Grizzly MR 400 Handleiding


Pagina's 204 Robotmaaier

Bekijk de handleiding van Grizzly MR 400 gratis online of download de PDF. 18 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Mähroboter
Robot tondeuse
Robot tagliaerba
Robotmaaier
Robotic mower
Robot koszący
Robotická sekačka na trávu
Vejos pjovimo robotas
Robot cortacésped
Robotická kosačka
Originalbetriebsanleitung
Traduction de la notice d’utilisation originale
Traduzione delle istruzioni per l’uso in originale
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
Translation of the original instructions for use
Tłumaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
Překlad originálního návodu k obsluze
Originalios eksploatavimo instrukcijos vertimas
Traducción del manual de instrucciones original
Preklad originálneho návodu na obsluhu
MR 400
DE
NL
IT
FR
GB
CZ
LT
PL
ES
SK

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Grizzly
Categorie: Robotmaaier
Model: MR 400

Handleiding Grizzly MR 400 – volledige tekst

80Vervangstukken. 81InleidingHartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat. Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen. Dit apparaat werd tijdens de productie op kwaliteit gecontroleerd en aan een eind-controle onderworpen. De functionaliteit van uw apparaat is bijgevolg verzekerd. De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Ze omvat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en af-valverwijdering. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstruc-ties vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassings-gebieden. Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten bij het doorgeven van het product mee aan derden. Bedoeld gebruikHet apparaat is alleen bedoeld voor huis-houdelijk gebruik voor het maaien van gazons en grasvelden.

NL65Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Kinderen alsook personen die met de gebruiksaanwijzing niet ver-trouwd zijn, mogen het apparaat niet ge-bruiken. Het is verboden het apparaat te gebruiken bij regen of in een vochtige om-geving. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit oneigenlijk gebruik of uit een foute bediening.Algemene beschrijving De afbeeldingen voor de bediening en het onderhoud vindt u op de zijde 2 - 5.Inhoud van de leveringNeem het apparaat voorzichtig uit de verpakking en controleer of de volgende onderdelen compleet zijn:- Robotmaaier- 100 m Begrenzingskabel- Laadstation- Lader- 5 bevestigingsspijkers- 125 haken- Laadstation-stootstang- 3 reservemessen- 3 Messchroeven- GebruiksaanwijzingFunctiebeschrijvingDe robotmaaier heeft een draaiend maai-werktuig dat parallel met de maaihoogte draait.

Het apparaat is voorzien van een sterke elektrische motor, een robuuste be-huizing van kunststof en een veiligheids-schakelaar. Het apparaat is ook traploos in de hoogte verstelbaar en heeft soepel lopende wielen. De functie van de verschillende bedie-ningsonderdelen is hieronder beschreven.Overzicht 1 Stop-toets 2 Bedieningsveld 3 Instelwieltje van de maaihoogte-regeling 4 Draaggreep 5 Aan-/uitknop 6 Begrenzingskabel 7 Haak 8 Bevestigingsspijker 9 Verbindingsstekker van de lader 10 Lader 11 Netsnoer van de lader 12 Laadstation 12a Werkbereik-indicator 12b Laadstation-stootstang 13 Verbindingsstekker van het laadstation 14 Indicator voor bedrijfstijdinstel-ling 15 Toets voor bedrijfstijdinstelling 16 Power-toets 17 Start-toets 18 Home-toets 19 Vergrendeltoets 20 OK-toets 21 Accu 22 USB-ingang 23 Mes 24 Messchroeven 25 Indicator 26 Laadklemmen 27 Klem „+“ 28 Klem „S1“ 29 Moer

NL67 Reinig de onderkant van de robotmaaier nooit onder stromend water.III Veiligheidsklasse III Geluidsvermogenniveau LWA in dB. Elektrische apparaten horen niet thuis bij het huisvuil. Maaicirkel Pictogram op het instelwiel-tje van de maaihoogterege-lingSymbolen op de accu Let op! Lees zorgvuldig de ge-bruiksaanwijzing door. Geef de accu’s af op een inzamelplaats voor oude accu’s, vanwaar ze naar een milieuvriendelijke recycling gebracht worden. Let op! Bescherm tegen re-gen en vocht. Werp de accu’s niet in het huisvuil.Symbolen op het laadapparaat: Let op! Lees zorgvuldig de ge-bruiksaanwijzing door.

Veiligheidstrandsformator - kortsluitbestendig Schakelvoeding Zekering van het apparaat Beveiligingsklasse II (Dubbele isolatie) Elektrische apparaten horen niet thuis bij het huisvuil.Pictogrammen op het laadsta-tion Elektrische apparaten horen niet thuis bij het huisvuil.LED op het laadstation brandt rood: accu wordt opgeladen knippert groen: begrenzingskabel beschadigd of verkeerd aange-sloten brandt groen: accu vol-ledig geladenSymbolen in de gebruiksaanwij-zing Gevaarsymbool met infor-matie over de preventie van personen- of zaak-schade. Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken wordt het gebod toegelicht) met

NL68informatie over de preventie van schade. Aanduidingsteken met infor-matie over hoe u het appa-raat beter kunt gebruiken. Algemene veiligheidsin-structies Belangrijk. Lees de ge-bruiksaanwijzing zorgvuldig. Bewaar de gebruiksaanwij-zing om ze na te lezen. Dit apparaat kan bij een onoordeelkundig gebruik ernstige verwondingen ver-oorzaken. Om lichamelijke letsels en materiële schade te vermijden, leest u de on-voorwaardelijk volgende vei-ligheidsinstructies en neemt u ze in acht en maakt u zich goed met alle bedieningson-derdelen vertrouwd. Voorbereiding:• Dit toestel mag worden ge-bruikt door personen met fysie-ke, zintuiglijke of psychische beperkingen of met een gebrek aan ervaring of kennis, mits zij daarbij onder toezicht staan of geïnstrueerd zijn in het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren begrijpen die van het apparaat uit kunnen gaan.

• Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reinigingen of gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden ver-richt, wanneer er geen toezicht wordt gehouden. • De operator of gebruiker is en-kel voor ongevallen of schade aan andere mensen of aan hun eigendom verantwoordelijk. • Controleer het terrein, waarop het apparaat gebruikt wordt, en verwijder stenen, stokken, dra-den of andere vreemde voor-werpen, die vastgegrepen en weggeslingerd kunnen worden. • Voer telkens vóór gebruik een visuele controle van het appa-raat door. Gebruik het apparaat niet als beschermingsinrichtin-gen (bijvoorbeeld stootbescher-ming of grasvangzak), onder-delen van de snoei-inrichting of bouten ontbreken, versleten of beschadigd zijn. Ter preventie van een onbalans mogen be-schadigde werktuigen en bou-ten slechts per set uitgewisseld worden.

• Wees voorzichtig bij apparaten met meerdere snoeiwerktuigen, omdat de beweging van een mes tot een rotatie van de ove-rige messen kan leiden. • Gebruik enkel reserveonderde-len en toebehoren, die door de fabrikant geleverd en aanbe-volen worden.

NL69 Neem de bescherming te-gen lawaaihinder en lokale voorschriften in acht. • Schakel de motor volgens instructies in en slechts dan, wanneer uw voeten zich op een veilige afstand tot de snoei-werktuigen bevinden. Het apparaat mag niet opgetild of getransporteerd worden zo-lang de motor draait. Schakel het apparaat uit als het voor het transport gekanteld moet worden als andere oppervlak-ten dan gazons overgestoken moeten worden en wanneer het apparaat naar en weg van de te maaien oppervlakten ge-bracht wordt. • Werk niet met een bescha-digd, onvolledig of zonder de toestemming van de fabrikant omgebouwd apparaat. • Overbelast uw apparaat niet. Werk uitsluitend in het aange-geven vermogensgebied en wijzig de regelaarinstellingen aan de motor niet. Gebruik geen machines meteen laag prestatievermogen voor zware werken.

Gebruik uw apparaat niet voor doeleinden, waarvoor het niet bestemd is. • Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van ontvlamba-re vloeisto?en of gassen. Bij veronachtzaming bestaat er brand- of explosiegevaar. • Nooit het apparaat optillen of wegdragen wanneer de motor draait. Onderhoud en opslag:• Let er bij het onderhoud van het snoeimes op dat zelfs wan-neer de spanningsbron uitge-schakeld is de snoeimessen in beweging gebracht kunnen worden. • Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aan-gedraaid zijn en dat het appa-raat zich in een veilige toestand voor het werk bevindt. • Tracht niet het apparaat zelf te repareren, tenzij u hiervoor opgeleid bent. Al de werkzaam-heden, die niet in deze hand-leiding vermeld worden, mogen uitsluitend door ons gemach-tigde klantenserviceafdelingen uitgevoerd worden.

• Bewaar het apparaat op een droge plaats en buiten het be-reik van kinderen. • Behandel uw apparaat met zorg. Houd de werktuigen scherp en netjes om beter en veiliger te kunnen werken. Volg de onderhoudsvoorschriften op. • Draag beschermende hand-schoenen wanneer u de snoei-inrichting wisselt.

NL70• Controleer, dat er uitsluitend re-servesnoeiwerktuigen gebruikt worden, die door de fabrikant toegestaan zijn. • Laat de motor afkoelen, vóór-dat u de machine opbergt. • Let er bij het onderhoud van de snijmessen op dat deze zelfs dan in beweging kunnen komen, wanneer de spannings-bron uitgeschakeld is. Elektrische veiligheid• Let erop dat de netspanning met de op het typeaanduiding-plaatje vermelde gegevens overeenstemt. • Vermijd lichamelijk contact met geaarde onderdelen (bijvoor-beeld metalen omheiningen, metalen palen). • Houd het netsnoer tijdens het werken op een veilige afstand tot het snoeiwerktuig. De snoei-messen kunnen het netsnoer beschadigen en tot contact met spanningvoerende onderdelen leiden. • Gebruik het netsnoer niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het net-snoer tegen hitte, olie en scher-pe kanten.

• Schakel het apparaat uit en trek het netsnoer uit het stop-contact als het netsnoer be-schadigd is. Als het netsnoer beschadigd wordt, moet het door de fabrikant, door zijn klantenserviceafdeling of door een gekwaliceerde persoon vervangen worden om gevaren te vermijden. • Verbind geen beschadigd net-snoer met het stroomnet. Raak geen beschadigd netsnoer aan zolang het met het stroomnet verbonden is. Een beschadigd netsnoer kan tot contact met spanningvoerende onderdelen leidenSpeciale veiligheidsinstructies voor accugereedschap• Garandeer dat het toestel uit-geschakeld is vooraleer u de accu aanbrengt. Het aanbren-gen van een accu in een elek-trowerktuig dat ingeschakeld is, kan tot ongevallen leiden. • Laad uw batterijen uitsluitend binnenshuis op omdat het laad-toestel enkel daarvoor bestemd is.

• Om het risico voor een elek-trische schok te verminderen, trekt u de stekker van het laad-toestel uit het stopcontact voor-dat u het reinigt. • Stel de accu/het elektrowerk-tuig/het toestel niet gedurende lange tijd bloot aan bezonning en leg ze niet op radiatoren.

Hitte beschadigt de accu en er bestaat explosiegevaar. • Laat een verwarmde accu voor het laden afkoelen. • Open de accu niet en vermijd een mechanische beschadiging van de accu. Er bestaat gevaar voor kortslutiting en er kunnen dampen vrijkomen die de lucht-wegen prikkelen. Zorg voor verse lucht en consulteer een arts in geval van klachten.

NL71• Gebruik geen niet-oplaadbare batterijen. Juiste omgang met de acculader• Dit apparaat kan door kinde-ren vanaf 8 jaar en ouder en tevens door personen met ver-minderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden wan-neer ze onder toezicht staan of met het oog op het gebruik van het apparaat geïnstrueerd werden en zich van de daaruit resulterende gevaren bewust zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mo-gen niet door kinderen zonder toezicht doorgevoerd worden. • Gebruik voor het laden van de accu uitsluitend de meegele-verde acculader. Er bestaat brand- en explosiegevaar. • Controleer voor elk gebruik de acculader, de kabel alsook de stekker en laat alleen door ge-kwaliceerde geschoold perso-neel en met originele reserve-delen herstellen.

Gebruik een defecte acculader niet en open deze niet zelf. Daardoor wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het toestel behouden blijft. • Let erop dat de netspanning overeenstemt met de gegevens van het typeplaatje op de ac-culader. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok. • Scheid de acculader van het net vooraleer verbindingen met de accu/het elektrowerktuig/het toestel gesloten of geopend worden. • Houd de acculader zuiver en uit de buurt van vocht en regen. Gebruik de acculader nooit in de openlucht. Door vervuiling en het binnendringen van water vergroot het gevaar voor een elektrische schok. • De acculader mag alleen met de bijbehorende originele ac-cu’s gebruikt worden. Het la-den van andere accu’s kan tot verwondingen en brandgevaar leiden. • Vermijd mechanische bescha-digingen van de acculader. Zij kunnen tot kortsluiting leiden.

• De acculader mag niet op een brandbare ondergrond (bijv. pa-pier, textiliën) gebruikt worden. Er bestaat brandgevaar we-gens de verwarming die bij het laden optreedt.

• Als het netsnoer van dit appa-raat beschadigd wordt, moet het door de fabrikant of door zijn klantenserviceafdeling of door een gelijkwaardig gekwa-liceerde persoon vervangen worden om gevaren te vermij-den. • Laad in het laadtoestel geen niet-oplaadbare batterijen op. Het apparaat zou beschadigd kunnen worden. Inbedrijfstelling Controleer het maaiveld regelma-tig op stenen, takken, draden en ander afval dat schade aan het apparaat en aan de messen kan veroorzaken.

NL72 Zorg ervoor dat de twee of meer-dere maaizones van verschillende robotmaaiers op voldoende af-stand (minstens 2,5 m tot 3 m) uit elkaar liggen. Als de maaizones te dicht bij el-kaar liggen, dan kan dit storingen in de apparaten veroorzaken. Laadstation plaatsen1. Kies voor het laadstation (12) een horizontale plek nabij een stopcontact met minstens 2 m vrije ruimte vooraan en 1 m vrij ruimte achteraan. 2. Zet het laadstation en de laadstati-on-stootstang (12b) vast met hulp van de bevestigingsspijkers (8). De laadstation-stootstang (12b) wordt aan de zijkant van het laadstation bui-ten het afgebakende maaiveld beves-tigd. De werkbereik-indicator ( 12a) van het laadstation moet zich binnen het afgebakende maaiveld bevinden. 3. Sluit het laadstation aan op de lader (10) met behulp van de verbindings-stekkers (9+13).

Zorg ervoor dat de met “1” dan wel “2” gemarkeerde contacten van de verbindingsstekkers elkaar raken. Zorg ervoor dat het laadstation (12) op voldoende afstand van vijvers, zwembaden en trappen staat. We raden aan om het laadstation (12) te overdekken, om weerscha-de te voorkomen. De begrenzingskabel leggenVoordat u de robotmaaier in gebruik kunt nemen, dient u eerst de begrenzingskabel (6) rond het maaiveld te leggen dat door de robotmaaier moet worden gemaaid. Dit kunt u op de volgende manieren doen:- Afbakenen van het maaiveld met de haken (7). - Begraven van de begrenzingskabel (6) in de grond (max. 5 cm diep). De robotmaaier vaart ongeveer 20 - 30 cm over de begrenzings-kabel voordat hij omdraait en een nieuwe weg zoekt. Leg de begren-zingskabel zo, dat de robotmaaier geen schade kan aanrichten.

We raden aan om in het begin de begrenzingskabel (6) af te steken met de haken (7), zodat u later nog correcties kunt aanbrengen. • De maaiveld moet als één gesloten gebied worden afgebakend (zie af-beelding j).

• Parallel lopende begrenzingskabels met een afstand van minstens 10 cm worden door de robotmaaier als hin-dernis herkend en omzeild (zie afbeel-ding k). • Parallel lopende begrenzingskabels met een afstand van 5 mm of minder worden door de robotmaaier niet als hindernis herkend, zodat hij erover rijdt. • Leg de begrenzingskabel niet in hoe-ken van 90°. Deel hoeken op in twee hoeken van 45° (zie afbeelding l). • De sensor van de robotmaaier kan stationaire en vaste hindernissen (mu-.

NL73ren, tuinmeubels enz. ) die groter dan 100 mm zijn herkennen en omzeilen. Bescherm gevoelige hindernissen (bv. bloemperken) op het maaiveld met behulp van de begrenzingskabel (6). • Bewaar tussen afgebakende hinder-nissen een minimumafstand van 1 m. Die hindernissen waartussen deze minimumafstand niet kan worden aan-gehouden, moeten als één hindernis worden afgebakend (zie afbeelding k). Zorg ervoor dat de begrenzingska-bel (6) zich nergens kruist. Dat kan namelijk leiden tot storingen en stilvallen van de robotmaaier. BomenDe robotmaaier herkent bomen als nor-male hindernis. Toch kunnen vooruitste-kende wortels leiden tot schade aan de onderkant/de messen (23) van de robot-maaier. Daarom raden we aan om bomen extra af te bakenen met de begrenzingskabel (6). Stenen• Verwijder kleine stenen (kleiner dan 100 mm) uit het maaiveld.

Het kan tot schade aan het apparaat en aan de messen (23) komen. • De robotmaaier herkent stenen (groter dan 100 mm) als normale hindernis. We raden aan om stenen extra af te bakenen met behulp van de begren-zingskabel (6). Hellingen/dalingenDe robotmaaier kan hellingen van max. 20° (35%) oprijden. De begrenzingskabel mag echter niet over hellingen van meer dan 20° en da-lingen van meer dan 10° (17%) worden gelegd. Zorg ervoor dat u tussen de be-grenzingskabel (6) en een hinder-nis op een helling een afstand van minstens 30 cm en op een daling een afstand van minstens 40 cm bewaart. Vijvers/zwembadenVijvers en zwembaden moeten indien mogelijk door de begrenzingskabel (6) worden afgebakend of moeten zo ge-bouwd zijn, dan de robotmaaier niet in het water kan vallen. Dat zou namelijk kunnen leiden tot elektrische schade aan het ap-paraat.

Paden/stratenAls er zich paden en straten bevinden op hetzelfde niveau als het maaiveld, dan kan de robotmaaier deze vlot oversteken. Als er een hoogteverschil tussen het maaiveld en het pad of de straat bestaat, baken dan het pad of de straat af met een veiligheidsafstand van ong. 40 cm.

NL74 Begrenzingskabel en laadstation verbinden1. Strip ongeveer 10-15 mm van de uit-einden van de begrenzingskabel (6) met behulp van een striptang. 2. Sluit het naar achteren lopende uitein-de van de begrenzingskabel (6) aan op de met “S1” gemarkeerde klem (28). 3. Steek het andere uiteinde van de be-grenzingskabel (6) door de moer (29) onder het laadstation (12). 4. Sluit dit uiteinde aan op de met “+” ge-markeerde klem (27). 5. Controleer de indicator (25) op het laadstation. Brandt de indicator (25) continu groen, dan is de begrenzingskabel (6) correct op het laadstation (12) aangesloten. Laat de begrenzingskabel (6) tij-dens het leggen één meter vieren om speling te laten voor correcties. Leg de “eruit stekende” resten van de begrenzingskabel niet samen. Dat kan namelijk leiden tot storin-gen en stilvallen van de robotmaai-er. In- en uitschakelenRobotmaaier inschakelen1.

Druk op de aan-/uitknop (5) op de onderkant van de robotmaaier (stand “1”). 2. Druk op de Power-toets (16) op het bedieningspaneel. Robotmaaier uitschakelen3. Druk op de aan-/uitknop (5) op de onderkant van de robotmaaier (stand “0”). Pincode instellen1. Ontgrendel het bedieningspaneel (2) met de pincode (standaard: druk op toetsen “1-2-3-4” in numerieke volgor-de). 2. Druk tegelijkertijd op de OK-toets (19) en op de vergrendeltoets (20). De vergrendelindicator (30) knippert rood/groen. 3. Voer een nieuwe 4-cijferige pincode in met behulp van de toetsen “1-2-3-4”. 4. Bevestig de nieuwe pincode met de OK-toets (19). De robotmaaier piept ter bevestiging. Pincode vergeten1. Open het accuvak ( 31) aan de on-derkant van het apparaat. 2. Neem de accu ( 21) uit het appa-raat. 3. Sluit een leeg USB-opslagmedium (USB-geheugenstick; niet inbegrepen) aan op de robotmaaier via de USB-poort ( 22). 4.

Druk tegelijkertijd op de Power-toets (16) en op de OK-toets (19) van het bedieningspaneel (2). Alle informatie op het bedie-ningspaneel (2) begint te branden. 7. Druk op de toets voor bedrijfstijdinstel-ling (15). 8. Verwijder het USB-opslagmedium uit de robotmaaier. 9. Sluit het USB-opslagmedium aan op een computer. 10. Zoek de ontgrendelcode in het. txt-be-stand op het USB-opslagmedium.

NL7511. Geef de ontgrendelcode door aan ons Service Center (zie “Grizzly Service Center”) om uw nieuwe pincode te ontvangen. Dagelijkse bedrijfstijd instellen1. Zet indien nodig de robotmaaier stil. (zie “Bedrijfscyclus handmatig onder-breken/starten”). 2. Ontgrendel het bedieningspaneel (2) door in numerieke volgorde op de met “1-2-3-4” gemarkeerde toetsen te drukken. 3. Bevestig met de OK-toets (19). 4. Druk op de toets voor bedrijfstijdsin-stelling (15) om de robotmaaier op de gewenste dagelijkse bedrijfstijd in te stellen. De geselecteerde bedrijfstijd wordt door de bedrijfstijdindicator (14) aan-gegeven. 5. Bevestig met de OK-toets (19). De robotmaaier piept tweemaal ter bevestiging. 6. Druk op de vergrendeltoets (20) om het bedieningspaneel (2) weer te ver-grendelen.

De robotmaaier begint zijn dagelijkse be-drijfscyclus altijd op het tijdstip waarop hij voor het eerst in gebruik werd genomen. Houd er rekening mee dat de be-nodigde bedrijfstijd van de robot-maaier afhangt van de laadpauzes en van de toestand van het maai-veld. De vergrendelindicator (30) geeft aan of het bedieningspaneel (2) vergrendeld is. Indicator brandt groen: het bedie-ningspaneel is ontgrendeld. Indicator brandt rood: het bedie-ningspaneel is vergrendeld. Laadproces Stel de accu niet bloot aan extre-me omstandigheden zoals hitte en schokken. Er bestaat een ri-sico op verwondingen door lek-kende accuvloeistof. Spoel bij contact met de ogen of huid de desbetre?ende plek met water of neutralisator en raadpleeg een arts. Laad de accu uitsluitend met de meegeleverde lader op. • Laad eerst de accu op voordat u het apparaat voor de eerste maal gebruikt.

• Een beduidend kortere bedrijfstijd ondanks een opgeladen batterij, geeft aan dat de accu is verbruikt en moet worden vervangen. Gebruik uitsluitend een originele accu die u via de klan-tendienst kunt verkrijgen. • Neem altijd alle aanwijzingen en voor-schriften inzake veiligheid en milieu in acht.

NL76LED op het laadstationgeen weergave: laadstation niet op het stroomnet aangesloten brandt rood: accu wordt op-geladen knippert groen: begrenzingskabel be-schadigd of verkeerd aangesloten brandt groen: accu volledig geladenLaadtoestand van de accu controlerenU kunt de laadtoestand altijd op het bedie-ningsveld controleren.WerkinstructiesRegelmatig maaien stimuleert de bladvor-ming van het gras en doet tegelijkertijd onkruid afsterven. Zo krijgt het gazon na elke maaibeurt grotere densiteit en ontstaat een gazon dat gelijkmatig tegen belasting bestand is.De eerste maaibeurt gebeurt ongeveer in april bij een grashoogte van 7-8 cm. In de groeiperiode wordt het gras minstens een-maal per week gemaaid. Maaihoogte instellen Schakel het apparaat uit en wacht tot het mes tot stilstand is geko-men.

Er bestaat een risico op lichamelijk letsel.Stel het instelwieltje van de maaihoogte-regeling (3) in op de gewenste maaihoog-te.Het apparaat kan traploos op een maai-hoogte tussen 20 - 60 mm worden inge-steld.De juiste maaihoogte bedraagt bij siergras ongeveer 30 - 45 mm en bij gebruiksgras ongeveer 30 - 65 mm Voor de eerste maaibeurt van het seizoen moet een hoge maaihoog-te worden ingesteld. Bedrijfscyclus handmatig onderbreken/startenBedrijfscyclus onderbrekenDruk op de stop-toets (1) om de robot-maaier tijdens het werken te stoppen.Druk op de Home-toets (18) om de robot-maaier handmatig terug naar het laadsta-tion (12) te sturen.Bedrijfscyclus starten/hervattenDruk op de start-toets (17).

De robotmaai-er start de ingestelde bedrijfscyclus of hervat zijn voordien onderbroken werk.Reiniging / onderhoud / opslag Laat werkzaamheden die niet in deze handleiding zijn beschre-ven, uitvoeren door een door ons goedgekeurd servicebedrijf. Gebruik uitsluitend originele on-derdelen.

NL77 Schakel vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden het ap-paraat uit en wacht tot de messen tot stilstand zijn gekomen. Draag handschoenen wanneer u de messen hanteert. Algemene reiniging en onder-houd Spuit de robotmaaier niet schoon met water. Er bestaat gevaar op elektrische schok. • Houd het apparaat schoon. Gebruik voor het reinigen een borstel of doek maar geen scherpe reinigings- of op-losmiddelen. • Smeer van tijd tot tijd de wielen in. • Controleer de afdekkingen en veilig-heidsvoorzieningen op schade en los-se zit. Vervang ze indien nodig. Accu vervangen Schakel het apparaat uit en wacht tot de messen tot stilstand zijn gekomen. Er bestaat een risico op lichamelijk letsel. Er bestaat een risico op verwon-dingen door lekkende accuvloei-stof. Spoel bij contact met de ogen of huid de desbetre?ende plek met water of neutralisator en raadpleeg een arts. 1.

Draai de robotmaaier om. 2. Open het accuvak ( 30) door de 6 schroeven aan de onderkant van het apparaat los te draaien. 3. Verwijder de accu (21). 4. Plaats de nieuwe accu. 5. Sluit het accuvak weer. Messen draaien/vervangenDe robotmaaier is voorzien van omkeer-bare messen. Als de messen aan de ene kant stomp zijn, kunt u ze omdraaien. Als de messen beschadigd of uit evenwicht zijn, dan moeten ze worden vervangen (zie “Reserveonderdelen/toebehoren”). 1. Draai het apparaat om. 2. Draai de messchroeven (24) aan de onderkant van het apparaat los Messen draaien3. Draai de messen (23) om. 4. Bevestig de messen weer met behulp van de messchroeven (23). Messen vervangen3. Verwijder de oude messen (23). 4. Bevestig de nieuwe messen (23) met behulp van de messchroeven (24). Firmware updatenU kunt de rmware laten updaten door een van onze servicepartners (zie “Ser-vice-center”).

Opslag• Bewaar het apparaat op een droge plek buiten het bereik van kinderen. • Bewaar het apparaat niet in een nylon zak, want dan zou zich vocht kunnen opstapelen.

NL78ondeskundige reparaties of het gebruik van niet-originele reserveonderdelen of door oneigenlijk gebruik van het apparaat. Opslag tijdens de winter• Reinig het apparaat alvorens het weg te bergen (zie “Reiniging en onder-houd”). • Zorg ervoor dat de aan-/uitknop (5) op het apparaat op “Uit” staat. • Bewaar de accu in halfgeladen toe-stand. Tijdens een langdurige opslag moet de accu 40-60% geladen zijn. • Controleer tijdens een langdurige op-slag de laadtoestand ongeveer elke 3 maanden en laad de batterij indien nodig bij. • Koppel het laadstation los van de be-grenzingskabel. • Isoleer de contacten van de begren-zingskabel met behulp van kleefband. Als u het apparaat na langdurige opslag weer in gebruik neemt, reinig dan eerst de accucontacten van het apparaat en de laadklem-men (26) van het laadstation met behulp van een koperen borstel, om problemen met het laden te voorkomen.

TransportOp de achterkant van de robotmaaier bevindt zich een draaggreep (4) om het apparaat vlot te kunnen vervoeren. Draai de robotmaaier altijd met de messen (23) weg van uw lichaam gericht. Er bestaat ge-vaar voor verwondingen. Afvoeren/milieubeschermingNeem de accu uit het apparaat en lever het apparaat, de accu, toebehoren en verpakking in voor een milieuvriendelijke verwerking. Elektrische apparaten horen niet thuis bij het huisvuil. Werp de accu niet bij het huisvuil, in het vuur (ontplo?ngsgevaar) of in het water. Beschadigde accu‘s kunnen het milieu en uw gezond-heid schaden als er giftige dampen of vloeisto?en ontsnappen. • Lever het apparaat en de lader in bij een recyclingcentrum. De gebruikte kunststo?en en metalen delen kunnen naar soort worden gescheiden en ge-recycled. Vraag ons service-center om advies. • Voer batterijen in ontladen toestand af.

NL79Garantie• Wij geven 24 maanden garantie op dit product. Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij com-mercieel gebruik vervalt de garantie.• Beschadigingen, die op natuurlijke slijtage, overbelasting of onachtzame bediening berusten, vallen niet onder de garantie. Bepaalde bouwelementen zijn onderhevig aan slijtage en vallen niet onder de garantie. Hiertoe beho-ren vooral: messen, begrenzingskabel, accu.• Voorwaarde voor de garantie is boven-dien, dat de in de gebruiksaanwijzing opgegeven onderhoudsintervallen werden nageleefd als ook de richt-lijnen i.v.m. reiniging, onderhoud en reparatie.• Beschadigingen die door produktie of materiaalfouten ontstaan zijn, worden kostenloos door vervangstukken of reparatie verholpen. Voorwaarde voor deze bepaling is wel, dat het apparaat intact en met koop- en garantiebewijs aan ons servicecenter wordt overhan-digd.

Reparatieservice• U kunt reparaties die niet onder de garantie vallen, tegen betaling laten uitvoeren door ons servicecenter. Zij brengen graag eerst een o?erte uit.Wij bewerken alleen apparaten die, voldoende zijn verpakt en voldoende gefrankeerd worden opgestuurd. Wij kunnen apparaten slechts behan-delen indien ze voldoende verpakt en gefrankeerd toegezonden werden.• Opgelet: stuur in geen geval defekte machines met volle olietank op. Leeg de tank! Eventuele beschadigingen (olie loopt uit als de machine zijwaarts of op de kop gesteld wordt) of brand-beschadigingen die door het transport zijn ontstaan, worden ten laste van de afzender gelegd.• Ongefrankeerde – oningepakt, express of andere speciale zendin-gen – toegezonden machines wor-den niet aangenomen. • De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gra-tis door.

KG Stockstädter Straße 20 63762 Großostheim Germany 10.01.2020* Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring voldoet aan de voorschriften van de richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad van 8 juni 2011 inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke sto?en in elektrische en elektronische apparaten ** De beide laatste cijfers van het jaar waarin de CE-markering werd aangebracht.Christian FrankDocumentatiegelastigde

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Grizzly MR 400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden