Geratherm Active Control Handleiding

Geratherm Bloeddrukmeter Active Control

Bekijk gratis de handleiding van Geratherm Active Control (260 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 40 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Geratherm Active Control of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/260
D
DE
TENSIOMÈTRE ÉLECTRONIQUE
AU POIGNETOR
Notice d’utilisation
DIGITAL WRIST BLOOD PRESSURE
MONITOR
Instruction for use
EN
FR
DIGITALES HANDGELENK-
BLUTDRUCKMESSGERÄT
Gebrauchsanweisung
SFIGMOMANOMETRO DIGITALE
DA POLSOOR
Istruzioni d‘uso
TENSIÓMETRO DIGITAL
DE MUÑECAOR
Manual de uso
ESFIGMOMANÓMETRO DIGITAL
DE PULSOOR
Manual de instruções
DIGITALE POLSBLOEDDRUK-
METER
Gebruiksaanwijzing
IT
ES
PT
NL
AR

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Geratherm
Categorie: Bloeddrukmeter
Model: Active Control

Handleiding Geratherm Active Control – volledige tekst

196NLInhoud197197198199199200200200203204205206209209211211212214215216218219220220221222Gebruiksdoeleinde. Contra-indicaties. Voorzorgsmaatregelen. Reiniging. Onderhoud en afvoeren. Opslag. Garantie. Belangrijke aanwijzingen voor het gebruik van het product. Meetprincipe. Beschrijving van het product Informatie over het apparaat. Verklaring van het display. Voorbereiding voor het meten Stroomvoorziening en laden van de accu. Zo activeert u uw bloeddrukmeter. Instellen van datum en tijd. Omleggen van de manchet. Lichaamshouding tijdens het meten. Functies Bloeddrukmeter (GT17). Oproepen van opgeslagen waarden. Wissen van opgeslagen waarden. Service en onderhoud. Foutmetingen. Technische gegevens. Kwaliteitsgarantie. Lijst van symbolen. Informatie met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Bijlage.

197DNLHartelijk dank dat u hebt gekozen voor de Geratherm® active control bloeddrukmeter. Deze bloeddrukmeter maakt gebruik van de oscillometrische meetmethode om de systolische en dias- tolische bloeddruk en de hartfrequentie te meten. De meting vindt plaats aan de pols. Alle waarden kunnen worden afgelezen op een Lcd-display. Lees voor de eerste ingebruikneming van uw apparaat deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Contra-indicatiesHet apparaat is niet bedoeld voor zuigelingen, zwangere vrouwen, patiënten met elektronische im-plantaten, patiënten met pre-eclampsie, vroegtijdige ventriculaire samentrekkingen, boezembrille-ren, perifere arteriële vaatziekte en patiënten die een intravasculaire therapie of een arterioveneuze shunt hebben ondergaan of personen bij wie een mastectomie werd uitgevoerd.

Als het apparaat wordt gebruikt door een van de genoemde categorieën van personen, dan moet eerst een arts wor-den geraadpleegd en moet de geschiktheid van de meetmethode worden beoordeeld. Dit apparaat is niet geschikt voor de continue bewaking tijdens medische noodgevallen of operaties. Dit apparaat kan niet tegelijkertijd met chirurgische HF-apparaten worden gebruikt. Het apparaat is niet bestemd voor patiëntenvervoer buiten gezondheidsinrichtingen. Het is niet bestemd voor gebruik op andere extremiteiten dan de pols of voor andere functies dan het meten van de bloeddruk. Wikkel de manchet niet om dezelfde arm waarop een arterioveneuze shunt aanwezig is of waarop tegelijkertijd andere medische hulpmiddelen aangesloten zijn, dit kan leiden tot tijdelijk verlies van de functie van dergelijke gelijktijdig gebruikte medische hulpmiddelen.

Gebruik het apparaat niet als u allergisch bent voor polyester, nylon of kunststof. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die ontstaat door verkeerd gebruik en niet-inachtneming van de veiligheidsinstructies die beschreven zijn in de gebruiksaanwijzing.

GebruiksdoeleindeDe bloeddrukmeter is overeenkomstig het beoogde gebruik bedoeld voor niet-invasieve meting en controle van de arteriële bloeddruk en is alleen geschikt voor volwassenen ouder dan 18 jaar met een polsomtrek tussen 13,5 en 21,5 cm. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik.

198NLVoorzorgsmaatregelen SN • Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. • Deze gebruiksaanwijzing en het product vormen geen alternatief voor een bezoek aan uw dokter. De hierin opgenomen informatie en het product mogen niet worden gebruikt voor de diagnose of be- handeling van gezondheidsproblemen of voor het voorschrijven van medicatie. Heeft u een medisch probleem of vermoedt u dat u een dergelijk probleem heeft, vraag dan zo snel mogelijk uw dokter om advies. • Verwar zelfcontrole niet met zelfdiagnose. Dit apparaat stelt u in staat uw bloeddruk te controle-ren. Neem geen therapeutische maatregelen aan de hand van uw zelfmeting. • Controleer voor gebruik of het apparaat veilig functioneert en in perfecte staat is. Controleer het apparaat. Gebruik het apparaat niet als het op enige wijze beschadigd is.

Als u een beschadigd instrument blijft gebruiken, kan dit leiden tot persoonlijk letsel, onjuiste resultaten of ernstige gevaren. • Bewaar het apparaat buiten het bereik van kleuters, kinderen en huisdieren. Het inademen of inslikken van kleine onderdelen is gevaarlijk en kan de dood tot gevolg hebben. • Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires, anders kan dit leiden tot beschadi-gin- gen aan het apparaat, lichamelijke letsels bij de gebruiker of meetfouten. • Gebruik het apparaat onder de omgevingscondities die beschreven zijn in de gebruiksaanwijzing. Anders ontstaat er een negatieve invloed op de werking en levensduur van de bloeddrukmeter. • Het apparaat is geen AP / APG-apparaat en is niet geschikt om te worden gebruikt in aanwezig-heid van ontvlambare anestheticamengsels met lucht of zuurstof of lachgas.

• Wanneer de manchetdruk 300 mmHg (40 kPa) bereikt, dan wordt de lucht in de manchet au- to-matisch afgelaten. Indien de lucht niet uit de manchet wordt gelaten wanneer de druk 300 mmHg (40 kPa) bereikt, dan verwijdert u de manchet van de pols en drukt u op de „START“-toets om het oppompen te stoppen.

• Te frequente en opeenvolgende metingen kunnen leiden tot storingen in de bloedsomloop en kunnen lichamelijke letsels veroorzaken. • Als u tijdens een meting klachten ondervindt, bijv. pijn in de arm of andere klachten, druk dan op de “START”-toets om de lucht uit de manchet af te laten. Maak de manchet los en verwijder deze van uw arm. • Controleer tijdens de meting dat de doorbloeding niet wordt gehinderd. • Gebruik de manchet niet op een verwonde huid.

199DNLVoorzorgsmaatregelenOnderhoud en afvoeren • Gebruik een zachte doek voor de reiniging en gebruik voor de reiniging geen schurende of vluch-tige reinigingsmiddelen. Gebruik oplosmiddelvrije reinigingsmiddelen. • Was de manchet niet in de wasmachine of de vaatwasmachine! • De levensduur van de manchet kan variëren door de frequentie van het wassen, de toestand van de huid en de bewaartoestand. De typische levensduur is circa 10.000 metingen. • Reinig de bloeddrukmeter niet tijdens het opladen. Verwijder vóór het reinigen altijd eerst de oplader. • Waarschuwing: Geen onderhoud / service als het apparaat in gebruik is. • Gooi het apparaat, de toebehoren en de uitrustingsstukken weg volgens de plaatselijk geldende richtlijnen. • Probeer het apparaat in geval van storing niet zelf te repareren. Laat reparaties uitsluitend uitvoe-ren door een erkende servicedienst.

• De fabrikant stelt op verzoek bedradingsschema‘s, onderdelenlijsten, beschrijvingen, kalibra-tie-instructies enz. ter beschikking om het servicepersoneel te helpen bij het repareren van on-derdelen. • Het apparaat hoeft niet binnen twee jaar na een betrouwbaar onderhoud te worden gekalibreerd. • Gooi uw bloeddrukmeter niet in vuur. De accu kan hierdoor gaan exploderen wat kan leiden tot letsel of zelfs dodelijk letsel. • Batterijen (batterijenset of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan overmatige hitte, zoals zonlicht, vuur of dergelijke.Reiniging • De gebruikte materialen van de manchet werden getest en beantwoorden aan de vereisten voor de biologische evaluatie van medische hulpmiddelen overeenkomstig de normen DIN EN ISO 10993-5 en DIN EN ISO 10993-10. De gebruikte stoffen veroorzaken geen potentiële irritaties of allergische reacties.

200NLBelangrijke aanwijzingen voor het gebruik van het productWat is bloeddruk. Doordat de hartkamer bloed in de bloedvaten en door het vaatstelsel drukt, ontwikkelt het hart een kracht. Een verdere kracht wordt door de bloedvaten ontwikkeld, doordat zij ten overstaan van de bloedstroom een weerstand opbouwen. De bloeddruk is het resultaat van deze beide krachten. Wat betekent systolische en diastolische bloeddruk. De systolische bloeddruk is de bovenste waarde die op het tijdstip van de maximale contractie van het hart wordt gemeten. De diastolische bloeddruk is de onderste waarde die op het tijdstip van het verslappen van het hart wordt gemeten. Garantie • Bewaar het apparaat inclusief de adapter in een droge ruimte en bescherm het apparaat tegen extreme vochtigheid, hitte, pluizen, stof en direct zonlicht als u het apparaat niet gebruikt.

Leg geen zware voorwerpen op de productverpakking. • Dit apparaat bestaat uit gevoelige componenten en moet met zorg worden behandeld. Neem de beschreven opslagen bedrijfsomstandigheden in acht. • Het duurt ten minste 30 minuten voordat het apparaat is opgewarmd van de minimale opslag-temperatuur en klaar is voor het beoogde gebruik. Het apparaat moet tussen de gebruiksbeurten door ten minste 30 minuten van de maximale opslagtemperatuur zijn afgekoeld tot het weer klaar is voor gebruik. • Bewaar de bloeddrukmeter op een koele, droge en geventileerde plek. Vermijd het naderen van het vuur en de warmtebron, anders zal de batterij exploderen. OpslagOp deze bloeddrukmeter wordt bij normaal gebruik voor eventuele fouten vanwege de fabrikant een garantie verleend van twee jaar vanaf de datum van aankoop.

Indien uw bloeddrukmeter als gevolg van defecte onderdelen of een foutieve montage niet correct functioneert, dan repareren wij hem gratis. Met uitzondering van de manchet vallen alle onderdelen van de bloeddrukmeter onder deze garantie.

201DNLIs mijn bloeddruk normaal?Voor de beoordeling van uw bloeddruk kunt u de hiernavolgende grasche voorstelling van de classi-catie van de bloeddruk bekijken, uitgegeven door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie). Belangrijke aanwijzingen voor het gebruik van het productBloeddruk classicatie Systolisch mmHgDiastolisch mmHgKleur- indicatieOptimaal < 120 < 80 groenNormaal 120 - 129 80 - 84 groenHoog - normaal 130 - 139 85 - 89 groenGraad 1 - hoge bloeddruk 140 - 159 90 - 99 geelGraad 2 - hoge bloeddruk 160 - 179 100 - 109 oranjeGraad 3 - hoge bloeddruk ≥ 180 ≥ 110 rood11010510095908580120 130 140 150 160 170 180Ernstige hoge bloeddruk (hypertensie graad 3)Gematigde hoge bloeddruk (hypertensie graad 2)Geringe hoge bloeddruk (hypertensie graad 1)OptimaalNormaalHoog - normaal GrenslijnDiastolisch mmHgSystolisch mmHg

202NLBelangrijke aanwijzingen voor het gebruik van het productWat betekent lage bloeddruk?In het algemeen is lage bloeddruk beter voor zover er geen onaangename symptomen optreden zoals auwtes en/of duizeligheid.Bloeddrukschommelingen en -veranderingenDe volgende grasche voorstelling toont mogelijke bloeddrukschommelingen binnen de 24 uren.mmHgSystolischDiastolischDe volgende factoren beïnvloeden de resultaten van de bloeddrukmeting en veroorzaken schom-melingen:• Baden • Gesprek• Alcoholgebruik • Gymnastiek• Beweging • Stress• Eten • Temperatuurverandering• Gedachten • Roken enz..

203DNLDit product maakt voor de bloeddrukmeting gebruik van de oscillometrische meetmethode. Voor ie-dere meting bouwt het apparaat een “nuldruk” op, die overeenstemt met de luchtdruk. Daarna begint het met het oppompen van de manchet. Ondertussen registreert het apparaat drukschommelingen, die door het pulseren van het bloed worden geproduceerd.Het apparaat vergelijkt ook het langste en het kortste tijdsinterval van de geregistreerde polsgolven met het gemiddelde tijdsinterval en berekent dan de afwijking. Het apparaat geeft samen met de indicatiewaarde een symbool weer bij een onregelmatige hartslag. Meetprincipe

204NLLcd-displayManchetDiastolische waardePolsslagSystolische waarde“MEM”-toetsTijdWHO-classicatieUSB-aansluiting“START“-toets De manchet is geschikt voor een polsomtrek tussen 13,5 en 21,5 cm.Informatie over het apparaat SNBeschrijving van het productInhoud:1. Bloeddrukmeter (GT-1215)2. Gebruiksaanwijzing3. USB-kabel 4. Bewaarzakje

205DNLBeschrijving van het productSymbool Beschrijving VerklaringSystolische bloeddrukResultaat hoge drukDiastolische bloeddrukResultaat lage drukPolsslag Polsslag/minuut; hartslag/minuutBewegings-sensorBeweging zal leiden tot onnauw-keurige resultaten.Aritmie Aritmie - herkennenPositiecontroleDe juiste positie is de voorwaar-de voor correcte meetwaardenGemiddelde waardeDe gemiddelde waarde van de laatste 3 gemeten waardenLage accucapaciteitHet apparaat moet worden geladenWHO-classi-catieIn welk bereik wordt de waarde geclassiceerd volgens de WHOActuele datum en tijdMaand/dag, uur/minuutGeheugenIndicatie van de opgeslagen waardenHartslagHartslagherkenning tijdens de metingVerklaring van het display

206NLStroomvoorziening en opladen van de accu1. De accu van de Geratherm® active control is een ingebouwde lithium-polymeer-accu met een elektrische lading van 420 m/Ah.2. Gebruik een voedingseenheid met USB-aansluiting (niet bijgeleverd) of een andere stroombron met USB-aansluiting en de bijgeleverde USB-kabel om de accu te laden, zoals weergegeven op de onderstaande afbeeldingen:Methode 1Methode 2 SN Het apparaat moet onder de volgende omstandigheden worden geladen: wordt weergegeven SN Aanwijzing: Optionele voedingseenheid (Gebruik een goedgekeurde voedingseenheid) V-ingang: AC 100 - 240 V ~ 50/60 Hz 0,2 A max V-uitgang: 5 V 1000 mAVoorbereiding voor het metenAC - voedingseenheid

207DNLVoorbereiding voor het metenWanneer u de bloeddrukmeter inschakelt, knippert het Lcd-display “ “. Dit betekent dat de accu zwak is. Laad de accu tijdig bij. U kunt de meting toch nog uitvoeren.Indien het Lcd-display “ “ weergeeft, dan betekent dit dat de accu te zwak is. De bloeddruk-meter wordt automatisch uitgeschakeld en u moet de accu onmiddellijk laden.Tijdens het laden geeft het Lcd-display knipperend de laadtoestand aan, zoals weergegeven op de onderstaande afbeeldingen:Als de accu niet geladen is, dan geeft het Lcd-display tijdens het laden het volgende weer.Als er een laadniveau bereikt is, dan geeft het Lcd-display tijdens het laden het volgende weer.Als er twee laadniveaus zijn bereikt, dan geeft het Lcd-display tijdens het laden het volgende weer.Als er drie laadniveaus bereikt zijn, is de accu volledig geladen en geeft het Lcd-display het volgende weer.

208NLVoorbereiding voor het meten SN Let op• De accu van de Geratherm® active control is een ingebouwde heroplaadbare lithium- poly-meer-accu. Probeer de bloeddrukmeter niet zelf of door onbevoegd onderhoudspersoneel te demonteren of met geweld te openen.• In het kader van het normale gebruik kan de accu ongeveer 300 keer worden bijgeladen. Als de accu niet laadt of als het apparaat niet normaal kan worden gebruikt, neem dan contact op met uw verkoper. Als u uw bloeddruk 3 keer per dag meet, dan kan het apparaat tot 15 dagen worden gebruikt zonder opnieuw te laden.• Probeer niet de accu van uw bloeddrukmeter te vervangen. De accu is ingebouwd en niet vervangbaar.• Vermijd het laden van uw bloeddrukmeter bij extreem hoge of lage temperaturen.• Reinig de bloeddrukmeter niet tijdens het laden.

209DNLVoorbereiding voor het metenZo activeert u uw bloeddrukmeterDoor het instellen van de datum en de tijd wordt uw bloeddrukmeter geactiveerd.Instellen van datum en tijdHet is belangrijk dat u de datum en de tijd van de bloeddrukmeter instelt, zodat de gemeten waarden kunnen worden voorzien van de juiste tijdstempel en in het geheugen kunnen worden toegewezen. (Tijdformaat: 24 h)1. Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, houdt u de “MEM”-toets ca. 3 se-conden lang ingedrukt om de modus voor de instelling van het jaar te berei-ken.2. Druk op de “START”-toets om het jaartal in te stellen, met iedere druk op de toets wordt het jaartal met een jaar verhoogd.3. Wanneer het juiste jaartal bereikt is, drukt u op de “MEM”-toets om deze op te slaan en naar de volgende stap te gaan.

210NLVoorbereiding voor het meten4. Herhaal de stappen 2 en 3 om de [MAAND] en de [DAG] in te stellen.5. Herhaal de stappen 2 en 3 om het [UUR] en de [MINU-TEN] in te stellen.6. Herhaal de stappen 2 en 3 om de positiecontrole in of uit te schakelen. Wanneer u deze bevestigt, zoals beschreven in stap 3, dan worden alle instellingen na elkaar weergegeven op het display. Vervolgens wordt het apparaat uitge-scha-keld.

211DNLVoorbereiding voor het metenOmleggen van de manchet1. Wikkel de manchet rond de ontblote pols. Het display moet zich aan de kant van de handpalm bevinden.2. Bevestig de manchet. Zorg ervoor dat ze niet te strak zit. De rand van de manchet moet ca. 1 cm van de hand-palm verwijderd zijn.Lichaamshouding tijdens het meten1. Rust 5 minuten voor de meting uit. Wacht minstens 3 minuten tussen de me-tingen. Dit zorgt ervoor dat uw doorbloeding kan stabiliseren.2. Ga rechtop zitten en leg uw onderarm zoda- nig dat het apparaat zich op dezelfde hoogte bevindt als uw hart. Ontspan u en meet in een natuurlijke lichaamshouding.3. Meet en registreer de bloeddruk iedere dag steeds op hetzelfde tijdstip, om uw bloeddruk- ver-loop vast te stellen.

212NLFunctieBloeddrukmeting1. Druk op de “START”-toets en laat deze los om de automatische meting te beginnen.2. Zodra de meting voltooid is, verschijnen op het display de gemeten waarden voor de bloeddruk en de polsslag. Druk op de “START”-toets om het apparaat uit te schakelen. Anders wordt het apparaat na een minuut automatisch uitgeschakeld.Lcd-display 0-waarde wordt weergegevenHet oppompen en meten begintDe resultaten wor-den weergegeven en opgeslagen

213DNLFunctie SN Opmerking:Wanneer de functie van de positiecontrole ingeschakeld is, dan analy-seert het apparaat eerst uw armpositie. De pols moet gebogen zijn in een hoek tussen 30° en 45°. Als deze positie niet wordt ingenomen, dan wordt de meting niet gestart en op het display verschijnt het symbool + ERR tot u de juiste positie heeft ingenomen. SN Opmerking:Als u de juiste positie heeft ingenomen dan geeft het display het sym-bool 3 seconden lang weer en begint daarna de meting.

214NLFunctieOpgeslagen waarde nr. 1Maand en dagTijdMaand en dagOproepen van opgeslagen waarden1. Om de laatste opgeslagen waarden op te roepen, drukt u op de “MEM”-toets en laat u deze los. Op het display ver-schijnt de gemiddelde waarde (AVG) van de laatste 3 metingen. (Opmerking: Als er minder dan 3 op-geslagen waarden aanwezig zijn, dan wordt de laatst gemeten waarde weer-gegeven) SN Aanwijzing:Er kunnen 60 waarden op het apparaat worden opgeslagen.2. Door nogmaals op de “MEM”-toets te drukken, kunnen alle opgeslagen waarden worden opgeroe-pen. Links beneden is het nummer van de opgeslagen waarde te zien. Dit verschijnt afwisselend met het tijdstip van de opgeslagen meting. Daaronder is de bijbehorende datum weergegeven. SN De recentste meetwaarde (1) wordt eerst weergegeven. Iedere nieuwe meting wordt aan de eerste (1) gegevensrecord toegewezen.

Alle andere gegevensrecords worden een plaats achteruit-geschoven (bijvoorbeeld 2 wordt 3, en zo voorts) en de laatste meetwaarde wordt uit de lijst verwij-derd.

215DNLFunctieWissen van opgeslagen waarden1. Druk op de “MEM”-toets en houd deze ca. 3 seconden ingedrukt terwijl het apparaat zich reeds in de modus voor de opgeslagen waarden bevindt. Op het display wordt “dEL ALL” (“alles wissen”) weergegeven.2. Druk op de “MEM”-toets om het wissen te bevestigen. Op het display wordt “dEL dOnE” (”wissen uitgevoerd”) weergegeven.3. Om te controleren of het wissen correct is uitgevoerd, drukt u op de “MEM”-toets, het display moet “0” weergeven. SN Opmerking:Om de wismodus te verlaten zonder waarden te wissen, drukt u op de “START”-toets.

217DNLVerdunningsmiddelen, benzine en andere agressieve reinigingsmid-delen vermijden.Het apparaat op een geschikte plaats bewaren. Hoge tempera-turen, directe bestraling door de zon, hoge vochtigheid en stof vermijden.De “START”-toets niet indrukken als de manchet niet correct om de pols is gelegd.Service en onderhoud

218NLProbleem Displayindicatie Oorzaak OplossingGeen stroomOp het display wordt niets weergegevenAccucapaciteit is te laag Accu bijladenLage accuca-paciteit AnzeigeAccucapaciteit is te laag Accu bijladenGeen stroomOp het display wordtniets weergegevenAdapter / oplaadkabel is niet correctverbondenControleer adapter en oplaad-kabel encorrect aansluitenGeen displayGeen indicatie bij het indrukken van de knoppenHet apparaat is niet geactiveerdDruk op de “MEM”- toets en houd deze ingedrukt om het apparaat te activerenFoutmel-dingenE 1De manchet is niet correct bevestigd of de druk in de manchet is te hoogRust een ogenblik uit, bevestig de manchet opnieuw en meet de bloeddruk nogmaalsE 2Het apparaat heeft bewegin-gen herkend of de polsslag is te laagRust een ogenblik uit en meet opnieuwE 3Er wordt geen polssignaal herkendVerwijder de kleding van uw arm en meet opnieuwE 4Het meet-proces werd niet correct uitgevoerdRust een ogenblik uit en meet opnieuwEExxEr is een kalibratiefout opgetredenRust een ogenblik uit en meet opnieuwDe meet-waarden liggen buiten het meetbereikOntspan u een ogenblik.Bevestig de manchet terug en meet opnieuw.

44,8 mm x 35,6 mmMeetmethode Oscillometrische methodeMeetbereikManchetdruk: 0 mmHg ~ 299 mmHg (0 kPa ~ 40 kPa)Meetdruk: SYS: 60 mmHg ~ 230 mmHg (8,0 kPa ~ 30,7 kPa) DIA: 40 mmHg ~ 130 mmHg (5,3 kPa ~ 17,3 kPa)Polsslag: (40 - 199) polsslagen/min.NauwkeurigheidBloeddruk +/- 3 mmHg (+/- 0,4 kPa) Polsfrequentie +/- 5%Gebruiks- omstandighedenEen temperatuurbereik van: +5 °C tot +40 °CEen relatieve luchtvochtigheidsbereik van: ≤85 % RV niet condenserend,maar geen partiële waterdampdruk boven 50 hPa verlangendEen atmosferisch drukbereik van: 700 hPa tot 1060 hPaBewaar-omstandighedenTemperatuur: -20 °C tot +60 °CEen relatieve luchtvochtigheidsbereik van ≤ 93 %, niet condenserend bij een waterdampdruk tot 50 hPaManchetgrootte 13,5 cm ~ 21,5 cmGewicht 104 g (met manchet)Afmetingen ca.

84 mm x 70 mm x 40 mmAccessoires USB-kabel, gebruiksaanwijzing, bewaarzakjeBeschermingsgraadIP22, Het apparaat is beschermd tegen het binnendringen van vaste vreemde elementen met een diameter ≥ 12,5 mm en tegen het binnen-dringen van water met verticale druppels. Beschermingsgraad Accuvoeding: ME-apparaat met een ingebouwde lithium-polymeer-accuSoftwareversie A01Technische gegevens

220NLLijst van symbolen De gebruiksaanwijzing opvolgen Apparaatclassicatie type BF Beschermen tegen vocht Fabrikant 93 %0 %Bewaring bij een relatieve lucht-vochtigheid ≤ 93 %, relatieve vochtigheid SN(YYMMXXX; jaar/maand/serienummer) -20 °C+60 °CBewaring tussen-20 °C en +60 °C SNLet op, veiligheidsinstructies in de gebruiksaanwijzing in acht nemenHet apparaat mag niet in het huisvuil worden afgevoerdProductiedatumGelijkstroom Referentie nummerGeratherm® is gecerticeerd in overeenkomst met richtlijn 93/42/ EEG en EN ISO 13485 en heeft het recht om het label (aangemelde instantie TÜV Rheinland LGA Products GmbH) op haar producten aan te brengen.Kwaliteitsgarantie

221DNLElektronische apparatuur zoals pc’s en mobiele telefoons kunnen ertoe leiden dat medische hulpmid-delen bij gebruik worden blootgesteld aan elektromagnetische interferentie van andere apparaten. Dit kan een storing van het medische apparaat en een mogelijk onveilige situatie tot gevolg hebben. Ook mogen medische hulpmiddelen niet interfereren met andere apparaten.De norm EN 60601-1-2 regelt de eisen voor EMC (elektromagnetische compatibiliteit) en denieert de mate van immuniteit voor elektromagnetische interferentie en de maximale elektromagnetische emissiewaarden voor medische apparatuur.Deze bloeddrukmeter die werd geproduceerd door de rma Geratherm Medical AG voldoet aan de norm EN 60601-1-2, zowel met betrekking tot de immuniteit als met betrekking tot emissies.

Toch moeten er bijzondere voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen:Gebruik de bloeddrukmeter alleen binnen en niet in de omgeving van mobiele telefoons of magnet-ronovens. Het apparaat mag niet naast of gestapeld op andere apparaten worden gebruikt.

Als het gebruik van naastgelegen of gestapelde apparaten noodzakelijk is, dient het apparaat in de gebruikte opstelling ter vericatie van een normale werking te worden gecon-troleerd.Bij apparatuur waarvan het vermogen meer dan 2 W bedraagt, moet een afstand van minstens 3,3 m tot uw bloeddrukmeter worden bewaard.Waarschuwing:het gebruik van andere toebehoren, andere omvormers en andere leidingen dan de artikelen die de fabrikant van het apparaat heeft gespeciceerd of geleverd kan leiden tot een toename van de elektromagnetische emissies, dan wel een vermindering van de elektromagnetische interferentie van het apparaat met een verkeerde werking als gevolg.Informatie met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (EMC)

222NLAanwijzingen en verklaring van de fabrikant inzake elektromagnetische immuniteitHet apparaat of systeem is geschikt voor gebruik in de aangeduide elektromagnetische omgeving. De klant en/of gebruiker van het apparaat of systeem moet ervoor zorgen dat het wordt gebruikt in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder beschreven is.ImmuniteitstestIEC 60601 -testniveauCompatibiliteit-sniveauAanwijzingen inzake de elektromagnetische omgevingElektrostatische ontlading (ESE) IEC 61000-4-2± 6 kV contact± 8 kV lucht ± 6 kV contact ± 8 kV lucht De vloeren moeten van hout, beton of keramische tegels zijn.

Als de vloeren bedekt zijn met synthetisch materiaal, moet de relatieve luchtvochtigheid ten minste 30% bedragen.Stromfrequenz (50/60 Hz) Magnetfeld IEC 61000-4-8 3 A/m 3 A/m Het magnetische veld van de stroomfrequentie moet op de voorziene installatieplaats worden gemeten om te verze-keren dat het voldoende laag is.BijlageAanwijzingen en verklaring van de fabrikant inzake elektromagnetische emissiesHet apparaat of systeem is geschikt voor gebruik in de aangeduide elektromagnetische omgeving. De klant en/of gebruiker van het apparaat of systeem moet ervoor zorgen dat het wordt gebruikt in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder beschreven is.Emissietest Compatibiliteit Aanwijzingen inzake de elektromagnetische omgevingHF-emissies CISPR 11 Groep 1 Het apparaat of systeem gebruikt alleen HF-energie voor interne functies.

De HF-emissies zijn daarom erg laag en interferentie met elektronische apparatuur in de omgeving is onwaarschijnlijk.HF-emissies CISPR 11 Klasse B Het apparaat of systeem is geschikt voor gebruik in alle inrichtingen, met inbegrip van huishoudens en inrichtingen die rechtstreeks aangesloten zijn op het openbare laagspanningsnetwerk dat woongebouwen van stroom voorziet.Harmonische emissiesIEC 61000-3-2Klasse ASpanningsschommelingen / ikkeremissies IEC 61000-3-3Compatibel

De klant en/of gebruiker van het apparaat of systeem kan elektromagnetische interferentie voorkomen door de minimumafstand tot draagbare en mobiele HF-communicatieapparatuur (zenders) in acht te nemen, afhankelijk van het uitgangsvermo-gen van de communicatieapparatuur, zoals hieronder aangegeven is:Maximaal uitgangsvermogen van de zender in wattAfstand / m150 kHz tot 80 MHzd = 1,2 √P80 MHz tot 800 MHzd = 1,2 √P800 MHz tot 2,5 GHz d = 2,3 √P0,010,11101000,12 0,38 1,2 3,8 120,12 0,38 1,2 3,8 120,23 0,73 2,3 7,3 23Voor zenders waarvan het maximale nominale uitgangsvermogen hierboven niet vermeld is, kan de afstand worden geschat met behulp van de vergelijking in de desbetreffende kolom, waarbij P staat voor het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in watt (W) volgens de fabrikant van de zender.OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz moet het hoogste frequentiebereik worden gebruikt.OPMERKING 2: Deze richtlijnen zijn mogelijk niet van toepassing op alle situaties.

De klant en/of gebruiker van het apparaat of systeem moet ervoor zorgen dat het wordt gebruikt in een elektromagnetische omgeving zoals hieronder beschreven is.Immuniteits-testIEC 60601 –testniveauCompatibili-teitsniveauAanwijzingen inzake de elektromagnetische omgevingDraagbare en mobiele HF-communicatieapparatuur mag niet dichter bij enig onderdeel van het apparaat of systeem, inclusief kabels, worden gebruikt dan de aanbevolen afstand die wordt berekend met behulp van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van de zender.Aanbevolen afstand:Geleide HF IEC 61000-4-63 V effectieve waarde150 kHz tot80 MHz3 V effectieve waarded= 1,2 √P Uitgestraalde HF IEC 61000-4-33 V/m 80 MHz tot 2,5 GHz3 V/md = 1,2 √P 80 MHz tot 800 MHz d = 2,3 √P 800 MHz tot 2,5 GHzwaarbij P staat voor het maximale nominale uitgangsvermogen van de zender in watt (W) volgens de fabrikant van de zender, en d voor de aanbevolen afstand in meter (m)De veldsterkten van stationaire HF-zenders zoals bepaald met onderzoek van de elektromagnetische straling ter plaatse a moeten lager zijn dan het compatibiliteitsniveau voor het desbetreffende frequentiebereik.bInterferentie kan ontstaan in de nabijheid van apparaten die zijn voorzien van het volgende symbool:OPMERKING 1: Bij 80 MHz en 800 MHz moet het hoogste frequentiebereik worden gebruikt.OPMERKING 2: Deze richtlijnen zijn mogelijk niet van toepassing op alle situaties.

225DNLBijlagea) De veldsterkten van stationaire zenders, zoals bijv. basisstations van (draagbare/ draadloze) radiotelefoons en landmobiele radioapparatuur, amateurradio, AM- en FM-radio-uitzendingen en tv-uitzendingen kunnen theoretisch niet precies worden voorspeld Om de elektromagnetische omgeving wegens stationaire HF-zen-ders te beoordelen moet een onderzoek van het elektromagnetisch veld ter plaatse worden uitgevoerd Indien de gemeten veldsterkte op de plaats waar het apparaat of systeem gebruikt wordt het hierboven aangeduide HF-compatibiliteitsniveau overschrijdt, dan moet het apparaat of systeem worden geobserveerd om te controleren of het normaal functioneert.

Wordt abnormaal gedrag waargenomen, dan kunnen aanvul-lende maatregelen nodig zijn, zoals een andere uitrichting van het apparaat of systeem of verplaatsing naar een andere locatie.b) In het frequentiebereik tussen 150 kHz en 80 MHz moeten de veldsterkten lager zijn dan 3 V/m.1) Dit apparaat moet met inachtneming van de informatie in de gebruiksaanwijzing worden geïnstalleerd en in gebruik worden genomen.2)Draadloze communicatietoestellen zoals draadloze thuisnetwerkapparatuur, mobiele telefoons, draadloze telefoons en hun basisstations en radiotelefonieapparatuur kunnen een negatieve invloed hebben op dit apparaat en moeten zich op een afstand van minstens d = 3,3 m van het apparaat bevinden.OPMERKING: Zoals aangegeven in tabel 6 van IEC 60601-1-2 voor MOBIELE APPARATEN, een typische mobiele telefoon met een maximaal uitgangsvermogen van 2 W geeft d = 3,3 bij een IMMUNITEITSGRAAD van 3 V//m)De actuele versie van de normen is respectievelijk geldig.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Geratherm Active Control stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden