Gossen Metrawatt METRALINE ISOCHECK Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gossen Metrawatt METRALINE ISOCHECK (8 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen. Heb je een vraag over Gossen Metrawatt METRALINE ISOCHECK of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gossen Metrawatt |
| Categorie: | Meetapparatuur |
| Model: | METRALINE ISOCHECK |
Handleiding Gossen Metrawatt METRALINE ISOCHECK – volledige tekst
2 Gossen Metrawatt GmbHInhoudsopgavePagina1 Inleiding. 21. 1 Leveringsomvang. 21. 2 Optionele toebehoren. 21. 3 Veiligheidsinstructies. 21. 4 Gebruik. 31. 5 Toegepaste normen. 31. 6 Milieu. 32 Beschrijving van het instrument. 32. 1 Behuizing. 32. 2 Bedieningsvlak. 32. 3 Ingebruikname. 33 Meten. 43. 1 Instrument inschakelen/uitschakelen, spaarstand, autom. uitschakelen. 43. 2 Instructies en grondbeginselen die voor alle metingen gelden. 43. 3 Meetfuncties. 43. 3. 1 Spanningsmeting. 43. 3. 2 Isolatieweerstandsmeting. 53. 3. 3 Meten van varistors (overspanningsbeveiligingen). 53. 4 Overige functies van het instrument. 63. 5 RESET-functies van het instrument. 74 Technische specificaties. 74. 1 Meetfuncties. 74. 2 Algemene gegevens. 75 Onderhoud. 75. 1 Onderhoud van het instrument. 75. 1. 1 Batterijen/accu's vervangen. 75. 1. 2 Accu's opladen. 85. 2 Reiniging. 85. 3 Herkalibratie.
86 Reparatie- en reserveonderdelenserviceKalibratiecentrum en apparatenverhuurservice. 87 Productsupport. 81 Inleiding1. 1 Leveringsomvang1 meetinstrument met flexibele meetpen4 batterijen (AAA)1 etui1 korte bedieningshandleiding1 cd-rom met bedieningshandleidingen in de beschikbare talen1 fabriekskalibratiecertificaat1. 2 Optionele toebehoren4 x AAA NiMH-batterijen (Z507B)1 acculader (Z507A)1. 3 VeiligheidsinstructiesLees de bedieningshandleiding vóór gebruik van het instrument aandachtig en volledig door en volg alle aanwijzingen op. Zorg dat de bedieningshandleiding voor alle gebruikers toegankelijk is. Betekenis van de symbolen op het instrumentDit instrument heeft een dubbele of versterkte isolatie. Gevaar voor letsel door elektrische stroom, waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanningWaarschuwing voor een gevaarlijke plaats.
Het instrument mag niet worden gebruikt, wanneer• het zichtbaar beschadigd is• het deksel van het batterijcompartiment ontbreekt• het langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd bewaard• er niet correct mee is omgegaan, bijvoorbeeld bij een val van 1 m hoogte• het niet zo functioneert zoals in de bedieningshandleiding staat beschreven. In dat geval adviseren we een RESET. Zie Hoofdstuk 3. 5 op pagina 7. LET OP• Raak geleidende delen, meetpennen e. d. niet aan wanneer het instrument is ingeschakeld en er mogelijk nog spanning op een meetpen staat – GEVAAR OP ONGEVALLEN. • Gebruik alleen meetpennen die bij de levering horen of die als toebehoren verkrijgbaar zijn. • Schakel het instrument vóór het vervangen van toebehoren uit. Er mag geen spanning op staan. • Bij het uitvoeren van metingen moeten alle veiligheidseisen, voorschriften en normen onvoorwaardelijk worden opgevolgd.
• Er mag geen toets ingedrukt zijn wanneer er contact wordt gemaakt met het meetobject. • Het meetinstrument mag niet worden blootgesteld aan de invloed van agressieve stoffen, gas, stoom, vloeistoffen en stof. • Het meetinstrument mag alleen worden gebruikt binnen de voorwaarden die in Hoofdstuk 5 op pagina 7 onder TECHNI-SCHE SPECIFICATIES staan vermeld. • Bij de overgang van een koude naar een warme omgeving kan er condens ontstaan. Een korte periode van acclimatise-ren wordt daarom aanbevolen. • Wanneer het instrument langere tijd niet wordt gebruikt, advi-seren we de batterijen te verwijderen. • Het meetinstrument bevat twee vrij krachtige magneten. Houd het daarom uit de buurt van hiervoor gevoelige objecten (hor-loges, creditcards e. d. )• De afbeeldingen in deze bedieningshandleiding zijn tekenin-gen en kunnen daarom afwijken van de realiteit.
Het apparaat openen / reparatieOm er voor te zorgen dat dit apparaat feilloos en veilig blijft wer-ken en de garantie behouden blijft, mag het apparaat uitsluitend door bevoegde en vakkundige personen worden geopend. Ook originele onderdelen mogen uitsluitend worden ingebouwd door bevoegde en vakkundige personen.
Gossen Metrawatt GmbH 3Indien geconstateerd wordt dat het apparaat is geopend door niet bevoegde personen, zal de fabrikant geen enkele aanspraken op garantie met btrekking tot persoonlijke veiligheid, meetonnauw-keurigheid, conformiteit met de geldende veiligheidsmaatregelen of gevolgschade in welke vorm dan ook verlenen. 1. 4 GebruikHet meetinstrument wordt geleverd in een compacte behuizing, waarbij de meetpennen op gepatenteerde wijze worden bewaard. Het contrastrijke, vierkleurige OLED-display zorgt voor optimale leesbaarheid. Bij metingen onder ongunstige lichtomstandighe-den kan de te meten plek worden bijgelicht met de witte led aan de voorkant. Met het meetinstrument kunnen de volgende metingen worden uitgevoerd:– Isolatieweerstanden met testspanningen van 50V. 1000V– Overspanningsbeveiligingen met testspanningen van 50V. 1000V– DC- en AC-spanningen1.
5 Toegepaste normenMeten EMC VeiligheidEN 61557-1 EN 55022 Klasse B EN 61010-1EN 61557-2 EN 61326-1 EN 61010-0311. 6 MilieuDe transportverpakking is van recyclebaar karton. Batterijen/accu's moeten volgens de voorschriften worden verwij-derd. Het apparaat mag niet met het normale huisvuil worden weggegooid. Meer informatie over het WEEE-kenmerk vindt u op internet bij www. gossenmetrawatt. com met de zoekterm WEEE. 2 Beschrijving van het instrument2. 1 BehuizingAfb. 2. 1 BovenaanzichtVoor het transport kan de flexibele meetpen dusdanig met een magneet aan de behuizing worden vastgeklikt, dat beide metalen pennen ingesloten en beschermd zijn. Om de accu's in het instrument op te laden, moet de stekker van de flexibele meetpen worden uitgetrokken en het schuifje naar links worden bewogen, zodat de aansluiting voor de stekker van de acculader vrij komt te liggen. Afb. 2.
2 Bedieningsvlak1 Grafisch OLED-display 2 Toets START: – Inschakelen: enige tijd ingedrukt houden tot het display wordt verlicht – Meting starten: enige tijd ingedrukt houden om de meting te starten, – Te meten plek bijlichten: kort indrukken om de verlich-ting in- of uit te schakelen. – Uitschakelen: twee keer kort indrukken om het instrument uit te schake-len. 3 Toets RISO/USPD: voor het switchen tussen het meten van isolatieweerstan-den en overspanningsbeveili-gingen4 Toets FUNC voor het kiezen van het type overspannings-beveiliging bij USPD5 Toets UTEST ▲ voor het kiezen van de meetspanning6 Toets UTEST ▼ voor het kiezen van de meetspanningAfb. 2. 3 Bedieningsvlak en OLED-display2. 3 IngebruiknameNa het plaatsen van de batterijen conform Hoofdstuk 5. 1 op pagina 7 is het instrument klaar voor gebruik.
4 Gossen Metrawatt GmbH3 Meten3. 1 Instrument inschakelen/uitschakelen, spaarstand, autom. uitschakelenHet instrument wordt ingeschakeld door de toets START enige tijd ingedrukt te houden. Druk twee keer kort op de toets START om het instrument uit te schakelen. Let op: er mag hierbij geen spanning op de meetpen-nen staan. Wanneer er geen toets wordt ingedrukt en er ook geen spanning op de meetpennen staat, schakelt het instrument na enkele seconden in de standbymodus (zwakkere verlichting). Het instrument verlaat de standbymodus weer (d. w. z. terug naar maximale verlichting), zodra er een toets wordt ingedrukt of er spanning op de meetpennen wordt gezet. Het instrument scha-kelt zichzelf uit wanneer het ca. 1 minuut niet actief is, d. w. z. wan-neer er gedurende deze tijd geen toets wordt ingedrukt en ook geen spanning op de meetpennen wordt gezet. 3.
2 Instructies en grondbeginselen die voor alle metingen gel-den• De gewenste functies en parameters worden met de toetsen RISO/USPD, FUNC, UTEST ▲ en UTEST ▼ gekozen. De meting wordt gestart met de toets START. Alle ingestelde functies en para-meters blijven net zolang geldig tot ze worden gewijzigd. • Wanneer er een (stoor)spanning van meer dan 10V op de meetpennen staat, wordt dit op het display in het veld UIN weergegeven met de gemeten waarde en het symbool ". ". De toets START is in dit geval geblokkeerd. Afb. 3. 1 Weergave van de (stoor)spanning• Wanneer de batterijspanning te laag is (in het batterijsymbool licht alleen het rode veld op), kan de meting niet worden gestart. Wanneer er op START wordt gedrukt, dan verschijnt gedurende ca. 1 s het symbool van een ontladen batterij. Zie afbeelding hieronder. Vervang de batterijen zoals in Hoofdstuk 5. 1 op pagina 7 staat beschreven.
➭ Voor het meten van zeer hoge isolatieweerstanden dienen de meetsnoeren vrij in de ruimte te worden geleid of op een goed geïsoleerde ondergrond te liggen.
➭ Zet voor het weergeven van een eventueel aanwezige stoor-spanning de meetpennen op het meetobject, voordat u met de toets START de meting start. ➭ Verwijder gedurende de meting de meetpennen niet te vroeg. Dit kan tot een vertekend resultaat leiden. Na het beëindigen van de isometing wordt bij UIN een eventueel nog aanwezige restspanning weergegeven, die door capaciteiten-kan zijn veroorzaakt. Zolang de ontlading van een capacitief mee-tobject via de interne weerstand van het meetinstrument geschiedt, mag het contact met het meetobject niet worden onderbroken. Het dalen van de spanning kan direct bij UIN worden gevolgd. Verwijder het meetinstrument pas wanneer de spanning UIN ca. 10V aanwezig is, wordt op het display in het veld UIN de waarde weergegeven en ook het symbool "~" bij AC of de polariteit bij DC.
Bij het aanraken met de meetpen van de positieve pool licht het symbool "+" op, van de negatieve pool „–“. Tegelijkertijd licht het waarschuwingsteken ". " op. De toets START wordt geblokkeerd. Afb. 3. 2 Lage batterijspan-ningAfb. 3. 3 Lage batterijspan-ning: weergave na het indrukken van STARTAfb. 3. 5 Weergave van de stoorspanning (functie Riso)Afb. 3. 6 Spanningsmeting (functie USPD).
Gossen Metrawatt GmbH 53. 3. 2 Isolatieweerstandsmeting➭ Schakel met de toets RISO/USPD de isometing in. Afb. 3. 7 Testspanning instellen➭ Stel met de toetsen ▲ UTEST en ▼ UTEST de gewenste meets-panning in. Door een van beide toetsen kort in te drukken, wordt de spanning verhoogd of verlaagd tot de nominale waarden 50, 100, 250, 500, 1000V. De ingestelde testspan-ning wordt in het veld UTEST op het display weergegeven. Houd voor het instellen van individuele waarden een van de toetsen ▲ UTEST of ▼ UTEST zo lang ingedrukt tot de getallen met stappen van 1V tussen 50 en 1000V kunnen worden ge-wijzigd. Stel vervolgens de exacte waarde in door kort op de betreffende toets te drukken. Enkele seconden nadat een van beide toetsen voor het laatst werd ingedrukt, schakelt het meetinstrument weer terug naar de stap voor het veranderen van de nominale waarden 50, 100, 250, 500, 1000V.
➭ Raak met beide meetpennen het meetobject aan. Afb. 3. 8 Voorbeeld aansluitingOpmerkingIndien er in het gemeten stroomcircuit een stoorspanning > ca. 10V aanwezig is, wordt dit op het display weerge-geven en wordt de toets START geblokkeerd (zie hiervoor Hoofdstuk 3. 3. 1 op pagina 4). Verwijder voor u met de meting verder gaat de oorzaak van de stoorspanning. ➭ Start de meting met de toets START. Laat de toets weer los zodra de meting begint. Het toenemen van de meetspanning (dit kan bij grote capaci-teiten meerdere tientallen seconden duren) wordt met een lijn-tekening weergegeven. Tegelijkertijd wordt in het veld UIN de waarde getoond. De meetcyclus wordt automatisch beëin-digd. OpmerkingWanneer een langere meting gewenst is, moet de toets START de hele tijd ingedrukt blijven. Echter, kan de automatische cyclus door het kort indruk-ken van START voortijdig worden beëindigd.
OpmerkingHet meetinstrument mag niet van het meetobject worden verwijderd zolang het waarschuwingsteken ". " oplicht. Het ontladen van grote capaciteiten kan meerdere tiental-len seconden duren. OpmerkingHet meetinstrument kan gedurende de metingen piep- en sisgeluiden maken. 3. 3. 3 Meten van varistors (overspanningsbeveiligingen)Bij deze meetfunctie genereert het meetinstrument een stijgende gelijkspanning in het bereik 50V. 1000V en meet tegelijkertijd de stroom die door het meetobject stroomt. Zodra de vloeiende stroom 1 mA bereikt, stijgt de spanning niet verder en wordt op het display de spanning van het zogenoemde milliamperepunt getoond. In overeenstemming met de via de toets FUNC gekozen functie worden bovendien resultaten van de overspanningsbevei-liging automatisch geanalyseerd en in onderstaande tabel weer-gegeven.
OpmerkingWanneer de functie DCMAX is gekozen, kan met de toetsen ▲ UTEST en ▼ UTEST de bovenste spanningsgrens voor het auto-matisch analyseren van de resultaten worden ingesteld. Wanneer de functie DCMIN is gekozen, kan met de toetsen ▲ UTEST en ▼ UTEST de onderste spanningsgrens voor het auto-matisch analyseren van de resultaten worden ingesteld. Voor de eigenlijke meting of analyse is het om het even of DCMAX of DCMIN is ingesteld. * Tabel van de overspanningsbeveiliging. Bij het kiezen van de functie SPD LIST (TABEL OVERSPANNINGS-BEVEILIGING) wordt op het display een concreet type met fabri-kant/leverancier aangeboden en ook de spanning in het milliam-perepunt en eventueel nog andere informatie weergegeven. Met de toetsen ▲ UTEST en ▼ UTEST kan het gewenste type over-spanningsbeveiliging worden gekozen. Schakelaar uit. Afb. 3.
9 Voorbeeld van het resul-taat van een isometing (het meetobject wordt ontladen)Afb. 3. 10 Resultaat van een iso-meting (het meetobject is ontladen: UIN = 0V)Symbool op het display en de bijbehorende betekenisGekozen functieDC Gemeten werd de spanning in het milliamperepunt.
De spanning in het milliampere-punt ligt buiten het meetbereik. DCMAXDCMINDe spanning in het milliampere-punt ligt binnen het opgegeven bereik. De spanning in het milliampere-punt ligt buiten het opgegeven bereik. SPD LIST * De spanning in het milliampere-punt ligt binnen het opgegeven bereik van het gekozen type overspanningsbeveiliging. De spanning in het milliampere-punt ligt buiten het opgegeven bereik van het gekozen type overspanningsbeveiliging. USERUSERUSERUSER.
6 Gossen Metrawatt GmbHWanneer de beschrijving van de overspanningsbeveiliging het symbool bevat, dan betekent dit dat bij dit type de instructies van de fabrikant moeten worden opgevolgd.De eigenlijke meting wordt als volgt uitgevoerd:➭ Kies met de toets RISO/USPD voor het meten van overspan-ningsbeveiligingen en selecteer met de toets FUNC de ge-wenste subfunctie (zie ook de beschrijving hierboven). Voorbeeld:Afb. 3.11 Menu meten van overspanningsbeveiligingen, functie DC➭ Sluit de meetpennen conform de richtlijnen van de fabrikant op de overspanningsbeveiliging aan.Afb. 3.12 Voorbeeld aansluitingOpmerkingIndien er in het gemeten stroomcircuit een stoorspanning > ca. 10V aanwezig is, wordt dit op het display weergegeven en is de toets START geblokkeerd (zie hiervoor Hoofdstuk 3.3.1 op pagina 4).
Verwijder voor u met de meting verder gaat de oorzaak van de stoorspanning.➭ Start de meting met de toets START. Laat de toets weer los zodra de meting begint. Het toenemen van de stroom via de overspanningsbeveiliging wordt met een lijntekening weerge-geven. Tegelijkertijd wordt in het veld UIN de waarde van de meetspanning getoond. De meting wordt automatisch beëin-digd.➭ Lees in het milliamperepunt de gemeten spanning af.OpmerkingHet meetinstrument mag niet van het meetobject worden verwijderd zolang het waarschuwingsteken "!" oplicht.Na het beëindigen van de isometing wordt bij UIN een eventueel nog aanwezige restspanning weergegeven, die door capaciteiten kan zijn veroorzaakt. Zolang de ontlading van een capacitief mee-tobject via de interne weerstand van het meetinstrument geschiedt, mag het contact met het meetobject niet worden onderbroken.
Gossen Metrawatt GmbH 73. 5 RESET-functies van het instrumentWanneer het meetinstrument niet functioneert zoals in deze hand-leiding beschreven, adviseren we om een RESET uit te voeren. Schakel hiervoor het meetinstrument uit en zorg dat beide meet-pennen niets aanraken. Mochten na het opnieuw inschakelen van het instrument de functies niet correct zijn, verwijder dan de bat-terijen zoals in Hoofdstuk 5. 1 op pagina 7 staat beschreven, wacht minstens 10 seconden en plaats de batterijen weer terug (of vervang ze door nieuwe). Wanneer het meetinstrument hierna nog steeds niet functioneert zoals beschreven, verwijder dan de batterijen en neem contact op met onze serviceafdeling. 4 Technische specificaties4. 1 MeetfunctiesIsolatieweerstandenNominaal bereik conform EN 61557-2: 0,100 M – Rmax* * de waarde van Rmax is afhankelijk van de ingestelde testspanningNominale spanning 50V.
99V Rmax = 1,999 G Nominale spanning 100V. 249V Rmax = 3,999 GNominale spanning 250 V. 1000V Rmax = 9,999 GNominale meetspanning 50V. 1000V in te stellen met stappen van 1VMeetspanning (–0%/+10%) van de nominale spanningNominale meetstroom 1 mA (indien Umeet > Unom)Kortsluitstroom < 3 mAAutomatische ontlading van het meetobject JAAantal metingen ca. 250 (met nieuwe alkalinebatterijen)Overspanningsbeveiliging Meetprincipe bij het meten van het zgn. milliamperepunt stijgende DC-spanningDC- en AC-spanning (frequentiebereik 45. 65 Hz)Legendaa) Gemeten wordt de echte effectieve waarde TRMS van de AC-spanning. b) v. d. m. betekent van de meetwaarde, D Digit (d. w. z. cijfer van het decimaal cijfer met de kleinste positiewaar-de)4. 2 Algemene gegevensReferentieomstandighedenTemperatuur (23 ± 2)°CRelatieve luchtvochtigheid 40.
60%Positie van het instrument willekeurigOmgevingsomstandighedenArbeidsomstandighedenGebruikstemperatuur 0. 40°CRelatieve luchtvochtigheid max. 85%, condens moet worden uitgeslotenPositie van het instrument willekeurigOpbergomstandighedenTemperatuur –10.
+70°CRelatieve luchtvochtigheid max. 90% (–10. +40)°C max. 80% (+40. +70)°CPositie van het instrument willekeurigStroomvoorzieningBatterijen/accu's 4 x AAA-knoopcellen (LR03) alkaline 1,5V of NiMH 1,2V (met minstens 750 mAh)Aantal metingen met accu's à 800 mAh: ca. 1000 metingen (met 500V testspanning bij 500 k)Elektrische veiligheidMeetcategorie met opgezette meetpuntbescherming: CAT III 300 V zonder meetpuntbescherming:CAT I I 300 VVerontreinigingsgraad 2Beschermingsklasse IIMechanische opbouwDisplay OLED, meerkleurig, grafischBeschermingsgraad IP43Afmetingen ca. 260 x 70 x 40 mmGewicht ca. 0,36 kg met batterijen5 Onderhoud5. 1 Onderhoud van het instrumentLet op, gevaarlijke spanning. Gevaarlijke spanning in het batterijcompartiment. Verwijder voor het openen van het batterijcompartiment de meetpennen van het meetobject en schakel het instrument uit.
Zonder gesloten en vastgeschroefd batterijdeksel mag het instrument niet in gebruik worden genomen. Voor het meetinstrument kunnen alkalinebatterijen of NiCD/NiMH-accu's worden gebruikt, afmeting 4 x AAA (LR03). De toestand van de batterijen/accu's wordt voortdurend weerge-geven. Zie Hoofdstuk 3. 2 op pagina 4. Vervang bij te weinig spanning de batterijen/accu's. OpmerkingWij adviseren om de accu's of batterijen te verwijderen, wanneer het instrument langere tijd niet wordt gebruikt (bijv. tijdens vakantie). Het volledig ontladen of uitlopen van batterijen waardoor het instrument onder ongunstige omstandigheden kan worden beschadigd, wordt hier-door voorkomen. 5. 1. 1 Batterijen/accu's vervangenDraai de 2 schroeven van het batterijdeksel aan de achterkant van het instrument los en verwijder het deksel.
Plaats de batterijen met de polen in de juiste richting (zie informatie op de bodem van het batterijcompartiment). Vervang altijd alle vier de batterijen en gebruik bij voorkeur hoog-waardige types. Plaats het deksel daarna weer op het comparti-ment en draai de schroeven vast.
© Gossen Metrawatt GmbHGemaakt in Duitsland • Onder voorbehoud van wijzigingen / fouten • Een PDF-versie is beschikbaar op het internetAlle handelsmerken, geregistreerde handelsmerken, logo's, productnamen en bedrijfsnamen zijn het eigendom van hun respectievelijke eigenaars. Gossen Metrawatt GmbHSüdwestpark 15 90449 Nürnberg • DuitslandTelefon +49 911 8602-111Fax +49 911 8602-777e-mail info@gossenmetrawatt. comwww. gossenmetrawatt. com5. 1. 2 Accu's opladenLet op. Gebruik alleen de als toebehoren leverbare acculader (Z507A) voor het opladen van de accu's in het meetin-strument. Zorg er vóór het bevestigen van de acculader aan het meetinstrument voor dat: – de accu's met de polen in de juiste richting zijn geplaatst. – het meetinstrument met alle polen van het te meten circuit is gescheiden. – het meetinstrument tijdens het opladen uitgeschakeldblijft.
De accu's worden opgeladen zodra de acculader op het elektrici-teitsnet en aan het meetinstrument wordt aangesloten (zie Afb. 2. 1). Bij volledig ontladen accu's duurt het laden max. 5 uur en 30 minuten (geïntegreerde veiligheidstimer). Veiligheidsinstructies• Laad geen alkalinebatterijen op. Deze kunnen uitlopen, ont-ploffen etc. , waardoor de acculader ernstig beschadigd of vernietigd kan worden. •Bij accu's die voor de eerste keer worden opgeladen of die lange tijd (enkele maanden) niet werden gebruikt, kan de gebruiksduur na het opladen aanzienlijk korter zijn dan gebrui-kelijk. Herhaal in dit geval het op- en ontladen een aantal keren. Bij autarke, intelligente acculaders worden dergelijke laad-ont-laad-cycli automatisch uitgevoerd. Zie hiervoor de handleiding van de acculader. Met deze procedure wordt de capaciteit van de accu's weer vergroot en daarmee de gebruiksduur verlengd.
In dat geval dient de verbruikte accu bijvoor-beeld met behulp van een spanningsmeting geïdentificeerd en vervangen te worden. • Na lang en regelmatig gebruik wordt de capaciteit van alle accu's langzaam kleiner. Wanneer dit wordt vastgesteld, die-nen alle accu's te worden vervangen. 5. 2 ReinigingGebruik een zachte doek en zeepwater voor het reinigen van het instrument. Gebruik het instrument pas weer wanneer het opper-vlak helemaal droog is. Let op. Gebruik geen reinigingsmiddel op basis van benzine of alcohol. Voorkom dat er vloeistof in het instrument bin-nendringt. 5. 3 HerkalibratieDe aard van de metingen en de manier waarop uw meetinstru-ment wordt gebruikt, zijn van invloed op de levensduur van de onderdelen van het instrument en kunnen tot afwijkingen van de gegarandeerde nauwkeurigheid leiden.
Bij strenge eisen aan de meetnauwkeurigheid en bij gebruik op bouwplaatsen waar het instrument vaak getransporteerd wordt en bloot staat aan sterke temperatuurschommelingen, adviseren wij een betrekkelijk korte kalibratietermijn van 1 jaar. Wanneer uw meetinstrument voornamelijk in laboratoria en in binnenruimten wordt gebruikt zonder sterke klimatologische of mechanische belastingen, dan is een kalibratietermijn van 2 tot 3 jaar door-gaans voldoende. Bij herkalibratie* in een geaccrediteerd kalibratielaboratorium (DIN EN ISO/IEC 17025) worden de afwijkingen van uw meetin-strument ten opzichte van herleidbare standaards gemeten en gedocumenteerd. De vastgestelde afwijkingen kunnen daarna worden gebruikt om de afgelezen waarden te corrigeren. Graag voeren wij in ons kalibratielaboratorium DAkkS- of fabrieks-kalibraties voor u uit.
* Kalibreren omvat niet het controleren van de specificaties of het justeren van het instrument. Bij onze producten voeren we echter vaak een ver-eiste justering uit en bevestigen we dat het meetinstrument binnen de specificaties valt. 6 Reparatie- en reserveonderdelenserviceKalibratiecentrum en apparatenverhuurserviceDesgewenst kunt u contact opnemen met:GMC-I Service GmbHService-Center Beuthener Straße 4190471 Nürnberg • DuitslandTelefoon +49 911 817718-0Fax +49 911 817718-253E-mail service@gossenmetrawatt. comwww. gmci-service. comDit adres geldt alleen voor Duitsland. In het buitenland kunt u contact opnemen met onze vertegen-woordigers of vestigingen. 7 ProductsupportDesgewenst kunt u contact opnemen met:Gossen Metrawatt GmbHHotline ProductsupportTelefoon +49 911 8602-0Fax +49 911 8602-709E-mail support@gossenmetrawatt. com.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gossen Metrawatt METRALINE ISOCHECK stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Meetapparatuur Gossen Metrawatt
Populair in Meetapparatuur
Handleiding Meetapparatuur
Nieuwste handleidingen voor Meetapparatuur