Gaggenau GM221100 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Gaggenau GM221100 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Gaggenau GM221100 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Gaggenau |
| Categorie: | Oven |
| Model: | GM221100 |
Handleiding Gaggenau GM221100 – volledige tekst
31Veiligheid 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voor vol-gende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatDit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht.
¡ In het huishouden en soortgelijke toepassin-gen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor me-dewerkers in winkels, kantoren en anderecommerciële omgevingen, in boerderijen;van klanten in hotels en andere verblijven, inbed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011resp. CISPR11. Het is een product van groep2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgol-ven worden geproduceerd om levensmiddelente verwarmen. Klasse B houdt in dat het appa-raat geschikt is voor huishoudelijk gebruik. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen.
Veiligheid nlZorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven. "Accessoires", Pagina9WAARSCHUWING‒Brandgevaar. In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-werpen kunnen vlam vatten. Bewaar nooit brandbare materialen in debinnenruimte. Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehoudenom eventueel optredende vlammen te do-ven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Tijdens het gebruik worden het apparaat enhaar onderdelen die men kan aanraken heet.
Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Accessoires of vormen worden zeer heet. Neem hete accessoires en vormen altijd metbehulp van een pannenlap uit de binnen-ruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden. Gebruik slechts geringe hoeveelheden drankmet een hoog alcoholpercentage. Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) verhit-ten. Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen.
Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten. Gebruik geen scherp of schurend reinigings-middel of scherpe metalen schraper voorhet reinigen van het glas van de apparaat-deur omdat dit het oppervlak kan beschadi-gen. Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. Er mogen uitsluitend originele reserveonder-delen worden gebruikt voor reparatie van hetapparaat.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-aansluitkabel van dit apparaat beschadigdraakt, moet deze worden vervangen dooreen speciale netaansluitkabel of speciale ap-paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij defabrikant of de klantenservice. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen. Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen. 3.
nl VeiligheidEen beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit een apparaat met gescheurd of gebro-ken oppervlak gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de stekker van het net-snoer uit het stopcontact halen of de zeke-ring in de meterkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice. Pagina22WAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken.
Kleine onderdelen uit de buurt van kinderenhouden. Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. 1. 5 MagnetronBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDE-RE GEBRUIK BEWARENWAARSCHUWING‒Brandgevaar. Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-de pantoffels, granen- pittenkussens kunnenbijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten. Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het be-reiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervankunnen ontbranden. Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-kingen die bestemd zijn om ze warm te hou-den. Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-warmen in voorwerpen van kunststof, papierof ander brandbaar materiaal.
brood, nooit met een te hoogmagnetronvermogen of gedurende een telange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten. Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met demagnetron. WAARSCHUWING‒Explosiegevaar. Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dichtafgesloten vormen kunnen gemakkelijk explo-deren. Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelenverhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Levensmiddelen met een vaste schil of pelkunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-men, exploderen. Nooit eieren in de eierschaal koken of hard-gekookte eieren in de eierschaal opwarmen. Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken. Bij spiegeleieren of eieren in een glas dientu eerst de dooier door te prikken. Bij levensmiddelen met een vaste schil ofpel, bijv. appels, tomaten, aardappelen enworstjes, kan de schil knappen. Prik voor hetopwarmen gaatjes in de schil of vel.
De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld inde babyvoeding. Warm nooit babyvoeding op in gesloten ver-pakkingen. Verwijder altijd het deksel of de speen. Na het verwarmen goed roeren of schudden. Voordat de voeding aan het kind wordt ge-geven dient de temperatuur te worden ge-controleerd. Verhitte gerechten geven warmte af. De vor-men kunnen heet worden. Neem vormen en accessoires altijd met be-hulp van een pannenlap uit de binnenruimte. De verpakking van luchtdicht verpakte levens-middelen kan knappen. Houd altijd de opgaven op de verpakkingaan. 4.
Veiligheid nlNeem gerechten altijd met een pannenlap uitde binnenruimte. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurtzijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtigeschoonmaakdoekjes e. d. kunnen verbrandingtot gevolg hebben. Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. Gebruik het apparaat uitsluitend voor het be-reiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-kende bellen ontstaan.
Al bij een kleine schokvan het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-spatten. Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen al-tijd een lepel in de vorm staat. Zo wordtkookvertraging voorkomen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormenvan porselein en keramiek kunnen kleine gaat-jes hebben in de handgrepen en deksels. Ach-ter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit bar-sten veroorzaken in de vormen. Alleen servies gebruiken dat geschikt is voorde magnetron. Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnenvormen van metaal of vormen met metalencoating leiden tot het ontstaan van vonken. Hetapparaat wordt dan beschadigd. Gebruik nooit metalen vormen bij gebruikvan uitsluitend de magnetron.
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak vanhet apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoalsbijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-energie. Het apparaat regelmatig schoonmaken enresten van voedingsmiddelen direct verwijde-ren. Kookcompartiment, deurafdichting, deur enscharnier altijd schoon houden. "Reiniging en onderhoud", Pagina19Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deurvan de binnenruimte of deurdichting bescha-digd is. Er kan energie van de microgolvennaar buiten komen. Het apparaat nooit gebruiken wanneer dedeur van de binnenruimte, de deurafdichtingof de kunststof omlijsting van de deur be-schadigd is. Alleen door de servicedienst laten repareren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-gedekt komt energie van microgolven vrij. De afdekking van de behuizing nooit verwij-deren.
Laat naeen bereiding met hoge temperaturen de binnenruim-te uitsluitend met gesloten deur laten afkoelen. Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurendelangere tijd in de gesloten binnenruimte. Bewaar geen gerechten in de binnenruimte. Klem niets tussen de apparaatdeur. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of la-ten steunen. 2. 2 MagnetronVolg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron ge-bruikt.
LET OPAls het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het appa-raat beschadigd. Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat. Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in debinnenruimte leidt tot overbelasting. Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte ser-viestest vormt hierop een uitzondering. De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn di-rect na elkaar met een te hoog magnetronvermogenkan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdereminuten afkoelen. Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. Gebruik maximaal 600Watt. Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. Ongeschikte vormen kunnen schade veroorzaken.
Bij het gebruik van de grill, of de gecombineerd mag-netrongebruik alleen kookgerei gebruiken dat be-stand is tegen hoge temperaturen. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom. De apparaatdeur tijdens de bereiding zelden openen. De temperatuur in de binnenruimte blijft constant enhet apparaat hoeft niet na te verwarmen. Twee kopjes met vloeistof tegelijkertijd opwarmen. Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijkertijdvraagt minder energie dan het verwarmen van meer-dere gerechten na elkaar.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het ap-paraat energie nodig voor:Detectie van de bediening van de sensortoetsenBewaking van de deuropeningBewerking van de tijd (zonder display)Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nogvan een "standby-stand", en daarom wordt de aandui-6.
Uw apparaat leren kennen nlding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaar- stand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden ge-bruikt. Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen4. 1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw appa-raat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoe-stand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm. 12 2Display Via het display stelt u het apparaat in. U ziet de actuele instelwaarden, keuzemogelijkhe-den of aanwijzingsteksten. TiptoetsenMet de tiptoetsen stelt u de verschillende functiesdirect in. 4. 2 TouchveldenTouch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Omeen functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Tiptoets FunctieApparaat in- of uitschakelenEen instelling teruggaanGebruik starten of onderbrekenApparaatdeur openen4.
3 Touch-displayIn het touchdisplay ziet u de keuzemogelijkheden en deinstellingen bij de actuele functie. Om een van de punten uit te kiezen op het betreffendetekstveld tippen. InstelgebiedIn het midden van het display is het instelbereik. In het instelbereik ziet u actuele keuzemogelijkheden enreeds uitgevoerde instellingen. Het menu en andere instelmogelijkheden zijn horizon-taal aangebracht. Om in het instelbereik te bladeren,veegt u over het display. Om een functie te kiezen, opde functie in het display drukken. Mogelijke symbolen in het instelbereikSymbool BetekenisGelezen informatie sluitenOpvragen afsluitenInstelwaarde resettenInstelwaarde wissenControlecenter openenExtra informatie oproepenTips voor programma's oproepen4. 4 ControlecenterVia het Controlecenter kunt u functies activeren endeactiveren.
Symbool InstellingVerlichting van de binnen-ruimte inschakelen en uit-schakelenKinderslot activeren en de-activerenStarten op afstand active-ren en deactiverenOpmerking: Wanneer destart op afstand reeds per-manent is geactiveerd, danwordt deze instelling niet inhet Controlecenter weerge-geven. 4. 5 Automatische deuropenerAls u de automatische deuropening bedient, danspringt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeurvolledig met de hand openen. OpmerkingenBij een stroomuitval werkt de automatische deurope-ning niet. U kunt de deur met de hand openen. Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent,wordt de werking onderbroken. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking nietautomatisch voortgezet. Start de werking. Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dangaat de apparaatdeur bij het indrukken van de deur-openingsknop open met een kleine vertraging. 7.
nl Uw apparaat leren kennen4. 6 Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschil-len en toepassingen. Naam Vermogen/standen GebruikMagnetron 90/180/360/450/600W/"Max. "Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerech-ten en vloeistoffen. "Magnetron", Pagina11Grill Grillstanden:1 = laag2 = gemiddeld3 = hoogPlatte producten, zoals worstjes of toast grillen. Gerechtengratineren. "Grill", Pagina12Favorieten Instellingen opslaan en opnieuw gebruiken. "Favorieten", Pagina18Magnetron combi-functie 0/90/180/360W + grill-standen0/1/2/3Ovenschotels en gegratineerde gerechten bakken. De ge-rechten worden bruin gebakken. Programma's Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instel-lingen. "Programma's", Pagina13Reinigingshulp Reinigingsfunctie voor het kookcompartiment kiezen.
"Reiniging en onderhoud", Pagina19Instellingen Basisinstellingen aanpassen. "Basisinstellingen", Pagina154. 7 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken het ge-bruik van uw apparaat. Zelfreinigende oppervlakkenHet plafond in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelf-reinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagjeporeus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreini-gende oppervlakken vetspetters van het bakken, bradenof grillen op en breken ze af. Verlichting van de binnenruimteWanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichtingvan de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeur lan-ger dan ca. 18minuten is geopend, dan schakelt deverlichting van de binnenruimte uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is deverlichting van de binnenruimte aan als het programmaloopt.
De positie van de schakelaar is links en niet metkleur aangegeven. Verlichting van de binnenruimte inschakelenVereiste: De verlichting van de binnenruimte is uitge-schakeld. 1. Druk op. 2. Druk op. De positie van de schakelaar is rechts en oranje ge-markeerd. KoelventilatorDe koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven deapparaatdeur. LET OPDoor het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het ap-paraat oververhit. Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat debinnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer hetapparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijfthet apparaat koud, de koelventilator schakelt nietteminin. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneerhet gebruik van de magnetron reeds is beëindigd. 4.
8 CondenswaterBij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deurvan het apparaat condensvorming optreden. Condens isnormaal en heeft geen invloed op de werking van hetapparaat. Veeg na het bereiden het condens af. 4. 9 ApparaatdeurDe apparaatdeur kunt u met openen. Wanneer u deapparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de wer-king stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is ge-sloten, kunt u het gebruik met hervatten. 8.
Accessoires nlAccessoires5 AccessoiresGebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat. Accessoires GebruikRooster Rooster om te grillen en te gratinerenRooster als plaats om vormen op te zettenGlazen bak Spatbescherming bij het grillen direct ophet roosterPlaats het rooster in de glazen bakGeschikt voor de magnetronVoor het eerste gebruik6 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 6. 1 Eerste gebruikU moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken. Taal instellen1. Naar rechts of links vegen, om de gewenste taal tekiezen. 2. Druk op. HomeConnect instellen1. HomeConnect door de activering van de toggle in-stellen. "HomeConnect ", Pagina172.
Maak alle overige instellingen van de eerste inbedrijf-stelling in de HomeConnect app. Opmerking: U kunt het instellen van HomeConnect ookmet overslaan. Dan stelt u alle verdere instellingenvan de eerste inbedrijfname op het apparaat in. "Gewichtseenheid" instellen1. Op de gewenste "Gewichtseenheid" "g/kg" of "oz/lb"drukken. 2. Druk op. Tijdformaat instellen1. Druk op het gewenste tijdformaat "12" of "24". 2. Druk op. Tijd instellenOpmerking: Na verbinding met HomeConnect is de tijdautomatisch ingesteld. Vereiste: Het display toont 09:00. De uren zijn gemar-keerd. 1. Druk op de betreffende tijdswaarde. 2. Naar rechts of links vegen, om de tijd in te stellen. 3. Druk op. 6. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1.
Stel de grill in op stand 3. 5. Stel de tijdsduur in op 15minuten. 6. Start de werking met. 7. Ventileer de ruimte zolang het apparaat opwarmt. 8. Laat na de reiniging het apparaat afkoelen. 9. Reinig wanneer de binnenruimte afgekoeld is, degladde oppervlakken met zeepsop en een schoon-maakdoekje. 6. 3 Accessoires reinigenReinig de accessoires grondig met zeepsop en eenzacht schoonmaakdoekje. De Bediening in essentie7 De Bediening in essentie7. 1 Apparaat inschakelenDruk op. Het apparaat is klaar voor gebruik. 7. 2 Apparaat uitschakelenDruk op. Het apparaat breekt de lopende functies af. 9.
nl Timer-functies7. 3 In werking stellenOp drukken. 7. 4 Werking onderbreken1. Open de apparaatdeur of druk op. De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het appa-raat en druk op. De werking wordt voortgezet. 7. 5 Werking afbrekenDruk op. Het apparaat breekt de lopende functies af. Timer-functies8 Timer-functiesUw apparaat beschikt over verschillende timerfunctieswaarmee u de werking kunt regelen. Tijdfuncties GebruikBereidingstijd Als u voor het gebruik een tijdsduurinstelt, beëindigt het apparaat nahet verstrijken van de tijdsduur auto-matisch de werking. Einde bereidings-tijd U kunt voor de bereidingstijd eentijdstip instellen waarop de werkingeindigt. Het apparaat start automa-tisch zodat de werking op het ge-wenste tijdstip klaar is.
Oplopende timertotale kooktijdDe lopende bereidingstijd loopt au-tomatisch op wanneer er geen be-reidingstijd werd ingesteld. Timer Wanneer de werking is beëindigden u het apparaat niet meer be-dient, dan toont het display de func-tie "standby timer" met het symbool+. Het display toont hoeveel tijd er isverstreken sinds het einde van debereidingstijd. 8. 1 TijdDe weergave van de tijd is onderdrukt, om het verbruikin de spaarstand te reduceren. Opmerking: U kunt de tijd in de basisinstellingen per-manent laten weergeven. "Basisinstellingen", Pagina158. 2 Bereidingstijd instellenVereiste: Een functie en een stand zijn ingesteld. 1. Druk op "Bereidingstijd". 2. Druk om de vooringestelde bereidingstijd te wijzigenop de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenweergave"min" of secondenweergave "s". De gekozen tijdswaarde wordt groot weergegeven. 3.
De bereidingstijd kan met op de voorin-gestelde waarden worden teruggezet. 4. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 5. Start de werking met. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, dan klinkteen geluidssignaal. 8. 3 Einde bereidingstijd instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moetzijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven. OpmerkingenOm een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigtu het einde niet meer als de werking eenmaal is ge-start. Let erop dat levensmiddelen die snel bederven niet telang in het apparaat mogen staan. VereistenEen functie en een stand zijn ingesteld. Er is een bereidingstijd ingesteld. 1. Druk op "Einde bereidingstijd".
Het actuele einde van de bereidingstijd (tijdstip + in-gestelde bereidingstijd) wordt getoond. 2. Druk om de vooringestelde einde van de bereidings-tijd te wijzigen op de betreffende tijdswaarde. De geselecteerde waarde wordt groot weergegeven. 3. Naar rechts of links vegen om het ingestelde eindevan de bereidingstijd te wijzigen. Het einde van de bereidingstijd kan met op devooringestelde waarde worden gereset. 4. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 5. Druk op. Het display geeft alle instellingen weer. Het apparaatbevindt zich in de wachtstand. Wanneer de starttijd is bereikt, dan begint de werkingen loopt de bereidingstijd af. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, dan klinkteen geluidssignaal.
Magnetron nl8. 4 Gerechten nagarenNa het verstrijken van de bereidingstijd kunt u een ge-recht laten nagaren. 1. Druk op de verstreken "Bereidingstijd". 2. De gewenste bereidingstijd instellen. Pagina10Bij magnetron, grill en magnetron combi-functie kuntu de extra bereidingstijd naar wens instellenBij "Programma's" kunt u de extra bereidingstijd in-stellen tussen 1minuut en 5minuten. 3. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 4. Start de werking met. Magnetron9 MagnetronMet de magnetron kunt u gerechten bijzonder snel be-reiden, verwarmen of ontdooien. U kunt de magnetronafzonderlijk, of in combinatie met de grill gebruiken. 9. 1 MagnetronvermogenHier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan.
Magnetronvermogen Maximale bereidingstijd Gebruik90W 90min Gevoelige gerechten ontdooien. 180W 90min Gerechten ontdooien en verder berei-den. 360W 90min Vlees en vis behoedzaam bereiden. Gevoelige gerechten behoedzaam op-warmen. 450W 90min Gerechten behoedzaam verwarmenen bereiden. 600W 90min Gerechten verwarmen en bereiden. Max. 30min Vloeistoffen verwarmen. OpmerkingenTer bescherming van het apparaat wordt het maxima-le vermogen van de magnetron "Max. " trapsgewijs ge-reduceerd. Het afgegeven magnetronvermogen wordtop het display weergegeven. Het maximale vermogenis na een afkoelperiode weer beschikbaar. De magnetronvermogens komen niet overeen methet daadwerkelijke opgenomen vermogen van het ap-paraat. 9.
Voer bij twijfel een serviestest uit. "Vormen testen op hun magnetronbestendigheid",Pagina12Geschikt voor de magnetronVormen en accessoires ToelichtingVormen van hitte- en mag-netronbestendig materiaal:GlasGlaskeramiekPorseleinTemperatuurbestendigekunststofVolledig geglazuurd ke-ramiek zonder barstenDeze materialen laten mi-crogolven door. Microgol-ven beschadigen hittebe-stendige vormen niet. Bestek van metaalOpmerking: Om kookver-traging te voorkomen kuntu metalen bestek gebrui-ken, bijv. een lepel in eenglas. LET OPAls het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn. 11.
nl GrillNiet geschikt voor de magnetronVormen en accessoires ToelichtingVormen van metaal Metaal laat geen microgol-ven door. De gerechtenwarmen nauwelijks op. Servies met goud- of zil-verdecorMicrogolven kunnen goud-decor en zilverdecor be-schadigen. Tip: Wanneer door de fabri-kant wordt gegarandeerddat de vorm geschikt isvoor de magnetron, kunt ude vorm gebruiken. 9. 3 Vormen testen op hunmagnetronbestendigheidControleer m. b. v. een serviestest of vormen geschikt zijnvoor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij eenserviestest met gebruik van de magnetronfunctie zondergerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op verbranding. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelenheet. De hete onderdelen nooit aanraken. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2.
Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi-male magnetronvermogen instellen. 3. In werking stellen. 4. De vorm meerdere keren controleren:– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is de-ze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan,dan de serviestest afbreken. De vorm is dan nietgeschikt voor de magnetron. 9. 4 Magnetron instellenOpmerkingZorg voor de juiste omgang met de magnetron:De veiligheidsaanwijzingen in acht nemen. Pagina4De aanwijzingen voor het vermijden van materiëleschade in acht nemen. Pagina6De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormenen accessoires in acht nemen. Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk in het menu op "Magnetron". 2. Druk op "Vermogensstand". Kies het magnetronvermogen in Watt of "Max. ". Druk op of opnieuw op de gekozen waarde.
Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 3. Druk op "Bereidingstijd". Stel de gewenste "Bereidingstijd" in. Pagina10Voor gebruik met magnetron is altijd een "Bereidings-tijd" nodig. 4.
Start de werking met. De magnetron start en de "Bereidingstijd" loopt af. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt de afgelopen"Bereidingstijd". 5. Wanneer de "Bereidingstijd" is verstreken:Indien nodig kunt u met verdere instellingen uit-voeren en het gebruik met opnieuw starten. Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. 6. Droog de binnenruimte. Tip: Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt u zichaan de informatie in de insteladviezen oriënteren. "Zo lukt het", Pagina239. 5 Magnetronvermogen wijzigenU kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wijzi-gen. 1. Druk op de ingestelde "Vermogensstand". 2. Verder gaan zoals bij magnetron instellen.
"Magnetron instellen", Pagina12Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 9. 6 Bereidingstijd wijzigenU kunt de bereidingstijd tijdens het gebruik wijzigen. 1. Druk op de ingestelde "Bereidingstijd". 2. Ga verder zoals bij bereidingstijd instellen. "Bereidingstijd instellen", Pagina10Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. Grill10 GrillMet de grill kunt u uw gerechten roosteren of gratineren. U kunt de grill alleen of in combinatie met de magnetrongebruiken. 10. 1 GrillstandenU kunt kiezen uit de volgende grillstanden. Grillstand Voedsel1 (zwak) Hoge ovenschotelsSouffleesGrillstand Voedsel2 (gemiddeld) Platte ovenschotelsVis3 (sterk) WorstjesToast10.
Magnetron-combi nlbedrijf is en geen bereidingstijd is ingesteld, dan scha-kelt het apparaat automatisch na 90 minuten uit. 10. 3 Grill instellenVereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Grill". 2. Druk op "Grillstand". De gewenste grillstand kiezen. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 3. Wanneer een bereidingstijd is gewenst, de berei-dingstijd instellen. Druk op "Bereidingstijd". De gewenste bereidingstijd instellen. Pagina104. Wanneer een einde bereidingstijd is gewenst, eindebereidingstijd instellen. Druk op "Einde bereidingstijd". Het gewenste einde van de bereidingstijd instellen. Pagina105. Start de werking met. Na het verstrijken van de bereidingstijd klinkt een sig-naal.
Opmerking: Indien geen bereidingstijd is ingesteld, danis de "Oplopende timer totale kooktijd" in het displayzichtbaar. 10. 4 Grillstand wijzigenU kunt de grillstand tijdens het gebruik wijzigen. Vereiste: "Grill" is ingesteld. 1. Druk op de ingestelde "Grillstand". 2. Ga verder zoals bij grill instellen. "Grill instellen", Pagina13Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 10. 5 Bereidingstijd wijzigenU kunt de bereidingstijd tijdens het gebruik wijzigen. 1. Druk op de ingestelde "Bereidingstijd". 2. Ga verder zoals bij bereidingstijd instellen. "Bereidingstijd instellen", Pagina10Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm.
U kunt kiezen uit de volgende magnetronvermogens:90W180W360WU kunt kiezen uit de volgende grillstanden:12311. 1 Magnetron bijschakelen instellenVereiste: De grillfunctie is geselecteerd. Druk op "Magnetron bijschakelen". Selecteer het gewenste magnetronvermogen. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. Opmerking: Kies magnetronvermogen 0 W om het bij-schakelen van de magnetron af te breken. 11. 2 Grill toevoegen instellenVereiste: Een magnetronfunctie met 90, 180 of 360 Wis ingesteld. Druk op "Grill toevoegen". Grill toevoegen zoals gewenst kiezen. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm.
Programma's12 Programma'sMet de functie "Programma's" helpt u uw apparaat bij debereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-matisch de optimale instellingen. 12. 1 Automatisch uitschakelenU kunt ontspannen koken dankzij de automatische uit-schakelfunctie. 12. 2 Aanwijzingen bij de instellingen voorgerechtenOm een optimaal bereidingsresultaat te behalen volgt udeze aanwijzingen op:Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijkekwaliteit. De levensmiddelen uit de verpakking nemen en afwe-gen. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaatniet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar bo-ven af. Gebruik uitsluitend voor magnetron geschikte vor-men, bijv. van glas of keramiek. Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnen-ruimte. OntdooienDe levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij-18°C invriezen en bewaren. 13.
nl Programma'sLeg de diepvriesproducten op een vlakke vorm, bij-voorbeeld een glazen of porseleinen bord. Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen vanhet programma nog niet volledig zijn ontdooid. De le-vensmiddelen kunnen echter goed verder worden ver-werkt. Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot30minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zo-dat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaatvloeistof. Verwijder de vloeistof bij het keren. De vloei-stof verder niet gebruiken of met andere levensmid-delen in contact laten komen. Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde enstukken gevogelte eerst met de kant van het vel opde vorm leggen. GroenteVerse groente: in stukken van gelijke grootte snijden. Voeg per 100g één eetlepel water toe.
Diepvriesgroente: alleen geblancheerde, niet voorge-kookte groente is geschikt. Diepvriesgroente metroomsaus is niet geschikt. 1 tot 3 eetlepels water toe-voegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoe-gen. RijstGebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid waterbij de rijst doen. AardappelenAardappels om te koken: snijd deze in stukken vangelijke grootte. Voeg per 100g twee eetlepels wateren een beetje zout toe. Aardappels in de schil: gebruik aardappels van gelij-ke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in de schilprikken. Aardappelen nog vochtig in een vorm zonderwater doen. Aardappels in de oven: aardappels van gelijke groot-te gebruiken. Wassen, drogen en meerdere gaatjes inde schil prikken. LasagneHet meest geschikt is diepvrieslasagne tot een hoog-te van ca. 3 cm.
GevogelteGebruik alleen kipdelen die op koelkasttemperatuurzijn. Hier en daar een vork gaatjes in het vel prikken. Leg kipdelen met de huidzijde naar boven op hetrooster. Plaats het rooster in de glazen schaal. Lek-kende vloeistof wordt opgevangen. 12. 3 Programma instellenVereiste: Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Programma's". 2. Een programma selecteren. 3. Druk op het vooringestelde gewicht. 4. Met de vinger vegen om het gewicht te wijzigen. Naar links vegen om het gewicht te verhogen. Naar rechts vegen om het gewicht te verlagen. 5. Druk op of opnieuw op de gekozen waarde. Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm. 6. Indien gewenst een "Einde bereidingstijd" instellen.
"Einde bereidingstijd instellen", Pagina10Instellingen van "Einde bereidingstijd" zijn bij de vol-gende programma's mogelijk: "Groenten, vers","Rijst", "Gekookte aardappelen" en "Oven aardappels"7. Druk op. Het display toont aanwijzingen omtrent de accessoi-res en de bereiding. 8. Start de werking met. Na het verstrijken van de "Bereidingstijd"klinkt eensignaal. Opmerking: Bij vele programma's verschijnen tijdens debereiding aanwijzingen op het display. Volg deze aanwij-zingen op. Gerechten nagarenNa het verstrijken van de bereidingstijd kunt u een ge-recht laten nagaren. Volg de stappen bij gerechten nagaren. Pagina11De extra bereidingstijd bij de programma's bedraagtminimaal 1 minuut en maximaal 5 minuten. 12.
Druk op. De bedieningselementen zijn geblokkeerd. 13. 2 Kinderslot deactiverenHoud ca. 2seconden ingedrukt. De bedieningselementen zijn gedeblokkeerd. Basisinstellingen14 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uwwensen instellen. 14. 1 Overzicht van de basisinstellingenHier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van deuitvoering van uw apparaat. OpmerkingenWijzigingen van de instellingen van de taal en de dis-play-helderheid hebben direct effect. Alle andere in-stellingen zijn pas actief wanneer u de instellingen be-vestigt. Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ook naeen stroomstoring bewaard. De basisinstellingen zijn onder "Instellingen" te vin-den.
Display KeuzeHelderheid Standen 1 t/m 6Display in uit-stand Geen3Permanente weergavevan de tijdGaggenau-logo Aan3UitKinderslot weergeven Aan3UitAanpassing display Display horizontaal en verti-caal stellen. Geluiden KeuzeInteractie signalen Bij interactie met het instel-wiel is een geluidssignaalhoorbaar. Aan3Uit1Let op het roersignaal. 2Let op het keersignaal. 3Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)15.
nl BasisinstellingenGeluiden KeuzeProcesgeluiden 1 (eenmaal)10 s130 s3 minTaal KeuzeTaal Zie de selectie op het ap-paraatTijd en eenheden KeuzeTijd Handmatig1AutomatischOpmerking: De fabrieksin-stelling "Automatisch" is al-leen geactiveerd wanneerhet apparaat met Ho-meConnect is verbonden.Tijdformaat 12241Gewichtseenheid g/kg1oz/lbGeavanceerd KeuzeDemomodus Demonstratiemodus na hetaansluiten op het elektrici-teitsnet binnen de eerste 3minuten selecteren of dese-lecterenFabrieksinstellingen Alle individuele instellingenwissen en fabrieksinstellin-gen herstellenJaNee14.2 Basisinstellingen wijzigenVereiste: Het apparaat is ingeschakeld.1.Druk op "Instellingen".2.Druk op de gewenste basisinstelling.3.Wijzig de gewenste instellingen op het display.4.Druk op of opnieuw op de gekozen waarde.Wanneer er geen bevestiging volgt, wordt de instel-ling na 3 seconden automatisch overgenomen enkeert het apparaat terug naar het vorige scherm.5.Keer met terug naar het overzicht of de hoofdweer-gave.14.3 Tijd wijzigenVereistenHet apparaat is ingeschakeld.De basisinstelling "Tijd" is op "Handmatig" ingesteld.1.Druk op "Instellingen".2.Druk op de basisinstelling "Tijd en eenheden".3.Druk op "Tijd".Het display toont de ingestelde waarde.4.Om de vooringestelde tijd te wijzigen, op de betreffen-de tijdswaarde drukken, bijv.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Gaggenau GM221100 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven Gaggenau
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven
