Fito Profi-line FIT-230RF Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Fito Profi-line FIT-230RF (2 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Fito Profi-line FIT-230RF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fito Profi-line |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | FIT-230RF |
Handleiding Fito Profi-line FIT-230RF – volledige tekst
Plaatsings- en Gebruiks-handleidingFITO PROFI-LINE 230V AC DRAADLOOS KOPPEL-BARE ROOKMELDER, INCL. BATTERIJ BACK-UPModel: FIT-230RF & FIT-230RFLBELANGRIJKE INFORMATIEBij correct gebruik heeft u extra, waardevolle tijd om te ontsnappen. Elke cor-rect geïnstalleerde rookmelder levert extra tijdwinst op. • 230V gevoede rookmelder, met back-up batterij voor gebouwen met een woonfunctie. • Deze melder waarschuwt in geval van brand of rook. Voor specificaties van de melder, lees aandachtig alinea “Functie en betekenis van licht en geluids-signalen”• Bewaar deze gebruiksaanwijzing op een veilige en makkelijk toegankelijke plaats, bijvoorbeeld in de meterkast. • Een rookmelder voorkomt geen brand. • Installeer de rookmelder op de juiste plaats, indien mogelijk in het midden van het plafond. • Houdt de rookmelder uit de buurt van kinderen.
• Test het apparaat maandelijks en na een periode van afwezigheid. WAARSCHUWING: Test nooit met vuur• Zuig de melder regelmatig (1 maal per maand) schoon met de zachte borstel van de stofzuiger. Daarnaast kunt u het rookalarm met een iets vochtige doek schoonmaken. • Wanneer de melder elke 40 seconden een beep toon geeft is de batterij bijna leeg en dient deze vervangen te worden. Druk op de testknop om dit sgnaal voor 10 uur uit te zetten. • De levensduur van rookmelders is 10 jaar. • Vals alarm kan stil worden gezet door op de test- en stilteknop te drukken. • U kunt uw rookalarm voor 10 minuten minder gevoelig maken door op de testknop te drukken. Wanneer de rookontwikkeling echter te groot is zal de melder alsnog alarm geven. Belangrijke aanwijzingen in geval van alarmering Bij Brand:• Plan TWEE ontsnappingsroutes en oefen deze met alle gezinsleden.
• Sluit alle deuren achter u en open nooit een warme deur, kies dan voor de alternatieve route. • Bij grote rookontwikkeling, kruip zo laag mogelijk bij de grond naar buiten. • Adem wanneer mogelijk door een (vochtige) doek en houdt zo veel mogelijk uw adem in. De meeste doden en gewonden vallen door rookvergiftiging en niet door brand. • Bel de brandweer buiten of bij de buren. • Keer NOOIT terug in een brandende woning. • Aanvullende informatie is te verkrijgen bij uw locale Brandweer en op www. fito.
Gevoeligheid: Conform EN14604Alarmwaarde: >85dB op 3 meterStilteknop: Alarmsignaal onderdrukking Certificering: BS EN14604:2005 en CEPLAATSING VAN DE ROOKMELDER• Plaats de rookmelder bij voorkeur in het midden van het plafond, minimaal 50 cm van de muur. • Bij schuine daken, plaatst u de melder tegen de schuine wand, minimaal 90 cm verticaal gemeten van de nok van het dak. • Zie minimale en maximale bescherming (figuur 1 & 2) • Zorg dat de melder altijd bereikbaar is voor het testen en schoonmaken. MONTEER NOOIT EEN ROOKMELDER:• In badkamers, keukens, douches, garages etc.
Plaatsen waar een rookmelder onnodig kan afgaan door condens, normale rook of gassen. Monteer een rook-melder minimaal 5 meter van dergelijke rookbronnen vandaan. • Plaatsen waar de temperatuur boven de 40°C en onder de 0° C kan komen, bijvoorbeeld vliering, net boven een open haard etc. • In de nabijheid van (naast) decoratieve objecten, deuren, elektriciteitsdozen, lampen, fittingen, ramen, muurventilators etc. die ervoor kunnen zorgen dat rook de rook melder niet kan bereiken. Minimaal op 50cm afstand. • Oppervlakten die normaal warmer of kouder zij dan de rest van de ruimte. Temperatuursverschillen kunnen rook verhinderen de melder te bereiken. • Naast of direct boven kachels. • Op zeer hoge of moeilijk te bereiken plaatsen. Zodat het moeilijk wordt de mel-der te bereiken om deze te testen of schoon te maken. • Op zeer stoffige en vervuilde plaatsen.
Stof ophoping zal voorkomen dat de rook, de rookkamer van de rookmelder kan bereiken en zal na verloop van tijd vals alarm gaan veroorzaken. • Binnen 1 meter van dimmers en bedrading, Sommige dimmers kunnen storing in de melder veroorzaken. • Binnen 1,5 meter van TL lampen. Elektrische impulsen kunnen de werking van de melder negatief beïnvloeden. • Buiten en in ruimtes waar veel insecten voorkomen. Kleine insecten in de rook-kamer van de melder kunnen de werking van de melder verstoren. Deze melder is ontworpen voor permanente montage met stroomaansluiting via de ingebouwde kroonsteen. De bodem(montage)plaat kan direct op een enkel-voudige standaard inbouwdoos tegen het plafond worden geschroefd. De melder vereist een stroomvoorziening van 50mA. De melder mag niet worden blootge-steld aan vocht of lekkage. Op de onderkant van de melder bevindt zich belangrijke informatie.
In een later stadium, wanneer stof en vuil zijn opgeruimd, kan de melder op de bodem-plaat worden geschoven. De melder mag niet aangesloten zijn wanneer de elek-trische bedrading wordt getest met hoge voltages. ATTENTIE: Tijdens renovaties of verbouwingswerkzaamheden dient u het rook-alarm tijdelijk te verwijderen. Na beëindiging van de werkzaamheden de rook-melder schoonzuigen met de zachte borstel van de stofzuiger en terugplaatsen en daarna altijd testen met de testknop.
Deze gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie voor correcte installatie en gebruik van uw rookmelder. Lees deze informatie zorgvuldig en bewaar deze voor later gebruik. KLASSE II Aanbevolen plaatsen: Minimale bescherming: In alle verblijfsruimtes zoals slaapkamers, woonkamer, studieruimte en derge-lijke en in de ontsnappingsroute zoals gang of hal. Maximale bescherming: - Rookmelder in alle kamers (uitgezonderd badkamers, keuken, garages etc. ) - Hittemelders kunnen geplaatst worden in badkamers, keukens, verwarming-, washokken enz. ; binnen 5 meter van potentiële brandhaard.
N. B. : De melder hoeft niet te worden geaard. Op het aansluitblok is wel een aarde (earth) connectie aangegeven. 13. Wanneer u de bedrading heeft aangesloten, sluit u het klepje van de ingebouwde kroonsteen. 14. Controleer of de batterij in de melder is aangesloten door op de testknop te drukken en schuif dan de melder voorzichtig op de bodemplaat. ATTENTIE: Probeer de melder niet te verwijderen zonder de beveiligingsclip te openen (figuur 3). HET KOPPELEN VAN ROOKMELDERS• een maximum van 20 rookmelders en of hitte melders, model FITH-230RF kun-nen draadloos worden doorverbonden, met maximaal 100 meter afstand in open ruimte• Alle melders dienen voorzien te zijn van de zelfde verbindingscode:• Systemen met doorverbonden melders dienen zeer zorgvuldig te worden gepland om te verzekeren dat er geen vals alarm plaatsvindt van bijvoorbeeld koken.
• De melders dienen regelmatig te worden gecontroleerd en schoongemaakt. • Er dient iemand beschikbaar te zijn om bij een vals alarm op de melder waar het rode lampje van knippert kort op de testknop te drukken, om deze midnder gevoelig te makne voor 10 minuten, daar alle melders anders afgaan. WAARSCHUWING: Verbindt geen van deze melders door met een model van een andere fabrikant. Doet u dit wel dan loopt u het risico op een elektrische schok of brandgevaar door onjuiste detectie. De melders die met elkaar worden doorverbonden dienen zich in dezelfde woning te bevinden. Wanneer zij tussen verschillende gebouwen zijn doorverbonden is het mogelijk dat niet iedereen op de hoogte is wanneer zij worden getest of wanneer er vals alarm (door b. v. koken enz. ) plaatsvindt.
CONTROLE OP FUNCTIONERENControleer na de installatie en elke maand al uw rookmelders, ook na een langere periode van afwezigheid zoals vakantie enz. • Controleer of het groene lampje voor 230V brandt. (Brandt dit niet controleer dan of er spanning op staat, de bekabeling goed is aangesloten, enz.
)• Controleer of het rode lampje ongeveer elke minuut knippert. Wanneer dit niet het geval is dient u de batterij te vervangen. • Druk ± 3 seconden, bij een enkele melder en tot 20 seconden bij draadloos gekoppelde melder op de testknop om de rookkamer, elektronische delen en sirene te testen. Er klinkt nu een luid pulserend alarm (het niveau is minimaal 85 dB op 3 meter afstand). Een rood lampje zal, wanneer de sirene klinkt, tijdens deze test snel knipperen. Door op de testknop te drukken simuleert u het effect van rook bij brand. Dit is de beste manier om te testen of uw rookmelder correct functioneert. ATTENTIE: Bij doorgekoppelde melders zal alleen op de melder die u test het rode lampje snel knipperen. Alle andere melders zullen wel alarm geven. Herhaal de test bij elke melder afzonderlijk.
BATTERIJ VERVANGEN• Schakel de stroom uit• Haal de melder van de bodemplaat (figuur 3)• Verwijder de batterij• Zuig de melder schoon met een zacht borstel van de stofzuiger. • Plaats nieuwe batterij in de melder, (LET OP DE PLUS EN DE MIN)• Test de melder, zie Testprocedure • Plaats de melder terug op de bodemplaatFUNCTIE EN BETEKENIS VAN DE LICHT EN GELUIDSIGNALENNormale situatie: Het groene lampje brand ter indicatie dat het alarm gevoed wordt. Het rode LED lampje licht 1 maal op per 1 minuut. Alarm: Wanneer de melder rook detecteert, zal een luid pulserend alarm gaan klinken en het rode LED lampje zal continue gaan flikkeren totdat de rook is ver-dwenen. De doorgekoppelde melders zullen wel het luid pulserend alarm geven echter het rode LED lampje zal niet continue gaan knipperen.
STORINGEN VERHELPENDe rookmelder kan geactiveerd worden door stoom, condensatie, stof, rook en kleine insecten. Voorkom zoveel mogelijk deze situaties, zie hoofdstuk: Monteer nooit een rookmelder. Wanneer een melder regelmatig vals alarm geeft, kan het noodzakelijk zijn de melder op een andere plaats te bevestigen. Aanvullende informatie kunt u vinden op www. fito. nl, tab FAQ. Wanneer de melder niet goed functioneert, neem dan contact op met uw leverancier of Fito Products BV op www. fito. nl, tab Contact. VALS ALARMDruk op de test knop om het alarm te stoppen. (Zie Test en Pauze knop. )TEST EN PAUZE KNOPUw melder is voorzien van een pauze knop. Dit is de zelfde knop als de testknop. Druk 3 seconden stevig in het midden op de pauze/test knop. Uw rookmelder gaat dan 10 minuten in een zogeheten minder gevoelige stand.
Het rode LED lampje zal om de 10 seconden flikkeren om aan te geven dat de stilteknop is geactiveerd. Bij zware of toenemende rookontwikkeling zal de melder toch in alarm gaan. ONDERHOUD• De melder mag nooit in aanraking komen met vloeibare stoffen. • Zuig de melder regelmatig (1 maal per maand) schoon met de zachte borstel van de stofzuiger. Daarnaast kunt u het rookalarm met een iets vochtige doek schoonmaken. • Reparaties moeten door de fabrikant worden uitgevoerd. • Altijd de stroom uitschakelen wanneer de melder van de voet wordt verwijderd. WAARSCHUWING: Schilder de melder nooit en plak deze niet af. BEPERKINGEN VAN ROOKMELDERSOnafhankelijke instanties hebben vastgesteld dat ongeveer 45% van de gemon-teerde rookmelders in woningen niet functioneren, namelijk in de volgende situaties:• Wanneer de batterij verwijderd was of niet functioneerde. Test daarom regelmatig.
Bijvoorbeeld als de brand op een andere verdieping plaatsvindt waar geen rookmelder hangt, achter gesloten deuren, in een schoorsteen of als de rook van de melder wordt weggeblazen. Daarom wordt het plaatsen van rookmelders in alle kamers aangeraden. In ieder geval op elke verdieping. • Als men het alarm niet hoort. Een persoon zou eventueel niet gewekt kunnen worden door het alarm bij een overmatig gebruik van alcohol en/of drugs. • Er zijn enkele branden die niet altijd op tijd door de melder ontdekt worden, bijvoorbeeld roken in bed, als daar geen rookmelder hangt. Bij het ontsnappen van gas, hevige explosies; het op een verkeerde manier bewaren van explosieve producten en brandgevaarlijke vloeistoffen (benzine, verf, spiritus, enz. ), elektri-sche storingen, zuren, kinderen die met lucifers (vuur) spelen. • De levensduur van rookmelders is 10 jaar.
PRODUCT GARANTIEBij normaal gebruik en onderhoud garandeert de fabrikant dit product tegen mate-riaal en/of productiefouten voor de periode van 3 jaar, exclusief batterij, vanaf de originele aankoopdatum door de consument. Uitgezonderd zijn schades welke zijn ontstaan door gebrekkig onderhoud, ongelukken of misbruik. Wanneer het product binnen de aangegeven periode defect is wordt het gratis vervangen of gerepa-reerd. Probeer niet zelf het product te repareren of eraan te knutselen, hiermee vervalt de garantie. DoP (Declaration of Performance)De Prestatieverklaring van de FIT-230RF en FIT-230RFL is te downloaden op onze website www. fito. eu VERWIJDERINGINSTRUCTIEGooi uw oude batterij en melder niet in de prullenbak, lever deze in bij een inzamelpunt van klein huishoudelijk afval bij u in de buurt.
De rookmelder dient na de door de fabrikant op de rookmelder vermel-de vervangingsdatum inclusief voet vervangen te worden. DE INSTALLATIEATTENTIE: De 230 volt melder dient te worden geïnstalleerd door een erkende installateur volgens de richtlijnen van het Bouwbesluit.
Onjuist geïnstalleerd kan het de gebruiker onder stroom zetten of niet juist functioneren bij brand. ATTENTIE: De melder moet continu zijn aangesloten op 230 volt. Ook mag er geen aan/uit schakelaar op het circuit zijn aangesloten waardoor de melder zou kunnen worden uitgeschakeld. 1. Plaats de batterij in de rookmelders2. Schuif de melders op de bodemplaat3. Druk op een van de rookmelders net zolang op het knopje op de zijkant van de bodemplaat totdat het rode LED lampje gaat branden. Deze rookmelder heeft een unieke verbindingscode gegenereerd. 4. Druk vervolgens twee keer kort op het knopje op de zijkant van de bodemplaat van de overige melders. Het rode LED lampje gaat knipperen om aan te geven dat de verbindingscode die de eerste melder heeft gekozen geïnstalleerd is. Herhaal dit op alle te koppelen rookmelders. 5.
Druk vervolgens op het knopje op de zijkant van de bodemplaat van de eerste melder om de koppel procedure te beëindigen. 6. Test de koppeling door net zolang op de testknop van een van de rookmelders te drukken totdat alle rookmelders in alarm gaan. NB: Zie de instructievideo op onze website: www. fito. eu 7. Kies een locatie die voldoet aan alle bovenstaande voorwaarden. 8. Sluit de stroom af van de groep waarop u de melder wilt aansluiten. 9. Verwijder de bodemplaat van de melder (zie figuur 3). 10. Verwijder het afdekkapje11. Schroef de bodemplaat vast aan het plafond (b. v. op de centraaldoos). Verzeker u ervan dat de bodemplaat strak tegen het plafond zit zodat er geen luchtcirculatie boven de melder kan plaatsvinden die rookdetectie kan verhin-deren. Als de opening te groot is dient deze met kit te worden gedicht. 12.
Het verwisselen van de fase en nul draad beschadigt doorgekoppelde melders. Niet de aarde connectie gebruiken om melders door te koppelen. GEBRUIK EEN SCHROEVENDRAAIER OM HET AFDEKKAPJE TE VERWIJDERENAFDEKKAPJEImporteur:Fito Products B. V. De Langkamp 12a3961 MS Wijk bij DuurstedeNederland. www. fito. euDruk met een schroeven-draaier de beveiligde sluiting omhoogBeveiligde sluiting bodemplaatmelder naar u toe schuivenfiguur 32021-5 vers 1. LorVERWIJDERBAAR KLEPJE VOOR HET AAN DE ZIJKANT DOORVOEREN VAN DE DRADENFASE(BRUIN)AARDENUL(BLAUW)KOPPELDRAAD(WIT).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fito Profi-line FIT-230RF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder Fito Profi-line
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder