Fujitsu Waterstage WSYG140DG6 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu Waterstage WSYG140DG6 (80 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu Waterstage WSYG140DG6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fujitsu |
| Categorie: | Airco |
| Model: | Waterstage WSYG140DG6 |
Handleiding Fujitsu Waterstage WSYG140DG6 – volledige tekst
1. 5 WerkingsprincipeDe warmtepomp brengt de energie uit de buitenlucht over naar de te verwarmen woning. De warmtepomp bestaat uit vier hoofdelementen waarin een koelvloeistof circuleert (R410A). - In de verdamper (kent. , ) : 13 guur 7, bladzijde 9 de calorieën worden uit de buitenlucht gehaald en overgebracht op de koelvloeistof. Omdat ze een laag kookpunt heeft, gaat ze van vloeibare toestand over in damptoestand, zelfs bij koud weer (tot -25°C buitentemperatuur). - In de compressor (kent. , ) : 10 guur 7, bladzijde 9 de verdampte koelvloeistof wordt op hoge druk gebracht en wordt nog meer geladen met calorieën. - In de condensor (kent. , ) : 14 guur 8, bladzijde 10 de energie van de koelvloeistof wordt overgebracht op de verwarmingskring. De koelvloeistof keert terug naar zijn vloeibare toestand. - In de ontspanner (kent.
, ) : 9guur 7, bladzijde 9 de vloeibaar gemaakte koelvloeistof wordt terug op lage druk gebracht en neemt terug zijn oorspronkelijke temperatuur en druk aan. De warmtepomp is uitgerust met een regelaar die de binnentemperatuur regelt op basis van de meting van de buitentemperatuur, regeling aan de hand van een waterwet. De omgevingsvoeler (facultatief) voert een corrigerende actie uit op de waterwet. - De hydraulische module kan in optie uitgerust worden met een elektrisch bijverwarmingssysteem of een systeem voor overname door de ketel die ingeschakeld wordt om te zorgen voor aanvullende verwarming tijdens de koudste periodes. • Regelfuncties - De vertrektemperatuur van de verwarmingskring wordt geregeld door een waterwet. - In functie van een vertrektemperatuur van de verwarming, vindt de vermogenmodulatie van de buitenunit plaats via de compressor "Inverter".
- Beheer van de bijverwarming door de ketel* (optie). - De omgevingsvoeler* (facultatief) voert een corrigerende actie uit op de waterwet. - Beheer van een 2de verwarmingskring*. - Sanitair warm water*: uurprogramma van de verwarming, beheer van de werking van de SWW-circulatiepomp. - Beheer van de koeling*. - Beheer van de verwarming van het zwembad*. * Indien de WP (warmtepomp) uitgerust is met de opties en de bijhorende kits. • Beschermingsfuncties - Anti-legionella cyclus voor het sanitair warm water. - Vorstvrij bescherming: Indien de vertrektemperatuur van de verwarmingskring lager is dan 5°C, dan wordt de antivriesbescherming ingeschakeld (op voorwaarde dat de elektrische voeding van de WP niet onderbroken is).
• Werkingsprincipe van het sanitair warm water (SWW)Er kunnen twee temperaturen ingesteld worden voor het sanitair warm water (SWW): comforttemperatuur (lijn 1610 op 55°C) en verlaagde temperatuur (lijn 1612 op 40°C). Het standaard SWW-programma (lijn 560, 561 en 562) wordt geregeld voor een comforttemperatuur van 0:00 tot 5:00 en van 14:30 tot 17:00 en een verlaagde temperatuur tijdens de rest van de dag. Dit optimaliseert het elektriciteitsverbruik terwijl het sanitair comfort gewaarborgd blijft. De instelling van een verlaagde temperatuur kan nuttig zijn om te vermijden dat het SWW te vaak en te lang opgewarmd wordt tijdens de dag. De productie van sanitair warm water (SWW) wordt ingeschakeld wanneer de temperatuur in de boiler 7°C (instelling van lijn 5024) lager is dan de ingestelde temperatuur.
De productie van sanitair warm water (SWW) wordt uitgevoerd door de WP en indien nodig aangevuld door de elektrische bijverwarming van de sanitaire boiler. Om een SWW-instelling hoger dan 45°C te garanderen, moet de elektrische bijverwarming of de ketel in werking blijven. Naargelang de regeling van de parameter (1620), zal de comforttemperatuur 24u/dag bereikt kunnen worden of enkel 's nachts of volgens het SWW-programma. Indien het met de energieleverancier gesloten contract een dag/nacht abonnement omvat, is de elektrische bijverwarming onderworpen aan het tarief van de energieleverancier en zal de comforttemperatuur enkel 's nachts bereikt kunnen worden. Indien er geen speciek contract gesloten werd, dan kan de comforttemperatuur op eender welk ogenblik bereikt worden, ook overdag.
Is dat niet het geval, dan moeten ze worden vastgezet met een contrasleutel. - Controleer ook of de koelverbindingen goed afgesloten zijn (kunststof doppen of buizen die aan de uiteinden platgedrukt en gesoldeerd zijn). Indien de doppen tijdens het werk verwijderd moeten worden (afgezaagde buizen bijvoorbeeld), dan moeten ze zo snel mogelijk terug gemonteerd worden. 2. 2. 4 Toebehoren geleverdMet de buitenunit geleverd toebehoren ( ). guur 10Met de hydraulische module geleverd toebehoren (guur 11). 1* 2*1Bochtvoor de condensaatafvoer2Stop (x 2) (Volgens model)guur 10 - Met de buitenunit geleverd toebehoren5 65Houder om de hydraulische module te bevestigen6Buitenvoeler om de buitentemperatuur te detecterenguur 11 - Met de hydraulische module geleverd toebehoren2 InstallatieHandleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split één dienst- 12 -.
"Bewaar de beschermdoppen of braseer de uiteinden op het moment van het opstart van het product.De verbinding tussen de buitenunit en de hydraulische module wordt uitgevoerd enkel met nieuwe koperen verbindingen (kwaliteit voor koelingtoepassingen), die afzonderlijk geïsoleerd zijn.Respecteer de diameter van de leidingen ( ).guur 18Leef de maximum en minimum afstanden tussen de hydraulische module en de buitenunit na (guur 18, bladzijde 19), de waarborg van de prestaties en de levensduur van het systeem hangen ervan af.De minimumlengte van de koelleidingen bedraagt 5 m voor een correcte werking.De waarborg van het toestel vervalt indien het toestel gebruikt wordt met koelleidingen van minder dan 5 m (Tolerantie +/- 10%).Indien de koelverbindingen blootstaan aan de weersomstandigheden of UV-stralen en de isolatie daar niet tegen bestand is, dient een bescherming te worden voorzien.guur 12 - Adviesvoorbeeld voor de plaatsing van de koeltechnische leidingenHandleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL" - 13 -Warmtepomp lucht/water, Split één dienst
2.4 Installatie van de buitenunit2.4.1 Voorzorgen bij installatie "De buitenunit moet absoluut buiten geïnstalleerd worden. Indien een bergruimte vereist is, moet deze op de 4 zijden grote openingen omvatten en voldoen aan de nodige installatieruimte (guur 13).• Kies de plaats van het toestel na bespreking met de klant.• Kies bij voorkeur een zonnige plaats die beschut is tegen sterke en koude winden.• De unit moet perfect bereikbaar zijn voor de installatiewerken en de onderhoudswerken achteraf ( ).bladzijde 16• Vergewis u ervan dat de verbindingen naar de hydraulische module gemakkelijk gemaakt kunnen worden.• De buitenunit is bestand tegen de weersomstandigheden, maar installeer hem niet op een plaats waar hij blootgesteld is aan bevuiling of hevige waterafsijpelingen (onder een defecte goot bijvoorbeeld).• Wanneer het toestel in werking is kan er water worden afgevoerd.
Het toestel niet op een terras installeren, maar de voorkeur geven aan een gedraineerde plaats (grind- of zandlaag). Indien de installatie plaatsvindt in een gebied waar de temperatuur gedurende lange tijd onder 0°C kan zakken, dient u te controleren of de aanwezigheid van ijs geen gevaar inhoudt. Het is ook mogelijk om een afvoerleiding aan te sluiten op de buitenunit (zie ). guur 14, bladzijde 15• De luchtcirculatie door de verdamper en aan de uitgang van de ventilator mag niet belemmerd worden door hindernissen ( ).guur 13guur 13 - Minimale installatieruimte rondom de buitenunit (Alle modellen)DEGGBDBGAAHCCEEGAFJCCKFFHCCCCHEDHCCHCCDCCHEA 150 mm≥ B 200 mm≥ C 250 mm≥ D 300 mm≥ E 500 m≥ mF 600 mm≥G 1000 mm≥ H 1500 mm≥ J 2000 mm≥K 3000 mm≥Handleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split één dienst- 14 -
• Plaats het toestel op een afstand van warmtebronnen en ontvlambare producten. • Let erop dat het toestel geen hinder veroorzaakt voor de buurt of de gebruikers (geluidsniveau, voortgebrachte luchtstroom, lage temperatuur van de uitgeblazen lucht met risico op vorst van de planten die zich op het traject bevinden). • Het oppervlak waarop het toestel geplaatst wordt moet: - doorlatend zijn (grond, grindlaag…), - moet het gewicht ervan ruimschoots kunnen dragen, - een stevige bevestiging mogelijk maken en - geen enkele trilling overbrengen op de woning. Er zijn trillingwerende blokjes verkrijgbaar in toebehoren. • De muursteun mag niet gebruikt worden indien er gevaar is voor overbrenging van trillingen; de voorkeur moet uitgaan naar plaatsing op de vloer. 2. 4. 2 Plaatsing van de buitenunitDe buitenunit moet zich minstens 50 mm boven de vloer bevinden.
In besneeuwde gebieden moet een grotere hoogte voorzien worden, maar deze mag nooit groter zijn dan 1. 5 m ( ). guur 14 - Bevestig de buitenunit met schroeven en elastische borgringen of borgringen om loskomen ervan te beletten. "OpgepastIn gebieden waar veel sneeuw valt, kunnen de ingang en de uitgang van de buiteneenheid geblokkeerd raken door sneeuw, waardoor het moeilijk wordt om zich te verwarmen en er zelfs een storing kan optreden. Een luifel bouwen of het toestel op een hoge steun plaatsen (plaatselijke conguratie). - Het toestel op een stevige steun monteren om schokken en trillingen te minimaliseren. - Het toestel niet rechtstreeks op de grond plaatsen, want dat kan problemen veroorzaken. 2. 4. 3 Aansluiting van de condensaatafvoer(zie ). guur 14 "De buitenunit kan een belangrijke hoeveelheid water (condensaten genaamd) produceren.
Indien het gebruik van een afvoerbuis noodzakelijk is: - Gebruik het meegeleverde bochtstuk ( ) en sluit Ceen slang met een diameter van 16 mm aan voor de condensaatafvoer. - Gebruik de meegeleverde stop(pen) ( ) om de Bopening van de condensaatbak te dichten.
Voorzie een gravitaire aoop van de condensaten (afvalwater, regenwater, grindbed). "Indien de installatie uitgevoerd wordt in een gebied waar de temperatuur gedurende lange tijd lager kan zijn dan 0°C, dient de afvoerleiding te worden uitgerust met een elektrisch verwarmingslint om te vermijden dat ze aanvriest. Het verwarmingslint moet niet alleen de afvoerleiding verwarmen, maar ook de onderkant van de condensaatopvangbak van het toestel. guur 14 - Plaatsing van de buitenunit, afvoer van de condensatenH* In streken waar het vaak sneeuwt, moet (H) hoger zijn dan de gemiddelde sneeuwlaag. BBC4 Gaten(ø 12 mm)Handleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL" - 15 -Warmtepomp lucht/water, Split één dienst.
2. 5 Installatie van de hydraulische module2. 5. 1 Voorzorgen bij installatie• Kies de plaats van het toestel na bespreking met de klant. • Het vertrek waar het toestel werkt moet voldoen aan de van kracht zijnde reglementering. • Om de onderhoudswerkzaamheden te vergemakkelijken en de toegang tot de verschillende organen mogelijk te maken, is het aanbevolen om voldoende ruimte te voorzien rondom de hydraulische module. 350 mmmini1000 mm300 mmmini• Overeenkomstig de norm EN 378-1-2017 (veiligheids- en milieu-eisen van de Koelsystemen en Warmtepompen), moeten de hydraulische module van de Warmtepomp en van alle koelleidingen die door bewoonde ruimten lopen in ruimten geïnstalleerd worden waarbij het volgende minimale volume gerespecteerd moet worden. Het minimale volume van de ruimte (in m³) is berekend volgens de formule: "koudemiddel" (in kg) / 0. 39.
Zo niet, dan moet men zich ervan verzekeren dat: - het lokaal een natuurlijke ventilatie heeft naar een andere ruimte waarbij het totaal van het volume van de twee ruimtes hoger is aan het "koudemiddel" (in kg) / 0. 39kg/m³. De opening tussen de twee ruimtes verzekerd wordt door een ruimte onder de deur van ten minste 1 cm. - of dat het lokaal mechanisch geventileerd wordt. • Let op voor de aanwezigheid van ontvlambaar gas in de nabijheid van de warmtepomp tijdens de installatie ervan, in het bijzonder wanneer er moet worden gesoldeerd of gelast. De toestellen zijn niet explosieveilig en mogen ze dus niet in een explosieve atmosfeer geïnstalleerd worden. - Om condensatie in de condensor te vermijden, mogen de doppen van de koelkring enkel verwijderd worden op het ogenblik dat de koelaansluitingen worden uitgevoerd.
(S)12118 mm(S)538 mmmini418 mmmini300 mmmini350 mmmini188 mmguur 15 - Bevestiging van de steun - Indien de koelaansluiting pas aan het einde van de werken wordt uitgevoerd, dan moet men erop toezien dat de doppen van de koelkring* tijdens de hele duur van de werken op hun plaats en vastgedraaid blijven* (Kant hydraulische module en kant buitenunit) - Na elke ingreep op de koelkring en vóór de denitieve aansluiting, dient u de doppen terug te plaatsen om verontreiniging van de koelkring te vermijden (Afdichten met kleefband is verboden). 2. 5. 2 Plaatsing van de hydraulische module - Bevestig de steun (4 schroeven en pluggen) stevig op een vlakke en stevige wand (geen lichte wand) en vergewis u van de correcte hoogte ervan. - Haak het toestel aan de steun. Handleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split één dienst- 16 -.
" Dit toestel gebruikt het koelmiddel R410A. Leef de wetgeving op de hantering van koelvloeistoen na. 3. 1 Regels en voorzorgen " De aansluitingen moeten worden uitgevoerd op de dag dat de installatie met gas gevuld wordt (zie § "Met gas vullen van de installatie", bladzijde 22). • Minimum benodigd gereedschap - Stel manometers met slangen die uitsluitend voorbehouden zijn voor HFK's (FluorKoolwaterstoen). - Vacuometer met afsluitkranen. - Speciale vacuümpomp voor HFK's (Gebruik van een klassieke vacuümpomp toegelaten op voorwaarde dat ze uitgerust is met een terugslagklep op de aanzuiging). - Flare-apparaat, Buizensnijder, Afbramer, Moersleutels. - Goedgekeurde gaslekdetector (gevoeligheid 5g/jaar). " Verbod om gereedschap te gebruiken dat in contact geweest is met HCFK's (bijvoorbeeld R22) of CFK's.
" De constructeur wijst elke aansprakelijkheid inzake waarborg af indien de bovenstaande richtlijnen niet worden nageleefd. • Dudgeons (arekoppelingen) " Smeren met minerale olie (voor R12, R22) is verboden. - Smeer enkel met polyolesterolie voor koelsystemen (POE). Indien er geen POE olie beschikbaar is, voer de montage dan droog uit. Het verwijdde oppervlak bestrijken met koelolie POE. Geen minerale olie gebruiken. • Soldeerwerken op de koelkring (indien nodig) - Solderen met zilver (minstens 40% aanbevolen). - Uitsluitend solderen onder inwendige droge stikstoux. • Opmerkingen - Na elke ingreep op de koelkring en vóór de denitieve aansluiting, dient u de doppen terug te plaatsen om verontreiniging van de koelkring te vermijden.
- Gebruik droge stikstof om metaaldeeltjes uit de leidingen te verwijderen om te vermijden dat er vocht binnendringt, wat schadelijk is voor de werking van het toestel. In het algemeen moeten alle voorzorgen worden genomen om te vermijden dat er vocht in het toestel dringt. - Breng thermische isolatie aan op de gas- en vloeistoeidingen om condensatie te vermijden.
Gebruik isolerende moen die bestand zijn tegen een temperatuur van meer dan 90°C. Indien het vochtgehalte op de plaatsen waar de koelleidingen lopen 70% zou kunnen overschrijden, moeten deze laatste bovendien beschermd worden met isolatiemoen. Gebruik een mof die 15 mm dikker is indien de vochtigheidsgraad 70~80% bereikt, en een mof die 20 mm dikker is indien de vochtigheid 80% overschrijdt. Indien de aanbevolen dikten niet worden nageleefd in de hierboven beschreven omstandigheden, zal er zich condensatie vormen op het oppervlak van de isolatie. Tot slot dient men erop te letten dat er isolatiemoen gebruikt worden waarvan de warmtegeleidbaarheid kleiner dan of gelijk is aan 0. 045 W/mK wanneer de temperatuur gelijk is aan 20°C. De isolatie moet ondoorlaatbaar zijn om bestand te zijn tegen het doordringen van damp gedurende de ontdooicycli (glaswol is verboden). 3.
2 Vervormen van de koelbuizen 3. 2. 1 BuigenDe koelbuizen mogen alleen met de buizenplooier of de buigveer in vorm gebracht worden om elk risico van verplettering of breuk te voorkomen. " Opgepast• Verwijder de isolatie plaatselijk om de buizen te buigen. • Buig het koper niet over een hoek van meer dan 90°. • Buig de buizen nooit meer dan 3 keer op dezelfde plaats, omdat er dan een begin van breuk kan ontstaan (harden van het metaal). 3. 2. 2 Uitvoering van de verbredingen - Snijd de buis met een buizensnijder op de geschikte lengte zonder ze te vervormen. - Verwijder de bramen zorgvuldig en houd daarbij de buis naar beneden om te voorkomen dat er metaaldeeltjes in de buis terechtkomt. - De aremoer uit de koppeling op de aan te sluiten kraan nemen en de buis door de moer steken. - Voer de verbreding uit door de buis uit het are-apparaat te laten steken.
guur 19 - AandraaimomentBeschrijving AandraaimomentFlare-moer 9. 52 mm (3/8") 32 tot 42 NmFlare-moer 15. 88 mm (5/8") 63 tot 77 NmStop (A) 3/8" 20 tot 25 NmStop (A) 5/8" 30 tot 35 NmStop (B) 3/8", 5/8" 10 tot 12 NmStop (A) en (B) : zie guur 21, bladzijde 23. HoudsleutelMomentsleutel3. 3 Controles en aansluiting " De koelkring is zeer gevoelig voor stof en vochtigheid, controleer of de zone rond de verbinding droog en proper is alvorens de doppen die de koelaansluitingen beschermen te verwijderen. " Indicatieve waarde van het blazen : 6bar gedurende 30 seconden minimum voor een leiding van 20 m. Controle van de gasverbinding (grote diameter). Sluit de gasverbinding aan op de uitwendige eenheid. Blaas droge stikstof door de gasverbinding en controleer het uiteinde ervan: - Indien er water of onzuiverheden uit komen, gebruik dan een nieuwe koelverbinding.
Zo niet, de arekoppeling realiseren en onmiddellijk de verbinding op de hydraulische module aansluiten. Controle van de vloeistofverbinding (kleine diameter). Sluit de vloeistofverbinding aan op de hydraulische module. Blaas stikstof door het geheel gas-condensorverbinding - vloeistofverbinding en controleer het uiteinde ervan (kant uitwendige eenheid). - Indien er water of onzuiverheden uit komen, gebruik dan een nieuwe koelverbinding. - Zo niet, de arekoppeling realiseren en onmiddellijk de verbinding op de uitwendige eenheid aansluiten. Opmerkingen : " Plaats de buis zeer zorgvuldig tegenover haar koppeling om de schroefdraad niet te beschadigen. Een goed uitgelijnde koppeling kan gemakkelijk met de hand gemonteerd worden zonder kracht te moeten gebruiken. - Verwijder de doppen van de buizen en de koelaansluitingen. - Vermijd de gas-buis voor de circulator te Opgepast. plaatsen.
3. 4. 3 Met gas vullen van de installatie Indien er koelvloeistof moet worden bijgevuld, dan moet dit gebeuren voordat de hydraulische module met gas gevuld wordt. Zie de paragraaf "Bijvullen", bladzijde 24. - Verwijder de doppen ( ) die toegang geven tot de Abedieningen van de kranen. - Draai eerst de vloeibare kraan (klein) volledig open en daarna de gaskraan (grote) met een zeskantsleutel (tegenuurwijzerzin) zonder te hard op de aanslag te duwen. - Koppel de slang van de snel los. Manifold - Monteer de 2 oorspronkelijke doppen opnieuw (kijk hun properheid na) en span ze aan met het aanbevolen koppel. zie guur 19, bladzijde 20. De dichtheid van de doppen wordt enkel door metaal op metaal verwezenlijkt. De buitenunit bevat geen aanvullend koelmiddel hetgeen toelaat om de installatie ontluchten. Ontluchten door spoeling is streng verboden. 3. 4.
4 Finale dichtheidstestDe dichtheidstest moet worden uitgevoerd met een goedgekeurde gasdetector. (gevoeligheid 5g/jaar). Zodra de koelkring met gas gevuld is zoals hierboven beschreven, moet de dichtheid van alle koelaansluitingen van de installatie gecontroleerd worden (4 aansluting). Als de arekoppelingen correct werden uitgevoerd, mag er geen lek zijn. Controleer eventueel de dichtheid van de doppen van de koelkranen. "Bij geval van een gaslek: - Voer het gas terug naar de buitenunit (pump down). De druk mag niet onder de atmosferische druk dalen (0 bar relatief afgelezen aan het verdeelstuk), teneinde het opgevangen gas niet te verontreinigen met lucht of vocht. - De defecte aansluiting opnieuw maken, - Herbegin de procedure voor indienststelling. 3. 4. 5 Bijvullen50 g R410A per extra meterLengte van de leidingen 15 m 20 m max.
De bijvulling is voor elk type van toestel afhankelijk van de afstand tussen de buitenunit en de hydraulische module. Het bijvullen van R410A moet verplicht door een erkende specialist worden uitgevoerd. • Voorbeeld:Een buitenunit op een afstand van 17 m van de hydraulische module vergt een bijvulling van:Bijvulling = (17 - 15) x 50 = 100 g. Het vullen moet als volgt worden uitgevoerd nadat de hydraulische module vacuüm gezogen werd en voordat ze met gas gevuld wordt: - Koppel de vacuümpomp los (gele slang) en sluit in de plaats daarvan een es R410A aan in de stand waarin vloeistof wordt afgenomen. - Open de kraan van de es. - Ontlucht de gele slang door ze lichtjes los te draaien aan de kant van de manometerset. - Plaats de es op een weegschaal met een minimale nauwkeurigheid van 10 g. Noteer het gewicht.
- Draai de blauwe kraan voorzichtig een beetje open en houd de door de weegschaal aangeduide waarde in het oog. - Zodra de aangeduide waarde evenveel gedaald is als de berekende waarde van de bijvulling, sluit u de es en koppelt u ze los. - Koppel dan de op het toestel aangesloten slang snel los. - Vul de hydraulische module met gas. "Opgepast. • Gebruik uitsluitend R410A. • Gebruik alleen gereedschap dat geschikt is voor R410A (manometerset). • Altijd in vloeibare fase vullen. • De lengte en het maximaal hoogteverschil mogen niet worden overschreden. guur 22 - Gases R410AGasVloeistofHandleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split één dienst- 24 -.
3 minuten na de ontsteking. - - : De parameter 4 Snel 7700 (Relaisuitgang QX1) op Aan regelen => De circulator werkt normaal. Herinnering: Druk op de toets OK. Houd de toets 3s ingedrukt en selecteer het toegangsniveau* indienststelling met de draaiknop. Valideer met de toets. OK* Kies het niveau "Specialist" / Test ingangen / uitgangen. - - Sluit de vloeistofkraan op de buitenunit 5maximum 30 seconden na het starten van de buitenunit. - - Sluit de gaskraan op de buitenunit, wanneer de druk 6onder 0. 02 bar aangeduid staat op de , 1 tot Manifold2 minuten na het dichtdraaien van de vloeistofkraan, terwijl de buitenunit verder blijft draaien. - - Koppel de elektrische voeding los. 7 - - De recuperatie van koelvloeistof is gedaan.
8Opmerkingen: - Wanneer de warmtepomp in werking is, mag de recuperatie niet geactiveerd worden, zelfs als de schakelaar staatDIP SW1 ON op - Vergeet niet om de schakelaar na aoop DIP SW1van de recuperatie terug op te zetten. OFF - Selecteer het verwarmingsregime "AUTO".
" AlgemeenDe aansluiting moet overeenkomen met de reglementaire voorschriften en de regels der kunst in voege.Herinnering: Verwezenlijk alle montagedichtheden uit volgens de regels van het vak die van kracht zijn voor loodgieterijwerken: - Gebruik geschikte dichtingen (vezeldichting, torische dichtingsring). - Gebruik teonband of vezels. - Gebruik dichtingspasta (synthetisch naargelang het geval).Gebruik glycol indien de geregelde vertrektemperatuur [parameters 908-909]
4.3 Snelheidsregeling van de circulatiepomp WPguur 25 - Beschikbare drukken en hydraulische debieten012345678mCE0 0,5 1 1,5 2 m3/h012345678mCE0 0,5 1 1,5 2 m3/hVariabele drukDe circulatiepomp laat de opvoerhoogte variëren in functie van het debiet.Aanbevolen voor een installatie die uitgerust is met radiatoren (meer bepaald elk systeem met thermostatische koppen).Constante drukDe circulatiepomp houdt de opvoerhoogte constant ongeacht het debiet.Aanbevolen voor een installatie met constant drukverlies van het type verwarmde vloer Ne pas utiliser cette zoneDeze zone niet gebruiken.guur 26 - Werkingssignalen van de warmtepomp circulatorControlelamp uit:De circulator werkt niet, geen elektrische voeding.Controlelamp is groen:De circulator werkt normaal.Controlelamp knippert groen :Werking modus ontgassing (10 min).Controlelamp knippert groen/rood :Werkingsstoring met de automatische heropstart.Controlelamp knippert rood :Werkingsstoring.Handleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL"Warmtepomp lucht/water, Split één dienst- 28 -
guur 27 - Dial circulatiepompVastlopen of blokkeren van de circulatiepomp:Indien de motor blokkeert, wordt een opstartcyclus gestart.Indien de motor geblokkeerd blijft, dan zal hij permanent stilgelegd worden. "De elektrische voeding van de circulatiepomp onderbreken gedurende 30s om hem te ontgrendelen en zo een nieuwe opstartcyclus toe te laten.Variabele drukOntgassingConstante drukHandleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL" - 29 -Warmtepomp lucht/water, Split één dienst
- Maak met een tang met ronde uiteinden een lus met een diameter die overeenkomt met de spanschroeven van de klemmenstrook. - Draai de schroef van de klemmenstrook zeer stevig aan op de uitgevoerde lus. Indien ze niet volledig vastgedraaid zijn, kan dit tot opwarming leiden, hetgeen aanleiding kan geven tot storingen of zelfs brand. Stijve draad Lus25 mm krimpkous is verbodenSchroef en speciale OnderlegringKlemmenstrook• Aansluiting op de regelkaarten - Verwijder de overeenkomstige connector en voer de aansluiting uit. • Aansluiting op de veerklemmen - Ontbloot het uiteinde van de draad over ongeveer 10 mm. - Duw met een schroevendraaier op de veer zodat de draad in de kooi dringt. - Schuif de draad in de daartoe voorziene opening. - Trek de schroevendraaier terug en controleer of de draad vastgeklemd blijft in de kooi door eraan te trekken.
5. 1. 3 Overzicht van de elektrische aansluitingenHet elektrisch schema van de hydraulische module is in detail opgenomen op guur 47, bladzijde 64. 5. 2 Kabeldoorsnede en kaliber van de beschermingDe kabeldoorsneden worden ter informatie gegeven en ontslaan de installateur er niet van om te controleren of deze doorsneden overeenstemmen met de behoeften en of ze aan de van kracht zijnde normen beantwoorden. • Voeding van de buitenunitWarmtepomp eenfasig (WP) Electrische voeding 230 V - 50 HzModel Opgenomen vermogen Verbindingskabel (Faze, Neutraal, Aarde)Kaliber uitschakelautomaat curve C5060 W3 x 6 mm² 32 A5750 WWarmtepomp driefasig (WP) Electrische voeding 400 V - 50 HzModel Opgenomen vermogen Verbindingskabel (3 fazen, neutraal, aarde)Kaliber uitschakelautomaat curve C5865 W5 x 2.
5 mm² 20 A6555 W7245 W• Onderlinge verbinding tussen buitenunit en hydraulische moduleDe hydraulische module wordt gevoed door de buitenunit; daarvoor wordt kabel met 4 x 1. 5 mm² gebruikt (Faze, Neutraal, Aarde, Communicatiebus). • Voeding van de elektrische bijverwarmingen (optie)De hydraulische module omvat twee trappen van elektrische bijverwarmingen die in de boiler geïnstalleerd zijn. Warmtepomp (WP) Voeding van de elektrische bijverwarmingenElektrische bijverwarmingenModel Vermogen Nominale stroomsterkte VerbindingskabelKaliber uitschakelautomaat curve C2 x 3 kW 3 x 6 mm²26. 1 A 32 A9 kW 3 x 13 A 4 x 2. 5 mm² 20 Aguur 28 - Overzichtsschema van de elektrische aansluitingen voor een eenvoudige installatie (1 verwarmingskring) "Voor iedere tussenkomst dient de elektrische voeding uitgeschakeld te worden.
5. 5 Elektrische aansluitingen aan de kant van de hydraulische moduleToegang tot de klemmenstrook: - De voorkant afnemen ( ). guur 17, bladzijde 18 - Het elektriciteitskastje openen. - De aansluitingen uitvoeren volgens de schema's (guur 37). Men moet vermijden de lijnen van de voelers en het net niet parallel te plaatsen om interferenties door spanningspieken op het stroomnet te vermijden. Let erop dat alle elektriciteitskabels zich in de daartoe voorziene ruimten bevinden. • Onderlinge verbinding tussen buitenunit en hydraulische moduleLeef de overeenstemming tussen de merktekens van de klemmenstroken van de hydraulische module en de buitenunit na bij het aansluiten van de verbindingskabels. Een verkeerde aansluiting kan leiden tot beschadiging van één van de units.
• Elektrische bijverwarmingen Indien de WP niet geïnstalleerd met overname door ketel: - Sluit de elektrische voeding van de bijverwarmingen aan op het elektriciteitsbord. • Overname door ketel (optie) " Indien gebruik gemaakt wordt van de optie "overname ketel", dan moet de optie "elektrische bijverwarming" niet aangesloten worden. - Zie de handleiding die met de overnamekit geleverd wordt. - Zie de gebruiksaanwijzingen van de stookketel. • Tweede verwarmingskring - Zie de gebruiksaanwijzingen van de aansluitingskit 2de kring of Uitbreidingskit regeling. • Telefoonmodem (Niet geleverd) - Zie de handleiding kit "uitbreiding regeling". • Sanitaire kit (optie)Indien de installatie uitgerust is met een gemengde sanitaire boiler (met elektrische bijverwarming): - Zie de handleiding die met de sanitaire kit geleverd wordt.
In het bijzonder zal de productie van sanitair warm water (SWW) op de comforttemperatuur plaatsvinden tijdens de daluren, wanneer de elektriciteit het goedkoopst is. - Sluit het contact "energieleverancier" aan op de ingang EX2. - Stel de parameter 1620 in op "Tarief daluren". • 230V op ingang EX2 = informatie "piekuren" geactiveerd. • Belastingafschakeling of EJP (Vermijden van piekdagen)Het doel van de uitschakeling van belasting is het elektriciteitsverbruik te verminderen wanneer het te hoog is ten opzichte van het met de energieleverancier gesloten contract. - Sluit de belastingafschakelaar aan op ingang EX1, de bijverwarmingen van de WP en de bijverwarming SWW worden stilgelegd in het geval van te hoog verbruik van de woning. • 230 V op ingang EX1 = belastingafschakeling actief.
guur 36 - Aansluitingen op de regelaar WP (toebehoren en opties)EX1EX2EX3X86LX84X116545 6M B9112 1 3 265413 2Belastingafschakeling of EJP(Vermijden van piekdagen)Tarieven, piekuren/daluren(PU/DU), Dag/nachtExterne storing* Ruimtevoeler T55** Draadloze ruimtevoelerBuitenvoeler** Centraleafstandsbediening T75** Draadloze centraleafstandsbedieningT78Contact van extern orgaan*(storingen, belastinguitschakelaar,energiemeter)of ofofHandleiding voor installatie en indienststelling "1765 - NL" - 35 -Warmtepomp lucht/water, Split één dienst* Indien het bedieningsorgaan geen potentiaalvrij contact aevert, dan moet het contact geschakeld worden om een gelijkwaardige bekabeling te verkrijgen.Raadpleeg in elk geval de handleidingen van de externe organen (belastinguitschakelaar, energiemeters) om de kabelingen uit te voeren.** OptieDe aansluiting van klem 3 van de omgevingscentrale is niet verplicht (verlichting van de omgevingscentrale).
Raadpleeg de montagehandleiding op de verpakking. De voeler moet worden geïnstalleerd in de zone van de woonkamer op een vrije muur. Ze wordt zodanig geïnstalleerd dat ze gemakkelijk bereikbaar is. Vermijdt directe warmtebronnen (open haard, televisie, fornuizen), zones met frisse luchtstromen (ventilatie, deur). Een gebrekkige luchtdichtheid van een constructies vertaalt zich vaak in een koude luchtstroom door de elektrische kokers. Dicht de elektrische kokers af indien er aan de achterzijde van de omgevingsvoeler een koude luchtstroom is. 5. 7. 1 Installatie van een omgevingsvoeler• Ruimtevoeler - De voeler aansluiten op connector van de X86regelkaart van de WP door middel van de meegeleverde connector (klemmen , ). 1 2• Draadloze Ruimtevoeler - Zie de gebruiksaanwijzingen van de ruimtevoeler. 5. 7.
3 Dynamische radiatoren of ventilo-convectoren ZoneAls het systeem is uitgerust met een ventilator convectoren / radiatoren dynamisch, gebruik geen omgevingssonde. 6 Inwerkingstelling - Schakel de algemene uitschakelautomaat van de installatie in. Om de compressor te kunnen voorverwarmen, dient bij de eerste indienststelling (of tijdens de winter) de hoofdschakelaar van de installatie (voeding buitenunit) gedurende enkele uren te worden ingeschakeld alvorens de proeven uit te voeren. - Schakel de aan/uit-knop van de WP in. Om de goede werking van de ingangen EX1, EX2, EX3 te waarborgen: Controleren dat de polariteit faze-neutraal van de electrische voeding geëerbiedigd is. Bij de indienststelling en telkens de aan/uit-schakelaar uitgeschakeld is en terug ingeschakeld wordt, zal het ongeveer 4 min. duren om de buitenunit te starten, zelfs als de regeling warmte vraagt.
Het display kan fout 370 weergeven bij het (her)starten. Maak u niet ongerust, de communicatie tussen de buitenunit en de hydraulische module zal na enkele minuten hersteld worden. Tijdens de initialisatiefase van de regelaar, toont het display alle symbolen, vervolgens "Data, geactualiseerd", en daarna "Status warmtepomp". Voer alle specieke instellingen van de regeling uit (Conguratie van de installatie): - Druk op de toets OK. - Houd de toets 3s ingedrukt en selecteer het toegangsniveau indienststelling met de draaiknop. - Valideer met de toets OK. - Parametreer de regeling van de WP (Raadpleeg de lijst van de instellingen ). bladzijde 44Bij de indienststelling (of bij fout 10) kunnen de elektrische bijverwarmingen ingeschakeld worden, zelfs als de onmiddellijke buitentemperatuur hoger is dan de inschakeltemperatuur van de bijverwarmingen.
6. 1 Conguratie van de omgevingsvoelerOm de omgevingsvoeler te congureren en hem te koppelen aan de geschikte verwarmingszone: - Druk gedurende meer dan 3s op de aanwezigheidstoets. De omgevingsvoeler duidt RU aan en een knipperend cijfer. - Draai het wieltje om de zone te kiezen (1 of 2). Indien de installatie uitgerust is met 2 omgevingsvoelers, - sluit eerst één voeler aan en congureer hem in zone 2, - sluit vervolgens de andere voeler aan, die standaard in zone 1 gecongureerd wordt. - Druk op de aanwezigheidstoets, de omgevingsvoeler toont P1 en een knipperend cijfer. 1 : Automatische opslag; een wijziging van het instelpunt met de knop wordt aanvaard zonder dat enige validatie nodig is (time-out) of door op de regimetoets te drukken. 2 : Opslag met bevestiging; een wijziging van het instelpunt met de knop wordt alleen aanvaard na een druk op de regimetoets.
- Druk nogmaals op de aanwezigheidstoets, de omgevingsvoeler toont P2 en een knipperend cijfer. 0 : OFF; alle gebruiksfuncties zijn uitgeschakeld. 1 : ON; de volgende gebruiksfuncties zijn vergrendeld:- Omschakeling van de werkingsmodus van de verwarmingskring,- Bijregeling van de comfortinstelling,- Verandering van het gebruiksniveau. De omgevingsvoeler duidt OFF aan gedurende 3s wanneer men op een vergrendelde knop drukt. 6. 2 Conguratie van de centrale afstandsbedieningBij het in dienst stellen, na een initialisatie van ongeveer 3 minuten, moet de taal van de gebruiker ingesteld worden: - Druk op de toets OK. - Kies het menu (Interface utilisateur/User interface). - Kies de taal (Langue/Language). Selecteer de taal (English, Deutsch, Français, Italiano, Nederlands, Español, Português, Dansk…).
Lijn Functie Instellingsbereik of weergaveIncrement van de regelingBasis instelling40 I Gebruik als … Omgevingstoestel 1, 2, P, Gebruikerinterface 1, 2, P, BedrijfstoestelOmgevings-toestel 1Deze lijn laat toe om het gebruik van de omgevingscentrale te regelen. Naargelang het gebruik zijn er dan andere regelingen nodig (lijnen 42, 44, 48). 42 I Bestemming toestel 1 Installatie verwarming 1, Verwarmingskringen 1 & 2, Verwarmingskringen 1 & P, alle verwarmingskringenInstallatie verwarming 144 I Exploitatie WK2 (bediening CK2) Gemeenschappelijk met WK1, OnafhankelijkGemeen schappelijk met WK1Deze functie laat toe om te kiezen of men wil dat de omgevingsvoeler (in optie) inwerkt op de twee zones of op één enkele zone.
Kent. Functie - Denities1 Keuze van de werkingsregime SWWAanUit - : Productie van SWW in functie van het uurprogramma.Aan - : Productie van SWW gestopt met antivriesfunctie van het sanitair water Uitactief. - Toets manuele inschakeling: Houd de toets SWW gedurende 3 s ingedrukt (Omschakeling "verlaagd" naar "comfort" regime tot de volgende omschakeling van het uurprogramma SWW).2 Digitale uitlezing - Controle van de werking, de huidige temperatuur, het verwarmingsregime, een eventuele storing uitlezen. - Weergeven van de instellingen.3 Uitgang "ESC" - Het menu verlaten.4 Navigatie en instelling - Regeling van de instelling van de comforttemperatuur. - Selectie van het menu. - Regeling van de parameters.5 Selectie van het verwarmingsregime -Auto Verwarming in dienst volgens het verwarmingsprogramma (De omschakeling zomer/winter-regime gebeurt automatisch). - Permanente comforttemperatuur.
- Permanente verlaagde temperatuur. - Waakregime met vorstvrij bescherming (Op voorwaarde dat de elektrische voeding van de WP niet onderbroken is).6 Uitlezingen of de informatie - Allerlei informatie (zie ).bladzijde 69 - Aezen van de foutcodes (zie ). bladzijde 66 - Informatie over het onderhoud, het speciale regime.7 Validatie "OK" - In het geselecteerde menu gaan. - De instelling van de parameters valideren. - De instelling van de comforttemperatuur valideren.8 De koelingmodus selecteren Indien de installatie uitgerust is met de koelingkit: - Koeling in dienst volgens het verwarmingsprogramma (De omschakeling zomer/winter-regime gebeurt automatisch).9 “RESET”-toets(Korte druk) - Herinitialiseren en annuleren van de foutberichten.
7. 2 7. 3 De waterwetBeschrijving van de weergaveDe werking van de WP wordt gestuurd door de waterwet. De insteltemperatuur van het water van de verwarmingskring wordt bijgeregeld in functie van de buitentemperatuur. Als er toch thermostatische kranen op de installatie zijn, moeten deze wijd open staan of hoger ingesteld dan de normaal gevraagde kamertemperatuur. 7. 3. 1 RegelingenBij het installeren moet de waterwet geparametreerd worden in functie van de verwarmingstoestellen en de isolatie van de woning. De graeken van de waterwet ( ) gelden voor guur 42een ingestelde omgevingstemperatuur gelijk aan 20°C. De helling van de waterwet (parameter 720) bepaalt de impact van de schommelingen van de buitentemperatuur op de schommelingen van de vertrektemperatuur van de verwarming.
Hoe steiler de helling, hoe sterker de vertrektemperatuur van het water van de verwarming stijgt bij een kleine stijging van de buitentemperatuur. Door de waterwet (parameter 721) te verschuiven, wordt de vertrektemperatuur van alle krommen gewijzigd, zonder dat de helling verandert ( ). guur 43Corrigerende acties in het geval van gebrek aan comfort zijn vermeld in de tabel ( ). guur 44Symbolen Denities - Actieve verwarmingsmodus met referentie naar de verwarmingskring. - Verwarming in comfortmodus. - Verwarming in verlaagd regime. - Verwarming in waakmodus (vorstvrij). - Koelmodus actief. - Vakantiefunctie geactiveerd. - Proces aan de gang. - Werking compressor. - Werking brander - Foutboodschap. - Onderhoud / Speciaal regime. INFO - Informatieniveau geactiveerd. PROG - Programmering geactiveerd. ECO - Functie ECO geactiveerd (Verwarming tijdelijk stilgelegd).
7.4 Parametrering van de regeling7.4.1 AlgemeenAlleen de parameters die toegankelijk zijn op de niveaus:U - Eindgebruiker. I - Indienststelling.S - Specialist.worden in dit document beschreven.De toegangsniveaus worden in de 2de kolom van de tabel gepreciseerd met de letters , U I S en .De OEM parameters worden niet beschreven en vergen een toegangscode van de constructeur.7.4.2 Regeling van de parameters - Kies het gewenste niveau. - Doorloop de lijst van de menu's. - Kies het gewenste menu. - Doorloop de functielijnen. - Kies de gewenste lijn. - Stel de parameter bij. - Valideer de instelling met een druk op OK.
Tijdens het zomerregime, duidt de digitale aanplakker "Eco" aan. Deze functie is alleen actief in automatisch regime. 740 I Minimum vertrekinstelling 8. Max gewenste aanvoertemp 1 °C 17 °C(met Dynamische radiatoren, van 30 tot 35°C stel) 741 I Max gewenste aanvoertemp Minimum vertrekinstelling. 70 °C 1 °C 60 °CVloerverwarming = 50 °C / Radiatoren = 65 °C. Opmerking: De maximumgrens is geen veiligheidsfunctie zoals vereist voor een vloerverwarming. 750 S 50%Invloed van de kamertemperatuur 1%. 100% 1%Indien de installatie uitgerust is met een omgevingsvoeler: Deze functie laat toe om de invloed van de ruimtetemperatuur op de regeling te kiezen. Indien er geen waarde wordt ingevoerd, dan gebeurt de regeling zuiver op basis van de waterwet. Indien de parameter ingesteld is op 100%, dan gebeurt de regeling alleen op basis van de ruimtetemperatuur. 760 S Ruimtetemp. begrenzing 0,5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fujitsu Waterstage WSYG140DG6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fujitsu
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco