Graco Ultra 450 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Graco Ultra 450 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Graco Ultra 450 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Graco |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Ultra 450 |
Handleiding Graco Ultra 450 – volledige tekst
X020252NLRev. BBediening, onderdelenElektrische airless spuittoestellenVoor draagbare airless spuittoepassingen van bouwkundige verven en coatings. Alleen voor professioneel gebruik. Niet goedgekeurd voor gebruik in omgevingen met explosiegevaar, op gevaarlijke locaties en op als gevaarlijk geclassificeerde locaties.Modellen 395, 450:Maximale werkdruk: 22,8 MPa (228 bar, 3300 psi)Zie pagina 4 voor aanvullende modelinformatie.Belangrijke veiligheidsinstructiesLees alle waarschuwingen en instructies in deze handleiding en bijbehorende handleidingen voordat u de apparatuur gebruikt. Zorg dat u vertrouwd bent met de bediening en het juiste gebruik van de apparatuur. Bewaar deze instructies.Belangrijke medische informatieLees de medische waarschuwingskaart die bij het spuittoestel wordt geleverd. Hierop staat informatie voor artsen over de behandeling van verwondingen door vloeistofinjectie.
Het is belangrijk dat u de tabel hieronder leest en de betekenis kent van elk symbool.Symbool BetekenisGevaar van elektrische schokkenVerstrikkingsgevaarGevaar van verkeerd gebruik van de apparatuurBrand- en explosiegevaarGevaren van bewegende onderdelenGevaar van injectie door de huidGevaar van injectie door de huidSpatgevaarGevaar van giftige vloeistoffen en dampenSymbool BetekenisPlaats geen handen of andere lichaamsdelen bij de vloeistofuitlaatHoud uw hand niet voor de spuittipProbeer nooit om lekkage te stoppen of af te buigen met uw handen, uw lichaam, handschoenen of een doekElimineer ontstekingsbronnenVoer de drukontlastings-procedure uitAard de apparatuurLees de handleidingVoldoende ventilatie in werkgebiedDraag persoonlijke beschermingsmiddelenWaarschuwingssymbool veiligheidDit symbool geeft het volgende aan: Opgelet! Wees alert!
Algemene waarschuwingen 6 X020252NLAlgemene waarschuwingenDe volgende waarschuwingen zijn van toepassing in deze handleiding. Lees, begrijp en volg de waarschuwingen voordat u deze apparatuur gebruikt. Wanneer u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dit leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWINGAARDINGDit product moet worden geaard. Bij elektrische kortsluiting vermindert aarding het risico op een elektrische schok, doordat de elektrische stroom via de aarding kan ontsnappen. Dit product is uitgerust met een kabel voorzien van een aardingsdraad en een geschikte aardingsstekker. De stekker moet worden aangesloten op een goed geïnstalleerd en geaard stopcontact, conform alle ter plaatselijke geldende regels en voorschriften. • Wanneer de aardingsstekker niet goed wordt geïnstalleerd, bestaat het risico van elektrische schokken.
• Dit product is bedoeld voor gebruik in een circuit van 110 V, 120 V of 230 V nominaal en heeft een aardingsstekker gelijkaardig met de stekkers weergegeven in de onderstaande afbeelding. • Sluit het product alleen aan op een stopcontact dat dezelfde configuratie heeft als de stekker. • Pas de meegeleverde stekker niet aan. Als deze niet in het stopcontact past, laat een gediplomeerde elektricien dan het juiste stopcontact installeren. • Gebruik geen 3-naar-2-adapter in combinatie met dit product. • Als het snoer of de stekker moet worden gerepareerd of vervangen, mag de aarddraad niet worden aangesloten op een van de klemmen. • De draad met de isolatiemantel die van buiten groen met of zonder gele strepen is, is de aardingsdraad.
• Neem contact op met een gediplomeerde elektricien of servicemonteur als u de aardingsinstructies niet volledig begrijpt of als u twijfelt of het product naar behoren is geaard. Verlengsnoeren:• Gebruik alleen een 3-aderig verlengsnoer met een geaarde stekker en een contrastekker waarin de stekker van het product past. • Controleer of het verlengsnoer niet beschadigd is.
Algemene waarschuwingenX020252NL 7WAARSCHUWINGBRAND- EN EXPLOSIEGEVAAROntvlambare dampen in het werkgebied, zoals die van oplosmiddelen en verf, kunnen ontbranden of exploderen. Ter voorkoming van brand en explosies:• Spuit nooit ontvlambare of brandbare materialen in de buurt van open vuur of ontstekingsbronnen zoals sigaretten, motoren en elektrische apparatuur. • Verf of oplosmiddel dat door het apparaat stroomt, kan statische elektriciteit veroorzaken. Statische elektriciteit brengt het risico op ontbranding of explosies met zich mee in de nabijheid van dampen van verf of oplosmiddelen. Alle onderdelen van het spuitsysteem, inclusief de pomp, de slangconstructie, het spuitpistool en voorwerpen in en rondom het spuitgebied moeten naar behoren worden geaard ter bescherming tegen statische ontlading en vonken. Gebruik geleidende of geaarde airless hogedruk-verfspuitslangen van Graco.
• Controleer of alle vaten en opvangsystemen geaard zijn om statische ontlading te voorkomen. Gebruik geen gevoerde emmers, tenzij ze antistatisch of geleidend zijn. • Sluit aan op een geaard stopcontact en gebruik geaarde verlengsnoeren. Gebruik geen 3-naar-2-pins-adapter. • Gebruik geen verf of oplosmiddel met halogeenkoolwaterstoffen. • Spuit geen ontvlambare of brandbare vloeistoffen in een besloten ruimte. • Houd de spuitomgeving goed geventileerd. Zorg ervoor dat er voldoende frisse lucht door de ruimte stroomt. • Het spuitapparaat genereert vonken. Bewaar de pompconstructie in een goed geventileerde ruimte op minimaal 6,1 m (20 ft. ) van het spuitgebied wanneer u spuit, spoelt, reinigt of onderhoud pleegt. Spuit niet op de pompconstructie. • Rook niet in het spuitgebied en spuit niet in een omgeving waar vonken of vuur aanwezig zijn.
• Haal geen stekkers van voedingskabel s uit stopcontacten, steek geen stekkers van voedingskabels in stopcontacten als er ontvlambare dampen aanwezig zijn. • Stop onmiddellijk met werken als u statische vonken ziet of een schok voelt. Gebruik het systeem pas weer als u de oorzaak van het probleem kent en het probleem is verholpen. • Houd de ruimte vrij van containers met verf of oplosmiddel, lappen en andere brandbare materialen. • Zorg dat u weet uit welke bestanddelen de verf en de oplosmiddelen die u gebruikt, bestaan. Lees alle veiligheidsinformatiebladen (VIB) en labels op de verpakkingen van de verf en oplosmiddelen. Volg de veiligheidsinstructies van de fabrikant van de verf en van de oplosmiddelen. • Zorg dat er altijd een werkend brandblusapparaat in het werkgebied aanwezig is. GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOKKENDeze apparatuur moet worden geaard.
Slechte aarding, onjuiste installatie of onjuist gebruik van het systeem kan elektrische schokken veroorzaken. • Zet het apparaat uit en haal de voedingskabel uit het stopcontact voordat u onderhoud aan de apparatuur uitvoert. • Alleen aansluiten op een geaard stopcontact. • Gebruik alleen 3-aderige verlengsnoeren. • Zorg ervoor dat de aardingspennen op de voedingskabel en de verlengsnoeren intact zijn. • Stel niet bloot aan regen. Bewaar binnenshuis. • Gebruik uitsluitend een bevoegd onderhoudscentrum om een beschadigde voedingskabel te vervangen.
Algemene waarschuwingen 8 X020252NLGEVAAR VOOR INJECTIE DOOR DE HUIDSpuiten onder hoge druk kan giftige stoffen in het lichaam spuiten en ernstige verwondingen veroorzaken. Laat u onmiddellijk behandelen door een medisch specialist bij injectie door de huid. • Richt het pistool niet op mensen of dieren en spuit niet op mensen of dieren. • Houd uw handen en andere lichaamsdelen uit de buurt van de plaats waar het materiaal uit het apparaat komt. Probeer bijvoorbeeld niet om gelekte verf met lichaamsdelen te stoppen. • Gebruik altijd de tiphouder van de spuit. Spuit nooit zonder dat de tiphouder op zijn plaats is aangebracht. • Gebruik Graco-spuittips. • Ga uiterst voorzichtig te werk bij reiniging of vervanging van een spuittip.
Als de spuittip verstopt raakt tijdens het spuiten, volgt u de Drukontlastingsprocedure, pagina 15 om het toestel uit te schakelen en de druk te ontlasten alvorens u de tip van de spuitmond verwijdert om hem te reinigen. • De apparatuur blijft onder druk staan nadat de spanning is uitgeschakeld. Laat de apparatuur nooit in werking of onder druk staan als er geen toezicht is. Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 15 als de apparatuur niet onder toezicht staat of niet wordt gebruikt, en vóór een servicebeurt, vóór reiniging en vóór het verwijderen van onderdelen. • Controleer de slangen en onderdelen op tekenen van schade. Vervang alle beschadigde slangen of onderdelen. • Dit systeem kan 3300 psi (228 bar, 22,8 MPa) produceren. Gebruik reserveonderdelen of toebehoren van Graco met een vermogen van minimaal 3300 psi (228 bar, 22,8 MPa).
• Vergrendel de veiligheidspal altijd wanneer u niet bezig bent met spuiten. Controleer of de veiligheidspal goed werkt. • Controleer of alle aansluitingen stevig vastzitten voordat u het apparaat gebruikt. • Zorg ervoor dat u weet hoe u het toestel snel kunt stopzetten en de druk kunt ontlasten. Zorg ervoor dat u grondig vertrouwd bent met de bediening van het apparaat.
GEVAAR BIJ VERKEERD GEBRUIK VAN DE APPARATUURVerkeerd gebruik kan ernstig letsel of de dood veroorzaken. • Draag altijd geschikte handschoenen, oogbescherming en een masker of ademhalingsapparatuur tijdens het verven. • U dient het apparaat niet te gebruiken, noch te spuiten in de nabijheid van kinderen. Houd kinderen altijd uit de buurt van het apparaat. • Reik niet te ver en ga niet op een onstabiele ondergrond staan. Zorg ervoor dat u altijd stevig en in evenwicht staat. • Blijf alert en let op wat u doet. • Bedien het systeem niet als u moe, of onder invloed van alcohol of geneesmiddelen bent. • Zorg dat er geen kink in de slang komt en buig deze niet te ver door. • Stel de slang niet bloot aan temperaturen of drukwaarden die boven de Graco-specificaties liggen. • Gebruik de slang niet om aan de apparatuur te trekken of deze op te tillen.
• Spuit niet met een slang die korter is dan 7,6 meter (25 ft). • Breng geen veranderingen of wijzigingen in de apparatuur aan. Door veranderingen of aanpassingen kunnen goedkeuringen van instanties ongeldig worden en kan de veiligheid in gevaar komen. • Zorg dat alle apparatuur gekeurd en goedgekeurd is voor de omgeving waarin u deze gebruikt. WAARSCHUWING.
Algemene waarschuwingenX020252NL 9GEVAAR VAN ALUMINIUM ONDERDELEN ONDER DRUKHet gebruik van vloeistoffen die niet compatibel zijn met aluminium in apparatuur die onder druk staat, kan leiden tot ernstige chemische reacties en kan ervoor zorgen dat de apparatuur defect gaat. Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot overlijden, ernstig letsel of materiële schade. • Gebruik geen 1,1,1-trichloorethaan, methyleenchloride, andere halogeenkoolwaterstof-oplosmiddelen of vloeistoffen die dergelijke oplosmiddelen bevatten. • Gebruik geen chloorbleekmiddel. • Veel andere vloeistoffen kunnen stoffen bevatten die kunnen reageren met aluminium. Neem contact op met uw materiaalleverancier voor meer info over de compatibiliteit van de materialen. GEVAREN VAN BEWEGENDE DELENBewegende onderdelen kunnen vingers en andere lichaamsdelen afknellen of amputeren, of snijwonden veroorzaken.
• Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. • Bedien de apparatuur niet als de beschermwanden of -kappen zijn verwijderd. • De apparatuur kan zonder waarschuwing starten. Voordat u de apparatuur controleert, verplaatst of er onderhoud aan uitvoert, moet u eerst de Drukontlastingsprocedure uitvoeren en alle voedingsbronnen loskoppelen. GEVAAR VAN GIFTIGE VLOEISTOFFEN OF DAMPENGiftige materialen of dampen kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken als deze in de ogen of op de huid spatten, of worden ingeademd of ingeslikt. • Lees de veiligheidsinformatiebladen (SDS of VIB) zodat u de specifieke gevaren van de gebruikte vloeistoffen kent. • Bewaar gevaarlijke vloeistof in goedgekeurde houders en voer ze af conform alle geldende richtlijnen.
AardingX020252NL 13AardingDit spuittoestel is voorzien van een voedingskabel met aarddraad en een geaarde stekker.De stekker moet worden aangesloten op een goed geïnstalleerd stopcontact met randaarde, conform alle ter plaatselijke geldende regels en voorschriften.Pas de meegeleverde stekker niet aan. Als deze niet in het stopcontact past, laat een gediplomeerde elektricien dan het juiste stopcontact installeren.VerlengsnoerenGebruik een verlengsnoer met een onbeschadigd aardingscontact. Als een verlengkabel nodig is, gebruik dan een drieaderige kabel met een draaddikte van minimaal 2,5 mm2 (12 AWG).OPMERKING: Door een kleinere maat of langere verlengkabels kunnen de prestaties van het spuittoestel afnemen. EmmersVoor materialen op basis van oplosmiddel en op oliebasis: conform de ter plekke geldende voorschriften.
Gebruik alleen geleidende metalen emmers, geplaatst op een geaard oppervlak, zoals beton.Plaats de emmer niet op een niet-geleidende ondergrond, zoals papier of karton, aangezien dan de aardingscontinuïteit wordt onderbroken.De apparatuur moet worden geaard om het risico op statische vonken en elektrische schokken te beperken. Een elektrische of statische vonk kunnen tot gevolg hebben dat dampen ontbranden of ontploffen. Een onjuiste aarding kan elektrische schokken veroorzaken. Een goede aarding biedt de elektrische stroom een ontsnappingsdraad.
Aarding 14 X020252NLEen metalen emmer altijd aarden: sluit een aarddraad aan op de emmer. Klem één uiteinde aan de emmer en het andere uiteinde aan een aardingspunt, zoals een metalen waterleiding.Voor een goede doorlopende aarding bij het spoelen of wanneer de druk wordt ontlast: houd een metalen deel van het spuitpistool stevig tegen de zijkant van de geaarde metalen emmer. Knijp dan de trekker van het pistool in.
DrukontlastingsprocedureX020252NL 15DrukontlastingsprocedureVoer altijd de drukontlastings-procedure uit als u dit symbool ziet.1. Zet de trekker op de veiligheidspal.2. Zet de aan/uit-schakelaar in de stand UIT. Wacht 60 seconden totdat de stroom volledig is afgevloeid.3. Draai de drukregelknop in de laagste stand.4. Plaats de afvoerbuis in een emmer. Zet het vulventiel omlaag in de voorvulstand. Laat het vulventiel in de stand omlaag (voorvullen) totdat u klaar bent om weer te spuiten.Het systeem blijft onder druk staan totdat deze handmatig wordt ontlast. Voorkom ernstig letsel door vloeistof onder druk, zoals injectie door de huid, opspattende vloeistof en bewegende onderdelen, door de drukontlastingsprocedure altijd uit te voeren als u stopt met spuiten en vóór reiniging, inspectie of onderhoud aan de apparatuur.
Drukontlastingsprocedure 16 X020252NL5. Druk een metalen deel van het pistool stevig tegen een geaarde metalen emmer. Maak de veiligheidspal van het pistool los en druk de trekker van het pistool in om de druk te ontlasten.6. Zet de trekker op de veiligheidspal.7. Als u vermoedt dat de spuittip of de slang verstopt is of dat de druk niet helemaal is ontlast:a. Maak met een sleutel HEEL LANGZAAM de borgmoer van de tiphouder of de koppeling aan het uiteinde van de slang los om de druk stapsgewijs te ontlasten.b. Maak de moer of de koppeling volledig los met een sleutel.c. Verwijder de verstopping uit de slang of de spuittip.VeiligheidspalActiveer altijd de veiligheidspal nadat u klaar bent met spuiten, om te voorkomen dat u het pistool per ongeluk activeert (met de hand, of door vallen of stoten).
Voorkom letsel wanneer het pistool niet wordt gebruikt door de trekker altijd op de veiligheidspal te zetten als het spuittoestel wordt uitgeschakeld of als er geen toezicht is.
InstallatieX020252NL 17InstallatieWanneer u het spuittoestel voor de eerste keer of na een langdurige opslagperiode uitpakt, dient u de installatieprocedure uit te voeren. Wanneer u het apparaat voor de eerste keer installeert, verwijdert u de transportplug uit de vloeistofuitlaat. Het spuittoestel is uitgerust met Pump Armor™ in het systeem.1. Sluit de airless Graco-slang aan op de vloeistofuitlaat. Gebruik twee moersleutels om het geheel stevig aan te draaien.2. Sluit het andere uiteinde van de slang aan op het pistool.3. Gebruik twee moersleutels om het geheel stevig aan te draaien.4. Zet de trekker op de veiligheidspal.5. Verwijder de tiphouder.6. Controleer het inlaatfilter na langdurige opslag op verstopping en vuil.
Installatie 18 X020252NL7. Vul de moer van de halspakking met Throat Seal Liquid™ (TSL) om te voorkomen dat de pakking voortijdig tekenen van slijtage vertoont. Doe dit dagelijks of telkens als u spuit. a. Plaats het mondstuk van het TSL-flesje in de bovenste middenopening in het rooster aan de voorzijde van het spuittoestel.b. Knijp in het flesje en doseer voldoende TSL om de ruimte tussen de pompstang en de pakkingmoerafdichting te vullen.8. Zorg ervoor dat de AAN/UIT-schakelaar in de stand UIT en de drukregelknop in de laagste stand staat.9. Steek de stekker van de voedingskabel in een goed geaard stopcontact.10. Zet het vulventiel omlaag in de voorvulstand.ti24651a
InstallatieX020252NL 1911. Plaats de vloeistofinlaat met de afvoerbuis in een geaarde metalen emmer die deels is gevuld met spoelvloeistof. Zie Aarding, pagina 13.OPMERKING: Controleer of de spoelvloeistof compatibel is met het materiaal dat wordt gespoten. Mogelijk is een tweede spoeling met compatibele vloeistof nodig. Water voor muurverf of terpentine voor verf op oliebasis.12. Zet de drukregelknop in de laagste stand.13. Draai de AAN/UIT-schakelaar in de stand AAN.14. Verhoog de druk met een halve slag om de motor te starten. Laat de vloeistof een minuut lang door de voorvulslang stromen.
Installatie 20 X020252NL15. Druk een metalen deel van het pistool stevig tegen een geaarde metalen emmer. Ontgrendel de veiligheidspal en activeer het pistool.16. Houd de pistooltrekker ingedrukt en draai het vulventiel horizontaal naar de spuitstand. Spoel door totdat het schoon is.17. Laat vervolgens de trekker los en zet hem op de veiligheidspal.18. Zet de AAN/uit-schakelaar in de stand UIT.19. Als de eerste spoelvloeistof niet compatibel is met de verf die wordt gespoten, dan moet er een tweede keer worden gespoeld. Herhaal stappen 11 - 18.20. Het spuittoestel is nu klaar voor opstarten en spuiten.
Opstarten 22 X020252NL6. Verhoog de druk met een halve slag om de motor te starten. Laat de verf door het spuittoestel circuleren totdat de verf uit de afvoerbuis stroomt.7. Haal de trekker van de veiligheidspal.8. Houd het pistool tegen de geaarde metalen afvalemmer. 9. Houd de trekker van het pistool ingedrukt en draai het vulventiel horizontaal naar de spuitstand. Houd het pistool minstens één minuut of 10 seconden nadat de verf eruitkomt geactiveerd.10. Laat vervolgens de trekker los en zet hem op de veiligheidspal. 11. Inspecteer de airless slang en de slangaansluitingen op lekkage. Voer bij lekkage de Drukontlastingspro-cedure, pagina 15 uit, draai vervolgens alle fittingen vast en herhaal de Opstart-procedure. Als er geen lekkage is, kunt u doorgaan met Bediening, pagina 23.Spuiten onder hoge druk kan giftige stoffen in het lichaam spuiten en ernstige verwondingen veroorzaken.
BedieningX020252NL 23BedieningInstallatie van de spuittip1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. Gebruik de spuittip (A) om de OneSeal™ (B) in te steken en de spuittip in de tipbeschermer (C) te bevestigen.3. Steek de spuittip erin.4. Schroef het geheel op het pistool. Vastdraaien.Plaats uw hand niet voor de spuittip bij het installeren of verwijderen van de spuittip en tiphouder om ernstige verwondingen als gevolg van injectie door de huid te voorkomen.
Bediening 24 X020252NLHet spuiten uitlijnen1. Ontlast de druk. Voer de Drukontlas-tingsprocedure, pagina 15. 2. Zet de trekker op de veiligheidspal. 3. Draai de borgmoer van de beschermer los.4. Lijn de beschermer horizontaal uit voor een horizontaal patroon, of verticaal voor een verticaal patroon.5. Draai de borgmoer van de tiphouder handvast als de gewenste instelling bereikt is.SpuitenBij gebruik van een omkeerbare RAC X™ LP-spuittip met lage druk kan de spuitdruk worden verlaagd. Spuiten bij een lagere druk levert minder overspray op en beperkt de slijtage van de spuittip. Pas de spuitdruk aan om overspray te minimaliseren.1. Spuit een testpatroon. Pas de druk aan om zware randen uit te sluiten.SLIERTEN - te weinig verf aan randenTipslijtageTe lage drukGoed spuitpatroon
BedieningX020252NL 252. Gebruik een kleiner formaat tip als de uitlopende randen niet verdwijnen door aanpassing van de druk.3. Houd het pistool loodrecht op 25-30 cm (10-12 inch) van het oppervlak. Spuit heen en weer; zorg voor een overlap van 50%. 4. Druk de trekker van het pistool na het bewegen in. Laat de trekker los voordat u stopt. Voor extra informatie over het spuiten raadpleegt u de aparte pistoolhandleiding.Verstoppingen in de spuittip verwijderen1. Laat de trekker los. Zet de trekker op de veiligheidspal. Draai de spuittip naar de stand voor ontstoppen. Haal de trekker van de veiligheidspal. Haal de trekker van het pistool boven het afvalgebied over om verstoppingen te verwijderen.2. Zet de trekker op de veiligheidspal. Draai de spuittip terug naar de spuitstand.
Ontgrendel de veiligheidspal en ga door met spuiten.OPMERKING: Als de spuittip nog steeds verstopt is, herhaalt u stap 1 en 2. Als de tip dan nog steeds verstopt is, moet u de spuittip wellicht vervangen.Voorkom letsel door nooit een pistool op uw hand of in een doek te richten!
Bediening 26 X020252NLReinigen1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. Verwijder de tiphouder en de spuittip. Zie de aparte pistoolhandleiding voor extra informatie.3. Haal de vloeistofinlaat en afvoerbuis uit de verf, veeg de overtollige verf aan de buitenkant weg. 4. Plaats de vloeistofinlaat in spoelvloeistof. Gebruik water voor verf op waterbasis en een geschikte vloeistof voor verf op oliebasis. Plaats de afvoerbuis in een afvoeremmer.5. Zet het vulventiel omlaag in de voorvulstand.6. Draai de drukregelknop naar de FastFlush™-instelling.OPMERKING: Wanneer FastFlush wordt geactiveerd, is er een duidelijke vertraging in de knop en knippert FLUSH op het display. Zie FastFlush™, pagina 32, voor meer informatie.
BedieningX020252NL 277. Haal de trekker van de veiligheidspal. Houd het pistool tegen een geaarde metalen opvangbak. Druk de trekker van het pistool continu in.8. Terwijl u de trekker van het pistool ingedrukt houdt, draait u het vulventiel naar de spuitstand. Houd de trekker van het pistool één minuut ingedrukt of totdat de spoelvloeistof helder is in de afvalemmer.9. Terwijl u het pistool activeert, brengt u de aanzuigslang omhoog boven de spoelvloeistof om de vloeistof uit de slang te spoelen. Houd de trekker ingedrukt totdat de vloeistof niet meer stroomt.10. Zet de trekker op de veiligheidspal.
Bediening 28 X020252NL11. Zet de drukregelknop naar de laagst mogelijke druk en zet de AAN/UIT-schakelaar in de stand UIT. Schakel de voedingsspanning naar het spuittoestel uit. Zet het vulventiel omlaag in de voorvulstand.12. Als u spoelt met water, spoel dan nogmaals met een geschikte vloeistof of Pump Armor™ voor een beschermende coating om bevriezing of corrosie te voorkomen.
BedieningX020252NL 2913. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.14. Verwijder het filter uit het pistool en het spuittoestel als het is aangebracht. Reinig en inspecteer het. Installeer een nieuw filter als er schade is. Zie de afzonderlijke handleiding van het pistool. 15. Veeg het spuittoestel, de slang en het pistool schoon met een doek die u in water of een geschikte vloeistof hebt gedoopt.
Bediening 30 X020252NLDigitale display450-modellen zijn uitgerust met een digitale display. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u deze functie kunt gebruiken.Hoofdmenu bedieningMet een korte druk op de displayknop gaat u naar het volgende scherm. Houd de displayknop tien seconden ingedrukt om eenheden te wijzigen of twee seconden om gegevens te resetten.1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. Steek de stekker van het spuittoestel in een geaard stopcontact. Draai de AAN/UIT-schakelaar in de stand AAN.3. De druk wordt getoond. Er worden streepjes weergegeven bij een druk van minder dan 200 psi (14 bar, 1,4 MPa).4. Druk kort op de displayknop om naar gallon voor deze taak (of liter x 10) te gaan.OPMERKING: “JOB” wordt kort weergegeven, daarna het aantal liters dat buiten FastFlush is gespoten.
BedieningX020252NL 315. Druk op de displayknop en houd hem ingedrukt om hem weer op nul in te stellen of druk kort op de knop om naar het verzameltotaal aan gallons (of liters x 10) te gaan.OPMERKING: “LIFE” wordt kort weergegeven, daarna het aantal liters dat buiten FastFlush is gespoten.6. Wanneer u de drukeenheid wilt wijzigen (MPa, bar of psi), drukt u op de displayknop en houdt u deze tien seconden ingedrukt totdat de gewenste eenheid verschijnt. De keuze voor bar of MPa wijzigt gallon in liter x 10.OPMERKING: Dit werkt ALLEEN als er druk wordt weergegeven. Drukeenheden worden rechts op het scherm weergegeven.7. Druk kort op de knop om naar Watchdog™ te gaan. Houd de displayknop ingedrukt om de Watchdog in te schakelen.OPMERKING: Er verschijnt een “W” op het drukscherm als Watchdog is ingeschakeld.
Bediening 32 X020252NLFastFlush™De 450-modellen zijn uitgerust met FastFlush, een reinigingssysteem met hoog debiet waarmee u uw spuittoestel snel en met slechts de helft van de reinigingsvloeistof reinigt. Voor het activeren van FastFlush draait u de drukregelknop maar de FastFlush-instelling. Wanneer FastFlush wordt geactiveerd, is er een duidelijke vertraging in de knop en knippert FLUSH op het display. OPMERKING: FastFlush is bedoeld voor het reinigen van de interne componenten van het spuittoestel en mag alleen worden gebruikt met spoelvloeistof, zoals water of terpentine. In de FastFlush-stand spuit het spuittoestel geen verf of andere materialen. Watchdog450-modellen zijn uitgerust met het Watchdog™-pompbeschermingssysteem dat de pomp automatisch uitschakelt als het materiaal opraakt of als de voorvuldruk wegvalt.
Als het materiaal in de verfemmer onder de aanzuigbuis zakt, zal het spuittoestel de voorvulling verliezen en niet langer afslaan wanneer het pistool wordt losgekoppeld. Watchdog detecteert dit en zal ervoor zorgen dat het spuittoestel stopt met draaien, zodat de pomp niet onnodig slijt. Op het display staat “EMPTY” (leeg) terwijl Watchdog het spuittoestel heeft gestopt. Om het spuittoestel opnieuw te starten, drukt u op de displayknop en vult u het spuittoestel aan om het spuiten te hervatten. OPMERKING: Watchdog werkt niet bij minder dan 1000 psi (69 bar, 6,9 MPa). OPMERKING: Het wordt aanbevolen om Watchdog uit te schakelen tijdens het reinigen van het spuittoestel. Er zijn drie Watchdog-gevoeligheidsniveaus die kunnen worden ingesteld in de weergave opgeslagen gegevens; zie, Weergave opgeslagen gegevens, pagina 33.
Laag: Dit is de minst gevoelige instelling en vereist dat het meeste materiaal wordt gespoten voordat Watchdog wordt geactiveerd. Gemiddeld: Dit is de middelste gevoeligheidsinstelling tussen hoog en laag. Hoog: Dit is de meest gevoelige instelling. Watchdog wordt snel geactiveerd.
BedieningX020252NL 33Weergave opgeslagen gegevens1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. Druk op de displayknop en draai de AAN/UIT-schakelaar in de stand AAN.OPMERKING: “SERIAL CODE” wordt kort weergegeven, gevolgd door het serienummer. 3. Druk kort op de displayknop om de motorgegevens te zien.OPMERKING: “MOTOR” wordt kort weergegeven, daarna wordt het totale aantal draaiuren van de motor weergegeven.4. Druk kort op de displayknop; de laatste foutcode wordt weergegeven: bijvoorbeeld E=03. Zie Elektrisch, pagina 41 voor informatie over probleemoplossing.
BedieningX020252NL 35KnopkalibratieOPMERKING: De knop moet worden gekalibreerd wanneer er een nieuwe drukregeling (potentiometer) wordt geïnstalleerd of de besturingskaart wordt vervangen.1. U kunt de knop kalibreren in het secundaire menu door de menuknop ingedrukt te houden terwijl u het spuittoestel inschakelt.2. Gebruik de displayknop om naar het scherm voor knopkalibratie te gaan.3. Stel de potentiometer in op de maximale sproeistand, net voor FastFlush.4. Houd de displayknop ingedrukt tot op het scherm PASS verschijnt.5. Draai de potentiometerknop terug in de stand UIT voordat u het spuittoestel opnieuw start en gebruikt.
Bediening 36 X020252NLOmzetterkalibratieOPMERKING: De omzetter moet worden gekalibreerd wanneer er een nieuwe omzetter wordt gemonteerd of de besturingskaart wordt vervangen.1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. U kunt de omzetter kalibreren in het secundaire menu door de displayknop ingedrukt te houden terwijl u het spuittoestel inschakelt.3. Gebruik de displayknop om naar het 0 (nul) kalibratiescherm te gaan. 4. Zorg ervoor dat het vulventiel in de vulpositie staat en dat er geen druk in het spuittoestel zit.5. Houd de displayknop ingedrukt tot op het scherm pass verschijnt.
OnderhoudX020252NL 37OnderhoudRoutineonderhoud is belangrijk om de goede werking van uw spuittoestel te waarborgen. Het onderhoud bestaat onder andere uit routinematige handelingen die uw spuittoestel in goede conditie houden en problemen in de toekomst voorkomen.Activiteit IntervalInspecteer/reinig het filter van het spuittoestel, het vloeistofinlaatfilter en het pistoolfilter.Dagelijks of telkens wanneer u spuitInspecteer de openingen van de motorafscherming op verstopping.Dagelijks of telkens wanneer u spuitVul de TSL bij door toevoeging via het TSL-vulpunt.Dagelijks of telkens wanneer u spuitControleer of het spuittoestel afslaat. Wanneer de trekker van het pistool NIET wordt ingedrukt, moet de motor van het spuittoestel afslaan en niet opnieuw starten totdat de trekker weer wordt ingedrukt.
Als het spuittoestel weer start ZONDER dat het pistool wordt bediend, dient u de pomp te inspecteren op inwendige/uitwendige lekkage en het vulventiel te controleren op lekkage.Elke 3785 liter (1000 gallon)Halspakking afstellen.Als de pomppakkingen na langdurig gebruik beginnen te lekken, draai dan de pakkingmoer omlaag tot het lekken ophoudt of vermindert. Zo kunt u weer ongeveer 380 liter (100 gallon) verpompen voordat er nieuwe pakkingen in moeten. De pakkingmoer kan worden vastgedraaid zonder dat de O-ring hoeft te worden verwijderd.Waar nodig, afhankelijk van gebruik
Recyclen en afdanken 38 X020252NLRecyclen en afdankenEind van de levensduurAan het einde van de levensduur van het apparaat moet het op een verantwoorde wijze worden gedemonteerd en hergebruikt. • Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15 uit.• Voer vloeistoffen af volgende de geldende regels en voorschriften. Zie het veiligheidsinformatieblad (MSDS) van de fabrikant van het materiaal.• Verwijder motoren, batterijen, printplaten, lcd-displays (liquid crystal displays) en andere elektronische componenten. Recycle volgens de geldende voorschriften. • Elektronische componenten mogen niet bij het gewone huisvuil of industrieel afval. • Lever het resterende product in bij een recyclinginstantie.
Problemen opsporen en verhelpenX020252NL 39Problemen opsporen en verhelpenMechanisch / vloeistofdebiet1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15, uit voordat u controles of reparaties uitvoert. 2. Controleer alle mogelijke problemen en oorzaken voordat u het toestel demonteert. Voorkom ernstig letsel door vloeistof onder druk, zoals injectie door de huid, opspattende vloeistof en bewegende onderdelen, door de Drukontlastings-procedure uit te voeren wanneer u stopt met spuiten en voordat u de apparatuur reinigt, controleert of er onderhoud aan uitvoert. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen tijdens het oplossen van problemen. ProbleemWat te controlerenAls alles in orde is, gaat u door naar de volgende controleWat te doenAls iets bij de controle niet in orde is, kijkt u in deze kolomDe pompuitvoer is laag of het spuitpatroon is slecht. Spuittip versleten. Vervang de spuittip.
Zie de aparte handleiding van pistool of spuittip. Spuittip verstopt. Ontlast de druk. Controleer en reinig de spuittip. Zie Verstoppingen in de spuittip verwijderen, pagina 25. Inlaatzeef verstopt. Verwijder en reinig de zeef en installeer deze weer. De kogels van het inlaatventiel en van de zuiger zitten niet goed op hun plaats. Verwijder het inlaatventiel en reinig het. Controleer kogels en zittingen op inkervingen; vervang ze waar nodig. Zie de pomphandleiding. Zeef de verf vóór gebruik om deeltjes te verwijderen die de pomp zouden kunnen verstoppen. Het vloeistoffilter of tipfilter is verstopt of vervuild. Reinig het filter. Lekkage bij het vulventiel. Repareer het vulventiel. Controleer of de pomp niet blijft doorwerken als de pistooltrekker wordt losgelaten. (Het vulventiel lekt niet. )Geef de pomp een servicebeurt. Zie de pomphandleiding.
Problemen opsporen en verhelpen 40 X020252NLLage pompuitvoer. Grote drukval in de slang bij zware materialen. Verminder de totale lengte van de slang. Pompstang beschadigd. Repareer pomp. Zie de pomphandleiding. Lage afslagdruk. Draai de drukregelingsknop helemaal rechtsom. De drukregelknop moet op de juiste wijze zijn aangebracht zodat het mogelijk is om de knop volledig rechtsom te draaien. Voer Knopkalibratie, pagina 35 uit. Vervang de potentiometer als het probleem aanhoudt. De zuigerpakkingen zijn versleten of beschadigd. Vervang de pakkingen. Zie de pomphandleiding. Controleer of het verlengsnoer de juiste maat heeft. Zie Verlengsnoeren, pagina 13. Uitzonderlijk sterke verflekkage in de halspakkingmoer. De halspakkingmoer zit los. Verwijder de afstandsbus van de halspakkingmoer. Draai de halspakkingmoer net voldoende aan om het lekken te stoppen.
De halspakkingen zijn versleten of beschadigd. Vervang de pakkingen. Zie de pomphandleiding. De verdringerstang is versleten of beschadigd. Vervang de stang. Zie de pomphandleiding. Er spat vloeistof uit het pistool. Lucht in de pomp of de slang. Controleer alle vloeistofaansluitingen en draai ze vast. Laat de pomp zo langzaam mogelijk draaien tijdens het vullen. De spuittip is gedeeltelijk verstopt. Reinig de tip. Zie Verstoppingen in de spuittip verwijderen, pagina 25. Geringe of geen vloeistoftoevoer. Vul de vloeistoftoevoer bij. Pomp vullen. Zie de pomphandleiding. Controleer de vloeistoftoevoer vaak, zodat de pomp niet droogloopt. De pomp is moeilijk te vullen. Lucht in de pomp of de slang. Controleer alle vloeistofaansluitingen en draai ze vast. Laat de pomp zo langzaam mogelijk draaien tijdens het vullen. Het inlaatventiel lekt. Reinig het inlaatventiel.
Problemen opsporen en verhelpenX020252NL 41ElektrischSymptoom: Het spuittoestel werkt niet, stopt met werken of schakelt niet uit.1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15.2. Steek de stekker van het spuittoestel in een geaard stopcontact met de juiste netspanning.3. Zet de AAN/UIT-schakelaar op UIT, wacht 30 seconden en zet de voeding dan weer op AAN (zo weet u dat het spuittoestel in de normale bedrijfsmodus staat).4.
100-130 V voor modellen van 110-120 VAC of 210-255 V voor modellen van 230 VAC.Controleer de aansluitingen van de drukregelknop.Zorg dat de aansluiting schoon is en stevig vastzit.Controleer de potentiometer. Sluit een bekende goede potentiometer aan. Vervang de potentiometer als de motor loopt.Controleer de motordraden. Zorg dat de klemmen schoon zijn en stevig vastzitten.Er is een storing in het spuittoestel.Zie Foutcodemeldingen, pagina 42.Zie Foutcodemeldingen, pagina 42.De drukwaarde is niet constant.Aansluiting van de omzetter. De aansluiting van de omzetter kan nat zijn. Haal de aansluiting los en laat deze drogen.
Problemen opsporen en verhelpen 42 X020252NLSymptoom: Het spuittoestel werkt niet, stopt met werken of schakelt niet uit. 1. Voer de Drukontlastingsprocedure, pagina 15. 2. Haal de stekker van het spuittoestel uit het stopcontact en zet de AAN/UIT-schakelaar op UIT. 3. Wacht 1 minuut. Verwijder de achterste beschermkap om het statuslampje te zien. Steek de stekker van de voedingskabel in een goed geaard stopcontact. Zet de AAN/UIT-schakelaar weer op AAN (dit zorgt ervoor dat het spuittoestel in de normale bedrijfsstand staat). 4. Storingscode knippert in statuslampje. FoutcodemeldingenVoorkom ernstig letsel door elektrische schokken en bewegende onderdelen door de motor of elektrische componenten niet aan te raken. CODE BERICHT ACTIE02 Code 02-Hoge druk gedetecteerd Ontlast de druk. Controleer op verstoppingen in filters en slangen. Gebruik een Graco-slang van minimaal 15 m.
Controleer de omzetter. 03 Code 03-Drukomzetter niet gedetecteerdZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact. De beschermkap verwijderen. Controleer de omzetterkabel en de aansluiting naar de besturingskaart. Controleer de omzetter. 04 Code 04 - Meerdere inkomende spanningspieken gedetecteerdZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact. Zoek een goede spanningstoevoer om schade aan de elektronica te vermijden. 05 Code 05-Motor draait niet door vanwege hoge mechanische belastingZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact. Probeer te draaien. De motor moet vrij draaien. Als de motor niet gemakkelijk draait, verwijder dan de pomp en controleer opnieuw door de motor opnieuw rond te draaien. Als de motor gemakkelijk draait, controleer dan de besturingskaart.
06 Code 06 - Thermische motorbeveiliging ingeschakeldLaat het spuittoestel aangesloten en afkoelen. Dit kan wel een uur duren. Controleer de ventilatieopeningen aan de onderkant en bovenkant van het spuittoestel op verstopping.
Haal de stekker uit het stopcontact en controleer of de motor vrij ronddraait. 08 Code 08-Inkomende spanning te laag voor werking van het spuittoestelZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact. Zoek een goede spanningstoevoer om schade aan de elektronica te vermijden. 09 Code 09-Verbinding met hallboard misluktZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact en wacht vijf minuten. De beschermkap verwijderen. Controleer de kabels en de aansluitingen. Kijk de motor na. 10 Code 10 - Thermische beveiliging besturingskaart ingeschakeldLaat het spuittoestel aangesloten en afkoelen. Dit kan wel een uur duren. Controleer de ventilatieopeningen aan de onderkant en bovenkant van het spuittoestel op verstopping. Haal de stekker uit het stopcontact en controleer of de motor vrij ronddraait.
12 Code 12-Excessieve stroombeveiliging ingeschakeldSchakel de stroom AAN en UIT. Als het probleem aanhoudt, controleer dan de motor. 15 Code 15-Motor draait niet, geen motorstroom gedetecteerdZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact en wacht vijf minuten. De beschermkap verwijderen. Controleer de kabels en de aansluitingen. Controleer de besturingskaart. Kijk de motor na. 18 Code 18-Communicatie met uitbreidings-/beeldschermkaart misluktZet het spuittoestel UIT en haal de stekker uit het stopcontact en wacht vijf minuten. De beschermkap verwijderen. Controleer de kabels en de aansluitingen.
Standaard Graco-garantie 54 X020252NLStandaard Graco-garantieGraco garandeert dat alle in dit document genoemde en door Graco vervaardigde apparatuur waarop de naam Graco vermeld staat, op de datum van verkoop voor gebruik door de oorspronkelijke koper vrij is van materiaal- en fabricagefouten. Met uitzondering van speciale, uitgebreide of beperkte garantie zoals gepubliceerd door Graco, zal Graco gedurende een periode van twaalf maanden na de verkoopdatum elk onderdeel van de apparatuur dat naar het oordeel van Graco gebreken vertoont, herstellen of vervangen. Deze garantie is alleen van toepassing op voorwaarde dat de apparatuur conform de schriftelijke aanbevelingen van Graco werd geïnstalleerd, bediend en onderhouden.
Normale slijtage en veroudering, of slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door onjuiste installatie, verkeerde toepassing, slijtend materiaal, corrosie, onvoldoende of onjuist uitgevoerd onderhoud, nalatigheid, ongeval, eigenmachtige wijzigingen aan de apparatuur, of het vervangen van Graco-onderdelen door onderdelen van andere herkomst, vallen niet onder de garantie en Graco is daarvoor niet aansprakelijk. Graco is ook niet aansprakelijk voor slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door de onverenigbaarheid van Graco-apparatuur met constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn, en ook niet voor fouten in het ontwerp, bij de fabricage of het onderhoud van constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Graco Ultra 450 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Graco
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd