Ghibli & Wirbel R R 300 FD 130 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Ghibli & Wirbel R R 300 FD 130 (118 pagina’s), behorend tot de categorie Boenmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen. Heb je een vraag over Ghibli & Wirbel R R 300 FD 130 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/118
06/2023 Rev.2
R R 300 FD
R R 300 FD 110
R R 300 FD 130
MANUALE D’USO E MANUTENZIONE
ITA
INSTRUCTION AND MAINTENANCE HANDBOOK
EN
MANUAL DE USO Y MANTENIMIENTO
ES
MANUEL D’UTILISATION ET D’ENTRETIEN
FR
HANDBUCH FÜR GEBRAUCH UND WARTUNG
DE
HANDLEIDING VOOR GEBRUIK EN ONDERHOUD
NL
GHIBLI & WIRBEL S.p.A.
Registered office:Via Enrico Fermi, 43 - 37136 Verona (VR) - Italy
Headquarters:Via Circonvallazione, 5 - 27020 Dorno (PV) - Italy
P.+39.0382.848811 - F. +39.0382.84668 - M.[email protected] - www.ghibliwirbel.com

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Ghibli & Wirbel
Categorie: Boenmachine
Model: R R 300 FD 130

Handleiding Ghibli & Wirbel R R 300 FD 130 – volledige tekst

RESERVEONDERDELENBij vervanging van onderdelen mag u uitsluitend ORIGINELE RESERVEONDERDE-LEN gebruiken, die door de constructeur getest en goedgekeurd zijn. Wacht niet tot de componenten versleten zijn door het gebruik, een onderdeel op het juiste moment vervangen betekent een betere werking van de machine en een bespa-ring gezien op die manier grotere schade wordt vermeden.

INFORMATIE VOORAFDe volgende symbolen zijn bedoeld om de aandacht van de lezer/gebruiker te trekken teneinde de machine correct en veilig te gebruiken. Meer bepaald heb-ben ze de volgende betekenis:. Let op. Dit symbool wijst op de gedragsnormen die gerespecteerd moeten wor-den om schade aan de machine en het ontstaan van gevaarlijke situaties te vermijden. Gevaar. Dit symbool wijst op gevaren die blijvende risico's veroorzaken, waar de bediener bijzondere aandacht moet aan besteden om ongevallen en/of materiële schade te vermijden. Belangrijk. Deze handleiding moet met zorg worden bewaard. Hij moet altijd ter raadple-ging beschikbaar zijn. Bij beschadiging of verlies moet u een ander exemplaar aanvragen. Neem hiervoor contact op met de erkende verkoper of rechtstreeks met de constructeur.

Wij behouden ons de mogelijkheid voor om veranderingen aan de productie aan te brengen zonder dat dit ons ertoe verplicht om vorige handleidingen te moeten bijwerken. Vooraleer met uw VLOERPOETSMACHINE aan de slag te gaan, moet u deze hand-leiding aandachtig lezen en u strikt houden aan de aanwijzingen hierin. Om een maximale e ciëntie en levensduur van de machine te bewerkstelligen, dient u zich strikt te houden aan de tabel waarin de uit te voeren periodieke han-delingen zijn opgenomen. Wij danken u voor uw voorkeur voor onze producten en staan voor u steeds vol-ledig ter beschikking, i Let op. 1. Deze machine is uitsluitend bestemd voor gebruik als vloerpoetsmachi-ne. Bij ieder ander gebruik nemen wij geen enkele verantwoordelijkheid voor eventuele schade die daaruit voortvloeit. Het risico is in dit geval volledig voor rekening van de gebruiker.

De machine mag meer bepaald niet als trekker worden gebruikt, of voor het vervoer van personen. 2. Deze vloerpoetsmachine moet gebruikt worden om vloeren te poetsen die vlak of schuin zijn met een variabele helling. 3. De FABRIKANT acht zich nier verantwoordelijk voor problemen, breu-ken, ongevallen, enz.

die een gevolg zijn van het feit dat de voorschri-ften in deze handleiding niet gekend zijn (of niet worden toegepast). Hetzelfde geldt voor de uitvoering van wijzigingen of varianten en/of het installeren van accessoires die niet op voorhand werden goed-gekeurd. de FABRIKANT wijst alle verantwoordelijkheid af voor schade die voortvloeit uit foutieve manoeuvres of geen onderhoud. Bovendien acht de FABRIKANT zich niet aansprakelijk voor interventies uitgevoerd door onbevoegd personeel. 4. Deze machine is niet geschikt om giftige en/of ontvlambare sto en op te zuigen. Dit betekent dat de machine als een categorie U te klasseren is. 5. De vloerpoetsmachine mag uitsluitend worden gebruikt door opgeleid en bevoegd personeel. 6. Controleer of de machine stabiel blijft als die geparkeerd wordt. 7. Houd personen en vooral kinderen uit de buurt van de machine tijdens het gebruik. 8.

Het openen van de motorkap voor controle en/of vervanging van on-derdelen dient te gebeuren terwijl de machine uit staat. Controleer of:• De motoren niet in werking zijn. • De contactsleutel werd weggenomen. 9. Tijdens het transport moet de vloerpoetsmachine op het transportvoe-rtuig vastgemaakt zijn. 10. De accu's mogen alleen in een open, goed verluchte omgeving worden opgeladen. 11. Het verwijderen van afvalsto en die door de machine zijn opgenomen, dient plaats te vinden in overeenstemming met de nationale wetten die in deze materie van kracht zijn. Gevaar van vorst. Bij temperaturen van 0°C of lager, als de werkzaamheden stop-gezet worden of indien de machine tijdens een bepaalde periode niet wordt gebruikt, moet het water in de tanken en relatieve bui-zen gecontroleerd worden en eventueel verwijderd worden. WAARSCHUWING.

ALGEMENE VEILIGHEIDSNORMEN De machine beschreven in deze handleiding werd gebouwd in overeenstem-ming met de communautaire richtlijn betre ende machines 2006/42/EG (Machine-richtlijn). De verantwoordelijke voor het beheer van de machine moet zich verplicht aan de communautaire richtlijnen en aan de geldende nationale wetten houden wat betreft de werkomgeving, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de werkne-mers te vrijwaren. Vooraleer de machine in werking te stellen, dient u altijd eerst de voorbereidende controles uit te voeren. Let op. De machine mag uitsluitend worden gebruikt door de aangestelde bediener. Belet dat de machine door onbevoegden wordt gebruikt. Voer geen wijzigingen, transformaties of toepassingen uit op de machine die de veiligheid ervan kunnen aantasten. Vooraleer de machine te starten, moet u controleren of de werking van de machine niemand in gevaar brengt.

Vermijd iedere werkwijze die de stabiliteit van de machine kan beïnvloeden. Om de machine te vervoeren, moet die stevig met een strop aan het stuurt en rond de machine gewikkeld op het voertuig worden vastgezet.

Tijdens de werkzaamheden of in geval van onderhoud is het verplicht om ge-schikte beschermingsmiddelen te dragen, zoals handschoenen, een bril enz. Om de machine te slepen, moet u die via de oogbout 1 vastmaken (zie foto)Om de machine op te tillen, moet u de hefhaken 2 vastmaken in de voorziene gaten 3 links en rechts op het frame en op de oogbout 3 vooraan (zie foto). Gevaar. Naast de normen voorzien door de wetgeving, moet de verantwoordelijke voor het beheer de bedieners instructies geven wat betreft volgende punten:• De vaste en/of beweeglijke beschermingen, met inbegrip van de motorkap en de steun van de stoel, moeten altijd correct vastgemaakt in hun zitting blijven. • Indien deze beschermingen om een of andere reden worden weggenomen, uitgeschakeld of in kortsluiting zijn, is het verplicht om deze te herstellen vooraleer de machine in werking te stellen.

• Gebruik de machine uitsluitend in technisch onberispelijke omstandighe-den en volgens de voorziene gebruiksbestemming. • Het gebruik in overeenstemming met de gebruiksbestemming omvat ook het naleven van de instructies voor gebruik en onderhoud, evenals de con-dities voor inspectie en onderhoud. • Het is absoluut verboden om ontvlambare en/of giftige sto en op te zuigen. • Het is absoluut verboden om bewegende machineonderdelen “aan te ra-ken”; indien dit absoluut noodzakelijk is, dient u eerst de werking van de machine te stoppen. • U mag de motorkap alleen openen wanneer de motoren niet in werking zijn en de spanning onderbroken is; bij machines met accu dient u hiertoe de contactsleutel weg te nemen. • » Het is verboden om de machine in gevaarlijke omgevingen te gebruiken, waar giftige dampen of rook is indien de machine niet uitgerust is met een gesloten cabine.

Controleer of:Er op de machine geen vreemde voorwerpen (gereedschappen, vodden, werktu-igen, enz. ) aanwezig zijn. De machine na de inschakeling geen vreemde geluiden maakt; als dit het geval is, moet u de machine onmiddellijk stoppen, de oorzaak van het lawaai opsporen en met de assistentiedienst contact opnemen. Alle veiligheidsbeschermingen correct gesloten zijn. Vermijd alle handelingen die de veiligheid aantast of de twijfels omtrent de vei-ligheid doen rijzen. Vermijd iedere werkwijze die de stabiliteit van de machine aantast, houd u steeds op veilige afstanden van de rand van een stoep of van grote niveauverschillen in de vloer, waar de machine kan vallen. Rijd niet schuin langs hellingen en voer geen bochten uit aan een te hoge snelheid, vooral als de vloer niet horizontaal is. De machine niet op donkere plaatsen gebruiken.

Het gebruik van droog aanzuigen moet als oneigenlijk gebruik van de machine worden beschouwd, waardoor de garantie nietig wordt. NORMEN VOOR HET ONDERHOUDTijdens de reiniging en het onderhoud van de machine of de vervanging van onderdelen moet u altijd de motoren uitzetten en de contactsleutel wegnemen. Let op. Laat uitsluitend gespecialiseerd personeel onderhoud, revisie of repara-ties uitvoeren, of wendt u tot een erkende werkplaats. Let op. Wanneer u de machine verlaat, controleren of de elektrische rem op de tractievoorwiel e ectief geblokkeerd i. Neem de sleutel weg. De machine niet in verboden zones parkeren (voor deuren, bij brandblu-sapparaten of op een helling).

3 - 36 V - 400 WAanzuigmotorTotaal vermogen 3960 W 4360 WAccu'sAccu (type)in stevige behuizing met automatisch bijvullen en tank voor gedestilleerd waterAant./V/Ah 1 - 36 - 525Afmetingen (lengte X breedte x hoogte) 620 x 610 x 555 mmPeso | Weight | Poids | Gewicht 603 kgWater voor de accu gedestilleerd water*Autonomie (u) 4.40’ 4.10’* De autonomie kan variëren volgens het accutype en de aard van het gebruik van de machine

Die Maschine abzudecken, falls das Transportmittel unbedeckt ist. Achtung. Wenn die Maschine mithilfe von Rampen auf das Transportfahrzeug ge-laden wird, muss wie in der Abbildung gezeigt auf die NEIGUNG und den KRITISCHEN Punkt aufgepasst werden:VERPLAATSING VAN DE VERPAKTE MACHINEDe machine wordt verpakt op een pallet geleverd. Het gewicht en de afmetingen staan vermeld in de TECHNISCHE KENMERKEN. De vorken van de heftruck of transpallet moeten geplaatst worden zodat het midden van de verpakking ongeveer met het midden van de vorken overeen-komt. De verpakking moet met de grootste aandacht worden verplaatst, let op dat u nergens tegen stoot en breng de verpakking niet teveel omhoog. Het is verboden om de verpakkingen op elkaar te stapelen. Aanwijzingen om de machine uit te pakkenHet uitpakken van de machine moet aandachtig en voorzichtig gebeuren. Verwi-jder de wielklemmen op de wielen.

Nu moet de machine ter hoogte van de grond worden gebracht via een metalen of houten laadhelling. Verplaatsing van de uitgepakte machine. Wanneer de machine uitgepakt is, moet u die controleren en moeten de accu's gemonteerd worden indien deze nog niet geïnstalleerd zijn. Wanneer de machine verplaatst moet worden na een gebruik voor een kort transport, dient u de accukabels los te maken en de borstels en vloerzwabber te verwijderen. Controleer of de elektrische rem op de tractie- voorwiel gedeblokkeerd is via de bediening van de voorziene deblokkeersleutel. Bij een zeer lang transport is het aanbevolen om de machine opnieuw in haar oorspronkelijke verpakking op de pallet te verpakken. Let wel: de machine kan over korte afstanden worden verplaatst door die vooruit te duwen.

Controleer of de tank met oplossing (zuiver water) en de opvangtank (vuil water) leeg zijn. 2. Breng de borstels en de vloerzwabber omhoog. 3. Controleer of de elektrische rem van de vloerpoetsmachine e ectief geblokkeerd is. 4. Maak de machine met geschikte riemen vast op het transportvoertuig. 5. Verwijder de borstels. 6. Demonteer de rubberen zwabber. 7. Ontkoppel de accu. 8. Bedek de machine indien een open transportvoertuig wordt gebruikt. Let op. Let bij het laden van de machine op een transportmiddel met oprijplaten op de HELLING en het KRITIEKE punt zoals aangegeven in de volgende afbeelding:.

Drukknop commando borstels en “veeggroep achteraan/zijborstels - optie”Wanneer de drukknop 1 wordt ingedrukt (met een “korte” 1e druk), worden de poetsborstels ingeschakeld, een 2e “lange” druk activeert de veeggroep achte-raan / zijborstels (indien voorzien). Deze drukknop brengt ook de borstels naar beneden en omhoog. Druk “kort” op de drukknop en laat weer los om alle bor-stels te deactiveren. Om de veeggroep/zijborstels te deactiveren, drukt u “lang” op deze drukknop en laat weer los. De functie wordt op het display met het symbool aangege-ven. 2. Taste “GO GREEN”Durch Drücken dieser Taste werden automatisch alle Funktionen, Bürsten, Sau-gung aktiviert und reguliert (siehe Kapitel BETRIEBSWEISE “GO GREEN”). Die Fun-ktion wird auf dem Display mit dem Symbol angezeigt.

“MY” R R 300 FD -drukknop Via deze functie kunt u de werkingsparameters met betrekking tot de hoeve-elheid water en schoonmaakproduct (alleen met Detersaver) en de druk van de borstels bepalen en instellen (zie hoofdstuk “MY-R R 300 FD- WERKWIJZE”). De functie wordt op het display met de informatie aangegeven. 5. Drukknop waterrecirculatie “optie” Wanneer de oplossing in de tank op is en u op deze knop drukt, is het mogelijk om het water OPNIEUW TE GEBRUIKEN (met schoonmaakproduct dat nog actief is) dat door de vloerzwabber werd opgevangen. Zo vermijdt u stilstanden om water te vullen in de tank met oplossing. De functie wordt op het display met het symbool aangegeven.

4088. Drukknop “DETERSAVER” (optie)Wanneer u op knop 8 drukt, kiest u het programma met de gewenste verdun-ning, waarbij het % schoonmaakproduct proportioneel blijft met de gewenste hoeveelheid water. Programma schoonmaakproduct:1e programma > verdunning met 1% 2e programma > verdunning met 2% 3e programma > verdunning met 4% De functie wordt op het display met het symbool aangegeven9COMPONENTI - COMPONENTS - COMPONENTESCOMPOSANTS - KOMPONENTEN - COMPONENTEN {4/10}8. Pulsante “DETERSAVER” (optional)Premendo sul pulsante 8, si sceglie il programma di diluizione desiderato mante-nendo la % di detergente proporzionata alla quantità d’acqua richiesta. Programma detergente:1° programma > diluizione al 1% 2° programma > diluizione al 2% 3° programma > diluizione al 4% La funzione viene indicata sul display con il simbolo. 9.

Drukknop om de druk van de borstels te regelenWanneer u op knop 9 drukt, kunt u de druk van de borstels op de vloer regelen. (Zie hoofdstuk “STANDAARD”-WERKWIJZE). De afstelling van de druk wordt op het display met het symbool aangege-ven.

» Wanneer u de schakeling naar versnelling “ I “ draait (zoals op de afbeelding), wordt de 1e snelheid ingesteld. » Wanneer u de schakeling naar “ II “ draait, wordt de 2e snelheid ingesteld. » Wanneer u de schakeling naar “ III “ draait, wordt de 3e snelheid ingesteld. (zie hoofdstuk “STANDAARD”-WERKWIJZE)Om met de machine vooruit te rijden, brengt u de schakeling eerst omhoog va-nuit de middelste stand (vrij “N”), verplaats daarna vooruit (A). Om met de machine achteruit te rijden, brengt u de schakeling eerst omhoog vanuit de middelste stand (vrij “N”), verplaats daarna achteruit (R). Wanneer u op “C” drukt, wordt de claxon geactiveerd.

Vooraleer het pedaal te bedienen, moet u de snelheid en de rijrichting van de machine via de schakeling pos. 11 instellen. 14. Stekker voor aansluiting van accu’s(Zie hoofdstuk “elektrisch systeem”)15. Hendel om het stuur te regelenWanneer u de hendel deblokkeert, kunt u het stuur naar voren of naar achteren laten hellen, of omhoog of omlaag brengen. Na de afstelling moet u de hendel opnieuw blokkeren.

Il simbolo batteria indica lo stato di carica della batteria. Quando la batteria è quasi scarica, vengono disattivate le spazzole permettendo di ultimare la fase di asciugatura e sucessivamente il trasferimento della macchina  no al luogo di ricarica. A batteria scarica vengono disattivate in successione le funzioni di lavaggio, il sistema aspirazione e trasferimento. Het accusymbool geeft aan hoeveel de accu opgeladen is. Wanneer de accu bijna leeg is, worden de borstels gedeactiveerd zodat de laatste dro-ogfase kan worden uitgevoerd en de machine daarna naar de oplaadplaats kan wor-den gebracht. Wanneer de accu leeg is, worden achtereenvolgens de poetsfuncties, het aanzuigsysteem en het rijsysteem gedeactiveerd.

Op het einde van iedere poetsbeurt moet u het vuile wa-ter uit deze tank a aten en daarna de tank schoonmaken (zie paragraaf “water vullen-a aten”). 19. Onderstel borstelsDe schijf- of rolborstels die op het onderstel gemonteerd zijn, dienen om de vloer te poetsen. (zie hoofdstuk “BORSTELS”). 20.

Bevor die Bodenreinigungsmaschine in Betrieb genommen wird, muss der Stand der Batterie üssigkeit kontrolliert werden. GEBRUIK VAN DE VLOERPOETSMACHINENodige voorzorgsmaatregelen1. De vloerpoetsmachine mag uitsluitend door bekwaam, verantwoordelijk personeel wor-den gebruikt. 2. Wanneer de vloerpoetsmachine onbewaakt wordt achtergelaten, moet u de sleutel we-gnemen (zie “COMPONENTEN” POS. 10). 3. Niet in verboden zones parkeren, zoals voor deuren, brandblusapparaten, op een helling, enz. 4. Wanneer de vloerpoetsmachine in rust is, moeten de borstels opgetild zijn, om te vermij-den dat de haarborstels gaan vervormen. 5. De machine niet op een helling stoppen. 6. Wanneer de machine op donkere plaatsen wordt gebruikt, moet u het verlichtingssyste-em gebruiken. 7.

De machine niet op onstabiele of glibberige oppervlakken gebruiken, of in de buurt van onbeschermde niveauverschillen waar er gevaar voor kanteling bestaat. 8. Het is verboden om andere personen dan de bestuurder te vervoeren. 9. Het is verboden om de machine in gevaarlijke omgevingen te gebruiken, waar giftige dampen of rook enz.

is indien de machine niet uitgerust is met een gesloten cabine. 10. Wees voorzichtig wanneer u de machine in de buurt van rekken of bij opgestapelde vo-orwerpen gebruikt. Let op. DE MACHINE MAG NIET WORDEN GEBRUIKT in een omgevingstemperatuur van meer dan 43°C. Bij temperaturen onder 0°C mag DE MACHINE NIET GEBRUIKT WORDEN OM TE REINIGEN. Vooraleer de vloerpoetsmachine te gebruiken, moet u het vloeistofniveau in de accu controle-ren.

10) in het hoofdschakelbord en draai de sleutel rechtsom (zo geeft u stroom aan de algemene bedie-ningsapparatuur). (Zie ook hoofdstuk “INSCHAKELING VAN DE MACHI-NE”)Pos. 0 = Machine uitPos. I = Machine aanPos. Symbool lampen = machine en koplampen aan. 5. Ga verder zoals beschreven in het hoofdstuk WERKWIJZE IN “STANDA-ARD”-MODUS. Let op. De vloerpoetsmachine werkt alleen als de bediener correct op de stuur-plaats neerzit.

Daarna wordt achtereenvolgens het machinetype, de software-versie, de accuspanning en de urenteller op het display weergegeven, daarna verschijnt het scherm met betrekking tot de staat van het systeem met het opla-adniveau van de accu, de verschillende actieve functies en de betre ende instel-lingen en eventuele alarmen. Na bovenstaande sequentie verschijnt de staat van de tank met zuiver water (oplossing) op het display. Indien deze leeg is, verschijnt het symbool : vul de tank bij. Indien de tank vol is, verschijnt het symbool. Vooraleer te poetsen, gaat u als volgt te werk:• Met de schakeling beschreven in het hoofdstuk “COMPONENTEN - POS.

11”, stel de snelheid en de rijrichting van de vloerpoetsmachine als volgt in:Versnellingen:• Selecteer versnelling “ I “ voor een zorgvuldige poetsfase, of:• Selecteer versnelling “ II “ voor een medium poetsfase, of:• Selecteer versnelling “ III “ voor een snelle poetsfase. • Schakel de rotatie van de borstels in en breng ze naar beneden via drukknop “1”. », regel de druk van de borstels op de vloer door op knop “2” te drukken, ga daarna als volgt te werk:De werking voorziet 3 afstellingen, minimum/medium/maximum. Op het display verschijnt het SYMBOOL met de geselecteerde druktoename. • Druk eenmaal op de knop om een minimale belasting van de borstels in te stellen. • Druk een tweede maal op de knop om een medium belasting van de borstels in te stellen. • Druk een derde maal op de knop om een maximale belasting van de borstels in te stellen.

De druk die op deze manier is ingesteld, wordt automatisch behouden. • Open de toevoer van het poetswater ren stel de stroom in: • Druk op toets “3” om de werking te activeren en regel de stroom van het poetswa-ter op de borstels. De werking voorziet de afstelling van de stroom van volledig gesloten tot volledig open. De afstelling van het water die op deze manier is ingesteld, wordt automatisch behouden.

Het is aanbevolen om een middelmatige hoeveelheid water te gebruiken, zodat het hele oppervlak onmiddellijk na de borstels goed nat is, zonder dat een te grote hoeveelheid spat-ten, stroompjes of overlopen langs de vloerzwabber veroorzaakt. • Schakel de aanzuigmotoren in via de drukknop “4”. De vloerzwabber gaat automatisch naar beneden en zuigt het water op. Aandacht: de vloerzwabber gaat alleen naar beneden indien eerst de rijrichting vooruit werd geselecteerd via de schakeling op stand “A” (zie COMPONENTEN - POS. 11). » Druk op het rijpedaal (zie “COMPONENTEN” POS. 13) zodat de machine op de gewenste snelheid in de gewenste richting rijdt en de poetsbewerkingen aanvat. Indien u tijdens het poetsen en drogen achteruit wenst te rijden, miet u van rijrichting ve-randeren door de schakeling (zie “COMPONENTEN” POS.

11) op stand “R” te zetten, op deze manier gaat de vloerzwabber automatisch omhoog. Na het poetsen en drogen gaat u als volgt te werk:• » Stop de rotatie van de borstels door op de knop “1” te drukken. De borstels gaan automatisch omhoog en de waterstroom wordt onderbroken. • » Stop het aanzuigen door op knop “4” te drukken. De vloerzwabber gaat auto-matisch omhoog.

2/3 Sekunden lang gedrückt halten. “GO GREEN”WERKWIJZE Via deze werkwijze kunt u het verbruik van water, schoonmaakproduct en ener-gie verminderen. Om de werkwijze “ GO GREEN “ te activeren, houdt u de knop circa 2/3 secon-den ingedrukt, de bediener kan nu de poetsfase onmiddellijk uitvoeren zonder afstellingen uit te voeren op de functies, zoals borstels, het openen van de water-stroom, het aanzuigen en de vloerzwabber. Deze functies worden automatisch afgesteld wanneer deze werkwijze geactiveerd wordt. De functie wordt op het display met het symbool aangegeven. Om van de werkwijze “GO GREEN” naar “standaard”-modus over te gaan, houdt u de knop circa 2/3 seconden ingedrukt. Op het display verschijnen de symbo-len, borstels en aanzuiging zoals bij “standaard”-werkwijze. Om de werkwijze “GO GREEN” opnieuw te activeren, houdt u de knop circa 2/3 seconden ingedrukt.

Er bestaan 2 beheersniveaus van de instellingen op de elektronische besturing, die elk met een password zijn be-schermd. 1e niveau “GEBRUIKER“ (indien geactiveerd)2e niveau “DEALER” (indien geactiveerd)Om de programmering op de elektronische besturing te beheren, hebben be-paalde commando's een dubbele functie, zoals in de volgende afbeelding is aangegeven:Om naar het programma te gaan om parameters te wijzigen, ( erkende bedie-ners en dealers ), gaat u als volgt te werk:• Wanneer de machine uit staat, drukt u op de knop en ; draai daar-na de contactsleutel van 0 naar 1 (zie COMPONENTEN POS. 10). • Zoek met de drukknop “password invoeren”. • Voer het password in door op de knop te drukken. • Bevestig het password door op de knop te drukken.

Wanneer het eerste symbool op het display aangaat en knippert (bijvoorbeeld het symbool voor de waterstroom), betekent dit dat het mogelijk is om die in te stellen.

Ga verder met de invoer of de wijziging van de parameters met be-trekking tot het symbool aan de hand van de drukknoppen die in de volgende paragraaf worden beschreven. Wanneer de instellingen van het eerste symbool worden bevestigd, begint een tweede symbool te knipperen, en zo verder. Han-del als volgt om de parameters in te voeren of te wijzigen:• Druk op de knop om de waarde in te voeren• Druk op de knop om de waarde te bevestigenWanneer de parameters zijn ingevoerd, begint het opschrift “ MY “ op het display te knipperen. Wanneer u “Fixed” bevestigt = alleen modus “MY” wordt geactiveerd. Wanneer u “Enable” bevestift = modus “MY” en de STANDAARD-modus wor-den geactiveerd. Op de volgende pagina wordt het “beheer van de accessoires” en de “wijziging van de parameters” ALLEEN voor de verkopers van “DEALER-NIVEAU” beschre-ven.

NEE (NO) JA (YES)Met dit zelfde password kan de DEALER de volgende parameters wijzigen: Reset countmeter(Stelt de "gedeeltelijke" teller op nul)NEE (NO) NEE (NO) JA (YES) Accutype(Wijziging van het accutype, weergave van de spanning)36V-Pb 36V-Gel 36V-AGM Alarms language(Taal voor weergave van de alarmen)ENG (Engels)ENG (Engels)ITA(Italiaans) Display tune (van 5 tot 20)(instelling van het contrast op het display)15 5 20 Display brightness (van 0 tot 20)(instelling van de helderheid van het display)10 0 10 Brush switch o delay (van 0 tot 10 sec. )(instelling van de vertragingstijd voor uitschakeling van de borstels)0,2 0,0 10,0 Vaccum switch o delay ( da 0 a 30 sec.

)(instelling van de vertragingstijd voor uitschakeling van de aanzuigmotoren)5030 Service (u) (Dit dient om de aanvraag voor een in-terventie door de technische assistentie te activeren na een zekere periode uit-gedrukt in uren), het symbool knippert circa 10 seconden op het display, deze weergave verschijnt opnieuw telkens de machine wordt ingeschakeld tot de reset van de urenteller wordt uitgevoerd. BIJ DEZE WEERGAVE IS EEN GEWONE ONDERHOUDSINTERVENTIE BIJ EEN ER-KENDE WERKPLAATS VEREIST).

Op die manier vermijdt u stilstanden om de tank bij te vullen. Zie afbeelding. AANZUIGSLANG (OPTIE)Om deze functie te activeren, hoeft u enkel op de knop te drukken die met de pijl wordt aangegeven. De functie stopt de motoren van de borstels en brengt de vloerzwabber omhoog, zodat de slang kan worden gebruikt voor een reiniging ter afwerking.

De tank is uit polyethyleen vervaardigd, dat niet door zuren of basen kan worden aangetast, noch door het merendeel van de oplosmiddelen. Op het einde van de schoonmaak moet u het vuile water uit de opvangtank 3 a aten via de leiding 4.

Om de afvoer van het water en residuen te vergemakkeli-jken, kan de tank worden gekanteld (zoals in de foto wordt aangetoond). Maak de opvangtank perfect schoon door de afvoeropening 5 te openen, con-troleer of de aanzuig lter 6 en de mand voor opvang van afval 7 perfect scho-ongemaakt zijn. Keuze van het schoonmaakproduct Voor een goede reiniging van de vloer moet het juiste schoonmaakproduct wor-den gekozen. Gebruik schoonmaakproducten die niet gevaarlijk zijn, was uw handen nadat u deze producten gemanipuleerd heeft. Raadpleeg de instructies in de veiligheids ches van het schoonmaakproduct. Vraag indien nodig advies aan de leverancier of aan een bevoegde persoon, denk eraan dat een te agressief schoonmaakproduct schadelijk kan zijn voor de levensduur van de machine.

Gebruik een schoonmaakproduct waarvan de schuimvorming beperkt is, of met een schuimwerend additief, om schade aan de aanzuigmotor te vermijden. Als het niet mogelijk is om dergelijke producten te kopen, kunt u gewone wijnazijn gebruiken om schuim te voorkomen. Giet 50 cc. in de tank met oplossing voora-leer de poetsbeurt aan te vatten.

• Reinig het  lterpatroon met een kwast en gebruik een luchtstraal om de resterende onzuiverheden te elimineren. • Was ten slotte het patroon en plaats die in het bakje, schroef daarna het bakje opnieuw op de  lterromp aan.

De vloerpoetsmachine gebruikt een “GE-BOGEN” vloerzwabber, zoals in de afbeelding is te zien. Dit type vloerzwabber heeft als eigenschap dat die het water goed naar de aan-zuigbuis toe verzamelt, maar die is wel gevoelig voor het parallellisme met het terrein. Voor een goede werking van de vloerzwabber moet u de ideale werkhoek ten opzichte van de vloer zoeken. De achterste rubber 10 van de vloerzwabber moet zo verticaal mogelijk en op zijn rand werken, zoals in de afbeelding is te zien, zodat de vloeistof aan de voorkant van de rubber wordt opgevangen. Handel als volgt om dit te verkrijgen:• Regel de moer 7 door die rechtsom te draaien (aanschroeven) om de inclinatie van de vloerzwabber te vergroten, of linksom (losschroeven) om de inclinatie te verminderen.

• Na de afstelling moet u de moeren 8 opnieuw vastzetten. Deze platen dienen ook om de vloerzwabber te regelen zodat die parallel met de vloer werkt. Voor een goede levensduur van de rubbers moet de druk zo min mogelijk zijn, net genoeg om een goede droging te verkrijgen. Let op het feit dat het drogen vaak negatief wordt beïnvloed door een slechte werking van de aanzuiging. In dit geval moet u het volgende doen:• De aanzuigleidingen, de ingangen, de  lters en de vloerzwabber perfect reinigen. • De werking van de aanzuigmotor controleren. • Controleren of alle openingen voor inspectie van de tank goed gesloten zijn.

• Controleer of de vloerzwabber van de grond is opgetild. • Demonteer de borstels, (zie “BORSTELS” - Vervanging van de schifbor-stels en rolborstels”) en spoel ze zorgvuldig met een waterstraal. • Demonteer de vloerzwabber door de instructies vermeld in het hoofd-stuk “Vloerzwabber” - Montage en afstelling van de vloerzwabber” in omgekeerde zin te volgen. Maak de binnenkant van de vloerzwabber en de rubbers met een waterstraal schoon. Om de rubbers van de vloerzwabber te reinigen, moet u die demonteren zoals beschreven in “Vervanging van de droogboord | vervanging rubbers van de vlo-erzwabber”. Vervanging van de droogboord |vervanging rubbers van de vloerzwabberDe functie van de rubbers bestaat erin om het water gebruikt om te poetsen tegen te houden. U dient de rubbers daarom altijd perfect werkend te houden en ze te vervangen in geval van breuk of slijtage.

Vervang de droo-gboord; indien alle boorden 9 (er zijn er 4 per rubber) van de rubbers 10 en 11 beschreven in het hoofdstuk “VLOERZWABBER” versleten zijn, moet u de als volgt vervangen:. Let op. Deze handeling moet uitgevoerd worden op het einde van de werkza-amheden, draag handschoenen en een veiligheidsbril om dit te doen. Rubber achteraan:• Maak de hendelsluiting 12 los, beschreven in het hoofdstuk “VLOER-ZWABBER” , verwijder de bijhorende rubberaandrukkers. • Verwijder de rubber achteraan 10 (zie “VLOERZWABBER”). • Draai de rubber en monteer die op de vloerzwabber; indien de rubber volledig versleten is, moet u die wel vervangen. • Hermonteer de rubberaandrukkers. Rubber vooraan:• Los de bevestigingselementen. • Verwijder de rubberaandrukker. • Verwijder de rubber vooraan 11 (zie “VLOERZWABBER”).

RIJSYSTEEMDe vloerpoetsmachine wordt voortbewogen door een elektrisch systeem besta-ande uit een elektrisch aangedreven wiel 1 vooraan en door een elektronische besturingseenheid 2 die de werking van het elektrisch aangedreven wiel aan-stuurt. Een schakeling 11, beschreven in het hoofdstuk “COMPONENTEN” stelt de machi-ne in rijversnelling vooruit of achteruit.

Bovendien bevindt zich op de schakeling een omschakeling voor de snelheid in drie standen, die dient om het type rij- of werksnelheid in te stellen (zie hoofdstukken “COMPONENTEN” en “STANDA-ARD-WERKWIJZEN”). Wanneer u op het pedaal 13 drukt (zie “COMPONENTEN”), wordt het rijden van de vloerpoetsmachine aangestuurd.

DE elektrische rem 1 is geïntegreerd in het elektrisch aangedreven tractievo-orwiel 2, deze rem houdt de machine geremd wanneer die uit staat of wanneer die aan staat maar afgeremd is. De elektrische rem is voorzien van een vlinder schroef 3 om de machine te deblokkeren en handmatig te verplaatsen wanneer die gestopt is. (bijvoorbeeld wanneer er geen accu is). Handel als volgt om deze handeling te kunnen uitvoeren:Deactiveren de elektrische rem uit om de machine handmatig te verplaatsen • Voor deactiveren de elektrische rem 1, schroef de vlinder schroef 3 aan in de zitting 4 op de elektrische rem en schroef met de klok mee totdat de ontgrendelingsarm 5 beweegt weg van het lichaam van de elektro-motor en zo de machine handmatig te kunnen verplaatsen.

ACCU Controle van het oplaadniveau van de accuGezien er een rechtstreeks verband is tussen het soortelijke gewicht van elektrolyt en het oplaadniveau van de accu, kan de meting van het soortelijke gewicht van het elektrolyt als e ciënte en correcte controle van het oplaadniveau van de accu worden beschouwd.

Wanneer de accu opgeladen is en in normale omstandighe-den, met het elektrolyt op het juiste peil, bedraagt de densiteit circa 1. 260 (30° Bè) bij 30° C. Indien de densiteit tussen 1. 26 (30° Bè) en 1. 20 (24 Bè) ligt, is de accu gedeeltelijk opgeladen. Indien de densiteit lager dan 1. 14 (18° Bè) is, is de accu niet meer opgeladen. Meting van de densiteitHet meten van de densiteit van het elektrolyt is de belangrijkste controle van een accu. Deze meting moet met de grootste zorg aan de hand van een densiteitmeter worden uitgevoerd. Breng de naald in de accu en trek een voldoende hoeveelheid elektrolyt op om de vlotter te laten drijven. Let op dat het bovenste deel van deze vlotter de rubberen peer niet raakt, of niet door de capillariteit aan de glazen wan-den blijft kleven.

Indien een densiteitmeting wordt uitgevoerd na het toevoegen van gedestilleerd water, moet u wachten tot te densiteit in alle vloeistof in het ele-ment homogeen wordt. Water bijvullenVoeg gedestilleerd water in iedere cel van de accu toe nadat de accu is opgela-den om de vloeistof op een niveau 6 mm boven de platen te brengen. Initieel vindt deze handeling na iedere oplaadbeurt plaats, daarna kan het bijvullen min-der vaak plaatsvinden, volgens de ervaring van de verantwoordelijke, maar nooit langer dan een week tussen de verschillende bijvulbeurten. OplaadlimietenHet is niet nodig om de accu opnieuw op te laden als de densiteit op het einde van de werkdag niet onder 1. 24 (28° Bè) is gedaald. Het meest voorkomende verkeerde gedrag dat wordt vastgesteld tijdens het gebruik van de accu voor tractie is overladen.

Deze factor alleen al kan de levensduur drastisch verminde-ren indien deze continu wordt toegepast. De aanbevolen maximale temperatuur bedraagt 45° C. Indien de temperatuur van het elektrolyt mer dan 10/12° C stij-gt ten opzichte van de omgevingstemperatuur, kan er overladen plaatsvinden, onafhankelijk van de waarde van de bereikte temperatuur.

Indien er in de accu een restlading van 5-10% blijft, wat op het display van het instrumentenbord wordt gesignaleerd, is het rijden en drogen toegestaan maar mogen de borstels niet draaien en mag er geen poetsbeurt worden uitgevoerd. Lokalen om de accu op te ladenDe gassen die zich tijdens het opladen ontwikkelen, vormen een gevaar voor ontplo ng. U moet er daarom voor zorgen dat er een vrije ventilatie van de accu is tijdens het opladen en dat de contacten van de klemmen geen vonken kunnen doen ontstaan. De lokalen waar accu's van accumulatoren worden opgeladen, moeten goed verlucht zijn, en er mogen hier geen temperaturen van meer dan 40/45° C zijn. Indien er via de ramen onvoldoende verluchting is, moet u speciale afvoerleidin-gen voorzien die niet in rookkanalen mogen uitmonden. Wanneer dit nodig is, moet de luchtverversing snel via ventilatoren plaatsvinden.

Accu niet continu in dienst of niet actiefIndien de accu niet continu wordt gebruikt, moet u die iedere maand opnieuw opladen of het opladen vernieuwen, zelfs als de metingen van het soortelijke gewicht hoge waarden oplevert. Als de accu gedurende lange perioden inactief blijft, moet die op een koele, droge plaats worden bewaard. U moet de accu een-maal per maand volledig opladen tot u merkt dat in alle elementen een grote ga-sontwikkeling ontstaat en het a ezen van de spanning en het soortelijke gewicht gedurende 3-4 uur constant blijven. Vooraleer een accu die lange tijd inactief is gebleven opnieuw in dienst te stellen, moet die in ieder geval opnieuw opgela-den worden en moet u controleren of het elektrolyt op het juiste peil staat.

Het elektrische systeem bestaat uit een inverter voor controle van de tractie 4 en een elektronische besturingskaart 3 voor de functies van de machine en verschillende elektrische componenten beschreven in het hoofdstuk “ELEKTRISCHE SCHEMA”. In geval van storing(en) of slechte wer-king van de machine geven de inverter of de kaart van de functies het alarm op het display aan de hand van een code weer. (zie tabel “ALARMEN”).

94ALARMEN KAART FUNCTIESAlarm Oorzaak Beschrijving en oplossingAL_1: Function brushes ammeterAmperometrische beveiliging van de bor-stelsControleer de gebruikswijze van de werking van de borstels. Er wordt een hoge werkstroom gemeten op de motor van de borstels. AL_2: Function vacuum ammeterAmperometrische beveiliging van de aan-zuigingControleer de stroomopname van de aanzuigmotor. Er wordt een hoge wer-kstroom gemeten op de motor van de borstels. AL_3: Function powerstage fail Vermogenstation beschadigdHet vermogenstation van de borstels of aanzuiging is beschadigd: vervang de kaart. AL_4: Function overcurrentTe hoge stroom op uitgangen borstel of aanzuigingKortsluiting gedetecteerd op de uitgang van de motor voor de borstels of aanzuiging: controleer de aansluitingen en de staat van de motoren.

AL_5: Function overtemperatureThermische beveiliging op station bor-stels/aanzuigingOververhitting vermogenstation borstels en aanzuiging: controleer de opnames. AL_6: Function Act1: endsw failProbleem bij het lezen van de eindaanslag aandrijving borstelsProbleem bij de con guratie van de eindaanslag. Controleer de aansluitin-gen en de staat van de eindaanslagen van de aandrijving van de borstels. AL_8: Function Act1: timeoutAandrijving van de borstels: eindpositie niet bereiktPositie aandrijving borstels niet bereikt binnen de voorziene maximumtijd. Controleer de aansluitingen van de aandrijving en/of eventuele mechani-sche belemmeringen. AL_9: Function Act2: timeoutAandrijving zwabber: eindpositie niet bereiktPositie aandrijving zwabber niet bereikt binnen de voorziene maximumtijd. Controleer de aansluitingen van de aandrijving en/of eventuele mechani-sche belemmeringen.

AL_20: General EEprom failFout tijdens het lezen van het interne geheugenVervang de kaart. AL_21: General Key-o failure Foutieve sleutelsequentieTerugslag vastgesteld op het sleutelsignaal: controleer de aansluitingen en de staat van de contactsleutel.

AL_22: General main rele failHoofdstroom relais defect of aanzuigmo-tor losgekoppeldHet hoofdstroom relais is defect: controleer de aansluitingen en de werking van de aanzuigmotor; controleer de stuurstroom zekering en voeding van de printplaat en zorg ervoor dat het hoofdstroom relais correct werkt. Vervang het hoofdstroom relais indien defect. AL_23: General overvoltage Te hoge spanning. Te hoge spanning op de kaart van de functies gedetecteerd. Controleer de aansluitingen van de accu. AL_24: Traction batt connectionAccu niet aangesloten op de kaart van de functiesControleer de gebruikswijze van de tractiewerking. Er wordt een hoge werk-stroom gemeten op de tractiemotor. AL_25: General keyboard failGeen communicatie instrumente-bord-functiesControleer de aansluitingen tussen de kaart van het toetsenbord en de fun-cties.

95ALARMEN TRACTIE-INVERTERAlarm Oorzaak Beschrijving en oplossingAL TR 8 WATCH DOGProbleem met het elektrische WATCHDOG-circuit dat de capaciteit verliest om het vermogen van het systeem te activeren of te blokkeren. Indien de continuïteit op de fasen van de motor gecontroleerd is, heeft het probleem te maken met de logica (inverter) van het systeem, die bijgevolg vervangen moet worden. AL TR 13 EEPROM KOProbleem met het parametergeheugen. Probeer een CLEAR EEPROM uit te voeren om het geheugen te resetten. Indien deze handeling geen positief resultaat oplevert, moet u de beschadigde EEPROM vervangen. AL TR 17 LOGIC FAILURE #3Breuk van het hardwarecircuit dat het systeem controleert en beschermt tegen te hoge stroompieken door de driefasige brug te openen; het proble-em heeft te maken met de logica (inverter) van het systeem, die bijgevolg vervangen moet worden.

AL TR 18 LOGIC FAILURE #2Breuk van het hardwarecircuit dat de timing garandeert van de sinusoïdale golven; het probleem heeft te maken met de logica (inverter) van het systeem, die bijgevolg vervangen moet worden. AL TR 19 LOGIC FAILURE #1Signalering van te hoge of te lage spanning. Dit treedt op wanneer de lading van de accu teveel afwijkt (circa + of - 20%) van de nominale waarde. In dit geval moet u de oorzaak van het probleem opsporen en voorkomen (te hoge spanning ontstaat gewoonlijk bij te hoge regeneratie, te lage spanning wanneer de accu te ver leeg is). Dit houdt geen verband met het systeem. AL TR 30 VMN LOWDiagnose bij de inschakeling die optreedt wanneer de gemeten fasespanning te laag is ten opzichte van de verwachte waarde. Controleer of de ver-mogenkabels van de motor goed vast zitten (een losgekomen fase of een fase die slecht contact maakt doet deze fout optreden).

Indien de vermoge-naansluitingen in orde zijn, dan is het waarschijnlijk dat de schade de vermogensectie van het systeem betreft, die bijgevolg moet worden vervangen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ghibli & Wirbel R R 300 FD 130 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden