Fuji Electric AUYG18LVL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fuji Electric AUYG18LVL (33 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Fuji Electric AUYG18LVL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fuji Electric |
| Categorie: | Airco |
| Model: | AUYG18LVL |
Handleiding Fuji Electric AUYG18LVL – volledige tekst
1. Voorzorgsmaatregelen• Lees voor het gebruik van deze airconditioner het bedieningsvoorschrift zorgvuldig door. Werk volgens de aanwijzingen. •De instructies in deze alinea hebben betrekking op de veiligheid. Houd bij het gebruik van de airconditioner rekening met de veiligheidsvoorschriften. VeiligheidsvoorschriftenGEVAAR. • Probeer niet deze airconditioner zelf te installeren. • Geen van de onderdelen van deze unit kunnen door de gebruiker worden gerepareerd. Raadpleeg altijd de erkende installateur voor reparaties. • Raadpleeg bij verhuizing een erkende installateur voor het loskoppelen en opnieuw installeren van de unit. • Blijf niet te lang in de koude luchtstroom van de airconditioner in verband met gevaar voor onderkoeling. • Steek geen voorwerpen of lichaamsdelen in de luchtuitlaat of het luchtinlaatrooster.
• Schakel de airconditioner niet uit door de stekker uit het stopcontact te nemen of de hoofd-schakelaar uit te zetten. • Zorg dat het elektrische snoer niet wordt beschadigd. • Schakel het apparaat uit in geval van storing (brandlucht, e. d. ). Trek de stekker uit het stopcontact en raadpleeg de erkende installateur. • Als de elektriciteitskabel van deze airconditioner beschadigd is, dient deze uitsluitend te worden vervangen door de fabrikant of zijn gemachtigd servicepersoneel om veiligheidsrisico’s te voor-komen. PAS OP. • Zorg tijdens het gebruik regelmatig voor ventilatie. • Richt de luchtstroom niet op kachels of verwarmingsapparatuur. • Hang geen voorwerpen aan de airconditioner. • Stel de airconditioner niet rechtstreeks bloot aan water. • Bedien de airconditioner niet met natte handen. • Schakel de elektriciteit uit wanneer de unit langere tijd niet wordt gebruikt.
• Controleer of het onderstel van de installatie is beschadigd. • Plaats geen planten of dieren in de directe luchtstroom. • Drink niet van het water dat uit de airconditioner komt.
• Niet te gebruiken voor toepassingen bij de opslag van voedingsmiddelen, planten, dieren, precisieapparatuur of kunstwerken. • Oefen geen druk uit op de radiatorvinnen. • Alleen te gebruiken wanneer de luchtfilters zijn geïnstalleerd. • Zorg dat het luchtinlaatrooster en de uitlaatopening niet worden geblokkeerd of afgedekt. • Zorg dat elektronische apparatuur tenminste een meter van de binnen- of buitenunit verwijderdstaat. • Voorkom installatie van de airconditioner dichtbij een kachel of ander verwarmingsapparaat. • Gebruik geen ontvlambare gassen nabij de airconditioner. • Schakel de hoofdschakelaar altijd uit als u de airconditioner reinigt of het luchtfilter verwisselt. 3.
42. Benaming en functie van onderdelenBinnenunit1. Luchtfilter (in het inlaatrooster)2. Luchtrichting lamellen3. Luchtinlaatrooster)4. Bedieningspaneel5. Ontvanger signaal afstandsbediening6. Manual Auto toets• Als de Manual Auto toets langer dan 10 secondenwordt ingedrukt, wordt de geforceerde koelfunctie gestart.• De geforceerde koelfunctie wordt tijdens de installatie gebruikt en is alleen bedoeld voor servicepersoneel.• Mocht de geforceerde koelfunctie onverhoopt worden gestart, druk dan op de Start/Stop toets om de functie te stoppen.• Druk deze toets in bij Filter Reset.7. OPERATION lampje (groen)8. TIMER lampje (oranje)• Het TIMER-lampje brandt als de timer is ingesteld met de draadloze afstandsbediening.9.
Energiebesparingslampje (groen)• Het energiebesparingslampje brandt tijdens de volgende functies:- Energiebesparende functie- 10° C verwarmingsfunctie (ingesteld met de draadloze afstandsbediening)U kunt kiezen uit de draadloze afstandsbediening of de afstandsbediening met draad.Raadpleeg voor gebruik en TIMER-instelling de bedieningsinstructies van de betreffende afstands-bediening. De bediening hangt af van de gekozen afstandsbediening.Afstandsbediening (optie)Draadloze afstandsbedieningAfstandsbediening met draad1111
Instellen van de energiebesparende functieDruk op de ECONOMY toets om de energiebesparende functie te starten. Nogmaals indruken schakeltde functie weer uit. Kijk op pagina ... voor meer informatie.Instellen van de thermometer-sensorDruk op de ECONOMY toets om de ruimtetemperatuur te meten via de adfstandsbediening of via deairconditioner zelf. Als het -symbool zichtbaar is op de display, wordt de temperatuur gemetendoor de afstandsbediening.N.B.:• De THERMO SENSOR is door de fabrikant van deze aiconditioner geblokkeerd. Raadpleeg uw dealer als u gebruik van deze functie wilt maken. Als u de THERMO SENSOR toets indrukt, terwijlde functie is geblokkeerd, gaat het -symbool knipperen. Instellen van het kinderslotDruk tegelijkertijk op de DAY/DAY OFF toets en de SET toets gedurende 2 seconden of langer om deze functie te activeren. Alle toetsen op de afstandsbediening worden geblokkeerd.
Als het kinderslotactief is, is het -symbool zichtbaar op de display. Als er een toets wordt ingedrukt, verschijntCL op de display en het -symbool knippert.Binnenunit8
5. TimerfunctieTimerfunctiesOFF TIMER. Gebruik deze timerfunctie om de airconditoner na een vooraf ingestelde perio-de te laten stoppen. Deze functie kan tot 24 uur vooruit worden ingesteld.ON TIMER. Gebruik deze timerfunctie om de airconditioner na een vooraf ingestelde perio-de in te schakelen. Deze functie kan tot 24 uur vooruit worden ingesteld.WEEK TIMER. Gebruik deze functie om inschakeltijden voor elke dag van de week in te stel-len. Gebruik de DAY OFF toets om de inschakeltijden voor een bepaalde dag van de komendete annuleren. Omdat alle dagen tegelijkertijd kunnen worden geselecteerd, kunt u met deweektimer de ingestelde tijden voor alle dagen van de week geldig maken.Temperatuur SET BACK timer. Gebruik deze functie om de ingestelde temperatuur voor deingestelde inschakeltijden voor elke dag van de week te wijzigen.
Deze functie kan naast ande-re timerinstellingen worden gebruiktInstellen van de timerON/OFF timer1. Druk op de TIMER MODE-toets om de OFF TIMER of de ON TIMER te selecteren. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de functie in de onderstaande volgorde:2. Gebruik de SET TIME-toets voor het instellen van de OFF TIME of de ON TIME. 쒁toets: Druk deze toets in om de tijd vooruit te zetten.쒂toets: Druk deze toets in om de tijd terug te zetten.Nadat de tijd is ingesteld start de timer automatisch. De resterende tijd tot de ingestelde in- of uitschakeltijd is op de display zichtbaar.Opheffen van de timerfunctieDruk op de DELETE-toets. De timerfunctie kan ook worden opgeheven door de TIMER MODE- toetsnogmaals in te drukken.1NONSTOPOFFTIMERONTIMERWEEKLYTIMERNo display2SUMOTUWETH FRSAVan 1 tot 24 uurVoorbeeld: OFF TIMER ingesteld op 6 uren9
Programmeren van de WEEK TIMER1. Druk op de TIMER MODE toets om de weektimer te selecteren.2. Druk langer dan 2 seconden op de SET-toets3. Druk op de DAY-toets om de dag van de week te selecteren. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de functie in de onderstaande volgorde:Druk op de SET-toets om deze instelling vast te leggen.Selecteert u ‘*ALL’, dan verschijnt er een rond elke dag, zodat u alle dagen tegelijkertijd kunt instellen.4. Gebruik de TIME-toetsen om de gewenste tijden in te stellen. Druk op de SET toets om de tijdinstelling vast te leggen. Ga daarna verder naar de volgende ON of OFF instelling. Per dag zijn twee ON en twee OFF instellingen mogelijk. Druk op de DAY-toets om de tijdinstelling te voltooien.5.
Bijzonderheden timerfunctie• De insteltijden zijn in stappen van 30 minuten te bepalen* De OFF tijd kan op de volgende dag worden gezet.* De ON TIMER en OFF TIMER functies kunnen niet tegelijk met de WEEK timer wordengebruikt. Er moeten altijd eenON en een OFF tijd worden ingesteld.Gebruik van de WEEK TIMERAls de week timer is geselecteerd, start de airconditioner automatisch.De in- en uitschakeltijden zijn zichtbaar in de display.Druk op de DELETE toets om de timerfunctie uit te schakelen. De timerfunctie kan ook worden opgeheven door de TIMER MODE- toets nogmaals in te drukken.Instellen van de DAY OFF1. Selecteer de Weektimer, druk langer dan 2 seconden op de SET toets2. Selecteer de gewenste dag3. Druk langer dan 2 seconden op de DAY OFF toets om de dag te annuleren.4. Druk langer dan 2 seconden op de SET toets om de DAY OFF vast te leggen.
• De DAY OFF instelling is alleen beschikbaar voor dagen waarvoor reeds weektimer instellingen zijn gemaakt.• Als de inschakeltijd tot op de volgende dag duurt, dan wordt de DAY OFF volgens onderstaand schema geprogrammeerd.• De DAY OFF instelling is éénmalig. De instelling wordt automatisch opgeheven als de betreffende dag voorbij is.Instellen van de TEMPERATUUR SET BACK timer1. Druk op de SET BACK toets om de instellingen te wijzigen. De ingestelde SET BACK tijden en temperatuur worden zichtbaar in de display. 2. Druk langer dan 2 seconden op de SET toets. 3. Druk op de DAY-toets om de dag van de week te selecteren. Druk op de SET-toets om de instelling vast te leggen. Selecteert u ‘*ALL’, dan verschijnt er een rond elke dag, zodat u alle dagen tegelijkertijd kunt instellen.4. Gebruik de TIME-toetsen om de gewenste tijden in te stellen.
Gebruik van de TEMPERATUUR SET BACK timerDruk op de SET BACK toets. De SET BACK instellingen verschijnen gedurende ca. 5 seconden op dedisplay, waarna de timer automatisch opstart.Uitzetten van de SET BACK timerDruk op de SET BACK toets en daarna op de DELETE toets, terwijl de SET BACK instellingen nogzichtbaar zijn in de display. • De SET BACK timer verandert alleen de ingestelde temperatuur. De SET BACK timer kan niet worden gebruikt om de airconditioner in of uit te schakelen.• De SET BACK timer kan op twee perioden per dag worden ingesteld, deze perioden moeten wel dezelfde temperatuurinstelling hebben.• De SET BACK timer kan samen met de ON/OFF timer en de weektimer.• De inschakeltijd van de SET BACK timer is alleen maar zichtbaar in de SET BACK instellingen display.SET BACKSUMOTUWETH FRSA126.
Filterlampje uitschakelenSommige binnenunits zijn voorzien van een lampje in de bedieningsdisplay, dat aangeeft wanneerde luchtfilters moeten worden gereinigd.Druk langer dan 2 seconden op de filter toets. Het filterlampje op de binnenunit gaat uit en defilterafbeelding verdwijnt van de display.7. ZelfdiagnoseWanneer “EE” zichtbaar wordt in de temperatuur display moet de unit worden nagekeken.Raadpleeg uw officiële leverancier.SUMOTUWETH FRSAUnitnr. (meestal 0)Foutcode13
Telkens als de toets wordt ingedrukt, verandert het bereik van de luchtrichting als volgt:Aanbevolen luchtrichting:1, 2, 3, 4 bij koelen en ontvochtigen.2, 3, 4 bij verwarmenDe functie weergave op de display van de afstandsbediening zal niet veranderen.• Gebruik de instellingen van de luchtrichting binnen het bereik dat in de illustratie is aangegeven.• De verticale luchtstroomrichting wordt automatisch ingesteld, afhankelijk van de gekozen functie.Tijdens Koelen/Ontvochtigen: Horizontale luchtstroom 1, tijdens Verwarmen: neerwaartse luchtstroom 4.• In de AUTO-stand is de luchtstroom in de eerste minuut na inschakeling horizontaal 1; de lucht-richting kan nu tijdelijk niet worden aangepast.• Gebruik altijd de AIR FLOW DIRECTION-knop op de afstandsbediening om de OP/NEER lucht-richtinglamellen in te stellen.
Als u probeert dit met de hand te doen, kan dit slecht functioneren tot gevolg hebben; schakel het apparaat uit als dit toch gebeurt en start het opnieuw. De lamellen dienen dan weer correct te werken.• Bij gebruik in een vertrek waar zich baby’s, kinderen, ouderen of zieken bevinden, dienen de luchtstroomrichting en ruimtetemperatuur met zorg te worden ingesteld.9. SwingfunctieSchakel de airconditioner in alvorens deze procedure uit te voeren.Instellen van de swingfunctieDruk langer dan 2 seconden op de AIR FLOW DIRECTION- en de SWING-toets. (Druk nogmaals langer dan 2 seconden op deze toets om de functie te stoppen.)Bijzonderheden verticale swingfunctie• De swingfunctie kan tijdelijk stoppen als de ventilator niet in werking is of als deze op zeer lage snelheid draait.Functie ZwenkbereikKoelen/VerwarmenOntvochtigen/Circuleren 1-414
Test toets• Deze knop wordt gebruikt bij het installeren van de airconditioner en dient onder normale omstandigheden niet te worden gebruikt, daar hierdoor de thermostaat van de air-conditioner niet correct functioneert.• Als deze knop bij normaal functioneren wordt ingedrukt, schakelt de unit over naar‘Testen’ en gaan de OPERATION en TIMER indicatielampjes van de binnenunit tegelijker-tijd knipperen.• Om de TEST-functie uit te schakelen drukt u op de START/STOP-knop om de air-conditioner uit te schakelen.15. Signaalzender16. Temperatuurinstelling display 17. Functie display18. Slaapfunctie display19. Zendindicator20. Luchtsnelheid display21. Swingfunctie display22. Timerfunctie display23. Klok displayDuidelijkheidshalve zijn alle mogelijke instellingenin de illustratie weergegeven.
Normaal gesprokenzijn alleen de actuele indicatoren zichtbaar in dedisplay.DISPLAYDISPLAYMogelijk zijn sommige binnenunits niet voorzien van defuncties die zijn aangegeven op deze afstandsbediening.De binnenunit piept en de OPERATION-, TIMER- enECONOMY-lampjes knipperen wanneer een niet beschik-bare functie wordt ingetoetst.15
11. VoorbereidingInschakelen van de apparatuurSluit de elektriciteitsstekker aan op het stopcontact; als u een rechtstreekse aansluiting hebt, schakeltu de hoofdschakelaar in. Voorbereiden van de afstandsbedieningPlaatsen van de batterijen (R03 of LR03 x 2)1. Til het klepje aan de voorzijde van de afstandsbediening op en schuif het naar beneden. 2. Plaats de batterijen in de juiste richting (+/-) in het batterijenvakje. 3. Sluit het batterijenvakje weer af met het klepje. LET OP. • Als de afstandsbediening voor een langere periode niet wordt gebruikt, dient u de batterijen te verwijderen. Dit om beschadiging van de afstandsbediening door lekkage van de batterijen te voorkomen. Zorg dat uw huid, ogen en mond niet in contact komen met de batterijvloeistof van de eventueel lekkende batterijen. Bij contact het lichaamsdeel afspoelen met stromend water.
Raadpleeg uw arts voor verdere behandeling. • Lege batterijen tijdig verwijderen en deponeren in milieubox of bij de verzameling van chemisch afval. Geen lege batterijen opladen. • Beide batterijen gelijktijdig vervangen. • Batterijen blijven onder normale omstandigheden ongeveer een jaar houdbaar. Als blijkt dat de afstandsbediening niet naar behoren functioneert, vervang dan de batterijen en druk op de ACL-toets met een puntje van een balpen of ander puntig voorwerp. • Houd de batterijen buiten het bereik van kinderen. Instellen van de tijd1. Druk op de CLOCK ADJUST-toets. Gebruik een balpen of ander puntig voorwerp om de toets in drukken. 2. Gebruik de (+/-) TIMER SET-toetsen om de tijd in te stellen. + toets: voor het vooruit laten lopen van de tijd. - toets: voor het achteruit laten lopen van de tijd. De tijd loopt per minuut voor- of achteruit.
Om de tijd in stappen van 10 minuten te laten verspringen, houdt u de toets ingedrukt. Gebruik van de afstandsbediening • De afstandsbediening moet bij gebruik naar de airconditioner gericht zijn (bereik ca. 7 meter).
• Bij ontvangst van een signaal afkomstig van de afstandsbediening, hoort u een pieptoon van de airconditioner. • Bij het uitblijven van de pieptoon, drukt u de toets opnieuw in. Houder voor de afstandsbediening• De houder kan op de muur worden gemonteerd. Let op dat de airconditioner goed bereikbaar is voor het signaal van de afstandsbediening. • Bevestig de houder. • Plaats de afstandsbediening in de houder. • Neem de afstandsbediening uit de houder voor handmatig gebruik. schroevenplaatsenduwenuitnemenoptillen16.
12. Instellen van de functiesInstellen van de gewenste functie1. Druk op de START/STOP-toets.De airconditioner start.2. Druk op de MODE-toets en selecteer de gewenste functie. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de functies in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.Instellen van de temperatuur (SET TEMP.)Druk op de SET TEMP.-toets.+ toets: Druk op deze toets om de temperatuur te verhogen.- toets: Druk op deze toets om de temperatuur te verlagen.Temperatuurbereik:Automatisch (AUTO) 18° C tot 30° C*Verwarmen 16° C tot 30° CKoelen/Ontvochtigen (COOL/ DRY) 18° C tot 30° CDe temperatuur insteltoets kan niet worden gebruikt tijdensde circulatiefunctie.
De temperatuur verschijnt niet op dedisplay van de afstandsbediening.• De ingestelde temperatuur kan beschouwd worden als een standaard die een kleine afwijking kan vertonen van de actuele ruimtetemperatuur.Instellen van de luchtsnelheid (FAN)Druk op de FAN-toets.Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verschijnen de snelheden in de onderstaande volgorde:Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.17
Als de luchtsnelheid op AUTO staat:*Verwarmen (HEAT): De ventilator zal de warme lucht optimaal laten circuleren. De ventilator draait echter heel langzaamals de uitgeblazen lucht te koud is. Koelen (COOL):Zodra de ruimtetemperatuur in de automatische (AUTO) functie de ingestelde temperatuur bereiktheeft, schakelt de ventilator automatisch over op de lage snelheid. Circuleren (FAN):De ventilator draait op de laagste stand. Geluidsarme functieIn de geluidsarme functie wordt de luchthoeveelheid teruggebracht, waardoor er minder geluidwordt geproduceerd. • De geluidsarme functie kan niet worden gebruikt tijdens ontvochtigen (DRY). Dat geldt ook alsin de Automatische functie ontvochtigen actief is. • In de geluidsarme functie zullen de koel- en verwarmingsfuncties iets minder goed presteren. Als in de geluidsarme functie de ruimte niet koel c. q.
warm genoeg wordt, pas dan de lucht-snelheid aan. Stoppen van ingestelde functieDruk op de START/STOP-toets. Het rode OPERATION lampje gaat uit. Automatische omschakelfunctie (AUTO CHANGEOVER)• Als de automatische omschakelfunctie wordt geselecteerd, zal de ventilator ongeveer een minuut lang zeer langzaam draaien, terwijl de airconditioner de ruimteomstandigheden analiseert om de juiste functie te kiezen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan +2 °C bedraagt, wordt de koelfunctie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur tussen + / -2 °Cligt, wordt de monitor functie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan -2 °Cbedraagt, wordt de verwarmingsfunctie functie gekozen.
Als de ruimtetemperatuur aanzienlijk verandert, zal de airconditioner nogmaals de juiste functie kiezen (verwarmen, koelen), om de ruimtetemperatuur weer in overeenstemming met de ingestelde temperatuur te brengen. (Het bereik van de monitorfunctie is + / - 2 °C van de ingestelde temperatuur. ) • Als de automatisch gekozen functie niet optimaal naar uw zin werkt, selecteer dan een van de andere functies (verwarmen, koelen, ontvochtigen, ventileren. )*Verwarmen (HEAT)• Deze functie wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte. • Wanneer deze functie is geselecteerd zal de ventilator gedurende 3 - 5 minuten in laag toerental draaien. Daarna zal de ingestelde ventilatorstand functioneren. Deze tijd geeft de binnenunit de mogelijkheid om zich op te warmen. • Wanneer de ruimtetemperatuur erg laag is, zal zich ijs afzetten op de buitenunit. Hierdoor lopen de prestaties terug.
De unit zal van tijd tot tijd de DEFROST-functie opstarten. Gedurende deze defrost-periode zal het OPERATION-lampje (rood) knipperen en het verwarmen zal stoppen. 18.
Koelen (COOL)• Deze functie wordt gebruikt voor het koelen van de ruimte. Ontvochtigen (DRY)• Deze functie wordt gebruikt bij geleidelijke koeling en tegelijkertijd met het ontvochtigen van de ruimte. •De ruimte kan niet verwarmd worden tijdens het ontvochtigen. • Gedurende de ontvochtiging (DRY) functie werkt de ventilator van de airconditioner op lage snelheid om de gewenste ontvochtiging te bereiken. De ventilator stopt af en toe. De ventilator zal op lage snelheid gaan draaien als de luchtvochtigheid toeneemt. • De luchtsnelheid kan niet handmatig gewijzigd worden tijdens de ontvochtiging (DRY) functie. Circuleren (FAN)• Wordt gebruikt om lucht door de ruimte te laten circuleren. Tijdens verwarmenStel de thermostaat hoger in dan de ruimtetemeratuur. De functie verwarmen werkt niet als de temperatuur lager is ingesteld dan de ruimtetemperatuur.
Tijdens koelen/ontvochtigenStel de thermostaat lager in dan de ruimtetemperatuur. De functie koelen/ontvochtigen werkt nietals de thermostaat hoger ingesteld is dan de actuele ruimtetemperatuur (in de stand koelen werktalleen de ventilator). Tijdens circulerenDe koel- en verwarmingsfunctie werken niet tijdens het circuleren. 13. TimerfunctieZorg dat de afstandsbediening op de juiste tijd is ingesteld voor het gebruik van de timerfunctie. In- en uitschakelen van de timerfunctie1. Druk op de START/STOP-toets (als de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het rode lampje op de airconditioner gaat branden. 2. Druk op de TIMER MODE-toets om de OFF TIMER of de ON TIMER te selecteren. Iedere keer als de toets wordt ingedrukt, verandert de functie in de onderstaande volgorde:Het groene lampje op de airconditioner gaat branden. 3.
Gebruik de TIMER SET-toets voor het instellen van de OFF TIME of de ON TIME. Stel de tijd in als de display knippert (tijdsduur 5 seconden). + toets: Druk deze toets in om de tijd vooruit te zetten. - toets: Druk deze toets in om de tijd terug te zetten.
Programmeren van de timer1. Druk op de START/STOP-toets (als de airconditioner al in werking is, ga naar stap 2). Het rode lampje op de airconditioner gaat branden. 2. Schakel de gewenste tijden in voor ON TIMER en OFF TIMER. Zie stap 2 en 3 van in- en uitschakelen van de timerfunctie. Het groene lampje van de airconditioner zal gaan branden. 3. Druk op de TIMER-toets om de timerfunctie te programmeren (OFF timer 씮 ON timer of OFF timer 씯 ON timer verschijnt op de display). Op de display wordt afwisselend de inschakel-tijd en de uitschakeltijd weergegeven. Daarna zullen de eerder ingestelde functies weer zichtbaar worden. Afhankelijk van de eerst-volgende in- of uitschakeltijd zal de volgorde OFF timer 씮 ON timer of OFF timer 씯 ON timer bepaald worden. Na 5 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op de display.
Wijzigen van de TIMER-instellingVolg stap 2 en 3 van OFF TIMER (uitschakeltijd). Druk op de TIMER-toets om OFF timer 씮 ON timer of OFF timer 씯 ON timer te selecteren. Stoppen van de airconditioner als de timer in werking isDruk op de START/STOP-toets. Wijzigen functieAls u een functie wilt wijzigen (koelen, luchtcirculatie, thermostaatinstelling, luchtuitblaasrichting,super stil functie), nadat de timer is ingesteld, wacht u tot de door u eerder ingestelde functies weerop de display verschijnen. Bijzonderheden timerfunctie• Het is mogelijk in het programma de inschakeltijd en de uitschakeltijd eenmaal per etmaal (24 uur) in te stellen, dus OFF timer 씮 ON timer of OFF timer 씯 ON timer. • De eerste TIMER-tijd die u instelt kan het beste zo dicht mogelijk liggen bij de huidige tijd. De volgorde van werking staat aangegeven op de display met pijltjes.
• Een voorbeeld van het gebruik van het programmeren van de TIMER is: uitschakelen als u gaat slapen en inschakelen voordat u ontwaakt. Opheffen van de timerfunctieGebruik de TIMER-toets om TIMERRESET te selecteren. De timerfunctie komt hiermee te vervallen.
14. Slaapfunctie (SLEEP)In tegenstelling tot de andere timerfuncties, wordt de slaap-timer (SLEEP) functie gebruikt om de airconditioner na een bepaalde tijd (bijv. 2 uur) uit te schakelen.Gebruik van de slaapfunctieTijdens het wel of niet in werking zijn van de airconditioner drukt u op de SLEEP-toets. Het rodelampje (OPERATION) en het groene lampje (TIMER) op de airconditioner gaan branden.Wijzigen van de ingestelde tijdenDruk opnieuw op de SLEEP-toets en stel de tijd in met de TIMER SET-toetsen. Stel de tijd in als het pijltje op de display knippert (tijdsduur 5 seconden).+ toets: Druk deze toets in om de tijd vooruit te zetten.- toets: Druk deze toets in om de tijd terug te zetten.Na 3 seconden verschijnen de eerder ingestelde functies weer op display.Opheffen van de timerfunctieGebruik de TIMER-toets om RESET te selecteren.
15. Filterlampje uitschakelenSommige binnunits zijn voorzien van een filterlampje in het display, dat aangeeft wanneer het tijd isom het luchtfilter te reinigen.Uitschakelen van het filterlampjeDruk op de Filter reset toets. Het reset-lampje op de binnenunit gaat uit.16. Manual auto functieWanneer te gebruikenGebruik de manual auto toets als de afstandsbediening weg of onbruikbaar is (het bedieningspaneelzit onder het luchtinlaatrooster).Stoppen van de manual auto functieDruk opnieuw op de manual auto toets of zet de hoofdschakelaar (POWER) op uit (OFF).• Als de airconditioner bediend wordt met de MANUAL AUTO toets, dan is de werking volgens de ingestelde functies van de automatisch (AUTO) functie.• De circulatiesnelheid staat op automatisch (AUTO) en de temperatuurinstelling is standaard (24 °C).17.
Instellen luchtuitblaasrichtingGebruik de afstandsbediening voor het verstellen van de verticale uitblaasrichting. Met behulp van de AIR DIRECTION toetsen kan zowel een op- en neergaande als heen- en weergaande luchtstroom worden geregeld. Verticale verstelling luchtuitblaasrichtingDruk op de SET toets verticale verstelling.
Iedere keer als de toets wordt ingedrukt verandert de richting als volgt:Luchtrichting en functie:Stand 1, 2, 3 en 4 bij koelen en ontvochtigen.Stand 2, 3 en 4 bij verwarmen.De functieweergave op het display van de afstandsbediening zal niet veranderen.• Gebruik de aangegeven luchtuitblaasrichtingen die in de afbeelding zijn aangegeven.• De verticale luchtuitblaasrichting wordt automatisch ingesteld naar de functie koelen, ontvochtigen of circuleren.Tijdens koelen en ontvochtigen: horizontale richting 1, tijdens verwarmen: verticale richting 4.• De auto-functie kan tijdens de eerste minuut van de werking niet versteld worden. De stand in de eerste minuut is horizontaal 1.22
18. SwingfunctieVoordat de swingfunctie wordt geactiveerd moet de airconditioner worden ingeschakeld.Instellen van de swingfunctieDruk op de SWING-toets. Het SWING-lampje gaat branden. In deze functie bewegen de luchtuitblaas-lamellen automatisch om de luchtstroom op en neer te bewegen.Stoppen van de swingfunctieDruk nogmaals op de SWING-toets. Het SWING-lampje gaat uit. De luchtuitblaaslamellen komenterug in de stand die voor de swingfunctie stond ingesteld.Bijzonderheden verticale swingfunctieHet zwenkbereik hangt af van de ingestelde luchtstroomrichting.Functie Swing bereikKoelen, ontvochtigen, circuleren, verwarmen 1 - 4• De swingfunctie kan tijdelijk stoppen als de ventilator niet in werking is of als deze op zeer lage snelheid draait.19. Energiebesparende functieStart de airconditioner alvorens deze functie te selecteren.Inschakelen van de functieDruk op de ECONOMY-toets.
Het ECONOMY-indicatie-lampje (groen) gaat branden. De functie start.Uitschakelen van de functieDruk nogmaals op de ECONOMY-toets. Het ECONOMY-indicatielampje gaat uit en de functie stopt.Bijzonderheden van de Enegiebesparende functie• Bij maximaal vermogen is de Energiebesparende functie ongeveer 70% van het normale vermogen bij koelen en verwarmen.• Selecteer de normale functie als de ruimte in de Energiebesparende functie onvoldoende wordt gekoeld of verwarmd.• De Energiebesparende functie kan niet worden ingeschakeld tijdens de Monitor-periode van de Automatische functie (AUTO).• In de energiebesparende functie is de temperatuur tijdens de koelfunctie iets hoger dan de ingesteldewaarde. Tijdens de verwarmingsfunctie is de temperatuur iets lager. Op deze manier wordt energie bespaard t.o.v.
20. 10°C verwarming instellingDe ruimtetemperatuur kan op minimaal 10°C worden gehou-den door de 10°C verwarmingstoets in te drukken (fig. 6; 35),zodat de temperatuur niet te ver kan dalen.Gebruik van de 10°C instellingDruk op de 10°C toets. Het groene OPERATION-lampje gaat uit en het ECONOMY-lampje (groen) gaat branden.Stoppen van de 10°C instellingDru op de START/STOP-toets. De instelling wordt uitgeschakelden het ECONOMY-lampje gaat uit.Over de 10°C instelling• De verwarmingsfunctie werkt niet, als de ruimtetemperatuur hoog genoeg is.• Met de 10 °C functie wordt de temperatuur op minimaal 10 °C gehouden, waardoor de ruimte-temperatuur niet te ver daalt.• Als er bij multi-type airconditioners een unit in een andere ruimte wordt gebruikt om te verwarmen, zal de temperatuur in de ruimte waar de 10 °C functie actief is, oplopen.
Wij adviseren om bij gebruik van de 10 °C Verwarmingsfunctie alle units op deze functie te zetten.21. Re-setten filter indicator• Alleen te gebruiken bij correcte instelling tijdens de installatie. Raadpleeg uw installateur als u deze functie wilt gaan gebruiken.• Het indicatie-lampje gaat branden als de filters moeten worden vervangen. Reinig het filter volgens de reinigingsvoorschriften. Druk na het schoonmaken korter dan 2 seconden op de MANUAL AUTO-toets op de binnenunit.24Indicator Lamp:Lighting :OFF: Flashing: OFF
2522. Onderhoud en schoonmaak• Denk eraan de unit uit te schakelen, alvorens de unit te reinigen.• Schakel de hoofdschakelaar uit.• De ventilator in de unit draait met hoge snelheid en kan lichamelijk letsel veroorzaken.• Laat het inlaatrooster niet vallen!Schoonmaken van de binnenunit•Schakel de hoofdschakelaar uit!• Gebruik geen water warmer dan 40°C. De omkasting kan kromtrekken of verkleuren.• Gebruik geen chemische schoonmaakmiddelen of bijtende vloeistoffen (benzine, thinner) voorhet schoonmaken.• Gebruik in de nabije omgeving van de airconditioner geen ontvlambare sprays zoals haarlak en insecticiden. Reiniging van het luchtfilter• Druk de haken (2 stuks) van het inlaatrooster naar binnen om het te openen. • Verwijder het luchtfilter uit het inlaatrooster.• Gebruik een stofzuiger om stof en vuil van het filter te verwijderen.
U kunt het filter ook wassenmet een synthetisch wasmiddel. Na het wassen dient het filter grondig te worden gedroogd (niet in de zon!).Terugplaatsen van het filter in het inlaatrooster• Druk het luchtfilter in de houder.• Zorg ervoor dat het filter goed tegen de filterstopper aan zit.• Sluit het inlaatrooster en duw de beide haken naar buiten.• Als zich stof ophoopt in het luchtfilter neemt de luchtstroom af, waardoor het apparaat minder goed functioneert en meer geluid voortbrengt. Reinig de filters regelmatig.• Als u de airconditioner voor een maand of langere periode niet gebruikt, laat deze dan een halve dag draaien bij droog weer, om de interne delen goed te laten drogen voordat deze worden uit-geschakeld. Schakel uit veiligheidsoverwegingen de hoofdschakelaar uit.HakenHaken naar binnen drukkenfilterhakenInlaatroosterLuchtfilterLuchtfilter
2623. Selecteren van de signaalcode van de afstandsbedieningAls er twee of meer airconditioners in één ruimte zijn geplaatst en de afstandsbediening bestuurt eenandere unit dan u wenst, wijzig dan de signaalcode om alleen de unit te besturen die u wilt (er zijnvier keuzemogelijkheden).Volg de onderstaande procedure om de signaalcode van de afstandsbediening te selecteren. (Let op: de airconditioner kan geen signalen ontvangen als deze niet is ingesteld op een signaalcode.)1. Druk op de START/STOP-toets totdat alleen de klok zichtbaar is op de display van de afstandsbediening. 2. Druk gedurende minimaal 5 seconden op de MODE-toets om de huidige signaalcode zichtbaar te maken (Standaardinstelling is . 3. Druk op de + of - toetsen om de code te wijzigen in . Maak de code op de display gelijk aan de code van de airconditioner die u wilt bedienen.4.
Druk nogmaals op de MODE toets om terug te keren naar de klok-display. De signaalcode is nu gewijzigd.• Als er binnen 30 seconden nadat de signaalcode zichtbaar is geworden, geen toetsen worden ingedrukt, keert het systeem terug naar de oorspronkelijke klokinstelling. Begin in dat geval opnieuw bij stap 1.• De airconditioner is vòòr aflevering ingesteld op code A. Raadpleeg uw dealer op deze code te wijzigen.• Als de batterijen van de afstandsbediening worden vervangen, keert deze terug naar instelling A.Gebruikt u een andere code dan A, stel deze dan opnieuw in na het vervangen van de batterijen.Als u de signaalcode van de airconditioner niet weet, probeer dan de diverse codes ( ), totdat u de juiste code heeft gevonden.
27De apparatuur werkt niet onmiddellijkGeluidsoverlastGeurtjesMist of stoom komt vrijLuchtstroom is zwak of stopt• Als de airconditioner wordt stopgezet en daarna direct weer wordt opgestart dan zal de compressor de eerste 3 minuten niet werken om te voorkomen dat de zekeringen smelten. • Als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken en er daarna opnieuw wordt ingestoken, dan zal het beveiligingscircuit ervoor zorgen dat de apparatuur de eerste 3 minuten niet start. • Gedurende de werking en direct na het uitschakelen van de apparatuur kan het geluid van water dat door de leidingen stroomt te horen zijn. De eerste 2-3 minuten na inschakelen kunt u eventueel de koelvloeistof horen. • Gedurende de werking kan het zijn dat een krakend geluid te horen is. De omkasting reageert op temperatuurverschillen. • Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan er eenlicht lawaai hoorbaar zijn.
Dit wordt veroorzaaktdoor de ontdooistand (DEFROST). • Bepaalde geuren kunnen door de airconditioner in de ruimte worden geblazen. Dit gebeurt door-dat deze geuren (sigarettenrook etc. ) worden aan-gezogen door de airconditioner. • Gedurende het koelen en ontvochtigen kan het gebeuren dat stoom of mist vrijkomt van de airconditioner. Dit heeft als oorzaak het plotseling afkoelen van lucht door de apparatuur met als resultaat condensatie en mistvorming. • Gedurende de stand verwarmen (HEAT)* kan de ventilator van de buitenunit stoppen en kan er stoom ontstaan. Dit als gevolg van de ontdooistand (DEFROST). • De ventilator draait op lage snelheid tijdens ont-vochtiging en tijdens het meten van de ruimte-temperatuur. • In de AUTO stand draait de ventilator erg langzaam.
) onmiddellijk de airconditioner stop. Sluit de stroom afen raadpleeg de erkende installateur voor verdere actie. Als u de airconditioner uitschakelt, doe ditdan niet alleen op de airconditioner. De stroom staat dan nog op het toestel. Zet daarom de hoofd-schakelaar op OFF (uit). Voor u de erkende installateur inschakelt kunt u zelf de volgende problemen afhandelen:.
• De ruimtetemperatuur sensor is misschien defect.Raadpleeg uw dealer.• Zit de stekker in het stopcontact?• Is er een stroomonderbreking?• Is er een zekering gesmolten?• Staat de hoofdschakelaar op de uit (OFF) stand?• Is de timerfunctie actief?• Is het luchtfilter verontreinigd?• Is het luchtinlaatrooster of luchtuitlaatrooster verstopt?• Heeft u de instellingstemperatuur correct ingesteld?• Is er een deur of raam open?• Is er direct zonlicht aanwezig bij de functie koelen, sluit dan een gordijn.• Als de airconditioner is ingesteld op koelen, let dan op of er niet teveel mensen aanwezig zijn, dat er verwarmingsapparatuur in werking is of dat er teveel computers in de ruimte staan.Wanneer na controle van de genoemde problemen de airconditioner niet functioneert of het TIMER-lampje nog knippert, schakel dan de stroom uit (power schakelaar op OFF) en raadpleegde erkende installateur.
2925. Over de werking* (Geldt alleen voor warmtepompmodel)Verwarmen*• Deze airconditioner werkt volgens het warmtepomp-principe; hij absorbeert warmte van de buiten-unit en transporteert deze warmte naar de binnenunit. Dit betekent dat de verwarmingsprestaties teruglopen als de buitentemperatuur daalt. Dit houdt in, dat bijverwarming noodzakelijk kan zijn. • Warmtepomp airconditioners verwarmen de ruimte door middel van luchtcirculatie. Het kan enige tijd duren voordat de ruimte op temperatuur is. • Wanneer verwarmen wordt gebruikt bij lage buitentemperaturen en hoge vochtigheid kan de buiten-unit invriezen, waardoor de prestaties teruglopen. Om dit te voorkomen zal de microcomputer- processor de defrost operation inschakelen. De airconditioner zal nu tijdelijk stoppen om de defrost operation zijn werk te laten doen (7 - 15 min). Het OPERATION-lampje zal knipperen (rood).
• Als de airconditioner voor een langere periode gebruikt wordt in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid, dan kan zich condens vormen. Deze druppelt uit de airconditioner. • Als de apparatuur wordt gebruikt in een omgeving die een hogere temperatuur heeft dan in de condities staat vermeld, dan kan het zijn dat het automatische beveiligingssysteem de werking onderbreekt. Als de apparatuur wordt gebruikt bij lagere temperaturen dan aangegeven, dan kan het zijn dat de warmtewisselaar bevriest. Dit kan lekkage of ander ongemak veroorzaken. • Gebruik de airconditioner niet voor andere doeleinden dan koelen, verwarmen, ontvochtigen en circuleren. Wanneer binnen- en buitentemperatuur hoog zijn*• Wanneer de binnen- en buitentemperatuur hoog zijn tijdens de functie verwarmen (HEAT), kan hetzijn dat de ventilator van de buitenunit soms stopt.
• Circuleren: De ventilator draait op lage snelheid. Microcomputer gecontroleerd automatisch ontdooien*• Wanneer de buitentemperatuur laag is en het vochtigheidsgehalte hoog, zal er ijsvorming in de buitenunit optreden. Dit reduceert de verwarmingscapaciteit. Als dit gebeurt zal de computer auto-matisch de ontdooifunctie (DEFROST) starten. Gedurende de ontdooifunctie zal de ventilatorvan de binnenunit stoppen met draaien en DEFROST zal op de display van de afstandsbediening zichtbaar worden. Het kan tussen de 4 en 15 minuten duren voordat de ventilator opnieuw start. Lage buitentemperaturen*• Als de buitentemperatuur daalt, dan kan het voorkomen dat de ventilatoren van de buitenunit (condensingunit) langzamer gaan draaien of dat ze tijdelijk stoppen. Warme opstart*• De binnenunit voorkomt een koude luchtstroom tijdens het begin van de verwarmingsfunctie.
Automatische functieKoelmodellen• Als de ruimtetemperatuur 2° C hoger is dan de ingestelde temperatuur, schakelt de unit tussen koelen en ontvochtigen. WarmtepompmodellenAutomatische omschakelfunctie (AUTO CHANGEOVER)•Als de automatische omschakelfunctie wordt geselecteerd, zal de ventilator ongeveer een minuut lang zeer langzaam draaien, terwijl de airconditioner de ruimteomstandigheden analiseert om de juiste functie te kiezen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan +2 °C bedraagt, wordt de koelfunctie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur tussen + / -2 °Cligt, wordt de monitor functie gekozen. • Als het verschil tussen de ingestelde temperatuur en de huidige ruimtetemperatuur meer dan -2 °Cbedraagt, wordt de verwarmingsfunctie functie gekozen.
• Als de airconditioner de ruimtetemperatuur bijna op de ingestelde temperatuur heeft gebracht, zalhij gaan draaien in de monitorfunctie. In deze stand zal de ventilator zeer langzaam draaien. Als de ruimtetemperatuur aanzienlijk verandert, zal de airconditioner nogmaals de juiste functie kiezen (verwarmen, koelen), om de ruimtetemperatuur weer in overeenstemming met de ingestelde temperatuur te brengen. (Het werkgebied van de monitorfunctie is + / - 2 °C van de ingestelde temperatuur. ) • Als de automatisch gekozen functie niet optimaal naar uw zin werkt, selecteer dan een van de andere functies (verwarmen, koelen, ontvochtigen, ventileren. )Bijzonderheden van de functiesVerwarmen (HEAT)• Deze functie wordt gebruikt voor het verwarmen van de ruimte. • Wanneer deze functie is geselecteerd zal de ventilator gedurende 3 - 5 minuten in laag toerental draaien.
De unit zal van tijd tot tijd de ‘defrost’ opstarten. Gedurende deze defrost-periode zal het OPERATION-lampje (rood) knipperen en het verwarmen zal stoppen. Koelen (COOL)• Deze functie wordt gebruikt voor het koelen van de ruimte. Ontvochtigen (DRY)• Deze functie wordt gebruikt bij geleidelijke koeling en tegelijkertijd voor ontvochtiging van de ruimte. • De ruimte kan niet verwarmd worden tijdens het ontvochtigen. • Gedurende de ontvochtiging (DRY) werkt de ventilator van de airconditioner op lage snelheid om de gewenste luchtvochtigheid te bereiken. De ventilator stopt af en toe. De ventilator zal op lage snelheid gaan draaien als de luchtvochtigheid toeneemt. • De luchtsnelheid kan niet handmatig gewijzigd worden tijdens de ontvochtiging (DRY). Circuleren (FAN)• Wordt gebruikt om de lucht in de ruimte te laten circuleren. 30.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fuji Electric AUYG18LVL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Fuji Electric
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco