Grundfos DMH 750-4 Handleiding

Grundfos Pomp DMH 750-4

Bekijk gratis de handleiding van Grundfos DMH 750-4 (58 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Grundfos DMH 750-4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/58
DMH 25X
Dosing pump
Installation and operating instructions
DMH 25x
Installation and operating instructions
http://net.grundfos.com/qr/i/99558949
GRUNDFOS INSTRUCTIONS

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Grundfos
Categorie: Pomp
Model: DMH 750-4

Handleiding Grundfos DMH 750-4 – volledige tekst

Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesVertaling van de oorspronkelijke Engelse versieInhoud1. Algemene informatie. 3651. 1 Introductie. 3651. 2 Toepassingen. 3652. Veiligheid. 3662. 1 Identificatie van de veiligheidsinstructies in dezehandleiding. 3662. 2 Kwalificatie en training van het personeel. 3662. 3 Risico's wanneer de veiligheidsinstructies niet wordenaangehouden. 3662. 4 Veiligheidsbewust werken. 3662. 5 Veiligheidsinstructies voor de afnemer/gebruiker. 3662. 6 Veiligheidsinstructies voor onderhoud, inspectie eninstallatie. 3662. 7 Ongeautoriseerde modificatie en productie vanreservedelen. 3672. 8 Onjuiste bedrijfsmethoden. 3672. 9 De veiligheid van het systeem in geval van een storingin het doseersysteem. 3673. Technische gegevens. 3673. 1 Identificatie. 3673. 2 Pompmodellen en pomptypen. 3703. 3 Pompcapaciteit. 3703. 4 Geluidsbelasting. 3723.

1 Initiële start / volgende start. 3918. 2 Opstarten/daaropvolgend opstarten van DMH 251, 252en 253. 3918. 3 Opstarten/daaropvolgend opstarten van DMH 254, 255en 257. 3928. 4 Instellen van het veiligheidsventiel. 3928. 5 Nulpuntinstellingen. 3938. 6 De pomp bedienen. 3948. 7 Shutdown. 3949. Bedrijf. 3959. 1 Aan/uit schakelen. 3959. 2 Instellen van de doseercapaciteit. 3959. 3 Gebruik van de AR-besturingseenheid (optioneel). 3959. 4 Elektrische servomotor (optioneel). 3959. 5 Elektronische voorselectie teller (optioneel). 3959. 6 Elektrisch verwarmde doseerkop (optioneel). 39510. Onderhoud. 39610. 1 Algemene opmerkingen. 39610. 2 Membraanlekkagebesturing voormembraanlekkagedetectie. 39610. 3 Reinigings- en onderhoudsintervallen. 39610. 4 Het oliepeil controleren. 39610. 5 Reinigen van de zuig- en persventielen. 39610.

6 Vervang het membraan en tandwielolie voor dedoseerkop met enkel membraan (geenmembraanlekkagedetectie). 39810. 7 Vervangen van het membraan voor doseerkop metdubbel membraan. 39911. Diagram voor het opsporen van storingen. 40212. Doseergrafieken. 40413. Het product afvoeren. 4041. Algemene informatieLees dit document voordat u het product installeert. De in-stallatie en bediening moeten voldoen aan de lokale regel-geving en gangbare gedragscodes. 1. 1 IntroductieDeze installatie- en bedieningsinstructies bevatten alle informatiedie nodig is voor het opstarten en gebruik van de DMH 25Xzuigermembraandoseerpomp. Wanneer u meer informatie wenst, of wanneer er zich problemenvoordoen die niet in detail worden omschreven in deze handleiding,neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Grundfos vestiging. 1.

Een CE conformiteitsverklaringovereenkomstig de CE-richtlijn 2014/34/EU, de zoge-naamde ATEX-richtlijn wordt meegeleverd. Deze confor-miteitsverklaring vervangt de conformiteitsverklaring in de-ze handleiding. WaarschuwingRaadpleeg voor het gebruik van een pomp, die gemar-keerd is als een explosieveilige pomp voor het doserenvan niet brandbare media of voor bedrijf in een potentieelexplosiegevaarlijke locaties overeenkomstig de CE-richt-lijn 2014/34/EU, naast deze handleiding ook de bijgeslo-ten handleiding "Bedienen van een explosieveilige pomp". WaarschuwingAndere toepassingen of gebruik van de pompen onderomgevings- en bedrijfscondities die niet zijn goedgekeurd,worden als onjuist beschouwd en zijn niet toegestaan. Grundfos accepteert geen aansprakelijkeid voor enigeschade die voortvloeit uit onjuist gebruik. 365Nederlands (NL).

2. VeiligheidDeze handleiding bevat algemene instructies welke moeten wordenaangehouden tijdens installatie, bediening en onderhoud van depomp. Deze handleiding moet daarom worden gelezen door deinstallatie-engineer en de relevante gekwalificeerdepersoneelsleden/operators voorafgaande aan de installatie en hetopstarten en moet altijd beschikbaar zijn op de installatielocatie vande pomp. Niet alleen de algemene veiligheidsinstructies in deze "Veiligheids"paragraaf moeten worden aangehouden, maar alle specialeveiligheidsinstructies die worden vermeld in de andere paragrafen. 2. 1 Identificatie van de veiligheidsinstructies in dezehandleidingAls de veiligheidsinstructies of andere adviezen in deze handleidingniet in acht worden genomen, kan dit resulteren in technischefouten en schade aan de installatie.

De veiligheidsinstructies enandere adviezen worden aangegeven met de volgende symbolen:WaarschuwingAls deze veiligheidsinstructies niet in acht worden geno-men, kan dit leiden tot persoonlijk letsel. VoorzichtigAls deze veiligheidsvoorschriften niet in acht worden ge-nomen, kan dit resulteren in technische fouten en schadeaan de installatie. N. B. Opmerkingen of instructies die het werk eenvoudiger ma-ken en zorgen voor een veilige werking. Informatie die direct op de pomp wordt gegeven, bijvoorbeeldlabeling van vloeistofaansluitingen, moet altijd in een leesbaretoestand worden gehouden. 2. 2 Kwalificatie en training van het personeelHet personeel dat verantwoordelijk is voor de bediening,onderhoud, inspectie en installatie moet afdoende zijngekwalificeerd voor deze taken.

De verantwoordelijkheden,bevoegdheden en toezicht op het personeel moet nauwkeurigworden gedefinieerd door de afnemer. Wanneer het personeel niet beschikt over voldoende kennis, danmoet de noodzakelijke training en instructie worden verzorgd. Indien nodig kan op verzoek, van de operator van de pomp, eentraining worden verzorgd door de producent/leverancier.

Het is deverantwoordelijkheid van de afnemer te waarborgen dat de inhoudvan deze handleiding wordt begrepen door het personeel. 2. 3 Risico's wanneer de veiligheidsinstructies nietworden aangehoudenHet niet aanhouden van de veiligheidsinstructies kan gevaarlijkeconsequenties hebben voor het personeel, het milieu en de pomp. Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden aangehouden,kunnen alle rechten op schadeclaims verloren gaan. Het niet aanhouden van de veiligheidsinstructies kan leiden tot devolgende gevaren:• storing van belangrijke functies van de pomp / het systeem• falen van gespecificeerde onderhoudsmethoden• persoonlijk letsel als gevolg van blootstelling aan elektrische-,mechanische- en chemische invloeden• schade aan het milieu als gevolg van lekkage van schadelijkestoffen. 2.

4 Veiligheidsbewust werkenDe veiligheidsinstructies in deze handleiding, geldende ARBO-regelgeving en eventuele interne werk-, bedienings- enveiligheidsvoorschriften moeten worden aangehouden. 2. 5 Veiligheidsinstructies voor de afnemer/gebruikerGevaarlijke hete of koude delen van de pomp moeten wordenafgeschermd om abusievelijk contact te voorkomen. Lekkages van gevaarlijke stoffen (bijv. hete of toxische stoffen)moeten zodanig worden afgevoerd dat deze niet schadelijk zijn voorhet personeel of het milieu. Wettelijke regelgeving moet wordenaangehouden. Schade veroorzaakt door elektrische energie moet wordenvoorkomen (zie voor meer informatie bijvoorbeeld de regels van deVDE en het lokale elektriciteitsbedrijf). 2.

6 Veiligheidsinstructies voor onderhoud, inspectie eninstallatieDe afnemer moet waarborgen dat alle onderhoud-, inspectie- eninstallatiewerk is uitgevoerd door geautoriseerd en gekwalificeerdpersoneel, dat adequaat is getraind door het lezen van dezehandleiding. Alle werkzaamheden aan de pomp mogen alleen wordenuitgevoerd wanneer de pomp stilstaat. De procedure die in dezehandleiding wordt beschreven voor het stoppen van de pomp moetworden aangehouden.

Pompen of pomp-units die worden gebruikt voor media dieschadelijk zijn voor de gezondheid moeten worden ontsmet. Alle veiligheids- en beschermende apparatuur moet direct opnieuwworden gestart of in bedrijf worden genomen nadat dewerkzaamheden zijn uitgevoerd. Houd de punten aan die zijn omschreven in de initiëleopstartparagraaf, voorafgaande aan het opstarten dat vervolgensplaatsvindt. WaarschuwingDe pomp moet worden geïnstalleerd in een positie waardeze gemakkelijk toegankelijk is tijdens bedrijf en onder-houdswerkzaamheden. Let op de doorstroomrichting van ventielen (aangegevendoor een pijl op het ventiel). Kunststof ventielen uitsluitend met de hand vastdraaien. Gebruik uitsluitend de voorgeschreven leidingtypen. Elektrische aansluitingen mogen uitsluitend worden ge-maakt door gekwalificeerd personeel. WaarschuwingZorg dat de pomp geschikt is voor het doseermedium.

Houd de veiligheidsinstructies van de producent van dechemische stof aan bij de omgang met chemicaliën. De pomp niet gebruiken naast gesloten ventielen. WaarschuwingHet pomphuis, besturingseenheid en sensoren mogen uit-sluitend worden geopend door personeel dat is geautori-seerd door Grundfos. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door ge-autoriseerd en gekwalificeerd personeel. Draag beschermende kleding (handschoenen en bril) bijhet werken aan de doseerkop, aansluitingen of leidingen. Leeg al het resterende medium in de doseerkop in eenlekbak door het voorzichtig losschroeven van het zuigven-tiel, voordat u de doseerkop, ventielen en leidingen verwij-derd. VoorzichtigDe bestendigheid van de delen die in contact komen methet medium hangen af van het medium, de mediumtem-peratuur en de werkdruk.

2. 7 Ongeautoriseerde modificatie en productie vanreservedelenModificaties of wijzigingen aan de pomp zijn uitsluitend toegestaanna overeenstemming met de producent. Originele reservedelen enaccessoires die zijn geautoriseerd door de producent kunnen veiligworden gebruikt. Gebruik van andere onderdelen kan leiden totaansprakelijkheid voor eventuele consequenties. 2. 8 Onjuiste bedrijfsmethodenDe operationele veiligheid van de geleverde pomp is alleen dangewaarborgd wanneer deze wordt gebruikt in overeenstemmingmet paragraaf Technische gegevens De opgegeven grenswaardenmogen onder geen enkele voorwaarde worden overschreden. N. B. Explosieveilige pompen zijn herkenbaar aan de typeplaa-tjes op de pomp en motor.

Een CE conformiteitsverklaringovereenkomstig de EG-richtlijn 2014/34/EU, de zoge-naamde ATEX-richtlijn, wordt meegeleverd Deze confor-miteitsverklaring vervangt de conformiteitsverklaring in de-ze handleiding. WaarschuwingVoor gebruik van een pomp die is geïdentificeerd als eenexplosieveilige pomp voor het doseren van ontvlambaremedia of voor bedrijf in potentieel explosiegevaarlijkewerklocaties in overeenstemming met de EG-richtlijn2014/34/EU raadpleegt u de bijgevoegde handleiding"ATEX-goedgekeurde pompen " naast deze handleiding. Wanneer wordt aangenomen dat een veilige werking nietlanger mogelijk is, schakel dan de pomp uit en beveilig dezetegen onbedoeld inschakelen. Deze actie moet worden genomen•wanneer de pomp is beschadigd. • wanneer de pomp niet langer operationeel lijkt te zijn. • wanneer de pomp gedurende een langere periode isopgeslagen onder slechte omstandigheden. 2.

9 De veiligheid van het systeem in geval van eenstoring in het doseersysteemDMH 25X doseerpompen zijn ontworpen volgens de laatstetechnologieën en worden zorgvuldig geproduceerd en getest. Echter, er kan een storing optreden in het doseersysteem.

Systemen waarin doseerpompen zijn geïnstalleerd moetendusdanig worden ontworpen, dat de veiligheid van het hele systeemnog steeds is gewaarborgd na een storing van de doseerpomp. Voorzie hiervoor in de relevante bewakings- en besturingsfuncties. 3. Technische gegevens3. 1 Identificatie3. 1. 1 TypeplaatjeTM1040638Pos. Beschrijving1 Typeaanduiding2 Productnummer3 Serienummer4 Pompcapaciteit per frequentie5 ATEX-aanduiding6 Land van herkomst7 Keurmerken8 Pompmodel9 Productiecode (jaar en week)367Nederlands (NL).

BesturingsvariantDMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGB Standaard (handmatige besturing)S1 Slagenteller NAMUR, NC-uitgangAR*AR-besturingseenheid, op pomp gemonteerdAW*AR-besturingseenheid, aan de wand gemonteerdD3Servomotor, 1AC 115-230 V, 50/60 Hz, 4-20 mA be-sturing (zonder handbediening)D4Servomotor, 24 VDC, 4-20 mA besturing (zonderhandbediening)D6EX-servomotor, 1AC 115-230 V, 50/60 Hz, 4-20 mAbesturing, type EX II 2G Ex db IIB T4D7EX-servomotor, 24 VDC, 4-20 mA besturing, type EXII 2G Ex db IIB T4*Uitsluitend voor model 251, 252, 253 DoseerkopvariantDMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGPP PolypropyleenPV Polyvinylideenfluoride (PVDF)SS Roestvast staal, 1,4571 (EN 10027-2), 316Ti (AISI)PVC PolyvinylchlorideY Legering C-4, 2,4610 (EN 10027-2)PPL PP met membraanlekkagedetectie (DLD)PVL PV met membraanlekkagedetectie (DLD)SSL SS met membraanlekkagedetectie (DLD)PVCL PVC met membraanlekkagedetectie (DLD)YL Y met membraanlekkagedetectie (DLD)SSH RVS met elektrisch verwarmde flensSSHC SS met door vloeistof verwarmde flensPakkingsmateriaalDMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGE EPDMV FKMT PTFEMateriaal van de kogelDMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGG Glas (vanaf DN 32)T PTFESS Roestvast staal, 1,4401 (EN 10027-2), 316 (AISI)C Keramiek (tot DN 20)Y Legering C-4, 2,4610 (EN 10027-2)Positie van de klemmenkast(ook AR-besturing of VFD-positie)DMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGX Tegenover doseerkop (3 uur)D Richting doseerkop (9 uur)S Richting afstelknop (6 uur)R Tegenover afstelknop (12 uur)VoedingsspanningDMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGE3AC 230/400 V, 50/60 Hz, 440-480 V, 60 Hz (motoren< 0,75 kW)3AC 230/400 V, 50 Hz, 460 V, 60 Hz (IE3, motoren ≥0,75 kW)G1AC 230 V, 50/60 Hz (motoren ≤ 0,09 kW)1AC 230 V, 50 Hz (motoren 0,18 - 0,37 kW)H1AC 115 V, 50/60 Hz (motoren ≤ 0,09 kW)1AC 115 V, 60 Hz (motoren 0,18 - 0,37 kW)F Zonder motor, NEMA-flens0 Zonder motor, IEC-flens4 3AC 230/400 V, 50 Hz (EX-motoren)53AC 220/380 V, 60 Hz (EX-motoren)3AC 220/380 V, 60 Hz, 440 V, 60 Hz (IE3, motoren ≥0,75 kW)K 3AC 500 V, 50 HzL 3AC 240/415 V, 50 HzP 3AC 240/415 V, 60 HzN 3AC 255/440 V, 60 HzM3AC 400/690 V, 50 Hz (standaard in elektriciteitscen-trales)Ventieltype (inlaat/uitlaat)DMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAG1 Standaardkleppen, niet veerbelast3 Veerbelaste zuigklep (0,05 bar) en persklep (0,8 bar)4Veerbelaste persklep (0,8 bar), zuigklep niet veerbe-last5 Voor abrasieve media7 Niet veerbelast, zuigklep groter dan persklepHydraulische aansluitingen (eerste = uitlaat, tweede = inlaat)DMH1150-10D B-PVC/V/G-X-E1B8B8XEMAGU2G 5/8, voor slangen van 4/6 mm, 6/9 mm, 6/12 mm,9/12 mm (PVC, PP, PVDF)A G 5/8, voor leidingen met binnendraad Rp 1/4 (SS, Y)U3G 5/4, voor slangen met binnendiameter 19 of 20 mmen voor leidingen met buitendiameter 25 mmU7G 5/8, voor slangen van 0,17" x 1/4", 1/4" x 3/8", 3/8"x 1/2" (PVC, PP, PVDF)A1**G 5/4, voor leidingen met binnendraad Rp 3/4 (SS, Y)368Nederlands (NL).

3.2 Pompmodellen en pomptypenDe DMH 25X doseerpomp is beschikbaar voor diverse prestatiebereiken in diverse groottes. Het naamplaatje van de pomp bevatverschillende gegevens over de pomp zoals de typeaanduiding en het pompmodel. Zie paragraaf Typeplaatje voor een uitleg van degegevens op het typeplaatje.Het pomptype is het linkergedeelte van de typeaanduiding en bestaat uit de typeafkorting, de nominale doseercapaciteit en de maximaletegendruk. Zie paragraaf Typesleutel voor een uitleg van de typeaanduiding.Het typeplaatje van de motor bevat verschillende elektrische gegevens.Gerelateerde informatie3.1.1 Typeplaatje3.1.2 Typesleutel3.3 Pompcapaciteit3.3.1 Prestatiegegevens bij maximale tegendrukPompmodel Pomptype50 Hz 60 Hz 100 HzQ* p max.**Max. slag-frequentieQ* p max.**Max. slag-frequentieQ* p max.**Max.

Een positief drukverschil van ten minste 2 bar is vereisttussen de zuigklep en de persklep om de doseerpompcorrect te laten werken. Wanneer de totale tegendruk (bijhet doseerpunt) en geodetische hoogteverschil tussen dezuigklep en het doseerpunt minder is dan 2 bar (20 mwk),moet een veerbelaste klep direct vóór het doseerpunt wor-den geïnstalleerd. 371Nederlands (NL).

8 Omgevings- en bedrijfsomstandigheden• Toegestane luchtvochtigheid: max. relatieve vochtigheid: 70 %bij +40 °C, 90 % bij +35 °C. VoorzichtigDe lokatie van de installatie moet overdekt zijn. Niet buiten installeren. 3. 8. 1 DMH met motor gelabeld voor koelmiddeltemperatuur -20°C ≤ Tamb ≤ 40 °C• Toelaatbare omgevingstemperatuur: 0 °C (standaard) tot +40 °C(voor een installatiehoogte tot 1000 m boven zeeniveau)•Pompen met minimale Tamb -20 °C zijn op verzoek verkrijgbaar• Toegestane opslagtemperatuur: -20 °C tot +50 °C. 3. 8. 2 DMH met motor gelabeld voor koelmiddeltemperatuur -20°C ≤ T amb ≤ 55 °C en met doseerkopmateriaal RVS ofPVDF• Toelaatbare omgevingstemperatuur: 0 °C (standaard) tot +55 °C(voor een installatiehoogte tot 1000 m boven zeeniveau)•Pompen met minimale Tamb -20 °C zijn op verzoek verkrijgbaar• Toegestane opslagtemperatuur: -20 °C tot +55 °C. N. B.

Neem in geval van vragen over de materiaalbestendigheiden geschiktheid van de pomp voor specifieke doseerme-dia contact op met Grundfos. Het doseermedium moet de volgende basiseigenschappen hebbenvoor de standaard pompen:•vloeibaar• niet-abrasiefHet doseren van abrasieve media is mogelijk met bepaaldeuitvoeringen, op aanvraag. • niet-ontvlambaarHet doseren van ontvlambare media is mogelijk met bepaaldeuitvoeringen van explosieveilige pompen, conform ATEX. Maximaal toegestane viscositeit bij bedrijfstemperatuur*Geldt voor:• Newtonse vloeistoffen• Niet ontgassende media• media met materie in suspensie• Media met een dichtheid gelijksoortig aan die van water. N. B. Merk op dat de viscositeit toeneemt bij afnemende tempe-ratuur.

VoorzichtigHet doseermedium moet in vloeibare vorm zijn. Let op het vries- en kookpunt van het doseermedium. De bestendigheid van de delen die in contact komen methet medium hangen af van het medium, de mediumtem-peratuur en de werkdruk. Zorg ervoor dat de delen die incontact komen met het medium chemisch bestand zijn te-gen het doseermedium onder bedrijfsomstandigheden. Controleer of de pomp geschikt is voor het doseermedi-um. 4. Transport en opslagVoorzichtigDe pomp niet gooien of laten vallen. Gebruik de beschermende verpakking niet als transport-verpakking. 4. 1 AfleveringDe DMH 25X doseerpompen worden geleverd in verschillendeverpakkingen, afhankelijk van het pomptype en de totale levering. Gebruik voor transport en tussentijdse opslag de juiste verpakkingom de pomp tegen beschadiging te beschermen. 4.

2 UitpakkenBewaar het verpakkingsmateriaal voor toekomstige opslag of retourzenden, of voer het verpakkingsmateriaal af in overeenstemmingmet de lokale regelgeving. 4. 3 Tussentijdse opslagZie paragraaf Omgevings- en bedrijfsomstandigheden. Gerelateerde informatie3. 8 Omgevings- en bedrijfsomstandigheden4. 4 Retour zendenDe pomp moet grondig worden gereinigd voordat deze wordtgeretourneerd of opgeslagen. Het is van essentieel belang dat ergeen resten van giftige of gevaarlijke media op de pomp meeraanwezig zijn. Tap de olie af uit het aandrijfmechanisme en verpakde pomp op de juiste manier. VoorzichtigGrundfos accepteert geen aansprakelijkheid voor schadedie wordt veroorzaakt door onjuist transport, ontbrekendeof ongeschikte verpakking van de pomp, resten van mediaof lekkende olie.

Voordat de pomp aan Grundfos Water Treatment wordtgeretourneerd voor service, moet de veiligheidsverklaring aan heteinde van deze instructies door daartoe bevoegd personeel wordeningevuld en op een zichtbare plek aan de pomp worden bevestigd. VoorzichtigAls een pomp is gebruikt voor een medium dat schadelijkvoor de gezondheid of giftig is, wordt de pomp aange-merkt als verontreinigd.

Als Grundfos Water Treatment wordt gevraagd om de pomp teservicen, moet ervoor worden gezorgd dat de pomp geen stoffenbevat die schadelijk voor de gezondheid of giftig kunnen zijn. Als depomp is gebruikt voor dergelijke stoffen, dan moet de pomp wordengereinigd voordat deze retour wordt gezonden. Wanneer afdoende reiniging niet mogelijk is, dan moet allerelevante informatie over de chemische stof worden verstrekt. Indien het bovenstaande niet is uitgevoerd, dan kan GrundfosWater Treatment weigeren de pomp in service te nemen. Mogelijkekosten voor het opsturen van de pomp zijn voor rekening van deklant. De veiligheidsverklaring bevindt zich achter in deze handleiding. VoorzichtigDe vervanging van de voedingskabel moet worden uitge-voerd door een erkende Grundfos werkplaats. 374Nederlands (NL).

5. Productomschrijving en accessoires5.1 Algemene beschrijvingDe DMH 25x pompen zijn verdringerpompen met hydraulischemembraanbesturing. De werkingsprocedure van de doseerpompwordt weergegeven in de doorsnedetekening. Zie onderstaandeafbeeldingen.De draaiende beweging van de motor (1p) wordt overgebracht viahet wormwiel (2p) en excentriek (3p) naar de pendelbeweging vande plunjer (6p). De zuiger is voorzien van een holle boring en een rijradiale besturingsgaten, die voorzien in een hydraulischeaansluiting tussen het aandrijfgebied en het zuigerslaggebied. Deglijdende plug (5p) omvat de besturingsgaten tijdens de slag endicht het slaggebied af vanuit het aandrijfgebied.De hydraulisch aangedreven beweging van het massieve PTFE-membraan (Q) verplaatst een overeenkomstige hoeveelheiddoseermedium vanuit de doseerkop (2) naar de persleiding.

Met dezuigslag wekt de plunjer een lage druk op, die wordt vastgehoudenin de doseerkop. De kogelklep (3b) aan de doseerzijde wordtgesloten en het doseermedium stroomt door de zuigklep (3a) in dedoseerkop.De grootte van het slagvolume wordt bepaald door de positie vande schuifplug. De actieve slanglengte en de corresponderendegemiddelde doseerstroom kunnen derhalve continu en lineairworden gewijzigd van 10% tot 100% via de instelknop voor deslaglengte en nonius (L).1pFLME3b3a 9p 3p2p5p6p2 QTM036448DMH 251, 252χε1pFLME3b3a 9p 3p2p5p6p2 Q 4pTM036449DMH 253375Nederlands (NL)

Hetdoseermembraan oscilleert vrij in de doseerkop en kan nietovermatig uitrekken als gevolg van een fout in het doseersysteem,omdat het membraanbeschermingsventiel sluit wanneer eendergelijke fout optreedt.377Nederlands (NL)

5. 1. 3 Dubbel membraansysteem/membraan lekkagedetectie(optioneel)AlgemeenHet zuigermembraan en de high-tech doseerpompen met driftvrijemembraanlekkagedetectie zijn uitgerust met het volgende:•Doseerkop met PTFE dubbel membraansysteem• Kogelkeerklep met ingebouwde contactmanometer. Dubbel membraansysteemDoseerpompen met een dubbel membraansysteem zondermembraanlekkagedetectie hebben geen manometer. In dit geval isde kogelkeerklep gemonteerd met een borgeenheid. Het ventiel kanechter later worden uitgerust met een drukmanometer. KogelkeerklepOm er voor te zorgen dat de membraanlekdetectie werkt en demembranen beschermt, moet de ruimte volledig ontlucht worden. Doseerkoppen met een dubbel membraan zijn uitgerust met eenkogelkeerklep (T) om te voorkomen dat lucht terugstroomt tijdenshet vul- en ontluchtingsproces (2u). T5u4u3u2)U5s3u2uS6sTM036453ContactmanometerPos.

ComponentenS ContactmanometerT KogelkeerklepU Aansluitstuk2)Voor doseerkoppen met een dubbel membraan zondercontactmanometer (geen membraanlekkagedetectie) iser een borgeenheid gemonteerd i. p. v. de contactmano-meter. Werkingsprincipe van membraanlekkagedetectieDe keerklep en de ruimte tussen de membranen is af-fabriek gevuldmet een scheidingsvloeistof (paraffine-olie). Ze zijn zo ingesteld dattijdens het opstarten op de testbank er altijd sprake is van eenhydraulisch gescheiden evenwicht tussen het ventiel en demembraanspleet (de drukmanometer geeft "0" aan wanneer depomp draait en wanneer deze is gestopt). Wanneer één van deze membranen breekt, penetreert het doseer-of hydraulische medium in de spleet tussen de membranen en,wanneer de kogel is verwijderd, in het ventiel. De systeemdrukwordt dus uitgeoefend op het ventiel en de contactmanometerwordt geactiveerd.

Afhankelijk van het ontwerp van het systeem,kan het elektrisch gescheiden reed-contact een alarmapparaataansturen of de pomp kan worden uitgeschakeld.

Het contact schakelt bij de vooringestelde druk, zoals weergegevenin de onderstaande tabel:Omschrijving/gebruik Ingestelde drukVoor pompen tot 10 barManometer 0 tot 10 bar1,5Voor pompen tot 10 barExplosieveilige manometer 0 tot 10 bar1,5Voor pompen van 16 tot 100 barManometer 0 tot 100 bar10Voor pompen van 16 tot 100 barExplosieveilige manometer 0 tot 100 bar10WaarschuwingDe contactmanometer (Ex) in explosieveilige uitvoeringmet schakelversterker moet worden gebruikt wanneer depomp is uitgerust met een explosieveilige motor. 378Nederlands (NL).

WaarschuwingHoud de veiligheidsinstructies van de producent van dechemische stof aan bij de omgang met chemicaliën. Zorg dat de pomp geschikt is voor het doseermedium. VoorzichtigDe bestendigheid van de delen die in contact komen methet medium hangen af van het medium, de mediumtem-peratuur en de werkdruk. Zorg er voor dat de delen die incontact komen met het medium chemisch bestand zijn te-gen het doseermedium onder bedrijfsomstandigheden. N. B. Meer informatie over de bestendigheid t. o. v. media, me-diatemperatuur en werkdruk is op verzoek beschikbaar. 5. 6 Gegevens van contactmanometer voormembraanbreukdetectie (optioneel)N. B. De volgende gegevens zijn niet geldig voor contactmano-meter in explosieveilige uitvoering. De contactmanometer is voorzien van een reed-schakelaar metelektrisch gescheiden contactuitgang, maximaal schakelvermogen10 W voor DC-stroom of 10 VA voor AC-stroom.

6. Installatie6. 1 Algemene informatie over de installatieWaarschuwingHoud de aanwijzingen aan m. b. t. de installatielocatie entoepassingenbereik zoals omschreven in paragraaf Tech-nische gegevens. WaarschuwingFouten, onjuiste bediening of storingen aan het pompsys-teem kunnen bijvoorbeeld leiden tot overmatige of onvol-doende dosering, of de toegestane druk kan worden over-schreden. Gevolgfouten of -schade moet door de operatorworden geëvalueerd en er moeten afdoende maatregelenworden genomen om deze te voorkomen. WaarschuwingRisico van hete oppervlakken. Pompen met AC-motoren kunnen heet worden. Zorg voor een minimale afstand van 100 mm tot het venti-latordeksel. N. B. Een positief drukverschil van ten minste 2 bar is vereisttussen de zuigklep en de persklep om de doseerpompcorrect te laten werken.

Wanneer de totale tegendruk (bij het doseerpunt) en geo-detische hoogteverschil tussen de zuigklep en het doseer-punt minder is dan 2 bar (20 m WC), moet een veerbelas-te klep direct vóór het doseerpunt worden geïnstalleerd. Gerelateerde informatie3. 2 Pompmodellen en pomptypen6. 2 Plaats van opstelling6. 2. 1 Benodigde ruimte voor bediening en onderhoudN. B. De pomp moet worden geïnstalleerd in een positie waardeze gemakkelijk toegankelijk is tijdens bedrijf en onder-houdswerkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden aan de doseerkop en de ventielenmoeten regelmatig worden uitgevoerd. •Zorg voor voldoende ruimte voor het verwijderen van dedoseerkop en de ventielen. 6. 2. 2 Toelaatbare omgevingsinvloedenZie paragraaf Omgevings- en bedrijfsomstandigheden. N. B. De lokatie van de installatie moet overdekt zijn. Niet buiten installeren. Gerelateerde informatie3.

8 Omgevings- en bedrijfsomstandigheden6. 2. 3 Montage-oppervlakDe pomp moet op een vlak oppervlak worden gemonteerd. 6. 3 Montage• Monteer de pomp op een console of pompfundering m. b. v. vierschroeven. N. B. De doorstroming moet in tegengestelde richting van dezwaartekracht lopen. 6.

4 Waarden bij benadering bij gebruik vanpulsatiedempersVoorzichtigRisico op beschadiging van het systeem. Het wordt altijd aanbevolen om pulsatiedempers toe tepassen voor grote pompen met hoge toerentallen. Met name voor pomptypen met een capaciteit groter dan1000 l/h (DMH 257), moeten zuig- en pers-pulsatiedem-pers worden gebruikt aan de zuig- en perspoorten van depomp. De grootte van de zuig- en persleidingen moetovereenkomstig worden aangepast. Omdat de pulsatie wordt beïnvloed door vele factoren, iseen systeemspecifieke berekening essentieel. Vraag eenberekening aan van ons calculatieprogramma. De onderstaande tabel geeft waarden bij benadering aan van dezuigleidinglengte waarvoor pulsatiedempers nodig zijn. De waardengelden voor 50 Hz bedrijf wanneer water of gelijksoortigevloeistoffen worden gebruikt.

6. 6 Installatietips• Installeer voor een gemakkelijke ontluchting van de doseerkopeen kogelventiel (11i) met bypass leiding (retour naardoseertank) direct na het persventiel. • Installeer in geval van lange persleidingen een keerklep (12i) inde persleiding. 11i12iTM036297Installatie met kogelkraan en terugslagklep• Let op het volgende bij installatie van de zuigleiding:-Houd de zuigleiding zo kort mogelijk. Voorkom dat deze in dewar raakt. - Gebruik indien nodig ruime bochten in plaats vankniestukken. - Leg de zuigleiding altijd in opwaartse richting naar dezuigklep. - Voorkom lussen welke luchtbellen kunnen veroorzaken. TM036298Installatie van de zuigleiding• Voor niet ontgassende media met een viscositeit gelijksoortigaan water, kan de pomp op de tank worden gemonteerd (let opde maximale opvoerhoogte). • Bij voorkeur positieve toeloop.

• Voor media met een neiging tot sedimentatie installeert u dezuigleiding met filter (13i) zodat de zuigklep een paar millimeterboven het mogelijke sedimentatieniveau blijft. p10i6i13iTankinstallatie• Opmerking voor installatie aan de zuigzijde: Afhankelijk van dedoseerdoostroming en de leidinglengte, kan het nodig zijn omeen goed gedimensioneerde pulsatiedemper (4i) direct voor depompzuigklep te monteren. N. B. Houd paragraaf Waarden bij benadering aan bij gebruikvan pulsatiedempers en vraag indien nodig om een sys-teemspecifieke berekening van ons calculatieprogramma. 4iTM036300Installatie met pulsatiedemper aan zuigzijde• Opmerking voor installatie aan perszijde: Afhankelijk van dedoseerdoorstroming en leidinglengte kan het noodzakelijk zijnom goed gedimensioneerde pulsatiedemper (4i) te installerenaan de perszijde. N. B.

Gebruik om het leidingwerk te beschermen, pulsatiedem-pers (8i) voor starre leidingen langer dan 2 meter en bui-zen langer dan 3 meter, afhankelijk van het pomptype engrootte. 8iTM036301Installatie met pulsatiedemper aan perszijdeVoorzichtigRisico op beschadiging van het systeem.

Het wordt altijd aanbevolen om pulsatiedempers toe tepassen voor grote pompen met hoge toerentallen. Omdat de pulsatie wordt beïnvloed door vele factoren, iseen systeemspecifieke berekening essentieel. Vraag eenberekening aan van ons calculatieprogramma. • Voor ontgassende en viskeuze media: positieve toeloop. •Installeer een filter in de zuigleiding om te voorkomen dat deventielen verstopt raken. • Installeer een veiligheidsventiel (6i) in de persleiding om dedoseerpomp en de persleiding te beschermen tegen overmatigedrukopbouw. 6i10ipTM036302Installatie met veiligheidsventielMet open uitstroom van het doseermedium of een tegendrukonder de 2 bar•Installeer een veerklep (7i) direct voor de uitlaat of de injectie-eenheid. 387Nederlands (NL).

Een tegendrukverschil van ten minste 2 bar moet wordengewaarborgd tussen de tegendruk op het injectiepunt en de drukvan het doseermedium op de zuigklep van de pomp. •Wanneer dit niet kan worden gewaarborgd, installeer dan eendrukhoudventiel (7i) in de persleiding. 7ip ≥ 2barTM077841Installatie met een drukhoudventiel• Om het heveleffect te vermijden, moet een drukhoudventiel (7i)in de persleiding en, indien nodig, een magneetventiel (14i) inde zuigleiding worden geïnstalleerd. 14ip1p2p2 - p11 bar>_TM036304Installatie om heveleffect te voorkomenGerelateerde informatie6. 4 Waarden bij benadering bij gebruik van pulsatiedempers6. 7 Buis / pijpleidingen6. 7. 1 AlgemeenWaarschuwingInstalleer om het doseersysteem te beschermen tegeneen overmatige drukopbouw een veiligheidsventiel in depersleiding. Gebruik uitsluitend de voorgeschreven leidingtypen. Alle leidingen moeten onbelast zijn.

Voorkom lussen en knikken in de buizen. Houd de zuigleiding zo kort mogelijk om cavitatie te voor-komen. Gebruik indien nodig ruime bochten in plaats van knie-stukken. Houd de veiligheidsinstructies van de producent van dechemische stof aan bij de omgang met chemicaliën. Zorg dat de pomp geschikt is voor het doseermedium. De doorstroming moet in tegengestelde richting van dezwaartekracht lopen. VoorzichtigDe bestendigheid van de delen die in contact komen methet medium hangen af van het medium, de mediumtem-peratuur en de werkdruk. Zorg er voor dat de delen die incontact komen met het medium chemisch bestand zijn te-gen het doseermedium onder bedrijfsomstandigheden. 6. 8 Aansluiten van de zuig- en persleidingenWaarschuwingAlle leidingen moeten onbelast zijn. Gebruik uitsluitend de voorgeschreven leidingtypen. • Sluit de zuigleiding aan op het zuigventiel.

Aansluiten van de slangleidingen• Duw de slang stevig op de aansluitnippel en borg dezeafhankelijk van de aansluiting met een contradeel ofslangenklem. • Monteer de pakking. • Schroef de slang op het ventiel met de wartelmoer. TM036456Aansluiten van de slangleidingenAansluiten van DN 20 pijpleidingen•Afhankelijk van het leidingmateriaal en de verbinding, dezelijmen (PVC), lassen, (PP, PVDF of RVS) of persen (RVS). • Monteer de pakking. • Schroef de pijp op het ventiel m. b. v. de wartelmoer. 388Nederlands (NL).

TM036457Aansluiten van DN 20 pijpleidingenAansluiten van DN 32 pijpleidingen•Monteer, afhankelijk van het leidingmateriaal, de leiding op delasnekflens en las deze (RVS) of steek deze in de bus en lasdeze (PP, PVDF). TM036458Aansluiten van DN 32 pijpleidingen6. 8. 1 Aansluiting van een met vloeistof verwarmde doseerkop(optioneel)Optioneel zijn met vloeistof verwarmde doseerkoppen leverbaar inRVS. Ø10402f12fTM036459Met vloeistof verwarmde doseerkopPos. Onderdelen2f Met vloeistof verwarmde doseerkop2f1 Slangnippel, DN 10 aansluitingVereiste eigenschappen van de verwarmingsvloeistof:•De verwarmingsvloeistof mag het RVS niet chemisch aantasten. • Maximaal toelaatbare druk: p max. = 3 bar. • Maximum toelaatbare temperatuur: t max. = 100 °C. 7. Elektrische aansluitingenZorg er voor dat de pomp geschikt is voor de elektrische voedingwaarop deze gebruikt gaat worden.

WaarschuwingElektrische aansluitingen mogen uitsluitend worden gere-aliseerd door gekwalificeerd personeel. Schakel de voeding uit voordat u de voedingskabel en derelaiscontacten aansluit. Houd de lokale veiligheidsvoorschriften aan. Het pomphuis mag uitsluitend worden geopend door per-soneel dat is geautoriseerd door Grundfos. Bescherm de kabelaansluitingen en connectoren tegencorrosie en vochtigheid. Verwijder alleen de beschermkappen van de aansluitingendie worden gebruikt. 7. 1 Elektrische servomotor (optioneel)Raadpleeg voor het aansluiten van de servomotor op de voeding,de installatie- en bedieningstinstructies voor de servomotor. 7. 2 Elektronische voorselectie teller (optioneel)Raadpleeg voor het aansluiten van de voorselectieteller op devoeding, de installatie- en bedieningsinstructies voor de teller. 7.

7.4 Membraanbesturing (optioneel)WaarschuwingExplosieveilige pompen met membraanlekkagedetectiezijn uitgerust met een contactmanometer in explosieveili-ge uitvoering.De manometer moet worden geaard.Sluit de aardkabel (4u) aan, zie onderstaande afbeelding.T5u4u3u2)U5s3u2uS6sTM036453MembraanbesturingPos. OnderdelenS Contactmanometer5s Wartelmoer6s ContactuitgangT Kogel keerklepU Aansluitstuk2u Ontluchtingsschroef3u O-ringen4u Aansluiting voor aardkabel5u Wartelmoer2)of vergrendeleenheid (i.p.v.

door de aan-sluitbus te labelen).VoorzichtigDe pomp kan automatisch starten wanneer de voedings-spanning wordt aangesloten!• Schakel de voeding niet in voordat u klaar bent om de pomp testarten.7.5.1 Uitvoeringen met netstekker• Steek de netstekker in de netcontactdoos.7.5.2 Uitvoeringen zonder netstekkerWaarschuwingDe pomp moet worden aangesloten op een externe duide-lijk gelabelde netschakelaar met een contactspleet van 3mm voor alle polen.• Sluit de motor aan op de voeding overeenkomstig de lokaleelektrische installatieregelgeving en aansluitschema zoalsaangegeven op het deksel van hetaansluitklemmencompartiment.WaarschuwingDe gespecificeerde behuizingsklasse kan alleen wordengewaarborgd wanneer de voedingskabel is aangeslotenmet dezelfde beschermingsklasse.VoorzichtigLet op de draairichting!Installeer om de motor te beschermen een motorbeveili-ging of motorcontactor en stel het bimetaalrelais in op denominale motorstroom voor de beschikbare spanning enfrequentie.390Nederlands (NL)

8. In- / uitschakelen8. 1 Initiële start / volgende startWaarschuwingHoud bij het doseren van gevaarlijke media de betreffen-de veiligheidsmaatregelen aan. Draag beschermende kleding (handschoenen en bril) bijhet werken aan de doseerkop, aansluitingen of leidingen. Leeg al het resterende medium uit de doseerkop in eenlekbak door het voorzichtig losschroeven van het zuigven-tiel, voordat u de doseerkop, ventielen en leidingen verwij-derd. Het pomphuis mag uitsluitend worden geopend door per-soneel dat is geautoriseerd door Grundfos. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door ge-autoriseerd en gekwalificeerd personeel. VoorzichtigLet op de doorstroomrichting van ventielen (aangegevendoor een pijl op het ventiel). Kunststof ventielen uitsluitend met de hand vastdraaien. 8. 1.

1 Controles voor het opstarten• Controleer of de nominale spanning die op de typeplaat van depomp is vermeld correspondeert met de lokale situatie. •Controleer of alle aansluitingen goed zijn en draai deze aanindien nodig. • Verifieer of alle doseerkopschroeven zijn aangedraaid met hetgespecificeerde aanhaalkoppel en draai deze aan indien nodig. • Controleer of alle elektrische aansluitingen juist zijn. • Draai de schroeven van de doseerkop diagonaalsgewijs aanmet een momentsleutel. AanhaalmomentenPomptypeAanhaalmoment[Nm]DMH 251, 10 bar 8-10DMH 251, 16 bar 10-12DMH 251, 25 bar 13-15DMH 252 8-10DMH 253 10-12DMH 254 50-54DMH 255 50-54DMH 257 50-548. 1. 2 OlievullingN. B. De pomp wordt in de fabriek gecontroleerd en de oliewordt afgetapt voor verzending. Voeg voorafgaande aanhet opstarten de speciale olie toe die met de pomp ismeegeleverd.

Vul langzaam de met de pomp meegeleverde hydraulische oliein de olievulopening (F) totdat de olie de markering op deoliedipstick bereikt. 3. Stel de slaglengte-instelknop (L) in op "0". 8. 1. 3 Vullen van de doseerkop voor de initiële start voorsystemen met positieve toevoerWaarschuwingHoud bij het doseren van gevaarlijke media de betreffen-de veiligheidsmaatregelen aan. Draag beschermende kleding (handschoenen en bril) bijhet werken aan de doseerkop, aansluitingen of leidingen. Als hulpmiddel voor de aanzuiging bij systemen met positievetoevoer, kunt u de doseerkop vullen met doseermediumvoorafgaande aan de initiële start:1. Schroef het persventiel (3b) los. 2. Voeg doseermedium toe aan de doseerkop (2). 3. Schroef het persventiel (3b) er weer in. N. B. Let op de doorstroomrichting van het persventiel (aan-gegeven door een pijl op het ventiel). 8.

2 Opstarten/daaropvolgend opstarten van DMH 251,252 en 253LF1l2M M1qE3bTM036462Opstarten van DMH 251, 252 en 253Pos. Onderdelen1q Doseerkopschroeven2 Doseerkop3b PersklepE OntgassingsventielF Olievulschroef met peilstokL Slaglengte-instelknop1l Deksel voor slaglengte-instelknopM Overdrukventiel1. Sluit de elektrische voeding aan. 2. Start de pomp, indien mogelijk, zonder tegendruk, afhankelijkvan de installatie. Zie het installatievoorbeeld voor gemakkelijk ontluchten van dedoseerkop in paragraaf Installatie. 3. Stel de slaglengte-instelknop (L) in op 0 %. 4. Laat de pomp ca. 5 minuten draaien. 5. Controleer het oliepeil. • Stel de slaglengte-instelknop (L) in op 40 %. • Laat de pomp ca. 10 minuten draaien met een slaglengte-instelling van 40 %. • Zet de pomp uit, controleer het oliepeil en vul olie bij indiennodig. • Plaats de olievulschroef (F) weer. 6. Ontlucht de zuigerflens.

• Stel de slaglengte-instelknop (L) in op 15 %. • Draai het ontgassingsventiel (E) een slag linksom los. • Laat de pomp ca. 5 minuten draaien. • Draai het ontgassingsventiel (E) weer aan. De pomp is nu bedrijfsklaar.

N. B. Staaflengte van oliepeilstok: 27 mm. Dompeldiepte tot markering: ca. 5 mm. N. B. Controleer het oliepeil tenminste elke twee weken en vulolie bij indien nodig. Gebruik uitsluitend originele Grundfos tandwielolie. Voor productnummers, zie "Servicesetcatalogus" opwww. grundfos. comPompmodel Uitvoering BeschrijvingDMH 251 Enkelvoudig/dubbel1,3 l paraffine-olie(Paraffin 55 DAB7)DMH 252, 10 bar Enkelvoudig/dubbel1,3 l paraffine-olie(Paraffin 55 DAB7)DMH 252, 16 bar Enkelvoudig/dubbel 1,3 l DHG 68DMH 253 Enkelvoudig/dubbel 1,3 l DHG 68Na het opstartenVoorzichtigDraai na de eerste keer opstarten en na elke keer dat hetmembraan is vervangen de doseerkopschroeven aan. Na ca. 6-10 bedrijfsuren of twee dagen de schroeven vande doseerkop kruislings aandraaien met een momentsleu-tel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grundfos DMH 750-4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden