Gaggenau RC242203 Handleiding

Gaggenau Koelkast RC242203

Bekijk gratis de handleiding van Gaggenau RC242203 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Gaggenau RC242203 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
Gaggenau
deGebrauchsanleitung
enInstruction for Use
frMode demploi
itIstruzioni per I´uso
nlGebruiksaanwijzing
RC 242
Einbaugerät
Built-in appliance
Appareil encastrable
Apparecchio da incasso
Inbouwapparaat

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Gaggenau
Categorie: Koelkast
Model: RC242203
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Deurscharnieren: Rechts
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 52000 g
Breedte: 558 mm
Diepte: 545 mm
Hoogte: 1397 mm
Netbelasting: 90 W
Snoerlengte: 2.3 m
Geluidsniveau: 37 dB
Jaarlijks energieverbruik: 124 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A++
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Geschikt voor paneelaanpassing: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 222 l
Brutocapaciteit koelkast: - l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 5
Aantal groente lades: 2
Eierenrekje: Nee
Flessenrek: Ja
No Frost system: Nee
Installatie compartiment breedte: 560 mm
Installatie compartiment diepte: 550 mm
Installatie compartiment hoogte: 1400 mm
Plankmateriaal: Gehard glas
Koelkastdeurvakken: 4
Vers zone compartiment: Ja
Deur open alarm: Ja
Stroom: 10 A
Deurpaneel inbegrepen: Nee
Klimaatklasse: SN-T
Water dispenser: Nee
Deur openingshoek: 115 °
Vers zone compartiment netto capaciteit: 59 l
Koelkast temperatuurbereik: 2 - 8 °C
AC-ingangsspanning: 220-240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Gaggenau RC242203 – volledige tekst

77nl InhoudnlGebruiksaanwijzingVeiligheidsbepalingen en waarschuwingen 78Voordat u het apparaat in gebruik neemt 78Technische veiligheid 78Bij het gebruik 79Kinderen in het huishouden 79Algemene bepalingen 79Aanwijzingen over de afvoer 80* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat 80* Afvoeren van uw oude apparaat 80Omvang van de levering 80Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepte 81Omgevingstemperatuur 81Beluchting 81Nisdiepte 81De juiste plaats 82Apparaat aansluiten 82Elektrische aansluiting 82Kennismaking met het apparaat 83Bedieningselementen 84Apparaat inschakelen 85Aanwijzingen bij het gebruik 85Instellen van de temperatuur 85Koelruimte 85Verskoelruimte 85Alarm function 86Deuralarm 86Alarm uitschakelen 86Netto-inhoud 86De koelruimte 86In acht nemen bij het bewaren 86Let op de koudezones in de koelruimte 86Snelkoelen 87In- en uitschakelen 87De verskoelruimte 87Groentelade met vochtigheidsregelaar 87Verskoellade 88Bewaartijden (bij 0 °C) 88Uitvoering 88Glasplateaus 88Uittrekbaar glasplateau 88Wijn- en champagnerek 89Flessenhouder 89Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen 89Uitschakelen van het apparaat 89Buiten werking stellen van het apparaat 89Ontdooien 89Schoonmaken van het apparaat 90Uitvoering 90Verlichting (LED) 93Energie besparen 93Bedrijfsgeluiden 93Heel normale geluiden 93Voorkomen van geluiden 93Kleine storingen zelf verhelpen 94Zelf test apparaat 95Zelftest starten 95Zelftest apparaat beëindigen 95 Ser vicedienst 95Verzoek om reparatie en advies bij storingen 95

78m Veiligheidsbepalingen en waarschuwingenVoordat u het apparaat in gebruik neemtLees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter. Technische veiligheidHet apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of zich ontsteken.

Bij beschadiging▯Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;▯Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;▯Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;▯Contact opnemen met de Servicedienst. Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

79Bij het gebruik▯Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc. ). Explosiegevaar. ▯Het apparaat nooit met een stoomreiniger ontdooien of schoonmaken. De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar van elektrische schok. ▯Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten oftot oogletsel leiden. ▯Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Explosiegevaar. ▯Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. ▯Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien.

Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ▯Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren. ▯Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurdichtingen. Ze kunnen poreus worden. ▯De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken. ▯Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:Kwetsbaar zijn kinderen/personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijk beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat. Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn. Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren. Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken. Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

▯Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen. ▯Bij een apparaat met deurslot : sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren. Algemene bepalingenHet apparaat is geschikt om levensmiddelen te koelen. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving. Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24). Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2. 000 meter boven zeeniveau.

80Aanwijzingen over de afvoer* Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaatDe verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. * Afvoeren van uw oude apparaatOude apparaten zijn geen waardeloos afval. Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. mWaarschuwingBij afgedankte apparaten1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. 3.

Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen. 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar. Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden. Omvang van de leveringControleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade. Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

81Omgevingstemperatuur, ventilatie en nisdiepteOmgevingstemperatuurHet apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.De klimaatklasse staat op het typeplaatje.AanwijzingHet apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.BeluchtingDe lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt.

De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!NisdiepteVoor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens 550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.Klimaatklasse Toelaatbare omgevingstemperatuurSN +10 °C tot 32 °CN+16 °C tot 32 °CST +16 °C tot 38 °CT+16 °C tot 43 °C

82De juiste plaatsGeschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht:▯Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.▯Naast een CV-installatie 30 cm. Apparaat aansluitenNa het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).Elektrische aansluitingHet stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. mWaarschuwingHet apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv.

84Bedieningselementen124 351Toets Aan/Uit ÿOm het hele apparaat in en uit te schakelen.2Toets Snel ÛDient voor het in- en uitschakelen van het snelkoelen (zie het hoofdstuk Snelkoelen).3Insteltoetsen voor de temperatuur +/-Met deze toetsen wordt de temperatuur ingesteld.4Temperature displayDe cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.5 Alarmtoets ÚOm het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „ Alarm function”).

De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.Wij adviseren een temperatuurinstelling van +4 °C voor de koelruimte.Bewaar gevoelige levensmiddelen niet warmer dan +4 °C.Aanwijzingen bij het gebruik▯Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.▯De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.Instellen van de temperatuurKoelruimteDe temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.Temperatuurinsteltoetsen +/- meermaals indrukken tot de gewenste koelruimtetemperatuur is ingesteld.De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen.

De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie.VerskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. AanwijzingWanneer zich vorst vormt op het koelgoed in de verskoelruimte, de temperatuur warmer instellen (zie hoofdstuk Kleine storingen zelf verhelpen).

86Alarm functionDeuralarmHet deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld als de deur van het apparaat langer dan twee minuten openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.Alarm uitschakelen De alarm-toets Ú indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.Netto-inhoudDe gegevens bij de nuttige inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat (zie de afb. in het hoofdstuk „Servicedienst”).De koelruimteDe koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas.In acht nemen bij het bewaren▯Bewaar verse, onbeschadigde levensmiddelen.

87SnelkoelenTijdens het snelkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het snelkoelen ingestelde temperatuur.Het snelkoelen inschakelen bijv.:▯vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.▯om dranken snel te koelen.AanwijzingAls het snekoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.In- en uitschakelenToets Snel Û indrukken.De toets is verlicht wanneer het snelkoelen is ingeschakeld.De verskoelruimteDe temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden.

De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.Groentelade met vochtigheidsregelaarDe groentelade is de optimale plaats voor het bewaren van vers fruit en verse groente. Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kan de luchtvochtigheid in de groentelade worden aangepast. De luchtvochtigheid in de groentelade kunt u instellen afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen:▯overwegend fruit en bij hoge belading – lagere luchtvochtigheid▯overwegend groente en bij gemengde belading of geringe belading – hogere luchtvochtigheidAanwijzingen▯Koudegevoelig fruit (bijv.

ananas, bananen, papaja en citrusvruchten) en groente (bijv. aubergines, komkommers, courgettes, paprika, tomaten en aardappels) dienen voor een optimaal behoud van kwaliteit en aroma buiten de koelkast bewaard te worden op een temperatuur van circa +8 °C tot +12 °C.▯Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich condenswater vormen in de groentelade. Condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.

88VerskoelladeHet klimaat in verskoellade biedt ideale omstandigheden voor het bewaren van vis, vlees, worst, kaas en melk.Bewaartijden (bij 0 °C)Uitvoering(niet bij alle modellen)GlasplateausU kunt de legplateaus en voorraadvakken in de binnenruimte naar wens verplaatsen: Legplateau optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijwaarts naar buiten draaien.Uittrekbaar glasplateauVoor een beter overzicht van de levensmiddelen kunt u het uittrekbare glasplateau uittrekken.Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoopVerse vis, zeevruchten max. 3 dagenGevogelte, vlees (gekookt/gebraden) max. 5 dagenRundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg)max. 7 dagenGerookte vis, broccoli max. 14 dagenSla, venkel, abrikozen, pruimen max. 21 dagenZachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkoolmax. 30 dagen

89Wijn- en champagnerekIn het wijn- en champagnerek kunt u flessen veilig bewaren. Als u plaats voor andere levensmiddelen nodig hebt, kunt u de metalen beugel omhoog klappen.Vak voor grote flessenIn dit vak worden dranken bijzonder snel gekoeld (zie hoofdstuk „Kennismaking met het apparaat”).FlessenhouderDe flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.Apparaat uitschakelen en buiten werking stellenUitschakelen van het apparaatToets Aan/Uit ÿ indrukken. De temperatuurindicatie gaat uit en de koelmachine wordt uitgeschakeld.Buiten werking stellen van het apparaatAls u het apparaat langere tijd niet gebruikt:1. Uitschakelen van het apparaat.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Schoonmaken van het apparaat.4. Deur van het apparat open laten.OntdooienHet apparaat wordt automatisch ontdooid.12

90Schoonmaken van het apparaatmAttentie▯Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.▯Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken. Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.▯De legplateaus en voorraadvakken/laden mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden. Ze kunnen vervormen!U gaat als volgt te werk:1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp. uitschakelen.3. Levensmiddelen verwijderen en op een koele plaats bewaren.4. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.5. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.6. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.7.

Levensmiddelen weer aanbrengen.UitvoeringVoor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.Glasplateaus eruit halenDaartoe het plateau uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Uittrekbaar glazen legplateau verwijderenHendel aan de onderzijde aan beide zijden ingedrukt houden, glasplateau naar voren trekken, optillen en zijwaarts naar buiten draaien.

93Verlichting (LED)Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.Energie besparen▯Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.Gebruik eventueel een isolatieplaat.▯Een nisdiepte van 560 mm aanhouden.Een kleinere nisdiepte leidt tot een hoger energieverbruik.▯Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.▯Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.▯Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.▯Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.

▯De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.BedrijfsgeluidenHeel normale geluidenBrommenDe motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).Borrelen, zoemen of gorgelenKoelmiddel stroomt door de buizen.KlikgeluidenMotor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.Voorkomen van geluidenHet apparaat staat niet waterpasHet apparaat met behulp van een waterpas stellen. Leg er zo nodig iets onder.Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmenControleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.Flessen of serviesgoed raken elkaarDe flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

94Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de hulp van de Servicedienst inroept:Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen. xStoring Eventuele oorzaak OplossingDe temperatuur wijkt erg af van de instelling. In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. In de koelruimte is het te koud. De temperatuur is te koud ingesteld. Temperatuur warmer instellen.

De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. De deur van het apparaat werd te vaak geopend. Deur van het apparaat niet onnodig openen. De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen. Het apparaat koelt niet. De verlichting functioneert niet. De indicatie brandt niet. Het apparaat is uitgeschakeld. Toets Aan/Uit ÿ indrukken. Stroomuitval Controleren of er stroom is. De zekering is uitgeschakeld. Zekering controleren. De stekker zit niet goed in het stopcontact. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. De verlichting functioneert niet. De LED verlichting is kapot. Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”. De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld. Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer. De temperatuurindicatie knippert. De deur van het apparaat werd te vaak geopend.

Deur van het apparaat niet onnodig openen. Er werden te veel levensmiddelen ingeladen. Voor het aanbrengen op de sneltoets Û drukken. De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. Afdekkingen verwijderen.

In de verskoelruimte is te koud of te warm. De standaardinstelling is te hoog of te laag ingesteld (bijv. bij vorst in de verskoelruimte). De temperatuur in de verskoelruimte kan 3 standen warmer of kouder ingesteld worden. Wanneer de koelruimtetemperatuur is ingesteld op stand 0, heeft de verskoelruimte een temperatuur van ongeveer 0 °C. 1. Snel-toets Û 3 seconden ingedrukt houden tot temperatuurindicatie knippert. 2. Met de temperatuurinsteltoetsen +/- de instelling veranderen. Stand -3 is de koudste instellingStand +3 is de warmste instellingNa een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen. Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden. Het presentatielicht is ingeschakeld. Apparaat-zelftest starten (zie het hoofdstuk „Zelftest apparaat”). Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.

95Zelftest apparaatHet apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.Zelftest starten1. Apparaat uitschakelen met de toets Aan/Uit ÿ en 5 minuten wachten.2. Het apparaat met de toets Aan/Uit ÿ inschakelen.3. Binnen de eerste 10 seconden de sneltoets van de koelruimte Û 3 tot 5 seconden ingedrukt houden tot er een geluidssignaal klinkt.Het zelftestprogramma start. Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt ondertussen een lang geluidssignaal.Als na afloop van de zelftest 2 geluidssignalen klinken en de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, is uw apparaat in orde.Als na afloop van de zelftest 5 geluidssignalen klinken en de sneltoets van de koelruimte Û 10 seconden knippert, is er sprake van een fout.

Neem contact op met de Service.Zelftest apparaat beëindigenNa afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik. ServicedienstAdres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef a.u.b. aan de Servicedienst het E-nummer (E-Nr.) en het FD-nummer (FD) van het apparaat op.U vindt deze gegevens op het typeplaatje.Door vermelding van het fabrikaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.Verzoek om reparatie en advies bij storingenDe contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.NL 088 424 4030B 070 222 148

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Gaggenau RC242203 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden