Grizzly BRM4615-22A E-Start Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Grizzly BRM4615-22A E-Start (236 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Grizzly BRM4615-22A E-Start of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Grizzly |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | BRM4615-22A E-Start |
Handleiding Grizzly BRM4615-22A E-Start – volledige tekst
68Bougie wisselen / instellen. 68Motorolie verversen. 69Bowdenkabel instellen. 69Mes slijpen/uitwisselen. 69Carburateur instellen. 69Onderhoudsintervallen. 70Opslag. 71Algemene opslaginstructies. 71Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen. 71Afvalverwijdering/ milieubescherming. 71Vervangstukken/Accessoires. 72Garantie. 72Foutopsporing. 73Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring. 226Explosietekening. 234Service-Center. 235InleidingHartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat. Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozenDit apparaat werd tijdens de productie ge-controleerd op kwaliteit en onderworpen aan een eindcontrole. De werking van uw apparaat wordt bijgevolg gegarandeerd. De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Ze omvat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en af-valverwijdering.
Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstruc-ties vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassings-gebieden.
53NLGebruiksdoeleindeHet apparaat is voor het gebruik in de sector van doe-het-zelvers bestemd. Dit apparaat is niet geschikt voor com-mercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. Iedere andere toepassing, die in deze handleiding niet uitdrukkelijk toegestaan wordt, kan tot beschadigingen aan het ap-paraat leiden en een ernstig gevaar voor de gebruiker vormen. Het apparaat is voor het gebruik door volwassenen bestemd. Kinderen en ook personen, die met deze handleiding niet vertrouwd zijn, mogen het apparaat niet gebruiken. De bediener of gebruiker van het appa-raat is verantwoordelijk voor ongelukken of schades aan andere personen of hun eigendom. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die door onreglementair gebruik of verkeerde bediening werd veroorzaakt. Algemene beschrijving De afbeelding van de voornaamste functionele onderdelen vindt u op de pagina 2 - 5.
54NL 35 Slangaansluiting 38 Zijdelings uitworpkanaal 39 Mulchkit 40 Lader 41 Accu 41a Ontgrendelingsknop 42 Afdekking (transparant) 36 Vastzetmoer bowdenkabel 37 Instelmoer bowdenkabel27 Kunststoussen 28 Frame van grasbak 29 Schroef-stang 30 Schroef-transporthandvat 31 Ophanging van grasbak 32 Vulstop 33 Benzinepomp (primer) 43 Startknop 34 Positie maaihoogteBeschrijving van de werkingHet apparaat wordt met een 4-takt motor (RATO RV145-S) met een zeer groot prestatievermogen aangedreven. Het apparaat is met een hoogwaardige plaatstalen behuizing, een grasvangmand en een opvouwbare handgreephendel uitgerust. De werking van de verschillende bedie-ningselementen wordt hieronder beschre-ven. Beschermingsinrichtingen 2 Veiligheidsbeugel Bij het loslaten van de veilig 13 Uitlaatbescherming verhindert dat handen of ont-vlambare materialen met een hete uitlaat in aanraking komen.
55NLLaadapparaat. DSS12-1261000-BIngangsspanning/Input. 100-240 V~, 50-60 Hz, 0,5 AUitgangsspanning//Output. 12,6 V ; 1,0 ABeschermingsklasse. IIAccu. JY112070Nominale spanning. 12 V Capaciteit. 2,0 AhLaadtijd. ca. 3 hGeluids- en trilwaarden worden in over-eenstemming met de in de conformiteit-verklaring vermelde normen en bepalin-gen vastgesteld. De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testme-thode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden. De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden. Waarschuwing: Afhankelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap ge-bruikt wordt, kan de trilingemissie-waardetijdenshete?ectievege-bruik van het elektrische gereed-schap van de aangegeven waarde verschillen.
Probeer de belasting door trillin-gen zo gering mogelijk te houden. Voorbeeldmaatregelen voor de reductie van trillingsbelasting zijn het dragen van handschoenen bij het gebruik van het gereedschap en de beperking van de werktijd. Daarbij moeten alle delen van debedrijfscyclusinachtwordengenomen (bij voorbeeld tijden, waarop het elektrische werktuig is uitgeschakeld en tijden waarin het weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait). Pictogrammen/SymbolenSymbolen op het apparaat Opgelet. Gebruiksaanwijzing lezen. Gevaar voor verwondingen door weggeslingerde onderdelen. Om-ringende Personen op een veilige afstand tot het apparaat houden. Opgepast - Giftige dampen. Apparaat niet in gesloten lokalen bedienen. Opgepast – Benzine is brandbaar. Niet roken en warmtebronnen op een veilige afstand houden. Gevaar voor verwondingen door scherpe messen.
Voeten en han-den op een veilige afstand houden. Vóór onderhoudswerkzaamheden motor uitschakelen en bougiedop afrekken. Apparaat niet blootstellen aan re-gen. Naloop van het mes van de gras-maaier. Gevaar door verwondin-gen.
Pictogram aan de benzinepomp:Benzinepomp(primer)vόόrde start 3x indrukken.Symbolen aan de hoofdligger van de handgreep:0IONOFF Apparaat inschakelen (ON): Veiligheidsbeugel aantrekken. Apparaat uitschakelen (OFF): Veiligheidsbeugel loslaten. AchterwielaandrijvingPictogrammen op de zijdelingse uitworp met botsbescherming:Ontgrendeling zijdelingse uitworpSymbool aan het grasvangmand:STOPGONiveau-indicatorSymbolen op het laadapparaat: Het laadapparaat is enkel voor een gebruik in ruimtes geschikt. veiligingsklasse II achines horen niet bij huishoudelijk afval thuis. Polariteit Veiligheidstrandsformator - kort-sluitbestendigSymbolen op de accu: Werp de accu’s niet in het huisvuil, het vuur of het water. Stel de accu niet gedurende lange tijd bloot aan bezonning en leg ze niet op radiatoren (max. 45°C). Leest de gebruiksaanwijzing zorg-vuldig door.
57NLSymbolen in de gebruiksaanwijzing Gevaarsymbool met informatie over de preventie van personen- of zaakschade. Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken wordt het gebod toegelicht) met informatie over de preventie van schade. Aanduidingsteken met informatie over hoe u het apparaat beter kunt gebruiken. VeiligheidsinstructiesDeze paragraaf behandelt de essentiële veiligheidsvoorschriften bij het werk met het apparaat. WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzin-gen. Verzuim bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwij-zingen kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Aanwijzingen:• Lees zorgvuldig de gebruiksaanwij-zing. Informeer u over de instelmoge-lijkheden en het juiste gebruik van het apparaat. • Informeer u passend indien u onzeker bent over hoe u het apparaat moet gebruiken en welke bedieningen ver-boden zijn.
• Wees aandachtig, let op wat u doet en ga verstandig te werk. Gebruik het apparaat niet als u moe of ziek bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicatie. Een moment van onop-lettendheid bij het gebruik van het ap-paraat kan leiden tot ernstige letsels. • Dit apparaat is niet bestemd om te worden gebruikt door personen met beperktefysieke,sensorischeofmen-tale vaardigheden of een gebrek aan ervaring /en of kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een persoon die in-staat voor hun veiligheid of als ze van deze persoon aanwijzingen hebben gekregen over het gebruik van het ap-paraat. • Kinderen moeten onder toezicht staan zodat wordt gegarandeerd dat ze niet met het apparaat zullen spelen. • Sta kinderen of andere personen die de handleiding niet kennen niet toe het apparaat te gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
• Denk eraan dat de gebruiker verant-woordelijk is voor ongevallen met an-dere personen of hun eigendom. • Neem de geluidsbescherming en de plaatselijke voorschriften in acht. Voorbereidende maatregelen:• Draag tijdens het maaien steeds schoenen met antislipzool en een lange broek. Maai niet op blote voeten of in lichte sandalen. Loszittende kle-dij, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. Het dragen van geschikte kle-dij doet het risico voor verwondingen afnemen. • Controleer het terrein, waarop het ap-paraat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen (bijv. stenen, stokken dra-.
58NLden, speelgoed) die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd. • Waarschuwing: benzine is in hoge mateontbrandbaar. Vuurofontplo?n-gen kunnen tot ernstige brandwonden leiden:- Bewaar benzine uitsluitend in de daarvoor voorziene reservoirs. - Tank uitsluitend in de open lucht en rook niet terwijl u benzine ingiet. - Benzine dient vóór de start van de motor ingegoten te worden. Terwijl de motor draait of bij een heet ap-paraat mag de tankdop niet ge-opend of benzine bijgevuld worden. - Indien er benzine overgelopen is, mag er geen poging ondernomen worden, de motor te starten. In plaats daarvan dient het apparaat van het door benzine bevuilde op-pervlak gereinigd te worden. Iedere ontstekingspoging dient vermeden te worden totdat benzinedampen verdampt zijn. - Omwille van de veiligheid dienen benzinetank- en andere tankdop-pen bij beschadiging uitgewisseld te worden.
• vervang defecte geluiddempers. • Vóór het gebruik dient er altijd een visuele controle doorgevoerd te wor-den, of het snoeigereedschap, de bevestigingsbouten en de complete snoei-eenheid versleten of beschadigd is/zijn. Om een onbalans te vermijden, mag/mogen versleten of beschadigd gereedschap en bouten slechts per paar uitgewisseld worden. • Wees voorzichtig bij apparaten met verschillend snoeigereedschap omdat de beweging van een mes tot rotatie van de overige messen kan leiden. • Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en aan slijtage onderhevige toebeho-ren, die door de fabrikant geleverd en aanbevolen worden. Het gebruik van vreemde onderdelen kan tot verwon-dingen leiden en heeft een onmiddel-lijk verlies van de garantieclaim tot gevolg. Hantering:• Laat de verbrandingsmotor niet draai-en in gesloten lokalen, waar er zich gevaarlijk koolmonoxide kan ophopen.
• Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. Een onverlicht werkterrein kan tot ongeval-len leiden. • Vermijd zo mogelijk het gebruik van het apparaat bij nat gras.
• Let steeds op een veilige stand, vooral op hellingen, vuilnisterreinen, putten of dijken. Daardoor kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter contro-leren. - Werk altijd dwars op de helling, nooit op- of neerwaarts. - Wees uiterst voorzichtig als u de rijdrichting op de helling wijzigt. - Maai niet op overdreven steile hel-lingen (max. 10°). • Beweeg het apparaat slechts stap-voets voort. • Wees uiterst voorzichtig wanneer u het apparaat omkeert of het naar u toe trekt. • Houd het snoeigereedschap stil wan-neer het apparaat gekanteld moet worden, voor het transport op andere vlakten dan gras en wanneer het ap-paraat van de te maaien vlakte weg of in de richting van de te maaien opper-vlakte voortbewogen wordt. • Gebruik nooit het apparaat met be-schadigde beschermingsinrichtingen of beschermroosters of zonder aan-gebouwde beschermingsinrichtingen,.
59NLbijvoorbeeld stootbescherming en/of grasvanginrichtingen. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat de veiligheid van het apparaat gehandhaafd blijft. • Wijzig de regelaarinstelling van de motor niet of draai deze niet dol. U zou het apparaat kunnen beschadigen. • Voordat u de motor start, ontkoppelt u al het snoeigereedschap en alle aan-drijvingen. • Start of activeer de startschakelaar met voorzichtigheid en dit in overeen-stemming met de door de fabrikant verstrekte instructies. Let op vol-doende afstand van de voeten tot het snoeigereedschap. Er bestaat gevaar voor verwondingen. • Bij het starten of aanzetten van de motor mag het apparaat niet gekan-teld worden tenzij het apparaat bij het procédé opgetild moet worden. In dit geval kantelt u het apparaat slechts in die mate als absoluut noodzakelijk is en tilt u enkel de van de gebruiker afgewende zijde op.
• Start de motor niet wanneer u vóór het uitwerpkanaal staat. • Schakel de motor op instructie in en enkel wanneer uw voeten zich op een veilige afstand tot het snoeigereed-schap bevinden. • Breng nooit handen of voeten tegen of onder draaiende onderdelen. Neem altijd een veilige afstand tot de uitwer-popening in acht. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het apparaat kan tot ernstige verwon-dingen leiden. • Het apparaat nooit met een draaiende motor optillen of dragen. • Zet de motor uit, trek de bougiedop af en vergewis u dat alle beweegbare onderdelen stilstaan:- voordat u blokkeringen lost of ver-stoppingen in het uitwerpkanaal verhelpt;- voordat u het apparaat controleert, reinigt of eraan werkt;- wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd.
Zoek naar beschadi-gingen aan het apparaat en voer de noodzakelijke reparaties door voor-dat u herstart en met het apparaat werkt;- indien het apparaat ongewoon sterk begint te trillen, is een onmiddellijke controle noodzakelijk.
• Zet de motor uit- wanneer u het apparaat verlaat;- voordat u bijtankt;• Bij het uitlopen van de motor dient de smoorklep gesloten te worden. • Laat het apparaat nooit zonder toe-zicht op de werkplaats achter. • Werk niet met een beschadigd, onvol-ledig of zonder de toestemming van de fabrikant omgebouwd apparaat. Het gebruik van machines voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. • Werk niet met het apparaat als er een risico is op blikseminslag. Gevaar door elektrische schok. Onderhoud en opslag:• Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangedraaid zijn en het apparaat zich in een veilige arbeidstoestand bevindt. Tal van onge-vallen zijn te wijten aan slecht onder-houden apparaten. • Bewaar het apparaat nooit met ben-zine in de tank in een gebouw, waar benzinedampen mogelijkerwijs met open vuur of met vonken in aanraking kunnen komen.
60NL• Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet. Er bestaat brandgevaar. • Om brandgevaar te vermijden, houdt u motor, uitlaat en de zone rond de brandstoftank vrij van gras, bladeren of vrijkomend vet (olie). • Controleer regelmatig de grasvang-inrichting op slijtage of verlies van de functionaliteit. • Vervang versleten of beschadigde onderdelen omwille van de veiligheid. Vervang defecte geluiddempers. • Indien de brandstoftank geledigd dient te worden, dient dit in de open lucht te gebeuren. • Behandel uw apparaat met zorgzaam-heid. Houd het gereedschap scherp en netjes om beter en veiliger te kun-nen werken. Leef de onderhoudsvoor-schriften na. • Tracht niet, het apparaat zelf te repa-reren, tenzij u hiervoor een opleiding genoten heeft.
Al de werkzaamheden, die niet in deze handleiding vermeld worden, mogen uitsluitend door klan-tenserviceafdelingen, die door ons ge-machtigd werden, uitgevoerd worden. • Bewaar het apparaat op een droge plaats en buiten het bereik van kin-deren. Machines zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen gebruikt worden. Zorgvuldig omgaan met en gebruiken van accutoestellen:• Laad de accu’s alleen op in acculaders, die door de producent aanbevolen wor-den. Voor een acculader die geschikt is voor een bepaalde soort accu’s bestaat brandge-vaar als hij met andere accu’s gebruikt wordt. • Gebruik alleen de daarvoor voorziene accu’s in de elek-trowerktuigen. Het gebruik van andere accu’s kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
• Houd de nietgebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, nagels, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen, die een overbrugging van de contac-ten zouden kunnen veroorza-ken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan tot brand-wonden of brand leiden. • Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu vrij-komen. Vermijd contact daarmee. Bij toevallig contact met water afspoelen.
Als de vloeistof in de ogen komt, moet u bovendien een arts consulte-ren. Vrijkomende accuvloeistof kan tot geirriteerde huid of brandwonden leiden. Speciale veiligheidsinstructies voor accugereedschap:• Garandeer dat het toestel uit-geschakeld is vooraleer u de accu aanbrengt. Het aanbren-gen van een accu in een elek-trowerktuig dat ingeschakeld is, kan tot ongevallen leiden. • Laad uw batterijen uitslui-tend binnenshuis op omdat het laadtoestel enkel daar-voor bestemd is.
61NL• Om het risico voor een elek-trische schok te verminde-ren, trekt u de stekker van het laadtoestel uit het stop-contact voordat u het reinigt. • Stel de accu/het elektrowerk-tuig/het toestel niet gedu-rende lange tijd bloot aan bezonning en leg ze niet op radiatoren. Hitte beschadigt de accu en er bestaat explosie-gevaar. • Laat een verwarmde accu voor het laden afkoelen. • Open de accu niet en vermijd een mechanische beschadi-ging van de accu. Er bestaat gevaar voor kortslutiting en er kunnen dampen vrijkomen die de luchtwegen prikkelen. Zorg voor verse lucht en consulteer een arts in geval van klachten. • Gebruik geen nietoplaadbare batterijen.
Juiste omgang met de acculader:• Dit acculader kan door kinde-ren vanaf 8 jaar en ouder en tevens door personen met ver-minderdefysieke,zintuiglijkeof mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden wan-neer ze onder toezicht staan of met het oog op het gebruik van het apparaat geïnstrueerd werden en zich van de daaruit resulterende gevaren bewust zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mo-gen niet door kinderen zonder toezicht doorgevoerd worden. • Gebruik voor het laden van de accu uitsluitend de mee-geleverde acculader. Er be-staat brand en explosiegevaar. • Controleer voor elk gebruik de acculader, de kabel alsook de stekker en laat alleen door gekwaliceerde geschoold personeel en met originele reservedelen herstellen. Ge-bruik een defecte acculader niet en open deze niet zelf.
Daardoor wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het toestel behouden blijft. • Let erop dat de netspanning overeenstemt met de ge-gevens van het typeplaatje op de acculader. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok. • Scheid de acculader van het net vooraleer verbindingen met de accu/het elektrowerk-tuig/het toestel gesloten of geopend worden. • Houd de acculader zuiver en uit de buurt van vocht en regen.
Gebruik de acculader nooit in de openlucht. Door vervuiling en het binnendringen van water vergroot het gevaar voor een elektrische schok. • De acculader mag alleen met de bijbehorende originele accu’s gebruikt worden. Het laden van andere accu’s kan tot verwondingen en brandge-vaar leiden. • Vermijd mechanische be-schadigingen van de accula-.
62NLder. Zij kunnen tot kortslui-ting leiden. • De lader mag niet gebruikt worden op of in de onmid-dellijke omgeving van brand-bare ondergronden (bv. pa-pier, textiel). Er bestaat anders brandgevaar wegens de tijdens het laden geproduceerde warmte. • Als het netsnoer van dit ap-paraat beschadigd wordt, moet het door de fabrikant of door zijn klantenserviceafdeling of door eengelijkwaardiggekwaliceer-de persoon vervangen worden om gevaren te vermijden. De accu van uw apparaat wordt in een slechts gedeel-telijk vooraf geladen toestand geleverd en moet vóór gebruik voor de eerste keer correct op-geladen worden. Voor de eer-ste oplading wordt aanbevolen, de batterij ca. 2-3 uur lang op te laden. Steek de batterij in de sokkel en sluit het laadtoestel op het stroomnet aan. • Trek de netstekker uit wanneer de batterij volledig opgeladen is en verbreek het laadtoestel van het apparaat.
De laadtijd bedraagt ca. 3 uur. • Laat uw batterij niet continu op-laden. Dat kan de batterijcellen beschadigen. Opmerking: door voortdurend kleine capaciteiten bij te laden, kunnen de batterij-cellen beschadigd worden. En-kel bijladen wanneer het appa-raat te langzaam functioneert. • Laat uw batterij niet continu op-laden. Dat kan de batterijcellen beschadigen. Ingebruikname Opgepast. Gevaar voor verwon-dingen door roeterend mes. Voer werkzaamheden aan het apparaat uitsluitend bij een uit-geschakeld en stilstaand mes door. Voordat u het apparaat start, moet u- hoofdligger van de handgreep monte-ren,- motorolie ingieten- benzine ingieten- eventueel de grasvangmand monteren- eventueel de snoeihoogte instellenHoofdligger van de handgreep monteren Opgepast. Let erop dat bij de montage van de hoofdligger van de handgreep de bowdenkabels ( 5) niet geplet worden. Onderste stangen monteren: 1.
63NL 2. Klap de bovenste grijpstang (1) uit (kleine afbeelding) en druk de vergrendelingshendel (24) in de richting van de stang. 3. Bevestig de Bowden kabel (5) met behulp van de kabelklem (6) aan de onderste stang (4). Grasvangmand monteren/ledigen Opgelet: apparaat niet zonder volledig aangebrachte gras-vangmand of zonder stootbe-scherming bedienen. Gevaar voor verwondingen. Vangmand monteren: 1. Draai de beide kruiskopschroe-ven (30) op het transporthand-vat (22a) los. 2. Plaats het transporthandvat (22a) boven op de grasvangkorf (22) en schroef het onderaan met de kruiskopschroeven (30) vast. 3. Schuif de stang van de gras-vangkorf (28) bovenaan in de grasvangkorf (22) en schroef hem bovenaan met de beide kruiskopschroeven (29) vast. 4. Steek het net van de grasvang-korf in de gleuf aan de boven-kant van de grasvangkorf (22). Het net klikt hoorbaar vast. 5.
Stulp de kunststofstrips (27) over het stangenmechanisme van de vangmand. Grasvangmand aan het apparaat aanbrengen: 1. Til de stootbescherming (21) op. 2. Haak de grasvangmand (22) in de daarvoor voorziene ophan-ging (31) aan de achterzijde van het apparaat vast. 3. Til de stootbescherming (21) op en neem de grasvangmand uit. Vangmand afnemen/ledigen: 1. Til de stootbescherming (21) op en neem de vangmand (22) uit. 2. Ledig de vangmand (zie hoofd-stuk „Afvalverwijdering/milieube-scherming“) en monteer ze weer. Niveau-indicatorZijdelings aan de grasvangmand ( 22) is een niveau-indicator ( 23) aange-bracht. Deaërodynamischeluchtgeleidingvan de klep zorgt aanvullend voor de opti-male vulling. GO Klep geopend: Grasvangmand leegSTOP Klep gesloten: Grasvangmand vol Mulchkit Vóór het gebruik van de mulchkit moet het zijdelingse uitwerpkanaal verwijderd zijn (zie ). Mulchkit aanbrengen1.
64NL Zijdelingse grasuitworp Vóór het gebruik van de zijdelingse grasuitworp moet de mulchkit ( 39) aangebracht en de gras-vangzak verwijderd zijn ( 22). Zijdelings uitwerpkanaal aanbrengen1. Ontgrendel de zijdelingse botsbe-scherming (16), door het vergren-delingselement (16a) naar links te trekken en de zijdelingse botsbescher-ming (16) te openen. 2. Haak het zijdelingse uitwerpkanaal (38) vast en leg de zijdelingse stootbe-scherming (16) neer. Deze houdt het zijdelingse uitwerpkanaal (38) in positie. Motorolie ingieten en oliepeil controleren Zethetapparaatopeene?envloer1. Draai de olietankdop met meetstaaf (16) os en giet olie in de tank. Gebruik olie van een bekend merk (bijvoor-beeld HD SAE 30 of 10W-30). 2. Om het oliepeil te controleren, veegt u de meetstaaf (17) met een schoon vodje af en brengt u de meetstaaf weer tot aan de aanslag in de tank aan. 3.
Lees na het uittrekken het oliepeil aan de meetstaaf af. Het oliepeil moet zich in het gemarkeerde veld tussen merkteken “Minimum” en merkteken “Maximum” bevinden. 4. Veeg eventueel gemorste olie af en sluit de olietankdop (17) terug. Telkens vóór het maaien contro-leert u het oliepeil en vult u bij het bereiken van het onderste punt van de markering olie bij. Benzine ingietenWaarschuwing. Benzine is ontvlambaar en schadelijk voor de gezondheid:- Benzine in daarvoor voorziene re-servoirs bewaren. - Tanken uitsluitend in de open lucht en nooit bij een draaiende motor of hete machine. - Tankdeksel voorzichtig openen op-dat de overdruk kan afnemen. - Bij het tanken niet roken. - Huidcontact en het inademen van de dampen vermijden. - Gemorste benzine verwijderen. - Benzine op een veilige afstand tot vonken, open vlammen en andere ontstekingsbronnen houden.
- Benzineresten op een milieuvrien-delijke wijze afvoeren (zie „Afvoe-ren/milieubescherming“). - Gebruik geen mengsels van benzine met olie. - Gebruik loodvrije normale of su-perbenzine.
Bij het gebruik van biobrandstof mag die met niet meer dan 10% ethanol zijn gemengd. - Gebruik uitsluitend zuivere ben-zine. - Bewaar benzine niet langer dan één maand lang omdat de kwa-liteit van benzine verslechtert. 1. Schroef het tankdeksel ( 7) los en giet benzine tot aan de onderkant van de vulpijp (32) in. Giet de tank niet helemaal vol opdat de benzine plaats heeft om uit te zetten.
65NL 2. Veeg rond het tankdeksel benzi-neresten af en sluit het tankdek-sel terug. Laadproces Stel de accu niet bloot aan ex-treme omstandigheden zoals hitte en schokken. Er bestaat een risico op verwondingen door lekkende elektrolytoplos-sing. Spoel bij contact met de ogen of huid de desbetre?ende plek met water of neutralisator en raadpleeg een arts. Laad de accu uitsluitend in dro-ge ruimtes op. Er bestaat gevaar voor letsels door elektrische schok. Laad uitsluitend met de meegele-verde lader op. • Laad eerst de accu op voordat u het apparaat voor de eerste maal gebruikt. Voorkommeerderekortelaadcyclinaelkaar. • Een beduidend kortere bedrijfstijd ondanks een opgeladen accu, wijst erop dat de accu is verbruikt en moet worden vervangen. Gebruik uitsluitend een originele accu die u via de klan-tendienst kunt verkrijgen.
• Neem altijd alle aanwijzingen en voor-schriften inzake veiligheid en milieu in acht. • Defecten die het gevolg zijn van onei-genlijk gebruik, zijn uitgesloten van de garantie. Accu aanbrengen/ verwij deren1. Hef de transparante afdekking (42) van de behuizing op. 2. Om de accu (41) in het apparaat te plaatsen, schuift u de accu langs de geleiderail in het apparaat. Het klikt hoorbaar vast. 3. Om de accu (41) uit het apparaat te nemen, drukt u de ontgrendelingsknop ( 41a) aan de accu in en trekt u de accu uit. Accu opladen Laat een accu die nog maar net uitgeladen is ca. 15 minuten afkoe-len alvorens hem met de lader (40) op te laden. 1. Verbind de laadkabel met de accu (41). 2. Sluit de voedingsadapter van de la-der (40) op een stopcontact aan. 3. Na het laden, koppelt u de lader (40) los van het stopcontact. 4. Koppel de lader (40) los van de accu (41).
Verbruikte accu‘s• Een beduidend kortere bedrijfstijd ondanks een opgeladen accu, wijst erop dat de accu is verbruikt en moet worden vervangen. Gebruik uitsluitend een reserve-accu die u via de klanten-dienst kunt verkrijgen.
66NLBediening Een zekere mate van geluidslast door dit apparaat valt niet te ver-mijden. Plan luidruchtig werk in op toegestane en daarvoor voorziene periodes. Houd u evt. aan rust-tijden en beperk de duur van de werkzaamheden tot een minimum. Er dient geschikte oorbescherming gedragen te worden, voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in uw nabijheid.Motor starten en stoppen Waarschuwing! Benzine is ont-vlambaar. Start de motor op een afstand van minstens 3 m van de plaats, waar ze ingegoten wordt. Dit levert brandgevaar op. Start het apparaat op een vaste, e?envloer,zomogelijknietinhooggras. Vergewis u dat het snoeige-reedschap noch voorwerpen, noch de grond raakt. Voor uw veiligheid: Sta achter het apparaat als u het start. Controleer regelmatig benzine en oliepeil (zie „Ingebruikname“) en vul tijdig bij. Motor starten (handmatig):3xRUNSTOPSTART1.
Druk 3x op de primer (33, rode knop), start voor een warme start zoals beschreven in sectie 22. Trek de veiligheidsbeugel (2) in de richting van de hoofdligger van de handgreep (1) en houd deze tegen.3. Trek aan de startergreep (25).4. Wanneer de motor start, laat u de star-tergreep langzaam terug in de startka-belgeleiding (3) glijden. Motor starten (E-Start)1. Druk 3x op de primer (33, rode knop), start voor een warme start zoals beschreven in sectie 22. Trek de veiligheidsbeugel (3) in de richting van de grijpstang (1) en houd hem vast.3. Druk op de startknop (43). De motor start.Motorstop:• Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd. Bij een warme start is het niet no-dig de primer (33) in te drukken. Als de primer te vaak wordt inge-drukt, komt er teveel benzine in de carburator en de motor kan dan moeilijk worden gestart
67NLMessenstopsysteem:• Controleer regelmatig het messensto-psysteem: Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd. Het mes moet binnen 7 seconden stoppen. Maaien1. Start de motor (zie / ). 2. Houd de grijpstang (1) en de veilig-heidsbeugel (2) tijdens het maaien vast met beide handen. 3. WielaandrijvingAan: trek de aandrijfbeugel (26) in de richting van de hoofdligger van de handgreep, de maaier beweegt voorwaarts. Uit: laat de aandrijfbeugel (26) los. Het apparaat blijft stilstaanWerkinstructiesAlgemene werkinstructies• Maai zo droog mogelijk gras om de grasnerf te ontzien. • Stel de snoeihoogte zodanig in, dat het apparaat niet overbelast wordt. • Breng het apparaat stapvoets in zo recht mogelijke stroken. Om compleet te maaien, moeten de banen elkaar altijd enkele centimeters overlappen. • Beweeg niet achterwaarts.
• Werk op hellingen altijd dwars op de helling. • Indien de messen met een vreemd voorwerp in aanraking komen, zet u de motor onmiddellijk uit. Wacht de stilstand van het mes af en controleer het apparaat op beschadigingen. Her-vat het werk uitsluitend bij een onbe-schadigd apparaat. • Schakel bij langere werkonderbrekingen en voor het transport het apparaat uit en wacht de stilstand van het mes af. • Reinig het apparaat telkens na gebruik zoals in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“ beschreven. Snoeihoogte instellenHet apparaat bezit 6 posities voor de in-stelling van de snoeihoogte (25-75 mm):1. Trek de hefboom (18) naar buiten en verschuif deze tot in de gewenste po-sitie (34). 2. Duw de hefboom (18) weer naar binnen. De correcte snoeihoogte bedraagt bij een siergazon ongeveer 30 - 45 mm, bij een nuttig gazon ongeveer 40 - 65 mm.
Reiniging en onderhoud Laat reparatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze handleiding beschreven zijn, op een service-werkplaats doorvoeren. Maak uitsluitend gebruik van originele onderdelen. Er bestaat gevaar voor ongevallen. Voer onderhouds- en reinigings-werkzaamheden in principe bij een uitgeschakelde motor en een afgetrokken bougiedop door. Er bestaat gevaar voor verwondingen. Laat het apparaat vóór alle on-derhouds- en reinigingswerk-zaamheden afkoelen.
68NLElementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor brandwonden. Draag bij de omgang met het mes handschoenen. Reiniging en algemene onder-houdswerkzaamhedenVoor reinigings- en onderhoudswerken aan de onderkant van het apparaat kan-telt u het apparaat naar achteren, zodat de bougie naar boven steekt. Zorg ervoor dat een tweede persoon het apparaat vasthoudt, omdat het risico be-staat dat het terug kantelt. Kantel het apparaat niet opzij of voorwaarts. Bedrijfsvloeisto?enkunnen uitlopen en de motor kan beschadigd worden. • Houd het apparaat steeds netjes. Ge-bruik om te reinigen een borstel of een doek, maar geen bijtende reinigings- of oplosmiddelen. Gebruik om te reinigen van de motor geenwater,hetzoudebrandston-stallatie kunnen verontreinigen. • De blade-behuizing schoon te maken kan op de top van huisvesting ( 15) een worden verbonden met slang (zieg. 35).
• Verwijder na het maaien vastklevende plantenresten met een stuk hout of plastic. Reinig in het bijzonder de ven-tilatieopeningen ( 10),de uitwerp-opening en het bereik van de messen (zie ook „Mes reinigen“). Gebruik geen harde of puntige voor-werpen, u zou het apparaat kunnen beschadigen. • Smeer de wielen van tijd tot tijd met olie in. • Controleer de grasmaaier telkens vóór gebruik op zichtbare gebreken zoals losse, versleten of beschadigde on-derdelen. Ga de vaste zitting van alle moeren, bouten en schroeven na. • Controleer afdekkingen en bescher-mingsinrichtingen ( 2, 11, 13, 21) op beschadigingen en correcte zitting. Wissel deze eventueel uit. Luchtlter uitwisselen Bedien het apparaat nooit zonder luchtlter. Stofenvuilgerakenanders in de motor en leiden tot beschadigingen aan de machine1. Trek de bougiestekker ( 11) eraf (zie „Bougie onderhouden“). 2.
Reinigdeluchtlter(9)ineensopjeenlaat hem drogen. Kneed enkele drup-pelsversemotorolieindeluchtlter. 4. Vervangeendefecteluchtlterdooreennieuweluchtlter(zie„Vervang-stukken/accessoires“). 5. Voordemontagezetudeluchtl-ter(9)indeluchtlterbox(8)ensluitdie opnieuw. Bougie wisselen / instellen Versleten bougies of een te grote ontstekingsafstand leiden tot een vermindering van het vermogen van de motor. 1. Trek de bougiedop (11) af door gelijk-tijdig aan de bougie (12) te trekken en te draaien.
69NL2. Schroef de bougie (12) te gen de rich-ting van de wijzers van de klok in uit. 3. Kijk de ontstekingsafstand met behulp van een (in de gespecialiseerde han-del verkrijgbaar) voelkaliber na. De ontstekingsafstand moet 0,5-0,6 mm bedragen. 4. Stel de afstand eventueel in doordat u de aardelektrode van de bougie voor-zichtig buigt. 5. Reinig de bougie met een draadborstel. 6. Breng de gereinigde en ingestelde bougie aan of vervang een bescha-digde bougie door een nieuwe (aan-bevolen aanzetmoment 20 Nm, met draaimomentsleutel vastgesteld) (zie „Reserveonderdelen“). Motorolie verversen Vervang de motorolie als de ben-zinetank leeg is en de motor warm heeft. • Ververs de motorolie voor de eerste keer na ongeveer 5 be-drijfsuren, daarna telkens na 50 bedrijfsuren of jaarlijks. • Voer de oude olie op milieu-vriendelijke wijze af (zie „Af-valverwijdering/milieubescher-ming“). 1.
Trek de bougiestekker af ( 11) ab (zie „Bougie wisselen / instellen“). 2. Open de dop van de olietank ( 17) en pomp de motorolie af met een olie-pomp. 3. Giet motorolie bij (zie „Ingebruikne-ming“). Bowdenkabel instellenAls de bowdenkabels zich verplaatsen en te veel speling hebben, kunt u ze bijrege-len. 1. Draai de kleine borgmoer (36) losser. 2. - Draai de instelmoer (37) tegen de richting van de wijzers van de klok in: Bowdenkabel wordt korter. - Draai de instelmoer (37) in de rich-ting van de wijzers van de klok: Bowdenkabel wordt langer. Mes slijpen/uitwisselen Laat het mes uitsluitend door een gespecialiseerde werkplaats mon-teren en demonteren. Draag handschoenen als u het mes hanteert. • Trek de bougiestekker ( 11) af en controleer het mes op slijtage en be-schadigingen.
• Laat een stop mes altijd op een ser-vicewerkplaats bijslijpen omdat men daar een controle van de onbalans kan doorvoeren. • Laat een beschadigd mes of een mes met onbalans altijd op een service-werkplaats uitwisselen. Een verkeerde montage kan lei-den tot ernstige verwondingen.
70NLOnderhoudsintervallenVoer de in de tabel vermelde onderhoudswerkzaamheden regelmatig door. Door een regelmatig onderhoud wordt de levensduur van het apparaat verlengd. U komt boven-dien tot optimale snoeiprestaties en vermijdt ongevallen. Onderhouds-werkzaamheden(zie „Reiniging en onderhoud“)Vóór naNa eerste 5 urenNa 8 urenNa 50 urenJaar-lijks het werkSchroeven, moeren, bouten nakijken en aandraaienMotoroliepeil/benzinestand controleren en, zo nodig, mo-torolie/benzine bijvullen Bedieningselementen/bereik en geluiddempers reinigen Vingerbescherming reinigenMotorolie verversen LuchtlteruitwisselenaBougie reinigen/instellen/ uitwisselen Mes reinigen/slijpen/ uitwisselen Geluiddempers en vonken-vangers nakijken Luchtkoelingssysteem reinigenaa bij aanzienlijke stofproductie of sterke vervuiling vaker reinigen
71NLOpslagAlgemene opslaginstructies Bewaar het apparaat niet met een gevulde vangmand. Bij heet weer begint het gras onder in-vloed van warmte te broeien. Er bestaat brandgevaar. • Reinig en onderhoud het apparaat vóór de opslag. • Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet. • Gebruik voor de bewaring van de brandstof geschikte en toegestane re-servoirs. • Bewaar het apparaat op een droge en tegen stof beschermde plaats en dit buiten het bereik van kinderen. • Omhulhetapparaatnietmetnylon-zakken omdat vochtigheid en schim-mel tot ontwikkeling zouden kunnen komen. Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen Veronachtzaming van de opslagin-structies kan door brandstofresten in de carburateur tot startproble-men of permanente beschadigin-gen leiden. • Ledig de benzinetank op een goed ge-ventileerde plaats.
• Ledig de carburateur: Start daarvoor de motor en laat hem draaien totdat de motor stopt. Laat de motor afkoelen. • Ververs de olie (zie „Motorolie verver-sen“). • Conserveer de motor:- Draai de bougie uit ( 12) (zie „Reiniging en onderhoud” (Bougie wisselen / instellen);- Giet een eetlepel motorolie door de bougieopening in de motorruimte;- Trek meermaals langzaam aan de starterkabel ( 25) bij een afge-trokken veiligheidsbeugel ( 2) en dit om de olie in het binnenste gedeelte van de motor te verdelen. - Schroef de bougie ( 12) weer vast. • Voer oude olie en benzineresten op milieuvriendelijke wijze af (zie „Afval-verwijdering/milieubescherming“). Afvalverwijdering/milieubescherming• Breng het apparaat, de toebehoren en deverpakkingnaareengeschiktrecy-clagepunt. - Ledig de benzine- en olietank zorg-vuldig en geef uw apparaat in een recyclingparkaf.
- Oude olie en benzineresten in een recyclingparkafgevenennietinderiolering of in de afvoer gieten. - Vraag ons servicecenter om advies. • De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gra-tis door. • Werp gesnoeid gras niet in de vuilnis-bak, maar onderwerp het aan com-postering of verdeel het als mulchlaag onder struiken en bomen.
72NLVervangstukken/AccessoiresReserveonderdelen en accessoires verkrijgt u op www. grizzly-service. euBij andere vragen neemt u contact op met het “Service-Center” (zie „Service-Center“). Garantie• De garantieperiode voor dit apparaat bedraagt 2 jaar vanaf aankoopdatum en geldt uitsluitend voor de eerste ko-per. Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie. • Van de garantie uitgesloten zijn:- Schade, die aan natuurlijke slijtage, overbelasting of onoordeelkundige bediening te wijten is. - Apparaten, die voor een commerci-ele toepassing gebruikt worden. - Beschadigingen, die ten gevolge van veronachtzaming van de bedie-ningshandleiding ontstaan zijn of als de reinigingsintervallen niet nage-leefd werden. - Apparaten, waarbij reeds techni-sche ingrepen doorgevoerd werden.
• Ook buiten de garantie valt motor-schade die zijn ontstaan door ver-keerde brandstof of een verkeerde mengverhouding en iedere schade aan de machine die te wijten zijn aan onvoldoende smering. • Volgende onderdelen zijn aan normale slijtage onderhevig en vallen daarom niet onder de garantie: snoei-inrich-ting,bougies,luchtlter,brandsto?lter,startkabel, grasbak. • Gelieve geen apparaten zonder voor-afgaande telefonische coördinatie naar onze servicewerkplaatsen te zen-den. In het andere geval kunnen u ten gevolge van weigering van acceptatie kosten ten deel vallen. • Opgelet: Stuur ons in geen geval een defecte machine met een volle brand-stof- of olietank toe. Maak de tanks in ieder geval leeg. Alle materiële schade die hier het gevolg van is (uitlopende olie/benzine als het apparaat op zijn kant of op de kop wordt gelegd) c. q.
• De reparatie of de uitwisseling van het apparaat leidt noch tot een ver-lenging van de garantieperiode, noch wordt door deze voor het apparaat te leveren prestatie of voor eventueel ingebouwde onderdelen een nieuwe garantieperiode ingeleid. Dit geldt ook bij gebruikmaking van een service ter plaatse. • De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gra-tis door.
73NLFoutopsporingProbleem Mogelijke oorzaak Oplossing van de foutMotor start nietTe weinig benzine in de tank Benzine ingietenVerkeerde startvolgordeAanwijzingen om de motor te starten in acht nemen (zie „Bediening“)Bougiedop ( 11) niet correct opgestoken Vol roet gekomen bougie ( 12)Bougiedop opsteken Bougie reinigen, instellen of vervan-gen (zie „Reiniging en onderhoud“)Foutief ingesteld carburateur-mengselCarburateur op een servicewerk-plaats laten instellenAccu ( 41) van de elektri-sche starter leegMotor met de hand starten (zie „Be-diening “)Bowdenkabels ( 5) niet exact ingesteldBowdenkabel instellen (zie “Bowden-kabel instellen”) of door een profes-sionele werkplaats laten instellenMotor stopt al bij gering meegeven van de veiligheids-beugel (2)Bowdenkabels ( 5) niet exact ingesteldBowdenkabel instellen (zie “Bowden-kabel instellen”) of door een profes-sionele werkplaats laten instellenMotor start, maar apparaat draait niet met maximale capaciteitVervuildeluchtlter ( 9)Luchtltervervangen(zie„Reinigingen onderhoud“)Foutief ingesteld carburateur-mengselCarburateur op een servicewerk-plaats laten instellenMotor hapert, loopt vastFoutief ingesteld carburateur-mengselCarburateur op een servicewerk-plaats laten instellenVol roet gekomen bougie ( 12) Bougies reinigen, instellen of vervan-gen (zie „Reiniging en onderhoud“)Motor wordt over-verhitVentilatiesleuven verstopt Ventilatiesleuven reinigenVerkeerde bougie ( 12)Bougie wisselenTe weinig motorolie in de motorMotorolie ingieten (zie „Ingebruik-name“)Aandrijving scha-kelt niet inBowdenkabels ( 5) versteldBowdenkabels instellen of door een servicewerkplaats laten instellenResultaat van het werk niet bevre-digend of motor werkt moeilijkGras te kort of te hoogSnoeihoogte wijzigen (zie „Snoeihoogte instellen“)Mes stompMes op servicewerkplaats laten scherpen of uitwisselenMes door gras geblokkeerd, grasvangmand vol, uitwerpkanaal verstoptGras verwijderen (zie „Reiniging en onderhoud“)Mes roteert nietMes door gras geblokkeerd Gras verwijderenMes niet correct gemonteerdMes op servicewerkplaats laten mon-terenAbnormale gelui-den, gerammel of trillingenMes niet correct gemonteerdMes op servicewerkplaats laten mon-terenMes beschadigd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Grizzly BRM4615-22A E-Start stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Grizzly
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier