Gardena SILENO minimo 500 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gardena SILENO minimo 500 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 63 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Gardena SILENO minimo 500 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Gardena |
| Categorie: | Robotmaaier |
| Model: | SILENO minimo 500 |
Handleiding Gardena SILENO minimo 500 – volledige tekst
InhoudInhoudInhoudInhoudInhoud1 Inleiding1. 1 Inleiding. 31. 2 Productoverzicht. 4 1. 3 Symbolen op het product. 51. 4 Symbolen op de accu. 5 1. 5 Algemene gebruiksinstructies. 5 1. 6 Toetsenbord. 51. 7 Led-statusindicator op het toetsenbord. 62 Veiligheid 2. 1 Veiligheidsinformatie. 82. 2 Veiligheidsdefinities. 9 2. 3 Veiligheidsinstructies voor bediening. 93 Installatie3. 1 Inleiding - installatie. 133. 2 Belangrijkste onderdelen voor de installatie. 13 3. 3 Algemene voorbereidingen. 133. 4 Vóór de installatie van de draden. 133. 5 Montage van het product. 183. 6 De draad positioneren met krammen. 203. 7 De begrenzingsdraad of geleidingsdraadingraven. 213. 8 De begrenzingsdraad of geleidingsdraadverlengen. 213. 9 Na de installatie van het product. 213. 10 De productinstellingen uitvoeren. 214 Werking 4. 1 De knop ON/OFF. 254. 2 Product starten. 254. 3 Bedieningsmodi. 25 4.
1 Inleiding1 Inleiding1 Inleiding1 Inleiding1 Inleiding1. 1 Inleiding1. 1 Inleiding1. 1 Inleiding1. 1 Inleiding1. 1 InleidingSerienummer:Serienummer:Serienummer:Serienummer:Serienummer:Pincode:Pincode:Pincode:Pincode:Pincode:Productregistratiecode:Productregistratiecode:Productregistratiecode:Productregistratiecode:Productregistratiecode:Het serienummer staat op de productverpakking en op het productplaatje. Zie Productoverzicht op pagina 4. • Gebruik het serienummer om uw product te registreren op www. gardena. com. 1. 1. 1 Ondersteuning1. 1. 1 Ondersteuning1. 1. 1 Ondersteuning1. 1. 1 Ondersteuning1. 1. 1 OndersteuningNeem contact op met uw GARDENA-service voorondersteuning met betrekking tot het GARDENA-product. 1. 1. 2 Productbeschrijving1. 1. 2 Productbeschrijving1. 1. 2 Productbeschrijving1. 1. 2 Productbeschrijving1. 1.
2 ProductbeschrijvingLet op: Let op: Let op: Let op: Let op: GARDENA werkt het uiterlijk en de werkingvan producten regelmatig bij. Zie Ondersteuning oppagina 3. Het product is een robotmaaier. Het product bevat eenaccu en maait het gras automatisch. Hierbij wisselenmaaien en laden elkaar continu af. Hetbewegingspatroon is willekeurig, wat betekent dat hetgazon gelijkmatig en met minder slijtage wordt gemaaid. De begrenzingsdraad en de geleidingsdraad regelen debeweging van het product binnen het werkgebied. Sensoren in het product detecteren wanneer het productde begrenzingsdraad nadert. De voorzijde van hetproduct rijdt altijd een bepaalde afstand voorbij debegrenzingsdraad voordat het product omkeert. Wanneer het product een obstakel raakt of debegrenzingsdraad nadert, kiest het een nieuwe richting.
1 Maaitechniek1. 1. 2. 1 MaaitechniekHet product is emissievrij, gebruiksvriendelijk enbespaart energie. Deze regelmatige maaitechniekverbetert de kwaliteit van het gras en vermindert hetgebruik van meststoffen. Het gras hoeft niet te wordenverzameld. 1. 1. 2. 2 Laadstation zoeken1. 1. 2. 2 Laadstation zoeken1. 1. 2. 2 Laadstation zoeken1. 1. 2. 2 Laadstation zoeken1. 1. 2. 2 Laadstation zoekenHet product werkt totdat de accu bijna leeg is. Vervolgens volgt het de geleidingsdraad naar hetlaadstation. De geleidingsdraad wordt vanaf hetlaadstation naar bijvoorbeeld een afgelegen deel vanhet werkgebied of door een smalle doorgang gelegd. Degeleidingsdraad wordt aangesloten op debegrenzingsdraad waardoor de robotmaaier hetlaadstation veel gemakkelijker en sneller kan vinden. 1. 1. 2. 3 GARDENA Bluetooth1. 1. 2. 3 GARDENA Bluetooth1. 1. 2. 3 GARDENA Bluetooth1. 1. 2. 3 GARDENA Bluetooth1. 1.
2. 3 GARDENA Bluetooth®®®®® App App App App AppHet product kan worden bediend met het toetsenbord ophet product en met gebruik van de fabrieksinstellingenvan het product. Om de instellingen van het product aan te passen, wordtde GARDENA Bluetooth® App gebruikt. Het product kanbinnen een kort bereik op afstand worden bediend metBluetooth®. 1585 - 002 - 08. 12. 2020 Inleiding - 33333.
1.2 Productoverzicht1.2 Productoverzicht1.2 Productoverzicht1.2 Productoverzicht1.2 Productoverzicht12457820201513 141211639101816 17 192123 242225 1. Knop ON/OFF 2. Toetsenbord 3. Productplaatje1 4. Behuizing 5. Voorwielen 6. Stopknop 7. Kap 8. Laadstation 9. Contactplaten 10. Led voor controle van de werking van hetlaadstation, de begrenzingsdraad en degeleidingsdraad 11. Handgreep 12. Chassiskast met elektronica, accu en motoren 13. Maaisysteem 14. Maaischijf 15. Achterwiel 16. Haringen 17. Connector voor de lusdraad 18. Koppelingen voor de lusdraad 19. Schroeven voor bevestiging van het laadstation 20. Voeding 2 21. Lusdraad voor begrenzings- lus en geleidings-draad 22. Meetlat als hulpmiddel bij het installeren van debegrenzingsdraad (de meetlat wordt van de dooslosgemaakt) 23.
24. Bedieningshandleiding en beknopte handleiding 25. Inbussleutel31. 3 Symbolen op het product1. 3 Symbolen op het product1. 3 Symbolen op het product1. 3 Symbolen op het product1. 3 Symbolen op het productDeze symbolen staan op het product. Bestudeer zezorgvuldig. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING: Lees degebruikersinstructies voordatu het product gebruikt. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING: Schakelhet product uit voordat uwerkzaamheden aan het pro-duct uitvoert of het productoptilt. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING: Bewaareen veilige afstand tot hetproduct als dit in gebruik is. Houd uw handen en voetenuit de buurt van de roterendemessen. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING: Ga nietop het product zitten of staan.
Plaats uw handen of voetenniet in de buurt van of onderhet product. Gebruik een losse voedingmet de specificaties die ophet typeplaatje naast hetsymbool staan vermeld. Dit product voldoet aan degeldende EG- richtlijnen. Het is niet toegestaan om dit product alsnormaal huishoudelijk afval af te voeren. Zorg dat het product wordt gerecycledvolgens de lokale wettelijke voorschriften. De laagspanningskabel mag niet wordeningekort, verlengd of gesplitst. Gebruik geen trimmer in de buurt van delaagspanningskabel. Wees voorzichtig bijhet knippen van randen waar de kabelsliggen. 1. 4 Symbolen op de accu1. 4 Symbolen op de accu1. 4 Symbolen op de accu1. 4 Symbolen op de accu1. 4 Symbolen op de accuLees de gebruikersinstructies goed door. Dank de accu niet af door deze in eenvuur te gooien en stel de accu niet blootaan een warmtebron. Dompel de accu niet onder in water. 1.
5 Algemene gebruiksinstructiesVoor het gemak wordt het volgende systeem in debedieningshandleiding gebruikt:•Cursief gedrukte tekst geeft teksten aan dieworden weergegeven op het display of is eenverwijzing naar een ander gedeelte in debedieningshandleiding. • tekst geeft de knoppen op hetVet gedrukteVet gedrukteVet gedrukteVet gedrukteVet gedrukteproduct aan. 1. 6 Toetsenbord1. 6 Toetsenbord1. 6 Toetsenbord1. 6 Toetsenbord1. 6 ToetsenbordGebruik het toetsenbord op het product om eenbedieningsmodus voor het product te selecteren. Houdde toets 1 seconde of 3 seconden ingedrukt om eenbedieningsmodus in te stellen, zie Bedieningsmodi oppagina 25. De toetsen op het toetsenbord metknipperende lampjes zijn de beschikbarebedieningsmodi die u voor het product kunt selecteren. U moet de pincode voor het product invoeren voordat ueen bedieningsmodus kunt selecteren.
• Gebruik de knop (A) om het product in enON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFuit te schakelen. • Gebruik de knop (B) om het product naarParkerenParkerenParkerenParkerenParkerenhet laadstation te sturen. • Gebruik de knop (C) om de instellingen teOKOKOKOKOKbevestigen die u in de menu's selecteert. • Gebruik de knop (D) om het productStart/schemaStart/schemaStart/schemaStart/schemaStart/schemate starten en een schema in te stellen. Het schemabegint elke dag op dit huidige tijdstip en hetproduct zal elke dag op de maximale maaitijdwerken. • Gebruik de knop (E) om het product teSTARTSTARTSTARTSTARTSTARTstarten. 3Bevindt zich op de behuizing van het product aan de andere kant van de bovenkap. 1585 - 002 - 08. 12. 2020 Inleiding - 55555.
A B DEC1.7 Led-statusindicator op het toetsenbord1.7 Led-statusindicator op het toetsenbord1.7 Led-statusindicator op het toetsenbord1.7 Led-statusindicator op het toetsenbord1.7 Led-statusindicator op het toetsenbordDe led-statusindicator op het toetsenbord geeft de status van het product weer. De led-statusindicator heeft 2lichtmodi: knipperend lampje (A) en continu brandend lampje (B).AB Stand-by Stationair 66666 - Inleiding 1585 - 002 - 08.12.2020
Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen(waaronder kinderen) met fysieke, zintuiglijke of geestelijkebeperkingen (die van invloed kunnen zijn op het veilig bedienenvan het product), of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij zebegeleiding bij of aanwijzingen voor het gebruik van het apparaathebben ontvangen van een persoon die verantwoordelijk is voorhun veiligheid. Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar enouder en andere personen die ondanks hun fysieke, sensorischeof geestelijke handicap of gebrek aan ervaring en kennis ondertoezicht of instructie van een verantwoordelijke persoon in staatzijn veilig gebruik te maken van het apparaat en op de hoogte zijnvan alle gevaren. Er kunnen plaatselijke regels zijn met betrekkingtot de minimumleeftijd voor het bedienen van dit apparaat. Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden.
Sluit de voeding nooit aan op een stopcontact als de stekker of hetsnoer beschadigd is. Een versleten of beschadigd snoer verhoogthet risico op een elektrische schok. Laad de accu alleen op in het meegeleverde laadstation. Onjuistgebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting oflekkage van corroderende vloeistof uit de accu.
Gebruik alleen originele accu's die door de fabrikant wordenaanbevolen. De veiligheid van het product kan niet wordengegarandeerd met niet-originele accu's. Gebruik geen niet-oplaadbare accu's. Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voeding wanneer deaccu wordt verwijderd. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Hetproduct kan gevaarlijkzijn wanneer hetverkeerd wordt gebruikt. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:Gebruik het product nietals personen, met namekinderen, of huisdierenzich in het werkgebiedbevinden. WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:Houd uw handen envoeten uit de buurt vande roterende messen. Plaats uw handen ofvoeten nooit in de buurtvan of onder het productwanneer het isingeschakeld.
WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:WAARSCHUWING:Roep bij letsel of eenongeval medische hulpin. 2. 2 Veiligheidsdefinities2. 2 Veiligheidsdefinities2. 2 Veiligheidsdefinities2. 2 Veiligheidsdefinities2. 2 VeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig of fataalletsel voor de gebruiker of omstanderswanneer de instructies in de handleiding nietworden gevolgd. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen of aan deomgeving wanneer de instructies in dehandleiding niet worden gevolgd.
1 Gebruik • Het product mag uitsluitend worden gebruikt incombinatie met door de fabrikant aanbevolenapparatuur. Elk ander gebruik is onjuist. Deinstructies van de fabrikant over bediening/onderhoud moeten nauwkeurig worden gevolgd. • Er moeten waarschuwingsborden wordengeplaatst rondom het werkgebied van het productals het in openbare gebieden wordt gebruikt. Deborden moeten de volgende tekst bevatten:Waarschuwing. Automatische gazonmaaier. BlijfWaarschuwing. Automatische gazonmaaier. BlijfWaarschuwing. Automatische gazonmaaier. BlijfWaarschuwing. Automatische gazonmaaier. BlijfWaarschuwing. Automatische gazonmaaier. Blijfuit de buurt van de machine. Houd toezicht opuit de buurt van de machine. Houd toezicht opuit de buurt van de machine. Houd toezicht opuit de buurt van de machine. Houd toezicht opuit de buurt van de machine. Houd toezicht opkinderen. kinderen. kinderen. kinderen.
Warning. Automatic lawnmower. Keep away from the machine. Supervise children. Warning. Automatic la wnmower. Keep awa y from the mac hine. Supervise child ren. • Gebruik de parkeermodus, zie Parkeren op pagina26 of schakel het product uit wanneer personen,vooral kinderen, of huisdieren zich in hetwerkgebied bevinden. Het verdient aanbevelinghet product te programmeren voor gebruik tijdensuren wanneer geen activiteit in het gebiedplaatsvindt, bijvoorbeeld 's nachts. Zie Parkeren/Schema op pagina 26. Houd er rekening mee datbepaalde dieren, bijvoorbeeld egels, 's nachtsactief zijn. Deze diersoorten kunnen potentieelgewond raken door het product. • Het product mag uitsluitend worden bediend,onderhouden en gerepareerd door personen dievolledig vertrouwd zijn met de speciale kenmerkenvan en veiligheidsregels voor het product.
Lees debedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg datu de instructies hebt begrepen voordat u hetproduct gebruikt. • Het is niet toegestaan het originele ontwerp vanhet product aan te passen. Alle wijzigingen zijn opeigen risico. • Controleer of er geen vreemde voorwerpen zoalsstenen, takken, gereedschappen of speelgoed ophet gazon aanwezig zijn. Als de messen vreemdevoorwerpen raken, kunnen de messen beschadigdraken. Schakel altijd eerst het product uit met deknop voordat u een blokkade verwijdert. ON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFControleer het product op schade voordat u hetopnieuw start. • Als het apparaat abnormaal gaat trillen. Schakelhet product altijd eerst uit met de knop enON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFinspecteer het product op schade voordat u hetopnieuw start. • Start het product volgens de instructies.
• Til het product nooit op en draag het niet rondterwijl het is ingeschakeld. • Sta niet toe dat het product wordt gebruikt doorpersonen die niet weten hoe het werkt en zichgedraagt. • Het product mag nooit in aanraking komen metpersonen of andere levende wezens. Als eenpersoon of ander levend wezen in de baan van hetproduct komt, moet dit onmiddellijk wordengestopt. Zie Product stoppen op pagina 27. • Zet niets boven op het product of het laadstation. • Voorkom dat het product wordt gebruikt wanneerde kap, maaischijf of behuizing beschadigd is. Demaaier mag ook niet worden gebruikt als demessen, schroeven, moeren of kabels defect zijn. Sluit nooit een beschadigde kabel aan en raakdeze ook niet aan voordat de kabel islosgekoppeld van de voeding. • Gebruik het product niet als de knoppen ON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFen niet werken.
STOPSTOPSTOPSTOPSTOP • Schakel het product altijd uit met de knop ON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFwanneer het product niet in gebruik is. Het productkan alleen worden gestart als het product isingeschakeld met de knop en de juisteON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFON/OFFpincode is ingevoerd. • GARDENA staat niet garant voor volledigecompatibiliteit tussen het product en andere typendraadloze systemen, zoals afstandsbedieningen,radio- zenders, ringleidingen, ondergrondseelektrische afrasteringen of dergelijke. 1010101010 - Veiligheid 1585 - 002 - 08. 12. 2020.
• Metalen voorwerpen in de bodem (zoalswapeningsnetten of antimollennetten) kunnen derobotmaaier tot stilstand brengen. De metalenvoorwerpen kunnen storing van het lussignaalveroorzaken en de robotmaaier tot stilstandbrengen. • Bedrijfs- en opslagtemperatuurbereik is 0-50 °C. Temperatuurbereik voor het opladen is 0-45 °C. Tehoge temperaturen kunnen schade aan hetproduct veroorzaken. 2. 3. 2 Veiligheid bij accu's2. 3. 2 Veiligheid bij accu's2. 3. 2 Veiligheid bij accu's2. 3. 2 Veiligheid bij accu's2. 3. 2 Veiligheid bij accu'sWAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Lithium-ionaccu's kunnen ontploffen of brandveroorzaken, indien gedemonteerd,kortgesloten, blootgesteld aan water, brandof hoge temperaturen. Behandel de accuvoorzichtig, demonteer de accu niet, opende accu niet en voorkom elektrisch/mechanisch misbruik. Zet een accu niet indirect zonlicht.
Voor meer informatie over de accu, raadpleeg Accu oppagina 312. 3. 3 Het product optillen en verplaatsen2. 3. 3 Het product optillen en verplaatsen2. 3. 3 Het product optillen en verplaatsen2. 3. 3 Het product optillen en verplaatsen2. 3. 3 Het product optillen en verplaatsenWAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Het productmoet worden uitgeschakeld voordat hetwordt opgetild. Het product is uitgeschakeldwanneer het indicatielampje op de -AAN/UITAAN/UITAAN/UITAAN/UITAAN/UITknop niet brandt. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Til het product niet op alshet in het laadstation is geparkeerd. Hierdoor kan het laadstation en/of hetproduct worden beschadigd. Druk op STOPSTOPSTOPSTOPSTOPen trek het product uit het laadstationvoordat u het optilt. Voor het veilig verplaatsen uit of binnen het werkgebied: 1. Druk op de knop om het product te stoppen.
2.3.4 Onderhoud2.3.4 Onderhoud2.3.4 Onderhoud2.3.4 Onderhoud2.3.4 OnderhoudWAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Het productmoet worden uitgeschakeld voordat eronderhoudswerkzaamheden aan wordenuitgevoerd. Het product is uitgeschakeldwanneer het indicatielampje op de -AAN/UITAAN/UITAAN/UITAAN/UITAAN/UITknop niet brandt.WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Ontkoppel hetlaadstation met de stekker voordat ureinigings- of onderhoudswerkzaamhedenverricht aan het laadstation of de lusdraad.OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Reinig het product niet meteen hogedrukspuit. Gebruik geenoplosmiddelen voor reiniging.Inspecteer het product wekelijks en vervangbeschadigde of versleten onderdelen.
Zie Onderhoud oppagina 29.2.3.5 Bij onweer2.3.5 Bij onweer2.3.5 Bij onweer2.3.5 Bij onweer2.3.5 Bij onweerOm het risico op schade aan de elektrischecomponenten in het product en het laadstation tebeperken, adviseren we om alle aansluitingen op hetlaadstation (voeding, begrenzingsdraad engeleidingsdraad) los te koppelen als er kans op onweeris. 1. Markeer de draden om eenvoudig opnieuwverbinding te maken. De aansluitingen op hetlaadstation zijn gemarkeerd met R, L en GUIDE. 2. Koppel alle aangesloten kabels en de voeding los. 3. Sluit alle kabels en de voeding weer aan als ergeen onweer meer dreigt. Het is belangrijk dat elkedraad op de juiste plaats wordt aangesloten.1212121212 - Veiligheid 1585 - 002 - 08.12.2020
2 Belangrijkste onderdelen voor deinstallatieinstallatieinstallatieinstallatieinstallatieDe installatie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een robotmaaier die het gazon automatisch maait. • Een laadstation met 3 functies: • Controlesignalen door de begrenzingsdraadverzenden. • Controlesignalen langs de geleidingsdraadsturen, zodat het product de geleidingsdraadnaar specifieke afgelegen gebieden in de tuinkan volgen en terug kan keren naar hetlaadstation. • Het product opladen. • Een voeding, die is aangesloten tussen hetlaadstation en een stopcontact van 100-240 V. • De lusdraad, die langs de randen van hetwerkgebied wordt gelegd en ook rondomvoorwerpen en planten die de robotmaaier nietmag raken. De lusdraad dient alsbegrenzingsdraad en ook als geleidingsdraad. 3. 3 Algemene voorbereidingen3. 3 Algemene voorbereidingen3. 3 Algemene voorbereidingen3. 3 Algemene voorbereidingen3.
Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Lees het hoofdstuk Installatie volledig doorvoordat u met de installatie begint. De wijze waarop deinstallatie is uitgevoerd, bepaalt hoe goed het productfunctioneert. Het is daarom belangrijk om de installatiezorgvuldig te plannen. • Maak een blauwdruk van het werkgebied en neemhierin alle obstakels op. Zo vindt u eenvoudiger debeste posities voor het laadstation, debegrenzingsdraad en de geleidingsdraad. • Breng een markering aan op de blauwdruk waarhet laadstation, de begrenzingsdraad en degeleidingsdraad moeten worden geplaatst. • Breng een markering op de blauwdruk aan waarde geleidingsdraad aansluit op debegrenzingsdraad. Zie De geleidingsdraadinstalleren op pagina 20. • Vul de gaten in het gazon. • Maai het gras voordat u het product installeert. Zorg ervoor dat het gras maximaal 4 cm/1. 6 inchis.
Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: De eerste weken na installatie kan hetwaargenomen geluidsniveau bij het maaien van het grashoger zijn dan verwacht. Wanneer het product het grasenige tijd heeft gemaaid, is het waargenomengeluidsniveau veel lager. 3. 4 Vóór de installatie van de draden3. 4 Vóór de installatie van de draden3. 4 Vóór de installatie van de draden3. 4 Vóór de installatie van de draden3. 4 Vóór de installatie van de dradenU kunt kiezen om de draden met staken te bevestigen ofom ze in te graven. U kunt de 2 procedures voorhetzelfde werkgebied gebruiken. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Graaf de begrenzingsdraaden de geleidingsdraad in indien u eenverticuteermachine gebruikt in hetwerkgebied om te voorkomen dat zebeschadigd raken. 3. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstation3. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstation3. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstation3. 4.
1 Onderzoeken waar het laadstation3. 4. 1 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatstmoet worden geplaatstmoet worden geplaatstmoet worden geplaatstmoet worden geplaatst • Zorg voor minimaal 2 m/6.
60- cm / 24- in. • Plaats het laadstation in de buurt van eenstopcontact. • Plaats het laadstation op een vlakke ondergrond. • De bodemplaat van het laadstation mag nietgebogen zijn.Max 3 cm/1.2"Max 3 cm/1.2"Max +/- 2 cm / 0.8 in. • Als het werkgebied twee delen heeft die zijngescheiden door een steile helling, raden wij aanhet laadstation op het laagste deel te plaatsen. • Plaats het laadstation in een gebied metbescherming tegen de zon. • Als het laadstation op een eiland is geplaatst, dientu ervoor te zorgen dat u de geleidingsdraad methet eiland verbindt.
Zie Een eiland maken oppagina 17.3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moet3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moet3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moet3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moet3.4.2 Onderzoeken waar de voeding moetworden geplaatstworden geplaatstworden geplaatstworden geplaatstworden geplaatstWAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: U mag delaagspanningskabel niet doorsnijden ofverlengen. Er bestaat een gevaar voorelektrische schokken.OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Zorg ervoor dat de messenop het product niet de laagspanningskabeldoorsnijden.OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Plaats delaagspanningskabel niet in een spoel ofonder de plaat van het laadstation. Debobine veroorzaakt interferentie met hetsignaal van het laadstation. • Plaats de voeding in een gebied met een dak enbescherming tegen de zon en de regen.
• Plaats de voeding in een gebied met een goedeluchtstroom. • Gebruik een aardlekschakelaar met eenafschakelstroom van maximaal 30 mA wanneer ude voeding aansluit op het stopcontact.Laagspanningskabels van verschillende lengtes zijnverkrijgbaar als accessoires.1414141414 - Installatie 1585 - 002 - 08.12.2020
3. 4. 3 Onderzoeken waar u de3. 4. 3 Onderzoeken waar u de3. 4. 3 Onderzoeken waar u de3. 4. 3 Onderzoeken waar u de3. 4. 3 Onderzoeken waar u debegrenzingsdraad plaatstbegrenzingsdraad plaatstbegrenzingsdraad plaatstbegrenzingsdraad plaatstbegrenzingsdraad plaatstOPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Er dient een obstakel vanminimaal 15 cm/6 inch hoog tussen debegrenzingsdraad en waterpartijen,hellingen, afgronden of openbare wegen testaan. Dit voorkomt schade aan het product. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Laat het product nietwerken op grind. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Maak geen scherpebochten wanneer u de begrenzingsdraadinstalleert. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Voor een zorgvuldigewerking zonder geluid isoleert u alleobstakels zoals bomen, wortels en stenen. De begrenzingsdraad moet als een lus om hetwerkgebied worden geplaatst.
De sensoren in hetproduct detecteren wanneer het product debegrenzingsdraad nadert en het product een andererichting selecteert. Alle delen van het werkgebiedmoeten zich op maximaal 15 m/50 ft van debegrenzingsdraad bevinden. Om de verbinding tussen de geleidingsdraad en debegrenzingsdraad eenvoudiger te maken, is hetraadzaam een oogje te maken op de plaats waar degeleidingsdraad wordt aangesloten. Maak het oogje metcirca 20 cm/8 inch van de begrenzingsdraad. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Maak een blauwdruk van het werkgebiedvoordat u de begrenzingsdraad en de geleidingsdraadinstalleert. DEBCFA • Plaats de begrenzingsdraad rond de helewerkzone (A). Pas de afstand tussen debegrenzingsdraad en de obstakels aan. • Zet de begrenzingsdraad 35 cm/14 inch (B) vaneen hindernis af die meer dan 3. 5 cm/1. 4 inchhoog is. 35 cm /14"> 3. 5 cm / 1.
10 cm / 4"max 1 cm / 0. 4" • Als u een tegelpad op niveau van het gazon hebt,plaatst u de begrenzingsdraad lager dan de tegels. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Indien het tegelpad minimaal 30 cm/12inch breed is, gebruikt u de fabrieksinstelling voorde functie Rijd over draad om al het gras naast hettegelpad te maaien. Zie De functie Rijd over draadop pagina 23. • Als u een eiland maakt, zet u debegrenzingsdraden die naar en van het eilandlopen dicht bij elkaar (E). Plaats de kabels indezelfde kram. Zie Een eiland maken op pagina17. • Maak een oogje (F) op de plaats waar degeleidingsdraad met de begrenzingsdraad moetworden verbonden. 3. 4. 3. 1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsen3. 4. 3. 1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsen3. 4. 3. 1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsen3. 4. 3. 1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsen3. 4. 3.
1 De begrenzingsdraad op een helling plaatsenHet product kan gebruikt worden op hellingen van 25%. Hellingen die te steil zijn, moeten worden geïsoleerd metde begrenzingsdraad. De hellingsgraad (%) wordtberekend als hoogte per m. Voorbeeld: 10 cm/100 cm =10%. 10 cm/4"100 cm / 40"10% • Voor hellingen steiler dan 25% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling metbegrenzingsdraad. • Voor hellingen steiler dan 10% langs de buitenrandvan het gazon plaatst u de begrenzingsdraad 20cm/8 inch (A) van de rand. A>10% 0-25% • Voor hellingen grenzend aan een openbare wegplaatst u een afzetting van minimaal 15 cm / 6 inchlangs de buitenrand van de helling. U kunt eenmuur of hek als afzetting gebruiken. 3. 4. 3. 2 Doorgangen3. 4. 3. 2 Doorgangen3. 4. 3. 2 Doorgangen3. 4. 3. 2 Doorgangen3. 4. 3.
2 DoorgangenEen doorgang is een sectie met begrenzingsdraad aanelke kant die 2 delen van het werkgebied verbindt. Deafstand tussen de begrenzingsdraad moet aan elke kantvan de doorgang minimaal 60 cm/24 inch bedragen. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Als een doorgang minder dan 2 m/6.
5 ftbreed is, installeert u een geleidingsdraad door dedoorgang. De aanbevolen minimumafstand tussen degeleidingsdraad en de begrenzingsdraad is 30 cm/12inch. Het product loopt altijd links van degeleidingsdraad, gezien in de richting van hetlaadstation. Het is raadzaam om te zorgen voor zo veelmogelijk vrije ruimte links van de geleidingsdraad (A). >1 m / 3. 3 ftA>30 cm / 12">60 cm / 24"1616161616 - Installatie 1585 - 002 - 08. 12. 2020.
3. 4. 3. 3 Een eiland maken3. 4. 3. 3 Een eiland maken3. 4. 3. 3 Een eiland maken3. 4. 3. 3 Een eiland maken3. 4. 3. 3 Een eiland makenOPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Kruis geen gedeelte van debegrenzingsdraad over een ander gedeelte. De begrenzingsdraadgedeelten moetenevenwijdig lopen. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Kruis de geleidingsdraadniet over de begrenzingsdraad. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Isoleer of verwijderobstakels die lager zijn dan 15 cm/5. 9 inch. Isoleer of verwijder obstakels met een lichtehelling, zoals stenen, bomen en wortels. Ditvoorkomt schade aan de messen van hetproduct. Isoleer gebieden in het werkgebied met debegrenzingsdraad om een eiland te maken. We radenaan alle stabiele objecten in het werkgebied te isoleren. Sommige obstakels kunnen tegen een botsing, zoalsbomen en struiken die hoger zijn dan 15 cm/5. 9 inch.
Het product botst tegen het obstakel en selecteertvervolgens een nieuwe richting. • Plaats de begrenzingsdraad op en rond hetobstakel om een eiland te maken. • Plaats de 2 stukken begrenzingsdraad die naar envan het eiland lopen dicht bij elkaar. Hierdoor loopthet product over de draad. • Zet de 2 stukken begrenzingsdraad in dezelfdestaak vast. 0 cm / 0"3. 4. 3. 4 Een bijgebied maken3. 4. 3. 4 Een bijgebied maken3. 4. 3. 4 Een bijgebied maken3. 4. 3. 4 Een bijgebied maken3. 4. 3. 4 Een bijgebied makenMaak een bijgebied (B) als het werkgebied 2 gebiedenheeft die niet zijn verbonden met een doorgang. Hetwerkgebied met het laadstation is het hoofdgebied (A). Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Het product moet handmatig wordenverplaatst tussen het hoofdgebied en het secundairegebied. BA • Plaats de begrenzingsdraad rond het bijgebied (B)om een eiland te maken.
Zie Een eiland maken oppagina 17. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: De begrenzingsdraad moet als 1 lusrond het gehele werkgebied (A + B) wordengeplaatst.
3. 4. 4 Onderzoeken waar de3. 4. 4 Onderzoeken waar de3. 4. 4 Onderzoeken waar de3. 4. 4 Onderzoeken waar de3. 4. 4 Onderzoeken waar degeleidingsdraad moet worden gelegdgeleidingsdraad moet worden gelegdgeleidingsdraad moet worden gelegdgeleidingsdraad moet worden gelegdgeleidingsdraad moet worden gelegdLeg de geleidingsdraad van het laadstation door hetwerkgebied en sluit deze aan op de begrenzingsdraad. FD C EAB • Plaats de geleidingsdraad in een lijn op minimaal 1m/3. 3 ft afstand vóór het laadstation (A). • Plaats de geleidingsdraad minimaal 30 cm /1 inchvan de begrenzingsdraad (B). • Startpunt (C). Zie Start punt op pagina 23. • Minimale afstand 60 cm/2 ft. loodrecht op degeleidingsdraad (D). • Waar de geleidingsdraad op de begrenzingsdraadis aangesloten (E). • Doorrijbreedte (F). Het product loopt altijd links vande geleidingsdraad, gezien in de richting van hetlaadstation.
Zorg voor zo veel mogelijk vrije ruimtelinks van de geleidingsdraad. De doorrijbreedtemag maximaal 1. 2 m / 4 ft zijn. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Het product beweegt altijd binnen dedoorrijbreedte, maar de afstand tot degeleidingsdraad wordt afgewisseld. 3. 4. 5 Voorbeelden van werkgebieden3. 4. 5 Voorbeelden van werkgebieden3. 4. 5 Voorbeelden van werkgebieden3. 4. 5 Voorbeelden van werkgebieden3. 4. 5 Voorbeelden van werkgebieden • Als het laadstation in een klein gebied (A) wordtgeplaatst, zorgt u ervoor dat de afstand tot debegrenzingsdraad minimaal 2 m/6. 6 ft vóór hetlaadstation bedraagt. • Als het werkgebied een doorgang (B) zondergeleidingsdraad heeft, is de minimale afstandtussen de begrenzingsdraden 2 m / 6. 5 ft. Als erwel een geleidingsdraad is aangebracht in dedoorgang, is de minimale afstand tussen degeleidingsdraden 60 cm / 24 inch.
• Als het werkgebied gebieden heeft die door middelvan een smalle doorgang (B) met elkaar zijnverbonden, kunt u het product zodanig instellendat dit eerst de geleidingsdraad volgt en deze danna een bepaalde afstand (C) verlaat. Deinstellingen kunnen worden gewijzigd in Tuindekking en Maaien in een doorgang op pagina22. • Indien het werkgebied een bijgebied (D) omvat,raadpleegt u Bijgebied op pagina 26. Zet hetproduct in het bijgebied en selecteer de modusBijgebied. BDAC3. 5 Montage van het product3. 5 Montage van het product3. 5 Montage van het product3. 5 Montage van het product3. 5 Montage van het product3. 5. 1 Installatiegereedschappen3. 5. 1 Installatiegereedschappen3. 5. 1 Installatiegereedschappen3. 5. 1 Installatiegereedschappen3. 5. 1 Installatiegereedschappen • Hamer/kunststof hamer: om het plaatsen van dekrammen te vereenvoudigen.
• Kantensnijder/rechte spade: om debegrenzingsdraad te begraven. • Combinatietang: voor het knippen van debegrenzingsdraad en het samenknijpen van deconnectoren. • Instelbare tang: voor het samenknijpen van dekoppelingen. 3. 5. 2 Laadstation monteren3. 5. 2 Laadstation monteren3. 5. 2 Laadstation monteren3. 5. 2 Laadstation monteren3. 5. 2 Laadstation monterenWAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Volg denationale voorschriften voor elektrischeveiligheid. 1818181818 - Installatie 1585 - 002 - 08. 12. 2020.
WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Het productmag alleen worden gebruikt met devoedingseenheid die is geleverd doorGARDENA. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Zet de voedingniet op een hoogte waar er een risicobestaat dat deze in het water komt te staan. Zet de voeding niet op de grond. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Kapsel devoeding niet in. Condenswater kan devoeding beschadigen en het risico opelektrische schokken vergroten. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Risico vanelektrische schok. Gebruik altijd eenaardlekschakelaar (RCD) met eenafschakelstroom van maximaal 30 mA bij hetaansluiten van de voeding op hetstopcontact. Van toepassing voor USA/Canada. Als de voedingseenheid buiten isopgesteld: Risico van elektrische schok.
Alleen aansluiten op een afgedekt GFCI-stopcontact (RCD), klasse A, dat voorzien isvan een behuizing die waterdicht is,ongeacht of de kap van de aansluitstekker isgeplaatst. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Het is niet toegestaan omnieuwe gaten in de plaat van het laadstationte maken. OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Plaats uw voeten niet op debodemplaat van het laadstation. WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: Devoedingskabel en verlengkabel moeten zichbuiten het werkgebied bevinden om schadeaan de kabels te voorkomen. Gebruik bij het aansluiten van de voeding altijd eenstopcontact dat is aangesloten op eenaardlekschakelaar (RCD). 1. Lees en begrijp de instructies over waar u hetlaadstation moet plaatsen. Zie Onderzoeken waarhet laadstation moet worden geplaatst op pagina13. 2. Plaats het laadstation in het geselecteerde gebied.
Sluit de laagspanningskabel aan op hetlaadstation. 4. Zet de voeding op een minimale hoogte van 30cm/12 inch. min 30 cm / 12” 5. Sluit de voedingskabel aan op een stopcontact van100-240 V. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Wanneer het laadstation is aangesloten,kunt u het product opladen. Plaats het product inhet laadstation terwijl de begrenzingsdraad engeleidingsdraad worden gelegd. Schakel hetproduct in om het op te laden. Zie De knopON/OFF op pagina 25. Ga pas verder met deproductinstellingen als de installatie is voltooid. 6. Plaats de laagspanningskabel met staken in degrond of graaf de kabel in. Zie De draadpositioneren met krammen op pagina 20 of Debegrenzingsdraad of geleidingsdraad ingraven oppagina 21. 7. Sluit de draden aan op het laadstation nadat deinstallatie van de begrenzingsdraad en degeleidingsdraad is voltooid.
Zie Debegrenzingsdraad installeren op pagina 19 en Degeleidingsdraad installeren op pagina 20. 8. Bevestig het laadstation aan de grond met demeegeleverde schroeven nadat degeleidingsdraad is geïnstalleerd. Zie Degeleidingsdraad installeren op pagina 20. 3. 5. 3 De begrenzingsdraad installeren3. 5. 3 De begrenzingsdraad installeren3. 5. 3 De begrenzingsdraad installeren3. 5. 3 De begrenzingsdraad installeren3. 5. 3 De begrenzingsdraad installerenOPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Wikkel resterende draadniet op tot een spoel. De spoel veroorzaaktinterferentie met het product. 1. Plaats de begrenzingsdraad rond het volledigewerkgebied. Start en voltooi de installatie achterhet laadstation. 2. Open de connector en leg de begrenzingsdraad inde connector. 1585 - 002 - 08. 12. 2020 Installatie - 1919191919.
3. Sluit de connector met een tang. 4. Snijd de begrenzingsdraad 1-2 cm/0. 4-0. 8 inchboven elke connector. 5. Druk de rechterconnector op de metalen pen vanhet laadstation met de markering "R". 6. Druk de linkerconnector op de metalen pen vanhet laadstation met de markering "L". 3. 5. 4 De geleidingsdraad installeren3. 5. 4 De geleidingsdraad installeren3. 5. 4 De geleidingsdraad installeren3. 5. 4 De geleidingsdraad installeren3. 5. 4 De geleidingsdraad installerenOPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: Een tweeaderige kabel ofeen kroonsteentje geïsoleerd metisolatietape levert geen adequate lassen op. Het vocht in de grond zorgt ervoor dat dedraden gaan oxideren, waardoor het circuitna een tijdje wordt onderbroken. 1. Open de connector en leg de draad in deconnector. 2. Sluit de connector met een tang. 3. Knip de geleidingsdraad 1-2 cm/0. 4-0. 8 inch bovenelke connector af. 4.
Druk de geleidingsdraad door de sleuf in de plaatvan het laadstation. 5. Druk de connector op de metalen pen van hetlaadstation met de markering "G". 6. Ontkoppel het laadstation van het stopcontact. 7. Plaats het uiteinde van de geleidingsdraad in hetoogje op de begrenzingsdraad. 8. Knip de begrenzingsdraad door met eendraadtang. 9. Sluit de geleidingsdraad met behulp van eenkoppeling op de begrenzingsdraad aan. a) Plaats de 2 uiteinden van debegrenzingsdraad en het uiteinde van degeleidingsdraad in de koppeling. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: Zorg ervoor dat u dedraaduiteinden kunt zien door hettransparante gedeelte van de koppeling. b) Duw met een waterpomptang op het dopjevan de koppeling om de draden in dekoppeling te bevestigen. 10. Bevestig de geleidingsdraad aan de grond metbehulp van staken of begraaf de geleidingsdraadin de grond.
OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: OPGELET: De kabelisolatie kanbeschadigd raken wanneer het gras meteenna de installatie te kort wordt gemaaid. Beschadigingen aan de isolatie zorgensoms pas weken of maanden later voorproblemen. 1. Plaats de begrenzingsdraad en de geleidingsdraadop de grond. 2. Zet de staken maximaal 100 cm/40 inch vanelkaar. 3. Bevestig de staken in de grond met een (kunststof)hamer. Let op: Let op: Let op: Let op: Let op: De draad is na enkele weken overgroeid metgras en niet meer zichtbaar. 3. 7 De begrenzingsdraad of3. 7 De begrenzingsdraad of3. 7 De begrenzingsdraad of3. 7 De begrenzingsdraad of3. 7 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad ingravengeleidingsdraad ingravengeleidingsdraad ingravengeleidingsdraad ingravengeleidingsdraad ingraven • Snijd met een kantsnijder of een rechte schop eengroef in de grond.
• Plaats de begrenzingsdraad of de geleidingsdraad1-20 cm/0. 4-8 inch in de grond. 3. 8 De begrenzingsdraad of3. 8 De begrenzingsdraad of3. 8 De begrenzingsdraad of3. 8 De begrenzingsdraad of3. 8 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad verlengengeleidingsdraad verlengengeleidingsdraad verlengengeleidingsdraad verlengengeleidingsdraad verlengenLet op: Let op: Let op: Let op: Let op: Verleng de begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad als deze te kort is voor het werkgebied. Gebruik originele reserveonderdelen, bijvoorbeeldkoppelingen. 1. Ontkoppel het laadstation van het stopcontact. 2. Knip de begrenzingsdraad of geleidingsdraad afmet een draadtang op de plaats waar hetverlengstuk moet worden geplaatst. 3. Voeg draad toe aan de locatie waar hetverlengstuk moet worden geplaatst. 4. Plaats de begrenzingsdraad of de geleidingsdraadin positie. 5. Plaats de draaduiteinden in een koppeling.
Duw met een waterpomptang op het dopje van dekoppeling om de draden in de koppeling tebevestigen. 7. Positioneer de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad met staken. 8. Sluit het laadstation aan op het stopcontact. 3. 9 Na de installatie van het product3. 9 Na de installatie van het product3. 9 Na de installatie van het product3. 9 Na de installatie van het product3. 9 Na de installatie van het product3. 9. 1 Visuele controle van het laadstation3. 9. 1 Visuele controle van het laadstation3. 9. 1 Visuele controle van het laadstation3. 9. 1 Visuele controle van het laadstation3. 9. 1 Visuele controle van het laadstationuitvoerenuitvoerenuitvoerenuitvoerenuitvoeren 1. Controleer of de led-indicator op het laadstationgroen brandt. 2. Als de led-indicator niet groen is, controleert u deinstallatie. Zie Indicatielampje in het laadstation oppagina 39 en Laadstation monteren op pagina 18. 3.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gardena SILENO minimo 500 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Robotmaaier Gardena
Handleiding Robotmaaier
Nieuwste handleidingen voor Robotmaaier