Fujitsu AUYG 12 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Fujitsu AUYG 12 (19 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Fujitsu AUYG 12 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/19
BEDIENINGSHANDLEIDING
LUCHT/ LUCHT WARMTEPOMP
www.fujitsuclimate.nl
Type
AUYG12 - 14 - 18LV AUYF24LB

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Fujitsu
Categorie: Warmtepomp
Model: AUYG 12

Handleiding Fujitsu AUYG 12 – volledige tekst

3EIGENSCHAPPEN EN FUNCTIESAUTOMATISCHE WERKING● ENKEL KOELENDoor een simpele druk op de START/STOP toets schakelthet toestel automatisch aan in de koeling- of droogfunctie,afhankelijk van de thermostaatinstelling en de actuele ruimtetemperatuur. ● VERWARMEN EN KOELEN (WARMTEPOMP)Door een simpele druk op de START/STOP toets schakelthet toestel automatisch aan in de verwarmings-, koeling-of monitoringfunctie , afhankelijk van de thermostaat-instelling en de actuele ruimtetemperatuur. SLEEPTIMER●ENKEL KOELENWanneer tijdens de koeling of droogfunctie de sleeptimer-toets wordt ingedrukt, wordt de thermostaatinstelling staps-gewijs verhoogd. Wanneer de vooraf ingestelde tijd ver-lopen is, schakelt het toestel automatisch uit.

●VERWARMEN EN KOELEN (WARMTEPOMP)Wanneer tijdens de verwarmingsfunctie de sleeptimertoetswordt ingedrukt, wordt de thermostaatinstelling stapsgewijsverlaagd; tijdens de koeling of droogfunctie wordt de thermo-staatinstelling stapsgewijs verhoogd. Wanneer de vooraf ingestelde tijd verlopen is, schakelt het toestel auto-matisch uit. DRAADLOZE AFSTANDSBEDIENINGMet de draadloze afstandsbediening kan u het toestel vanoveral gemakkelijk bedienen. HORIZONTALE EN VERTICALE UITBLAAS(ZWAAIFUNCTIE)De unit kan gelijktijdig horizontaal en verticaal uitblazen. De verticale uitblaaskleppen werken automatisch afhankelijkvan de gekozen werkingsmodus van het toestel. U kiestzelf, afhankelijk van de werkingsmodus, de gewensteuitblaasrichting. SCHIMMELWERENDE FILTERDe luchtfilter is behandeld tegen schimmelvorming voor eenschoner gebruik en eenvoudiger onderhoud.

4EIGENSCHAPPEN EN FUNCTIESAUTOMATISCHE WERKING● ENKEL KOELENDoor een simpele druk op de START/STOP toets schakelthet toestel automatisch aan in de koeling- of droogfunctie,afhankelijk van de thermostaatinstelling en de actueleruimtetemperatuur. ● VERWARMEN EN KOELEN (WARMTEPOMP)Door een simpele druk op de START/STOP toets schakelthet toestel automatisch aan in de verwarmings-, koeling-of monitoringfunctie , afhankelijk van de thermostaat-instelling en de actuele ruimtetemperatuur. SLEEPTIMER● ENKEL KOELENWanneer tijdens de koeling of droogfunctie de sleeptimer- toets wordt ingedrukt, wordt de thermostaatinstelling staps-gewijs verhoogd. Wanneer de vooraf ingestelde tijd ver-lopen is, schakelt het toestel automatisch uit.

● VERWARMEN EN KOELEN (WARMTEPOMP)Wanneer tijdens de verwarmingsfunctie de sleeptimertoetswordt ingedrukt, wordt de thermostaatinstelling stapsgewijsverlaagd; tijdens de koeling of droogfunctie wordt de thermo-staatinstelling stapsgewijs verhoogd. Wanneer de vooraf ingestelde tijd verlopen is, schakelt het toestel auto-matisch uit. DRAADLOZE AFSTANDSBEDIENINGMet de draadloze afstandsbediening kan u het toestel vanoveral gemakkelijk bedienen. HORIZONTALE EN VERTICALE UITBLAAS(ZWAAIFUNCTIE)De unit kan gelijktijdig horizontaal en verticaal uitblazen. De verticale uitblaaskleppen werken automatisch afhankelijkvan de gekozen werkingsmodus van het toestel. U kiestzelf, afhankelijk van de werkingsmodus, de gewensteuitblaasrichting. SCHIMMELWERENDE FILTERDe luchtfilter is behandeld tegen schimmelvorming voor eenschoner gebruik en eenvoudiger onderhoud.

11REGELEN VAN DE UITBLAASRICHTING GEVAAR. Steek nooit vingers of voorwerpen in de uitlaatopeningen aangezien de ventilatortegen hoge snelheid draait en zo verwondingen kan veroorzaken. ●De uitblaaskleppen moet u aanpassenmet de SET toets van de afstandsbedie-ning. Als u probeert om deze manueelaan te passen kan dit de goede werkingverstoren. Zet in dit geval de unit uit enstart opnieuw op. Daarna zouden de kleppen weer correct moeten werken. ●Zet tijdens de koeling- en droogfunctiede verticale uitblaaskleppen niet voorlangere tijd in het verwarmingsbereik (5tot 7), zo wordt er condens gevormdop de uitblaaskleppen en kunnen er waterdruppels uit de airconditioner lekken. Wanneer tijdens de koeling-en droogfunctie de uitblaaskleppenlanger dan 30 minuten in het ver- warmingsbereik blijven staan, keren ze automatisch terug naar positie 4.

●Let in het bijzonder op de instelling vande uitblaas en de kamertemperatuur alsde unit wordt gebruikt in ruimtes waarkinderen, oudere of zieke personenaanwezig zijn. Verwarmingsvoorschriften (*) gelden alleen voor warmtepompunits (koelen en verwarmen). ● Stel de uitblaasrichting op-en-neer en links-rechts in met de SET-toetsen van de afstandsbediening. ● Gebruik deze toetsen pas nadat de binnenunit opgestart is en de luchtkleppen niet meer bewegen. LINKS/RECHTS luchtkleppenRegelen van de verticale uitblaasDruk de SET-toets (verticaal) in. Bij elke druk op deze toets verandert de uitblaasrichting als volgt:1 2 3 4 5 6 7Mogelijke uitblaasinstellingen:1, 2, 3, 4: Tijdens koelen/drogen5, 6, 7:*Tijdens verwarmenHet display van de afstandsbedieningverandert niet. ● Aanpassingen aan de uitblaasrichting enkel binnen bovenstaand bereik.

Tijdens koelen/drogen : Horizontale uitblaas 1* Tijdens verwarmen : Neerwaartse uitblaas 7● In de AUTO functie wordt de lucht gedurende de eerste minuut na het opstartenhorizontaal uitgeblazen 1Tijdens deze periode kan de uitblaasrichting niet worden gewijzigd. Regelen van de horizontale uitblaasDruk de SET-toets (horizontaal) in. Bij elke druk op deze toets verandert de uitblaasrichting als volgt:1 2 3 4 5Het display van de afstandsbedieningverandert niet. ● Aanpassingen aan de uitblaasrichting enkel binnen dit bereik.

12ZWAAIFUNCTIEZet eerst de airconditioner aan voor u deze functie selecteert. op-en-neer links-rechtsStop op-neer-links-rechtsZwaaifunctie selecterenDruk de SWING-toets in. Telkens u de SWING-toets indrukt, verandert de zwaairichting als volgt:Zwaaifunctie stoppenDruk de SWING-toets in en selecteer STOP. De uitblaasrichting wordt weer aangepast aan de oorspronkelijke instelling. Over de zwaaifunctieWerkingsfunctieKoelen/DrogenVerwarmenVentilerenZwaaibereik1 tot 5(volledig bereik)1 tot 5 (volledig bereik)1 tot 5 (volledig bereik)● De zwaaifunctie kan tijdelijk stoppen wanneer de ventilatorniet of aan zeer lage snelheid draait. ● Links-rechts zwaaien selecteren*1 De positie van de uitblaaskleppen voor het begin van de zwaaifunctievindt u tussen haakjes.

WerkingsfunctieKoelen/DrogenVerwarmenVentileren (1 ~ 4)*1Ventileren (5 ~ 7)*1Zwaaibereik1 tot 43 tot 71 tot 43 tot 7● De zwaaifunctie kan tijdelijk stoppen wanneer de ventilatorniet of aan zeer lage snelheid draait. ● Op-en-neer zwaaien selecterenECONOMY FUNCTIEZet eerst de airconditioner aan voor u deze functie selecteert. De ECONOMY functie gebruikenDruk de ECONOMY toets in. Op het display van de afstandsbediening verschijnt "ECO. De functie start. ECONOMY functie stoppenDruk de ECONOMY toets nogmaals in. De melding "ECO verdwijnt van het display. De airco gaat terug in normale werking. Over de ECONOMY functie In het geval van een single split bij maximaal vermogen geeft de ECONOMY functie ongeveer 70% van de normale koel-en verwarmingscapaciteit. Tijdens de ECONOMY functie past de thermostaat zich automatisch aan aan de temperatuur om onnodig koelen en verwarmen te vermijden.

● Ondertussen is het mogelijk dat de uitblaas zwakker is of dat de ventilator van de binnenunit af en toe stopt met draaien. Indien de ruimte niet voldoende gekoeld (of verwarmd) wordt in deze functie, selecteer dan normale werking.

13● Schakel voor het reinigen het toestel uit en trek de voedingskabel uit. ● Let erop dat het aanzuigrooster veilig geïnstalleerd is. ● Let erop dat u bij het uithalen en vervangen van de luchtfilters de warmtewisselaar niet aanraakt,dit kan ernstige verwondingen veroorzaken. REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET. Luchtfilter reinigenWanneer het filterlampje brandt, moet de filter er uit gehaald en gereinigd worden. 1. Trek aan de beide zijkanten en het middenvan het aanzuigrooster. 2. Trek de filters omhoog. Druk de hendeltjes van de filter weg van het aanzuigrooster inde richting 1, trek dan de filters er uit. 3. Reinig de filters. Verwijder het stof van de filters met een stofzuiger ofwas ze. Laat de filters na het wassen grondig drogen inde schaduw. 4. Filters weer vastmaken aan het aanzuigrooster. 1 De luchtfilters passen in het aanzuigrooster.

(Figuur 1)2 De onderkant van de luchtfilters moet in de filter-steunen passen. (Figuur 1)3 De luchtfilters moeten naar beneden geduwd wordenzodat de bovenkant past onder de uitstekende randbovenaan het aanzuigrooster. (Figuur 2)5. Druk het aanzuigrooster terug op zijnplaats. ● Stof kan van de luchtfilter verwijderd worden met eenstofzuiger of door wassen met met een mild schoon-maakmiddel en warm water. Wanneer u de filter wast,laat deze dan eerst grondig drogen op een plaats uitde zon vooraleer terug te plaatsen. ● Als stof zich opgehoopt heeft op de luchtfilter zal de uitblaas verminderen waardoor de werking minder efficiëntwordt en het geluidsniveau verhoogt. ●Nadat u de unit weer aangezet heeft, drukt u op de filtertoets van de afstandsbediening om het filterlampje uit te zetten. Ong.

Het is aan te raden om naast uw eigen reiniging en onderhoud geregeld een nazicht te laten doen, voor meer informatie kan u terecht bij een vakbekwaam servicetechnicus. ● Gebruik geen water van meer dan 40°C, ruwe voorwerpen of agressieve schoonmaakmiddelen bij de reiniging van het toestel. ● Spuit geen insecticiden of haarspray in de richting van het toestel. ● Wanneer u het toestel langer dan een maand niet gaat gebruiken, laat dan de ventilator minstens een halve dag draaien,zo kan de binnenkant grondig drogen.

14● Schakel voor het reinigen het toestel uit en trek de voedingskabel uit.● Zet de stroomonderbreker uit.REINIGING EN ONDERHOUD OPGELET!3. Filters weer vastmaken aan het aanzuigrooster.De luchtfilters passen in het aanzuigrooster.●Stof kan uit de filter verwijderd worden met een stofzuigerof door reiniging met een mild schoonmaakmiddel en warm water. Wanneer u de filter wast, laat deze daneerst grondig drogen op een plaats uit de zon vooraleerterug te plaatsen.● Als stof zich opgehoopt heeft op de luchtfilter zal de uit- blaas verminderen waardoor de werking minder efficiëntwordt en het geluidsniveau verhoogt.● Nadat u de unit weer aangezet heeft, drukt u op de filtertoetsvan de afstandsbediening om het filterlampje uit te zetten.(Zie gebruikershandleiding afstandsbediening voor meerdetails.)Luchtfilter reinigenWanneer het filterlampje brandt, haal dan de filter er uit en reinig deze.1.

Trek de filters omhoog om ze er uit te halen.Hef het hendeltje van de filters omhoog terwijl u de filtersnaar u toe trekt.2. Reinig de luchtfilters.Verwijder het stof van de filters met een stofzuiger ofwas ze. Laat de filters na het wassen grondig drogen inde schaduw.Luchtfilter● Vuil en stof kan zich in de unit accumuleren wanneer deze een lange periode gebruikt wordt, de werking van de unit kan hierdoorafnemen.

Het is aan te raden om naast uw eigen reiniging en onderhoud geregeld een nazicht te laten doen, voor meer pinformatie kan u terecht bij een vakbekwaam servicetechnicus.● Gebruik geen water van meer dan 40°C, ruwe voorwerpen of agressieve schoonmaakmiddelen bij de reiniging vanhet toestel.● Spuit geen insecticiden of haarspray in de richting van het toestel.● Wanneer u het toestel langer dan een maand niet gaat gebruiken, laat dan de ventilator minstens een halve dag draaien,zo kan de binnenkant grondig drogen.

3 Druk de/ toetsen in om de signaalcode te wijzi-gen van. Stem de code op het display afop de signaalcode van de airconditioner. 4 Druk de MODE toets nogmaals in om terug te kerennaar het klokdisplay. De signaalcode is nu aangepast. Indien u binnen de 30 seconden nadat de signaalcode op het display verschenen is geen enkele toets heeft ingedrukt,keert het systeem terug naar het klokdisplay. Begin in dit geval opnieuw vanaf stap 1. De fabrieksinstelling van de signaalcode is A. Contacteer uw servicetechnicus om de signaalcode te wijzigen. Na een vervanging van de batterijen van de afstandsbediening, staat de signaalcode terug op A. U moet dan de signaalcodeterug resetten. Indien u de ingestelde signaalcode niet meer weet, probeer dan alle signaalcodes uit :tot u de juiste gevonden heeft.

) de unit ogenblikkelijk buiten werking, trek destekker uit het stopcontact en roep de hulp in van een erkend servicetechnicus. Enkel het toestel uitschakelen, is niet voldoende. Trek daarom altijd de stekker uit het stopcontactof zet de hoofdschakelaar af. Controleer de volgende punten alvorens de hulp van een servicetechnicus in te roepen:OPGELET.

*● De ventilator draait met lage snelheid wanneer de verwarmings-functie wordt gestart om de interne delen te laten opwarmen. *● Als de ruimtetemperatuur tijdens het verwarmen stijgt boven dethermostaatinstelling zal de buitenunit stoppen en de ventilator van de binnenunit met zeer lage snelheid draaien. Als u de ruimte verderwil verwarmen, moet de thermostaat hoger worden ingesteld. *● Tijdens de automatische ontdooicyclus zal de buitenunittijdelijk stoppen (tussen 7 en 15 minuten). Het OPERATIONcontrolelampje zal knipperen. ● De ventilator draait met lage snelheid tijdens de droogfunctie ofwanneer het toestel de kamertemperatuur aan het bewaken is✎●In het geval van een multisplit, wanneer verschillende units volgens een andere werkingsmodus draaien, stoppen de laatst begonnen units en verschijnt op het display van deafstandsbediening van de gestopte units.

Zet daarna het lampje uit. ● Staat de hoofdschakeelaar uit. ● Is er een stroompanne geweest. ● Zijn er zekeringen gesprongen. ● Werkt de timer. ●Is de luchtfilter vuil. ● Is de aanzuig of de uitblaas geblokkeerd. ● Is de thermostaat correct ingesteld. ● Staat er een raam of deur open. ●In de koelingfunctie: komt er rechtstreeks zonlicht binnen. (sluit de gordijnen. )●In de koelingfunctie: staan er verwarmingstoestellen of computersin de ruimte of zijn er te veel mensen aanwezig. ● Staat het toestel in de QUIET-functie. ●Zijn de batterijen van de afstandsbediening leeg. ● Zijn de batterijen op de juiste manier in de bediening gestoken. ● Gebruikt u een andere signaalcode dan signaalcode A. Zie pag.

——17—17—16——1710— 9——615NORMALE WERKINGCONTROLEEROPNIEUWAls er nog steeds problemen zijn nadat u deze punten heeft gecheckt, als u een brandlucht waarneemt, als de TIMER en OPERATIONcontrolelampjes knipperen, verbreek dan onmiddellijk de stroomtoevoer en contacteer een vakbekwaam servicetechnicus. Verwarmingsvoorschriften (*) gelden alleen voor warmtepompunits (koelen en verwarmen).

17WERKINGSTIPS*Verwarmingsvermogen● Deze air conditioner werkt volgens het warmtepompprincipe,warmte wordt onttrokken aan de buitenlucht en afgegevenbinnenshuis. Daardoor vermindert het verwarmingsrende-ment wanneer de buitentemperatuur daalt. Als u vindt dathet verwarmingsvermogen te laag is, raden wij u aan omdeze toestellen te combineren met een ander soortverwarmingstoestel. ● Warmtepompunits verwarmen de gehele ruimte door luchtte laten circuleren. Hierdoor kan het enige tijd duren vooraleer de ruimte op temperatuur komt na het startenvan het toestel. *Bij hoge binnen- en buitentemperatuur ●Wanneer, tijdens het verwarmen, zowel de binnen- als debuitentemperatuur hoog is, kan de ventilator van de buiten-unit af en toe stoppen.

*Microcomputergestuurde automatische ontdooiing● In de verwarmingsmodus, bij lage buitentemperaturen enhoge vochtigheidsgraad, kan er vorst gevormd worden opde buitenunit waardoor het rendement verlaagt. Om dit te vermijden, is de airconditioner uitgerust meteen microcomputergestuurde automatische ontdooifunctie. Als er vorst gevormd wordt, zal de airconditionertijdelijk stoppen met draaien. Daarop start het ontdooiproces(ongeveer 7-15 minuten). Tijdens de automatische ontdooiing knippert hetOPERATION controlelampje (groen). ● Wanneer er, na het stoppen van de verwarmingsfunctie,vorst op de buitenunit zit, start de automatische ontdooi-functie. Op dit moment stopt de buitenunit tijdelijk met draaienvoor enkele minuten. (Sommige multisplittoestellen beschikken echter niet overdeze functie.

● Als de functie AUTO CHANGEOVER eerst geselecteerdis, draait de ventilator gedurende circa 1 minuut aanzeer lage snelheid terwijl de unit de omgevingsconditiesdetecteert en de juiste bedrijfsmodus kiest. Als het verschil tussen de thermostaatinstelling en deactuele ruimtetemperatuur meer dan +2°C bedraagt:→ Koelen of drogen(De monitorfunctie kan geselecteerd worden als debuitentemperatuur laag is. )Als het verschil tussen de thermostaatinstelling en deactuele ruimtetemperatuur ongeveer ±2°C bedraagt:→MonitorfunctieAls het verschil tussen de thermostaatinstelling en deactuele ruimtetemperatuur meer dan 2°C bedraagt:→ Verwarmen(De monitorfunctie kan geselecteerd worden als debuitentemperatuur hoog is. )Bedrijfsmodus: AUTOENKEL KOELEN● Als de kamertemperatuur 2°C boven de ingestelde tem-peratuur ligt, schakelt de unit tussen koelen en drogen.

18Tijdens verwarmen:Stel de thermostaat in op een temperatuurdie hoger is dan de actuele ruimtetempe-ratuur. Als de thermostaat lager ingesteld isdan de actuele ruimtetemperatuur begint de unit niet te verwarmen. Tijdens koelen/drogen:Stel de thermostaat in op een temperatuurdie lager is dan de actuele ruimtetempe-ratuur. Als de thermostaat hoger ingesteld isdan de actuele ruimtetemperatuur begint de unit niet te koelen of drogen. (in de koelingfunctie zal enkel de ventilatordraaien). Tijdens ventileren:Ondertussen kan u de unit uw ruimte nietlaten koelen of verwarmen. Over de functie sVerwarmen: ● Gebruik deze functie om uw ruimte te verwarmen. ● In de bedrijfsmodus HEAT laat de airconditioner de ventilator gedurende3 tot 5 minuten tegen zeer lage snelheid draaien. Daarna schakelt deunit over op de geselecteerde ventilatorsnelheid.

Hierdoor kan de binnen-unit opwarmen alvorens de werking volledig te starten. ● Bij een zeer lage kamertemperatuur is ijsvorming op de buitenunitmogelijk. Dit kan het rendement negatief beïnvloeden. De unitstart automatisch een periodieke ontdooicyclus om het ijs teverwijderen. Tijdens de automatische ontdooircyclus knippert hetOPERATION-controlelampje en wordt het verwarmen onderbroken. ● Na het opstarten van de verwarmingsfunctie, duurt het even vooraleeru de warmte begint te voelen. Koelen: ● Gebruik deze functie om uw ruimte te koelen. Drogen: ● Gebruik deze functie om uw ruimte lichtjes te koelen tijdens het ontvochtigen. ● Tijdens het drogen kan u de ruimte niet verwarmen. ● Tijdens het drogen draait de unit tegen lage snelheid; deventilator van de binnenunit kan periodiek stoppen om de vochtigheidin de kamer bij te regelen.

●Tijdens het drogen kunt u de ventilatorsnelheid niet handmatig veranderen. Ventileren: ● Gebruik deze functie om de lucht in de ruimte te laten circuleren.

● In geval van uitschakeling door een stroomonderbrekingstart de airconditioner nadien automatisch terug op in de bedrijfsmodus van voor de stroomonderbreking. ● In geval van een stroomonderbreking tijdens de TIMER-functie, wordt de timer gereset en de unit begint (of stopt)met de nieuwe timerinstelling. In dit geval zal het TIMER-controlelampje (oranje) knipperen. ● Het gebruik van andere elektrische toestellen (elektrischscheerapparaat enz. ) of een draadloze radiozender in debuurt van het toestel, kan de werking verstoren. Trek in ditgeval even de voedingskabel uit en steek terug in. Zet danhet toestel weer aan met de afstandsbediening. AUTO herstartBij een stroomonderbrekingWERKINGSTIPS.

1îVerwarmingsvoorschriften (*) gelden alleen voor warmtepompunits (koelen en verwarmen). *● Tijdens het verwarmen kan de bovenkant van de binnen-unit warm worden. Dit komt doordat er koelmiddel doorde binnenunit stroomt, zelfs wanneer de unit gestopt is. Dit is volkomen normaal. Noot*● Tijdens het verwarmen zal de buitenunit te zijner tijdvoor korte periodes in ontdooien gaan. î anneer u,tijdens de ontdooifunctie, de unit weer op verwarmen zet, blijft de ontdooifunctie verdergaan. Pas na beîin-diging van het ontdooien, zal de binnenunit opnieuwbeginnen verwarmen. Daardoor kan het enige tijdduren vooraleer u een warmte-effect merkt. Multisplit AirconditionerDeze binnenunit kan aangesloten worden op een multisplit buitenunit. Met een multisplit kan u verschillende binnenunits latenwerken in verschillende ruimtes. De binnenunits kunnen simultaan werken, overeenkomstig hun vermogen.

Voorschriften die verwijzen naar inverter (❖) gelden alleen voor INVERTERTYPES. ❖● îolgende functies kunnen simultaan werkenî. îoelen en drogenîoelen en ventilerenDrogen en ventileren❖●De werkingsmodus (verwarmen of koelen (drogen)) van debuitenunit wordt bepaald door de werkingsmodus van de binnenunit die als eerste was opgestart. î anneer deze unitin de ventilatiemodus was opgestart, wordt de werkings-modus van de buitenunit hier niet door bepaald. îoorbeeldî als binnenunit (A) opgestart is in ventilerenen daarna binnenunit (B) in verwarmen, dan zal binnenunit (A) tijdelijk starten in ventileren, maar wan-neer binnenunit (B) start in verwarmen, zal het OPERATION-controlelampje (groen) van binnenunit(A) beginnen knipperen (1 sec aan, 1 sec uit) en dezebinnenunit zal in standby gaan. Binnenunit (B) gaat verder met verwarmen.

Gelijktijdig gebruik van multisplitunits● Bij een multisplit kunnen de binnenunits simultaanwerken, maar wanneer twee of meer binnenunits vandezelfde groep simultaan werken, zal het verwarmings-en koelingsrendement lager zijn dan bij een singlesplit-unit. î anneer u meerdere binnenunits tegelijkertijd willaten koelen, dan kan u dat het beste îs nachts doen ofop andere momenten wanneer de koelingvraag lageris. Dit geldt evenzeer voor het verwarmen. Als u meer-dere units tegelijkertijd wil laten verwarmen, is het. aangewezen eîtra verwarmingstoestellen in te zetten. ● Omgevingsomstandigheden, de buitentemperatuur, destructuur van de ruimtes en het aantal aanwezige per-sonen kunnen eveneens de eeficiîntie beïnvloeden.

î ij adviseren verschillende werkingspatronen uit teproberen om het verwarmings- en koelingsrendementvan uw toestellen te bepalen en de units op te kunnen stellen op de voor u meest geschikte manier. ● Als u ondervindt dat îîn of meer units niet genoeg koelen of verwarmen tijdens simultane werking, dan raden wij u aan de simultane werking te stoppen. ❖● îolgende functies kunnen niet simultaan werkenîî anneer u de binnenunit wil laten functioneren in eenmodus die niet mogelijk is, zal het OPERATION-controle-lampje (groen) van de binnenunit knipperen (1 sec aan, 1 sec uit) en de unit gaat in standby. îerwarmen en koelen (of drogen)îerwarmen en ventileren.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fujitsu AUYG 12 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden