FirstAlert 710LE Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van FirstAlert 710LE (1 pagina’s), behorend tot de categorie Rookmelder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over FirstAlert 710LE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | FirstAlert |
| Categorie: | Rookmelder |
| Model: | 710LE |
Handleiding FirstAlert 710LE – volledige tekst
M09-0017-015 K1 01/08 Gedrukt in MexicoINHOUDSOPGAVETips voor de brandveiligheid. 1Voordat u deze rookmelder installeert. 1De installatie van de rookmelder. 2-3Optionele vergrendelingsfuncties. 2-3Wekelijkse test. 2-3Regelmatig onderhoud. 4Als de rookmelder afgaat. 4Wat doet u in geval van brand. 4Gebruik van de Alarmpauzeknop. 4Als u vermoedt dat er een probleem is. 4Beperkte garantie. 5Aanbevolen locaties voor rookmelders. 5Waar kunt u rookmelders beter niet ophangen. 5Over rookmelders. 5-6Speciale voorschriften. 6De beperkingen van rookmelders. 6© 2008 BRK Brands Europe Ltd, A Jarden Corporation company (NYSE: JAH)Unit 6, Carter Court, Davy Way, Waterwells Business ParkQuedgeley, Gloucester GL2 2DE United KingdomAll rights reserved. (Alle rechten voorbehouden. )www. brkdicon. eu • www. firstalert.
euTIPS VOOR DE BRANDVEILIGHEIDHoudt u aan de veiligheidsvoorschriften en zorg ervoor dat er geen gevaarlijkesituaties kunnen ontstaan: 1) Ga op een veilige manier om met rookgerei. Rook nooit in bed. 2) Houd lucifers of aanstekers buiten het bereik vankinderen; 3) Bewaar brandbare materialen in daarvoor geschikte houders; 4) Zorg ervoor dat de elektrische apparatuur in goede staat is en vermijd overbelasting van het elektrische net. ; 5) Kooktoestellen, barbecues, openhaarden en schoorstenen moeten vrij van vet en vuil zijn; 6) Laat kookpannennooit onbewaakt op het vuur staan; 7) Houd draagbare verwarmingstoestellenen open vuur, zoals kaarsen, uit de buurt van brandbare materialen; 8) Vermijdopstapeling van afval. Houd de rookmelders schoon en test ze één keer per week. Een niet goedfunctionerende rookmelder moet onmiddellijk vervangen worden.
Rookmeldersdie niet werken, kunnen u niet waarschuwen voor brand. Op elke verdiepingmoet tenminste één werkend brandblusapparaat aanwezig zijn. In de keukendient een extra brandblusapparaat en een branddeken aanwezig zijn.
Voorziede hogere verdiepingen van een brandladder of een andere betrouwbareuitweg voor het geval dat het trappenhuis geblokkeerd is. Neem contact opmet de lokale brandweer voor meer informatie over brandpreventie. VOORDAT U DEZE ROOKMELDERINSTALLEERTBELANGRIJK. Lees "Aanbevolen locaties voor rookmelders" en "Waar kunt u rookmelders beter niet ophangen" voordat u met de installatie begint. Ditapparaat controleert de lucht. Als er rook in de detectiekamer komt, gaat hetalarm af. Dat kan u meer tijd geven om te ontsnappen voordat de brand zichuitbreidt. ALLEEN als dit apparaat op de juiste wijze wordt geïnstalleerd enonderhouden en zich op een plek bevindt waar de rook het kan bereiken enalle bewoners het alarm kunnen horen, kan de rookmelder in een vroeg stadi-um waarschuwen voor een beginnende brand. Volg daarom de aanwijzingenin deze handleiding.
Dit apparaat kan geen gas, hitte of vlammen detecteren. Het is niet in staat om brand te voorkomen of te blussen. Verschillende soorten rookmeldersWerken ze op batterij of op het lichtnet. Verschillende soorten rook-melders geven een verschillende soort bescherming. Zie "Over rook-melders" voor verdere bijzonderheden. Weet waar u uw rookmelders moet plaatsenExperts op het gebied van brandveiligheid raden aan om tenminste éénrookmelder per verdieping te plaatsen en ook één in elke slaapkamer,overloop of apart slaapgedeelte. Zie "Aanbevolen locaties voor rook-melders en "Waar kunt u rookmelders beter niet ophangen" voor verderebijzonderheden. Weet wat rookmelders wel en niet kunnen doenEen rookmelder kan u waarschuwen voor brand en u waardevolle tijdgeven om te ontsnappen. Het alarm gaat echter alleen af als de rook desensorkamer bereikt.
Voor de vereisten voor pensions, aanleunwoningen, hotels, motels,jeugdherbergen, logementen of gemeenschappelijke vluchtroutes in flatgebouwen is het gebruik van rookmelders alleen vaak niet voldoende. Zie "Speciale voorschriften" voor verdere bijzonderheden. • Dit apparaat is niet in staat om slechthorende bewoners tewaarschuwen. Het is aan te bevelen om speciale apparaten meteen knipperlicht of een trilkussen te installeren om slechthorendebewoners te waarschuwen. • Verbind dit apparaat niet met een ander alarmtoestel of hulpinricht-ing. Dit is een "single station" apparaat dat niet verbonden kan worden met andere toestellen. Als men deze rookmelder met eenander toestel verbindt, kan dit zijn juiste werking verhinderen. • Het apparaat kan niet werken zonder batterijvoeding.
De rook-melder werkt alleen als u de batterij in de juiste positie heeftgeplaatst (De "+" op de "+" en de "-" op de "-"). • Het batterijvak heeft een klep die niet gesloten kan worden tenzijer zich een batterij in bevindt. Dit maakt u erop attent dat hetapparaat niet kan werken zonder batterij. • Installeer de rookmelder niet op een plek waar hij in contact kankomen met rondspattend water. •Installeer dit apparaat niet over electrische bedrading en/of gaten in het plafond heen. Luchtstromingen kunnen verhinderen dat derook de sensorkamer bereikt, in welk geval het alarm niet af zalgaan. Alleen apparaten die op netspanning (AC) werken mogen over electrische bedrading heen geïnstalleerd worden. • Blijf niet te dicht in de buurt van het apparaat als het alarm afgaat. Het alarmsignaal moet erg luid zijn om u wakker te maken in gevalvan nood.
Blootstelling op korte afstand aan de claxon kan uwgehoor beschadigen. • Het apparaat mag niet geverfd worden. De verf kan de openingennaar de sensorkamer verstoppen en de juiste werking van de rookmelder verhinderen. • Plak de rookmelder niet af. •Houd de rookmelder uit de buurt van kinderen. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR.
WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. 123ALS DE ROOKMELDER AFGAATREAGEREN OP EEN ALARMAls het alarm afgaat, hoort u een luid, repeterend claxonsignaal:toet, toet, toet. De LED knippert met een hoge frequentie. Alleenmodel SA720CE: Het Escape Light®gaat branden. •Als de rookmelder afgaat en u niet bezig was met het apparaatte testen, betekent dit dat er een potentieel gevaarlijke situatiebestaat die uw onmiddellijke aandacht vereist. U mag een alarmNOOIT negeren. Het negeren van een alarm kan letsel of dedood tot gevolg hebben. • Verwijder nooit de batterijen uit een op batterijen werkenderookmelder om een vals alarm (veroorzaakt door kookdampene. d. ) tot zwijgen te brengen. Als u de batterijen verwijdert,schakelt u de rookmelder uit. Hij kan dan geen rook meerdetecteren en u bent niet langer beschermd.
In plaats daarvankunt u beter een raam openzetten of met behulp van een handdoek de rook uit de buurt van het apparaat wuiven of maak gebruik van de alarmpauzeknop (zie voor uitleg hieronder). De rookmelder reset zichzelf vervolgens automatisch. •Als het alarmsignaal van de rookmelder klinkt, moet u ervoorzorgen dat iedereen onmiddellijk de woning verlaat. WAT DOET U IN GEVAL VAN BRAND•Raak niet in paniek; blijf kalm. Volg het ontsnappingsplan dat u metuw familieleden heeft afgesproken. •Verlaat het huis zo snel mogelijk. Verspil geen tijd met aankleden ofspullen te verzamelen. •Leg de rug van uw hand tegen een deur voordat u hem open doet. Als een deur koud aanvoelt, doet u hem langzaam open. Als eendeur heet is, laat u hem dicht. Houd alle deuren en ramen geslotentenzij u ze moet gebruiken om te ontsnappen. •Bedek uw neus en mond met een (bij voorkeur vochtige) doek.
• Ga nooit en om geen enkele reden terug naar binnen in een brandend gebouw. • Vraag uw lokale brandweer hoe u uw woning veiliger kunt maken. Alarmtoestellen hebben verschillende beperkingen. Zie"Beperkingen van rookmelders" voor verdere bijzonderheden. GEBRUIK VAN DE ALARMPAUZEKNOPMet de Alarmpauzeknop kunt u een vals alarm tijdelijk (max. 15 minuten)tot zwijgen brengen. Druk hiervoor op de Test-/Alarmpauzeknop op debehuizing. Als het alarmsignaal niet zwijgt en er geen dichte rookaanwezig is, of als het apparaat voortdurend in de alarmpauze-modus staat, moet het onmiddellijk vervangen worden. In de alarmpauzemodus knippert de LED om de 10 seconden. Het indrukken van de Alarmpauzeknop schakelt het apparaat nietuit – het wordt alleen tijdelijk minder gevoelig voor rook.
Als derook rond het apparaat dicht genoeg is om op een potentieelgevaarlijke situatie te wijzen, kunt u het alarmsignaal niet, of maarheel kort uitzetten. Dit is voor uw eigen veiligheid. Als u de oorzaakvan de rook niet kent, mag u niet aannemen dat het om een valsalarm gaat. Niet reageren op een alarm kan leiden tot materieleschade, letsel of de dood. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. ALS U VERMOEDT DAT ER EEN PROBLEEM ISEen rookmelder zou niet goed kunnen werken omdat er geen batterij inzit, omdat de batterij leeg raakt, omdat er zich te veel vuil, stof of vet opde behuizing heeft verzameld, of omdat hij op een verkeerde plek isgeïnstalleerd. Maak de rookmelder schoon volgens de aanwijzingen in"Regelmatig onderhoud" en zet er een nieuwe batterij in. Test de rook-melder opnieuw.
Als de rookmelder niet goed werkt als u de testknopindrukt, of als het probleem niet verholpen is, moet u de rookmelderonmiddellijk vervangen. • Als u een één keer per minuut een pieptoon hoort, moet de batterij vervangen worden. • Als u vaak last heeft van een vals alarm (bijv.
veroorzaakt doorkookdampen), kunt u proberen om de rookmelder op eenandere plek op te hangen. • Als het alarm afgaat terwijl er geen rook te zien is, kunt uproberen om de rookmelder schoon te maken of op een andereplek op te hangen. De rookmelder is misschien vuil of stoffig. •Als het alarm niet afgaat tijdens de test, kunt u er een nieuwebatterij inzetten. Verzeker u ervan dat deze goed vast zit. •Alleen model SA720CE:Het Escape Light®lampje kan niet vervangen worden. In hetonwaarschijnlijke geval dat het Escape Light®tijdens het testenniet werkt, kunt u gebruik maken van de garantieservice. Als de rookmelder nog steeds niet goed functioneert en de garantie-periode nog niet verstreken is, raadpleegt u "Aanspraak maken opgarantie" in de sectie "Beperkte Garantie". Probeer de rookmelder niet zelf te repareren – in dat geval vervalt de garantie. BEPERKTE GARANTIEBRK Brands Europe Ltd.
, (“de onderneming”) garandeert dat deze rookmelder voor een periode van tien jaar vanaf de aankoopdatum vrij is van materiaal- en fabricagefouten. BRK Brands Europe Ltd. biedtverder geen uitdrukkelijke garantie voor deze rookmelder. Agenten,vertegenwoordigers, dealers of werknemers van de onderneming zijnniet gemachtigd om de verplichtingen of beperkingen van deze garantieaan te passen of te beperken. De verplichting van de ondernemingonder deze garantie is beperkt tot reparatiewerkzaamheden aan of het vervangen van elk onderdeel van de rookmelder dat materiaal- offabrieksfouten vertoont tijdens normaal gebruik en onderhoud voor eenperiode van tien jaar vanaf de aankoopdatum. De onderneming is nietverplicht om rookmelders te repareren of te vervangen die gerepareerdmoeten worden als gevolg van schade, onredelijk gebruik, modificatiesof aanpassingen die na de aankoopdatum plaatsvinden.
geeft geen enkele geschreven ofmondelinge, uitdrukkelijke of niet-uitdrukkelijke garantie, met inbegripvan de verkoopbaarheid of geschiktheid voor een bepaald doel, metbetrekking tot de batterij. AANBEVOLEN LOCATIES VOOR ROOKMELDERSDe installatie van rookmelders in ééngezinswoningenInformeer naar de nationale of regionale wetgeving/richtlijnen en pas deplaatsing hier op aan. Volgens het "British Standards Institution" (BSI) verdienthet aanbeveling om één rookmelder op elke verdieping te plaatsen en één inelke woonruimte, in elke slaapkamer of elk slaapgedeelte. Zie "Aanbevelingenvan het British Standards Institution (BSI)" voor verdere bijzonderheden. Voor een nog grotere bescherming raden wij u aan om ook rookmelders teinstalleren in gangen, opslagruimtes, afgewerkte zolderverdiepingen endakruimtes.
De rookmelders moeten zo geplaatst worden dat de rook desensorkamer kan bereiken, ongehinderd door deuren of andere obstructies. Zorg er ook voor dat het alarmsignaal voor alle bewoners goed hoorbaar is. Installeer de rookmelders bij voorkeur:•Waar de temperatuur gewoonlijk tussen de 4° C en 38° C blijft. •Op elke verdieping van uw woning, met inbegrip van afgewerkte zolders. •In elke slaapkamer, vooral als de bewoners met de deur dicht slapen. • In de gang naast elk slaapgedeelte. Als uw woning meerdereslaapgedeeltes heeft, moet u in elk gedeelte een rookmelder installeren. Als een gang meer dan 7,5 meter lang is, installeert u een rookmelderaan het begin en aan het einde van de gang. • Bovenaan de trap van de eerste naar de tweede verdieping en van detrappen naar de volgende verdiepingen, en onderaan de trap van debegane grond.
AANBEVELINGEN VAN HET "BRITISH STANDARDSINSTITUTION" (BSI)BS 5839 Deel 6 (Praktijkrichtlijnen voor het ontwerp en de installatievan branddetectie- en alarmsystemen in woningen)Rookmelders moeten geïnstalleerd worden in alle circulatieruimtes (gewoonlijkgangen en trappen) die deel uitmaken van vluchtroutes, één op elkeverdieping, en in alle kamers en ruimtes waar het brandgevaar groot is. Bovendien moeten er ook rookmelders geïnstalleerd worden tussen deslaapgedeeltes en de meest waarschijnlijke brandbronnen (woonkamer enkeuken). In geval van lange gangen, portalen of afgeschermde kamers of ruimtes diezich meer dan 7,5 meter van de dichtstbijzijnde rookmelder bevinden, kan menextra rookmelders installeren. De installatie van extra rookmelders kan ooknodig zijn in geval van dakruimtes waar brandbare materialen of ontstekings-bronnen opgeslagen liggen.
Gewoonlijk is het niet aan te bevelen om rookmelders te installeren in keukens,toiletten, badkamers of doucheruimtes. De omstandigheden in deze ruimteskunnen soms aanleiding geven tot een onjuiste werking van de rookmelder. Indeze ruimtes wordt het plaatsen van een hittemelder aanbevolen. NB: In Nederland dient de plaatsing van rookmelders in nieuwbouw-en reno-vatie woningen te voldoen aan het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit verwijst naarde NEN 2555, waarin wordt beschreven aan welke eisen de rookmelder dientte voldoen en waar ze opgehangen dienen te worden. WAAR KUNT U ROOKMELDERS BETER NIETOPHANGENOp sommige plekken kunnen rookmelders niet optimaal functioneren. Het is daarom aan te bevelen om rookmelders NIET te installeren in devolgende ruimtes (vaak is de plaatsing van een hittemelder een betereoplossing):• Waar verbrandingsdeeltjes worden geproduceerd.
De afstand tussen eenrookmelder en een bron van verbrandingsdeeltjes (fornuis, verwarmings-ketel, verwarmingstoestel) moet tenminste 3 meter, en indien mogelijk 6meter bedragen. Dergelijke ruimtes moeten zo veel mogelijk geventileerdworden. Opmerking: Als u een rookmelder minder dan 6 meter vaneen bron van verbrandingsdeeltjes moet installeren, is het aan tebevelen de ruimte goed te ventileren en de rookmelder goed schoonte houden. • In luchtstromingen in de nabijheid van een keuken. Luchtstromingen kunnen de kookdampen in de sensorkamer van de rookmelder bij dekeuken trekken en zo een vals alarm veroorzaken. • In erg vochtige ruimtes of dampige ruimtes, of in met stoom gevulderuimtes, moet u een afstand van minstens 3 meter aanhouden tussen derookmelders en de badkamers, toiletten, douches, afwasmachines enz.
• Waar de temperatuur regelmatig lager wordt dan 4°C of hoger dan 38°C,zoals onverwarmde bijgebouwen, schuren, portieken of dakruimtes. • In erg stoffige, vuile of vette ruimtes. Installeer een rookmelder niet directboven een kooktoestel. Zorg ervoor dat rookmelders in de wasruimte vrijvan stof en pluizen blijven. •Dichtbij luchtopeningen, plafondventilatoren, of in ruimtes waar het ergtocht. Tocht kan de rook wegblazen van de rookmelder zodat de rook desensorkamer niet kan bereiken. • In ruimtes waar veel insecten zijn. Insecten kunnen de openingen naar de sensorkamer verstoppen en een vals alarm veroorzaken. • Minder dan 300 mm van een lamp armatuur. Elektrische ruis (afkomstigvan neonbuizen e. d. ) kan de werking van de sensor beïnvloeden. • Waar de onderkant van een aan de muur bevestigde rookmelder onderde bovenkant van de deuropening uitsteekt.
Om dit tevermijden moet u de volgende raadgevingen opvolgen voor het installeren van uw rookmelders. Aan het plafond, installeer de rookmelder zo dicht mogelijk bij het middenvan het plafond. Als dit niet mogelijk is, installeert u de rookmelder minstens300 mm van een muur of een hoek. Aan de muur (indien toegestaan volgens de bouwverordeningen), de bovenste rand van de rookmelder moet zich tussen de 102 en 300 mm van de grens tussen de muur en het plafond bevinden, onder de typische "dodelucht" ruimte. Aan een puntig of hellend plafond, installeer de eerste rookmelder op eenafstand van minder dan 0,9 meter van het hoogste punt van het plafond, horizontaal gemeten. Afhankelijk van de lengte, de hoek, enz. van de hellingvan het plafond, kunnen meerdere rookmelders vereist zijn.
Nadere informatieover de speciale eisen voor hellende of puntige plafonds vindt u in BS 5839Deel 6, 5588 Deel 1 en in de plaatselijke bouwverordeningen. SPECIALE VOORSCHRIFTENDeze rookmelder is geen geschikte vervanging voor een volledig branddetectiesysteem in gebouwen waarin veel mensen zijngehuisvest—zoals flatgebouwen (gemeenschappelijke vluchtroutes),hotels, motels, jeugdherbergen, logementen, ziekenhuizen, verpleeg- enrevalidatiehuizen, dagopvangcentra, kosthuizen, aanleunwoningen enz. —ook als deze oorspronkelijk eengezinswoningen waren. Hij is geengeschikte vervanging voor een volledig branddetectiesysteem inpakhuizen, fabrieksgebouwen, zakenpanden en niet-residentiëlegebouwen waarvoor speciale branddetectie- en alarmsystemen vereistzijn. Afhankelijk van de plaatselijke bouwverordeningen mag deze rook-melder in dit soort gebouwen als extra bescherming worden gebruikt.
De volgende informatie is van toepassing op de vier typen gebouwen diehieronder worden vermeld:De meeste bouwverordeningen bepalen dat men in nieuwbouw uitsluitendrookmelders mag installeren die op het lichtnet (AC) werken, of op het lichtnetwerkende rookmelders met een geïntegreerde noodvoeding (AC/DC).
In bestaande constructies mogen op het lichtnet werkende (AC) rookmelders,op het lichtnet werkende rookmelders met een geïntegreerde noodvoeding(AC/DC), of op batterijen werkende (DC) rookmelders worden gebruikt, al naargelang de lokale bouwverordeningen. Gedetailleerde vereisten betreffende debrandbeveiliging van gebouwen die niet als "woningen" worden gedefinieerd,vindt u in de British Standard BS 5839 Deel 6 en BS 5588 Deel 1, lokalebouwverordeningen. U kunt ook uw plaatselijke brandweer raadplegen. 1. Eéngezinswoning: Een woning voor één familie. Aanbevolen wordt omrookmelders te plaatsen in alle ruimtes (gewoonlijk gangen en trappen) diedeel uitmaken van vluchtroutes, op elke verdieping, in alle kamers en ruimteswaar het brandgevaar groot is, en tussen de slaapgedeeltes en de meestwaarschijnlijke brandbronnen (woonkamer en keuken). 2. Meergezinswoning: Flatgebouwen.
Deze rookmelder is geschikt omgebruikt te worden in individuele flats, op voorwaarde dat er al een primairbranddetectiesysteem aanwezig is dat voldoet aan de eisen voor de brand-veiligheid in gemeenschappelijke ruimtes zoals hallen, gangen, vestibules ofportieken. Het gebruik van deze rookmelder in gemeenschappelijke ruimtesvoldoet in sommige gevallen niet aan de plaatselijke veiligheidsverordeningenen -reglementen en is soms niet voldoende om alle bewoners te waarschuwen. 3. Instituten: Ziekenhuizen, dagopvangcentra, verpleeg- en revalidatiehuizen. Deze rookmelder kan geschikt zijn om gebruikt te worden in de individueleslaap-/woonkamers van de patiënten, op voorwaarde dat er al een primairbranddetectiesysteem aanwezig is dat voldoet aan de eisen voor de brandvei-ligheid in gemeenschappelijke ruimtes zoals hallen, gangen, vestibules of por-tieken.
Het gebruik van deze rookmelder in gemeenschappelijke ruimtes vol-doet in sommige gevallen niet aan de plaatselijke veiligheidsverordeningen en-reglementen en is soms niet voldoende om alle bewoners te waarschuwen. 4.
Hotels en motels: En ook jeugdherbergen, logementen, kosthuizen en aan-leunwoningen. Deze rookmelder kan geschikt zijn om gebruikt te worden in deindividuele slaap-/woonkamers van de bewoners, op voorwaarde dat er al eenprimair branddetectiesysteem aanwezig is dat voldoet aan de eisen voor debrandveiligheid in gemeenschappelijke ruimtes zoals hallen, gangen, vestibulesof portieken. Het gebruik van deze rookmelder in gemeenschappelijke ruimtesvoldoet in sommige gevallen niet aan de plaatselijke veiligheidsverordeningenen-reglementen en is soms niet voldoende om alle bewoners te waarschuwen. DE BEPERKINGEN VAN ROOKMELDERSRookmelders hebben overal ter wereld in belangrijke mate bijgedragen aande daling van het aantal doden ten gevolge van huisbranden.
Maar net zoalsalle andere alarmtoestellen kunnen rookmelders alleen goed functioneren alsze op de juiste manier geïnstalleerd en onderhouden worden, en als de rookde melder kan bereiken. Ze zijn niet onfeilbaar. Rookmelders kunnen soms niet iedereen wakker maken. De vluchtroutemoet minstens twee keer per jaar geoefend worden, waarbij iedereen meemoet doen – ook kleine kinderen en grootouders. Zorg ervoor dat uw kinderenal bekend zijn met het vluchtplan en de vluchtroute voordat u een nachtelijkebrandoefening houdt terwijl ze slapen. Als kinderen of andere bewoners nietsnel genoeg wakker worden van het alarmsignaal, of als er heel jonge kinderenof personen met motorische beperkingen in huis aanwezig zijn, moet u iemandaanwijzen die hen helpt tijdens de brandoefening en tijdens een echte noodsit-uatie. Het is aan te bevelen om een brandoefening te houden terwijl uw gezinslaapt.
Zo kunt u zien hoe zij op het alarmsignaal van de rookmelder reagerenals zij slapen en besluiten of iemand hulp nodig heeft in een echte noodsituatie. Rookmelders kunnen niet werken zonder voeding.
Apparaten met een batterijvoeding kunnen niet werken als ze niet voorzien zijn van batterijen, alsde batterijen losgekoppeld zijn, als de batterijen op zijn of van het verkeerdetype, of als de batterijen niet juist geïnstalleerd zijn. Apparaten die op het lichtnet werken (AC) kunnen niet functioneren als de netstroom om de een ofandere reden uitvalt (gesprongen zekering, een storing in de hoofdleiding ofde elektriciteitscentrale, doorgebrande elektriciteitsdraden ten gevolge vaneen kortsluiting enz. ). Als u zich zorgen maakt over de beperkingen van batterijvoeding of het lichtnet, kunt u beide typen rookmelders installeren. Rookmelders kunnen geen brand detecteren als de rook ze niet bereikt. Rook afkomstig van brand in schoorstenen, muren, op daken of aan deandere kant van gesloten deuren, kan soms de sensorkamer niet bereiken om het alarm af te doen gaan.
Daarom moet er een rookmelder worden geïn-stalleerd in elke slaapkamer of elk slaapgedeelte—vooral als de deuren naarde slaapkamer of het slaapgedeelte gesloten zijn—en ook in de tussen-liggende gangen. Rookmelders zijn soms niet in staat om een brand op een andereverdieping of in een ander gedeelte van het huis te detecteren. Het kanzijn dat een niet met andere rookmelders verbonden eenheid op de tweedeverdieping de rook van een brand op de begane grond pas detecteert als debrand zich al uitgebreid heeft. In dat geval heeft u misschien niet genoeg tijdom te ontsnappen. Daarom bevelen wij aan om minstens één rookmelder teinstalleren in alle ruimtes (gewoonlijk gangen en trappen) die deel uitmakenvan vluchtroutes en bovendien in alle kamers en ruimtes waar hetbrandgevaar groot is.
Zelfs met een rookmelder op elke verdieping gevenniet met elkaar verbonden melders niet zo veel bescherming als melders diewel onderling verbonden zijn. Dit is vooral het geval als de brand begint in een afgelegen ruimte.
Sommige veiligheidsexperts raden dan ook aan om onderling verbonden, op het lichtnet (AC) werkende rookmelders teinstalleren die bovendien voorzien zijn van een noodbatterij (DC) (zie "Overrookmelders"), of een professioneel branddetectiesysteem. In dit geval zullenalle rookalarmen afgaan als één ervan rook detecteert. Onderling verbondenrookmelders waarschuwen soms in een eerder stadium voor brand dan eensysteem van niet met elkaar verbonden melders, omdat alle rookmelders afzullen gaan als één ervan rook detecteert. Rookmelders zijn niet altijd hoorbaar.
Hoewel de alarmclaxon van dit apparaat meer dan voldoet aan de huidige standaard, is hij misschien niethoorbaar als: 1) de rookmelder zich aan de andere kant van een gesloten ofgedeeltelijk gesloten deur bevindt, 2) de bewoners kort geleden alcohol ofverdovende middelen hebben gebruikt, 3) het alarmsignaal wordt overstemddoor het geluid van een stereo-installatie, een televisie, het verkeer, de aircon-ditioning of andere apparatuur, 4) de bewoners slechthorend zijn of erg vastslapen. Voor slechthorende bewoners moet men speciale alarmtoestelleninstalleren die ook visuele alarmsignalen geven. Rookmelders kunnen in sommige gevallen niet snel genoeg afgaan omte voorkomen dat de brand schade, letsel of de dood veroorzaakt, omdatde rook van bepaalde brandhaarden de rookmelder niet onmiddellijkbereikt.
Voorbeelden hiervan zijn mensen die in bed roken, kinderen diemet lucifers spelen, of branden die veroorzaakt worden door een heftigegasexplosie. Rookalarmen zijn niet onfeilbaar. Net zoals alle andere elektronische apparaten, zijn rookmelders gemaakt van componenten die kunnen verslijtenof op elk willekeurig moment defect kunnen raken. U moet de rookmelderelke week testen om er zeker van te zijn dat u beschermd bent. Rookmelderszijn niet in staat om branden te voorkomen of te blussen. Ze vormen geenalternatief voor een brand- of levensverzekering. Rookmelders hebben een beperkte levensduur.
Het apparaat moet onmiddellijk vervangen worden als het niet juist functioneert. Elke rookmeldermoet tien jaar na aankoop vervangen worden. Noteer de aankoopdatum opde handleiding en bewaar deze op een veilige plek. Gooi de melder niet weg,maar stuur of breng deze naar uw leverancier. Het symbool met de doorgekruiste container wil zeggendat het product aan het einde van zijn levenscyclus moetworden aangeboden voor gescheiden afvalverzameling(Europese Richtlijn). Dit geldt voor het apparaat, maar ookvoor de batterijen en alle andere accesoires die van ditsymbool zijn voorzien. Gooi dit product, de batterijen nochde accessoires niet bij het gewone huisvuil. Uw gemeentekan u inlichten waar u inzamelingspunten kunt vinden. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR.
4 5 6OVER ROOKMELDERS, VervolgRookmelders die op het lichtnet (AC) werken: Kunnen onderling verbondenworden zodat alle rookmelders afgaan als één ervan rook detecteert. Zewerken niet als de netstroom uitvalt. Op het lichtnet (AC) werkende rookmelders met noodbatterij (DC): blijvenook werken als de netstroom uitvalt, op voorwaarde dat de batterijen vol zijnen correct geïnstalleerd werden. Apparaten die op het lichtnet (AC) werkenen op het lichtnet werkende apparaten met een noodbatterij (AC/DC) moetendoor een bevoegd elektricien worden geïnstalleerd. Al deze rookmelders zijn ontworpen om u in een vroeg stadium tewaarschuwen voor brand, op voorwaarde dat zij geplaatst, geïnstalleerd enonderhouden worden volgens de voorschriften in de handleiding, en indien de rook hun sensorkamer bereikt.
Sommige plaatselijke bouwverordeningenvereisen de installatie van specifieke rookmelders in nieuwbouw of in verschillende gedeeltes van het huis. OVER ROOKMELDERSRookmelders met een batterijvoeding (DC): Beschermen u ook als de elek-triciteit uitvalt, op voorwaarde dat de batterijen vol zijn en correct geïnstalleerdwerden. De apparaten zijn gemakkelijk te installeren en hoeven niet door eenexpert geplaatst te worden.
Ze kunnen ook onderling verbonden worden,afhankelijk van het model, zodat alle rookmelders afgaan als één ervan rookdetecteert. Vervolg zie keerzijde. Gedrukt in Mexico M09-0017-015 K1 01/08Alle BRK®en First Alert®rookmelders voldoen aan de wettelijke vereisten, met inbegrip van BS5446: Deel 1:2000 of UL217 en zijn ontworpen om verbrandingsdeeltjes te detecteren. Alle branden produceren rookdeeltjes die kunnen variëren in aantal en grootte. Een op ionisatietechnologie gebaseerde rookmelder is gewoonlijkgevoeliger dan een op optische (foto-elektrische) technologiegebaseerde rookmelder als het gaat om het detecteren van kleinedeeltjes. Kleine deeltjes worden gewoonlijk in grotere hoeveelheden gepro-duceerd door branden met vuurverschijnselen die het brandbaar materiaalsnel verteren en zich snel uitbreiden. Deze branden kunnen o. a.
ontstaandoor brandend papier in een prullenmand, of een brandende pan met vet. Optische (Foto-elektrische) rookmelders zijn gewoonlijk gevoeliger dan ionisatiemelders als het gaat om het detecteren van grote deeltjes. Grote deeltjes worden gewoonlijk in grotere hoeveelheden gepro-duceerd door smeulbranden die uren kunnen smeulen voordat ze in vlammen uitbarsten. Deze branden kunnen o. a. veroorzaakt worden dooreen brandende sigaret die op een bank of in bed ligt te smeulen. SLAAPKAMERSLAAPKAMER OVERLOOPWOONKAMER KEUKENMOET VOLDOEN AANDE AANBEVELINGENVAN HET BSIAANBEVOLEN VOOR EXTRA BESCHERMINGSLAAPKAMERKEUKENZITKAMEREETKAMERWONING MET MEERDERE VERDIEPINGEN WONING MET ÉÉN VERDIEPING, FLAT, KAMPEERAUTOSYMBOLEN:BESTAANDE WONINGENOPBATTERIJENSLAAPKAMERDE INSTALLATIE VAN DE ROOKMELDERDE ONDERDELEN VAN DEZE ROOKMELDER VOLG DEZE EENVOUDIGE STAPPEN. 1. Montageplaat2. Montagegleuven3.
ALLEEN MODELSA720CE: Escape Light®Als u het batterijvak wilt vergrendelen, of de rookmelder aan demontageplaat wilt vergrendelen, moet u eerst de sectie "Optionelevergrendelingsfuncties" lezen voordat u met de installatie begint. 1. Houd de basis stevig vast en draai de montageplaat tegen de klokin om hem van de basis te scheiden. 2. Houd de montageplaat zodanig tegen het plafond (of de muur) datde verticale montagesleuf in de 12 uur positie staat en markeer debinnenomtrek van de montagesleuven met een potlood (verticaleen horizontale montage). 3. Zorg ervoor dat de stof die ontstaat als u de montagegaten boortniet op/in de rookmelder terecht komt. 4. Boor een gat in het midden van de gemarkeerde ovalen met eenboorkop van 5 mm. 5. Duw de plastic pluggen (in de plastic zak met schroeven) in degaten.
Tik de pluggen voorzichtig in de gaten met een hamer totdat ze niet meer uit het plafond of de muur steken. 6. Bevestig de montageplaat aan het plafond of tegen de muur. 7. Installeer de batterij (is bijgesloten). Openhet batterijvak. De polen van de batterijmoeten overeenkomen met de polen van de rookmelder ( de "+ " op de "+" en de "-"op de "-"). Duw de batterij in het vak totdathij vastklikt en niet losgeschud kan worden. Als de batterij niet goed vastzit, kan hij geenstroom leveren aan de rookmelder. OPMERKING: Nadat u de batterij heeft geïnstalleerd, kan de spanningsindicator beginnen te knipperen. (Als de rook-melder een alarm geeft, zal de indicator met hoge frequentieknipperen en klinkt er een repeterend claxonsignaal). Dit isnormaal. 8. Maak de rookmelder vast aan de montageplaat. Breng de geleidersop de basis van de rookmelder op één lijn met de geleiders op demontageplaat.
"WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. NOODZAKELIJK GEREEDSCHAP:Deze rookmelder is ontworpen om aan het plafond, of indien nodig tegen een muur te worden gemonteerd. • Potlood• Boor met een boorkop van 5 mm• Standaard platkopschroevendraaier• Hamer• Buigtang of mes om de optionele vergrendelings-functies te activerenOM HET BATTERIJVAK TE VERGRENDELENVergrendel het batterijvak pas nadat u de batterij heeft geactiveerden de rookmelder heeft getest. 1. Installeer de batterij zodanig dat depolen van de batterij overeenkomenmet de polen van de rookmelder (de"+" op de "+" en de "-" op de "-"). Duw de batterij in het vak totdat hijvastklikt en niet losgeschud kan worden. Als de batterij niet goed vastzit, kan hij geen stroom leveren aande rookmelder. 2. Druk op de testknop en houd hemingedrukt tot het (luide) alarmsignaalklinkt: toet, toet, toet.
Als het alarm niet afgaat terwijl u derookmelder test, mag u het batterijvakNIET VERGRENDELEN. Installeer eennieuwe batterij en druk opnieuw op detestknop. Als het alarm nog steeds nietafgaat, moet u de melder onmiddellijkvervangen. 3. Verwijder een sluitpen van de montageplaat met behulp van eenkabeltang of een mes. 4. Duw de sluitpen door het gat bij hetslot van de klep van het batterijvakaan de achterkant van de rookmelder. OPTIONELE VERGRENDELINGSFUNCTIESWAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. OM DE MONTAGEPLAAT TE VERGRENDELEN1. Verwijder een sluitpen van demontageplaat met behulp vaneen kabeltang of eenwerkmes. 2. Steek de sluitpen door het gat op de achterkant van derookmelder (zie tekening). 3. Als u de rookmelder aan demontageplaat bevestigt, zal de kop van de sluitpen in eeninkeping op de beugel vallen.
De optionele vergrendelingsfuncties zijn bedoeld om te voorkomen dat batterijen of rookmelders door onbevoegden worden verwijderd. De vergrendelingsfuncties hoeven niet gebruikt te worden in ééngezinswoningen waar de batterijen en rookmelders geen gevaar lopen omdoor onbevoegden te worden verwijderd.
Deze rookmelders hebben twee aparte vergrendelingsfuncties: een functie om het batterijvak te vergrendelen en een andere functie om de rookmelderaan de montageplaat te vergrendelen. De twee functies kunnen ieder apart of beide tegelijk gebruikt worden. Vereist gereedschap: • Kabeltang of een mes • Standaard platkopschroevendraaier. Beide vergrendelingsfuncties maken gebruik van sluitpennen die aan de montageplaat bevestigd zijn. Verwijder één vande pennen (of alle twee, afhankelijk van de functies die u wilt gebruiken) uit de montageplaat met behulp van eenkabeltang of een mes. Om een sluitpen permanent te verwijderen, steekt u een platkopschroevendraaier tussen de sluitpen en desluiting en duwt u de pen uit de sluiting. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. OM HET BATTERIJVAK TE ONTGRENDELEN1. Haal de rookmelder van de montageplaat.
Als de rookmelderaan de beugel vergrendeld zit,moet u de sectie "Om de montageplaat te ontgrendelen"raadplegen. 2. Steek een platkopschroeven-draaier onder de kop van desluitpen en duw deze voorzichtiguit het slot van het batterijvak (alsu het batterijvak later opnieuwwilt vergrendelen, moet u desluitpen bewaren). 3. Om het batterijvak opnieuw tevergrendelen, sluit u de klep ensteekt u de sluitpen opnieuw inhet slot. 4. Maak de rookmelder weer vastaan de montageplaat. Na het vervangen van de batterijmoet u de rookmelder altijd eersttesten voordat u het batterijvakweer vergrendelt. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. OM DE MONTAGEPLAAT TE ONTGRENDELEN1. Steek een platkopschroeven-draaier in de rechthoekige uitsnijding op de montageplaatdie zich dichtst bij de sluitpenbevindt. 2.
Vervang de originele batterij uitsluitend door één van de hierondervermelde batterijen. Als u een ander type batterij gebruikt, kunnenwij de juiste werking van de rookmelder niet garanderen. Gebruiknooit herlaadbare batterijen omdat deze niet altijd een constantespanning leveren. •Test de rookmelder tenminste één keer per week. • Maak de rookmelder tenminste eens per maand schoon. Stofzuig debuitenkant van de rookmelder voorzichtig met behulp van de zachteborstel van uw stofzuiger. Test de rookmelder. Maak de rookmeldernooit schoon met water, schoonmaakmiddelen of oplosmiddelenaangezien deze de rookmelder kunnen beschadigen. • Als de rookmelder zo vuil of stoffig is geworden dat schoonmakenniet meer helpt om valse alarmen te verhinderen, moet u het apparaat onmiddellijk vervangen. •Als een rookmelder vaak een vals alarm geeft, moet u hem op eenandere plek ophangen.
Zie "Waar kunt u de rookmelder beter nietophangen" voor verdere bijzonderheden. •Als de batterij bijna leeg is, klinkt er ongeveer één keer per minuuteen pieptoon (de "batterij leeg" waarschuwing). Het apparaat kan ditwaarschuwingssignaal 30 dagen lang volhouden, maar voor uw eigenveiligheid is het beter om de batterij onmiddellijk te verwisselen. • Elke keer als u de batterij verwisselt, moet u de werking van derookmelder testen door de testknop in te drukken. • Geadviseerd wordt, de rookmelder in elk geval na 10 jaar te vervangen. Toegestane batterijen:Uw rookmelder werkt op een standaard 9 V batterij. U mag de volgendetypen batterijen gebruiken: Duracell #MN1604; Energizer #522. U magook de langer meegaande Ultralife U9VL-J lithiumbatterijen gebruiken. Deze batterijen zijn verkrijgbaar in veel winkels in uw buurt.
Als u een lithiumbatterij gebruikt, bestaat er ontploffingsgevaar alsde batterij niet op de juiste manier geplaatst wordt. Vervang eenlithiumbatterij alleen door een andere lithiumbatterij of door eengelijksoortige batterij.
De meeste zinkkoolstofbatterijen hebben een gemiddelde levensduurvan 1 jaar; de meeste alkalinebatterijen hebben een gemiddelde levens-duur van 1-2 jaar; de meeste lithiumbatterijen hebben een gemiddeldelevensduur van 6-10 jaar. De werkelijke levensduur van een batterijhangt af van de rookmelder en van de omgeving waarin de rookmelderzich bevindt. Alle bovengenoemde batterijen zijn geschikt om in dezerookmelder te worden gebruikt. Als het apparaat begint te "piepen" (de "batterij leeg" waarschuwing) MOET u de batterij onmiddellijk verwisselen, ook als de levensduur van de batterij volgens de gegevensvan de fabrikant nog niet verstreken is. Behandel de batterij als chemisch afval, lever ze apart in bij uwwinkelier of gemeente depot. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR.
Probeer NOOIT deze rookmelder te testen met enige vorm van eenopen vuur. U zou het apparaat per ongeluk kunnen beschadigen ofeen brand kunnen veroorzaken. De werking van het apparaat kanafdoende getest worden met behulp van de ingebouwde testknop,in overeenstemming met de British Standards. Het is belangrijk dat dit apparaat elke week wordt getest om dejuiste werking te controleren. Test ook na afwezigheid van een langere periode (bijvoorbeeld door vakantie). Het is aan te bevelen om deze rookmelder te testen met behulp van de testknop. Druk op de testknop op de behuizing van het apparaat enhoud deze ingedrukt tot het alarmsignaal klinkt (als u de knop loslaat,kan het alarmsignaal nog een paar seconden doorgaan).
Als het alarmniet afgaat, moet u nagaan of het apparaat stroom krijgt (de LED knippertongeveer een keer per minuut om aan te geven dat het apparaat stroomontvangt); test de rookmelder opnieuw. Als het alarm nog steeds nietafgaat, moet u de rookmelder onmiddellijk vervangen. Tijdens de testhoort u een luid, repeterend claxonsignaal: toet, toet, toet…Alleen model SA720CE: Het Escape Light®gaat branden.
WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. Noteer het volgende:Aankoopdatum:____________ Gekocht van:_______________________9V OPTISCHE ROOKMELDER MET PAUZEKNOP EN/OF ESCAPELIGHT®EN/OF ONDERLING DOORVERBINDBAARROOKMELDERS OP ELKAAR AANSLUITEN (Enkel Model 710IE)Er kunnen maximaal 12 rookmelders op elkaar aangesloten worden,zodat als er één rook opmerkt, alle rookmelders een alarmsignaalafgeven. De waarschuwing voor laag batterijvermogen wordt echteralleen gegeven door het toestel dat een nieuwe batterij nodig heeft. De bedrading moet voldoen aan de huidige IEE-reguleringen voor elektrische installaties. Verbind de rookmelders aan elkaar door alle Signal-aansluitpunten opelkaar aan te sluiten. Doe hetzelfde met alle Ground-aansluitpunten. Zie afbeelding. Voor de aansluiting moet geharmoniseerd montage-draad worden toegepast (H05V-U 1,5 mm2of H07V-U 2,5 mm2).
De rookmelders mogen alleen in één woning aan elkaar verbondenworden. Als er rookmelders in verschillende woningen op elkaaraangesloten worden, zal er een ongewenst alarmsignaal afgaantelkens wanneer een rookmelder in de andere woning wordt getest. Zodra u de rookmelders op elkaar hebt aangesloten, duwt u op detestknop van één toestel. Als alle melders goed op elkaar zijn aanges-loten, zullen ze allemaal afgaan. Deze rookmelder mag alleen aan andere rookmelders van hetmodel 710IE verbonden worden. Als u een ander apparaat op dittoestel aansluit, zal het toestel niet langer goed functioneren. Als de rookmelders niet aan andere rookmelders worden verbonden,doet u niets met de SIGNAL- en GROUND-aansluitpunten die speciaalzijn bedoeld voor het aan elkaar verbinden van rookmelders. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR. WAARSCHUWING. PAS OP. BELANGRIJK. GEVAAR.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met FirstAlert 710LE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Rookmelder FirstAlert
Handleiding Rookmelder
Nieuwste handleidingen voor Rookmelder