Grundfos DDC 9-7 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Grundfos DDC 9-7 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Grundfos DDC 9-7 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Grundfos |
| Categorie: | Pomp |
| Model: | DDC 9-7 |
Handleiding Grundfos DDC 9-7 – volledige tekst
Nederlands (NL)2Nederlands (NL) Installatie- en bedieningsinstructiesVertaling van de oorspronkelijke Engelse versieINHOUDPagina1. Veiligheidsinstructies31. 1 Symbolen die in dit document gebruikt worden31. 2 Kwalificatie en training van het perso-neel31. 3 Veiligheidsinstructies voor de opera-tor/gebruiker31. 4 Veiligheid van het systeem in geval van een storing in de doseerpomp31. 5 Doseren van chemicaliën41. 6 Membraanbreuk42. Algemene informatie52. 1 Toepassingen52. 2 Onjuiste bedrijfsmethoden52. 3 Symbolen op de pomp62. 4 Typeplaatje62. 5 Typesleutel72. 6 Productoverzicht83. Technische specificaties / Afmetingen93. 1 Technische specificaties93. 2 Technische gegevens voor CIP-toepas-singen (Clean-In-Place)113. 3 Afmetingen114. Montage en installatie124. 1 Montage van de pomp124. 1. 1 Eisen 124. 1. 2 Uitlijnen en installeren van de bevesti-gingsplaat124. 1.
2 Demonteren van membraan en ventielen 277. 4. 3 Terugplaatsen van membraan en ventie-len277. 5 Resetten van het servicesysteem277. 6 Membraanbreuk287. 6. 1 Demonteren in geval van membraan-breuk287. 6. 2 Doseervloeistof in het pomphuis 287. 7 Reparaties298. Storingen298. 1 Lijst met storingen308. 1. 1 Fouten met foutmelding 308. 1. 2 Algemene storingen 309. Afvalverwijdering31WaarschuwingLees voor installatie deze installatie- en bedieningsinstructies door. De installatie en bediening dienen bovendien volgens de lokaal geldende voorschriften en regels plaats te vinden.
Nederlands (NL)31. VeiligheidsinstructiesDeze installatie- en bedieningsinstructies bevatten algemene instructies die moeten worden opgevolgd tijdens installatie, bediening en onderhoud van de pomp. Deze instructies moeten daarom worden gele-zen door de installateur en de relevante bevoegde gebruiker voorafgaand aan het installeren en opstar-ten, en moeten te allen tijde ter plekke van de opstel-ling beschikbaar zijn. 1. 1 Symbolen die in dit document gebruikt worden1. 2 Kwalificatie en training van het personeelHet personeel dat verantwoordelijk is voor de instal-latie, bediening en service moet voor deze taken bevoegd zijn. De verantwoordelijkheden, bevoegd-heden en toezicht op het personeel moeten nauw-keurig worden omschreven door de operator/gebrui-ker. Indien nodig moet het personeel op de juiste wijze worden opgeleid.
Risico's van het niet opvolgen van de veiligheidsinstructiesHet niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan gevaarlijke gevolgen hebben voor het personeel, het milieu en de pomp en kan leiden tot het verlies van recht op aanspraak voor schade. Het kan leiden tot de volgende gevaren:• Persoonlijk letsel door blootstelling aan elektri-sche, mechanische en chemische invloeden. • Schade aan het milieu en persoonlijk letsel door lekkage van schadelijke stoffen. 1. 3 Veiligheidsinstructies voor de operator/gebruikerDe veiligheidsinstructies die in deze instructies beschreven zijn, de bestaande nationale regelgeving ter bescherming van de gezondheid en ter voorko-ming van ongelukken, en eventueel van toepassing zijnde interne werk-, bedienings- en veiligheidsregels van de operator/gebruiker moeten worden nageleefd. Informatie die aan de pomp bevestigd is moet wor-den nageleefd.
Lekkages van gevaarlijke stoffen moeten worden afgehandeld op een manier die niet schadelijk is voor het personeel of het milieu. Schade veroorzaakt door elektriciteit moet worden voorkomen; zie hiervoor de voorschriften van de elektriciteitsleverancier.
Alleen originele toebehoren en originele reserveon-derdelen dienen te worden gebruikt. Het gebruik van andere onderdelen kan leiden tot uitsluiting van aan-sprakelijkheid voor eventuele gevolgen. 1. 4 Veiligheid van het systeem in geval van een storing in de doseerpompDe doseerpomp is ontworpen volgens de modernste technologieën, en is zorgvuldig vervaardigd en getest. Als er hoe dan ook storing optreedt, dan moet de vei-ligheid van het totale systeem worden gegaran-deerd. Gebruik de relevante bewakings- en bestu-ringsfuncties hiervoor. WaarschuwingAls deze veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen, kan dit resulteren in persoonlijk letsel. VoorzichtigAls deze veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen, kan dit resulteren in technische fouten en schade aan de installatie. N. B.
Opmerkingen of instructies die het werk eenvoudiger maken en zorgen voor een veilige werking. VoorzichtigVoordat wordt begonnen met werkzaam-heden aan de pomp, moet deze zich in de uitgeschakelde toestand bevinden ("Stop") of van de voeding zijn afgesloten. Het systeem mag niet onder druk staan. N. B. De netstekker vormt de begrenzing tussen de pomp en het elektriciteitsnet. VoorzichtigZorg dat eventuele chemicaliën die uit de pomp of beschadigde leidingen vrijkomen, geen schade aan onderdelen van het systeem en gebouwen veroorzaken. Het is raadzaam om uit voorzorg lekdetec-tiesystemen en lekbakken te installeren.
Nederlands (NL)41. 5 Doseren van chemicaliën 1. 6 MembraanbreukAls het membraan lekt of gescheurd is, ontsnapt doseervloeistof uit de afvoeropening (afb. 23, pos. 11) op de doseerkop. Raadpleeg paragraaf 7. 6 Membraanbreuk. Voorkom dat er gevaren ontstaan door membraan-breuk door het volgende te doen:• Voer regelmatig onderhoud uit. Zie paragraaf 7. 1 Regelmatig onderhoud. • Bedien de pomp nooit met geblokkeerde of ver-vuilde afvoeropening. – Als de afvoeropening geblokkeerd of vervuild is, gaat u te werk zoals beschreven in para-graaf 7. 6. 1 Demonteren in geval van mem-braanbreuk. • Sluit nooit een slang aan op de afvoeropening. Als een slang is aangesloten op de afvoerope-ning, is het onmogelijk om ontsnappende doseer-vloeistof te herkennen. • Neem geschikte voorzorgsmaatregelen ter voor-koming van gezondheidsproblemen en materiële schade door ontsnappende doseervloeistof.
• Bedien de pomp nooit terwijl de bouten van de doseerkop beschadigd zijn of loszitten. WaarschuwingVoordat u de voedingspanning opnieuw inschakelt moeten de doseerleidingen zodanig zijn aangesloten dat eventuele chemicaliën in de doseerkop niet naar bui-ten kunnen spuiten en gevaar opleveren voor mensen. Het doseermedium staat onder druk en kan schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. WaarschuwingBij werkzaamheden met chemicaliën die-nen de voorschriften ter voorkoming van ongelukken die van toepassing zijn ter plekke van de opstelling te worden nage-leefd (bijv. door beschermende kleding te dragen). Neem de informatie uit de veiligheidsbla-den en de veiligheidsinstructies van de chemicaliënfabrikant in acht bij het werken met chemicaliën. VoorzichtigEen ontluchtingslang die naar een contai-ner of lekbak wordt geleid, moet worden aangesloten op het ontluchtingsventiel.
VoorzichtigDe bestendigheid van de onderdelen die in contact met het medium komen zoals de doseerkop, ventielkogel, afdichtingen en leidingen hangt af van het medium, de temperatuur van het medium en de werk-druk. Zorg ervoor dat onderdelen die in contact komen met het doseermedium bestendig zijn tegen het doseermedium onder bedrijfscondities, zie het databoek. Als u vragen heeft over de materiaalbe-stendigheid en de geschiktheid van de pomp voor bepaalde doseermedia, neem dan contact op met Grundfos. WaarschuwingExplosiegevaar als doseervloeistof het pomphuis is binnengedrongen. Werken met een beschadigd membraan kan ertoe leiden dat de doseervloeistof het pomphuis binnendringt. In het geval van membraanbreuk koppelt u de pomp onmiddellijk los van de voeding. Zorg ervoor dat de pomp niet per ongeluk opnieuw in werking kan worden gesteld.
Nederlands (NL)52. Algemene informatieDe DDC doseerpomp is een zelfaanzui-gende membraanpomp. De pomp bestaat uit een behuizing voor de stappenmotor en elektronica, een doseerkop met membraan en ven-tielen en de regelaar. Uitstekende doseereigenschappen van de pomp:• Optimale aanzuiging, zelfs bij ontgassende media, omdat de pomp altijd werkt met volledig zuigslagvolume. • Continue dosering, omdat het medium wordt opgezogen met een korte zuigslag, onafhankelijk van de actuele doseercapaciteit, en wordt gedo-seerd met de langst mogelijke doseerslag. 2. 1 ToepassingenDe pomp is geschikt voor vloeibare, niet-schurende, niet-explosieve en niet-ontvlambare media, strikt overeenkomstig de instructies in deze installatie- en bedieningsinstructies.
Toepassingsgebieden• Drinkwaterbehandeling• Afvalwaterzuivering• Behandeling van zwembadwater• Behandeling van ketel/boiler-water• CIP (Clean-In-Place) Raadpleeg paragraaf 3. 2 Technische gegevens voor CIP-toepassingen (Clean-In-Place). • Behandeling van koelwater• Behandeling van proceswater• Wasinstallaties• Chemische industrie• Ultrafiltratieprocessen en omgekeerde osmose• Irrigatie• Karton- en papierindustrie• Voedingsmiddelen- en drankenindustrie2. 2 Onjuiste bedrijfsmethodenDe bedrijfsveiligheid van de pomp wordt alleen gega-randeerd als de pomp wordt gebruikt in overeen-stemming met paragraaf 2. 1 Toepassingen. WaarschuwingAndere toepassingen of gebruik van de pompen onder omgevings- en bedrijfscon-dities die niet zijn goedgekeurd, worden als onjuist beschouwd en zijn niet toege-staan.
Grundfos kan niet aansprakelijkheid gesteld worden voor schade die voortvloeit uit onjuist gebruik. WaarschuwingDe pomp is NIET goedgekeurd voor gebruik in een mogelijk explosiegevaarlijke omgeving. WaarschuwingEen zonnescherm is vereist voor buitenop-stelling. VoorzichtigVeelvuldig loskoppelen van de netspan-ning, bijv.
via een relais, kan leiden tot beschadiging van de pompelektronica en tot het defect raken van de pomp. De doseernauwkeurigheid neemt eveneens af als gevolg van interne inschakelprocedu-res. Regel de pomp niet via de netspanning voor doseerdoeleinden. Gebruik alleen de functie "Externe vrij-gave" om de pomp in en uit te schakelen.
Nederlands (NL)72.5 TypesleutelDe typesleutel wordt gebruikt om de juiste pomp te identificeren, en wordt niet gebruikt voor configuratiedoel-einden.* Inclusief: 2 pompaansluitingen, voetklep, injectie-unit, 6 m PE persslang, 2 m PVC zuigslang, 2 m PVC ontluchtingslang (4/6 mm).Code Voorbeeld DDC 6- 10 AR- PP/ V/ C- F- 3 1 U2U2 F GPomptypeMax. capaciteit [l/uur]Max.
Nederlands (NL)124. Montage en installatie4. 1 Montage van de pompDe pomp wordt geleverd met een bevestigingsplaat. De bevestigingsplaat kan verticaal worden gemon-teerd, bijv. aan een wand of horizontaal, bijv. op een tank. Er zijn maar enkele simpele stappen nodig om de pomp via een schuifmechanisme stevig aan de bevestigingsplaat vast te maken. Voor onderhoud kan de pomp gemakkelijk van de bevestigingsplaat worden losgekoppeld. 4. 1. 1 Eisen• Het montageoppervlak moet stabiel zijn en mag niet trillen. • De doseerrichting moet steeds verticaal naar boven zijn. 4. 1. 2 Uitlijnen en installeren van de bevestigingsplaat• Verticale opstelling: Het schuifmechanisme van de bevestigingsplaat moet bovenaan. • Horizontale opstelling: Het schuifmechanisme van de bevestigingsplaat moet tegenover de doseerkop. • De bevestigingsplaat kan worden gebruikt als boormal, zie afb.
4 voor het bepalen van de afstanden tussen de boorgaten. Afb. 5 Bepaal de plaats van de bevestigings-plaat1. Geef de boorgaten aan. 2. Boor de gaten. 3. Maak de bevestigingsplaat vast met vier schroe-ven, diameter 5 mm, aan de wand, op de beugel of de tank. 4. 1. 3 Pomp koppelen aan de bevestigingsplaat1. Bevestig de pomp aan de steunklemmen van de bevestigingsplaat en schuif de pomp voorzichtig door tot deze vastklikt. Afb. 6 Vastklikken van de pomp4. 1. 4 Instellen van de positie van de regelaarDe regelaar bevindt zich bij aflevering aan de voor-zijde van de pomp. Deze kan 90 ° gedraaid worden zodat de gebruiker kan kiezen om de pomp vanaf rechts of links te bedienen. 1. Verwijder voorzichtig beide beschermingskap-pen van de regelaar met een dunne schroeven-draaier. 2. Draai de schroeven los. 3.
Voor gebruik in Australië:De installatie van dit product moet voldoen aan AS/NZS3500. Nummer van geschikheidscertificaat: CS9431RCM nummer: N20683WaarschuwingInstalleer de pomp zo dat de stekker goed binnen het bereik van de gebruiker/opera-tor is tijdens bedrijf. Hierdoor kan de gebruiker/operator in geval van nood de pomp snel van het net afkoppelen. TM04 1162 0110WaarschuwingZorg dat u geen kabels en leidingen beschadigt tijdens het installeren. TM04 1159 0110VoorzichtigDe beschermingsklasse (IP65/Nema 4X) en schokbescherming gelden alleen als de regelaar op de juiste wijze is geïnstalleerd. VoorzichtigDe pomp moet zijn losgekoppeld van de voedingspanning. TM04 1182 3117IP65, Nema 4X.
Nederlands (NL)134. 2 Hydraulische aansluitingBelangrijke informatie bij het installeren• Houd rekening met zuighoogte en leidingdiame-ter, zie paragraaf 3. 1 Technische specificaties. • Snijd slangen recht af (onder een rechte hoek). • Zorg dat er geen lussen of knikken in de slangen zitten. • Houd de zuigleiding zo kort mogelijk. • Leid de zuigleiding naar boven naar het zuigven-tiel toe. • Het installeren van een filter in de zuigleiding beschermt de gehele installatie tegen vuil, en vermindert het risico op lekkage. Procedure voor het aansluiten van de slang1. Druk de wartelmoer en de klemring op de slang. 2. Druk het kegelvormige deel volledig in de slang, zie afb. 8. 3. Koppel het kegelvormige deel met de slang aan het corresponderende pompventiel. 4. Draai de wartelmoer met de hand vast. – Gebruik geen gereedschap. 5.
Draai de wartelmoeren na 2-5 bedrijfsuren aan wanneer PTFE-afdichtingen gebruikt worden. 6. Bevestig de ontluchtingslang aan de correspon-derende aansluiting (zie afb. 3) en laat deze in een vat of een lekbak lopen. Afb. 8 Hydraulische aansluitingInstallatievoorbeeldDe pomp biedt diverse installatie-opties. In de onder-staande figuur staat de pomp opgesteld met een zuigleiding, niveauschakelaar en multifunctieventiel op een Grundfos tank. Afb. 9 InstallatievoorbeeldWaarschuwingRisico op verbranding door chemicaliën. Draag beschermende kleding (handschoenen en bril) bij werkzaamhe-den aan de doseerkop, aansluitingen of leidingen. VoorzichtigDe doseerkop kan water bevatten van de fabriekstest. Bij het doseren van media die niet in aan-raking mogen komen met water, moet van tevoren een ander medium worden gedo-seerd.
Het drukverschil tussen zuig- en perszijde moet ten minste 1 bar/14,5 psi zijn. VoorzichtigDraai de bouten van de doseerkop een-maal aan met een momentsleutel vooraf-gaand aan de inbedrijfstelling en nogmaals na 2-5 bedrijfsuren op 4 Nm. TM04 1183 0110OntluchtingslangTankMultifunctie-ventielZuigleiding met leegmel-ding.
Nederlands (NL)144.3 Elektrische aansluitingSignaalaansluitingenAfb. 10 Bedradingschema van de elektrische aansluitingenWaarschuwingDe beschermingsklasse (IP65/Nema 4X) geldt alleen wanneer stekkers of beschermkappen op de juiste wijze zijn geïnstalleerd!WaarschuwingDe pomp kan automatisch starten wanneer de netspanning wordt ingeschakeld!Laat de netstekker en netstroomkabel intact, knoei er niet mee!N.B.De netstekker vormt de begrenzing tussen de pomp en het elektriciteitsnet.De nominale spanning van de pomp, zie paragraaf 2.4 Typeplaatje, moet overeen-stemmen met de plaatselijke omstandighe-den.WaarschuwingElektrische circuits van externe apparaten die op de pompingangen zijn aangesloten moeten gescheiden worden van gevaar-lijke spanning door middel van dubbele of versterkte isolatie!TM04 1187 341021342341213►2 1GNDGND123412343412
Nederlands (NL)165. In bedrijf nemen5.1 Instellen van de gebruikerstaalZie paragraaf 6 voor een omschrijving van de bedieningselementen.1. Draai aan het klikwiel om het tandwiel-symbool te selecteren.TM04 1184 11102. Druk op het klikwiel om het "Setup" menu te ope-nen.3. Draai aan het klikwiel om het "Language" menu te selecteren.4. Druk op het klikwiel om het "Language" menu te openen.5. Draai aan het klikwiel om de gewenste taal te selecteren.6. Druk op het klikwiel om de gemarkeerde taal te selecteren.7. Druk nogmaals op het klikwiel om het "Confirm set-tings?" commando te bevestigen en de instelling te bewaren.Afb.
Nederlands (NL)175.2 Ontluchten van de pomp1. Open het ontluchtingsventiel ongeveer een halve slag.2. Druk de [10 h] toets (ontluchtingstoets) in en houd deze ingedrukt tot vloeistof continu zonder belletjes uit de ontluchtingslang stroomt.3. Sluit het ontluchtingsventiel.5.3 Kalibreren van de pompDe pomp is in de fabriek gekalibreerd voor media met een viscositeit vergelijkbaar met water bij maxi-male tegendruk van de pomp (zie paragraaf 3.1 Technische specificaties).Als de pomp wordt bedreven met een tegendruk die afwijkt of als een medium wordt gedoseerd waarvan de viscositeit afwijkt, dan moet de pomp worden gekalibreerd.Eisen• De hydraulica en de elektrische bedrading van de pomp zijn aangesloten (zie paragraaf 4.
Montage en installatie).• De pomp is geïntegreerd in het doseerproces onder bedrijfscondities.• De doseerkop en de zuigleiding zijn gevuld met doseermedium.• De pomp is ontlucht.WaarschuwingDe ontluchtingslang moet correct zijn aan-gesloten en in een geschikte tank uitko-men!N.B.Druk de [100 %] toets in en beweeg gelijk-tijdig uw vinger met de klok mee op het klikwiel om de tijdsduur van het proces te verlengen tot maximaal 300 seconden. Druk de toets niet langer in na het instellen van de seconden.
Nederlands (NL)18Kalibratieproces - voorbeeld voor DDC 6-101. Vul een maatbeker met doseermedium. Aanbe-volen vulvolumes V1:– DDC 6-10: 0,3 l– DDC 9-7: 0,5 l– DDC 15-4: 1,0 lTM04 1154 11102. Lees af en noteer het vulvolume V1 (bijv. 300 ml).3. Plaats de zuigleiding in de maatbeker.4. Start het kalibratieproces in het "Instellingen > Kalibratie" menu.5. De pomp voert 200 doseerslagen uit en geeft de fabrieksmatige kalibratiewaarde weer (bijv. 125 ml).6. Verwijder de zuigleiding uit de maatbeker en meet het resterende volume in de maatbeker V2 (bijv. 170 ml).7. Bereken uitgaande van V1 en V2 het daadwerke-lijk gedoseerde volume Vd = V1 - V2(bijv. 300 ml - 170 ml = 130 ml).8. Geef in het kalibratiemenu Vd in, en sla deze waarde op.• De pomp is gekalibreerd.V2 = 170 mlVd = V1 - V2 = 130 mlV1 = 300 mlKalibratieKalibratieSlagen:Kalibrat. volume:200STOPSTART0.0000 mlSlagen:Kalibrat.
Nederlands (NL)196. Bedrijf6. 1 BedieningselementenHet bedieningspaneel van de pomp bevat een display en de volgende bedieningselementen. Afb. 12 BedieningspaneelToetsenKlikwielHet klikwiel wordt gebruikt om door de menu's te navigeren, instellingen te selecteren en deze te bevestigen. Het bewegen van uw vinger met de klok mee op het klikwiel laat de cursor oplopend in stapjes met de klok mee in het display bewegen. Het bewegen van uw vinger tegen de klok in laat de cursor tegen de klok in bewegen. 6. 2 Display en symbolen6. 2. 1 NavigatieIn de "Info", "Alarm" en "Instellingen" hoofdmenu's worden de opties en submenu's in de regels eronder weergegeven. Gebruik het "Terug" symbool om terug te gaan naar het hogere menu-niveau. De scroll-balk aan de rechter rand van het display geeft aan dat er meer menu-onderdelen zijn die niet getoond worden.
Het actieve symbool (huidige cursorpositie) knippert. Druk op het klikwiel om uw keuze te bevestigen en het volgende menu-niveau te openen. Het actieve hoofdmenu wordt weergegeven als tekst, de andere hoofdmenu's worden als symbolen weergegeven. De positie van de cursor wordt in het zwart gemar-keerd in de submenu's. Als u de cursor op een waarde positioneert en op het klikwiel drukt, dan wordt een waarde geselecteerd. Het bewegen van uw vinger met de klok mee op het klikwiel verhoogt de waarde, bewegen tegen de klok in verlaagt de waarde. Als u nu op het klikwiel drukt, dan wordt de cursor weer vrijgegeven. 6. 2. 2 BedrijfstoestandenDe bedrijfstoestand van de pomp wordt aangegeven met een symbool en displaykleur. 6. 2. 3 Slaapmodus (energiebesparende modus)Als in het "Bediening" hoofdmenu de pomp niet gedurende 30 seconden wordt bediend, dan ver-dwijnt de koptekst.
Na twee minuten vermindert de helderheid van het display. Als in een ander menu de pomp gedurende twee minuten niet bediend wordt, dan schakelt het display terug naar het "Bediening" hoofdmenu en vermindert de helderheid van het display.
Deze toestand wordt opgeheven wanneer de pomp wordt bediend of een storing optreedt. TM04 1188 3117Toets Functie[Start/stop] toetsIn- en uitschakelen van de pomp. [100 %] toetsDe pomp doseert met maximale capaciteit, onafhankelijk van de bedrijfsmodus. [Start/stop] toetsGrafische LCDKlikwiel[100 %] toetsManual7. 50l/hOperationDisplay Storing BedrijfstoestandWit -Stop Standby Groen -In bedrijf Geel WaarschuwingStop Standby In bedrijf Rood AlarmStop Standby.
Nederlands (NL)216.3 Hoofdmenu'sDe hoofdmenu's worden weergegeven als symbolen aan de bovenkant van het display. Het momenteel actieve hoofdmenu wordt weergegeven als tekst.6.3.1 BedieningStatusinformatie zoals doseercapaciteit, geselecteerde bedrijfsmodus en bedrijfstoe-stand wordt weergegeven in het "Bediening" hoofd-menu.6.3.2 InfoU kunt de datum, tijd en informatie over het actieve doseerproces, diverse tellers, pro-ductgegevens en de status van het servicesysteem in het "Info" hoodfmenu vinden. De informatie is tij-dens bediening toegankelijk.Het servicesysteem kan ook vanaf hier worden gere-set.TellersHet "Info > Tellers" menu bevat de volgende tellers:6.3.3 AlarmU kunt storingen/alarmen bekijken in het "Alarm" hoofdmenu.Maximaal 10 waarschuwingen en alarmmeldingen, samen met hun oorzaak, worden weergegeven in chronologische volgorde.
Nederlands (NL)226. 4 BedrijfsmodiDrie verschillende bedrijfsmodi kunnen worden inge-steld in het "Instellingen > Bedrijfsmodus" menu. • Handmatig, zie paragraaf 6. 4. 1• Pulssturing, zie paragraaf 6. 4. 2• Analoog 0-20mA, zie paragraaf 6. 4. 3Analoog 4-20mA, zie paragraaf 6. 4. 36. 4. 1 HandmatigIn deze bedrijfsmodus doseert de pomp voort-durend de doseercapaciteit die met het klikwiel is ingesteld. De doseercapaciteit wordt inge-steld in l/uur of ml/uur in het "Bediening" menu. De pomp schakelt automatisch tussen de eenheden. Als alternatief kan het display worden gereset naar Amerikaanse eenheden (gph). Zie paragraaf 6. 7 Instelling van het display. Afb. 14 Handmatig modusHet instelbereik hangt af van het pomptype:* Wanneer de "SlowMode" functie actief is wordt de maximale doseercapaciteit verminderd, zie paragraaf 3. 1 Technische specificaties. 6. 4.
2 PulssturingIn deze bedrijfsmodus doseert de pomp het ingestelde doseervolume voor elke inkomende (potentiaalvrije) puls, bijv. van een watermeter. De pomp berekent automatisch de optimale slagfre-quentie voor het doseren van het ingestelde volume per puls. De berekening is gebaseerd op:• de frequentie van de externe pulsen• het ingestelde doseervolume/puls. Afb. 15 Pulssturing modusHet doseervolume per puls wordt met het klikwiel ingesteld in ml/puls in het "Bediening" menu. Het instelbereik voor het doseervolume hangt af van het pomptype:De frequentie van de inkomende pulsen wordt ver-menigvuldigd met het ingestelde doseervolume. Als de pomp meer pulsen ontvangt dan verwerkt kan worden bij de maximale doseercapaciteit, dan draait de pomp met maximale slagfrequentie in continu bedrijf. De extra pulsen worden genegeerd als de geheugenfunctie niet is ingeschakeld.
De inhoud van het geheugen wordt verwijderd bij:• Uitschakeling van de voedingspanning• Wijziging van de bedrijfsmodus• Onderbreking (bijv. alarm, Externe vrijgave). 6. 4. 3 Analoog 0/4-20 mAGeldt voor DDC-AR besturingsuitvoeringIn deze bedrijfsmodus doseert de pomp over-eenkomstig het externe analoge signaal. Het doseer-volume is evenredig met de signaalingangswaarde in mA. TM04 8170 3510TypeInstelbereik*[l/uur] [gph]DDC 6-10 0,0060 - 6,0 0,0015 - 1,5DDC 9-7 0,0090 - 9,0 0,0024 - 2,4DDC 15-4 0,0150 - 15,0 0,0040 - 4,0TM04 1126 1110Bediening3. 40l/hHandmatigBediening0. 0400ml/Pulssturing 3. 40 l/hType Instelbereik [ml/puls]DDC 6-10 0,0016 - 16,2DDC 9-7 0,0017 - 16,8DDC 15-4 0,0032 - 31,6WaarschuwingLatere verwerking van opgeslagen pulsen kan een plaatselijke toename in concentra-tie veroorzaken.
Nederlands (NL)23Als de ingangswaarde in bedrijfsmodus 4-20 mA tot onder 2 mA daalt, dan wordt een alarm weergegeven en wordt de pomp uitgeschakeld. Een kabelbreuk of fout in de signaaloverbrenging is opgetreden. Het "Kabelbreuk" symbool wordt weergegeven in het "Signaal/fout display" gedeelte van het display. Afb. 16 Analoge wegingAfb. 17 Analoge bedrijfsmodus6. 5 SlowModeWanneer de "SlowMode" functie is ingescha-keld, dan vertraagt de pomp de zuigslag. De functie wordt ingeschakeld in het "Instellingen > SlowMode" menu en wordt gebruikt ter voorkoming van cavitatie in de volgende gevallen:• voor het dosering van media met een hogere vis-cositeit• voor het doseren van ontgassende media• voor lange zuigleidingen• voor grote zuighoogte. In het "Instellingen > SlowMode" menu kan de snel-heid van de zuigslag worden gereduceerd tot 50 % of 25 %. Afb. 18 SlowMode menu6. 6 Toetsblok.
De toetsblokkering wordt ingesteld in het "Instellingen > Toetsblok. " menu door een code van vier cijfers in te voeren. Toetsblokkering beschermt de pomp door te voorkomen dat instellingen gewij-zigd worden. Twee niveaus van toetsblokkering kun-nen worden geselecteerd:Het is nog steeds mogelijk om te navigeren in het "Alarm" en "Info" hoofdmenu en alarmmeldingen te resetten. 6. 6. 1 Tijdelijke deactiveringAls de "Toetsblok. " functie is geactiveerd, maar instellingen moeten worden gewijzigd, dan kunnen de toetsen tijdelijk worden ontgrendeld door de deactiveringscode in te voeren. Als de code niet bin-nen 10 seconden wordt ingevoerd, dan schakelt het display automatisch naar het "Bediening" hoofd-menu. De toetsblokkering blijft actief. 6. 6. 2 DeactiveringDe toetsblokkering kan worden gedeactiveerd in het "Instellingen > Toetsblok. " menu via het menupunt "Uit".
7 Instelling van het displayGebruik de volgende instellingen in het "Instellingen > Display" menu om de eigenschappen van het dis-play aan te passen:• Eenheden (metrisch/Amerikaans)• Displaycontrast•Extra display. 6. 7. 1 EenhedenMetrische eenheden (liter/milliliter/bar) of Ameri-kaanse eenheden (gallon/psi) kunnen worden gese-lecteerd. Overeenkomstig de bedrijfsmodus en het menu worden de volgende meeteenheden weerge-geven:TM04 1120 2010TM04 1127 1110VoorzichtigHet inschakelen van de "SlowMode" func-tie verlaagt de maximale doseercapaciteit van de pomp tot het ingestelde percen-tage. TM04 1153 11100 Q [%]0 - 20 mA4 - 20 mA[mA]42081216100800604020Bediening5. 15l/h0-20mA 17. 14 mAUitSlowMode (50% max. )SlowMode (25% max. )❑❑SlowModeNiveau BeschrijvingInstellingenAlle instellingen kunnen alleen worden gewijzigd door de toe-gangscode in te voeren.
Nederlands (NL)246. 7. 2 Extra displayHet extra display geeft aanvullende informatie over de huidige pompstatus. De waarde wordt weergege-ven in het display met het overeenkomstige symbool. In "Pulssturing" modus kan de "Gewenste capaciteit" informatie worden weergegeven met Q = 1,28 l/uur (zie afb. 19). Afb. 19 Display met extra displayHet extra display kan als volgt worden ingesteld:1) Alleen bij de DDC-AR besturingsuitvoering6. 8 Ingangen/UitgangenIn het "Instellingen > Ingangen/Uitgangen" menu kunt u de twee uitgangen "Relais 1 + Relais 2" en de signaalingangen "Externe vrijgave", "Leegmelding" en "Voorleegmelding" configureren. Afb. 20 Ingangen/Uitgangen menu6. 8. 1 RelaisuitgangenGeldt voor DDC-AR besturingsuitvoeringDe pomp kan twee externe signalen schakelen via geïnstalleerde relais. De relais worden geschakeld met potentiaalvrije pulsen.
Het aansluitschema van de relais is weergegeven in paragraaf 4. 3 Elektrische aansluiting. Aan beide relais kunnen de volgende signalen toe-gekend worden:* Fabrieksinstelling** De correcte overdracht van inkomende pulsen kan alleen worden gegarandeerd bij een pulsfre-quentie van maximaal 5 Hz. 6. 8. 2 Externe vrijgaveDe pomp kan worden uitgeschakeld via een externe puls, bijv. vanuit een controlekamer. Bij het activeren van de externe vrijgavepuls schakelt de pomp van de bedrijfstoestand "In bedrijf" naar de bedrijfstoestand "Standby". Het corresponderende symbool verschijnt in het "Signaal/fout display" gebied van het display. Het contacttype wordt in de fabriek ingesteld op gesloten contact (NO). In het "Instellingen > Ingan-gen/Uitgangen > Externe vrijgave" menu kan de instelling worden gewijzigd in open contact (NC).
28 l/hExtra displayIn/UitgangRelais 1Relais 2Externe vrijgaveLeegmeldingVoorleegmelding>>NONONORelais 1 sig-naalRelais 2 sig-naalBeschrijvingAlarm* AlarmDisplay rood, pomp uitgeschakeld (bijv. leegmelding etc. )Waarschuwing* WaarschuwingDisplay geel, pomp draait (bijv. voorleegmel-ding etc. )Slagsignaal Slagsignaal elke volle slagPomp doseertPomp doseert *Pomp in bedrijf en doseertPulsingang** Pulsingang**elke inkomende puls van pulsingangContacttypeNO* NO*Normaal open con-tactNC NCNormaal gesloten contactVoorzichtigVeelvuldig loskoppelen van de netspanning, bijv. via een relais, kan leiden tot beschadi-ging van de pompelektronica en tot het defect raken van de pomp. De doseernauw-keurigheid neemt eveneens af als gevolg van interne inschakelprocedures. Regel de pomp niet via de netspanning voor doseerdoeleinden.
Nederlands (NL)256. 8. 3 Leegmelding en Voorleegmelding signalenOm het vulniveau in de tank te bewaken kan een niveaubewaking met twee niveaus op de pomp wor-den aangesloten. De pomp reageert als volgt op de signalen:Beide signaalingangen worden in de fabriek toege-kend aan het gesloten contact (NO). Ze kunnen opnieuw worden toegekend in het "Instellingen > Ingangen/Uitgangen" menu aan open contact (NC). 6. 9 Basisinstel. Alle instellingen kunnen worden gereset naar de standaardinstellingen (zoals bij aflevering) in het "Instellingen > Basisinstel. " menu. Het kiezen van "Eigen instellingen bewaren" slaat de huidige configuratie op in het geheugen. Deze instel-lingen kunnen worden geactiveerd via "Eigen instel-lingen laden". Het geheugen bevat altijd de eerder opgeslagen configuratie. Oudere geheugendata worden over-schreven. 7.
ServiceOm een lange gebruiksduur en doseer-nauwkeurigheid te garanderen moeten slijt-onderdelen zoals membranen en ventielen regelma-tig worden gecontroleerd op tekenen van slijtage. Vervang zo nodig versleten onderdelen door origi-nele reserveonderdelen die van geschikte materialen gemaakt zijn. Heeft u vragen, neem dan contact op met uw ser-vicepartner. 7. 1 Regelmatig onderhoud7. 2 ReinigenReinig zo nodig alle pompoppervlakken met een droge en schone doek. Vulniveausensor PompstatusVoorleegmelding• Display is geel• knippert• Pomp blijft draaienLeegmelding• Display is rood• knippert• Pomp schakelt uitVoorzichtigAls de tank weer gevuld is, dan schakelt de pomp weer automatisch in. WaarschuwingOnderhoudswerkzaamheden mogen uit-sluitend worden uitgevoerd door gekwalifi-ceerd personeel. Interval TaakDagelijksControleer of er vloeistof lekt uit de afvoeropening (afb.
Draai zo nodig de bouten van de doseerkop kruiselings aan met een momentsleutel op 4 Nm. Draai zo nodig de ventielen en afdop-moeren aan, of voer service uit (zie 7. 4 Voer service uit). Controleer of service is vereist vol-gens het display van de pomp. Als dat het geval is, volgt u de instructies in paragraaf 7. 3 Servicesysteem. WekelijksReinig alle pompoppervlakken met een droge en schone doek. Elke 3 maandenControleer de bouten van de doseer-kop. Draai zo nodig de bouten van de doseerkop kruiselings aan met een momentsleutel op 4 Nm. Vervang beschadigde bouten onmid-dellijk.
Nederlands (NL)267. 3 ServicesysteemNa een aantal bedrijfsuren van de motor zullen ser-vicemeldingen verschijnen. Servicemeldingen ver-schijnen onafhankelijk van de huidige bedrijfstoe-stand van de pomp en hebben geen invloed op het doseerproces. Als geen servicemelding verschijnt moet toch ten minste elke twee jaar service worden uitgevoerd. * Sinds de laatste keer resetten van het servicesy-steemAfb. 21 Service binnenkort. Afb. 22 Service nu. De servicemelding signaleert wanneer het tijd is om de slijtonderdelen te vervangen en geeft het nummer van de serviceset weer. Druk op het klikwiel om het servicecommando tijdelijk te verbergen. Wanneer de "Service nu. " melding verschijnt (dage-lijks weergegeven), dan moet de pomp onmiddellijk geserviced worden. Het symbool verschijnt in het "Bediening" menu. Het nummer van de benodigde serviceset wordt ook weergegeven in het "Info" menu. 7.
4 Voer service uitAlleen reserveonderdelen en toebehoren van Grund-fos dienen te worden gebruikt voor onderhoud. Het gebruik van niet-originele reserveonderdelen en toebehoren leidt tot uitsluiting van eventuele aan-sprakelijkheid voor schade die hiervan het gevolg is. Nadere informatie over het uitvoeren van onderhoud kan worden gevonden in de servicesetcatalogus op onze homepage. Zie www. grundfos. com. 7. 4. 1 Overzicht van doseerkopAfb. 23 Vervanging van membraan en ventielenServicemeldingBedrijfsuren motor [uur]*Service binnenkort. 7500Service nu. 8000TM04 1131 1110TM04 1131 1110VoorzichtigVoor media die slijtage kunnen verergeren moet het service-interval worden verkort. Service binnenkort. Aub membraan enkleppen vervangen. Serviceset:97xxxxxxService nu. Aub membraan enkleppen vervangen. Serviceset:97xxxxxxWaarschuwingRisico op verbranding door chemicaliën.
Laat geen chemicaliën uit de pomp lekken. Zorg dat alle chemicaliën op de juiste wijze worden verzameld en afgevoerd. VoorzichtigVoordat wordt begonnen met werkzaam-heden aan de pomp, moet deze zich in de uitgeschakelde toestand bevinden ("Stop") of van de voeding zijn afgesloten. Het systeem mag niet onder druk staan. TM04 1123 21101 Veiligheidsmembraan2 Flens3 O-ring4 Membraan5 Ventiel aan perszijde6 Ventiel aan zuigzijde7 Doseerkop8 Bouten met ringen 9 Afdekkap10 Ontluchtingsventiel11 Afvoeropening123 57 846 10911.
Nederlands (NL)277. 4. 2 Demonteren van membraan en ventielenDeze paragraaf heeft betrekking op afb. 23. 1. Maak het systeem drukloos. 2. Maak de doseerkop leeg voorafgaand aan het onderhoud, en spoel deze zo nodig door. 3. Stel de pomp in op bedrijfstoestand "Stop" met de toets [Start/stop]. 4. Druk gelijktijdig op de toetsen [Start/stop] en [100 %] om het membraan in de "uit" positie te zetten. – Het symbool moet zijn weergegeven (zie afb. 13). 5. Onderneem de juiste stappen om te zorgen dat de vloeistof op veilige wijze wordt opgevangen. 6. Koppel de zuig-, pers- en ontluchtingsslang los. 7. Demonteer de ventielen aan zuig- en perszijde (5, 6). 8. Verwijder het deksel (9). 9. Maak de bouten (8) van de doseerkop (7) los en verwijder de bouten en ringetjes. 10. Verwijder de doseerkop (7). 11. Schroef membraan (4) tegen de klok in los en verwijder deze samen met de flens (2). 12.
Controleer of de afvoeropening (11) niet geblok-keerd of vervuild is. Reinig deze zo nodig. 13. Controleer het veiligheidsmembraan (1) op slij-tage en schade. Vervang indien nodig. Als er niets op duidt dat er doseervloeistof in het pomphuis is binnengedrongen, gaat u te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 4. 3 Terugplaatsen van membraan en ventielen. Ga anders te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 6. 2 Doseervloeistof in het pomphuis. 7. 4. 3 Terugplaatsen van membraan en ventielenDe pomp mag alleen opnieuw worden gemonteerd als niet erop duidt dat doseervloeistof in het pomp-huis is binnengedrongen. Ga anders te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 6. 2 Doseervloeistof in het pomphuis. Deze paragraaf heeft betrekking op afb. 23. 1. Plaats de flens (2) op de juiste wijze en schroef een nieuw membraan (4) met de klok mee op zijn plaats. – Zorg dat de O-ring (3) goed zit. 2.
Druk gelijktijdig op de toetsen [Start/stop] en [100 %] om het membraan in de "in" positie te zetten. – Het symbool moet worden weergegeven (zie afb. 13). 3. Plaats de doseerkop (7) terug. 4.
Plaats bouten met ringen (8) en draai ze kruise-lings vast met een momentsleutel. – Draaimoment: 4 Nm. 5. Plaats het deksel (9). 6. Installeer nieuwe ventielen (5, 6). – Verwissel de ventielen onderling niet, en let op de richting van de pijl. 7. Sluit de zuig-, pers- en ontluchtingsslang aan (zie paragraaf 4. 2 Hydraulische aansluiting)8. Druk op de toets [Start/stop] om de servicemodus te verlaten. 9. Ontlucht de doseerpomp (zie paragraaf 5. 2 Ontluchten van de pomp). 10. Neem de opmerkingen over inbedrijfstelling van paragraaf 5. In bedrijf nemen in acht. 7. 5 Resetten van het servicesysteemNa het servicen moet het servicesysteem worden gereset via de "Info > Reset servicesysteem" functie. WaarschuwingExplosiegevaar als doseervloeistof het pomphuis is binnengedrongen. Als het membraan mogelijk beschadigd is, mag de pomp niet met de voeding worden verbonden.
Nederlands (NL)287. 6 MembraanbreukAls het membraan lekt of gescheurd is, ontsnapt doseervloeistof uit de afvoeropening (afb. 23, pos. 11) op de doseerkop. In het geval van membraanbreuk, beschermt het vei-ligheidsmembraan (afb. 23, pos. 1) het pomphuis tegen het binnendringen van doseervloeistof. Bij het doseren van vloeistoffen waarbij kristallisatie optreedt kan de afvoeropening worden geblokkeerd door kristallisatie. Als de pomp niet onmiddellijk uit bedrijf wordt genomen, kan druk worden opgebouwd tussen het membraan (afb. 23, pos. 4) en het veilig-heidsmembraan in de flens (afb. 23, pos. 2). Deze druk kan doseervloeistof door het veiligheids-membraan in het pomphuis persen. De meeste doseervloeistoffen leveren geen gevaar op als zij het pomphuis binnendringen. Er zijn echter enkele vloeistoffen die een chemische reactie met het inwendige van de pomp kunnen veroorzaken.
In het ergste geval kunnen bij deze reactie explo-sieve gassen in het pomphuis ontstaan. Voorkom dat er gevaren ontstaan door membraan-breuk door het volgende te doen:• Voer regelmatig onderhoud uit. Zie paragraaf 7. 1 Regelmatig onderhoud. • Bedien de pomp nooit met geblokkeerde of ver-vuilde afvoeropening. – Als de afvoeropening geblokkeerd of vervuild is, gaat u te werk zoals beschreven in para-graaf 7. 6. 1 Demonteren in geval van mem-braanbreuk. • Sluit nooit een slang aan op de afvoeropening. Als een slang is aangesloten op de afvoerope-ning, is het onmogelijk om ontsnappende doseer-vloeistof te herkennen. • Neem geschikte voorzorgsmaatregelen ter voor-koming van gezondheidsproblemen en materiële schade door ontsnappende doseervloeistof. • Bedien de pomp nooit terwijl de bouten van de doseerkop beschadigd zijn of loszitten. 7. 6.
1 Demonteren in geval van membraanbreukDeze paragraaf heeft betrekking op afb. 23. 1. Maak het systeem drukloos. 2. Maak de doseerkop leeg voorafgaand aan het onderhoud, en spoel deze zo nodig door. 3.
Onderneem de juiste stappen om te zorgen dat de vloeistof op veilige wijze wordt opgevangen. 4. Koppel de zuig-, pers- en ontluchtingsslang los. 5. Verwijder het deksel (9). 6. Maak de bouten (8) los van de doseerkop (7) en verwijder de bouten en ringetjes. 7. Verwijder de doseerkop (7). 8. Schroef het membraan (4) linksom los en verwij-der dit samen met de flens (2). 9. Controleer of de afvoeropening (11) niet geblok-keerd of vervuild is. Reinig deze zo nodig. 10. Controleer het veiligheidsmembraan (1) op slij-tage en schade. Vervang indien nodig. Als er niets op duidt dat er doseervloeistof in het pomphuis is binnengedrongen, gaat u te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 4. 3 Terugplaatsen van membraan en ventielen. Ga anders te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 6. 2 Doseervloeistof in het pomphuis. 7. 6.
2 Doseervloeistof in het pomphuisAls doseervloeistof het pomphuis is binnengedron-gen:• Stuur de pomp ter reparatie naar Grundfos vol-gens de instructies in paragraaf 7. 7 Reparaties. • Als reparatie geen economisch redelijk alternatief is, voert u de pomp af volgens de informatie in paragraaf 9. Afvalverwijdering. WaarschuwingExplosiegevaar als doseervloeistof het pomphuis is binnengedrongen. Werken met een beschadigd membraan kan ertoe leiden dat de doseervloeistof het pomphuis binnendringt. In het geval van membraanbreuk koppelt u de pomp onmiddellijk los van de voeding. Zorg ervoor dat de pomp niet per ongeluk opnieuw in werking kan worden gesteld. Ontmantel de doseerkop zonder de pomp met de voeding te verbinden en controleer of geen doseervloeistof in het pomphuis is binnengedrongen. Ga te werk zoals beschreven in paragraaf 7. 6. 1 Demonteren in geval van membraan-breuk.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Grundfos DDC 9-7 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Pomp Grundfos
Handleiding Pomp
Nieuwste handleidingen voor Pomp