Gardeo GRO20V20WIFI-2A Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gardeo GRO20V20WIFI-2A (158 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 38 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Gardeo GRO20V20WIFI-2A of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gardeo |
| Categorie: | Robotmaaier |
| Model: | GRO20V20WIFI-2A |
Handleiding Gardeo GRO20V20WIFI-2A – volledige tekst
NL ROBOTGRASMAAIER HET VERDIENT AANBEVELING DAT HET LAADSTATION OP EEN DROGE PLAATS MET BESCHUTTING WORDT GEÏNSTALLEERD IN GEVAL VAN ZWARE REGEN, HAGEL OF OVERSTROMING. UITLEG VAN SYMBOLEN VOORZICHTIGHEID Lees de handleiding voordat u de machine gebruikt VOORZICHTIGHEID Houd een veilige afstand tot de machine wanneer u deze gebruikt Plaats nooit uw handen of voeten onder of in de buurt van het product. VOORZICHTIGHEID ALLEEN WANNEER DE MACHINE IS GESTOPT, verwijdert u het afsluitapparaat (d.w.z. de 20v-batterij) voordat u aan de machine gaat werken of deze optilt. VERWIJDER NOOIT DE BATTERIJ WANNEER DE MACHINE DRAAIT !!!
WAARSCHUWING - Gebruik het afsluitapparaat bediening voordat u aan de machine gaat werken of de machine optilt U moet de juiste pincode invoeren. Vóór elke inspectie- of onderhoudshandeling, schakel het product uit en controleer of het indicatielampje op de AAN / UIT is uit Verwijder de batterij voordat u afstel- of reinigingswerkzaamheden aan het tuingereedschap uitvoert of als het tuingereedschap voor een bepaalde tijd onbeheerd wordt achtergelaten. LET OP - Ga niet op de machine zitten! Wacht tot alle machineonderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen voordat u ze aanraakt. De messen blijven nog enige tijd draaien nadat de machine is gestopt en kunnen daardoor letsel veroorzaken. Zorg ervoor dat er zich geen wilde dieren of huisdieren in de buurt van het tuingereedschap bevinden. Wilde of gedomesticeerde dieren kunnen gewond raken tijdens het gebruik van de machine.
Controleer zorgvuldig het gebruiksgebied van de machine en verwijder stenen, stokken, draden, botten en vreemde voorwerpen. Om het milieu te beschermen en de biodiversiteit te respecteren, raden wij u aan DE ROBOTMAAIERS 'S NACHTS NIET TE GEBRUIKEN. Gebruik geen hogedrukreiniger of tuinslang om de machine te reinigen. Controleer of de perimeterdraad volledig aan de massa is vastgepind om slappe draadlengtes te vermijden. Elke losse draad kan een struikelgevaar opleveren. Gegarandeerd geluidsvermogensniveau
Draadloze verbinding vanaf uw smartphone Verbrand de oplader en het batterijpakket niet! Stel de oplader en het batterijpakket niet bloot aan hoge temperaturen. boven 50°C. Stel de oplader en het batterijpakket niet bloot aan vocht. Lithium batterij SMPS(schakelende voeding) met een kortsluitvaste veiligheidsscheidingstransformator. De oplader is dubbel geïsoleerd waardoor je geen geaarde stekker nodig hebt. Klasse III apparatuur SMPS (van stroomvoorziening veranderen) Positieve en negatieve markeringen van de uitgangsklemmen. Dit product voldoet aan de huidige CE-richtlijnen.
BELANGRIJK. AANDACHTIG LEZEN VOORDAT GEBRUIK MAKEN VAN. BEWAAR VOOR TOEKOMSTIGE REFERENTIE De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen en gevaren waaraan hij anderen of eigendommen blootstelt. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door mensen (of kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze toezicht of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan en voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder, en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of mentale handicap of met een gebrek aan ervaring en kennis, op voorwaarde dat ze passend toezicht of instructies krijgen met betrekking tot het apparaat.
'' Gebruik het apparaat in alle veiligheid en dat ze de risico's volledig hebben begrepen. Nationale voorschriften kunnen de leeftijd van de gebruiker beperken. Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Sluit de voeding nooit aan op een stopcontact als de stekker of draad beschadigd is. Versleten of beschadigde draden verhogen het risico op elektrische schokken. Laad de batterij alleen op in het meegeleverde laadstation. Onjuist gebruik kan elektrische schokken, oververhitting of bijtende vloeistoflekkage uit de batterij veroorzaken. In Als er een elektrolytlek is, was het dan af met water of een neutralisatiemiddel en raadpleeg een arts als het in uw ogen komt. Gebruik alleen originele batterijen die door de fabrikant worden aanbevolen.
De veiligheid van het product kan niet worden gegarandeerd met andere batterijen dan de originele. Gebruik geen niet-oplaadbare batterijen. Bij het verwijderen van de batterij moet het apparaat van het stroomnet worden losgekoppeld. WAARSCHUWING De robotmaaier kan gevaarlijk zijn bij misbruik.
WAARSCHUWING Houd handen en voeten uit de buurt van draaiende messen. Plaats nooit handen of voeten onder of in de buurt van de machine als de motor draait. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR BEDIENING Zet de schakelaar in de "STOP"-stand, verwijder vervolgens de 20v-batterij voordat u aan het tuingereedschap gaat werken (bijv. onderhoud, gereedschapswisseling, enz. ), evenals voor het transport ter of leg het weg. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet spelen met het tuingereedschap. Laat nooit kinderen of mensen die niet over de vaardigheden beschikken fysiek, zintuiglijk of aangepast of niet hebbend ervaring en/of kennis nodig om deze jar-tool te gebruiken eet. Het is mogelijk dat de regelgeving nationale regeringen stellen een limiet minimale gebruikersleeftijd. Bedien nooit de tuin als je op blote voeten loopt of draag open sandalen.
Dragen altijd gesloten schoenen en lange broek. Werk niet met de grasmaaier gras in weersomstandigheden- ongunstige logica en meer in het bijzonder goed in het geval van een naderende storm. Zorg voor een evenwicht en stabiele positie tijdens het werken met waar u de or de tuin, vooral op hellingen en nat gebied. Buig niet voorover vooruit bij gebruik van de ortot. Gebruik de tool met de nodige voorzichtigheid en Zonder haast. "De bediener of gebruiker van de ton- deuse is verantwoordelijk voor ongevallen en schade veroorzaakt aan anderen of aan Zijn bezittingen. Druk onmiddellijk op de rode stop, als er gevaar ontstaat voelde bij het gebruik van de tool van tuin. Zorg voor de juiste installatie lijn van de perimeterdraad voldoet aan volgens de installatie-instructies ie.
Controleer regelmatig het toepassingsgebied tuingereedschap en verwijder stenen, stokken, draden en elk ander object buitenlander. Leg geen netsnoeren woon in het werkgebied. Als een netsnoer klem komt te zitten de robotmaaier, moet deze worden losgekoppeld ter van het netwerk voordat u het verwijdert.
Gebruik het tuingereedschap nooit als de beschermhoezen zijn beschadigd verouderd of zonder veiligheidsvoorzieningen. Houd handen en voeten uit elkaar roterende delen van de pot tool eet. Nooit tillen of dragen het tuingereedschap terwijl de tor is aan. Laat het tuingereedschap nooit binnen onbeheerd lopen, als dieren huishoudelijke aandoeningen, kinderen of andere mensen zijn op nabijheid. Zet het tuingereedschap aan volgens de gebruiksaanwijzing lisatie en zorg ervoor dat u een veiligheid tussen u en de draaiende delen. Bedien de tuin tegelijk met een zus. Pas de uren aan om er zeker van te zijn dat beide systemen niet werken niet tegelijk. Als het tuingereedschap om wat voor reden dan ook in het water valt, haal het dan uit het water, stop het tuingereedschap met de rode "STOP"-knop en verwijder. vervolgens de 20V-batterij boven de robot.
Zet niet het tuingereedschap aan, contact de GARDEO After-Sales Service: callcenter@gardeo-pro. com "Geen wijzigingen aanbrengen" op het tuingereedschap. Wijzigingen ongeautoriseerde verklaringen kunnen blijken schadelijk zijn voor de veiligheid van uw tuingereedschap en zal leiden tot een verhoogde geluidsemissie en trillingen. Stop het tuingereedschap met de rode "STOP"-knop en verwijder vervolgens de 20V-batterij die zich boven de robot bevindt: - voordat een stuwing wordt geëlimineerd, - controleren, reinigen of uitvoeren werk aan het tuingereedschap, - vóór opslag, - als het tuingereedschap zo trilde ongebruikelijk (stop het tuingereedschap) en controleer het onmiddellijk), - als het gereedschap een vreemd voorwerp raakt.
Stop het tuingereedschap met de rode "STOP"-knop en verwijder vervolgens de 20V-batterij boven de robot voordat u werkzaamheden aan het tuingereedschap uitvoert. Voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren aan het laadstation of op het apparaat netsnoer, verwijder de stekker uit het stopcontact. Maak de buitenkant van het tuingereedschap grondig schoon met een zachte borstel of doek. Gebruik geen water, oplosmiddelen of schurende reinigingsmiddelen. Verwijderen alle kruiden en deeltjes die zich aan het.
gereedschap en in het bijzonder de ventilatieopeningen kunnen hechten. Draai het tuingereedschap om zodat de onderkant naar boven wijst en reinig het mesgebied regelmatig. Gebruik een harde borstel of schraper om de bijzonder hardnekkige vervuiling. Controleer of alle moeren, bouten en schroeven zijn strak om ervoor te zorgen: dat het tuingereedschap in een bedrijfstoestand niet aanwezig dus geen gevaar. Controleer de pot-tool regelmatig din en, voor uw veiligheid, vervang versleten en beschadigde onderdelen. Zorg ervoor dat u alleen onderdelen gebruikt van originele GARDEO reserve. Vervang zo nodig de set laag van messen en schroeven. Transport en opslag in de winter Stop de robotmaaier altijd met de hoofdschakelaar. De robotmaaier is klaar voor gebruik bij temperaturen tussen de 5°C en 45°C.
Bewaar de robotmaaier in de winter in het laadstation als de temperatuur constant onder de 5 ° C ligt op een droge en veilige plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. Plaats geen andere voorwerpen op de maaier of het laadstation. Als u de robotmaaier over lange afstanden vervoert, is het raadzaam de originele verpakking te gebruiken. Het tuingereedschap kan ook worden opgeborgen in de opbergtas voor de robotmaaier. Bewaar het tuingereedschap alleen binnen een temperatuurbereik van–20 tot 50 ℃. Verlaat bijvoorbeeld het tuingereedschap niet. in de auto in de zomer. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen met de batterij Het gereedschap mag alleen worden opgeladen in het laadstation goedgekeurd door GARDEO: callcenter@gardeo-pro. com Raak het tuingereedschap niet aan, als in een uitzonderlijk geval lekte er vloeistof uit de batterij.
tuingereedschap, kunnen dampen ontsnappen uit de trommels. Ventileer de werkplek en raadpleeg bij onwel worden een Doctor. Dampen kunnen de luchtwegen irriteren. Veiligheidswaarschuwingen voor oplader en voeding Gebruik voor het opladen van de maaier alleen het originele GARDEO-basisstation en netsnoer. Anders bestaat er gevaar voor explosie en brand. Controleer regelmatig het basisstation, de voedingseenheid, kabel en stekker. Als het basisstation of de voeding is beschadigd of versleten, koppel ze los van het netwerk en gebruik ze niet meer. Open het basisstation of de voeding niet. jezelf. Laat reparaties alleen door een gekwalificeerd persoon uitvoeren. gekwalificeerde GARDEO en alleen met originele reserveonderdelen. Een beschadigd laadstation, stroomvoorziening, kabel en/of stekker verhoogt de risico op een elektrische schok.
Let op: Indien een verlengkabel moet worden gebruikt, moet deze, conform de beschrijving in de veiligheidsinstructies, een beschermende aardkabel hebben die door middel van het blad met de aarde van de elektrische installatie is verbonden. , gebruik alleen kabels met de volgende aderdoorsneden: - 1,0 mm²: maximale lengte 40 m - 1,5 mm²: maximale lengte 60 m - 2,5 mm²: maximale lengte 100 m Gebruik het laadstation en de voedingseenheid niet aan licht ontvlambare ondergrond (bijv. papier, textiel etc. ) of in een ontvlambare omgeving. De verwarming van het laadstation en de voedingseenheid tijdens het laadproces verhoogt het risico op brand. Laat kinderen niet zonder toezicht achter. Dit zorgt ervoor dat kinderen niet met het laadstation, de stroomvoorziening of het tuingereedschap gaan spelen.
Laat kinderen niet in de buurt van de machine komen of ermee spelen wanneer deze in werking is. Laat het tuingereedschap nooit onbeheerd draaien als er huisdieren, kinderen of andere mensen in de buurt zijn. De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de indicaties op de voedingseenheid.
We raden aan om de voedingseenheid aan te sluiten op een stopcontact dat is beveiligd met een aardlekschakelaar van 30 mA. Controleer regelmatig op goede werking van het differentieelstroomapparaat. Het netsnoer moet regelmatig worden gecontroleerd op mogelijke beschadigingen. Als het basisstation overstroomd is, koppelt u de voeding los van het netwerk en neemt u contact op met de GARDEO After-Sales Service :.
callcenter@gardeo-pro. com Raak de stekker of andere stekker nooit met natte handen aan. De aansluitkabel niet platdrukken, knijpen of eraan trekken, omdat deze hierdoor beschadigd kan raken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe randen. Om veiligheidsredenen is de voeding voorzien van dubbele isolatie en heeft deze geen aarding nodig. De bedrijfsspanning is 100-240V AC, 50 / 60Hz (voor landen buiten de Europese Unie 230V afhankelijk van de versie). Neem voor meer informatie contact op met de After-Sales Service: callcenter@gardeo-pro. com Raadpleeg bij twijfel een opgeleide elektricien. callcenter@gardeo-pro. com Nooit: ┄ de uitrusting opbergen op een koude plaats. Deze eerder in omgevingstemperatuur opbergen. ┄ de uitrusting bij een radiator, een warmtebron of een vuur plaatsen. ┄ de kap van het product afnemen (vervallen van de waarborg).
┄ de uitrusting blootstellen aan een schok of sterke trillingen. ┄ de uitrutsting gebruiken als een connector is gebroken. ┄ de uitrusting of randapparaten aanraken met vochtige handen. ┄ de uitrusting gebruiken op vochtig gras of tijdens een storm. ┄ kinderen of huisdieren in de nabijheid van de uitrusting laten komen. ┄ uw handen of voeten in de buurt van de maaibladen plaatsen. ┄ de grasmaaier opheffen of vervoeren als de maaibladen nog in beweging zijn. ┄ de grasmaaier gebruiken als een van de veiligheidsmechanismes gebroken is. ┄ de lader gebruiken als het voedingssnoer beschadigd is. ┄ de lader losmaken door aan de voedingskabel te trekken. De connector stevig vastgrijpen en losmaken. ┄ proberen van zelf een beschadigd voedingssnoer te herstellen en ook de grasmaaier niet. Deze steeds naar een erkende hersteller van de dealer brengen.
┄ Zorg voor evenwicht en een stabiele houding wanneer u met of in de buurt van het tuingereedschap werkt, vooral op hellingen en nat gras. Leun niet te ver voordat. Gebruik het gereedschap voorzichtig en zonder haast.
┄ Druk onmiddellijk op de rode "STOP"-knop als er gevaar dreigt bij het gebruik van het tuingereedschap. ┄ Nooit rennen tijdens het gebruik van de machine ┄ Zorg ervoor dat de perimeterdraad correct wordt geïnstalleerd volgens de installatie-instructies. Belangrijke nota’s voor het gebruik van de grasmaaier: 1) Nagaan of er geen voorwerpen of bepalintingen zijn (bijv. gevallen denneappels) die de grasmaaier op het grasperk kunnen beschadigen. 2) De grasmaaier werkt niet als de hellingshoek groter is dan 20°. 3) De grasmaaier uitzetten wanneer deze niet in gebruik is.
60 4) Het is belangrijk de grasmaaier in het oog te houden tijdens de werking om mogelijke gevaarlijke situaties te vermijden. 5) In noodsituaties de rode noodstopknop indrukken boven op de robotgrasmaaier. 6) De grasmaaier uitzetten als deze niet gebruikt wordt. Als deze gedurende een lange periode ongebruikt is gebleven, de grasmaaier om de 3 maanden opladen. 7) Zorg ervoor dat het te maaien gazon vlak is en geen significante obstakels voor het tuingereedschap vormt, zoals diepe gaten, groeven en steile hellingen van meer dan 20° 8) Het laadstation moet aan de buitenrand van het te maaien gebied op de begrenzingslus worden geplaatst. Het kan niet in de buurt van een opslagruimte of een tuinhuis als een eiland midden in het te maaien gebied geplaatst.
9) Het wordt aanbevolen om uw gazon te maaien met een traditionele maaier voordat u het tuingereedschap installeert vóór de eerste maaibeurt in het nieuwe seizoen en bij elke maal de lengte van de grasmat meer dan 5 cm is. 10) Controleer de wifi-verbinding in je tuin. 11) De batterij moet voor het opstarten 100% opgeladen zijn. WERKMODI: HANDMATIGE MODUS & PLANNING MODUS HANDMATIGE modus (standaard): de maaier maait alle gebieden op basis van de bedrijfstijd totdat u hem stopt. Als er geen instelling is, knip dan totdat u stopt. 1) De klant heeft geen instellingen, de maaier werkt als volgt: zet de maaier aan - werk-laad-werk - laad-werk. Totdat de klant de maaier uitzet (of regensensor of thuis of stop). 2) De klant heeft het GEBIED ingesteld (instellingen & werkuren & actief). Klant zet de maaier aan - werk op basis van oppervlakte en gebruikstijd - opladen - werk.
62 VOOR DE INSTALLATIE: - Zorg ervoor dat het te maaien gazon vlak is en geen noemenswaardige obstakels voor het tuingereedschap vormt, zoals diepe gaten, groeven en steile hellingen van meer dan 20°. - Het wordt aanbevolen om uw gazon te maaien met een traditionele maaier voordat u het tuingereedschap installeert, vóór de eerste maaibeurt in het nieuwe seizoen en wanneer de lengte van het gazon groter is dan 5 cm. INSTALLATIE Opmerking: Het laadstation moet aan de buitenste rand van het te maaien oppervlak van de grensdraad worden geplaatst. Het kan niet worden geplaatst naast een opslagruimte of een tuinhuisje dat als een eiland in het midden van het te maaien oppervlak wordt geplaatst. 1.Installation de la station de chargement : 1.Installatie van het oplaadstation: A) De locatie van het laadstation moet vlak, stevig en praktisch zijn voor het gebruik van de stroombron.
Er mogen geen hindernissen of hoeken zijn op minder dan 2 meter vooraan de machine. B) Eerst het frontale deel van de afbakeningsdraad onder het laadstation vastzetten. De afstand tot de rand van het grasveld mag niet minder zijn dan 40 cm. Dan de afbakeningsdraad doen overeenkomen met de groeven onder het laadstation en het laadstation vastzetten met de pennen. C) Zorg ervoor dat er zich geen objecten of andere voorwerpen bevinden in vierkant gemarkeerde gebied in onderstaande afbeelding, die de robotmaaier hinderen tijdens het maaien van de rand.
64 2.Installatie van de afbakeningsdraad: A) De afbakeningsdraad start onder het laadstation en is bekabeld in linksomrichting langsheen de rand van het grasveld. Deze eindigt achteraan het laadstation. BEGRAAF DE AFBAKENINGSDRAAD NIET MEER DAN 2 CM ONDER DE GROND, ANDERS WORDT HET SIGNAAL BEÏNVLOED. B) De afbakeningsdraad moet over het midden van het laadstation lopen en minstens 2 meter doorlopen in rechte lijn (A). C) De kleinste tussenafstand van de draden moet minstens 1,5 meter zijn (B). D) De hoek van de afbakeningsdraad moet een binnenhoek hebben van minstens 125°. E) Als er mogelijkheid is van bevestiging of bloemen en bomen in het gransveld, deze isoleren als eiland in halve cirkelvorm of cirkelvorm met de afbakeningsdraad om elke aanrijding te vermijden.
F)Uitgezonderd voor de 2 meter van de afbakeningsdraad voor het laadstation mag de afstand van de rest van de afbakeningsdraad tot de rand van het grasveld niet minder dan 30 cm bedragen. house huis The swimming pool Het zwembad 2 meters
65 G) De afbakeningsdraad stevig vastzetten in de grond met de meegeleverde pennen. Het is aan te raden de pennen om de 1 meter in te steken. De pennen kunnen zelfs dichter bij elkaar staan als het reliëf van de bodem grote verschillen vertoont. BEGRAAF DE AFBAKENINGSDRAAD NIET MEER DAN 2 CM ONDER DE GROND, ANDERS WORDT HET SIGNAAL BEÏNVLOED. H) Als de volledige afbakeningsdraad is vastgezet, uiteinden van 10-15 cm bewaren voor de voorste en achterste uiteinden. De uiteinden van de draad afstrippen tot het koper over een lengte van 2-3 cm (afb. A). De moeren uithalen, de koperdraden vastmaken aan de koperen geleiders. Dan de moeren aanspannen (afb. B). Voorste uiteinde aansluiten op rode pool, achterst uiteinde aansluiten op de zwarte pool. Als de lader is aangesloten op het laadstation en de afbakeningsdraad begint te werken, moet het rode lampje uitgaan.
66 Opmerking: de afbakeningsdraad niet plooien of verdubbelen met de rest van de kabel. In plaats daarvan de draad doorsnijden (Afb. C) Om het laadstation te beschermen tegen het raken door de maaier, plaatst u de afbakeningsdraad zoals hieronder: 3. Pas de maaihoogte aan: De maaihoogte kan worden ingesteld van 2,5 cm tot 5,5 cm door middel van de knop naast het display. Nota: Zorg ervoor dat de stroomtoevoer uitgeschakeld is voordat u het apparaat in gebruik neemt. = Rood = Zwart Rood
67 4. Opladen: De grasmaaier kan worden opgeladen in het laadstation. De uitstekende polen van de grasmaaier moeten in contact komen met de respectieve pinnen van het laadstation. De grasmaaier vindt zijn weg naar het laadstation automatisch als een oplading nodig is. Lichten op het laadstation, er zijn twee lichten (① &②) op het laadstation: ③ Als het licht rood is: de robotmaaier wordt opgeladen. Als het licht groen is: opladen voltooid, de robotmaaier staat 2-3 cm terug in de richting van het laadstation indien niet in werkstand. Als het licht uit is: geen stroom, controleer de verbinding tussen de adapter en het laadstation. ④ Als het licht knippert: de verbinding tussen laadstation en afbakening is los, controleer de verbinding en de status van de afbakeningsdraad.
Als het licht uit is: na de assemblage van de afbakeningsdraad, zal het licht uit zijn als de assemblage juist is uitgevoerd. Opmerking: ⚫ Het contact van het laadstation moet goed zijn aangesloten op het laadstation en de moeren moeten aangespannen zijn. ⚫ De batterij moet volledig zijn opgeladen voor de eerste ingebruikname. ⚫ De twee contacten van het laadstation staan onder spanning (21V DC). ⚫ Om een kortsluiting te vermijden mogen deze nooit worden aangeraakt met geleidende elementen als de lader is aangesloten op het laadstation. Dual Colour LED light = Tweekleurig LED-licht Boundary wire plug = Perimeter draad socket Charging socket = Oplaadaansluiting
68 WERKING 1. Schermbediening: • Zet de maaier op de afbakeningsdraad voor het laadstation op een afstand van 0,5 meter en met de maaikop naar het laadstation gericht. • Druk op de aan/uit-knop het scherm geeft dan "ENTER PIN CODE" aan, voer beginwachtwoord (0000) in en druk dan op "OK" om de werkingsinterface in te voeren. (Druk op de "+/-"-toets om het nummer te veranderen, druk op "ok" om het nummer te bevestigen) • Druk op "START" om de maaier te starten. • De maaier gaat vooruit en de uitdrijvende polen van de maaier raken de peddels van het laadstation, het indicatorlicht op het laadstation wordt rood, dan gaat de maaier van de afbakeningsdraad en begint te maaien. Hoe werkt het? 1) De robotmaaier maait eerst binnen de afbakeningsdraad.
2) Als de accu bijna leeg is, gaat de maaier automatisch naar het laadstation om op te laden, na de eerste keer volledig opgeladen te zijn, maait hij langs de afbakeningsdraad. 3) Daarna, na elke 8 keer opladen, zal de maaier automatisch langs de afbakeningsdraad maaien. (Als de klant op de " "-knop drukt, wordt de geschiedenis gewist en begint het proces opnieuw.
69 • Druk op "MENU" om de functie in te stellen. • Druk op "HOME" om de maaier terug te sturen naar het laadstation (dit is om de maaier te stoppen tijdens het maaien): Druk op "HOME", de maaier zal stoppen met maaien, de dichtstbijzijnde afbakeningsdraad zoeken en dan langs de draad teruggaan naar het laadstation. Handmatige modus: In deze toestand, na volledig opgeladen te zijn, start de maaier niet uit zichzelf, hij moet handmatig worden herstart. Planning modus: In deze toestand zal de maaier, nadat hij volledig is opgeladen, wachten tot hij de volgende werktijd heeft bereikt. 2. Functionele instellingen Plaats de maaier rechtsom op de grensdraad voor het laadstation om te beginnen met het configureren van de functionele instellingen. Kies "MENU" om de functie in te stellen, kies “SETTINGS” (PARAMETERS), en u kunt instellen:
70 1. “Edge Cut" (Randen snijden): Kies of de grasmaaier elke acht laadcycli de rand afsnijdt. Deze functie is standaard ingeschakeld. 2. "Key sound" (Toetsgeluid): Kies of het toetsgeluid wordt ingeschakeld. Deze functie is standaard ingeschakeld. 3. "Rain" (Regen): Kies of de grasmaaier bij regen terugkeert naar het laadstation. Deze functie is standaard ingeschakeld. (wij raden aan deze functie aan te zetten voor een perfect maairesultaat). 4. “Language” (Taal): Kies uw voorkeurtaal. 5. “Time & Date” (Tijd & datum): Stel tijd en datum van uw land in. 1) Selecteer "Set Time" (Tijd instellen) om de standaardtijd in het land van de gebruiker in te stellen, druk op "OK" om te bevestigen, druk op " " om terug te keren. 2) Selecteer "Set date" (Datum instellen) om de datum in te stellen, druk op "OK" om te bevestigen, druk dan op “ ” om terug te keren. 6.
“Change PIN Code” (PIN-code wijzigen): 4 cijfers startwachtwoord instellen 1) Pin-code invoeren: beginwachtwoord “0000” invoeren. 2) Voer nieuwe PIN-code in: om nieuw wachtwoord in te voeren. 3) Nieuwe PIN-code bevestigen: om nieuw wachtwoord nogmaals in te voeren. 4) Wanneer PIN is geaccepteerd, betekent dit dat het nieuwe wachtwoord is geaccepteerd en dat het automatisch zal terugkeren. 5) Als het wachtwoord verkeerd is ingevoerd, verschijnt op het scherm: PIN niet geaccepteerd. 6) Druk op "OK" om terug te keren naar het hoofdmenu. 7. “WIFI Config”: Om WiFi-netwerken te configureren. Zie Pagina 79. 8. "Reset": u wordt gevraagd of u "Reset all data" (Alle gegevens resetten) wilt uitvoeren. Alle gegevens die u hebt geprogrammeerd worden gereset, inclusief de PIN-code. Druk op "OK" om alle gegevens te resetten. Voer het juiste wachtwoord in voordat u alle gegevens reset.
71 3. Oppervlaktefunctie. De oppervlaktefunctie wordt gebruikt om de efficiëntie van de maaier in grote gebieden te vergroten. Bovendien helpt het de maaier om van het ene gebied naar het andere te gaan in smalle doorgangen. In geval van smalle doorgangen kan het gebeuren dat zonder deze functie de maaier het gebied maait waarin het laadstation zich bevindt, maar het gebied achter de doorgang negeert. Als gevolg van een probleem met de grensdraad in geval van smalle doorgangen, is het mogelijk dat de maaier er niet door kan. Het wordt aanbevolen een minimumafstand van 100 cm aan te houden. Verdeel bij smalle doorgangen het maaigebied in maximaal drie gebieden en stel de maaier zo in dat elk gebied onafhankelijk wordt bewerkt. 1.
Startpunten definiëren Zet de maaier op de afbakeningsdraad met een maximale afstand van 0,5 meter van het laadstation en zorg dat de achterkant van de maaier naar het laadstation gericht is. Voer het wachtwoord in en druk op "MENU". 2. Selecteer "AREA" (ZONE), om de startpunten voor maximaal drie verschillende gebieden in uw tuin te definiëren, en de werktijden van elk gebied. Druk op "OK". Het scherm toont het volgende: Kies”Settings” (instellingen) om het startpunt van elke zone in te stellen. Kies ”Work hours” (werkuren) om de werktijd van elke zone in te stellen, maximum 255 min. "[ ]Active" activateert de AREA (ZONE) (gebied)-functie. (Als het startpunt van het gebied niet is ingesteld, selecteer dan "Work hours" (Werkuren) of "[ ]Active" zal de "Settings" (Parameters)-interface openen.) Achterkant Voorkant
72 3. Kies " Settings" (Parameters) om de startpunten te bepalen voor maximaal drie verschillende gebieden in uw tuin. 1) Kies "Instellingen", druk op "START" en de maaier zal langs de grensdraad weg van het laadstation bewegen. 2) Op het scherm verschijnt niet langer "START" maar in plaats daarvan "NEXT". Volg uw maaier langs de grens het startpunt voor gebied 1. Druk nu op "NEXT" op het scherm om het eerste startpunt vast te leggen. De maaier bevestigt het eerste startpunt met "OK". De maaier beweegt verder langs de grensdraad. Zodra u het startpunt voor gebied 2 op de grensdraad hebt bereikt, drukt u opnieuw op "NEXT". De maaier bevestigt het tweede startpunt met "OK" en gaat verder op de grensdraad. Zodra u het startpunt voor gebied 3 hebt bereikt, drukt u opnieuw op "NEXT". 3) Wanneer u het derde startpunt hebt bevestigd, verandert de weergave op het scherm van "NEXT" in "END".
Door op "END" te drukken, bevestigt u de drie startpunten voor de afzonderlijke gebieden. De maaier gaat dan automatisch terug naar het laadstation. Als dit niet het geval is, zet u de maaier uit en plaatst u deze voor het laadstation (tegenover het laadstation); zet hem aan en stel vervolgens de werkuren in.
73 OPMERKING: Nadat u het eerste startpunt hebt gedefinieerd, verschijnt links op het scherm een knop "END". Indien u slechts één startpunt of slechts twee verschillende startpunten wenst te definiëren, kunt u hiermee de procedure voortijdig beëindigen. Druk op de knop "END" en bevestig zo de gedefinieerde startpunten. De maaier stopt en u kunt verdergaan zoals beschreven. 4. Kies ”MENU” – “AREA” – ”Work hours” om de werktijd van elk gebied in te stellen. (Druk op de "+/-"-toets om het nummer te veranderen, druk op "ok" om het nummer te bevestigen) (maximum aantal werkuren is 255 min, laadtijd niet inbegrepen)
75 6. Laat de maaier na de invoer voor het laadstation staan en zet hem niet uit. Hij zal daar wachten tot het starttijdstip is bereikt en dan beginnen met maaien. 7. Er zal een “ “-merkteken verschijnen in de interface van de hoofdpagina. Opgelet: (Zie zoneprogrammeringsdiagram op pagina 70) a) Het startpunt moet zo worden gekozen dat het zich in het midden van het te maaien deelgebied bevindt. b) De minimale afstand tussen twee begrenzingskabels moet groter zijn dan 100 cm. c) De deelgebiedfunctie verdeelt de maaigebieden in maximaal drie verschillende deelgebieden. Dit betekent echter niet dat de maaier alleen binnen het deelgebied maait. Het kan ook van de ene zone naar de andere gaan.
d) Als de batterij bijna leeg is tijdens de subzonefunctie en de maaier keert automatisch terug naar het laadstation, na het voltooien van het opladen, zal hij van daar terugkeren naar de plaats waar hij eerder was gestopt. Deelgebieden worden als volgt onderbroken: 1. Druk op de "Home"-knop op het scherm of activeer de schuilfunctie tijdens regen, de machine zal naar het laadstation gaan. Dan is de functie van deelgebied beëindigd. 2. Voor de volgende maaibeurt zal de maaier starten vanaf het eerste deelgebied en de tijd hertellen. 3. Als de accu bijna leeg is, gaat de maaier naar het laadstation en registreert tegelijkertijd het huidige deelgebied en de werktijd. Na het laden keert de maaier terug naar hetzelfde deelgebied en maakt de rest af. 4. Als de geplande tijd voorbij is, zal de maaier naar het laadstation gaan.
76 4. Schemafunctie Er zijn 2 modi, een is de standaard handmatige modus, de andere is de schemamodus zoals hieronder: Kies "SCHEDULE" (PLANNING) als u wilt dat de maaier alleen op bepaalde dagen maait. Laat de maaier na het invoeren van het wachtwoord voor het laadstation staan en zet hem niet uit. Hij wacht daar tot het starttijdstip is bereikt en begint dan met maaien. Hoe: 1. Plaats de maaier 0,5 meter voor het laadstation, met de voorkant naar het laadstation gericht. 2. Selecteer "Schedule" (Planning) en "Settings" (Parameters) en druk vervolgens op "OK". Op het scherm verschijnt het volgende bericht: 3. Bevestig met OK en dan wordt het volgende weergegeven: 4. U kunt kiezen uit de volgende opties: "Work Hours", "Work days" of "Reset timer". Achterkant Voorkant
77 5. “Work Hours” (werkuren): Druk op "OK" om de gewenste werktijd in te stellen. De werktijd kan worden ingesteld van 00:00 tot 24:00. Druk op "OK" om te bevestigen. Druk op om terug te keren naar de functionele instellingen. Druk op de "+/-" toets om het nummer te veranderen, druk op "ok" om het nummer te bevestigen) 6. "Work Days" (werkdagen): Druk op "OK" om de gewenste werkdagen in te stellen. De werkdagen kunnen worden ingesteld van maandag tot en met zondag. Druk op "OK" om te bevestigen. Alle dagen worden opgeslagen in de standaard fabrieksinstellingen. Dit betekent dat er een vinkje staat voor elke dag van de week. Selecteer nu de dagen waarop de maaier moet werken. Druk op om de dagen te veranderen. U kunt een dag selecteren of annuleren door "√" te kiezen met de OK-toets. OPGELET: De maaier zal alleen maaien op die dagen waar een vinkje voor staat.
78 7. Selecteer "Reset timer", u kunt de geconfigureerde instellingen resetten. Selecteer hiervoor "Clear timer" en bevestig met OK. Het volgende wordt weergegeven: Als u met OK bevestigt, worden alle eerder in het "Schema" geconfigureerde instellingen gereset. Het scherm toont u "Saved" en keert terug naar de selectie in de Schemamodus. Druk op om terug te keren naar de functionele instellingen. 8. Selecteer "active" om deze functie te activeren. De maaier zal automatisch werken in deze tijdspanne. 5. Historiek 1. "Werkverslag": Noteer de totale maaitijd van de robotmaaier. 2. "Storingsregistratie": Registreer de tijd en status van de storing van de robotmaaier.
79 CONTROLEER VOORDAT U BEGINT UW WI-FI-INSTELLINGEN. • Zorg ervoor dat uw Wi-Fi-netwerk 2,4 GHz is in plaats van 5 GHz. • Zorg ervoor dat uw robot en smartphone zich in dezelfde wifi-omgeving bevinden. • Zorg ervoor dat uw robot en smartphone zo dicht mogelijk bij elkaar zijn tijdens de eerste verbinding. WIFI-FUNCTIE EN PARAMETERS Wat u kunt doen met de WIFI-functie: 1. Weergave resterende batterijstroom. 2. Huidige werkmodus van de grasmaaier: Handmatig of Schema / Gebied of niet. 3. Stel de werkmodus in 4. Huidige werkstatus van de robotmaaier: Maaien of opladen of stand-by. 5. De oppervlaktefunctie kan worden geactiveerd en dienovereenkomstig worden ingesteld. 6. De tijd van de machine wordt automatisch gekalibreerd. Nadat de machine is verbonden met wifi, zal het de tijd in de lokale tijdzone krijgen. 7.
Zet het knopgeluid van de robotmaaier aan of uit, het is standaard als aanzetten. 8. Regenopvangfunctie: selecteer of de grasmaaier terugkeert naar huis op regenachtige dagen, deze functie is standaard ingeschakeld. 9. Maaien langs de draad: selecteer of de grasmaaier elke 8 cycli de rand maait, deze functie is standaard ingeschakeld. 10. Historiekregisterfunctie: u kunt de recente foutgegevens en het werklogboek bekijken. 11. Functie voor het delen van apparatuur: deel de robotmaaier met uw familie of vrienden. OPMERKING : 1) Om veiligheidsredenen kunt u de maaier niet inschakelen of starten via deze app. 2) U vindt alle parameters die u zojuist van uw robot hebt gemaakt op uw smartphone nadat u deze hebt bevestigd.
81 4. Instelling in uw robotmaaier Zet de maaier aan, voer het wachtwoord in. Selecteer “MENU” om naar “SETTINGS”te gaan, druk op OK. Gebruik ” ” om naar “WIFI Config”te gaan en druk dan op OK. Kies uw voorkeurmodus. “EZ-mode” is standaard. 4.1 “EZ-mode” Kies "EZ-mode" in de robotmaaier, druk op OK. Het LCD-scherm keert terug naar de hoofdinterface, en een knipperend WI-FI-icoontje verschijnt in de linkerbovenhoek. Zie onderstaande afbeelding : Let op: er zijn 2 aansluitingen mogelijk EZ-mode of AP-mode. EZ-mode is de standaard, maar als dit niet werkt met jouw smartphonemodel dan raden we je aan om de AP-mode te gebruiken.
83 4.2 “AP-mode” Kies “AP-mode”in de robotmaaier, druk dan op OK. Het LCD-scherm keert terug naar de hoofdinterface en een knipperend WI-FI-icoontje verschijnt in de linker bovenhoek. Zie afbeelding hieronder: • Open de “TuyaSmart”-app, kies “ ”. • Selecteer ”Small Home Appliances” “Mower (Wi-Fi)” • Voer uw WiFi gebruikernaam & wachtwoord in en druk dan op “Next” (Vervolg) • Selecteer “AP Mode” in de rechter bovenhoek van het scherm. • Selecteer "Confirm the indicator is blinking rapidly” (bevestig dat de indicator snel knippert), druk op “Next”. (Vervolg) • Selecteer “Go to Connect”. • Verbind uw mobiele telefoon met de hotspot van het toestel "SmartLift - XXXX" • Wacht 1-2 minuten. Met succes toegevoegd. • Druk op “ ” om de naam van uw robotmaaier te wijzigen.
86 8. Het geheugenpunt instellen 8.1 Zet de maaier op de afbakeningsdraad met een maximale afstand van 0,5 meter van het laadstation en zorg dat de achterkant van de maaier naar het laadstation gericht is. Voer het wachtwoord in. 8.2 Druk op ”AREA” in de app om naar de gebiedinstelling te gaan. 8.3 Kies "MENU - GEBIED - INSTELLINGEN - START" in de maaier, de maaier zal langs de afrastering gaan. 8.4 Druk in de app op "Reset partitie" om de geheugenpunten te definiëren (maximaal 3 geheugenpunten). Druk op "end" in de app om de instelling te beëindigen. 8.5 Druk op "AREA 1/2/3" om de bedrijfsuren (30 min als standaard) voor elk gebied in te stellen. Druk op "opslaan" om te bevestigen. 8.6 Druk op “END” om de gebiedsinstelling te verlaten. 8.7 Zet de gebiedsknop op de startpagina van de app aan
87 Gebiedsinstelling gedaan. Manuele modus: de maaier maait alle gebieden op basis van de ingestelde tijd totdat u hem stopt. Planningmodus: de maaier maait alle gebieden op basis van de ingestelde tijd binnen de afspraakperiode. 9. Het afspraaktijdstip instellen. 9.1 Zet de knop SCHEDULE (PLANNING) aan op de startpagina van de app. 9.2 Kies afspraak om : Stel de werkdagen en de werkperiode overeenkomstig in. 9.3 Zet de maaier 0,5 meter voor het laadstation, met het gezicht naar het laadstation, zet hem aan, voer het juiste wachtwoord in. Het zal werken volgens de instellingen. GARDEO PRO
91 PROBLEMEN VERHELPEN: OPMERKING: Voor elke fout van de machine, controleer altijd eerst het laadstation, om te zien of het in de juiste werkingsstatus verkeert (de afbakeningsdraad is niet losgekomen en niet doorgebeten door uw huisdieren, of wordt afgesneden door de messen van de machine, of uw AC-stroom wordt uitgeschakeld wanneer de machine in werking is). De lamp op het laadstation knippert rood als er een dergelijk probleem is. 1. De grasmaaier wil niet starten. a) De grasmaaier start in een niet-werkzame zone van de afbakeningsdraad. De afbakeningsdraad controleren om eventuele herstelling uit te voeren. b) Controleer de noodstopschakelaar. Als de noodstopschakelaar vergrendeld is, drukt u op de noodstopschakelaar en vervolgens op de rode aan/uit-schakelaar. c) Als de grasmaaier lange tijd niet werd gebruikt, kan de batterij leeg zijn. Waak erover deze regelmatig op te laden.
Zelfs als de maaier niet wordt gebruikt, is het aan te raden de batterij om de 3 maanden op te laden. d) Zet de maaier uit, wacht 5 seconden en begin opnieuw. 2. De grasmaaier verplaatst zich niet naar voor. a) De bumpersensor kan beschadigd raken. b) Als het gras de eerste maaibeurt heel hoog (meer dan 12 cm) is, zal dit de buis van de sensor bedekken, het grasperk maaien met een traditionele grasmaaier vooraleer u de robotgrasmaaier in gebruik neemt. 3. De grasmaaier maait niet correct of maait helemaal niet. a) De grasmaaier uitzetten. Nagaan of de maaibladen correct gemonteerd zijn. De maaibladen vervangen als ze beschadigd zijn. b) Als de grasmaaier op een terrein staat met een helling van meer dan 20°, zal de machine automatisch stoppen. c) Het basisdeel van de maaibladdrager wordt geraakt door voorwerpen of lang gras. De hindernis wegnemen en opnieuw starten.
e) De machine die automatisch wordt tegengehouden om de PCB's en andere componenten te beschermen wanneer de geteste motortemperatuur te hoog is. 4. De grasmaaier overschrijdt de afbakeningsdraad en gaat verder buiten de perimeter. a) De draaihoek van de afbakeningsdraad is te scherp. De binnenhoek moet minstens 125° bedragen. b) De afbakeningsdraad ligt te dicht bij een helling. De positie van de afbakeningsdraad aanpassen volgens de aanbevelingen. c) Het signaal van de afbakeningsdraad is zwak. De afbakeningsdraad mag niet groter zijn dan 200 m. Als u de afbakeningsdraad in de grond ingraaft, zorg er dan voor dat deze niet dieper is dan 2 cm. d) Controleer of er zich in de buurt een apparaat met een hoog vermogen (zoals een transformator, generator, telecommunicatietoren enz. ) bevindt. Deze apparaten kunnen de sensor van de machine hinderen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gardeo GRO20V20WIFI-2A stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Robotmaaier Gardeo
Handleiding Robotmaaier
Nieuwste handleidingen voor Robotmaaier