Ford Mondeo - feb 2011 - okt 2011 Handleiding

Ford Personenwagen Mondeo - feb 2011 - okt 2011

Bekijk gratis de handleiding van Ford Mondeo - feb 2011 - okt 2011 (324 pagina’s), behorend tot de categorie Personenwagen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 71 mensen. Heb je een vraag over Ford Mondeo - feb 2011 - okt 2011 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/324
Feel the difference
FordMondeo
Instructieboekje

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Ford
Categorie: Personenwagen
Model: Mondeo - feb 2011 - okt 2011

Handleiding Ford Mondeo - feb 2011 - okt 2011 – volledige tekst

De informatie in deze publicatie was correct ten tijde van het ter perse gaan. In het belang van detechnische ontwikkeling behouden wij ons het recht voor, specificaties, ontwerpen of onderdelenzonder voorafgaande kennisgeving of verplichtingen te wijzigen. Deze publicatie, of een deel daarvan,mag niet worden gereproduceerd of vertaald zonder onze toestemming. Fouten of omissies uitgesloten.© Ford Motor Company 2010Alle rechten voorbehouden.Onderdeelnummer: (CG3536nl) 11/2010 20101209094629E108837

Waarschuwing rijden buiten baangebruiken. 189TransportAlgemene informatie. 191Bagageverankeringspunten. 191Schuifbare laadvloer. 192Opbergruimte onder vloer achterin. 194Bagageafdekkingen. 194Bagagenetten. 195Dakrekken en bagagedragers. 196Hondenrek. 196Bevestigingspunten voor lading. 198Aanhangers trekkenTrekken van een aanhanger. 200Afneembare trekhaakkogel. 200Tips voor het rijdenInrijden. 204Algemene punten bij het rijden - Auto'smet Sportophanging. 204Voorzorgsmaatregelen voor koudeweersomstandigheden. 204Door water rijden. 204NooduitrustingEerstehulpset. 205Gevarendriehoek. 205ZekeringenPlaatsen zekeringenhouders. 206Een zekering vervangen. 207Specificatie-overzicht zekeringen. 208Bergen van de autoSleeppunten. 219Auto op vier wielen slepen. 219OnderhoudAlgemene informatie. 221De motorkap openen en sluiten. 222Overzicht motorruimte - 1,6 lDuratec-16V Ti-VCT (Sigma).

OVER DEZE HANDLEIDINGHartelijk dank voor het kiezen van eenFord. Wij raden u aan de tijd te nemen omuw auto goed te leren kennen door ditinstructieboekje zorgvuldig te lezen. Hoemeer u van uw auto afweet, des te beterkunt u ermee omgaan en dat komt deveiligheid en het rijplezier ten goede. WAARSCHUWINGRijd altijd voorzichtig en oplettend bijgebruik en bediening van deregelingen en functies van uw auto. N. B. :In deze handleiding worden deproducteigenschappen en beschikbareopties van de gehele serie beschreven(soms zelfs wanneer deze nog nietalgemeen verkrijgbaar zijn). Soms wordenopties beschreven waarmee uw auto nietis uitgerust. N. B. :Sommige afbeeldingen in dezehandleiding kunnen voor verschillendemodellen worden gebruikt, maar kunnener anders uitzien in vergelijking tot uwauto. De essentiële informatie in deafbeeldingen is echter altijd correct. N. B.

:Gebruik uw auto altijd volgens degeldende regels en wetgeving. N. B. :Overhandig bij verkoop van uw autodit instructieboekje aan de nieuweeigenaar. Het instructieboekje is eenonderdeel van de auto. Deze auto is goedgekeurd door deinternationaal erkende testorganisatie TÜVop basis van de allergievriendelijkeeigenschappen. Alle materialen die bij de fabricage van hetinterieur van deze auto zijn gebruikt,voldoen aan de strikte eisen van de TÜVTOXPROOF Criteria Catalogus voor AutoInterieurs van TÜV Produkt und UmweltGmbH en zijn erop gericht het risico vanallergische reacties tot een minimum tebeperken. Bovendien beschermt een extrapollenfilter de passagiers tegen allergieopwekkende deeltjes in de buitenlucht. Neem voor meer infomatie contact opmet TÜV via www. tuv. com.

Wanneer u deze symbolen ziet, lees daneerst de betreffende instructies in ditinstructieboekje en volg deze op voordatu iets aanraakt of probeert af te stellen.ONDERDELEN ENACCESSOIRESNu kunt u er zeker van zijn datuw Ford onderdelen Fordonderdelen zijn.U Ford is volgens de hoogste normengebouwd met gebruik van Originele Fordonderdelen van hoge kwaliteit. Met alsresultaat dat u er vele jaren met plezier inkunt rijden.Mocht het onverwachte plaatsvinden eneen belangrijk onderdeel moet wordenvervangen, dan raden wij u aan met nietsminder dan Originele Ford Onderdelengenoegen te nemen.Het gebruik van Originele FordOnderdelen verzekert dat uw auto in deoorspronkelijke staat wordt teruggebrachten zijn maximale restwaarde behoudt.Originele Ford Onderdelen voldoen aande strenge veiligheidseisen en hoge eisenten aanzien van pasvorm, afwerking enbetrouwbaarheid.

Eenvoudig gezegd: zijstaan in voor de laagst mogelijkereparatiekosten, inclusief onderdelen enarbeidsloon.Het is nu eenvoudiger te bewijzen datwerkelijk Originele Ford Onderdelen zijngebruikt. Het Ford logo is duidelijk op devolgende onderdelen zichtbaar wanneerOriginele Ford Onderdelen zijn gebruikt.Wanneer uw auto moet wordengerepareerd, kijk dan of het duidelijkzichtbare Ford beeldmerk te zien is encontroleer of uitsluitend Originele FordOnderdelen zijn gebruikt.Kijk voor het Ford logo op devolgende onderdelenPlaatwerk•Motorkap•Portieren•Achterklep•SpatschermE131722Bumper en radiateurgrille•Radiateurgrille•Voor- en achterbumper8Inleiding

Schakelaar stabiliteitsregeling (ESP). Zie Gebruik maken vanstabiliteitsregeling (bladzijde 164). Start/stop-schakelaar. Zie Start/stopknop gebruiken (bladzijde 149).JSchakelaar parkeerhulp. Zie Gebruik maken van de parkeerhulp(bladzijde 170).KSchakelaar waarschuwingsknipperlichten. ZieWaarschuwingsknipperlichten (bladzijde 64).LControlelampje airbag aan passagierszijde uitgeschakeld. ZiePassagiersairbag uitschakelen (bladzijde 34).MSchakelaars voor- en achterruitverwarming. Zie Verwarmde ruiten enspiegels (bladzijde 120).NBedieningselementen klimaatregeling. Zie Handmatige klimaatregeling(bladzijde 115). Zie Automatische klimaatregeling (bladzijde 117).OAansteker. Zie Aansteker (bladzijde 136).PContactslot. Zie Contactslot (bladzijde 142).QSchakelaars cruise control en snelheidsbegrenzer. Zie Gebruik makenvan snelheidsregeling (cruise control) (bladzijde 175).

Schakelaarsadaptieve snelheidsregeling. Zie Gebruik maken van ACC (bladzijde 178).Schakelaars snelheidsbegrenzer. Zie Snelheidsbegrenzer gebruiken(bladzijde 184).RVerstelhendel stuurkolom. Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 51).SClaxon.TSchakelaars cruise control en snelheidsbegrenzer. Zie Gebruik makenvan snelheidsregeling (cruise control) (bladzijde 175). Schakelaarsadaptieve snelheidsregeling. Zie Gebruik maken van ACC (bladzijde 178).Schakelaars snelheidsbegrenzer. Zie Snelheidsbegrenzer gebruiken(bladzijde 184).UKnieairbag voor bestuurder. Zie Werking (bladzijde 30).V13Kort overzicht

Elektrische kinderveilig-heidsslotenE124779Zie Kindersloten (bladzijde 28).Keyless entry (sleutellozetoegang)E78276Voor het passief vergrendelen enontgrendelen is een geldige passive keynodig die zich in de omgeving van eenvan de drie externe detectiezonesbevindt.Auto ontgrendelenE78278Trek een portierkruk uit om alle portierenen de achterklep te ontgrendelen en hetalarmsysteem uit te schakelen.Auto vergrendelenE87384E8743514Kort overzicht

Zie Sleutelloze toegang (bladzijde42).Stuurwiel verstellenWAARSCHUWINGVerstel nooit het stuurwiel als deauto in beweging is.122E951783E95179Zie Stuurwiel afstellen (bladzijde 51).Automatisch wissenE70315BACHoge gevoeligheidAAanBLage gevoeligheidCStel de gevoeligheid van de regensensormet de draaiknop in.Zie Automatisch in- enuitschakelende ruitenwissers(bladzijde 53).RuitenwisserbladenvervangenLET OPU kunt de onderhoudsstand in dewinter gebruiken om deruitenwisserbladen eenvoudiger tekunnen bereiken om deze vrij te makenvan sneeuw en ijs. De voorruitwisserskeren in hun normale stand terug zodrau het contact inschakelt, u moet er dusvoor zorgen dat de buitenzijde van devoorruit geheel vrij is van sneeuw en ijsvoordat u het contact inschakelt.15Kort overzicht

E85833AE75188Zet het contact af en zet binnen drieseconden de ruitenwisserhendel in destand A. Laat de hendel los wanneer deruitenwissers in de onderhoudsstandstaan.Zie Ruitenwisserbladenvervangen(bladzijde 55).Automatisch in-/uitschakeldeverlichtingE70719Afhankelijk van het omgevingslicht gaande koplampen automatisch aan en uit.Zie Verlichtingsbediening (bladzijde58).AutomatischegrootlichtregelingWAARSCHUWINGHet systeem is niet bedoeld om debestuurder te ontheffen van zijnplicht om tijdens het rijdenvoorzichtig en oplettend te zijn. Eenhandmatige deactivering kan nodig zijnindien het systeem het grootlicht niet in-of uitschakelt.Het systeem schakelt automatischgrootlicht in indien het voldoende donkeris en er geen ander verkeer is.

Indien hetsystem de koplampen of achterlichtenvan een naderend voertuig waarneemt,of de straatverlichting vóór de auto,schakelt het systeem het grootlicht uitvoordat het andere weggebruikers kanverblinden. Dimlicht blijft ingeschakeld.Zie Automatischegrootlichtregeling (bladzijde 59).16Kort overzicht

Elektrisch bedienbare ruitenN.B.:Open de tegenovergestelde ruitenigszins om windgeluiden of schuddendoor windstoten te voorkomen wanneeréén ruit open staat.Zie Elektrisch bedienbare ruiten(bladzijde 76).Elektrisch inklapbarebuitenspiegelsE72623Zie Elektrisch verstelbarebuitenspiegels (bladzijde 78).Buitenspiegels naar benedenkantelen bij achteruitrijdenAfhankelijk van de ingesteldespiegelstand, zal de betreffendebuitenspiegel kantelen wanneer u deachteruit inschakelt, zodat u detrottoirband kunt zien.Wanneer u deze voorziening voor deeerste keer gebuikt, kantelen de spiegelsin een standaard ingestelde stand.

U kuntde hoek waarmeer de spiegels kanteleninstellen.Zie Elektrisch verstelbarebuitenspiegels (bladzijde 78).Informatiesysteem dode hoek(BLIS)WAARSCHUWINGGebruik het systeem niet als eenvervanging voor de buiten- enbinnenspiegels en het over deschouder kijken bij het veranderen vanrijstrook. Het systeem is geen vervangingvoor voorzichtig rijden en mag alleenworden gebruikt als hulpmiddel.Het systeem is voorzien van een geelcontrolelampje in de buitenspiegels.E124736Zie Monitor dode hoek (bladzijde 80).17Kort overzicht

Automatische klimaatregelingE91391Zie Automatische klimaatregeling(bladzijde 117).Stationair toerental na hetstartenNa het starten van een koude motor ishet stationaire toerental hoger dannormaal.Zie De motor starten (bladzijde 142).Keyless startenE85766Druk de startknop in.Motor uitschakelen bij rijdendeautoWAARSCHUWINGHet uitschakelen van de motorterwijl de auto nog rijdt, resulteert inhet verlies van de rem- enstuurbekrachtiging. De stuurinrichtingwordt niet geblokkeerd, maar er is meerstuurkracht vereist.

Wanneer het contactwordt uitgeschakeld, kunnen ooksommige elektrische circuits,waarschuwings- en controlelampjesuitgeschakeld worden.Houd de startknop twee secondeningedrukt of druk er driemaal binnen drieseconden op.Zie Sleutelloos starten (bladzijde 142).Dieselroetfilter (DPF)WAARSCHUWINGLaat de motor niet stationair draaienof parkeer de auto niet op drogebladeren, droog gras of anderbrandbaar materiaal. HetDPF-regeneratieproces werkt metbijzonder hoge uitlaatgastemperaturenen na het uitschakelen van de motor entijdens en na DPF-regeneratie blijft deuitlaat een aanzienlijke hoeveelheid hitteuitstralen. Hierdoor ontstaat het gevaarvan brand.Zie Dieselroetfilter (DPF) (bladzijde147).19Kort overzicht

Klep van brandstofvulopeningE86613Druk op de klep om deze te openen.Open de klep volledig tot hij vergrendelt.E119080Breng het vulpistool tot en met de eerstenok op het vulpistool in. Laat het rustenop de afdekking van de vulbuis.WAARSCHUWINGWij raden aan minimaal 10 secondente wachten alvorens het vulpistooluit de vulbuis te halen, zodat alleachtergebleven brandstof in debrandstoftank kan stromen.E119081Til het vulpistool licht op om het teverwijderen.Zie Tankklep (bladzijde 153).HandgeschakeldeversnellingsbakAchteruitversnelling inschakelenE99067Bij sommige auto's moet de kraagomhoog worden gebracht tijdensinschakelen van de achteruit.Zie Handgeschakeldeversnellingsbak (bladzijde 160).Automatische transmissieN.B.:Trap het rempedaal niet in wanneerde sleutel uit het contactslot wordtverwijderd.20Kort overzicht

KeuzehandelstandenWAARSCHUWINGDruk het rempedaal in voordat u dekeuzehendel verplaatst en houd hetpedaal ingedrukt totdat u gereedbent om weg te rijden.E80836SParkerenPAchteruitRNeutraalNRijdenDHandmatig schakelen ensportmodusSZie Automatische transmissie(bladzijde 160).AchteruitkijkcameraWAARSCHUWINGDe camera is niet bedoeld om debestuurder te ontheffen van zijnplicht om tijdens het rijdenvoorzichtig en oplettend te zijn.De camera is een visueel hulpmiddel bijachteruitrijden.E99105Zie Achteruitkijkcamera (bladzijde172).SnelheidsbegrenzerM.b.v.

dit systeem kunt u een snelheidinstellen waarop de auto vervolgenswordt begrensd.Zie Snelheidsbegrenzer (bladzijde184).Driver alertWAARSCHUWINGHet systeem is niet bedoeld om debestuurder te ontheffen van zijnplicht om tijdens het rijdenvoorzichtig en oplettend te zijn.Het systeem berekent eenalertheidsscore die kan wordenweergegeven in het informatiedisplay.Indien het systeem ontdekt dat u slaperigwordt of dat uw rijstijl verslechtert, geefthet systeem waarschuwingen.Zie Bestuurderswaarschuwing(bladzijde 186).21Kort overzicht

Waarschuwing voor verlatenrijstrook (lane departure)WAARSCHUWINGHet systeem is niet bedoeld om debestuurder te ontheffen van zijnplicht om tijdens het rijdenvoorzichtig en oplettend te zijn.Activeer het systeem m.b.v. deschakelaars op derichtingaanwijzerhendel.E131360ABSysteem aanASysteem uitBZie Waarschuwing rijden buitenbaan (bladzijde 188).De auto op vier wielen slepenLET OPVoor bepaalde motor- entransmissiecombinaties wordtaangeraden de auto niet te slepenmet de aandrijfwielen op de grond.Zie Auto op vier wielen slepen(bladzijde 219).22Kort overzicht

KINDERZITJESE133140E68916WAARSCHUWINGENPlaats kinderen kleiner dan 150centimeter in een geschikt, wettelijkgoedgekeurd kinderveiligheidszitjeop de achterbank.Bijzonder gevaarlijk! Plaats geenkinderveiligheidszitje achterwaartsop een stoel waarvóór zich eenairbag bevindt!Lees de instructies van de fabrikanten volg deze op wanneer u eenkinderzitje aanbrengt.Verander op geen enkele wijze hetkinderzitje.Neem tijdens het rijden geenkinderen op schoot.WAARSCHUWINGENLaat kinderen niet zonder toezichtin uw auto achter.Wanneer uw auto bij een aanrijdingbetrokken is geweest, laat dan hetkinderzitje door een hiertoeopgeleide monteur controleren.N.B.:De wettelijke voorschriften t.a.v. hetgebruik van kinderzitjes zijn per landverschillend.Alleen kinderzitjes die volgensECE-R44.03 (of later) gecertificeerd zijn,zijn getest en goedgekeurd voor gebruikin uw auto.

Een aantal zijn leverbaar viauw dealer.Kinderzitjes voor verschillendegewichtsgroepenGebruik het correcte kinderzitje als volgt:BabyzitjeE68918Plaats kinderen met een lichaamsgewichtvan minder dan 13 kilogram in eenachterwaarts gericht babyzitje (groep 0+)op de achterbank.23Veiligheidsuitrusting voor kinderen

KinderveiligheidszitjeE68920Plaats kinderen met een lichaamsgewichtvan 13 tot 18 kilogram in eenkinderveiligheidszitje (groep 1) op deachterbank.ZITVERHOGERSWAARSCHUWINGENBevestig een kinderzitje of eenzitverhoger nooit alleen met deheupgordel.Bevestig een kinderzitje of eenzitverhoger niet met eenveiligheidsgordel die niet gespannenis of gedraaid zit.Leg de schoudergordel niet onderde arm of achter de rug van het kindlangs.Gebruik geen kussens, boeken ofhanddoeken om het kind hoger telaten zitten.Zorg ervoor dat uw kinderenrechtop zitten.WAARSCHUWINGENLaat kinderen met eenlichaamsgewicht van meer dan 15kilogram maar met een lengte vanminder dan 150 centimeter in eenkinderzitje of op een zitverhogerplaatsnemen.LET OPWanneer u een kinderzitje op eenachterbank gebruikt, zorg dan dathet kinderzitje stevig tegen de stoelrust. De hoofdsteun moet wellicht wordenopgetild of verwijderd.

ZieHoofdsteunen (bladzijde 132).Kinderzitje (groep 2)E70710Wij raden het gebruik van een kinderzitjeaan, dat uit een zitverhoger met eenrugleuning bestaat in plaats van alleen eenzitverhoger. De hogere zitpositie zorgtervoor dat de standaard veiligheidsgordelcorrect over het midden van de schoudervan het kind en de heupgordel over deheupen komt te liggen.24Veiligheidsuitrusting voor kinderen

Zitverhoger (groep 3)E68924PLAATSING VANKINDERZITJESWAARSCHUWINGENNeem contact op met uw dealervoor de laatste informatiebetreffende door Ford aanbevolenkinderzitjes.WAARSCHUWINGENOorspronkelijke tekst volgens ECER94.01: Extreme Hazard! Do not usea rearward facing child restraint ona seat protected by an air bag in front ofit!Wanneer u een kinderzitje op detweede zitrij met een steun gebruiktzitrij, let er dan op dat de steunstevig op de vloer steunt.Wanneer een voorwaarts gerichtkinderzitje op een zitplaats op detweede zitrij wordt geplaatst,verwijder dan de hoofdsteun van diezitplaats. Zie Hoofdsteunen (bladzijde132).Wanneer een kinderzitje met eengordel wordt gebruikt, dan mag degordel niet slap hangt of is gedraaid.N.B.:Bij gebruik van een kinderzitje opde voorstoel, dient u de voorstepassagiersstoel altijd zo ver mogelijk naarachteren te verschuiven.

UGeschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichtsgroep.U¹ Geschikt voor universele kinderzitjes die zijn goedgekeurd voor deze gewichtsgroep.Wij raden u echter aan een door de overheid goedgekeurd kinderzitje te gebruiken datop de achterbank is geplaatst.UF¹ Geschikt voor universele, voorwaarts gekeerde kinderzitjes, die zijn goedgekeurdvoor gebruik in deze gewichtsgroep.

Wij raden u echter aan een door de overheidgoedgekeurd kinderzitje te gebruiken dat op de achterbank is geplaatst.ISOFIX-kinderzitjesGewichtsgroepenZitplaatsen10+Naar voren gerichtNaar achterengericht9 - 18 kgTot 13 kgNiet uitgerust met ISOFIXMaatklasseVoorstoelStoeltypeA, B, B1, C, D*C, D, E*MaatklasseAchterste zitplaats opzij,ISOFIXIL, IUF***IL**StoeltypeNiet uitgerust met ISOFIXMaatklasseMiddelste achterstoelStoeltypeIL Geschikt voor bepaalde ISOFIX kinderzitjes van de categorie semi-universeel.Raadpleeg de voertuigaanbevelingslijst van de fabrikant van de kinderzitjes.IUF Geschikt voor ISOFIX naar voren gerichte kinderzitjes van de categorie universeelgoedgekeurd voor gebruik in deze gewichtsgroep en ISOFIX maatklasse.*De ISOFIX maatklasse voor universele en semi-universele kinderzitjes isgedefinieerd door de hoofdletters At/m G.

Wij raden het gebruik vaneen veiligheidsgordel aan de bovenzijdeof een steun aan.Uw auto is uitgerust met ISOFIXverankeringspunten die geschikt zijn voorhet gebruik van goedgekeurde ISOFIXkinderzitjes.Het ISOFIX systeem bestaat uit tweestevige bevestigingsarmen aan hetkinderzitje, die op de verankeringspuntenop de buitenste zitplaatsen van detweede zitrij tussen de rugleuning en dezitting worden bevestigd.Verankeringspunten voor deveiligheidsgordels aan de bovenzijdezitten achter de zitplaatsen links- enrechtsachter.Verankeringspunten bovenstegordelE87146E93616E93514Kinderzitje met eenveiligheidsriem aan debovenzijde bevestigenWAARSCHUWINGBevestig de veiligheidsgordel aande bovenzijde aan geen ander puntdan aan het verankeringspunt dathiervoor is bestemd.N.B.:Verwijder zo nodig hetbagageafdekpaneel om de montage tevergemakkelijken.

N.B.:Let er bij 4-deurs uitvoeringen opdat het mechanisme van deveiligheidsriem aan de bovenzijdebereikbaar blijft wanneer de rugleuning isvergrendeld.E875911. Plaats het kinderzitje op de zitting vande zitplaats achterin en klap debetreffende rugleuning naar voren.Zie Achterbank (bladzijde 132).2. Verwijder de hoofdsteun. ZieHoofdsteunen (bladzijde 132).WAARSCHUWINGZorg ervoor dat de veiligheidsriemaan de bovenzijde niet doorhangtof gedraaid is en goed op hetverankeringspunt is bevestigd.3. Geleid de gordel naar hetverankeringspunt.WAARSCHUWINGControleer of de rugleuning van dezitplaats achterin stevig vastzit engoed is vergrendeld.4. Druk de rugleuning weer in verticalestand.E871455. Druk het kinderzitje stevig naarachteren zodat de onderste ISOFIXverankeringspunten goed aangrijpen.6.

WERKINGAirbagsWAARSCHUWINGENWijzig de voorzijde van de wagenop geen enkele wijze. Dit zounadelige gevolgen voor hetontvouwen van de airbags kunnenhebben.Oorspronkelijke tekst volgens ECER94.01: Extreme Hazard! Do not usea rearward facing child restraint ona seat protected by an airbag in front ofit!Draag een veiligheidsgordel en houdvoldoende afstand tussen uzelf enhet stuurwiel. Alleen wanneer deveiligheidsgordel correct wordt gedragen,kan deze u in een zodanige positiehouden dat de airbag optimaal zijn werkkan doen. Zie De juiste zitpositieinnemen (bladzijde 129).Laat reparaties aan het stuurwiel,de stuurkolom, stoelen, airbags enveiligheidsgordel uitvoeren door eengoed opgeleide monteur.Houd de gebieden voor de airbagsvrij. Breng niets aan op of over depanelen van de airbags.Steek geen scherpe voorwerpen ingebieden waar airbags zijngemonteerd.

Dit zou nadeligegevolgen voor het ontvouwen van deairbags kunnen hebben en de airbagskunnen beschadigen.Gebruik stoelhoezen die zijnontworpen voor stoelen metzij-airbags. Laat deze aanbrengendoor een goed opgeleide monteur.N.B.:Het opblazen van een airbag gaatgepaard met een luide knal en u ziet eenonschadelijke, poederachtige stofwolk.Dit is normaal.N.B.:Reinig de panelen van de airbagsmet een vochtige doek.Airbags voor de bestuurder enpassagier, voorinE74302De frontairbags treden in werking bijzware frontale aanrijdingen of bijaanrijdingen binnen een hoek vanmaximaal 30 graden van links of vanrechts. De airbags worden in enkelemilliseconden opgeblazen en stromenweer leeg zodra zij in contact komen metde lichamen van de inzittenden, waardoorde voorwaartse beweging wordtopgevangen.

Bij lichte aanrijdingen, hetover de kop slaan van de auto of bijaanrijdingen van opzij of van achterenworden de frontairbags niet geactiveerd.Knieairbag voor de bestuurderLET OPProbeer het paneel van de knieairbagvoor de bestuurder niet te openen.30Bescherming van inzittenden

De airbag wordt in enkelemilliseconden opgeblazen en stroomtweer leeg zodra hij in contact komt methet lichaam van de inzittende, waardoorhij een kussen vormt tussen de knieënvan de bestuurder en de stuurkolom.Tijdens het over de kop slaan van de auto,aanrijdingen van achteren en opzij wordtde knieairbag niet geactiveerd.Positie van onderdeel: Zie Kortoverzicht (bladzijde 11).N.B.:De knieairbag heeft een lagereactiveringsdrempel dan de frontairbags.Tijdens een lichte aanrijding is het mogelijkdat alleen de knieairbag wordtgeactiveerd.ZijairbagsE72658De zijairbags bevinden zich in de zijkantvan de rugleuningen van de voorstoelen.Een label op de rugleuning geeft aan datuw auto is uitgerust met zijairbags.De zijairbags worden geactiveerd bijzware zijdelingse aanrijdingen.

De airbagsworden in enkele millisecondenopgeblazen en stromen weer leeg zodrazij in contact komen met de lichamen vande inzittenden, waardoor zij beschermingbieden aan de omgeving van borst enschouder. Bij lichte aanrijdingen van opzij,het over de kop slaan van de auto,aanrijdingen van voren of van achterenworden de zijairbags niet geactiveerd.Side curtainsE75004Achter de bekledingspanelen boven devoorste en achterste zijruiten zijn sidecurtains aangebracht. Opschriften in reliëfop de B-stijlen geven aan dat de wagenis uitgerust met side curtains.De side curtains worden geactiveerd bijzware zijdelingse aanrijdingen. De airbagwordt in enkele milliseconden opgeblazenen stroomt weer leeg zodra hij in contactkomt met het lichaam van de inzittende,waardoor hij bescherming biedt aan hethoofd.

VeiligheidsgordelsWAARSCHUWINGENDraag een veiligheidsgordel en houdvoldoende afstand tussen uzelf enhet stuurwiel. Alleen wanneer u deveiligheidsgordel op de juiste wijze draagt,kan deze u op uw plaats houden,waardoor de airbag zijn maximalebescherming kan bieden. Zie De juistezitpositie innemen (bladzijde 129).Gebruik een veiligheidsgordel nooitvoor meer dan een persoon.Gebruik voor iedere stoel het juistegordelslot.Zorg ervoor dat de veiligheidsgordelniet slap of gedraaid zit.Draag geen dikke kleding. Deveiligheidsgordels bieden optimalebescherming wanneer zenauwsluitend worden gedragen.Leg de schoudergordel over hetmidden van de schouder en leg deheupgordel strak over uw heupen.De oprolmechanismen van deveiligheidsgordels voor de bestuurder ende passagier voorin zijn voorzien van eengordelspanner. De gordelspannershebben een lagere activeringsdrempeldan de airbags.

Bij lichte aanrijdingen ishet mogelijk dat alleen de gordelspannersworden geactiveerd.Status na aanrijdingWAARSCHUWINGVeiligheidsgordels die zijn belast tengevolge van een aanrijding moetenworden vervangen en deverankeringen worden gecontroleerd.Deze werkzaamheden moeten door eencorrect hiertoe opgeleide monteurworden uitgevoerd.VEILIGHEIDSGORDELSVASTMAKENWAARSCHUWINGSteek de slottong in het gordelslottot een zachte klik hoorbaar is.Wanneer de veiligheidsgordel nietcorrect is bevestigd, hoort u geen klik.E74124E85817Trek de veiligheidsgordel gelijkmatig uit.De veiligheidsgordel kan blokkerenwanneer deze te snel wordt uitgetrokkenof wanneer de wagen op een hellingstaat.32Bescherming van inzittenden

Druk op de rode knop om deveiligheidsgordel te ontgrendelen. Laathem volledig en geheel oprollen.HOOGTE VANVEILIGHEIDSGORDELSAFSTELLENE87511N.B.:Door het stelmechanisme iets in tedrukken terwijl u de knop indrukt komt hetverstelmechanisme makkelijker los.Druk voor het hoger of lager stellen devergrendelknop op hetverstelmechanisme in en beweeg dezezonodig.WAARSCHUWINGSSIGNAALVEILIGHEIDSGORDELWAARSCHUWINGHet veiligheidssysteem voorinzittenden biedt alleen optimaleveiligheid wanneer u deveiligheidsgordel correct gebruikt.De lamp van hetherinneringssysteem gaatbranden en er klinkt eenakoestisch signaal wanneer deveiligheidsgordel van de voorstoel aanbestuurders- of passagierszijde niet isomgedaan en de auto sneller rijdt dan eenrelatief lage snelheid.

De lamp gaat tevensbranden wanneer de veiligheidsgordelvan de voorstoel aan bestuurders- ofpassagierszijde niet is omgedaan als metde auto wordt gereden. Het akoestischesignaal en de waarschuwingslampworden na zeven minuten uitgeschakeld.HerinneringssysteemuitschakelenNeem contact op met uw Ford dealer.GEBRUIK VANVEILIGHEIDSGORDELSTIJDENS ZWANGERSCHAPE68587WAARSCHUWINGBreng de veiligheidsgordel voor uweigen veiligheid, maar ook voor datvan uw ongeboren kind op correctewijze aan. Draag niet alleen de heupgordelof de schoudergordel.33Bescherming van inzittenden

De heupgordel moet comfortabel overde heupen liggen aan de onderzijde vanuw zwangere buik. Leg deschoudergordel tussen uw borsten,boven en aan de zijkant van uw zwangerebuik.PASSAGIERSAIRBAGUITSCHAKELENWAARSCHUWINGZorg ervoor dat de airbag aanpassagierszijde is uitgeschakeldwanneer u een kinderzitjeachterwaarts op de passagiersstoelvoorin plaatst.E71313Schakelaar voor airbag aanpassagierszijde monterenWAARSCHUWINGWanneer u een kinderzitje op eenstoel moet plaatsen, waarvoor zicheen operationele airbag bevindt, laatdan een schakelaar monteren waarmeede airbag aan passagierszijde kan wordenuitgeschakeld. Raadpleeg uw dealer voormeer informatie.N.B.:De sleutelschakelaar wordt in hethandschoenenkastje gemonteerd en ophet instrumentenpaneel wordt eencontrolelamp aangebracht.Wanneer de controlelamp van de airbagtijdens het rijden gaat branden ofknipperen, duidt dit op een storing.

ALGEMENE INFORMATIEOVER RADIOFREQUENTIESLET OPDe radiofrequentie van deafstandsbediening kan ook wordengebruikt door andere zenders meteen klein bereik (bijvoorbeeldzendamateurs, medische apparatuur,draadloze hoofdtelefoons,afstandsbedieningen en alarmsystemen). Wanneer de frequenties wordengestoord, kunt u geen gebruik meermaken van uw afstandsbediening. Deportieren kunt u met de sleutelvergrendelen en ontgrendelen. Controleer of uw auto vergrendeld isvoordat u deze onbeheerdachterlaat. Hierdoor wordeneventuele frequentieblokkeringenvoorkomen. N. B. :U kunt de portieren ontgrendelenwanneer u de toetsen op deafstandsbediening per ongeluk indrukt. Het bereik tussen uw afstandsbedieningen uw auto is afhankelijk van deomgeving. PROGRAMMEREN VAN DEAFSTANDSBEDIENINGU kunt maximaal achtafstandsbedieningen voor uw autoprogrammeren (inclusief die met uw autowerd meegeleverd).

Een nieuwe afstandsbedieningprogrammeren1. Steek de sleutel in het contactslot. 2. Draai de sleutel van stand 0naar II envervolgens terug naar 0. Doe dit vierkeer binnen zes seconden. 3. Houd de sleutel in stand 0en drukbinnen 10 seconden op eenwillekeurige toets van deafstandsbediening. Via een signaal ofLED ontvangt u bevestiging dat hetprogrammeren is voltooid. N. B. :Tijdens deze fase kunnen meerdereafstandsbedieningen wordengeprogrammeerd. 4. Druk binnen 10 seconden op eenwillekeurige toets van iedere extraafstandsbediening. Ontgrendelfunctie opnieuwprogrammerenN. B. :Wanneer u de ontgrendeltoets opde afstandsbediening indrukt, worden alleportieren ontgrendeld of wordt alleen hetbestuurdersportier ontgrendeld. Dooropnieuw op de ontgrendeltoets tedrukken worden alle portierenontgrendeld.

Afstandsbediening metinklapbaar sleutelbladE128809211. Plaats een schroevendraaier op deafgebeelde positie en druk de klemvoorzichtig in.2. Druk de klem naar beneden om hetbatterijkapje te ontgrendelen.E1288103. Verwijder voorzichtig de kapje.E1288114. Draai de afstandsbediening om omde batterij te verwijderen.5. Breng een nieuwe batterij (3V CR2032) aan met de +naar bovengekeerd.6. Vervang het batterijkapje.Afstandsbediening zonderinklapbaar sleutelblad121E879641. Houd de drukknoppen in de randeningedrukt om de afdekking teontgrendelen. Verwijder voorzichtigde kapje.2. Verwijder de sleutelbaard.E105362336Sleutels en afstandsbediening

3. Draai de platte schroevendraaier in deafgebeelde richting om de tweehuishelften van de afstandsbedieningvan elkaar te scheiden.E11919044. Steek de schroevendraaier voorzichtigin de afgebeelde positie om deafstandsbediening te openen.E1258605LET OPRaak de batterijcontacten of deprintplaat niet met deschroevendraaier aan.5. Maak de batterij voorzichtig met deschroevendraaier los.6. Breng een nieuwe batterij (3V CR2032) aan met de +naar benedengekeerd.7. Zet de twee huishelften van deafstandsbediening op elkaar vast.8. Breng het sleutelblad aan.37Sleutels en afstandsbediening

VERGRENDELEN ENONTGRENDELENLET OPControleer of uw auto vergrendeld isvoordat u deze onbeheerdachterlaat.Centrale vergrendelingU kunt de portieren alleen centraalvergrendelen wanneer alle portieren zijngesloten.N.B.:Het bestuurdersportier kan met desleutel worden ontgrendeld. Deze moetworden gebruikt wanneer deafstandsbediening of de keyless entry nietwerkt.N.B.:De centrale vergrendelingvergrendelt en ontgrendelt ook het klepjevan de brandstofvulopening.Dubbele vergrendelingWAARSCHUWINGSchakel de dubbele vergrendelingniet in wanneer zich personen ofdieren in de auto bevinden. Deportieren kunnen niet van binnenuitworden ontgrendeld indien de dubbelevergrendeling is ingeschakeld.E71961Dubbele vergrendeling is een voorzieningtegen diefstal die voorkomt dat personende portieren van binnenuit kunnenontgrendelen.

StationwagonE89133Aan de binnenzijde van de achterklepbevindt zich een greep die het sluitenvereenvoudigt.Automatisch opnieuwvergrendelenWanneer u niet binnen 45 seconden nahet ontgrendelen met deafstandsbediening een portier opentworden de portieren automatischopnieuw vergrendeld. De portierenworden vergrendeld en het alarm keertterug in de vorige stand.Ontgrendelfunctie opnieuwprogrammerenDe ontgrendelfunctie kan zodanig wordengeprogrammeerd dat alleen hetbestuurdersportier wordt ontgrendeld.Zie Programmeren van deafstandsbediening (bladzijde 35).CENTRALEVERGRENDELINGU kunt ook bij afgezet contact deelektrisch bedienbare ruiten bedienen metbehulp van de functie integraal openenen sluiten.N.B.:Het integraal sluiten werkt alleenals het geheugen voor elke ruitafzonderlijk correct is ingesteld.

ZieElektrisch bedienbare ruiten(bladzijde 76).Integraal openenE71955Druk, om alle ruiten te openen, op deontgrendel toets en houd dezeminstens drie seconden ingedrukt. Druknogmaals op de vergrendel of deontgrendel toets om het openen teonderbreken.Integraal sluitenUitvoeringen zonder keyless entrysysteemWAARSCHUWINGSla het sluiten van de ruiten altijdgade. Druk in noodgevallenonmiddellijk op een toets om debeweging te stoppen.41Sloten

E71956Druk om alle ruiten te sluiten op devergrendel toets en houd dezeminstens drie seconden ingedrukt. Druknogmaals op een toets om het sluiten teonderbreken. Tijdens het integraal sluitenis de antiklemfunctie geactiveerd.Uitvoeringen met keyless entrysysteemE87384WAARSCHUWINGSla het sluiten van de ruiten altijdgade. Druk in een noodsituatie opde knop op het bestuurdersportierom de beweging te stoppen.N.B.:Het integraal sluiten kan wordengeactiveerd met behulp van de toets opde kruk op het bestuurdersportier.Integraal openen en sluiten kan ookworden geactiveerd met de toetsen opde passive key.Druk om alle ruiten te sluiten op devergrendeltoets en houd deze minstenstwee seconden ingedrukt.

Tijdens hetintegraal sluiten is de antiklemfunctiegeactiveerd.SLEUTELLOZE TOEGANGAlgemene informatieWAARSCHUWINGHet keyless entry systeem werktmisschien niet wanneer de sleutelzich dicht bij metalen voorwerpenof elektronische apparaten, zoals mobieletelefoons, bevindt.N.B.:Als er binnen een kort tijdsbestekherhaaldelijk aan de portierkrukken wordtgetrokken zonder dat er een geldigepassive key aanwezig is, wordt hetsysteem gedurende 30 secondengeblokkeerd.Het passive entry systeem werkt nietindien:•De frequenties van de passive keyworden gestoord.•De batterij van de passive key leeg is.N.B.:Wanneer het passive entry systeemniet werkt, moet u voor het vergrendelenen ontgrendelen van uw auto desleutelbaard gebruiken.Het keyless entry systeem maakt hetgebruik van een sleutel ofafstandsbediening overbodig.42Sloten

E78276Voor het passief vergrendelen enontgrendelen is een geldige passive keynodig die zich in de omgeving van eenvan de drie externe detectiezonesbevindt. Deze zones bevinden zich opongeveer anderhalve meter afstand vande portierkrukken aan bestuurders- enpassagierszijde en de achterklep.Passive keyDe auto kan met de passive key wordenontgrendeld en vergrendeld. De passievekey kan tevens als afstandsbedieningworden gebruikt. Zie Vergrendelen enontgrendelen (bladzijde 38).Auto vergrendelenE87384E87435WAARSCHUWINGDe auto wordt niet automatischvergrendeld.

Indien er geenvergrendelknop wordt ingedruktblijft de auto ontgrendeld.N.B.:Wanneer de auto vanaf deachterklep wordt vergrendeld, moet depassive key zich binnen de detectiezonebij de achterklep bevinden.De vergrendeltoetsen bevinden zich opde beide voorportieren en de achterklep.Activeren van centraalvergrendelingssysteem en alarminstallatie:•Druk een vergrendeltoets eenmaal in.Dubbele vergrendeling, alarminstallatie eninterieursensoren activeren:•Druk een vergrendeltoets tweemaalbinnen drie seconden in.N.B.:Eenmaal geactiveerd, blijft de autogedurende drie seconden vergrendeld.Hierdoor is het mogelijk een portierkrukuit te trekken om te controleren of de autois vergrendeld. Na de vertragingsperiodekunnen de portieren weer wordenontgrendeld, op voorwaarde dat depassive key zich binnen hetdetectiegebied bevindt.43Sloten

kofferdeksel/ achterklepN. B. :Als de passive key zich in debagageruimte bevindt, kan dekofferdeksel/ achterklep niet wordengesloten en komt deze weer omhoog. N. B. :Indien zich een tweede geldigepassive key binnen het detectiegebiedvan de kofferdeksel/ achterklep bevindt,kan de bagageruimte niet wordenafgesloten. Auto ontgrendelenN. B. :Indien de auto langer dan vijf dagenniet wordt ontgrendeld, schakelt hetsysteem over op een energiebesparendemodus. Hierdoor wordt voorkomen datde accu leegraakt. Wanneer de auto indeze modus wordt ontgrendeld kan dereactietijd enigszins langer zijn dannormaal. Nadat de auto na eenmaal isontgrendeld, wordt deenergiebesparende modusuitgeschakeld. E78278Trek een van de portierkrukken of dehendel van de kofferdeksel/ achterklepuit. N. B. :De passive key moet zich binnenhet detectiegebied van dat portierbevinden.

Een lang lichtsignaal van derichtingaanwijzers geeft aan dat alleportieren, de bagageruimte en detankvulklep zijn ontgrendeld en dat dealarminstallatie is uitgeschakeld. Alleen bestuurdersportierontgrendelenIndien de ontgrendelfunctie opnieuw isgeprogrammeerd zodat alleen hetbestuurdersportier wordt ontgrendeld (Zie Sleutels en afstandsbediening(bladzijde 35). ), let dan op het volgende:Als het bestuurdersportier als eerstewordt geopend blijven de andereportieren en de bagageruimtevergrendeld. Alle andere portieren kunnenvanuit het interieur worden ontgrendelddoor de toets naast de portierkruk op hetbestuurdersportier in te drukken. Deportieren kunnen afzonderlijk wordenontgrendeld door vanuit het interieur deportierkruk van het betreffende portier uitte trekken.

Een uitgeschakelde sleutel kan niet meerworden gebruikt voor het aanzetten vanhet contact of het starten van de motor. Om deze passive keys opnieuw tekunnen gebruiken moeten ze opnieuwworden geactiveerd. Ontgrendel de auto met behulp van eenpassive key of de afstandsbediening omal uw passive keys te activeren. 44Sloten.

WERKINGHet immobilisatiesysteem is eendiefstalbeveiligingssysteem dat voorkomtdat iemand de motor van uw auto meteen onjuist gecodeerde sleutel kanstarten.GECODEERDE SLEUTELSN.B.:Dek uw sleutels niet met metalenvoorwerpen af. Hierdoor kan deontvanger uw sleutel niet herkennen alsgeldige sleutel.N.B.:Wanneer u een sleutel bentverloren, laat dan de code bij al uwoverige sleutels wissen. Raadpleeg uwdealer voor meer informatie. Laat devervangingssleutels samen met uwoverige sleutels opnieuw coderen.Wanneer u een sleutel verliest, kunt u bijuw Ford dealer een vervangingssleutelverkrijgen. Geef, indien mogelijk, uwdealer het sleutelnummer door, dat ophet plaatje staat dat met de originelesleutels is geleverd.

U kunt ook extrasleutels bij uw Ford dealer verkrijgen.IMMOBILISATIESYSTEEMINSCHAKELENKorte tijd nadat u het contact hebt afgezetwordt het immobilisatiesysteemautomatisch ingeschakeld.IMMOBILISATIESYSTEEMUITSCHAKELENHet immobilisatiesysteem wordtautomatisch uitgeschakeld bij het met eencorrect gecodeerde sleutel aanzetten vanhet contact.Wanneer het bericht Immobiliseractive op het informatiedisplay verschijnt,is uw sleutel niet herkend. Neem desleutel uit het slot en probeer hetnogmaals.Wanneer u de motor met een correctgecodeerde sleutel niet kunt starten, duidtdit op een storing. Het berichtImmobiliser active verschijnt bij hetaanzetten van het contact op hetinformatiedisplay. Laat hetimmobilisatiesysteem onmiddellijkcontroleren.46Motorstartblokkering

WERKINGAlarmsysteemUw auto kan zijn uitgerust met één vande volgende alarmsystemen:•Perimeter alarminstallatie.•Perimeter alarminstallatie metinterieursensoren.•Categorie 1 alarm metinterieursensoren en sirene metafzonderlijke accu.•Categorie 1 alarm metinterieursensors, sirene metafzonderlijke accu en kantelsensors.Perimeter alarminstallatieHet perimeter alarm is een afschrikmiddelvoor personen die ongeoorloofd deportieren en de motorkap proberen teopenen. Het beveiligt ook hetaudio-eenheid.InterieursensorsAuto's zonder dakconsoleE71401Auto's met dakconsoleE131656WAARSCHUWINGDe sensors mogen niet afgedektzijn. Activeer het alarm niet indienzich personen, dieren of anderebewegende voorwerpen in de autobevinden.Dit sensors zijn een afschrikmiddel voorindringers doordat elke beweging in deauto m.b.v.

sensors wordt geregistreerd.Sirene met afzonderlijke accuDe sirene met afzonderlijke accu is eenextra alarmsysteem dat de sireneinschakelt wanneer het alarm wordtgeactiveerd. Deze wordt directingeschakeld bij het afsluiten van dewagen. De sirene heeft zijn eigen accu enwordt ingeschakeld zodra iemand deaccukabels of de accu van de sirene zelfloskoppelt.KantelsensorsDe kantelsensors detecteren of iemandprobeert een wiel te stelen of de autoprobeert weg te slepen door deverandering van hellingshoek van de autote registreren.47Alarm

N. B. :Wanneer de auto met ingeschakeldalarm op een veerboot wordt geplaatst,moeten de hellingssensors wordenuitgeschakeld door een gereduceerdebeveiligingsklasse te selecteren. Hierdoorwordt voorkomen dat het alarmsignaaldoor de bewegingen in werking treedt. Alarm activerenWanneer het alarm is ingeschakeld, kanhet op een van de volgende manierenworden geactiveerd:•Wanneer iemand een portier, deachterklep of de motorkap opentzonder geldige sleutel ofafstandsbediening. •Wanneer iemand de audio-installatieof het navigatiesysteem verwijdert. •Wanneer het contactslot zondergeldige sleutel in stand I,II of III wordtgezet. •Wanneer de interieursensorsbewegingen in de auto registreren. •Bij auto's met een sirene metafzonderlijke accu, wanneer iemandde accukabels of de accu van desirene zelf loskoppelt. •Wanneer de kantelsensors eenverandering in de hellingshoek van deauto registreren.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ford Mondeo - feb 2011 - okt 2011 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden