Grizzly EKS 2440 QT Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Grizzly EKS 2440 QT (228 pagina’s), behorend tot de categorie Kettingzaag. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Grizzly EKS 2440 QT of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Grizzly |
| Categorie: | Kettingzaag |
| Model: | EKS 2440 QT |
Handleiding Grizzly EKS 2440 QT – volledige tekst
51BENL Lees voor de inbedrijfstelling deze bedieningshandleiding aandachtig door. Bewaar de handleiding goed en geef deze door aan de volgende gebruiker van deze soldeerbout, zodat iedere gebruiker te allen tijde kan beschikken over de informatie. InhoudGebruik. 52Algemene beschrijving. 52Omvang van de levering. 52Functiebeschrijving. 52Overzicht. 53Technische gegevens. 53Veiligheidsvoorschriften. 54Symbolen in de handleiding. 54Symbolen op de zaag. 55Algemene veiligheidsinstructies voor elektrisch gereedschap. 55Veiligheidsfunkties. 60Ingebruikname. 60Zwaard monteren. 61Zaagketting monteren. 61Ketting aanspannen. 61Kettingsmering. 62Bediening. 62Starten. 62Kettingrem kontroleren. 63Automatische oliebevloeiing kontroleren. 63Zwaard vervangen. 63Zaagketting monteren. 64Zaagtechnieken. 64Allgemeen. 64Doorzagen. 65Snoeien. 66Bomen vellen. 66Tabel onderhoudsintervallen.
52NL BEGebruikDe elektrische kettingzaag is enkel voor het zagen van hout gekonstrueerd. Voor alle andere toepassingen (bv. het snijden van metselwerk, kunststoffen of levens-middelen) is de zaag niet geschikt. De kettingzaag is voor de doe-het-zelver bedoeld. Ze werd niet voor industriëel langdurig gebruik ontwikkeld. De machine is voor gebruik door volwas-senen bedoeld. Jongeren onder de 16 jaar mogen enkel onder toezicht de ket-tingzaag gebruiken. De producent is niet verantwoordelijk voor schade die veroorzaakt wordt door foute bediening of door gebruik bij toepassin-gen waarvoor de zaag niet geschikt is. Deze elektrische kettingzaag mag slechts door één persoon en uitsluitend voor het zagen van hout gebruikt worden. De kettingzaag moet met de rechterhand aan de achterste handgreep en met de linkerhand aan de voorste handgreep vastgehouden worden.
Vóór gebruik van de kettingzaag moet de gebruiker alle in de gebruiksaanwijzing vermelde opmer-kingen en aanwijzingen gelezen en begre-pen hebben. De gebruiker moet gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) dragen. Met de kettingzaag mag uitsluitend hout gezaagd worden. Materi-alen zoals bijvoorbeeld kunststof, steen, metaal of hout dat vreemde voorwerpen (bijvoorbeeld spijkers of schroeven) om-vat, mogen niet behandeld worden. Algemene beschrijving De afbeeldingen voor de bediening en het onderhoud vindt u op de zijde 2-3. Omvang van de leveringPak het apparaat uit en controleer, of de inhoud volledig is:- Elektrische Kettingzaag- Zwaard- Ketting- Beschermkoker voor zwaard- 180 ml kettingolie- GebruiksaanwijzingZorg voor een reglementair voorgeschre-ven afvalverwijdering van het verpak-kingsmateriaal. FunctiebeschrijvingDe kettingzaag wordt aangedreven door een elektromotor.
De rondlopende ketting loopt over een zwaard (geleidingsrails). Het apparaat is uitgerust met een snel-spansysteem voor de ketting en een snel-stop-kettingrem. Door de automatische olievoorziening wordt de ketting continu gesmeerd.
10 mmSchakelsterkte. 1,3 mmTanden van het kettingwiel. 7Zwaardlengte. 460 mmZaaglengte. 395 mm Geluidsdrukniveau (LpA). 93,0 dB(A); KpA = 3 dB(A)Geluidsvermogensniveau (LWA)gemeten. 103,5 dB(A); KwA = 2,5 dB(A)gewaarborgd. 106 dB(A)Vibratie (an). 7,5 m/s²; Kn = 1,5 m/s²Technische en optische veranderingen kunnen in het kader van voortdurende ontwikkeling onaangekondigd worden aangebracht. Alle afmetingen, aanwij-zingen en gegevens in deze bedienings-handleiding zijn daarom onder voorbe-houd. Op basis van deze bedienings-handleiding kunnen daarom geen wettige aanspraken worden gemaakt. De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testme-thode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden.
54NL BEoverdrachtpunt (huisaansluiting) van maximaal 0,107 ohm voorzien. De gebruiker dient ervoor te zor-gen dat het apparaat uitsluitend op een elektriciteitsnet bediend wordt, dat aan deze eis voldoet. Zo nodig, kan de systeemimpe-dantie bij het lokale energiebedrijf opgevraagd worden. VeiligheidsvoorschriftenDit gedeelte behandelt de fundamentele veiligheidsrichtlijnen bij het werken met de elektrische kettingzaag. Maakt u zich vooraleer u met de elektronische kettingzaag gaat werken met alle onderdelen ver-trouwd. Oefen het hanteren van de zaag (doorzagen van rond hout op een zaagbok) en vraag uitleg aan een ervaren gebruiker of een vakman i. v. m. het functioneren, werkwijze en zaagtechnieken. Symbolen in de handleiding Gevaarsymbolen met gegevens ter preventie van lichamelijke letsels en materiële schade.
Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken is het gebod toe-gelicht) met gegevens ter preven-tie van beschadigingen. Aanwijzingsteken met informatie voor een betere omgang met het apparaat. De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden. Waarschuwing: Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap ge-bruikt wordt, kan de trilingemissie-waarde tijdens het effectieve ge-bruik van het elektrische gereed-schap van de aangegeven waarde verschillen.
De noodzaak bestaat, veiligheids-maatregelen ter bescherming van de operator vast te leggen, die op een inschatting van de blootstelling in de effectieve gebruiksomstan-digheden gebaseerd zijn (hierbij moet er met alle aandelen van de bedrijfscyclus rekening gehouden worden, zo bijvoorbeeld met tijden, tijdens dewelke het elektrische gereedschap uitgeschakeld is, en tijden, tijdens dewelke het welis-waar ingeschakeld is, maar zonder belasting functioneert). Probeer de belasting door trillingen zo ge-ring mogelijk te houden.
Voorbeeldmaat-regelen voor de reductie van trillingsbe-lasting zijn het dragen van handschoenen bij het gebruik van het gereedschap en de beperking van de werktijd. Daarbij moeten alle delen van de bedrijfscyclus in acht worden genomen (bij voorbeeld tijden, waarop het elektrische werktuig is uitge-schakeld en tijden waarin het weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait). Dit apparaat is voor de werking op een elektriciteitsnet met een systeemimpedantie Zmax op het.
55BENLSymbolen op de zaag Draag een persoonlijke veiligheids-uitrusting. Draag vooral een veilig-heidsbril of een veiligheidsmasker, bescherming voor de oren, veilig-heidshelm of snijvaste werkkledij.Draag veiligheidshandschoenen om snijwonden te voorkomen.Draag snijvaste veiligheidslaarzen met anti-slip-zolen Hou de machine met beide handen vast. Opgelet! Gevaar! Lees aandachtig de gebruiksaan-wijzing die bij de machine hoort! Opgepast! Terugslag – let op voor terugslag van de machine Stel de machine niet bloot aan vocht. De machine mag noch vochtig zijn noch in vochtige omge-ving gebruikt worden. Opgepast! Trek bij beschadiging of doorsnijden van de stroomdraad onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Gegarandeerd akoestisch niveau460 mm Zwaardlengte Machines horen niet bij huishoude-lijk afval thuis.
Wanorde of onverlichte wer-komgevingen kunnen tot ongevallen leiden.b) Werk met het elektrische gereed-schap niet in een explosieve omge-ving, waarin er zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrisch gereedschap produceert vonken, die het stof of de dampen kunnen doen ontsteken.c) Houd kinderen en andere perso-nen tijdens het gebruik van het
56NL BEelektrische gereedschap op een veilige afstand. In geval van aeiding kunt u de controle over het apparaat verliezen. 2) ELEKTRISCHE VEILIGHEIDa) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier veranderd worden. Gebruik geen adapterstek-kers samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten doen het risico voor een elektrische schok afne-men. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals van buizen, verwarmingsinstallaties, for-nuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap op een veilige afstand tot regen of nat-tigheid. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap doet het risico voor een elektrische schok toe-nemen.
d) Gebruik het snoer niet voor een ander doeleinde om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit het sto-pcontact te trekken. Houd het snoer op een veilige afstand tot hitte, olie, scherpe kanten of bewegende appa-raatonderdelen. Beschadigde of ver-strikt geraakte snoeren doen het risico voor een elektrische schok toenemen. e) Als u met elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, maakt u enkel gebruik van verlengsnoeren, die ook voor buiten geschikt zijn. Het gebruik van een voor buiten geschikt verlengsnoer doet het risico voor een elektrische schok afnemen. f) Als de werking van het elektrische gereedschap in een vochtige omge-ving niet te vermijden is, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van 30 mA of minder. Het gebruik van een aardlekschakelaar doet het risico voor een elektrische schok afnemen.
Een moment van onoplettend-heid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwon-dingen leiden. b) Draag persoonlijke beschermingsui-trusting en altijd een beschermbril. Het dragen van een persoonlijke be-schermingsuitrusting, zoals stofmasker, slipvrije veiligheidsschoenen, bescher-mende helm of gehoorbescherming, al naargelang de aard en de toepassing van het elektrische gereedschap, doet het risico voor verwondingen afnemen. c) Vermijd een onopzettelijke inge-bruikname. Vergewis u dat het elektrische gereedschap uitges-chakeld is voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het opneemt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische ge-reedschap uw vinger aan de schake-laar hebt of het apparaat ingeschakeld p de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
57BENLGereedschap of een sleutel, die zich in een draaiend apparaatonderdeel be-vindt, kan tot verwondingen leiden. e) Vermijd een abnormale lichaams-houding. Zorg voor een veilige stand en houd te allen tijde uw evenwicht. Daardoor kunt u het elek-trische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren. f) Draag geschikte kledij. Draag geen ruimzittende kleding of sieraden. Houd haar, kledij en handschoenen op een veilige afstand tot bewe-gende onderdelen. Loszittende kledij, sieraden of lang haar kan/kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. g) Als er stofafzuig- en –opvangin-richtingen gemonteerd kunnen worden, vergewist u zich dat deze aangesloten zijn en correct gebruikt worden. Gebruik van een stofafzui-ginrichting kan gevaren door stof doen afnemen. h) Waarschuwing. Dit elektrische gereed-schap produceert tijdens de werking een elektromagnetisch veld.
Dit veld kan in bepaalde omstandigheden actieve of passieve medische implan-taten in negatieve zin beïnvloeden. Om het gevaar voor ernstige of dodelijke verwondingen te verminderen, advise-ren wij personen met medische implan-taten, hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine bediend wordt. i) Wissel regelmatig van werkpositie. Een langer gebruik van het apparaat kan tot door trillingen veroorzaakte door-bloedingsstoornissen van de handen leiden. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of re-gelmatige pauzes verlengen. Let erop dat de persoonlijke aanleg voor een slechte doorbloeding, lage buitentem-peraturen of grote grijpkrachten bij het werken de gebruiksduur verkorten. 4) GEBRUIK EN BEHANDELING VAN HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAPa) Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap.
Met het passende elektrische gereed-schap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensgebied. b) Gebruik geen elektrisch gereed-schap, waarvan de schakelaar defect is.
Elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan wor-den, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu voordat u apparaatinstellingen doorvoert. Toe-behoren wisselen of het apparaat wegleggen. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt een onopzettelijke start van het elektrische gereedschap. d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat personen het appa-raat niet gebruiken, die daarmee niet vertrouwd zijn of deze aanwijzin-gen niet gelezen hebben. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk als het door onervaren personen gebruikt wordt. e) Verzorg elektrisch gereedschap met zorg. Controleer, of beweegbare onderdelen foutloos functioneren en niet klemmen, of er onderdelen ge-broken of zodanig beschadigd zijn, dat de werking van het elektrische gereedschap in negatieve zin beïnvloed wordt.
Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat repareren. Tal van onge-vallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
58NL BEworden. b) Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand aan de achterste handgreep en uw linkerhand aan de voorste handgreep. Het vasthouden van de kettingzaag in een omgekeerde werkhouding verhoogt het risico voor verwondingen en mag niet toegepast worden. c) Draag beschermbril en gehoorbe-scherming. Bijkomende bescher-mingsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevolen. Passende beschermende kledij doet het gevaar afnemen voor verwondin-gen door rondslingerend spaanmate-riaal en een toevallige aanraking van de kettingzaag. d) Werk met de kettingzaag niet op een boom. Bij de werking van de ketting-zaag op een boom bestaat er gevaar voor verwondingen. e) Let op een vaste stand en gebruik de kettingzaag enkel als u op een vaste, veilige en effen grond staat.
Een glibberige ondergrond of onsta-biele standvlakken zoals op een ladder kunnen tot verlies van het evenwicht of tot verlies van de controle over de kettingzaag leiden. f) Houd er bij het snoeien van een onder spanning staande tak reke-ning mee dat deze laatste teru-gveert. Wanneer de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de gespannen tak de persoon, die de kettingzaag bedient, raken en/of de kettingzaag en de controle over de kettingzaag afhan-dig maken. g) Wees uiterst voorzichtig bij het snoeien van onderhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de kettingzaag verstrikt geraken en op u slaan of u uit uw evenwicht brengen. f) Houd snijd-/snoeigereedschap scherp en netjes. Zorgvuldig onde-rhouden snijd-/snoeigereedschap met scherpe snijdkanten geraken minder gekneld en is gemakkelijker te bedie-nen. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, gebruiksgereedschap enz.
in overeenstemming met deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren activiteit. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
h) Als het netsnoer van dit apparaat bes-chadigd wordt, moet het door de fabri-kant of door zijn klantenserviceafdeling of door een gelijkwaardig gekwali-ceerde persoon vervangen worden om gevaren te vermijden. 5) SERVICEa) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd, vak-kundig geschoold personeel en en-kel met originele reserveonderdelen repareren. Daardoor wordt verzekerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap in stand gehouden wordt. 6) VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR KETTINGZAGENa) Houd bij een in werking zijnde zaag alle lichaamsdelen op een veilige afstand tot de kettingzaag. Vergewis u vóór het starten van de zaag dat de kettingzaag niets raakt. Bij het werken met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de kettingzaag vastgegrepen.
59BENLh) Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep in de uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij transport of bewaring van de kettingzaag steeds de beschermende afdekking opzet-ten. Een zorgvuldige omgang met de kettingzaag doet de waarschijnlijkheid van een onopzettelijke aanraking van de in werking zijnde kettingzaag afne-men. i) Volg de aanwijzingen voor de sme-ring, de kettingspanning en de wis-sel van toebehoren. Een onoordeel-kundig gespannen of gesmeerde ketting kan ofwel scheuren, ofwel het risico voor terugslag doen toenemen. k) Houd handgrepen droog, netjes en vrij van olie en vet. Vettige, olieachtige handgrepen zijn glibberig en leiden ertoe dat u de controle ver-liest. l) Enkel hout zagen. De kettingzaag niet gebruiken voor werkzaamhe-den, waarvoor ze niet bestemd is.
Voorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metselwerk of bouwmaterialen, die niet van hout zijn. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-doelmatige werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden. m) Houd het elektrische gereedschap uitsluitend aan de geïsoleerde handgreepoppervlakken vast omdat de zaagketting in contact met ver-borgen stroomleidingen of met het netsnoer kan komen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoe-rende leiding kan metalen apparaaton-derdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. 7) OORZAKEN EN PREVENTIE VAN EEN TERUGSLAG Opgepast terugslag. Let tijdens het werken op terugslag van de machine. Er bestaat verwonding-gevaar. U kan terugslag vermijden door behoedzaamheid en de juiste zaagtechniek.
Een terugslag kan zich voordoen als het uiteinde van de geleiderail een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede gekneld geraakt.
Een aanraking van het uiteinde van de rail kan in sommige gevallen tot een onve-rwachtse, achterwaarts gerichte reactie leiden, waarbij de geleiderail naar boven en in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, geslagen wordt. Het vastzitten van de kettingzaag aan de bovenkant van de geleiderail kan de rail heftig terug in de richting van de persoon, die de kettingzaag bedient, stoten. Iedere van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en u zich mogelijkerwijs ernstig verwondt. Vertrouw niet uitsluitend op de in de ket-tingzaag gemonteerde veiligheidsvoorzie-ningen. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te tref-fen om vrij van ongevallen en verwondin-gen te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een foutief of verkeerd gebruik van het elek-trische gereedschap.
60NL BEkelde veiligheids voorzieningen terugslagen op te vangen. 7 klemmhendel versterkt de stabiliteit als vertika-le snedes doorgevoerd worden en maakt het zagen makkelijker. 9 elektromotor is om veiligheidsredenen dubbel geïsoleerd 10 Aan-/uitschakelaar met ket-tingblokkering bij loslaten van de aan- en uit-schakelaar stopt de machine onmiddellijk 11 startvergrendeling om de machine te kunnen star-ten, moet eerst de startvergren-deling ontgrendeld worden. 12 kettingbout vermindert het gevaar voor ver-wondingen als de ketting breekt of losspringt. Ingebruikname Draag bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheids-handschoenen en gebruik enkel de originele onderdelen. Trek de stekker uit als u aan de machine zelf wil werken. Er bestaat ge-vaar voor verwondingen.
Voordat u de elektrische kettingzaag in gebruik stelt, moet u zwaard en zaagket-ting monteren de ketting instellen, de ket-tingolie bijvullen en controleren of de au-tomatische olietoevoer en de kettingrem goed functioneren. Opgepast. De zaag kan olie verlie-zenLet u alstublieft erop dat de zaag na ge-ten. Breng uw lichaam en uw armen in een positie, waarin u tegen de krachten van een terugslag bestand kunt zijn. Wals er geschikte maatre-gelen getroffen worden, kan de per-soon, die de kettingzaag bedient, de krachten van een terugslag beheersen. Nooit de kettingzaag loslaten. b) Vermijd een abnormale lichaams-houding en zaag niet boven schou-derhoogte. Daardoor wordt een onopzettelijk contact met het uiteinde van de rail vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onve-rwachte situaties mogelijk gemaakt.
Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot terugslagVeiligheidsfunktiesA 1 achterste handvat met be-scherming voor de hand (16) beschermt de hand tegen takken en twijgen en als de ketting los-springt. 3 kettingremhendel / bescher-ming van de hand Veiligheidsvoorziening, die de ketting bij terugslag onmiddellijk stopzet; de hendel is ook manu-eel te gebruiken; beschermt de linker hand van de gebruiker als deze van het voorste handvat afglijdt. 5 ketting met lichte terugslag helpt u door speciaal ontwik-.
61BENLbruik kan naoliën of leeglopen, vooral als ze zijdelings of op kop wordt gelegerd. Dit is normaal en wordt door de noodzakelijke verluchtingsopeningen in de bovenste tankrand veroorzaakt en is geen reden tot klacht. Aangezien elke zag in de productie gekontrolleerd en met olie getest wordt, kan het zijn dat ondanks lediging een klein beetje olie in de tank gebleven is, welke tijdens het transport de behuizing licht met olie bevuild. Maak de behuizing met een vod schoon. Zwaard monterenZaagketting monterenG 1. Schakel de zaag uit en trek de stekker uit het stopcontact (A18). 2. Leg de ketting (5) zo uit, dat de tanden met de klok mee wij-zen. 3. Leg de zaagketting (5) in de zwaardsleuf. Houd het zwaard (4) voor de montage in een hoek van ca. 45 graden naar boven gezwenkt om de zaagketting ge-makkelijker van het kettingrond-sel (23) te kunnen brengen.
Het is normaal als de zaagketting doorhangt. Het is normaal als de ketting enigszins doorhangt. 4. Span de ketting op door de spanplaat (22) met de wijzers van de klok mee te draaien. 5. Plaats de kettingwielkap (15). Plaats eerst de nok (24) op de afdekking in de daarvoor be-doelde inkeping op het apparaat worden geplaatst. Trek de be-vestigingsschroef (14) slechts licht aan, omdat de ketting nog moet worden opgespannen. Ketting aanspannenMet een goed aangespande ketting zijn goede prestaties en een langere levens-duur gegarandeerd. Kontroleer voor elk gebruik van de elektrische kettingzaag de spanning van de ketting. De ketting is juist aangespand als ze aan de onderkant van het zwaard niet door-hangt en men met de hand de ketting er volledig kan omheen trekken. Bij het trekken aan de zaagketting met een trek-kracht van 9 N (ca.
Om de ketting op te spannen, moet u de opspanring (13) met de wijzers van de klok mee draaien. Om de ketting minder op te spannen, draait u de kettiingop-spanring tegen de wijzers van de klok in. 4. Draai de bevestigingsschroef (14) weer vast. Een nieuwe zaagketting moet u na minimaal 5 zaagsneden nogmaals opspannen.
62NL BEBediening Start de kettingzaag pas als het zwaard, de ketting en de ketting-wielbescherming juist gemonteerd zijn. Let erop, dat de netspanning overeenkomt met het typelabel op de machine. Let bij het starten op een stabiele houding. Wees er zeker van voor het starten dat de elektrische kettingzaag geen voor-werpen raakt. Opgelet. De zaag kan olie verlie-zen, zie Ingebruikname. StartenD 1. Kontroleer voor het starten of er genoeg olie in de tank is, vul anders olie bij (zie gedeelte over ingebruikname). 2. Vorm aan het einde van de ver-lengkabel een lus en plaats deze in de trekontlasting (17) aan de achterste greep (1). 3. Sluit de machine op de netspan-ning aan. 4. Ontgrendel de kettingrem door de remhendel (3) tegen het voor-ste handvat (8) te drukken. 5.
houdt de elektrische kettingzaag goed met beide handen vast, met de rechter hand aan het achterste (1) en met de linker hand aan het voorste handvat (8). Duimen en vingers moeten de handvaten goed omsluiten. 6. Voor het starten ontgrendelt u met de rechter duim de startver-grendeling (11) en drukt dan op de aan- en uitschakelaar (10), de elektro-motor loopt nu met de hoogste snelheid. Laat de start-Kettingsmering Zwaard en ketting mogen nooit zon-der olie vallen. Gebruikt u de elektri-sche kettingzaag met te weinig olie, worden de prestaties van de zaag minder en wordt de levensduur korter, aangezien de ketting sneller stomp wordt. Bij te weinig olie is er rookontwikkeling of een verkleuring van het zwaard zichtbaar. De motorzaag is met een automatische olie-bevloeiing uitgerust. Zodra de motor versnelt, vloeit ook de olie sneller naar het zwaard (4) toe.
Kettingolie bijvullen:• Kontroleer de oliestandindicatie (C 20) regelmatig en vul bij het bereiken van de “Minimumindicatie” olie bij. De olie-tank bevat 125 ml olie. • Maakt u gebruik van Bio-kettingolie. Deze olie omvat ter reductie van wrijving en slijtage bijvoegingen en schaadt het pompsysteem niet.
U kunt deze olie via ons servicecenter bestel-len. • Als u niet beschikt over Grizzly kettin-golie, kunt u het beste een kettingolie zonder hechtende additieven gebrui-ken. C 1. Draai de dop van de olietank (2) en vul de tank met kettingolie. 2. veeg eventueel gemorste olie weg en sluit de dop weer. Schakel altijd het apparaat uit en laat de motor afkoelen voordat u kettingolie ingiet. Doordat er olie overloopt, ontstaat er brandge-vaar.
63BENLvergrendeling los. 7. De motorzaag stopt als u de aan- en uitschakelaar (10) weer loslaat. Een continu-schakeling is niet mogelijk. Kettingrem kontroleren De motor kan niet starten als de kettingrem vergrendeld is. Gebruik de kettingrem niet om de ketting-zaag te starten of te stoppen. E 1. Leg de elektrische kettingzaag op een vaste, effen ondergrond. Ze mag niet met voorwerpen in aanraking komen. 2. Sluit de machine op de netspan-ning aan. 3. Ontgrendel de kettingrem door de remhendel (3) tegen het voor-ste handvat te duwen (8). 4. Houdt de elektrische kettingzaag goed met beide handen vast, met de rechter hand aan het achterste (A1) en met de linker hand aan het voorste handvat (8). Duimen en vingers moeten de handvaten goed omsluiten. 5. Start de elektrische kettingzaag. 6. bedien bij lopende motor de ket-tingremhendel (3) met de linker hand. Ketting moeten abrupt stoppt. 7.
Als de kettingrem goed functio-neert, laat u de aan-/uitschake-laar (10) los en haalt u de rem van de ketting. Indien de kettingrem niet goed funtioneert, mag u de elektrische kettingzaag niet gebruiken. Laat de elektrische kettingzaag door onze klantenservice repareren. Automatische oliebevloeiing kontrolerenKontroleer voor het starten het oliepeil en de automatische olie-bevloeiing. • Start de kettingzaag en houdt ze boven een lichte ondergrond. De zaag mag de bodem niet aanraken. Als u oliesporen ziet, funktioneert de ket-tingzaag naar behoren. Als er geen oliespoor zichtbaar is, reinig dan eventueel de olie-doorlaat of laat de elektrische ket-tingzaag door onze klantenservice repareren. J Reinig de olietoevoer van het zwaard (25) om een optimale, automatische oliebevloeiing van de ketting tijdens het zagen te garanderen.
Maak hiervoor ge-bruik van een kwast of een doek, om resten uit de oliedoorlaat te verwijderen. Zwaard vervangenF 1. Schakel de zaag uit en trek de stekker uit het stopcontact (A18). 2. Plaats de zaag op een vlakke ondergrond. 3.
64NL BEsel (G23) te kunnen afnemen. 5. Om het zwaard te monteren, zet u het zwaard (4) op de railpinnen (21), zodat de spanplaat naar buiten wijst (22). Zaagketting monterenG 1. Schakel de zaag uit en trek de stekker uit het stopcontact (A18). 2. Leg de ketting (5) zo uit, dat de tanden met de klok mee wij-zen. 3. Leg de zaagketting (5) in de zwaardsleuf. Houd het zwaard (4) voor de montage in een hoek van ca. 45 graden naar boven gezwenkt om de zaagketting ge-makkelijker van het kettingrond-sel (23) te kunnen brengen. Het is normaal als de zaagketting doorhangt. Het is normaal als de ketting enigszins doorhangt. 4. Span de ketting op door de spanplaat (22) met de wijzers van de klok mee te draaien. 5. Plaats de kettingwielkap (15). Plaats eerst de nok (24) op de afdekking in de daarvoor be-doelde inkeping op het apparaat worden geplaatst.
Trek de be-vestigingsschroef (14) slechts licht aan, omdat de ketting nog moet worden opgespannen. Het opspannen van de nieuwe ketting wordt in het hoofdstuk ‚In-bedrijfstelling‘ beschreven. ZaagtechniekenAllgemeen Neem de bescherming tegen la-waai en lokale voorschriften bij het houthakken in acht. Plaatselijke bepalingen kunnen een onderzoek naar geschiktheid noodzakelijk maken. Vraag bij het bosbeheer na. • Vuil, stenen, losse schors, spijkers, haakjes en draad dienen van de boom verwijderd te worden. • Bij zaagwerkzaamheden op een helling steeds boven de boomstam staan. • Om op het moment van het „doorza-gen“ de volledige controle te behouden tegen het einde van de snede de druk-kracht verminderen zonder de vaste grip aan de handgrepen van de ket-tingzaag te lossen. Erop letten dat de kettingzaag niet de grond raakt.
• Leg het netsnoer zodanig, dat het tijdens het zagen niet door takken of dergelijke vastgegrepen wordt. • Zet bij iedere snede de klauwaanslag er vast tegen en begin dan pas met het zagen. • U heeft een betere kontrole over de zaag als u met de onderkant van het zwaard (met trekkende ketting) en niet met de bovenkant van het zwaard (met schuivende ketting) zaagt. • De ketting mag tijdens of na het door-zagen noch de aarde noch andere voorwerpen aanraken. • Let op dat de zaagketting nooit in de.
65BENLzaagsnede wordt geklemd. De boom-stam mag niet breken of scheuren. • Let ook op de veiligheidsmaatregelen i. v. m. terugslag (zie veiligheidsvoor-schriften). • Laat bij het knotten de grotere naar beneden gerichte takken die de boom steunen, in eerste instantie staan. Kleinere takken, met een snijbeweging afsnijden (zie O). Als de ketting vast komt te zit-ten, probeer dan in geen geval de elektrische kettingzaag met ge-weld uit de boom te trekken. Er bestaat verwondingsgevaar. Zet de motor af en gebruik een wig of een hefboomarm om de elek-trische kettingzaag los te krijgen. DoorzagenDoorzagen is het zagen van de gevelde boom in kleinere, te hanteren stukken. Zorg ervoor dat u stabiel staat en dat uw lichaamsgewicht gelijkmatig is verdeeld over beide voeten. Indien mogelijk moet de stam zijn geplaatst op takken, balken of wiggen of erdoor ondersteund worden.
• Let erop dat de ketting tijdens het za-gen niet de aarde raakt. • Zorg voor een goede, stabiele houding en stelt u zich op steile terreinen boven de stam. Om op het moment van het „doorzagen“ de volledige controle te behouden, dient u tegen het einde van het zagen de persdruk te reduceren zonder de vaste greep aan de hand-grepen van de kettingzaag te lossen. Is de snede gemaakt, wacht dan tot de zaagketting stil staat, alvorens de ket-tingzaag daar te verwijderen. Schakel de motor van de kettingzaag steeds uit, alvorens van boom te veranderen. K 1. Stam ligt op de grond Zaag de stam langs boven volle-dig door en let erop, op het einde de bodem niet te raken. Indien de stam kan worden gedraaid, zaagt u hem voor 2/3 door. Vervolgens draait u de stam om en zaagt u de rest van boven naar beneden door. L 2.
Zaag vervolgens de boom van boven naar bene-den (met de onderkant van het zwaard) naar de eerste zaag-snede toe, om te voorkomen dat de ketting wordt vastgeklemd. M 3. Stam is aan beide kanten ge-stut Zaag de stam eerst van boven naar beneden (met de onderkant van het zwaard) voor 1/3 door. Zaag de stam vervolgens van onder naar boven (met de boven-kant van het zwaard) door, tot de onderste zaagsnede is bereikt. N 4. Zagen op een zaagbok Houd de elektrische kettingzaag met beide handen stevig vast en beweeg de kettingzaag tijdens het zagen van het lichaam af. Als de stam is doorgezaagd, brengt u de zaag rechts langs uw lichaam (1). Houd uw linkerarm zo recht mogelijk (2). Let op de vallende stam. Ga zo staan, dat de val-lende stam geen gevaar oplevert. Let op uw voeten. De vallende stam kan op uw voeten vallen. Denk ook om uw evenwicht (3).
66NL BEO SnoeienMet snoeien wordt het afzagen van tak-ken en twijgen van een gevelde boom bedoeld. Er gebeuren vaak ongelukken bij het snoeien. Zaag nooit takken af als u op een boomstam staat. Let op een eventuele terugslag als takken onder spanning staan. • Verwijder de zijtakken pas na het door-zagen. • Onder spanning staande takken moe-ten van onder naar boven gezaagd worden om vastklemmen van de ket-tingzaag te voorkomen. • Bij het afzagen van dikkere takken gebruikt men dezelfde techniek als bij het verzagen. • Werk links van de stam en zo dicht mogelijk bij de elektrische kettingzaag. Laat het gewicht van de zaag zoveel mogelijk op de stam rusten. • Verander van plaats om takken aan de andere kant van de stam af te zagen. • Vertakte takken worden apart afge-zaagd. Bomen vellen Er is veel ervaring vereist om bomen te vellen.
Vel enkel bo-men als u zeker en veilig met de elektrische kettingzaag kan omgaan. Gebruik de elektrische kettingzaag in ieder geval niet als u zich onzeker voelt. • Let erop dat er geen mensen of dieren in de buurt van het werkterrein zijn. De veilige afstand tussen de te vellen boom en de eerstvolgende werkplaats moet 2 ½ boomlengte bedragen. • Let op de valrichting. De gebruiker moet zich in de buurt van de gevelde boom veilig kunnen bewe-gen om de boom makkelijk te kunnen doorzagen en snoeien. • Vermijdt dat de vallende boom in een andere boom blijft hangen. Let op de natuurlijke valrichting die van neiging en kromming van de boom, van de windrichting en het aantal tallen afhan-kelijk is. • Sta bij steile terreinen steeds boven de te vellen boom. • Kleine bomen met een diameter van 15-18 cm kunnen normaal met 1 snede afgezaagd worden.
• Worden bomen door twee of meerdere personen tegelijk gesnoeid en geveld, dan moet de afstand tussen de perso-nen die bomen vellen en snoeien ten minste het dubbele van de hoogte van de boom bedragen die wordt geveld. Bij het vellen van bomen moet worden gegarandeerd dat andere personen niet worden blootgesteld aan gevaar, dat er geen nutsvoorzieningen worden geraakt en er geen materiële schade wordt veroorzaakt. Komt een boom met een voedingskabel in aanraking, dan moet het nutsbedrijf onmiddellijk op de hoogte worden gebracht. • Vuil, stenen, losse schors, nagels, klem-men en draad moeten van de boom worden verwijderd. Vel geen boom als er een sterke of draaiende wind is of als er ge-vaar voor beschadiging van ei-gendom bestaat of als de boom op leidingen zou kunnen vallen.
67BENL Zet onmiddellijk na einde van de werkzaamheden de oorbescher-ming af zodat u waarschuwingssig-nalen en geluiden kan horen. 1. Snoeien: Verwijder takken die naar bene-den hangen door even boven de tak te beginnen. Snoei nooit ho-ger dan op schouderhoogte. P 2. Vluchttraject: Verwijder het kreupelhout rondom de boom, zodat u zich eenvoudig kunt terugtrekken. Het vluchttraject (1) dient in ongeveer 45° te staan op de ge-plande valrichting (2). Q 3. Kerven zagen Maak een valkerf in de richting waarin de boom moet vallen. Begin met de onderste, horizon-tale snede. De zaagdiepte moet ongeveer 1/3 van de stamdia-meter bedragen. Daardoor wordt vermeden dat de zaagketting of de geleidingsrail bij de tweede inkeping ingeklemd raakt. Maak nu een schuine zaagsnede met een snijhoek van ongeveer 45°, van bovenaf, die precies op de onderste zaagsnede uitkomt.
Ga nooit voor een boom staan die ingekerfd is. Q 4. Valsnede (B) Maak de valsnede aan de an-dere zijde van de stam, terwijl u links van de boomstam staat en met trekkende ketting zaagt. De valsnede moet horizontaal 5 cm boven de horizontale kerfsnede verlopen. De valsnede moet zo diep zijn dat de afstand tussen valsnede en kerijn minstens 1/10 van de stamdiameter bedraagt. Het niet doorgezaagde gedeelte van de stam wordt bestempeld als scharnierstuk (valkerf). Het scharnierstuk verhindert dat de boom draait en in de verkeerde richting valt. Zaag het scharnier-stuk niet door. R 5. Als de velsnede aan het schar-nierstuk wordt benaderd, zou de boom moeten beginnen te val-len.
Als blijkt dat de boom even-tueel niet in de gewenste richting valt of terug neigt en de zaagket-ting klem komt te zitten, onder-breekt u de velsnede en gebruikt u een wig van hout, kunststof of aluminium om de snede te ope-nen en de boom om te leggen in de gewenste vallijn. S 6. als de stamdiameter groter is dan de lengte van het zwaard, maak dan 2 snedes.
Wij raden onervaren gebruikers veiligheidshalve af om een boom-stam te vellen waarvan de diame-ter groter is dan de lengte van het zwaard. 7. Na het zagen van de valsnede valt de boom vanzelf of met be-hulp van de wig of het breekijzer. Trek de zaag uit de snede, scha-kel de motor uit, leg de elektri-sche kettingzaag neer en verlaat het terrein via de vluchtweg van zodra de boom begint te vallen.
68NL BETabel onderhoudsintervallenMachine-onderdeel Uit te voerenVoor elk gebruikNa 10 uur gebruikOnderdelen van de ket-tingremControleren, indien nodig ver-vangenKettingwielControleren, indien nodig ver-vangenKetting (5) Controleren, oliën, indien nodig slijpen of vervangenZwaard (4)Controleren, omdraaien, reinigen,Oliën ger. Gebruik geen vloeistoffen voor het reinigen van de ketting. Na reiniging de ketting licht met olie instrijken.• Reinig de verluchtingsgaten en de op-pervlakken van de machine met een penseel, handveger of droge vod. Gebruik geen vloeistoffen voor het reini-gen.OnderhoudsintervallenVoer de in onderstaande tabel opgesomde onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit. Door regelmatig onderhoud van uw zaag wordt haar levensduur verlengd. Bovendien kan u dan optimaal zagen en worden ongelukken vermeden.Kettingen oliën Reinig en olie de ketting regelma-tig.
Daardoor houdt u de ketting scherp en levert de machine top-prestaties. Bij schade veroorzaakt door ontoereikend onderhoud van de elektrische kettingzaag vervalt de garantie. Trek de stekker uit en gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of aan het zwaard werkt.Onderhoud en reiniging Voer onderhouds- en reinigings-werkzaamheden hoofdzakelijk bij uitgeschakelde motor en uit-getrokken stekker uit. Verwon-dinggevaar! Laat onderhoudswerkzaamhe-den die niet in deze handleiding worden genoemd door onze werkplaats uitvoeren. Gebruik enkel originele vervangstukken. Laat de machine eerst afkoelen vooraleer u de machine gaat rei-nigen of herstellen. Gevaar voor verbranding!Reiniging• Reinig de machine grondig na elk ge-bruik. Daardoor verlengt u de levens-duur van de machine en vermijdt u ongelukken.• Houdt de handvaten benzine-, olie- en vetvrij.
Maak de handvaten indien no-dig met een vochtige, in zeep gewas-sen vod schoon. Gebruik geen oplos-middel of benzine voor het reinigen!• Reinig na elk gebruik de ketting. Ge-bruik hiervoor een penseel of handve-
69BENL• Olie de ketting na reiniging, na 10 uur gebruik of minstens 1 maal per week naar gelang wat eerst voorkomt. • Voor het oliën moet het zwaard, voor-namelijk de tanden van het geleispoor, grondig gereinigd worden. Gebruik hier-voor een handveger of een droge vod. • De delen van de ketting kan u het best met behulp van een oliespuit met punt oliën (in de vakhandel te verkrijgen). Breng druppelsgewijs olie aan op de punten van de tanden en de schakels van de ketting. Ketting slijpen Een fout geslepen ketting ver-hoogt het risico op terugslag. Gebruik snijvaste handschoenen als u aan de ketting of het zwaard werkt. Een scherpe ketting garandeert optimale prestaties. Ze gaat moei-teloos door het hout en laat grote, lange houtspanen achter. Als u het zwaard door het hout moet duwen en de houtspanen zeer klein zijn, betekent dat dat de ketting stomp is.
Als de ketting zeer stomp is, heeft men überhaupt geen spanen, alleen houtstof. • De zagende delen van de ketting zijn de snij-onderdelen die uit een zaagtand en een dieptebegrenzer bestaan. Het hoogteverschil tussen deze twee be-paalt de slijpdiepte. • Bij het slijpen van de zaagtanden moe-ten volgende waarden in acht genomen worden:H - slijphoek (30°) - borsthoek (85 °) - slijpdiepte (0,65 mm) - diameter van de ronde veil (4,0 mm) Afwijkingen van de aangegeven maten van de slijpgeometrie kunnen de neiging van de ma-chine tot terugslag verhogen. Vergroot het gevaar op ongeval-len. Voor het slijpen van de ketting zijn spe-ciale werktuigen noodzakelijk, waarvan de messen de juiste hoek hebben en in de juiste diepte geslepen zijn. Onervaren gebruikers van kettingzagen raden wij aan de ketting door een vakman of in een werkplaats te laten slepen.
Om te zorgen dat de tanden goed kunnen worden geslepen, dient de ketting strak rond het zwaard te zitten. 3. voor het slijpen is een ronde vijl met een diameter van 4,0 mm vereist. Andere diameters beschadigen de ketting en verhogen het ge-vaar op ongevallen bij het wer-ken met de zaag. 4. slijp enkel van binnen naar buiten. Leidt de veil van de bin-nenkant van de zaagtand naar buiten. Houdt de veil omhoog als u ze terugtrekt. 5. slijp eerst de tanden aan een kant. Draai de zaag om en slijp de tanden aan de andere kant. 6. de ketting is versleten en moet door een nieuwe vervangen wor-den als er slechts nog ca. 4 mm.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Grizzly EKS 2440 QT stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kettingzaag Grizzly
Handleiding Kettingzaag
Nieuwste handleidingen voor Kettingzaag