Garmin Dash Cam Mini 3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Garmin Dash Cam Mini 3 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Dashcam. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 64 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Garmin Dash Cam Mini 3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Garmin |
| Categorie: | Dashcam |
| Model: | Dash Cam Mini 3 |
Handleiding Garmin Dash Cam Mini 3 – volledige tekst
© 2024 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijenAlle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.Garmin® en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Garmin Dash Cam™, Garmin Drive™, en Garmin Express™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.Het woordmerk en de logo's van BLUETOOTH® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. microSD® en het microSD logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. USB-C® is een geregistreerd handelsmerk van USB Implementers Forum. Wi‑Fi® is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation.M/N: A04766
13Systeeminstellingen. 13Toestelinstellingen. 13De naam van een camera wijzigen. 13Toestelinformatie. 14Statuslampjes. 14De cameralens schoonmaken. 15Uw toestel bijwerken via de Garmin Drive app. 15Productupdates. 15Specificaties. 15Geheugenkaartspecificaties. 15Appendix. 16Parkeerbewaking. 16Voedingskabel met constante spanning. 16Kabel voor parkeermodus. 18Problemen oplossen. 19Mijn camera voelt warm aan tijdens gebruik. 19De statuslampjes knipperen geel. 19Mijn geheugenkaart is versleten en moet worden vervangen. 20Mijn video-opnamen zijn wazig. 20Mijn video-opnamen zijn schokkerig of niet volledig. 20Inhoudsopgave i.
Aan de slag WAARSCHUWINGLees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.Een geheugenkaart installerenAls u video wilt opnemen, moet u een compatibele geheugenkaart installeren (Geheugenkaartspecificaties, pagina15) .1 Plaats de geheugenkaart in de sleuf .2 Druk op de kaart totdat deze vastklikt.De geheugenkaart verwijderenLET OPAls u de geheugenkaart verwijdert terwijl de camera is ingeschakeld, kan dit leiden tot gegevensverlies of beschadigingen aan de camera.1 Koppel de voedingskabel los van de camera.2 Wacht tot beide statuslampjes zijn uitgeschakeld.3 Druk op de geheugenkaart tot u hoort dat deze vastklikt.4 Laat de kaart los.De sleuf werpt de kaart uit.Aan de slag 1
Overzicht van het toestel Druk hierop om een videoclip op te slaan.Houd ingedrukt om de koppelmodus te activeren (Koppelen met uw smartphone, pagina5). Druk om audio-opname in of uit te schakelen.Houd ingedrukt om de geheugenkaart te formatteren (De geheugenkaart formatteren, pagina5).De camera op uw voorruit bevestigenLET OPDe plaksteun is bedoeld voor langdurige montage en is mogelijk moeilijk te verwijderen. Bepaal van te voren nauwkeurig waar u de steun wilt plaatsen voordat u deze bevestigt.Voordat u de plaksteun op de voorruit kunt aanbrengen, dient u de aandachtspunten voor de montage op de voorruit door te nemen.Voor de beste resultaten moet de omgevingstemperatuur tussen de 21° en 38°C (70° tot 100°F) zijn bij het plaatsen van de camera op de voorruit. De plaklaag hecht mogelijk niet goed als de temperatuur buiten dit bereik ligt.
Als u de camera bij lagere temperaturen plaatst, moet u alle sneeuw, ijs en vocht van de voorruit verwijderen en de voorruit verwarmen met de ontdooier voordat u de camera installeert.De camera wordt met de meegeleverde plaksteun aan de voorruit bevestigd.1 Maak de binnenkant van de voorruit schoon met water of alcohol en een pluisvrije doek.De voorruit moet vrij zijn van stof, was, olie of coatings.2 Houd de camera op de gewenste montageplaats op de voorruit en controleer of de camera duidelijk, onbelemmerd zicht heeft.TIP: U kunt de functie Live View in de Garmin Drive™ app gebruiken om het gezichtsveld van de camera te zien (De live-beelden van de camera bekijken, pagina8).2 Aan de slag
De camera aansluiten op de voertuigvoeding1 Steek de voertuigvoedingskabel in de USB-poort op de camera.2 Leid de voedingskabel naar de stroomvoorziening van uw voertuig.OPMERKING: U moet de camera van stroom voorzien met de meegeleverde voedingsadapter voor in het voertuig. Vermijd het gebruik van een USB-poort in het voertuig. Een USB-poort in het voertuig levert mogelijk onvoldoende stroom voor een betrouwbare werking van de camera.De USB-massaopslagmodus op de camera kan ook worden geactiveerd als u de camera aansluit op een USB-poort van een auto met een kabel die gegevensoverdracht mogelijk maakt (niet meegeleverd). De camera kan geen video opnemen of verbinding maken met uw smartphone als deze in de modus USB-massaopslag staat.De meegeleverde, lichtgewicht voedingskabel is ontworpen om buiten zicht te blijven.
Als u deze voedingskabel wilt verbergen, leg deze dan achter de bekleding van het voertuig langs de voorruit, het portierframe of het dashboard.3 Sluit de Garmin Dash Cam Mini 3 voedingskabel aan op de meegeleverde voertuigvoedingsadapter.4 Sluit de voedingsadapter voor het voertuig aan op de stroomaansluiting in uw voertuig.5 Start zo nodig het voertuig om de stroomvoorziening in uw voertuig van stroom te voorzien.De camera wordt ingeschakeld en het opnemen wordt gestart.4 Aan de slag
Het toestel handmatig uitschakelenDe camera heeft geen aan-uitknop. De camera wordt automatisch ingeschakeld wanneer deze stroom krijgt en wordt uitgeschakeld wanneer deze geen stroom meer krijgt. Als het toestel is aangesloten op een voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt uitgeschakeld, wordt het toestel automatisch uitgeschakeld als u de motor uitschakelt. Als u de camera handmatig wilt uitschakelen, moet u de stekker van het toestel uit de aansluiting halen. De geheugenkaart formatterenHet toestel heeft een geheugenkaart nodig die is geformatteerd met het FAT32-bestandssysteem. U kunt het toestel gebruiken om uw kaart te formatteren met dit bestandssysteem. U dient de geheugenkaart ten minste één keer per 6 maanden te formatteren om de levensduur ervan te verlengen. U moet ook een nieuwe geheugenkaart formatteren.
OPMERKING: Als u de geheugenkaart formatteert, worden alle video's en gegevens op de kaart verwijderd. 1 Sluit de camera met de meegeleverde voedingsadapter voor in de auto en een USB-kabel aan op de voeding. De camera wordt ingeschakeld. Als de geheugenkaart niet correct in FAT32-indeling is geformatteerd, knippert het statuslampje geel. 2 Houd acht seconden ingedrukt. Het statuslampje wordt groen terwijl de kaart wordt geformatteerd. Wanneer het formatteren is voltooid, wordt het statuslampje rood en begint de camera met opnemen. Koppelen met uw smartphoneU kunt uw Garmin Dash Cam Mini 3 camera koppelen met uw smartphone en de Garmin Drive app. Met de Garmin Drive app kunt u een netwerk met meerdere camera's instellen, camera-instellingen wijzigen en foto's en video's bekijken, bewerken en opslaan.
U kunt ook video's uploaden, beheren en delen op een veilige, online opslagschijf met behulp van de Vault. OPMERKING: Voor externe Wi‑Fi® netwerkfuncties en Vault functies is een betaald abonnement vereist (Abonneren op Vault, pagina11). 1 Installeer de Garmin Drive uit de app store op uw smartphone.
2 Sluit de camera met de meegeleverde voedingsadapter voor in de auto en een kabel aan op de voeding. De camera wordt ingeschakeld. 3 Plaats de camera en uw smartphone binnen 3m. (10ft) van elkaar. 4 Open de Garmin Drive app op uw smartphone. 5 Selecteer een optie:• Accepteer de Garmin Drive app-licentieovereenkomsten als dit het eerste Garmin® toestel is dat u met uw smartphone koppelt. • Als u een extra Garmin camera koppelt met uw smartphone, selecteert u Voeg een ander toestel toe. 6 Selecteer Garmin Dash Cam Series. 7 Houd op de camera ingedrukt tot het statuslampje blauw knippert. 8 Volg de instructies op het scherm om de koppeling en het installatieproces te voltooien. Nadat het koppelen is voltooid, wordt het hoofdscherm van het app dashboard weergegeven.
Uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerkOPMERKING: Voor externe Wi‑Fi netwerkfuncties en Vault functies is een betaald abonnement vereist (Abonneren op Vault, pagina11). Om de camera met een bestaand Wi‑Fi netwerk te verbinden, moet het netwerk zo worden ingesteld dat aangesloten toestellen elkaar kunnen zien en met elkaar kunnen communiceren. Met de Garmin Drive app kunt u de camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk. Wanneer uw camera is verbonden met een Wi‑Fi netwerk, uploadt deze automatisch video's met volledige resolutie naar de Vault wanneer er een incident wordt gedetecteerd. U kunt ook op afstand verbinding maken met uw camera via de Garmin Drive app om een live videofeed te bekijken (De live-beelden van de camera bekijken, pagina8). 1 Koppel de camera met de Garmin Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina5).
2 Selecteer in de Garmin Drive app, en selecteer de naam van uw voertuig en camera. 3 Selecteer WiFi-verbindingen. Er verschijnt een lijst met Wi‑Fi toegangspunten in de buurt. 4 Selecteer uw Wi‑Fi netwerk en voer het netwerkwachtwoord in. De camera maakt verbinding met het Wi‑Fi netwerk. De camera slaat de netwerkgegevens op en maakt de volgende keer als de camera wordt ingeschakeld en zich binnen bereik van het netwerk bevindt, automatisch verbinding. SpraakbesturingMet de spraakbesturingsfunctie kunt u uw camera bedienen door middel van gesproken woorden en opdrachten. OPMERKING: De functie voor spraakbesturing is niet voor alle talen beschikbaar. U kunt deze functie gebruiken terwijl de interface is ingesteld op een niet-ondersteunde taal, maar de opdrachten moeten in het Engels worden uitgesproken.
De camera bedienen met spraakopdrachten1 Zeg OK, Garmin om de spraakbedieningsfunctie te activeren. De camera laat een geluid horen en luistert naar een opdracht. 2 Spreek een opdracht uit:• Als u een video wilt opslaan, zegt u Sla video op. • Als u audio-opnamen voor uw video's wilt inschakelen, zegt u Geluidsopname.
• Als u audio-opnamen voor uw video's wilt uitschakelen, zegt u Stop audio. De camera laat een geluid horen wanneer de opdracht wordt herkend. Spraakbediening in- of uitschakelenU kunt spraakbediening in- of uitschakelen via de Garmin Drive app op uw smartphone. Selecteer in het menu Device Settings Spraakopdrachten en selecteer een optie. Het activeringswoord wijzigenStandaard wordt de spraakbediening van uw dashboardcamera geactiveerd wanneer u zegt OK, Garmin. U kunt het activeringswoord wijzigen in de Garmin Drive app op uw smartphone. Selecteer in het menu Toestelinstellingen de optie Activeringswoord en kies een activeringswoord. 6 Spraakbesturing.
Tips voor spraakbesturing• Spreek op normale toon in de richting van het toestel. • Verminder het achtergrondgeluid om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te vergroten. • Zeg vóór elke opdracht het activeringswoord. Het standaard activeringswoord is OK, Garmin. • Luister naar het geluid om te bevestigen dat de camera een opdracht heeft herkend. • Wijzig het activeringswoord als u meer dan één Garmin toestel met spraakbedieningsfuncties hebt (Het activeringswoord wijzigen, pagina6). Opnemen met de dashcamLET OPIn sommige rechtsgebieden is het opnemen van audio en video of het maken van foto's verboden of gereguleerd. Jurisdicties kunnen vereisen dat alle partijen kennis hebben van de opname en toestemming geven voordat u audio en video opneemt of foto's maakt.
Het is uw verantwoordelijkheid op de hoogte te zijn van en te handelen in overeenstemming met alle toepasselijke wetten en regels en andere restricties in uw rechtsgebied. De dashcam slaat video's op de geheugenkaart van de camera op (Een geheugenkaart installeren, pagina1). Het toestel start standaard automatisch met de opname wanneer het wordt ingeschakeld en blijft opnemen totdat het weer wordt uitgeschakeld. Als de geheugenkaart vol is, verwijdert het toestel automatisch de oudste niet-opgeslagen video om ruimte te creëren voor nieuwe video. Wanneer de optie Promptly Delete is geselecteerd, verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. U kunt deze functie inschakelen of uitschakelen in de camera-instellingen (Instellingen, pagina12).
Geluidsopname in- of uitschakelenLET OPIn sommige rechtsgebieden is het opnemen van audio in de auto mogelijk verboden of moeten alle passagiers kennis hebben van de opname en toestemming geven voordat u audio opneemt in de auto. Het is uw verantwoordelijkheid om alle wetten en beperkingen op te volgen die van toepassing zijn in uw rechtsgebied. Het toestel kan via de ingebouwde microfoon geluid opnemen tijdens een video-opname. U kunt het opnemen van geluid op elk gewenst moment in- of uitschakelen. Druk op. TIP: U kunt ook spraakbediening gebruiken om audio-opnamen in of uit te schakelen (Spraakbesturing, pagina6). Het microfoonlampje wordt rood tijdens het opnemen van audio. OngevaldetectieHet toestel gebruikt standaard een sensor om mogelijke ongevallen te detecteren en videobeelden 15 seconden vóór en na het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan.
Video's opslaanHet toestel gebruikt standaard een sensor om een mogelijk ongeval te detecteren en videobeelden van vóór, tijdens en na het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan. U kunt videobestanden ook op elk gewenst moment handmatig opslaan. 1 Druk op. TIP: U kunt ook spraakbediening gebruiken om video's op te slaan (Spraakbesturing, pagina6). Het toestel slaat videobeelden op vóór, tijdens en nadat u hebt geselecteerd. 2 Druk nogmaals op om de opgeslagen videobeelden langer te maken (optioneel). De geheugenkaart heeft beperkte opslagruimte. Na het opslaan van een video-opname moet u de opname exporteren naar uw smartphone (Een video bijsnijden en exporteren, pagina9) of de opname naar uw computer of ander externe opslaglocatie overbrengen voor permanente opslag (Video's op uw computer, pagina10).
Als u een actief Vault abonnement hebt, worden opgeslagen opnamen automatisch geüpload naar Vault als u bent verbonden met een Wi‑Fi netwerk. Video's bekijken op uw smartphoneVoordat u video's op uw smartphone kunt bekijken, moet u uw Garmin Dash Cam Mini 3 toestel koppelen met de Garmin Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina5). OPMERKING: Het toestel stopt met opnemen en geeft geen waarschuwingen als u video's bekijkt. 1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Bekijk de video. 2 Selecteer een optie:• Als u een opgeslagen video wilt bekijken, selecteert u een bestand in de categorie Opgeslagen. • Als u recente videobeelden wilt bekijken die niet zijn opgeslagen, selecteert u een video in de categorie Tijdelijk.
De live-beelden van de camera bekijkenVoordat u de Live View camerafeed extern kunt bekijken, moet u een actief Vault abonnement hebben en moet u uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk (Uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk, pagina6). U kunt uw camera ook aansluiten op een constante voedingsbron van 12 V (Voedingskabel met constante spanning, pagina16).
U kunt de live camerafeed bekijken met de Live View functie in de Garmin Drive app. U kunt rechtstreeks verbinding maken met uw gekoppelde camera via Bluetooth® technologie of u kunt op afstand verbinding maken via een Wi‑Fi netwerk. 1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Live View. De app zoekt naar beschikbare camera's. 2 Selecteer, indien nodig, uw camera in de lijst met beschikbare toestellen. De live-beelden worden weergegeven. 8 Opnemen met de dashcam.
Een video bijsnijden en exporterenU kunt de lengte van uw video bijsnijden om onnodig beeldmateriaal te verwijderen voordat u het exporteert naar de opslagruimte op uw Vault.OPMERKING: Video's die zijn opgeslagen in de Vault kunnen niet worden bijgesneden.1 Sleep tijdens het bekijken van een video de handgrepen voor het bijsnijden op de voortgangsbalk van de video naar links of rechts om de videolengte bij te snijden.2 Schakel het selectievakje Inclusief audio in om de opgenomen audio op te nemen (optioneel).3 Selecteer Exporteer.OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden wanneer u een video exporteert.De app exporteert de bijgesneden video.4 Nadat het exporteren van de video is voltooid, selecteert u een optie:• Als u de video op uw smartphone wilt opslaan, selecteert u Opslaan op telefoon.• Als u de video van de geheugenkaart van de camera wilt verwijderen, selecteert u Verwijder van camera.• Als u wilt terugkeren naar de galerij, selecteert u OK.Een video verwijderen met uw smartphone1 Wanneer u de lijst met opgeslagen video's op uw smartphone bekijkt, selecteert u Selecteer.2 Selecteer een of meer bestanden.3 Selecteer .Opnemen met de dashcam 9
De camera aansluiten op uw computerU kunt de camera aansluiten op uw computer om software-updates te installeren of video's over te brengen naar uw computer. OPMERKING: De voedingskabel die bij uw toestel wordt geleverd, is alleen bedoeld voor voeding en kan niet worden gebruikt om het toestel op uw computer aan te sluiten. 1 Sluit de USB-C® gegevenskabel met een compatibele gegevenskabel aan op de USB-Cpoort van de camera. 2 Steek het andere uiteinde van de kabel in een compatibele USB-poort op uw computer. Het toestel wordt op uw computer weergegeven als verwisselbaar station of verwisselbaar volume, dit is afhankelijk van het besturingssysteem. Video's op uw computerOPMERKING: Sommige mediaspelers kunnen mogelijk geen media met hoge resolutie afspelen. Video's worden opgeslagen in de map DCIM op de geheugenkaart van de camera. Video's worden opgeslagen in MP4-bestandsindeling.
U kunt video's bekijken en verplaatsen door de geheugenkaart of het toestel aan te sluiten op uw computer (De camera aansluiten op uw computer, pagina10). De video's zijn in verschillende mappen ingedeeld. OPMERKING: Niet-opgeslagen video's zijn niet beschikbaar wanneer de optie om niet-opgeslagen video's direct te verwijderen is ingeschakeld (Instellingen, pagina12). 100EVENT: Bevat video's die automatisch worden opgeslagen als het toestel een incident detecteert. 102SAVED: Bevat video's die handmatig zijn bewaard door de gebruiker. 103PARKM: Bevat video's die zijn opgeslagen tijdens het parkeren. 104UNSVD: Bevat niet-opgeslagen videobeelden. Het toestel overschrijft de oudste niet-opgeslagen video wanneer de opslagruimte voor niet-opgeslagen video's vol zit. Vault opslagOPMERKING: Voor deze functie is een actief Vault abonnement vereist. Vault functies zijn niet beschikbaar voor alle landen.
Met een betaald abonnement uploadt de dashcamera opgeslagen video's automatisch naar de Vault terwijl deze is verbonden met een Wi‑Fi netwerk. U kunt een Vault abonnement aanschaffen via de Garmin Drive app op uw smartphone. OPMERKING: Uw dashboardcamera moet zijn verbonden met een Wi‑Fi netwerk om deze functie te kunnen gebruiken. 10 Vault opslag.
Abonneren op VaultU kunt een Vault abonnement aanschaffen om uw video's op te slaan op een beveiligde server voor online-opslag.1 Vanuit de Garmin Drive app op uw smartphone selecteert u uw toestel.2 Selecteer Instellingen > Vault-opslag > Kies een abonnement.3 Volg de instructies op het scherm.Een video delenU kunt een beveiligde link naar een video van de dashboardcamera delen vanuit de Vault.OPMERKING: Voor het gebruik van deze functie is een actief Vault abonnement vereist.1 Selecteer Vault in de Garmin Drive app op uw smartphone.2 Selecteer een video en selecteer Beveiligd delen.3 Volg de instructies op het scherm.Een gedeelde videolink uitschakelenU kunt een link naar een video uitschakelen die u eerder hebt gedeeld vanuit de Vault.
Wanneer u een gedeelde videolink uitschakelt, wordt de video ingesteld op privé en worden de gedeelde link en het wachtwoord uitgeschakeld.1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Vault.2 Selecteer een video en selecteer Schakel link uit > Doorgaan.Een video verwijderen van de Vault1 Selecteer Vault in de Garmin Drive app op uw smartphone.2 Selecteer een video en vervolgens Verwijder uit {0} > Doorgaan.Cameranetwerk met meerdere camera'sU kunt ook meerdere dashboardcamera's in hetzelfde voertuig installeren, zoals camera's voor en achter, en beeld-in-beeld composietvideo's maken van de gelijktijdige opnamen. U kunt meerdere dashboardcamera's koppelen met de Garmin Drive app. Als een camera met GPS deel uitmaakt van het netwerk, kunt u locatie-informatie toevoegen aan opgeslagen video's voor alle camera's op het netwerk.Cameranetwerk met meerdere camera's 11
Picture-in-Picture video's maken met meerdere camera'sVoordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste twee camera's aan de Garmin Drive app koppelen en beelden met beide camera's opnemen. Met de Garmin Drive app kunt u samengestelde video's met beeld-in-beeld maken van beeldmateriaal dat tegelijkertijd op twee camera's is opgenomen. 1 Selecteer in de Garmin Drive app Bekijk de video. 2 Selecteer een video met meerdere camera's. Video's met meerdere camera's worden aangegeven door meerdere camerapictogrammen op de videominiatuur. De app combineert automatisch video's die tegelijkertijd zijn opgenomen in één videopictogram met meerdere camera's. 3 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat u wilt gebruiken voor het volledige scherm van de video. 4 Sleep de grepen op de voortgangsbalk naar links of rechts om de videolengte bij te snijden. 5 Selecteer Doorgaan.
6 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat u wilt gebruiken voor het beeld-in-beeld-gedeelte van de video. 7 Selecteer de hoek van het scherm waarin u de beeld-in-beeld-opnamen wilt weergeven en selecteer Exporteer. OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden wanneer u een video exporteert. De app exporteert de picture-in-picture-video naar uw smartphone. InstellingenDe instellingen voor uw Garmin Dash Cam Mini 3 toestel worden geconfigureerd met de Garmin Drive app. Voordat u instellingen kunt configureren, moet u uw toestel koppelen met de Garmin Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina5). Opname-instellingenSelecteer in de Garmin Drive app, en selecteer de naam van het voertuig en de camera. Gegevensprojectie: Hiermee past u het type gegevens aan dat in video's wordt weergegeven. Belichtingswaarde: Hiermee past u het belichtingsniveau in video's aan.
Niet-opgeslagen video's: Hiermee stelt u in wanneer het toestel niet-opgeslagen videobeelden verwijdert. Wanneer de optie Verwijder indien vol is geselecteerd, verwijdert het toestel de oudste niet-opgeslagen videobeelden wanneer de geheugenkaartopslag vol is. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd, verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. Dit is nuttig voor bescherming van gegevensprivacy. Instellingen opgevenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam. Instellen voltooien: Biedt opties voor het voltooien van installatiestappen die mogelijk niet zijn voltooid tijdens de installatie. Vault-opslag: Biedt opties voor beschikbare Vault -abonnementen. WiFi-verbindingen: Geeft de status van de draadloze netwerkverbinding weer.
Veiligheids- en beveiligingsinstellingenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam.Parkeerbewaking: Schakelt de parkeerbewaking in en past de opname-instellingen van de parkeerbewaking aan.SysteeminstellingenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam.Waarschuwingsvolume: Hiermee past u het volume voor camerameldingen aan.Taal voor tekst: Hiermee stelt u de taal in voor het toestel.Eenheden en tijd: Hiermee past u de instellingen aan voor de datum- en tijdnotatie.Spraakopdrachten: Hiermee schakelt u spraakopdrachten in en stelt u de taal voor spraakopdrachten in.Activeringswoord: Hiermee kunt u het activeringswoord voor spraakbediening wijzigen.ToestelinstellingenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam.Over toestel: Geeft de versie van de camerasoftware en de toestel-ID weer.Controleer op updates: Controleert het toestel op software-updates.Opnieuw toewijzen aan een ander voertuig: Hiermee stelt u het voertuig in dat met de geselecteerde camera wordt gebruikt.Formatteer SD kaart: Hiermee wordt de geheugenkaart geformatteerd en worden alle video's en gegevens op de kaart verwijderd.Help: Hiermee opent u de productondersteuningspagina voor het toestel.Herstel: Hiermee herstelt u de fabrieksinstellingen van het toestel en maakt u de koppeling van het toestel met de Garmin Drive app ongedaan.Vergeet toestel: Koppel het toestel los van de Garmin Drive app.De naam van een camera wijzigenU kunt de naam van uw camera wijzigen om deze te onderscheiden van andere camera's in een netwerk met meerdere camera's.1 Selecteer uw camera in de Garmin Drive app.2 Selecteer Instellingen > Instellen voltooien > Camera-uitlijning.3 Selecteer een cameranaam in het veld Cameranaam.TIP: U kunt Aangepast selecteren om een aangepaste cameranaam in te voeren.Instellingen 13
ToestelinformatieStatuslampjesHet statuslampje en het microfoonlampje geven de status van het toestel aan.Activiteitsstatuslampje StatusConstant groenHet toestel is aangesloten op een computer in massaopslagmodus.De geheugenkaart wordt geformatteerd.Knippert groen Het toestel wordt voorbereid om een opname te maken.Knippert groen, afwisselend met microfoonlampjeEr wordt een update geïnstalleerd.Constant rood Er wordt video opgenomen.Knippert rood Er wordt een video opgeslagen.Knippert langzaam rood Het toestel staat in de modus Parkeerbewaking.Afwisselend rood en geel knipperen De geheugenkaart is bijna leeg of presteert ondermaats.Knippert geel, afwisselend met microfoonlampjeEr is een probleem met de geheugenkaart.De geheugenkaart is niet geplaatst.Knippert blauw Het toestel is in de Bluetooth koppelmodus.Uit Het toestel is niet aangesloten op voeding.Microfoonactiviteitslampje StatusConstant rood Het toestel neemt audio op.Uit Het toestel neemt geen audio op.Knippert groen, afwisselend met statuslampje Er wordt een update geïnstalleerd.Knippert geel, afwisselend met statuslampjeEr is een probleem met de geheugenkaart.De geheugenkaart is niet geplaatst.14 Toestelinformatie
De cameralens schoonmakenLET OPVermijd chemische schoonmaakmiddelen en oplosmiddelen die de kunststofonderdelen kunnen beschadigen.U moet de cameralens regelmatig schoonmaken voor optimale kwaliteit van opgenomen videobeelden.1 Veeg de lens schoon met een lensdoekje dat niet krast en eventueel is bevochtigd met isopropylalcohol.2 Laat de lens aan de lucht drogen.Uw toestel bijwerken via de Garmin Drive appDe Garmin Drive app geeft een melding wanneer er een software-update beschikbaar is voor uw toestel. U kunt ook op elk gewenst moment op updates controleren.1 Selecteer uw camera in de Garmin Drive app.2 Selecteer Instellingen > Controleer op updates.3 Selecteer Installeer nu.Er is een software-update verstuurd naar uw toestel.
U ontvangt een melding wanneer de overdracht is voltooid.4 Haal de stekker van het toestel uit het stopcontact totdat het toestel wordt uitgeschakeld.5 Sluit het toestel aan op voeding.Het toestel installeert de software-update.OPMERKING: Er wordt geen videomateriaal opgenomen terwijl de software wordt bijgewerkt.ProductupdatesInstalleer Garmin Express™ (www.garmin.com/express) op uw computer.Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de volgende diensten voor Garmin toestellen:• Software-updates• ProductregistratieGarmin Express instellen1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.2 Ga naar garmin.com/express.3 Volg de instructies op het scherm.SpecificatiesBedrijfstemperatuurbereik Van -20° tot 60 °C (van -4° tot 140 °F)Draadloze frequentie en zendvermogen 2,4GHz bij 19.79dBm maximaalGeheugenkaartspecificatiesVoor de camera is een geheugenkaart met deze specificaties vereist.
AppendixParkeerbewakingVoordat u video's kunt opnemen terwijl u bent geparkeerd, moet u de dashboardcamera aansluiten op een voedingskabel van 12V die altijd aan is of op de kabel van de parkeermodus (Voedingskabel met constante spanning, pagina16). Met de functie Parkeerbewaking kunt u de camera automatisch video laten opnemen terwijl uw voertuig geparkeerd staat. Wanneer u uw voertuig uitschakelt, schakelt de camera automatisch over naar de modus voor parkeeropnames. De camera neemt automatisch video op wanneer er een incident wordt gedetecteerd en stuurt een melding naar uw smartphone wanneer de camera is verbonden met een Wi‑Fi netwerk. U kunt de instellingen van de Parkeerbewaking beheren via de Garmin Drive app op uw smartphone.
Voedingskabel met constante spanningDe Constant Power Cable is een altijd ingeschakelde 12V-voedingsadapter die wordt aangesloten op de OBD II-poort in uw voertuig. Het toestel kan tot twee dashboardcamera's opladen gedurende een geselecteerde periode nadat u uw voertuig hebt uitgeschakeld. Ga naar garmin. com voor meer informatie of om een Constant Power Cable af te schaffen. Aan de slag WAARSCHUWINGWanneer u het toestel in een voertuig bevestigt, dient u ervoor te zorgen dat het stevig vastzit en de voeten van de bestuurder of de bediening van de pedalen niet hindert. Indien de voeten van de bestuurder of de bediening van het voertuig worden gehinderd, kan dit leiden tot schade aan eigendommen, ongelukken met letsel of de dood tot gevolg.
Als u veranderingen waarneemt in de motorprestaties nadat u het toestel hebt aangesloten, verwijder het toestel dan onmiddellijk en neem contact op met de productondersteuning van Garmin. Gebruik het toestel niet als dit de motorprestaties of acceleratie van uw type en model voertuig beïnvloedt. Problemen met de motorprestaties of acceleratie kunnen leiden tot een ongeval, met schade aan eigendommen, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg.
LET OPRaadpleeg de garantievoorwaarden en gebruikershandleiding van uw voertuig om te zien of het aansluiten van een toestel op de OBD II-aansluiting gevolgen heeft voor de garantie op uw voertuig. Garmin is niet verantwoordelijk voor eventuele kosten of onkosten voortvloeiend uit voertuigreparaties of het vervallen van garanties. 16 Appendix.
Het toestel plaatsen1 Stel de tijdschakelaar in (Tijdschakelaar, pagina18).2 Sluit het toestel aan op de OBD II-poort in uw voertuig.De OBD II-poort bevindt zich meestal onder het dashboard aan de bestuurderszijde van het voertuig. De locatie van de OBD II-poort kan variëren, afhankelijk van het merk en model van uw voertuig.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw voertuig voor meer informatie.3 Verwijder de beschermfolie van één hersluitbare bevestiging en druk deze gedurende 10 seconden stevig op het uiteinde van de USB-poort van het toestel.4 Reinig het montageoppervlak van het voertuig met water of alcohol en een pluisvrije doek.5 Laat het oppervlak volledig drogen.6 Verwijder de beschermfolie van een tweede hersluitbare bevestiging en druk deze gedurende 10 seconden stevig op het montageoppervlak van het voertuig.7 Druk de hersluitbare bevestiging op het toestel tegen de hersluitbare bevestiging op het montageoppervlak om het toestel te bevestigen.8 Sluit de USB-voedingskabel van uw Garmin Dash Cam toestel aan op een USB-poort van het Constant Power Cable toestel.Appendix 17
TijdschakelaarDe tijdschakelaar stelt in hoe lang het toestel stroom blijft leveren nadat u het voertuig hebt verlaten. Het toestel schakelt de stroom weer in wanneer het beweging detecteert, of wanneer u weer in het voertuig stapt en het opnieuw start.10m 10 minuten24h 24 uurAltijd aanAls u wilt dat het toestel uitgeschakeld blijft totdat u weer in het voertuig stapt, selecteert u de optie 10m.Als u wilt dat het toestel continu werkt terwijl het voertuig is geparkeerd, selecteert u de optie 24h of .StatuslampjeHet statuslampje geeft extra informatie over de toestelstatus.ActiviteitsstatuslampjeStatusRood Het toestel levert stroom aan de aangesloten toestellen.Knippert roodDe timer is verlopen en het toestel levert geen stroom meer aan de verbonden toestellen.UitHet toestel ontvangt minder dan 12 V.
De bescherming tegen lage accuspanning schakelt het toestel uit ter bescherming van de accu van het voertuig.SpecificatiesBedrijfstemperatuur Van -20° tot 45°C (van -4° tot 113°F)Ingang Van 12 tot 16 V, 1,6 A max.Uitgang 5V gelijkspanning , elk 1,5 A (3,0 A totaal)Lage accuspanning 12 VKabel voor parkeermodusDe kabel voor de parkeermodus sluit de camera aan op constante stroom en stelt de camera in staat video's op te nemen terwijl het voertuig geparkeerd en uitgeschakeld is.Ga naar garmin.com voor meer informatie of als u een kabel voor de parkeermodus wilt aanschaffen.18 Appendix
Aansluitschema kabel voor de parkeermodusOnderdeel Draadkleur DraadfunctieZwart AardingGeel Batterij 12 VRood Accessoire 12 VDe kabel voor parkeermodus aansluiten op een stroomvoorziening VOORZICHTIGGarmin raadt aan dat een ervaren installateur met kennis van elektrische systemen het toestel installeert.
Het onjuist aansluiten van stroomkabels kan schade toebrengen aan het voertuig of de accu, en kan persoonlijk letsel veroorzaken.1 Leid de kabel naar een locatie in het voertuig met ononderbroken stroomvoorziening, geschakelde stroomvoorziening en een aardverbinding.2 Sluit de draad BATT aan op een ononderbroken stroomvoorziening.3 Sluit de draad ACC aan op een geschakelde stroomvoorziening.4 Sluit de draad GND aan op het metaal van het chassis van het voertuig met een bestaande bout of schroef.5 Sluit de kabel voor parkeermodus aan op de USB-poort van de camera.Problemen oplossenMijn camera voelt warm aan tijdens gebruikGarmin camera's zijn ontworpen voor de auto-omgeving. Het is normaal en mag worden verwacht dat de producten warm of heet worden en veilig zijn voor gebruik in warme klimaten met volledige blootstelling aan de zon.
De temperatuur van het toestel zelf kan de opgegeven maximale omgevingstemperatuur voor het toestel overschrijden en veilig blijven voor gebruik. Volg altijd de gebruiks- en onderhoudsinstructies voor het toestel op die in de producthandleiding staan vermeld.De statuslampjes knipperen geelWanneer de statuslampjes geel knipperen, heeft de camera een probleem met de geheugenkaart gedetecteerd.• Controleer of er een geheugenkaart is geïnstalleerd.• Formatteer de geheugenkaart met het toestel (De geheugenkaart formatteren, pagina5).Problemen oplossen 19
Mijn geheugenkaart is versleten en moet worden vervangenAlle microSD® geheugenkaarten vertonen slijtage wanneer de vastlegde informatie zeer vaak wordt overschreven. Het regelmatig formatteren van de kaart kan de levensduur verlengen en de prestaties verbeteren. Omdat de dashcam voortdurend beelden vastlegt, is het aanbevolen om de geheugenkaart regelmatig te vervangen (Een geheugenkaart installeren, pagina1). Uw toestel detecteert geheugenkaartfouten automatisch en geeft een melding wanneer het tijd is om de geheugenkaart te formatteren of te vervangen. U kunt het volgende doen om de nuttige levensduur van de geheugenkaart te verlengen. • Formatteer de geheugenkaart ten minste één keer per zes maanden (De geheugenkaart formatteren, pagina5).
• Als het toestel een foutmelding over een geheugenkaart weergeeft, probeer dan eerst de geheugenkaart te formatteren (De geheugenkaart formatteren, pagina5) en vervolgens, indien nodig, de geheugenkaart te vervangen (Een geheugenkaart installeren, pagina1). • Koppel het toestel los van de voedingsbron of zorg ervoor dat de functie Parkeerbewaking is ingeschakeld wanneer uw voertuig niet in gebruik is. Als het toestel niet is aangesloten op voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt ingeschakeld, koppelt u het los van de voedingsbron wanneer u uw voertuig niet gebruikt om te voorkomen dat de dashcam onnodig videobeelden vastlegt. • Gebruik een geheugenkaart met een hogere opslagcapaciteit. Omdat geheugenkaarten met een hogere capaciteit minder vaak worden overschreven, gaan ze meestal langer mee. • Gebruik een hoogwaardige geheugenkaart met snelheidsklasse 10 of hoger.
• Schaf een vervangende geheugenkaart van een goed merk aan bij een vertrouwde leverancier. Mijn video-opnamen zijn wazig• Maak de cameralens schoon (De cameralens schoonmaken, pagina15). • Maak de ruit vóór de camera schoon.
• Controleer of de ruitenwissers het ruitgedeelte vóór de camera schoonvegen en verplaats het toestel zo nodig. Mijn video-opnamen zijn schokkerig of niet volledig• Gebruik voor de beste camera- en videoresultaten een hoogwaardige geheugenkaart met snelheidsklasse 10 of hoger. Ga naar garmin. com/dashcamcards om een lijst met aanbevolen geheugenkaarten weer te geven. Een tragere geheugenkaart kan videobeelden mogelijk niet snel genoeg vastleggen. • Als u video's bekijkt op uw smartphone via een draadloze verbinding met de camera, probeer ze dan op een andere locatie met minder draadloze interferentie weer te geven of probeer video's over te brengen naar de smartphone (Een video bijsnijden en exporteren, pagina9). • Breng belangrijke opnamen over naar een computer of smartphone en formatteer de geheugenkaart (De geheugenkaart formatteren, pagina5).
• Als het toestel een foutmelding over een geheugenkaart weergeeft, probeer dan eerst de geheugenkaart te formatteren (De geheugenkaart formatteren, pagina5) en vervolgens, indien nodig, de geheugenkaart te vervangen (Een geheugenkaart installeren, pagina1). • Werk uw toestel bij met de nieuwste software (Productupdates, pagina15).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Garmin Dash Cam Mini 3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Dashcam Garmin
Handleiding Dashcam
Nieuwste handleidingen voor Dashcam