gereedschap33. 3 Posities in de klemmenkast43. 4 Stromingsrichtingen43. 5 Elektrische aansluitingen53. 6 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmodule53. 7 Dubbelpompen met relaismodule53. 8 Gebruik van een frequentie-omvormer64. Het product inschakelen65. Het product opslaan en hanteren65. 1 Het product ophijsen65. 2 Het product plaatsen75. 3 Bescherming tegen bevriezing76. Productintroductie76. 1 Toepassingen76. 2 Te verpompen media76. 3 Glycol76. 4 Identificatie87. Regelfuncties87. 1 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmodule87. 2 Dubbelpompen met relaismodule97. 3 Toerentalselectie108. Problemen met het product opsporen118. 1 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmoduul118. 2 Dubbelpompen met relaismodule129. Technische gegevens1310. Afvoeren van het product14Lees dit document voordat u de installatie gaat uitvoeren.
Dit apparaat kan worden gebruikt door kin-deren van 8 jaar en ouder, en personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogen of gebrek aan ervaring en kennis als zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het product en als zij de hier-aan verbonden risico's begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het apparaat mag niet worden gereinigd en er mag geen onderhoud op worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan. GEVAARGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, zal resulteren in de dood of in ernstig persoonlijk letsel. WAARSCHUWINGGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, zou kunnen resulteren in de dood of in ernstig per-soonlijk letsel.
LET OPGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, zou kunnen resulteren in licht of middelzwaar persoon-lijk letsel. SIGNAALWOORDBeschrijving van gevaarGevolg van negeren van waarschuwing. - Actie om het gevaar te vermijden. Een blauwe of grijze cirkel met een wit gra-fisch symbool geeft aan dat een actie moet worden uitgevoerd.
Nederlands (NL)32. Het product ontvangen2.1 Het product inspecterenControleer of het ontvangen product overeenkomt met wat is besteld.Controleer of het voltage en de frequentie van het product overeenkomen met het voltage en de fre-quentie van de installatielocatie. Zie paragraaf 6.4.1 Typeplaatje.2.2 LeveringsomvangDe doos bevat de volgende items:• UPS Series 200 pomp• installatie- en bedrijfsinstructies in vier talen• boekje met veiligheidsinstructies.3. Het product installeren3.1 LocatieDe pomp is ontworpen voor opstelling binnenshuis.3.2 Gereedschap3.2.1 DraaimomentWe adviseren de volgende draaimomenten voor bou-ten die worden gebruikt in flensaansluitingen:Installeer de pomp met de motoras in horizontale positie. Zie afb. 1.3.2.2 Flenskrachten en draaimomentenVoor maximaal toegestane krachten en draaimomen-ten van de leidingaansluitingen op de flenzen van de pomp, raadpleegt u afb.
10, in de bijlage.Afb. 1 Horizontale motorasDe stromingsrichting door de pomp wordt door mid-del van pijlen op het pomphuis aangegeven.De automatische ontluchting wordt niet standaard bij de pomp geleverd.Een rode of grijze cirkel met een diagonale balk, mogelijk met een zwart grafisch sym-bool, geeft aan dat een actie niet moet worden uitgevoerd of moet worden gestopt.Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan dit resulteren in technische fouten en schade aan de installatie.Tips en advies om het werk gemakkelijker te maken.AfmetingenDraaimoment[Nm]M12 27M16 66TM02 1404 1101Voorzie dubbelpompen die in horizontale leidingen zijn geïnstalleerd, boven in het pomphuis van een automatische ontluch-ting. Zie afb. 5.Raadpleeg de technische gegevens in paragraaf 9. Technische gegevens
Nederlands (NL)43. 3 Posities in de klemmenkastAan de onderkant heeft het statorhuis dichtbij het pomphuis twee aftapgaten, 5 x 10 mm, waardoor condenswater kan ontsnappen. De aftapgaten moe-ten naar beneden wijzen. Zie de pijlen in afb. 2. Beschouw de ontluchtingsgaten in het statorhuis niet als aftapgaten. In afb. 2 worden van enkele pompen de mogelijke posities van de klemmenkast getoond. Deze posities gelden voor installatie in zowel verticale als horizon-tale leidingen. Afb. 2 Klemmenkast posities, enkele pompenStandaard klemmenkast posities. Afb. 3 Standaard posities3. 4 StromingsrichtingenMogelijke stroomrichtingen voor enkele pompen. Afb. 4 Stroomrichtingen, enkele pompenMogelijke stroomrichtingen voor dubbelpompen. Afb. 5 Stroomrichtingen, dubbele pompenWijzig de positie van de klemmenkast als volgt:1. Verwijder de vier schroeven waarmee de pomp-kop is bevestigd. 2.
Draai de pompkop in de gewenste positie. 3. Plaats de vier bouten weer terug. Als u bij dubbelpompen de positie van de klemmen-kast wilt veranderen, is het mogelijk dat de kabelver-binding tussen de twee klemmenkasten moet wor-den verwijderd. Wij adviseren u de kabel bij pomp 1 los te koppelen. Schakel de pomp pas in wanneer het systeem met vloeistof is gevuld en volledig is ontlucht. Bovendien dient de vereiste minimale voordruk beschikbaar te zijn aan de zuigzijde van de pomp. Zie tabel in bij-lage. Om de stand van het plaatje te veranderen, verwij-dert u het plaatje door een schroevendraaier onder de buitenrand van het plaatje te zetten, deze er af te wippen, in de correcte stand te zetten en weer op zijn plaats te drukken. TM05 1965 4111Draai de klemmenkast uitsluitend naar de posities in afb. 2.
GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel. Voordat u met werkzaamheden aan het product begint, dient u er zeker van te zijn dat de elektriciteitstoevoer is uitgescha-keld en niet per ongeluk kan worden inge-schakeld. Als de stand van de klemmenkast is veran-derd, moet het typeplaatje op de pomp zo worden gedraaid, dat de uitsparing in het plaatje naar beneden wijst. Na ontluchting kan het lekwater zo weglopen. P1P2P1P1P1P2P2P2.
Nederlands (NL)53. 5 Elektrische aansluitingenDe elektrische aansluiting moet worden uitgevoerd overeenkomstig de lokale voorschriften. Controleer of de voedingsspanning en -frequentie overeenkomen met de waarden die op het type-plaatje vermeld staan. Stel de thermische schakelaar in op de vollaststroom van de pomp op basis van het geselecteerde toeren-tal. De vollaststroom van de pomp staat vermeld op het typeplaatje. Zie afb. 10. U kunt aarding of neutralisering gebruiken ter bescherming tegen indirect contact. U kunt een A/V-geactiveerde aardlekschakelaar gebruiken als extra beveiliging. 3. 6 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmoduleSluit de pomp aan op het voedingsnet via een uit-wendig contact.
Sluit de magneetschakelaar aan op de in de pomp ingebouwde thermische overbelastingsschakelaar, klemmen T1 en T2, om de pomp te beveiligen tegen overbelasting bij alle drie de toerentallen. Afbeeldingen 1 en 2 in de bijlage geven de mogelijke aansluitingen weer:• Afbeelding 1 toont de elektrische aansluitingen bij gebruik van externe pulscontacten voor star-ten en stoppen. • Afbeelding 2 toont de elektrische aansluitingen bij gebruik van externe wisselcontacten voor star-ten en stoppen. 3. 7 Dubbelpompen met relaismoduleDe pompen kunnen direct op het net aangesloten worden, omdat ze voor alle drie de toerentallen van een ingebouwde thermische overbelastingsschake-laar zijn voorzien. De pompen zijn fabrieksmatig afgesteld op wisse-lend bedrijf van in werking zijnde en stand-by pomp. Iedere 24 uur wisselen de pompen van functie.
Als er slechts één pomp in bedrijf is, dient de kabel tussen de pompen te worden verwijderd. Stel de pompen ieder apart in en sluit ze afzonderlijk aan op het net. Zie afbeeldingen 6 en 7 in de bijlage:• Afbeelding 6: Elektrische aansluiting en instellen van de keuzeschakelaar, wanneer de signaaluit-gang wordt gebruikt voor bedrijfssignalering. • Afbeelding 7: Elektrische aansluiting en instellen van de keuzeschakelaar, wanneer de signaaluit-gang wordt gebruikt voor storingssignalering. Storings- of bedrijfssignalering voor dubbelpompen in wisselend bedrijfAls de signaaluitgang wordt gebruikt voor storings- of bedrijfssignalering, gebruikt u een hulprelais. Afbeelding 8 laat een eenfase pomp in wisselend bedrijf zien met externe storingssignalering ingeval pomp 2 of beide pompen defect zijn.
GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letselMaak geen aansluitingen in de klemmen-kast tenzij u de voedingsspanning hebt uitgeschakeld. Verbind de pomp met de aarde. Sluit de pomp aan via een externe net-schakelaar met een contactopening van ten minste 3 mm voor alle polen. GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel. Het moet mogelijk zijn om de hoofdscha-kelaar in de 'uit'-positie te vergrendelen. Type en eisen zoals gespecificeerd in EN 60204-1, 5. 3. 2. LET OPHeet oppervlakLicht of middelzwaar persoonlijk letsel- Als de pomp tevens door een motorbe-veiliging wordt beveiligd, moet deze beveiliging worden afgesteld op het stroomverbruik bij het ingestelde toe-rental. Stel de beveiliging opnieuw in telkens wanneer er een ander toerental wordt ingesteld. Het stroomverbruik bij de verschillende toerentallen staat ver-meld op het typeplaatje.
Stel de keuzeschakelaar van pomp 2 in deze bedrijfsmodus in op storings- of bedrijfssignalering. Stel de keuzeschakelaar van pomp 1 in deze bedrijfsmodus in op storings- of bedrijfssignalering. Bij bedrijf met een enkele pomp moet de keuzeschakelaar worden ingesteld op sto-rings- dan wel bedrijfssignalering.
Nederlands (NL)6Storings- of bedrijfsindicatie voor dubbelpompen in stand-by bedrijfAls de signaaluitgang van de in werking zijnde pomp wordt gebruikt voor storings- of bedrijfssignalering, gebruikt u een hulprelais. Als de signaaluitgang van de stand-by pomp wordt gebruikt voor storings- of bedrijfssignalering, ga dan te werk overeenkomstig afb. 6 en 7 in de bijlage. 3. 8 Gebruik van een frequentie-omvormerWe raden niet aan om de pompen via een frequen-tieomvormer te bedrijven vanwege de volgende redenen:• Het geluidsniveau zal toenemen. • De levensduur van het isolatiesysteem van de motor zal korter worden als gevolg van spanning-spieken veroorzaakt door de frequentieomvor-mer. • Bij driefasenpompen geeft het signaallampje de verkeerde aanduiding. Het lampje brandt altijd rood.
• Pompen uitgerust met een beveiliging of een relaismodule mogen niet op een frequentieom-vormer worden aangesloten. We adviseren de Grundfos MAGNA en de UPE Series 2000 met ingebouwde frequentieomvormer. 4. Het product inschakelenSchakel de pomp pas in wanneer u het systeem met vloeistof hebt gevuld en volledig ontlucht. Bovendien dient de vereiste minimale voordruk beschikbaar te zijn aan de zuigzijde van de pomp. Zie tabel in bij-lage. Afb. 6 De pomp ontluchten5. Het product opslaan en hanteren5. 1 Het product ophijsenHijs de pomp altijd rechtstreeks aan de pompkop of aan de koelribben op. Zie afb. 7. Voor grote pompen moet u hijsapparatuur gebruiken. Plaats de hijsbanden zoals getoond in afb. 7. Afb. 7 Correct hijsen van de pompAfb.
8 Incorrect hijsen van de pompLET OPSysteem onder drukLicht of middelzwaar persoonlijk letselWanneer de inspectieschroef wordt losge-draaid, kan kokend hete vloeistof ontsnap-pen. Let er speciaal op dat ontsnappende vloeistof geen persoonlijk letsel of materi-ele schade veroorzaakt. TM02 1405 1101InspectieschroefLET OPVerplettering van de voetenLicht of middelzwaar persoonlijk letsel- Gebruik veiligheidsschoenen bij het hanteren van de pomp.
Nederlands (NL)75. 2 Het product plaatsenBij installatie van de pomptypen UPS, UPS D 32-xx, 40-xx, 50-xx en 65-xx met ovale boutgaten in de flenzen, dienen de ringen geplaatst te worden zoals in afb. 9 is weergegeven. Afb. 9 Positie van sluitringen voor ovale bout-gaten5. 3 Bescherming tegen bevriezingAls de pomp tijdens vorst niet wordt gebruikt, dienen er maatregelen genomen te worden om vorstschade te voorkomen. 6. ProductintroductieUPS, UPS D circulatiepompen met meerdere toeren-tallen kunnen werken op drie verschillende toerental-len. De pompen kunnen als enkele of als dubbele pomp worden geleverd. Alle pompen zijn uitgerust met een thermische schakelaar in de stator. De pompen zijn verkrijgbaar als:• gietijzeren pompen met zwart naamplaatje• bronzen pompen met brons typeplaatje en een B in de type aanduiding.
KlemmenkastmodulesDe enkele pomp wordt geleverd met een standaard-module in de klemmenkast. De dubbelpomp wordt geleverd met een standaard-module of een relaismodule in de klemmenkast. De relaismodule is beschikbaar als een optioneel accessoire voor enkele pompen. 6. 1 ToepassingenDe pompen zijn ontworpen voor het circuleren van vloeistoffen in verwarmings- en airconditioningsyste-men. De pompen kunnen ook worden gebruikt in huishoudelijke tapwatersystemen. 6. 2 Te verpompen mediaSchone, dunne, niet-agressieve en niet-explosieve vloeistoffen die geen vaste deeltjes, vezels of mine-rale olie bevatten. Als de pomp in een verwarmingssysteem wordt geïn-stalleerd, moet het water voldoen aan de eisen van de gebruikelijke normen voor waterkwaliteit in ver-warmingssystemen, bijv. de Duitse norm VDI 2035.
In huishoudelijke warmwatersystemen adviseren we om alleen pompen te gebruiken als de hardheid van het water lager is dan ongeveer 14 ° dH. Voor water met een hogere hardheidsgraad raden we een direct gekoppelde TP pomp aan. Vloeistoftemperatuur, zie paragraaf 9. Technische gegevens. 6.
3 GlycolDe pompen kunnen worden gebruikt voor het ver-pompen van water/glycol-mengsels van maximaal 50 %. De maximale viscositeit van een 50 % glycolmengsel bij -10 °C is ongeveer 32 cSt. Om te voorkomen dat het glycolmengsel wordt afge-broken moeten temperaturen worden vermeden die de nominale vloeistoftemperatuur overschrijden, en moet de bedrijfstijd bij hoge temperaturen worden geminimaliseerd. Het is belangrijk om het systeem te reinigen en door te spoelen voordat u het glycolmengsel toevoegt. Voorkom corrosie of kalkaanslag door regelmatig het glycolmengsel te controleren en aan te passen. Als verdere verdunning van de geleverde glycol is ver-eist, volgt u de instructies van de glycolleverancier. LET OPHeet oppervlakLicht of middelzwaar persoonlijk letsel- De pomp dient zo te worden opgesteld dat niemand per ongeluk met de hete oppervlakken in aanraking kan komen.
TM01 0683 1997RingInstallatiePompWAARSCHUWINGOntvlambaar materiaalDood of ernstig persoonlijk letselGebruik de pomp niet voor brandbare vloeistoffen zoals dieselolie en benzine. Bij het verpompen van glycolmengsels wordt de pompcapaciteit minder. Raadpleeg Grundfos Product Center op www. grundfos. nl voor meer details. DEX-COOL® glycol kan de pomp bescha-digen.
Nederlands (NL)86.4 Identificatie6.4.1 TypeplaatjeAfb. 10 Typeplaatje6.4.2 Typesleutel7. Regelfuncties7.1 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmoduleAfb. 11 Standaardmodule en toerentalschake-laarDe functie van de signaallampjes wordt getoond in de volgende tabellen.EnkelfasepompenEnkelfasepompen hebben alleen een groen signaal-lampje.DriefasenpompenDriefasenpompen hebben een groen en een rood signaallampje.TM06 5497 4715Pos.
Nederlands (NL)97.2 Dubbelpompen met relaismoduleDe twee klemmenkasten zijn middels een vierade-rige kabel verbonden.Afb. 12 Klemmenkast met relaismoduleDe relaismodule heeft een signaaluitgang voor externe bedrijfs- of storingssignalering of voor de regeling van het wisselen tussen pomp 1 en 2.Door middel van een keuzeschakelaar kan de sig-naaluitgang worden geactiveerd:Alle pompen met een relaismodule zijn uitgevoerd met een groen en een rood signaallampje.
Beschrijving1 Schakelaar voor signaaluitgang2 Relaismodule3 ToerentalschakelaarBedrijf: De signaaluitgang wordt geacti-veerd als de pomp in bedrijf is.Storing: De signaaluitgang wordt geacti-veerd in geval van storing.Wisselend bedrijf: Gebruik deze instel-ling wanneer de pompen afwisselend zul-len draaien en stand-by zullen staan.123Signaal-lampjesSignaaluit-gang geacti-veerdBeschrijvingGroen RoodBed-rijfSto-ringUit UitDe pomp is gestopt. De voe-dingsspanning is uitgeschakeld of een fase ont-breekt.Aan Uit De pomp draait.Aan AanAlleen voor driefasenpom-pen:De pomp is in bedrijf, maar de draairichting is fout.Uit AanDe thermische schakelaar heeft de pomp uitge-schakeld.Knippert UitDe pomp is gestopt door een netschakelaar.Knippert AanDe pomp is gestopt door de thermische scha-kelaar en de net-schakelaar is uit-geschakeld.13213212 312 312 313213213213212 3132132
Nederlands (NL)107.3 ToerentalselectieDe toerentalschakelaar in de klemmenkast kan in drie standen worden gezet. Het toerental bij de ver-schillende standen van de schakelaar is te zien in de onderstaande tabel:Omschakeling naar een lager toerental levert een beduidend lager energieverbruik op en zorgt voor minder lawaai in het systeem.Afb. 13 Pompcapaciteit, standen 1, 2 en 3De pompcapaciteit kan als volgt worden veranderd:1. Schakel de voedingsspanning naar de pomp uit met de externe netschakelaar. Het groene sig-naallampje in de klemmenkast moet uit zijn.2. Verwijder het deksel van de klemmenkast.3. Trek de module van de toerentalschakelaar los en plaats deze vervolgens zo, dat het nummer van het gewenste toerental zichtbaar is door het venster van de klemmenkast. Zie afb. 14.4. Breng het deksel van de klemmenkast aan.5. Schakel de voedingsspanning in.
Het groene sig-naallampje moet blijven branden of knipperen.Afb. 14 ToerentalselectieDeze sectie geldt niet voor pompuitvoerin-gen voor Korea.Schake-laarstandToerental in % van het maximale toerentalEnkelfase-pompenDriefasen-pompen1 ong. 60 % ong. 70 %2 ong. 80 % ong. 85 %3 100 % 100 %TM00 9247 4595Ontlucht het systeem niet via de pomp.GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel.Voordat u met werkzaamheden aan het product begint, dient u er zeker van te zijn dat de voedingsspanning is uitgeschakeld en niet per ongeluk kan worden ingescha-keld.HQ12QHHQ3Bij overschakeling naar of van toerental 1 verwijdert u het klepje van de toerental-schakelaar en brengt u het aan de andere kant van de schakelaar aan.De module van de toerentalschakelaar mag niet worden gebruikt als aan/uit-scha-kelaar.TM00 9583 4996SPEEDSPEEDSPEED
Nederlands (NL)118. Problemen met het product opsporenDeze paragraaf bestaat uit twee subparagrafen, namelijk voor pompen met een klemmenkast met standaard-module en voor dubbelpompen met een klemmenkast met een relaismodule. 8. 1 Enkele pompen en dubbelpompen met standaardmoduulWAARSCHUWINGSysteem onder drukDood of ernstig persoonlijk letselVoordat de pomp wordt gedemonteerd, tapt u het systeem af of sluit u de afsluit-kleppen aan beide zijden van de pomp. De verpompte vloeistof kan gloeiend heet zijn en onder hoge druk staanGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel. Het moet mogelijk zijn om de hoofdscha-kelaar in de uit-positie te vergrendelen. Type en eisen zoals gespecificeerd in EN 60204-1, 5. 3. 2. Storing Oorzaak Oplossing1. De pomp draait niet. Geen enkel signaal-lampje brandt. a) Een zekering van de installa-tie is doorgebrand. Vervang de zekering.
b) Externe netschakelaar staat op uit. Zet de netschakelaar aan. c) De A/V-geactiveerde aard-lekschakelaar is uitgescha-keld. Repareer gebreken in de isolatie en scha-kel de aardlekschakelaar weer in. d) De pomp is uitgeschakeld door de thermische schake-laar. Controleer of de vloeistoftemperatuur bin-nen het gestelde bereik valt. Met extern aan/uit-wisselcontact:De motor wordt automatisch opnieuw gestart wanneer deze is afgekoeld tot een normale temperatuur. Met externe aan/uit-pulscontacten:De pomp wordt automatisch opnieuw gestart wanneer deze is afgekoeld tot een normale temperatuur. 2. De pomp draait niet. Het groene signaallampje is aan. a) De rotor is geblokkeerd, maar de pomp is niet uitge-schakeld door de thermische schakelaar. Schakel de voedingsspanning uit en reinig of repareer de pomp. b) De module voor de toeren-talschakelaar is niet aange-bracht.
Schakel de voedingsspanning uit middels de externe netschakelaar en verwissel twee fasen in de klemmenkast. 4. Geluid in het systeem. Het groene signaal-lampje is aan. a) Lucht in het systeem. Ontlucht het systeem. b) Het debiet is te hoog. Verminder de pompcapaciteit. Schakel over op een lager toerental. c) De druk is te hoog. Verminder de pompcapaciteit. Schakel over op een lager toerental. 5. Geluid in de pomp. Het groene signaallampje is aan. a) Lucht in de pomp. Ontlucht de pomp. b) De voordruk is te laag. Verhoog de inlaatdruk en/of controleer het luchtvolume in het expansievat, indien aanwezig. 6. Onvoldoende warmte op sommige plaatsen in het verwarmingssysteem. a) De pompcapaciteit is te laag. Verhoog de pompcapaciteit. Schakel indien mogelijk over op een hoger toeren-tal of vervang de pomp door een pomp met een grotere capaciteit.
Nederlands (NL)128. 2 Dubbelpompen met relaismoduleStoring Oorzaak Oplossing1. De pomp draait niet. Geen enkel signaal-lampje brandt. a) Een zekering van de installa-tie is doorgebrand. Vervang de zekering. b) De externe netschakelaar staat op uit. Zet de netschakelaar aan. c) De A/V-geactiveerde aard-lekschakelaar is uitgescha-keld. Repareer gebreken in de isolatie en scha-kel de aardlekschakelaar weer in. d) Fase ontbreekt (alleen drie-fasenpompen). Controleer de zekeringen en aansluitingen. 2. De pomp draait niet. Het groene signaallampje knippert. a) De pomp is gestopt door de netschakelaar. Zet de netschakelaar aan. 3. De pomp draait niet. Het groene signaallampje is aan. a) De rotor is geblokkeerd, maar de pomp is niet uitge-schakeld door de thermische schakelaar. Schakel de voedingsspanning uit en reinig of repareer de pomp. 4. De pomp draait niet. Het rode signaallampje is aan.
Het groene signaal-lampje is uit. a) De pomp is uitgeschakeld door de thermische schake-laar ten gevolge van een te hoge vloeistoftemperatuur of geblokkeerde rotor. Controleer of de vloeistoftemperatuur bin-nen het gestelde bereik valt. De motor wordt automatisch opnieuw gestart wanneer deze is afgekoeld tot een normale temperatuur. Opmerking: Als de thermische schake-laar de pomp drie keer heeft uitgescha-keld binnen een korte tijd, moet de pomp handmatig opnieuw worden gestart door de voedingsspanning uit te schakelen. b) De module voor de toeren-talschakelaar is niet aange-bracht. Schakel de voedingsspanning uit middels de externe netschakelaar en plaats de toerentalschakelaar. 5. De pomp draait niet. Het groene signaallampje knippert. Het rode sig-naallampje is aan. a) De pomp is gestopt door de thermische schakelaar en de netschakelaar is uitgescha-keld.
Opmerking: Als de thermische schake-laar de pomp drie keer heeft uitgescha-keld binnen een korte tijd, moet de pomp handmatig opnieuw worden gestart door de voedingsspanning uit te schakelen. b) De pomp is gestopt door de externe netschakelaar. c) De pomp zal in de verkeerde richting draaien als hij wordt gestart. Schakel de voedingsspanning uit middels de externe netschakelaar en verwissel twee fasen in de klemmenkast van de pomp. 6. De pomp draait. De rode en groene signaallamp-jes branden. a) De pomp draait in de ver-keerde richting. Alleen drie-fasenpompen. 7. Geluid in het systeem. Het groene signaal-lampje is aan. a) Lucht in het systeem. Ontlucht het systeem. b) Het debiet is te hoog. Verminder de pompcapaciteit. Schakel over op een lager toerental. c) De druk is te hoog. Verminder de pompcapaciteit. Schakel over op een lager toerental. 8. Geluid in de pomp.
Het groene signaallampje is aan. a) Lucht in de pomp. Ontlucht de pomp. b) De voordruk is te laag. Verhoog de inlaatdruk en/of controleer het luchtvolume in het expansievat, indien aanwezig. 9. Onvoldoende warmte op sommige plaatsen in het verwarmingssysteem. a) De pompcapaciteit is te laag. Verhoog de pompcapaciteit. Schakel indien mogelijk over op een hoger toeren-tal of vervang de pomp door een pomp met een grotere capaciteit.
Nederlands (NL)139. Technische gegevensVoedingsspanningVoedingsspanningstolerantiesDe motoren voldoen aan de eis van temperatuurstij-ging van ± 6 %. Verder zijn de motoren getest op ± 10 % van het spanningsbereik. Tijdens deze testen draaiden de motoren normaal zonder thermisch uit-geschakeld te worden. De spanningstoleranties zijn bedoeld voor variaties in de netspanning. De moto-ren zijn niet geschikt voor andere spanningen dan op het typeplaatje vermeld.BeschermingsklasseIPX4D.Omgevingstemperatuur0 tot 40 °C.Relatieve luchtvochtigheid Maximum 95 %.VloeistoftemperatuurWater in verwarmingssystemen:Continu: -10 tot +120 °C.Voor korte periodes: Tot 140 °C.Tapwater: Tot 60 °C.Speciale uitvoering met FKM afdichtingen: Tot 80 °C.Isolatie van pompkopIsoleer de pompkop niet.
Als de vloeistoftemperatuur lager is dan de omgevingstemperatuur, sluit u de aftapgaten in het statorhuis niet af als u het pomp-huis isoleert.SysteemdrukHet flensdruknummer (PN) staat aangegeven op de pompflenzen.
Nederlands (NL)14InlaatdrukVoor de minimale drukken die vereist zijn voor water bij de instroomopening van de pomp tijdens bedrijf, zie de tabel in de bijlage. GeluidsbelastingDe geluidsbelasting van de pomp is minder dan 70 db(A). Thermische schakelaarDe pomp heeft een ingebouwde thermische schake-laar met de volgende gegevens: 250 VAC / 1,6 A, cos φ 0,6. De schakelaar is een potentiaalvrij normaal gesloten contact dat opent wanneer de pomptemperatuur te hoog wordt, en weer sluit wanneer de pomp tot een normale temperatuur is afgekoeld. Bescherm de pomp tegen overbelasting door de schakelaar aan te sluiten op een externe thermische schakelaar of breng een Grundfos beveiliging of relaismodule aan. Zie afbeeldingen 1 en 2. Als de pomp wordt beveiligd via een overbelastings-relais, d. w. z.
alleen motorstroom, en niet door de ingebouwde schakelaar te gebruiken, past u het relais aan de pompstroom aan bij volledige belasting (vermeld op het typeplaatje van de pomp) in over-eenstemming met het gekozen toerental. Zie afb. 9. Start/stop ingang, basismodule/relaismoduleExtern potentiaalvrij contact. Maximale belasting: 250 V, 1,5 mA. Minimale belasting: 100 V, 0,5 mA. Bedrijf/storingsignaaluitgang, relaismoduleIntern potentiaalvrij wisselcontact. Maximale belasting: 250 V, 2 A, AC. Minimale belasting: 5 V, 100 mA, DC. 10. Afvoeren van het productDit product, of onderdelen van dit product dienen op een milieuvriendelijke manier afgevoerd te worden:1. Breng het naar het gemeentelijke afvaldepot. 2. Wanneer dit niet mogelijk is, neemt u dan contact op met uw Grundfos leverancier.
Het doorkruiste symbool van een afval-bak op een product betekent dat het gescheiden van het normale huishoude-lijke afval moet worden verwerkt en afgevoerd. Als een product dat met dit symbool is gemarkeerd het einde van de levensduur heeft bereikt, brengt u het naar een inza-melpunt dat hiertoe is aangewezen door de plaatse-lijke afvalverwerkingsautoriteiten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Grundfos UPSD 32-60 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Pomp Grundfos
Handleiding Pomp
Nieuwste handleidingen voor Pomp