Gardena Sileno City Smart 250 Handleiding

Gardena Robotmaaier Sileno City Smart 250

Bekijk gratis de handleiding van Gardena Sileno City Smart 250 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Gardena Sileno City Smart 250 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
gardena.com
Gebruiksaanwijzing
SILENO city, smart SILENO city
SILENO life, smart SILENO life

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gardena
Categorie: Robotmaaier
Model: Sileno City Smart 250

Handleiding Gardena Sileno City Smart 250 – volledige tekst

Inhoud1 Inleiding 1. 1 Inleiding. 31. 2 Productoverzicht. 4 1. 3 Symbolen op het product. 5 1. 4 Symbolen op het display. 61. 5 Symbolen op de accu. 6 1. 6 Overzicht menustructuur. 7 1. 7 Overzicht menustructuur. 81. 8 Display. 9 1. 9 Toetsenbord. 92 Veiligheid2. 1 Veiligheidsdefinities. 10 2. 2 Algemene veiligheidsinstructies. 10 2. 3 Veiligheidsinstructies voor bediening. 123 Installatie3. 1 Inleiding - installatie. 163. 2 Vóór de installatie van de draden. 16 3. 3 Vóór de installatie van het product. 163. 4 Montage van het product. 20 3. 5 De draad in positie zetten met staken. 223. 6 De begrenzingsdraad of geleidingsdraad ingraven. 223. 7 De positie van de begrenzingsdraad of geleidingsdraad wijzigen. 223. 8 De begrenzingsdraad of geleidingsdraad verlengen. 22 3. 9 Na de installatie van het product. 22 3. 10 De productinstellingen uitvoeren. 234 Werking4. 1 De AAN/UIT-knop. 30 4.

1 Inleiding1.1 InleidingSerienummer:PIN-code:Productregistratiecode:Het serienummer staat op het productplaatje en op de productverpakking. • Gebruik het serienummer om uw product te registreren op www.gardena.com.1.1.1 OndersteuningNeem contact op met uw GARDENA CentralService voor ondersteuning met betrekking tothet GARDENA-product.1.1.2 ProductbeschrijvingLet op: GARDENA werkt het uiterlijk en dewerking van producten regelmatig bij. Zie Ondersteuning op pagina 3.Het product is een robotmaaier. Het productbevat een accu en maait het gras automatisch.Het gras hoeft niet te worden verzameld.De gebruiker selecteert de instellingen voor dewerking met de toetsen op het toetsenblok. Hetdisplay toont de geselecteerde en mogelijkeinstellingen voor de werking, en de bedrijfsmodusvan het product.De begrenzingsdraad en de geleidingsdraadregelen de beweging van het product binnen hetwerkgebied.

23. Stekker voor de lusdraad 24. Schroeven voor bevestiging van hetlaadstation 25. Meetlat voor hulp bij het installeren van debegrenzingsdraad (de meetlat is losgeraaktuit de doos) 26. voeding Smart Gateway (alleen voor smart-model) 27. Laagspanningskabel 28. Smart Gateway (alleen voor smart-model) 29. LAN-kabel Smart Gateway (alleen voorsmart-model) 30. Bedieningshandleiding en beknoptehandleiding1.3 Symbolen op het productDeze symbolen staan op het product.

Bestudeerze zorgvuldig.WAARSCHUWING: Leesde gebruikersinstructiesvoordat u het product ge-bruikt.WAARSCHUWING: Be-dien de uitschakelinrich-ting voordat u werkzaam-heden aan het productuitvoert of dit gaat optil-len.Het product kan alleenstarten als de -AAN/UITknop is ingedrukt en hetindicatielampje brandt.Ook moet de juiste pinco-de worden ingevoerd.Schakel het product uit encontroleer of het indicatie-lampje op de -AAN/UITknop niet brandt voordatu inspecties of onderhouduitvoert.WAARSCHUWING: Be-waar een veilige afstandtot het product als dit ingebruik is. Houd uw han-den en voeten uit debuurt van de roterendemessen.WAARSCHUWING: Ganiet op het product zittenof staan. Plaats uw han-den of voeten nooit in debuurt van of onder hetproduct.Gebruik geen hogedruk-reiniger.Dit product voldoet aande geldende EG-richtlij-nen.Geluidsemissie naar de omgeving.

Het is niet toegestaan om dit productals normaal huishoudelijk afval af tevoeren. Zorg dat het product wordtgerecycled volgens de lokale wettelijkevoorschriften.De laagspanningskabel mag nietworden ingekort, verlengd of gesplitst.Gebruik geen trimmer in de buurt vande laagspanningskabel. Weesvoorzichtig bij het knippen van randenwaar de kabels liggen.1.4 Symbolen op het displayDe schemafunctie bepaalt wanneer hetproduct het gazon maait.De functie SensorControl pastautomatisch de maai-intervallen aande grasgroei aan.De instellingenfunctie is bedoeld voorde algemene instellingen voor deproducten.Het product maait het gras niet door deschemafunctie.Het product heft de schemafunctie op.De accu-indicator geeft het laadniveauvan de accu aan.

Wanneer het productwordt opgeladen, knippert hetsymbool.Het product is in het laadstationgeplaatst, maar de batterij wordt nietopgeladen.Het product staat in de ECO-modus.1.5 Symbolen op de accuLees de gebruikersinstructies goeddoor.Dank de accu niet af door deze in eenvuur te gooien en stel de accu nietbloot aan een warmtebron.Dompel de accu niet onder in water.6 - Inleiding 1034 - 001 -

1.8 DisplayOp het display op het product wordt informatieover de instellingen van het productweergegeven.Druk op om naar het display te gaan.STOP1.9 Toetsenbord Het toetsenbord bestaat uit 6 groepen knoppen:124356 1. De -knop wordt gebruikt om hetAAN/UITproduct te zetten. HetAAN/UITindicatielampje op de -knop is eenAAN/UITbelangrijke indicator. Zie Het indicatielampjeop pagina 30. 2. De knop wordt gebruikt om het productStartte starten. 3. De knop wordt gebruikt om naar hetMenuhoofdmenu te gaan.Let op: De knop wordt ook gebruiktMenuals een knop voor , dat wil zeggenTerugwanneer u een niveau terug wilt in demenulijsten. 4. De knop wordt gebruikt om eenModebedieningsmodus te kiezen, bijvoorbeeldHoofdgebied of Parkeren. 5. De -knop wordt gebruikt om de gekozenOKinstellingen in de menu's te bevestigen. 6. De worden gebruikt voorpijltoetsennavigatie in het menu.

2 Veiligheid2.1 VeiligheidsdefinitiesWaarschuwingen, voorzorgsmaatregelen enopmerkingen worden gebruikt om te wijzen opbelangrijke delen van de handleiding.WAARSCHUWING: Wordt gebruiktom te wijzen op de kans op ernstig offataal letsel voor de gebruiker ofomstanders wanneer de instructies inde handleiding niet worden gevolgd.OPGELET: Wordt gebruikt indien ereen risico bestaat op schade aan hetproduct en andere eigendommen ofaan de omgeving wanneer deinstructies in de handleiding nietworden gevolgd.Let op: Geven verdere informatie die nodig is ineen bepaalde situatie.2.2 Algemene veiligheidsinstructiesOm het gebruik van de bedieningshandleidingeenvoudiger te maken, wordt gebruik gemaaktvan het volgende systeem:•Cursief gedrukte tekst geeft schermtekstenvan het product aan of is een verwijzingnaar een ander gedeelte in debedieningshandleiding.

BEWAREN OMLATER TE KUNNEN RAADPLEGENDe gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken met anderemensen of beschadigingen van hun eigendommen.Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaron-der kinderen) met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen(die van invloed kunnen zijn op het veilig bedienen van het pro-duct), of een gebrek aan kennis en ervaring, tenzij ze begeleidingbij of aanwijzingen voor het gebruik van het apparaat hebben ont-vangen van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veilig-heid.Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar enouder en andere personen die ondanks hun fysieke, sensorischeof geestelijke handicap of gebrek aan ervaring en kennis ondertoezicht of instructie van een verantwoordelijke persoon in staatzijn veilig gebruik te maken van het apparaat en op de hoogte zijnvan alle gevaren.

Er kunnen plaatselijke regels zijn met betrekkingtot de minimumleeftijd voor het bedienen van dit apparaat. Kinde-ren mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of onder-houden.Sluit de voeding nooit aan op een stopcontact als de stekker ofhet snoer beschadigd is. Een versleten of beschadigd snoer ver-hoogt het risico op een elektrische schok.Laad de accu alleen op in het meegeleverde laadstation. Onjuistgebruik kan leiden tot elektrische schokken, oververhitting of lek-kage van corroderende vloeistof uit de accu. Spoelen met water/neutralisatiemiddel in geval van lekkage van elektrolyt. Raadpleegeen arts in geval van contact met de ogen.Gebruik alleen originele accu's die door de fabrikant worden aan-bevolen. De veiligheid van het product kan niet worden gegaran-deerd met niet-originele accu's.

WAARSCHUWING: Hetproduct kan gevaarlijkzijn wanneer hetverkeerd wordt gebruikt. WAARSCHUWING:Gebruik het product nietals personen, met namekinderen, of huisdierenzich in het werkgebiedbevinden. WAARSCHUWING:Houd uw handen envoeten uit de buurt vande roterende messen. Plaats uw handen ofvoeten niet in de buurtvan of onder het productwanneer de motor draait. 2. 3 Veiligheidsinstructies voorbediening2. 3. 1 Gebruik • Het product is bedoeld voor het maaien vangras op open en vlakke grondoppervlakken. Hij mag uitsluitend worden gebruikt incombinatie met door de fabrikantaanbevolen apparatuur. Elk ander gebruik isonjuist. De instructies van de fabrikant overbediening/onderhoud moeten nauwkeurigworden gevolgd. • Er moeten waarschuwingsborden wordengeplaatst rondom het werkgebied van hetproduct als het in openbare gebieden wordtgebruikt. De borden moeten de volgendetekst bevatten: Waarschuwing.

Automatische gazonmaaier. Blijf uit debuurt van de machine. Houd toezicht opkinderen. Waarschuwing. Automatische ga zonma aier. Blijf uit de buurt van de ma chine. Houd toezic ht op kinderen. Waarschuwing. Automatische gazonmaaier. Blijf uit de buurt van de machine. Houd toezicht op kinderen. • Gebruik de bedieningsmodus Parkeren ofschakel het product uit wanneer personen,vooral kinderen, of huisdieren zich in hetwerkgebied bevinden. Het verdientaanbeveling het product te programmerenvoor gebruik tijdens uren wanneer geenactiviteit in het gebied plaatsvindt,bijvoorbeeld 's nachts. Zie Het schemainstellen op pagina 24. Houd er rekeningmee dat bepaalde diersoorten, bijvoorbeeldegels, 's nachts actief zijn. Deze diersoortenkunnen potentieel gewond raken door hetproduct.

• Het product mag uitsluitend wordenbediend, onderhouden en gerepareerd doorpersonen die volledig vertrouwd zijn met despeciale kenmerken van enveiligheidsregels voor het product. Lees debedieningshandleiding zorgvuldig door enzorg dat u de instructies hebt begrepenvoordat u het product gebruikt.

• Het is niet toegestaan het originele ontwerpvan het product aan te passen. Allewijzigingen zijn op eigen risico. • Controleer of er geen stenen, takken,gereedschap, speelgoed of anderevoorwerpen op het gazon liggen die demessen kunnen beschadigen. Objecten ophet gazon kunnen er ook toe leiden dat hetproduct vast komt te zitten. Er kan hulpnodig zijn om het object te verwijderenvoordat het product verder kan gaan metmaaien. Schakel altijd eerst het product uit12 - Veiligheid 1034 - 001 -.

met de -knop voordat u eenAAN/UITblokkade verwijdert. • Start het product volgens de instructies. Wanneer het product is ingeschakeld, dientu ervoor te zorgen dat u uw handen envoeten uit de buurt van de roterendemessen houdt. Plaats uw handen of voetennooit onder het product. • Raak nooit bewegende gevaarlijkeonderdelen, zoals de maaischijf, aanvoordat de maaier volledig tot stilstand isgekomen. • Til het product nooit op en draag het nietrond terwijl het is ingeschakeld. • Sta niet toe dat het product wordt gebruiktdoor personen die niet weten hoe het werkten zich gedraagt. • Het product mag nooit in aanraking komenmet personen of andere levende wezens. Als een persoon of ander levend wezen inde baan van het product komt, moet dezeonmiddellijk worden gestopt. Zie Stoppen oppagina 31. • Zet niets boven op het product of hetlaadstation.

• Voorkom dat het product wordt gebruiktwanneer de kap, maaischijf of behuizingbeschadigd is. De maaier mag ook nietworden gebruikt als de messen, schroeven,moeren of kabels defect zijn. Sluit nooit eenbeschadigde kabel aan en raak deze ookniet aan voordat de kabel is losgekoppeldvan de voeding. • Gebruik het product niet als de -AAN/UITknop niet werkt. • Schakel het product altijd uit met de AAN/UIT-knop wanneer het product niet ingebruik is. Het product kan alleen wordengestart als de -knop isAAN/UITingeschakeld en de juiste pincode isingevoerd. • GARDENA staat niet garant voor volledigecompatibiliteit tussen het product en anderetypen draadloze systemen, zoalsafstandsbedieningen, radiozenders,ringleidingen, ondergrondse elektrischeafrasteringen of dergelijke. • Metalen voorwerpen in de bodem (zoalswapeningsnetten of antimollennetten)kunnen de robotmaaier tot stilstandbrengen.

Te hogetemperaturen kunnen schade aan hetproduct veroorzaken. 2. 3. 2 Veiligheid bij accu'sWAARSCHUWING: Lithium-ionaccu'skunnen ontploffen of brandveroorzaken, indien gedemonteerd,kortgesloten, blootgesteld aan water,brand of hoge temperaturen. Behandelde accu voorzichtig, demonteer deaccu niet, open de accu niet envoorkom elektrisch/mechanischmisbruik. Zet een accu niet in directzonlicht. Voor meer informatie over de accu, raadpleeg Accu op pagina 362. 3. 3 Het product optillen en verplaatsenVoor het veilig verplaatsen uit of binnen hetwerkgebied: 1. Druk op de -knop om het product te STOPstoppen. Als de beveiliging is ingesteld ophoog niveau (zie Het beveiligingsniveauinstellen op pagina 25), moet de pincodeworden ingevoerd. De pincode bestaat uitvier cijfers en wordt gekozen wanneer u hetproduct voor het eerst start. Zie Debasisinstellingen uitvoeren op pagina 22.

2. Druk op de -knop en zorg ervoorAAN/UITdat het product is uitgeschakeld. Controleerof het indicatielampje op de -knopAAN/UITniet brandt. Dit betekent dat het product isuitgeschakeld. Zie Het indicatielampje oppagina 30. 3. Draag het product aan de hendel met demaaischijf uit de buurt van uw lichaam.WAARSCHUWING: Het product moetworden uitgeschakeld voordat hetwordt opgetild. Het product isuitgeschakeld wanneer hetindicatielampje op de -knopAAN/UITniet brandt.OPGELET: Til het product niet op alshet in het laadstation is geparkeerd.Hierdoor kan het laadstation en/of hetproduct worden beschadigd. Druk opSTOP en trek het product uit hetlaadstation voordat u het optilt.2.3.4 OnderhoudWAARSCHUWING: Het product moetworden uitgeschakeld voordat eronderhoudswerkzaamheden aanworden uitgevoerd.

Het product isuitgeschakeld wanneer hetindicatielampje op de -knopAAN/UITniet brandt.OPGELET: Gebruik nooit eenhogedrukreiniger om het productschoon te maken. Gebruik nooitoplosmiddelen voor de reiniging.Inspecteer het product wekelijks en vervangbeschadigde of versleten onderdelen. Zie Introductie - onderhoud op pagina 34.2.3.5 Bij onweerOm het risico op schade aan de elektrischecomponenten in het product en het laadstation tebeperken, adviseren we om alle aansluitingen ophet laadstation (voeding, begrenzingsdraad engeleidingsdraad) los te koppelen als er kans oponweer is.14 - Veiligheid 1034 - 001 -

3 Installatie3.1 Inleiding - installatieWAARSCHUWING: Zorg dat u hethoofdstuk over veiligheid hebt gelezenen begrepen voordat u het productmonteert.OPGELET: Gebruik alleen originelereserveonderdelen en origineelinstallatiemateriaal.Let op: Zie www.gardena.com voor meerinformatie over de installatie.3.2 Vóór de installatie van de dradenU kunt kiezen om de draden met staken tebevestigen of om ze in te graven. U kunt de 2procedures voor hetzelfde werkgebied gebruiken. • Graaf de begrenzings- of geleidingsdraad inals u een verticuteermachine in hetwerkgebied gaat gebruiken. Zo niet, danbevestigt u de begrenzings- ofgeleidingsdraad met staken. • Maai het gras voordat u het productinstalleert. Zorg ervoor dat het grasmaximaal 4 cm/1.6 inch is.Let op: De eerste weken na installatie kan hetwaargenomen geluidsniveau bij het maaien vanhet gras hoger zijn dan verwacht.

Wanneer hetproduct het gras enige tijd heeft gemaaid, is hetwaargenomen geluidsniveau veel lager.3.3 Vóór de installatie van hetproduct • Maak een blauwdruk van het werkgebied enneem er alle obstakels in op. • Breng een markering aan op de blauwdrukwaar het laadstation, de begrenzingsdraaden de geleidingsdraad moeten wordengeplaatst. • Breng een markering op de blauwdruk aanwaar de geleidingsdraad aansluit op debegrenzingsdraad. Zie De geleidingsdraadinstalleren op pagina 21. • Vul de gaten in het gazon.Let op: Gaten met water in het gazonkunnen schade aan het productveroorzaken.3.3.1 Onderzoeken waar het laadstationmoet worden geplaatst • Zorg voor minimaal 2 m/6.6 ft vrije ruimtevóór het laadstation. • Houd een minimum aan van 30 cm/12 inchvrije ruimte rechts en links van het middenvan het laadstation.60- cm / 24- in. • Plaats het laadstation in de buurt van eenbuitenstopcontact.

Max +/- 2 cm / 0.8 in. • Plaats het laadstation in het laagst mogelijkedeel van het werkgebied. • Plaats het laadstation in een gebied metbescherming tegen de zon. • Als het laadstation op een eiland isgeplaatst, dient u ervoor te zorgen dat u degeleidingsdraad met het eiland verbindt. Zie Een eiland maken op pagina 18.3.3.2 Onderzoeken waar de voedingmoet worden geplaatst • Plaats de voeding in een gebied met eendak en bescherming tegen de zon en deregen. • Plaats de voeding in een gebied met eengoede luchtstroom. • Gebruik een aardlekschakelaar wanneer ude voeding aansluit op het stopcontact.WAARSCHUWING: Wijzig de voedingniet. U mag de laagspanningskabelniet doorsnijden of verlengen.

Erbestaat een gevaar voor elektrischeschokken.Laagspanningskabels van verschillende lengteszijn verkrijgbaar als accessoires.OPGELET: Zorg ervoor dat demessen op het product niet delaagspanningskabel doorsnijden.OPGELET: Plaats delaagspanningskabel niet in een spoelof onder de plaat van het laadstation.De bobine veroorzaakt interferentiemet het signaal van het laadstation.3.3.3 Onderzoeken waar u debegrenzingsdraad plaatstOPGELET: Als het werkgebied aaneen waterpartij, helling, afgrond ofopenbare weg grenst, moet behalve debegrenzingsdraad ook eenbeschermende muur worden geplaatst.De muur moet minimaal 15 cm/6 inchhoog zijn.DEBCFA • Plaats de begrenzingsdraad rond de helewerkzone (A). Pas de afstand tussen debegrenzingsdraad en de obstakels aan.1034 - 001 - Installatie - 17

• Zet de begrenzingsdraad 35 cm/14 inch (B)van een hindernis af die meer dan 5 cm/2inch hoog is. • Zet de begrenzingsdraad 30 cm/12 inch (C)van een obstakel af dat 1-5 cm/0. 4-2 inchhoog is. • Zet de begrenzingsdraad 10 cm/4 inch (D)van een hindernis af die kleiner is dan 1cm/0. 4 inch. • Als u een tegelpad op niveau van het gazonhebt, plaatst u de begrenzingsdraad lagerdan de tegels. Let op: Indien het tegelpad minimaal 30cm/12 inch breed is, gebruikt u defabrieksinstelling voor de functie Rijd overdraad om al het gras naast het tegelpad temaaien. OPGELET: Laat het product nietwerken op grind. • Als u een eiland maakt, zet u debegrenzingsdraden die naar en van heteiland lopen dicht bij elkaar (E). Plaats dekabels in dezelfde staak. • Maak een oogje (F) op de plaats waar degeleidingsdraad met de begrenzingsdraadmoet worden verbonden.

OPGELET: Maak geen scherpebochten wanneer u debegrenzingsdraad installeert. OPGELET: Voor een zorgvuldigewerking zonder geluid isoleert ualle obstakels zoals bomen,wortels en stenen. 3. 3. 3. 1 De begrenzingsdraad op een hellingplaatsen • SILENO city, smart SILENO city: Voorhellingen steiler dan 25% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling metbegrenzingsdraad. • SILENO life, smart SILENO life: Voorhellingen steiler dan 30% binnen hetwerkgebied isoleert u de helling metbegrenzingsdraad. • Voor hellingen steiler dan 10% langs debuitenrand van het gazon plaatst u debegrenzingsdraad 20 cm/8 inch (A) van derand. • Voor hellingen grenzend aan een openbareweg plaatst u een hek of een beschermendemuur langs de buitenrand van de helling. A>10% 0-25%3. 3. 3. 2 DoorgangenEen doorgang is een sectie metbegrenzingsdraad aan elke kant die 2werkgebieden verbindt.

De doorgang moetminimaal 60 cm/24 inch breed zijn. Let op: Als een doorgang minder dan 2 m/6. 5 ftbreed is, installeert u een geleidingsdraad doorde doorgang. 3. 3. 3. 3 Een eiland maken • Plaats de begrenzingsdraad op en rond hetobstakel om een eiland te maken.

OPGELET: Kruis geen gedeeltevan de begrenzingsdraad overeen ander gedeelte. Debegrenzingsdraadgedeeltenmoeten evenwijdig lopen.OPGELET: Kruis degeleidingsdraad niet over debegrenzingsdraad, bijvoorbeeldeen begrenzingsdraad die naareen eiland gaat.3.3.3.4 Een bijgebied makenMaak een bijgebied als het werkgebied 2gebieden heeft die niet zijn verbonden met eendoorgang. • Plaats de begrenzingsdraad rond hetbijgebied (B) om een eiland te maken. Hetwerkgebied met het laadstation is hethoofdgebied (A). Zie Een eiland maken oppagina 18.BALet op: Wanneer het product gras maait inhet bijgebied, moet de modus Bijgebiedworden geselecteerd.

Zie 2e gebied oppagina 31.3.3.4 Onderzoeken waar degeleidingsdraad moet worden gelegd • Plaats de geleidingsdraad in een lijn opminimaal 1 m/3.3 ft afstand vóór hetlaadstation.Min 1m / 3.3ftG • Zorg voor zo veel mogelijk vrije ruimte linksvan de geleidingsdraad, gezien in de richtingvan het laadstation. Zie Kalibratiebegeleidingsdraad op pagina 23. • Plaats de geleidingsdraad minimaal 30cm /12 inch van de begrenzingsdraad. • Maak geen scherpe bochten wanneer u degeleidingsdraad plaatst. • Als het werkgebied een helling heeft, plaatstu de geleidingsdraad diagonaal over dehelling.1034 - 001 - Installatie - 19

3.3.5 Voorbeelden van werkgebiedenBDAC • Als het laadstation in een klein gebied (A)wordt geplaatst, zorgt u ervoor dat deafstand tot de begrenzingsdraad minimaal 2m/6.6 ft is. • Als het werkgebied een doorgang (B) heeft,zorgt u ervoor dat de afstand tot debegrenzingsdraad minimaal 2 m/6.5 ft is. Alsde doorgang kleiner is dan 2 m/6.5 ft, plaatstu een geleidingsdraad door de doorgang.De minimale doorgang tussen debegrenzingsdraad is 60 cm/24 inch. • Als het werkgebied gebieden heeft die metkleine doorgangen (C) zijn verbonden, kuntu de instellingen wijzigen in Tuindekking. Zie Functie Tuindekking instellen op pagina 26. • Indien het werkgebied een bijgebied (D)omvat, raadpleegt u Een bijgebied makenop pagina 19.

Zet het product in hetbijgebied en selecteer de modus Bijgebied.3.4 Montage van het product3.4.1 Laadstation monterenWAARSCHUWING: Volg de nationalevoorschriften voor elektrischeveiligheid. 1. Lees en begrijp de instructies over hetlaadstation. Zie Onderzoeken waar hetlaadstation moet worden geplaatst oppagina 16. 2. Plaats het laadstation in het geselecteerdegebied. 3. Sluit de laagspanningskabel aan op hetlaadstation. 4. Zet de voeding op een minimale hoogte van30 cm/12 inch.min 30 cm / 12”WAARSCHUWING: Zet devoeding niet op een hoogte waarer een risico bestaat dat deze inhet water komt te staan. Zet devoeding niet op de grond. 5. Sluit de voedingskabel aan op eenbuitenstopcontact van 100-240 V.WAARSCHUWING: Vantoepassing voor USA/Canada. Alsde voedingseenheid buiten isopgesteld: Risico van elektrischeschok.

7. Sluit de kabels aan op het laadstation. Zie De begrenzingsdraad installeren op pagina21 en De geleidingsdraad installeren oppagina 21. 8. Bevestig het laadstation aan de grond metbehulp van de bijgeleverde schroeven. OPGELET: Het is niet toegestaanom nieuwe gaten in de plaat vanhet laadstation te maken. OPGELET: Plaats uw voeten nietin het laadstation. 3. 4. 2 De begrenzingsdraad installeren 1. Plaats de begrenzingsdraad rond hetvolledige werkgebied. Start en voltooi deinstallatie achter het laadstation. OPGELET: Plaats geenongewenste draad in een spoel. De spoel veroorzaakt interferentiemet het product. 2. Open de connector en leg debegrenzingsdraad in de connector. 3. Sluit de connector met een tang. 4. Snijd de begrenzingsdraad 1-2 cm/0. 4-0. 8inch boven elke connector. 5. Druk de rechterconnector op de metalenpen met het merkteken "R". 6.

Druk de linkerconnector op de metalen penmet het merkteken "L". 3. 4. 3 De geleidingsdraad installeren 1. Open de connector en leg de draad in deconnector. 2. Sluit de connector met een tang. 3. Knip de geleidingsdraad 1-2 cm/0. 4-0. 8 inchboven elke connector af. 4. Druk de geleidingsdraad door de sleuf in deplaat van het laadstation. 5. Druk de connector op de metalen pen methet merkteken "G". 6. Plaats het uiteinde van de geleidingsdraadin het oogje op de begrenzingsdraad. 7. Knip de begrenzingsdraad door met eendraadtang. 8. Sluit de geleidingsdraad met behulp van eenkoppeling op de begrenzingsdraad aan. a) Plaats de 2 uiteinden van debegrenzingsdraad en het uiteinde vande geleidingsdraad in de koppeling. Let op: Zorg ervoor dat u het uiteindevan de geleidingsdraad kunt zien viahet transparante gedeelte van dekoppeling. b) Druk met een verstelbare tang op deknop op de koppeling.

OPGELET: Een tweeaderigekabel of een kroonsteentjegeïsoleerd met isolatietapelevert geen adequate lassenop. Het vocht in de grondzorgt ervoor dat de dradengaan oxideren, waardoor hetcircuit na een tijdje wordtonderbroken. 9.

3. 5 De draad in positie zetten metstaken • Plaats de begrenzingsdraad en degeleidingsdraad op de grond. • Zet de staken op minimaal 75 cm/30 inchafstand van elkaar. • Bevestig de staken in de grond met een(kunststof) hamer. OPGELET: Zorg ervoor dat destaken de begrenzingsdraad ende geleidingsdraad tegen degrond houden. Let op: De draad is na enkele weken overgroeidmet gras en niet meer zichtbaar. 3. 6 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad ingraven • Snijd met een kantsnijder of een rechteschop een groef in de grond. • Plaats de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad 1-20 cm/0. 4-8 inch in degrond. 3. 7 De positie van debegrenzingsdraad ofgeleidingsdraad wijzigen 1. Als de begrenzingsdraad of geleidingsdraadin positie wordt gezet met staken, haalt u destaken uit de grond. 2. Verwijder voorzichtig de begrenzingsdraadof de geleidingsdraad uit de grond. 3.

Stel de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad af in een nieuwe positie. 4. Plaats de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad in positie. Zie De draad inpositie zetten met staken op pagina 22 of Debegrenzingsdraad of geleidingsdraadingraven op pagina 22. 3. 8 De begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad verlengenLet op: Verleng de begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad als deze te kort is voor hetwerkgebied. Gebruik originelereserveonderdelen, bijvoorbeeld koppelingen. 1. Knip de begrenzingsdraad ofgeleidingsdraad af met een draadtang op deplaats waar het verlengstuk moet wordengeplaatst. 2. Voeg draad toe naar de locatie waar hetverlengstuk moet worden geplaatst. 3. Plaats de begrenzingsdraad of degeleidingsdraad in positie. 4. Plaats de draaduiteinden in een koppeling.

Let op: Zorg ervoor dat u de uiteinden vande begrenzingsdraad of de geleidingsdraaddoor het transparante gedeelte van dekoppeling heen kunt zien. 5. Druk met een verstelbare tang op de knopop de koppeling. 3. 9 Na de installatie van het product3. 9. 1 Visuele controle van hetlaadstation uitvoeren 1.

2. Druk op de en de knop. pijltoetsen OKSelecteer taal, land, datum, tijd en stel eenpincode in. Let op: Het is niet mogelijk om 0000 alspincode te gebruiken. 3. Plaats het product in het laadstation. 4. Druk op en sluit de klep. START3. 9. 3 Kalibratie begeleidingsdraadHet kalibratieproces stelt een zo breed mogelijkedoorrijbreedte in om het risico van spoorvormingop het gazon te beperken. Zie Het beginpuntinstellen op pagina 27. Let op: Het product loopt altijd links van degeleidingsdraad (gezien in de richting van hetlaadstation). Als de afstand aan de linkerkant van het startpuntkleiner is dan 0. 6 m/2 ft, wordt hetkalibratieproces onderbroken. Voor de breedstmogelijke doorrijbreedte van de geleiding moet uervoor zorgen dat de afstand van het startpunt totde begrenzingsdraad minimaal 1. 35 m/4. 5 ft is(loodrecht op de geleidingsdraad). 3.

10 De productinstellingenuitvoerenHet product heeft fabrieksinstellingen, maar deinstellingen kunnen aan elk werkgebied wordenaangepast. 3. 10. 1 Toegang krijgen tot het menu 1. Druk op. STOP 2. Gebruik de pijltjestoetsen omhoog/omlaag OK en de knop om de PIN-code inte voeren. 3. Druk op. MENU3. 10. 2 De schema-instellingen uitvoeren3. 10. 2. 1 WizardDe wizard is een snelle tool om geschikteschema-instellingen voor uw gazon te vinden. 1. Voer de geschatte grootte van uw gazon in. Het is niet mogelijk om een groter gazon inte voeren dan de maximale werkcapaciteit. 2. Druk op om de grootte van het gazon teOKbevestigen. Door de grootte van uw gazonin te voeren suggereert de wizard eengeschikt dagelijks schema (ga naar stap 4)of vraagt om gegevens voor inactievedagen. 3. Kies welke dag(en) het product inactief moetzijn. Gebruik de omhoog/omlaagpijltoetsenom andere dagen te kiezen. 4.

Druk op om het dagschema teOKbevestigen. Er wordt een overzicht van hetdagelijkse schema weergegeven. Druk opOK om terug te gaan naar het hoofdmenu. Let op: Als u de schema-instellingen voorbepaalde werkdagen wilt wijzigen, gebruikt u hetmenu Schema - Geavanceerd. 3. 10. 2. 2 De schema-instelling berekenen 1. Bereken de afmeting van uw gazon in m2/yd2. 2. Deel de m2/yd2 van het gazon door degeschatte werkcapaciteit. Zie deonderstaande tabel. 3. Het resultaat is gelijk aan het aantal uur dathet product elke dag moet werken. Hetaantal uur omvat zowel de bedrijfs- als deoplaadtijd. 1034 - 001 - Installatie - 23.

Let op: De werkcapaciteit is bij benadering en deschema-instellingen kunnen worden aangepast. Model Geschatte werkcapaciteit,m2/yd2/u1250 m260 / 721000 m261 / 73750 m262 / 74500 m241 / 49250 m245 / 54Voorbeeld: Een gazon van 500 m2/600 yd2,gemaaid met een SILENO life gespecificeerdvoor 1250 m2. 500 m2/60 ≈ 8. 5 u. 600 yd2/72 ≈ 8. 5 u. Dagen/week u/dag Schema-instellin-gen 7 8. 5 07:00-15:30 / 7:00am-3:30 pm3. 10. 2. 3 Het schema instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Schema > Geavanceerd >Overzicht te doorlopen. 3. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde dag te selecteren. 4. Gebruik de naar links om depijltoetsperiode te selecteren. 5. Druk op de knop. OK 6. Voer de tijd in met de. Hetpijltoetsenproduct kan het gras 1 of 2 perioden per dagmaaien. 7.

Als het product op een bepaalde dag nietmoet maaien, maakt u de selectie van hetvakje naast de 2 perioden ongedaan. 3. 10. 2. 4 De schema-instelling kopiëren 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Schema > Geavanceerd >Overzicht > Kopiëren te doorlopen. 3. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde schema-instelling te kopiëren. U kunt deschema-instellingen van dag tot dag of voorde volledige week kopiëren. 3. 10. 2. 5 De schema-instelling herstellenU kunt alle schema-instellingen verwijderen ende fabrieksinstelling gebruiken. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Schema > Geavanceerd >Overzicht > Reset te doorlopen.

Werking LaagMidden(SILENO life)Hoog(SILENO ci-ty)Hoog(SILENO li-fe) Alarm X Pincode X X Tijdsslot X X X • - een alarm gaat af als de pincodeAlarmniet binnen 10 seconden wordt ingevoerdnadat de -knop is ingedrukt. Het alarmSTOPgaat ook af wanneer het product wordtopgetild. Het alarm stopt wanneer depincode wordt ingevoerd. • - de juiste pincode moet wordenPincodeingevoerd om toegang te krijgen tot demenustructuur van het product. Wanneer 5keer achter elkaar de verkeerde pincodewordt ingevoerd, wordt het product enige tijdgeblokkeerd. De vergrendeling wordt voorelke nieuwe onjuiste poging verlengd. • - het product wordtTijdvergrendelingvergrendeld als de pincode 30 dagen niet isingevoerd. Voer de pincode in om toegangte krijgen tot het product. 3. 10. 3. 1 Het beveiligingsniveau instellenSelecteer 1 van 3 beveiligingsniveaus voor uwproduct. 1.

Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Beveiliging> Beveiligingsniveau te doorlopen. 3. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKhet beveiligingsniveau te selecteren. 4. Druk op de knop. OK3. 10. 3. 2 De pincode wijzigen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Beveiliging> Geavanceerd > Pincode wijzigen tedoorlopen. 3. Voer de nieuwe PIN-code in. 4. Druk op de knop OK. 5. Voer de nieuwe PIN-code in. 6. Druk op de knop. OK 7. Noteer de nieuwe pincode. Zie Inleiding oppagina 3. 3. 10. 4 SensorControlSILENO life, smart SILENO life. SensorControl past de maaitijd automatisch aande groei van het gras aan. Het product mag nietmeer dan volgens de schema-instellingenworden gebruikt.

De eerste activiteit van de dag wordt ingesteld opbasis van de schema-instellingen. Het productvoltooit altijd 1 maaicyclus en vervolgensselecteert SensorControl of het product blijftwerken of niet.

Let op: SensorControl wordt gereset als hetproduct langer dan 50 uur stilstaat of als eenreset van alle gebruikersinstellingen wordtuitgevoerd. Het resetten van schema-instellingenheeft geen invloed op SensorControl. 3. 10. 4. 1 SensorControl instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur SensorControl >SensorControl gebruiken te doorlopen. 3. Druk op de knop om SensorControl teOKselecteren. 4. Druk op de knop. TERUG3. 10. 4. 2 Frequentie SensorControl instellenStel in hoe vaak het product het gras moetmaaien wanneer SensorControl in gebruik is. Erzijn 3 frequentieniveaus: Laag, Midden en Hoog. Hoe hoger de frequentie, hoe langer het productmag werken. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2.

3. Gebruik de om de frequentiepijltoetsenLaag, Midden of Hoog te selecteren. 4. Druk op de knop. TERUG3. 10. 5 TuindekkingDe functie Tuindekking wordt gebruikt om hetproduct te geleiden naar verafgelegen delen vanhet werkgebied. U kunt uw gazon verdelen in 3 gebieden. 3. 10. 5. 1 Functie Tuindekking instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Tuindekking> Gebied 1-3 te doorlopen. 3. Gebruik de om het gebied tepijltoetsselecteren. 4. Druk op de knop. OK 5. Meet de afstand van het laadstation naar hetbegin van het gebied. Meet langs degeleidingsdraad. Zie De afstand van hetlaadstation meten op pagina 26. 6. Druk op de om de afstand tepijltoetsenselecteren, gemeten in m. 7. Druk op de knop. OK 8.

Gebruik de om het percentagepijltoetsenvan de maaitijd te selecteren dat het producthet gebied moet maaien. Het percentage isgelijk aan het percentage van het gebied tenopzichte van het volledige werkgebied. a) Meet het gebied. b) Deel het gebied door de werkruimte. c) Zet het resultaat om in een percentage. 30%20% 9. Druk op de knop. TERUG3. 10. 5. 2 De functie Tuindekking testen 1. Plaats het product in het laadstation. 2. Voer stap 1-3 uit in Toegang krijgen tot hetmenu op pagina 23. 3. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Tuindekking> Gebied 1-3 > Meer > Testen te doorlopen. 4. Druk op de knop. OK 5. Druk op de -knop. START 6. Sluit de klep. 7. Zorg ervoor dat het product het gebied kanvinden. 3. 10. 5. 3 De afstand van het laadstation meten 1. Plaats het product in het laadstation. 2. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23.

Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Tuindekking> Gebied 1-3 > Meer > Testen te doorlopen. 7. Druk op de knop. OK 8. Druk op de knop wanneer het productSTOPop de afstand is die u selecteert om temeten. De afstand wordt weergegeven inhet display. 3. 10. 5. 4 De functie Tuindekking uit- ofinschakelenHiermee schakelt u de functie Tuindekking in ofuit voor elk gebied. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Tuindekking> Gebied 1-3 > Uitschakelen te doorlopen. 3. Druk op de knop. OK 4. Druk op de knop. TERUG26 - Installatie 1034 - 001 -.

3. 10. 5. 5 De instellingen TuindekkingterugzettenU kunt de instellingen Tuindekking voor elkgebied terugzetten en de fabrieksinstellinggebruiken. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Tuindekking> Gebied 1-3 > Meer > Herstellen tedoorlopen. 3. Druk op de knop. OK3. 10. 6 Het beginpunt instellenVia deze functie bepaalt u hoe ver het productvanuit het laadstation langs de geleidingsdraadrijdt voordat het met maaien begint. Defabrieksinstelling is 60 cm en de maximaleafstand is 300 cm. Let op: Dit is een nuttige functie wanneer hetlaadstation bijvoorbeeld onder een veranda of ineen andere krappe ruimte is geplaatst. Hetkiezen van een goed startpunt is belangrijk, zodathet kalibratieproces van de geleiding wordtgeoptimaliseerd. 1.

Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop om depijltoets OKmenustructuur Instellingen > Installatie >startpunt te doorlopen. 3. Gebruik de om de afstand in cmpijltoetsente specificeren. 4. Druk op de knop. TERUG3. 10. 7 De functie Rijd over draadinstellenDe voorzijde van het product beweegt zich altijdover een bepaalde afstand langs debegrenzingsdraad voordat het product weer naarhet werkgebied beweegt. De fabrieksinstelling is30 cm. U kunt een afstand van 20-40 cmselecteren. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop om depijltoets OKmenustructuur Instellingen > Installatie >Aandrijving > Rijd over draad te doorlopen. 3. Gebruik de pijltoetsen om de afstand in cmin te stellen. 4. Druk op de knop. TERUG3. 10.

8 ECO-modusDe ECO-modus stopt het signaal in debegrenzingslijn, de geleidingsdraad en hetlaadstation wanneer het product wordtgeparkeerd of wordt opgeladen. Let op: Gebruik de ECO-modus als het signaalvan het laadstation interferentie met anderedraadloze apparatuur veroorzaakt, bijvoorbeeldringgeleidingen of garagedeuren.

Let op: STOPDruk op voordat u het product uithet laadstation verwijdert. Zo niet, dan kan hetproduct niet worden gestart in het werkgebied. 3. 10. 8. 1 De ECO-modus instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de pijltoetsen en de knop om deOKmenustructuur Instellingen > Installatie >ECO mode te doorlopen. 3. Druk op om de OKECO-modus teselecteren. 4. Druk op de knop. TERUG3. 10. 9 Botsingen met het maaierhuisvermijdenDe slijtage van het product en het maaierhuisneemt af wanneer u Botsingen tegen het huisvermijden selecteert. 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de pijltoetsen en de knop om deOKmenustructuur Instellingen > Installatie >Maaierhuis > Botsingen tegen het huisvermijden te doorlopen. 3. Druk op de knop.

TERUGLet op: Als Botsingen tegen het huis vermijden isgeselecteerd, kan dit ertoe leiden dat het grasrond het laadstation niet wordt gemaaid. 1034 - 001 - Installatie - 27.

3. 10. 10 AlgemeenIn Algemeen kunt u de algemene instellingen vanhet product wijzigen. 3. 10. 10. 1 De datum en tijd instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Algemeen >Tijd en datum te doorlopen. 3. Gebruik de om de tijd in tepijltoetsenstellen en druk vervolgens op de knopTERUG. 4. Gebruik de om de datum in tepijltoetsenstellen en druk vervolgens op de knopTERUG. 5. Gebruik de om de tijdnotatie inpijltoetsente stellen en druk vervolgens op de knopTERUG. 6. Gebruik de om de datumnotatiepijltoetsenin te stellen en druk vervolgens op de knopTERUG. 3. 10. 10. 2 De taal instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Algemeen >Taal te doorlopen. 3.

Gebruik de om de taal tepijltoetsenselecteren en druk vervolgens op de knopTERUG. 3. 10. 10. 3 Het land instellen 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Algemeen >Land te doorlopen. 3. Gebruik de om het land tepijltoetsenselecteren en druk vervolgens op de knopTERUG. 3. 10. 10. 4 Alle gebruikersinstellingen resetten 1. Voer stappen 1-3 uit in Toegang krijgen tothet menu op pagina 23. 2. Gebruik de en de knop ompijltoetsen OKde menustructuur Instellingen > Algemeen >Alle gebruikersinstellingen resetten tedoorlopen. 3. Gebruik de pijl naar rechts om Doorgaanmet het resetten van allegebruikersinstellingen. te selecteren. 4. Druk op om alle gebruikersinstellingen teOKresetten.

Let op: Beveiligingsniveau, Pincode, Lussignaal,Berichten, Datum en tijd, Taal enLandinstellingen worden niet gereset. 3. 10. 10. 5 Het menu OverHet menu Over geeft informatie weer over hetproduct, bijvoorbeeld het serienummer en desoftwareversies. 3. 10. 11 GARDENA smart systemAlleen voor smart SILENO city en smart SILENOlife.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Pin code werkt niet meer

  Rikie van Mispelaar - 29 April 2024

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gardena Sileno City Smart 250 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden