Grundfos ALPHA1 L 32-40 180 Handleiding

Grundfos Pomp ALPHA1 L 32-40 180

Bekijk gratis de handleiding van Grundfos ALPHA1 L 32-40 180 (30 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Grundfos ALPHA1 L 32-40 180 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/30
ALPHA1 L
Installatie- en bedieningsinstructies
GRUNDFOS INSTRUCTIONS

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Grundfos
Categorie: Pomp
Model: ALPHA1 L 32-40 180

Handleiding Grundfos ALPHA1 L 32-40 180 – volledige tekst

1 Het PWM-ingangssignaal instellen. 3608. Het product onderhouden of repareren. 3608. 1 Het product demonteren. 3608. 2 De plug demonteren. 3609. Problemen met het product opsporen. 3619. 1 De as deblokkeren. 36110. Technische specificaties. 36210. 1 Lagere voedingsspanning. 36210. 2 Afmetingen, ALPHA1 L XX-40, XX-60, 15-65. 36310. 3 Afmetingen, ALPHA1 L 25-65. 36411. Capaciteitscurven. 36411. 1 Richtlijnen voor capaciteitscurven. 36411. 2 Curvecondities. 36411. 3 Capaciteitscurves, ALPHA1 L XX-40. 36511. 4 Capaciteitscurves, ALPHA1 L XX-60. 36611. 5 Capaciteitscurves, ALPHA1 L XX-65. 36711. 6 Capaciteitscurves, ALPHA1 L XX-80. 36812. Het product afvoeren. 3681. Algemene informatieLees dit document voordat u het product installeert. De in-stallatie en bediening moeten voldoen aan de lokale regel-geving en gangbare gedragscodes.

Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder, en personen met verminderde lichamelijke, zin-tuiglijke of geestelijke vermogen of gebrek aan ervaring enkennis als zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het product en als zij de hieraanverbonden risico's begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het appa-raat mag niet worden gereinigd en er mag geen onder-houd op worden uitgevoerd door kinderen die niet ondertoezicht staan. 1. 1 GevarenaanduidingenDe onderstaande symbolen en gevarenaanduidingen wordenmogelijk weergegeven in installatie- en bedrijfsinstructies,veiligheidsinstructies en service-instructies van Grundfos. GEVAARGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordtvermeden, zal resulteren in de dood of in ernstig persoon-lijk letsel.

WAARSCHUWINGGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordtvermeden, zou kunnen resulteren in de dood of in ernstigpersoonlijk letsel. LET OPGeeft een gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordtvermeden, zou kunnen resulteren in licht of middelzwaarpersoonlijk letsel. De gevarenaanduidingen zijn als volgt gestructureerd:SIGNAALWOORDBeschrijving van gevaarGevolg van negeren van waarschuwing• Actie om het gevaar te vermijden. 345Nederlands (NL).

1. 2 OpmerkingenDe onderstaande symbolen en opmerkingen worden mogelijkweergegeven in installatie- en bedrijfsinstructies,veiligheidsinstructies en service-instructies van Grundfos. Neem deze instructies in acht voor explosieveilige produc-ten. Een blauwe of grijze cirkel met een wit grafisch symboolgeeft aan dat een actie moet worden uitgevoerd. Een rode of grijze cirkel met een diagonale balk, mogelijkmet een zwart grafisch symbool, geeft aan dat een actieniet moet worden uitgevoerd of moet worden gestopt. Als deze instructies niet in acht worden genomen, kan ditresulteren in technische fouten en schade aan de installa-tie. Tips en advies om het werk gemakkelijker te maken. 2. Het product ontvangen2. 1 Het product inspecterenVOORZICHTIGVerplettering van de voetenLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Draag veiligheidsschoenen bij het openen van dedoos en het hanteren van het product.

Controleer of het ontvangen product overeenkomstig is met wat isbesteld. Controleer of het voltage en de frequentie van het productovereenkomen met het voltage en de frequentie van deinstallatielocatie. Zie paragraaf Typeplaatje. Gerelateerde informatie5. 4. 1 Typeplaatje2. 2 LeveringsomvangDe doos bevat de volgende items:• ALPHA1 L pomp• Installatiesteker• Twee pakkingen• Beknopte handleiding. 3. Het product installerenGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voordat u gaat wer-ken aan het product. U dient er zeker van te zijn datde voedingsspanning niet per ongeluk kan worden in-geschakeld. VOORZICHTIGVerplettering van de voetenLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Draag veiligheidsschoenen bij het openen van dedoos en het hanteren van het product.

1 Mechanische installatieDe mechanische installatie dient te geschieden door per-soneel dat daartoe is getraind in overeenstemming met delokale voorschriften. 3. 1. 1 De ALPHA2 monteren1. De stromingsrichting door de pomp wordt door middel van depijlen op het pomphuis aangegeven. Zie afb. Doorstroomrichting. 2. Breng de twee pakkingen die zijn meegeleverd met de pompaan bij het aansluiten van de pomp op de leiding. Installeer depomp met de as in horizontale positie binnen ± 5 °. Zie afb. Pompinstallatie. Zie ook paragraaf Posities vanbedieningspaneel. 3. Draai de fittingen vast. Zie afb. De fittingen aandraaien. TM068535Doorstroomrichting346Nederlands (NL).

TM068536PompinstallatieTM068537De fittingen aandraaienGerelateerde informatie3.3 Posities van bedieningspaneel3.2 PomppositiesInstalleer de pomp altijd met de as in horizontale positie binnen ±5°. Installeer de pomp niet met een verticale motoras. Zie afb.Pompposities, onderste rij.• Pomp correct geïnstalleerd in een verticale leiding. Zie afb.Pompposities, bovenste rij, links.• Pomp correct geïnstalleerd in een horizontale leiding. Zie afb.Pompposities, bovenste rij, rechts.TM068538Pompposities3.3 Posities van bedieningspaneelGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voordat u gaat wer-ken aan het product. U dient er zeker van te zijn datde voedingsspanning niet per ongeluk kan worden in-geschakeld.VOORZICHTIGHeet oppervlakLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Het pomphuis kan heet worden vanwege de kokend-hete verpompte vloeistof.

Sluit de afsluiters aan beidekanten van de pomp en wacht totdat het pomphuis isafgekoeld.VOORZICHTIGSysteem onder drukLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Voordat u pomp demonteert, tapt u het systeem af ofsluit u de afsluiters aan beide zijden van de pomp. Dete verpompen vloeistof kan kokend heet zijn en onderhoge druk staan.De schakelkast kan in alle posities worden gemonteerd. Zie afb.Mogelijke posities van schakelkast.TM067297Mogelijke posities van schakelkast3.3.1 De positie van het bedieningspaneel wijzigenStap Actie Afbeelding1Zorg ervoor datde aan- en af-voerkleppen ge-sloten zijn.Draai de schroe-ven op de pomp-kop los.TM068539TM06 8539 09182Draai de pomp-kop in de gewen-ste positie.TM068540TM06 8540 09183Plaats deschroeven vande pompkop te-rug.TM068541TM06 8541 0918347Nederlands (NL)

3.4 Elektrische aansluitingGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Alle elektrische aansluitingen moeten gemaakt wordendoor een erkend elektriciën en in overeenstemmingmet de plaatselijke regelgeving.GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voordat u gaat wer-ken aan het product. U dient er zeker van te zijn datde voedingsspanning niet per ongeluk kan worden in-geschakeld.GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Verbind de pomp met de aarde.GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ In het geval van een isolatiestoring kan de foutstroomeen pulserende DC zijn.

Houd de nationale wetgevingaan over vereisten voor en keuze van aardlekschake-laar bij het installeren van de pomp.De pomp is geen veiligheidscomponent en kan niet wor-den gebruikt voor het waarborgen van de functionele vei-ligheid in het eindapparaat.• De motor heeft geen externe motorbeveiliging nodig.• Controleer of de voedingsspanning en -frequentieovereenkomen met de waarden die op het typeplaatje vermeldstaan. Zie paragraaf Typeplaatje.• Sluit de pomp aan op de voedingsspanning met de plug die bijde pomp is geleverd.

Stap Actie Afbeelding6Draai de schroevenop de voedingsste-ker weer vast.x 3TM0685487Plaats het klem-mendeksel terug.Zie A.Opmerking: Het ismogelijk om de voe-dingssteker naar dezijkant te draaienvoor een kabelin-voer onder 90 °.Zie B.TM068550TM0685498Draai de wartelmoervast.TM0685519Schroef de kabel-wartel vast op devoedingssteker.TM06855210Steek de voedings-steker in de maleaansluiting op depomp.TM0685533.5 Het pomphuis isolerenTM068564Het pomphuis isolerenU kunt het warmteverlies van de pomp en de leiding verminderendoor het pomphuis en de leiding te isoleren met de isolatieschalendie als toebehoren kunnen worden besteld. Zie paragraafIsolatieschalen.Isoleer het bedieningspaneel niet en dek het niet af.Gerelateerde informatie5.5.2 Isolatieschalen349Nederlands (NL)

4. Het product in bedrijf nemen4. 1 Voor de startSchakel de pomp pas in wanneer het systeem met vloeistof isgevuld en volledig is ontlucht. Zorg ervoor dat de minimale voordrukvoldoende is voor de pompingang. Zie paragraaf Technischespecificaties. Als de pomp voor het eerst wordt gebruikt, moet hetsysteem worden ontlucht. Zie paragraaf De pomp ontluchten. Depomp wordt automatisch ontlucht via het systeem. Gerelateerde informatie4. 3 De pomp ontluchten10. Technische specificaties4. 2 De pomp in bedrijf nemenStap Actie Afbeelding1Open de in- en uit-laatkleppen. TM0685542Schakel de elektrici-teitstoevoer in. 0/Off1/OnTM0685553De lampjes op hetbedieningspaneelgeven aan dat devoedingsspanning isingeschakeld en datde pomp werkt. TM0685564. 3 De pomp ontluchtenMTM070153De pomp ontluchtenPos.

BeschrijvingM Minimaal 30 minKleine luchtbellen binnen in de pomp kunnen lawaai veroorzaken bijhet opstarten van de pomp. Aangezien de pomp echter automatischwordt ontlucht door het systeem, houdt het lawaai na enige tijd op. U kunt als volgt het ontluchtingsproces versnellen:1. Stel de pomp in op toerental III met de knop op hetbedieningspaneel. 2. Laat de pomp minimaal 30 minuten lang werken. Hoe snel depomp wordt ontlucht is afhankelijk van de systeemgrootte en hetontwerp. Wanneer de pomp ontlucht is, en het eventuele geluid isverdwenen, stelt u de pomp in volgens de aanbevelingen. Zieparagraaf Regelmodi. De pomp mag niet drooglopen. De pomp is in de fabriek ingesteld op de stand voor radia-torverwarming. Gerelateerde informatie6. 2 Regelmodi5. Productintroductie5.

De pomp regelt automatisch het drukverschil door depompcapaciteit aan te passen aan de actuele warmtevraag zonderhet gebruik van externe componenten, waarbij wordt voorkomendat:• te hoog energieverbruik• onregelmatige controle van het systeem• lawaai in thermostaatkranen en vergelijkbare hulpstukken. Het toerental kan worden geregeld via een PWM-laagspanningssignaal (pulsbreedtemodulatie). 350Nederlands (NL).

ECM-pompen (Electronically Commutated Motor) met hogeefficiëntie, zoals de ALPHA1 L, mogen niet toerentalgeregeldworden via een externe toerentalregelaar die de voedingsspanningvarieert of pulseert. 5. 1. 1 ModeltypeDeze installatie- en bedieningsinstructies hebben betrekking opALPHA1 L. Het modeltype staat aangegeven op de verpakking enhet typeplaatje. 5. 2 ToepassingenDe pomp is ontworpen voor het rondpompen van vloeistoffen inverwarmingssystemen. De pompen zijn geschikt voor de volgendesystemen:• Systemen met constante of variabele doorstroming waarbij hetwenselijk is het pompwerkpunt te optimaliseren. • Installatie in bestaande systemen waarbij het drukverschil vande pomp te hoog is gedurende perioden van verminderdeflowvraag.

• Installatie in nieuwe systemen voor automatische aanpassingvan de capaciteit aan de flowaanvraag zonder dat gebruik wordtgemaakt van omloopkleppen of vergelijkbare dure onderdelen. 5. 3 Te verpompen vloeistoffenIn huishoudelijke warmwatersystemen adviseren we omde vloeistoftemperatuur lager dan 65 °C te houden om hetrisico op kalkaanslag te voorkomen. VOORZICHTIGOntvlambaar materiaalLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Gebruik de pomp niet voor brandbare vloeistoffenzoals dieselolie en benzine. VOORZICHTIGCorrosieve stofLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Gebruik de pomp niet voor agressieve vloeistoffen,zoals zuren en zeewater. De pomp is geschikt voor het verpompen van schone, dunne, niet-agressieve en niet-explosieve vloeistoffen die geen vaste deeltjes,vezels of minerale olie bevatten.

Bij verwarmingssystemen dient het water te voldoen aan de eisenvan geaccepteerde normen met betrekking tot waterkwaliteit inverwarmingssystemen, bijv. de Duitse norm VDI 2035. Mengsels van water met antivries media zoals glycol met eenkinematische viscositeit lager dan 10 mm 2/s (10 cSt). Bij het kiezenvan een pomp moet rekening worden gehouden met de viscositeitvan de verpompte vloeistof.

5.5 Accessoires5.5.1 Koppelingen en afsluitersetsProductnummers, koppelingenALPHAxKoppelingRpR3/4 1 1 1/4 1 1 1/425-xx G 1 1/2 529921 99672022 529821 529925 52992432-xx G 2 509921 99672033G-schroefdraad heeft een cilindervorm overeenkomstig de normEN-ISO 228-1 en dicht de schroefdraad niet af. Er is een plattepakking vereist. U kunt alleen cilindervormig male G-schroefdraadin female G-schroefdraad schroeven. G-schroefdraad is standaardschroefdraad op de pompbehuizing.R-schroefdraad is conische externe schroefdraad inovereenstemming met de norm EN 10226-1.Rc- of Rp-schroefdraad is interne schroefdraad met conisch ofcilindervormig schroefdraad. U kunt conisch male R-schroefdraad infemale Rc- of Rp-schroefdraad schroeven. Zie afb.

5.5.3 Kabels en stekkersDe pomp heeft twee elektrische aansluitingen: devoedingsaansluiting en de aansluiting voor het besturingssignaal.VoedingsaansluitingDe installatiestekker wordt meegeleverd met de pomp en isbovendien als toebehoren beschikbaar.Ook zijn er adapters voor voedingskabels beschikbaar alstoebehoren.Aansluiting voor besturingsignaalDe aansluiting voor het besturingssignaal heeft drie geleiders: designaalingang, de signaaluitgang en de signaalreferentie. Sluit dekabel aan op het bedieningspaneel met een Mini Superseal-stekker.Zie paragraaf Het PWM-ingangssignaal instellen. De optionelesignaalkabel is verkrijgbaar als accessoire.

6. Regelfuncties6.1 BedieningspaneelTM067286BedieningspaneelSymbool BeschrijvingToetsI, II, IIIConstante curve of constante toerentalcurve, I, IIof IIIRadiatorverwarmingsmodus (proportionele druk)Vloerverwarmingsmodus (constante druk)Op het bedieningspaneel wordt het volgende weergegeven:• De besturingsmodus, na indrukken van de knop• Alarmstatus.6.1.1Alarm of waarschuwingAls de pomp een of meer alarmen of waarschuwingen heeftgedetecteerd, schakelt de eerste LED over van groen naar rood.Als de storing is opgelost, schakelt het bedieningspaneel terug naarde bedrijfsstatus.Zie paragraaf Problemen met het product opsporen.Gerelateerde informatie9. Problemen met het product opsporen6.2RegelmodiDe pomp heeft zeven verschillende besturingsmodi.

5Pompinstelling voor huishoudelijke warmwatersystemenAanbevolen en alternatieve pompinstellingen:SysteemtypeAanbevolen besturings-modusAlternatieve bestu-ringsmodusHuishoudelijkwarmwater-systeemConstante curve of cons-tant toerental, I, II of III. Zie paragraaf Constantecurve of constant toeren-tal, I, II of III. Geen alternatievenGerelateerde informatie6. 2. 3 Constante curve of constant toerental, I, II of III6. 2. 6Verandering van aanbevolen naar alternatievepompinstellingVerwarmingssystemen zijn relatief langzame systemen die nietbinnen enkele minuten of uren op het optimale bedrijf kunnenworden ingesteld. Als de aanbevolen pompinstelling niet de gewenstewarmtedistributie geeft in de kamers van het huis, wijzig dan depompinstelling naar het getoonde alternatief. 6. 3RegelsignaalDe pomp kan worden geregeld via een digitaal PWM-laagspanningssignaal (pulsbreedtemodulatie).

Het blokvormige PWM-signaal is ontworpen voor eenfrequentiebereik van 100 tot 4,000 Hz. Het PWM-signaal wordtgebruikt voor het selecteren van het toerental (opdracht speed) enals feedbacksignaal.

De PWM-frequentie voor het feedbacksignaalis vast ingesteld op 75 Hz in de pomp. Voor instructies voor het instellen van de verbinding, raadpleegt uparagraaf Het PWM-ingangssignaal instellen. Inschakelduurd % = 100 x t/TVoorbeeldClassificatieT = 2 ms (500 Hz)UiH = 4-24 Vt = 0,6 msUiL ≤ 1 Vd % = 100 x 0,6 / 2 = 30 %IiH ≤ 10 mA (afhankelijk van UiH)VoorbeeldTtUIHUILTM049911PWM-signaalAfkorting BeschrijvingT Tijdsperiode [sec. ]d Inschakelduur [t/T]UiHIngangsspanning van hoog niveauUiLIngangsspanning van hoog niveauIiHIngangsstroom van hoog niveauGerelateerde informatie7. 1 Het PWM-ingangssignaal instellen6. 3. 1InterfaceDe interface van de pomp bestaat uit een elektronisch onderdeeldat het externe regelsignaal verbindt met de pomp. De interfacevertaalt het externe signaal naar een signaaltype dat demicroprocessor kan begrijpen.

Bovendien zorgt de interface ervoor dat de gebruiker niet in contactkan komen met gevaarlijke spanningen bij aanraking van designaaldraden als een voeding is verbonden met de pomp. Opmerking: "Signaalref. " is een signaalreferentie zonderverbinding met randaarde. 470R36V100p110RBC847BBC847BTLP2704TLP38368k2k7+-12345TM060787Schematische tekening, interface356Nederlands (NL).

Pos. Beschrijving1 Galvanische isolatie2 PWM-uitvoer3 Signaalref. 4 PWM-invoer5 Pompelektronica6. 3. 2 PWM-ingangssignaalprofiel A (verwarming)De pomp werkt met constante toerentalcurven afhankelijk van hetPWM-ingangssignaal. Het toerental neemt af als de PWM-waardetoeneemt. Als het PWM-signaal gelijk is aan nul (0 VDC), schakeltde pomp over naar de geselecteerde regelmodus voordat wordtaangesloten op een PWM-signaal. ACBTM069136PWM-ingangssignaalprofiel A (verwarming)Pos. BeschrijvingA Max. B PWM-ingangssignaalC ToerentalPWM-ingangssignaal[%]Pompstatus≤ 10 Maximaal toerental: max. > 10 / ≤ 84 Variabel toerental: min. tot max. > 84 / ≤ 91 Minimaal toerental: IN> 91/95 Hysteresegebied: aan/uit> 95 of ≤ 100 Stand-bymodus: uit6. 3.

3 PWM-feedbacksignaalHet PWM-feedbacksignaal biedt pompinformatie zoals inbussystemen:• huidige stroomverbruik (nauwkeurigheid ± 2% van PWM-signaal)• waarschuwing• alarm. AlarmmeldingenAlarmuitgangssignalen zijn beschikbaar omdat sommige PWM-uitgangssignalen speciaal bedoeld zijn voor alarminformatie. Alseen voedingsspanning wordt gemeten onder het opgegevenvoedingsspanningsbereik, wordt het uitgangssignaal ingesteld op75%. Als de rotor is geblokkeerd door afzettingen in hethydraulische systeem, wordt het uitgangssignaal ingesteld op 90%omdat dit alarm een hogere prioriteit heeft. Zie afb. PWM-feedbacksignaal - stroomverbruik. 25 50 100 150 200 2501102030405060708090100234567TM071313PWM-feedbacksignaal - stroomverbruikPos.

6.4 PompcapaciteitAfbeelding Pompinstelling in relatie tot pompcapaciteit laat doormiddel van curven de relatie zien tussen pompinstelling enpompcapaciteit.IIIIIIHQTM068818Pompinstelling in relatie tot pompcapaciteitInstelling Pompcurve FunctieIConstante curve of constanttoerental IDe pomp draait op een constant toerental en daardoor op een constante curve.Bij toerental I is de pomp ingesteld om onder alle omstandigheden op de minimale curve te wer-ken.IIConstante curve of constanttoerental IIDe pomp draait op een constant toerental en daardoor op een constante curve.Bij toerental II is de pomp ingesteld om onder alle omstandigheden op de tussenliggende curvete werken.IIIConstante curve of constanttoerental IIIDe pomp draait op een constant toerental en daardoor op een constante curve.Bij toerental III is de pomp ingesteld om onder alle omstandigheden op de maximale curve tewerken.

Snelle ontluchting van de pomp kan tot stand worden gebracht door de pomp korte tijdop toerental III in te stellen.Radiatorverwarmingsmodus(proportionele drukcurve)Het werkpunt van de pomp zal naar boven of beneden verschuiven op een proportionele druk-curve naar gelang de warmtevraag in het systeem.De opvoerhoogte (druk) daalt bij een dalende warmtevraag en stijgt bij een stijgende warmte-vraag.Vloerverwarmingsmodus (con-stante drukcurve)Het werkpunt van de pomp zal naar buiten of binnen verschuiven op een constante drukcurvenaar gelang de warmtevraag in het systeem.De opvoerhoogte (druk) wordt constant gehouden, onafhankelijk van de warmtevraag.358Nederlands (NL)

7. Het product instellenStel het product in met de knop op het bedieningspaneel. Telkenswanneer de knop wordt ingedrukt, wordt de instelling van de pompveranderd. De LED's geven de gekozen bedrijfsmodus aan. Eencyclus omvat vijf keer op de knop drukken.Display RegelmodusConstante curve 1Constante curve 2Constante curve 3RadiatormodusVloerverwarmingsmodusPWM-profiel ADe LED knippert.Vaste regelcurveDe LED's knipperen.De pomp schakelt automatisch de besturingsmodus voor he PWM-ingangssignaal in als de signaalkabel is aangesloten en het PWM-signaal wordt gedetecteerd door de pomp. Als de pomp geenPWM-signaal detecteert of als het signaal gelijk is aan 0, schakeltde pomp over naar de geselecteerde regelmodus voordat wordtaangesloten op een PWM-signaal.

Voor details over het instellenvan het PWM-ingangssignaal, zie paragraaf Het PWM-ingangssignaal instellen.Als u de vaste proportionele drukcurve wilt selecteren, drukt u op deknop en houdt u deze 3 seconden ingedrukt. Als u dezebesturingsmodus wilt uitschakelen, drukt u op de knop en houdt udeze 3 seconden ingeschakeld.Zie paragraaf Regelmodi voor meer informatie over elkebesturingsmodus.De pomp is in de fabriek ingesteld op radiatorverwar-mingsmodus.Gerelateerde informatie6.2 Regelmodi7.1 Het PWM-ingangssignaal instellen359Nederlands (NL)

7. 1 Het PWM-ingangssignaal instellenAls u de externe besturingsmodus wilt inschakelen (PWM-profiel A),moet u een signaalkabel hebben aangesloten op een externsysteem. De kabelaansluiting heeft drie geleiders: designaalingang, de signaaluitgang en de signaalreferentie. Geleider KleurIngangssignaal BruinSignaalreferentie BlauwSignaaluitgang ZwartDe kabel wordt niet meegeleverd met de pomp, maar kan alstoebehoren worden besteld. De kabellengte mag niet meer dan 3meter bedragen. De kabel moet op de schakelkast worden aangeslotenmet een Mini Superseal-steker. Zie afb. Mini Superseal-stekker. TM064414Mini Superseal-stekkerDe signaalaansluiting instellen1. Zorg ervoor dat de pomp is uitgeschakeld. 2. Zoek de PWM-signaalaansluiting op de pomp. De drie pinnenbinnen in de de signaalaansluiting staan niet onder stroom. 3. Sluit de signaalkabel aan met de Mini Superseal-steker. 4.

Schakel de elektriciteitstoevoer in. 5. De pomp detecteert automatisch of een geldig PWM-signaalbeschikbaar is nadat de besturingsmodus op de pomp isingeschakeld. Zie afb. De signaalkabel aansluiten op ALPHA1L. Als de pomp geen PWM-signaal detecteert of als het signaalgelijk is aan 0, schakelt de pomp over naar de geselecteerderegelmodus voordat wordt aangesloten op een PWM-signaal. 1 x 230 V - 15 %/+ 10 % ∽ 50/60 Hz TM067633De signaalkabel aansluiten op ALPHA1 L8. Het product onderhouden of reparerenGEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Alle elektrische aansluitingen moeten gemaakt wordendoor een erkend elektriciën en in overeenstemmingmet de plaatselijke regelgeving. GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voordat u gaat wer-ken aan het product.

U dient er zeker van te zijn datde voedingsspanning niet per ongeluk kan worden in-geschakeld. VOORZICHTIGHeet oppervlakLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Het pomphuis kan heet worden vanwege de kokend-hete verpompte vloeistof.

Sluit de afsluiters aan beidekanten van de pomp en wacht totdat het pomphuis isafgekoeld. VOORZICHTIGSysteem onder drukLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Voordat u pomp demonteert, tapt u het systeem af ofsluit u de afsluiters aan beide zijden van de pomp. Dete verpompen vloeistof kan kokend heet zijn en onderhoge druk staan. Alle onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitge-voerd door een hiervoor opgeleide servicetechnicus. 8. 1 Het product demonteren1. Schakel de voedingsspanning uit. 2. Trek de plug los. Voor instructies voor het ontmantelen van desteker, raadpleegt u paragraaf De plug demonteren. 3. Sluit de twee afsluiters aan beide zijden van de pomp. 4. Draai de fittingen los. 5. Koppel de pomp los van het systeem. Gerelateerde informatie8. 2 De plug demonteren8. 2 De plug demonteren1. Draai de kabelwartel los en verwijder de wartelmoer in hetmidden van het klemmendeksel. 2.

9. Problemen met het product opsporenAls de pomp een of meer alarmen heeft gedetecteerd, schakelt deeerste LED over van groen naar rood. Als een alarm actief is,geven de LED's het alarmtype aan zoals gedefinieerd in afb. Tabelvoor het opsporen van storingen.Als meerdere alarmen tegelijk actief zijn, geven de LED'salleen de storing met de hoogste prioriteit aan. De priori-teit wordt gedefinieerd door de volgorde van de tabel.Als er geen actief alarm meer is, schakelt het bedieningspaneelterug naar de bedrijfsstatus en verandert de eerste LED van rood ingroen.GEVAARElektrische schokDood of ernstig persoonlijk letsel‐ Schakel de voedingsspanning uit voordat u gaat wer-ken aan het product.

U dient er zeker van te zijn datde voedingsspanning niet per ongeluk kan worden in-geschakeld.VOORZICHTIGHeet oppervlakLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Het pomphuis kan heet worden vanwege de kokend-hete verpompte vloeistof. Sluit de afsluiters aan beidekanten van de pomp en wacht totdat het pomphuis isafgekoeld.VOORZICHTIGSysteem onder drukLicht of middelzwaar persoonlijk letsel‐ Voordat u pomp demonteert, tapt u het systeem af ofsluit u de afsluiters aan beide zijden van de pomp. Dete verpompen vloeistof kan kokend heet zijn en onderhoge druk staan.Display Status OplossingTM068566AlarmDe pomp schakelt uit.De pomp is geblokkeerd.Deblokkeer de as. Zie para-graaf De as deblokkeren.230/Off1/On1No.2 5 mmTM071414TM068569AlarmDe pomp schakelt uit.De voedingsspanning islaag.Controleer of de voedings-spanning naar de pomp vol-doende hoog is.ONONON230 V

Technische specificatiesBedrijfsconditiesGeluidsbelasting Het geluidsniveau van de pomp is lager dan 32 dB (A).Relatieve vochtigheid Maximaal 95%, omgeving zonder condensvormingSysteemdruk PN 10: Maximaal 1,0 MPa (10 bar).VoordrukVloeistoftemperatuur Minimale voordruk75 °C 0,005 MPa (0,05 bar), 0,5 m opvoerhoogte95 °C 0,05 MPa (0,5 bar), 5 m opvoerhoogteMaximale voordruk 1 MPa (10 bar)Omgevingstemperatuur 0-55 °CVloeistoftemperatuur 2-95 °CVloeistof Maximale mengsel van waterpropyleen en glycol is 50%.ViscositeitMaximaal 10 mm2/sMaximale opstellingshoogte 2000 m boven zeeniveauElektrische gegevensVoedingsspanning 1 x 230 V - 15%/+ 10%, 50/60 Hz, PEIsolatieklasse FStroomverbruik stand-by < 1 WInschakelstroom < 4 AMinimale schakeltijd voor in-/uitschake-len van voedingGeen specifieke vereistenDiverse gegevensMotorbeveiliging De pomp heeft geen externe motorbeveiliging nodig.Beschermingsklasse IPX4DTemperatuurklasse (TF) TF95Specifieke EEI-waardenALPHA1 L XX-40: EEI ≤ 0,20ALPHA1 L XX-60: EEI ≤ 0,20ALPHA1 L XX-65: EEI ≤ 0,20ALPHA1 L XX-80: EEI ≤ 0,20Om condensatie in de stator te voorkomen, moet devloeistoftemperatuur altijd hoger zijn dan de omgevingstemperatuur.10.1 Lagere voedingsspanningDe werking van de pomp is gegarandeerd boven 160 VAC metverminderde capaciteit.Als de spanning onder 190 VAC daalt, wordt een waarschuwingvoor lage spanning verzonden via het PWM-signaal.Als de spanning daalt tot onder 150 VAC, wordt de pompuitgeschakeld en wordt een alarm weergegeven.362Nederlands (NL)

10.3 Afmetingen, ALPHA1 L 25-65H2H1H4H3B4L3B2B1B3GL4LTM071316ALPHA1 L 25-65PomptypeAfmetingen [mm]L L3 L4 B1 B2 B3 B4 H1 H2 H3 H4 GALPHA1 L 25-65 130 89 45 54 54 72 47 25 102 47 149 G 1 1/211. Capaciteitscurven11.1 Richtlijnen voor capaciteitscurvenElke pomp heeft zijn eigen capaciteitscurve.Een vermogenscurve, P1, behoort bij elke capaciteitscurve. Devermogenscurve toont het stroomverbruik van de pomp in watt bijeen gegeven capaciteit.11.2 CurveconditiesDe onderstaande richtlijnen gelden voor de capaciteitscurven op devolgende pagina's:• Testvloeistof: water zonder lucht.• De curven zijn van toepassing op een dichtheid van ρ = 983,2kg/m3 en een vloeistoftemperatuur van 60 °C.• Alle curven laten gemiddelde waarden zien en moeten nietbeschouwd worden als gegarandeerde curven.

Als een product dat met dit symbool is gemar-keerd het einde van de levensduur heeft bereikt,brengt u het naar een inzamelpunt dat hiertoe is aan-gewezen door de plaatselijke afvalverwerkingsautori-teiten. De gescheiden inzameling en recycling van der-gelijke producten helpt het milieu en de menselijke ge-zondheid te beschermen.Zie ook informatie over het einde van de productlevensduur opwww.grundfos.com/product-recycling368Nederlands (NL)

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grundfos ALPHA1 L 32-40 180 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden