Fiat 500 - 2013 Handleiding

Fiat Personenwagen 500 - 2013

Bekijk gratis de handleiding van Fiat 500 - 2013 (243 pagina’s), behorend tot de categorie Personenwagen. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen. Heb je een vraag over Fiat 500 - 2013 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/243
De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld.
Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen.
Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk.
Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.
NEDERLANDS
GEBRUIK EN ONDERHOUD
FIAT500
500 UM NL SISTEMA_500 UM ITA 30/08/13 14.33 Pagina 1

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Fiat
Categorie: Personenwagen
Model: 500 - 2013

Handleiding Fiat 500 - 2013 – volledige tekst

De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Fiat behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen.Wendt u voor nadere informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.NEDERLANDSGEBRUIK EN ONDERHOUDFIAT500500 UM NL SISTEMA_500 UM ITA 30/08/13 14.33 Pagina 1

ERG BELANGRIJK. BRANDSTOF TANKENBenzinemotoren: tank uitsluitend loodvrijebenzine met een minimum octaangetal (RON)van 95 die voldoet aan de Europese specificatieEN 228. Als u benzine gebruikt die niet voldoet aanbovenstaande specificatie gaat hetwaarschuwingslampje EOBD branden en gaat demotor onregelmatig lopen. Dieselmotoren: tank uitsluitend dieselolie dieaan de Europese norm EN590 voldoet. Hetgebruik van andere producten of mengsels kan demotor onherstelbaar beschadigen en derhalvede garantie ongeldig maken. MOTOR STARTENControleer of de handrem aangetrokken is en zetde versnellingspook in vrij. Trap hetkoppelingspedaal volledig in, maar trap hetgaspedaal niet in, draai de contactsleutel op MARen wacht tot de lampjes en uitgaan(Dieseluitvoeringen): draai de sleutel op AVV enlaat hem los zodra de motor aanslaat.

PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALENTijdens de werking wordt de katalysator zeerwarm. Parkeer de auto dus niet op gras of bovendroge bladeren, dennennaalden of anderontvlambaar materiaal: brandgevaar. BESCHERMING VAN HET MILIEUOm overmatige vervuiling van het milieu tevoorkomen, is de auto uitgerust met eendiagnosesysteem dat continu controles uitvoertop de componenten die van invloed zijn op deuitlaatgasemissie. ELEKTRISCHE APPARATUURAls u na aanschaf van uw auto accessoires wiltmonteren die stroom verbruiken (waardoorde accu langzaam kan ontladen), wend u dan tothet Fiat Servicenetwerk. Dit kan controlerenof de elektrische installatie van de auto geschiktis voor het extra stroomverbruik. CODE-cardBewaar deze op een veilige plaats, maar niet in deauto. Wij raden u aan de elektronische code vande CODE-card altijd bij u te hebben.

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDBedenk dat een goed onderhoud van de auto debeste manier is om de prestaties en de veiligheidvan de auto gedurende langere tijd te garanderen. Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijvende bedrijfskosten laag. IN HET INSTRUCTIEBOEKJE.

SYMBOLENOp of in de nabijheid van enkele onderdelen van uwauto zijn plaatjes met een bepaalde kleuraangebracht, met daarop symbolen die uw aandachtvragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven dieu in acht moet nemen, als u met het betreffendeonderdeel te maken krijgt.Op de binnenbekleding van de motorkap bevindt zicheen plaatje met een korte samenvatting van desymbolen.FIAT CODEVoor een nog betere beveiliging tegen diefstal is deauto uitgerust met een elektronische startblokkering.Het systeem wordt automatisch ingeschakeld als desleutel uit het contactslot genomen wordt.Als u bij het starten van de motor de sleutel in standMAR draait, stuurt de regeleenheid van het FiatCODE-systeem een code naar de regeleenheid vande motor die, als de code wordt herkend, deblokkering van de functies opheft.Als bij het starten de code niet wordt herkend, gaatop het instrumentenpaneel het waarschuwingslampjebranden.

Draai in dat geval de sleutel in standSTOP en vervolgens in stand MAR; als de motorgeblokkeerd blijft, probeer het dan opnieuw met deandere geleverde sleutels. Als de motor nog nietaanslaat, wend u dan tot het Fiat Servicenetwerk.BELANGRIJK Elke sleutel heeft een eigen code, diein de regeleenheid van het systeem moet wordenopgeslagen. Wend u voor het opslaan van maximaal 8nieuwe sleutels tot het Fiat Servicenetwerk.Als het lampje tijdens het rijden gaatbrandenAls het lampje gaat branden, betekent dit dat hetsysteem zichzelf controleert (bijv. bij eenvermindering van de spanning). Als de storing blijftoptreden, wend u dan tot het Fiat Servicenetwerk.4WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

DE SLEUTELSCODE CARD(voor bepaalde uitvoeringen/markten)Met de auto wordt tegelijk met de twee sleutels eenCODE card overhandigd, waarop is aangegeven:A fig. 2 de elektronische code;B fig. 2 de mechanische code van de sleutels die aanhet Fiat Servicenetwerk moet worden doorgegevenals er duplicaatsleutels worden besteld.Wij raden u aan om de elektronische code A altijd biju te hebben.BELANGRIJK Als de auto wordt verkocht, moetenalle sleutels en de CODE-card overhandigd wordenaan de nieuwe eigenaar.Bij krachtige stoten kunnen deelektronische componenten in de sleutelbeschadigd worden. Om schade aan deelektronische schakelingen in de sleutels tevoorkomen, mogen de sleutels niet aan directezonnestraling worden blootgesteld.MECHANISCHE SLEUTELDe metalen baard A fig.

SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING(voor bepaalde uitvoeringen/markten)De metalen baard A fig. 4 dient voor:❒het contactslot;❒de sloten van de portieren;❒het ver-/ontgrendelen van de tankdop.Als u toets B fig. 4 indrukt, wordt de metalen baardin-/uitgeklapt.Portieren en achterklep ontgrendelenDruk kort op de knop : om de deuren en deachterklep te ontgrendelen. Gelijktijdig wordt deplafondverlichting tijdelijk ingeschakeld en knipperende richtingaanwijzers twee keer (indien aanwezig).De portieren worden automatisch ontgrendeldwanneer de afsluiter van de brandstoftoevoeringrijpt.Portieren en achterklep vergrendelenDruk kort op de knop om de portieren en deachterklep op afstand te vergrendelen, deplafondverlichting gaat uit en de richtingaanwijzersknipperen één keer (*).Als een of meer portieren geopend zijn, wordt devergrendeling niet uitgevoerd.

Dit wordt gesignaleerddoor het snel knipperen van de richtingaanwijzers(*). De portieren worden vergrendeld als deachterklep geopend is. Als sneller wordt gereden dan20 km/h dan worden de portieren automatischvergrendeld als deze functie is ingesteld (alleen bijuitvoeringen met instelbaar multifunctioneel display)(*).(*) Voor bepaalde uitvoeringen/marktenAchterklep op afstand ontgrendelenDruk op de knop om de achterklep op afstand teontgrendelen (openen).Het openen van de achterklep wordt aangegevendoor het twee keer knipperen van derichtingaanwijzers.EXTRA AFSTANDSBEDIENINGENBESTELLENHet systeem kan maximaal 8 afstandsbedieningenherkennen. Als u in de loop der tijd een nieuweafstandsbediening nodig hebt, kunt u zich tot het FiatServicenetwerk wenden. Neem dan de CODE-card,een identiteitsbewijs en het kentekenbewijs mee.Afig.

BATTERIJVAN SLEUTEL METAFSTANDSBEDIENING VERVANGENGa voor het vervangen van de batterij als volgt tewerk:❒druk op knop A fig. 5 en klap de metalen baard Bfig. 5 uit;❒draai de schroef C fig. 5 in stand met behulpvan een kleine schroevendraaier;❒trek de batterijhouder D fig. 5 naar buiten envervang de batterij E fig. 5, let daarbij goed op depolariteit;❒zet de batterijhouder D weer in de sleutel en draaide schroef C in stand .Lege batterijen zijn schadelijk voor hetmilieu. Ze moeten in daarvoor bestemdecontainers worden gedeponeerd. Zekunnen ook ingeleverd worden bij het FiatServicenetwerk, dat vervolgens voor de afvoerzorgt.FRONTJE AFSTANDSBEDIENINGVERVANGENGa te werk zoals aangegeven in afbeelding fig. 6 enfig. 7 om het deksel van de afstandsbediening tevervangen.Afig. 5 F0S0005 fig.

START-/CONTACTSLOTDe sleutel kan in 3 standen worden gedraaid fig. 8:❒STOP: motor uit, sleutel uitneembaar en stuurgeblokkeerd. Enkele elektrische installaties werken(bijv. autoradio, elektrische ruitbediening enz.).❒MAR: contact aan. Alle elektrische systemenkunnen werken;❒AVV: motor starten.Het contactslot is voorzien van eenherstartbeveiliging. Als de motor bij de eerste pogingniet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in destand STOP en nogmaals starten.STUURSLOTInschakelen: zet de sleutel in stand STOP, trek desleutel uit het contactslot en draai het stuur totdathet vergrendelt.Uitschakelen: Draai het stuur iets heen en weer,terwijl u de sleutel in stand MAR draait.BELANGRIJKVerwijder de sleutel nooit uit hetcontactslot als de auto nog in bewegingis. Het stuur blokkeert in dat geval bij de eerstestuurbeweging automatisch. Dit geldt in allegevallen, ook als de auto gesleept wordt.

Het isstreng verboden om demontage-/montagewerkzaamheden uit te voeren,waarvoor wijzigingen in de stuurinrichting ofde stuurkolom vereist zijn (bijv. bij montagevan een diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnende prestaties van het systeem, de garantieen de veiligheid in gevaar worden gebracht envoldoet de auto niet meer aan detypegoedkeuring.fig. 7 F0S0353 fig. 8 F0S00068WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

INSTRUMENTENPANEELDe achtergrondkleur van de instrumenten en het type instrumenten kunnen afhankelijk van de versiesvariëren. Dieselversies hebben een toerenteller met een volledige uitslag van 6 tpm x 1000.De lampjes en zijn alleen aanwezig op de dieseluitvoeringen.Het waarschuwingslampje of is alleen beschikbaar bij versies met Dualogic versnellingsbak (zie“Dualogic” supplement).A. Snelheidsmeter B. Toerenteller C. Multifunctionele display met digitale brandstofmeter en digitalekoelvloeistoftemperatuurmeter.fig. 9 F0S03919WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

SNELHEIDSMETERDe meternaald geeft A fig. 10-fig. 11 geeft desnelheid van de auto aan (snelheidsmeter).TOERENTELLERDe meternaald B fig. 10-fig. 11 geeft hetmotortoerental aan.Volledige uitslag 8 tpm x 1000: benzineversies.Volledige uitslag 6 tpm x 1000: dieselversies.DIGITALE BRANDSTOFMETERDe digitale meter C fig. 10 - fig. 11 geeft dehoeveelheid brandstof in de tank aan.Het lampje E fig. 10 - fig. 11 gaat branden wanneerer nog circa 5 liter brandstof in de tank is.Rijd niet met een bijna lege brandstoftank: door eenonregelmatige brandstoftoevoer kan de katalysatorbeschadigd raken.KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETERDe digitale meter D fig. 10-fig. 11 geeft dekoelvloeistoftemperatuur aan en meldt de gebruikerwanneer de koelvloeistoftemperatuur hoger is dancirca 50°C.Het eerste streepje blijft altijd branden en geeft decorrecte werking van het systeem aan.Het waarschuwingslampje F fig. 10 - fig.

Dit schakeladvies wordt gegevenmet het oog op het optimaliseren van het verbruiken de rijstijl.Opmerking Deze indicatie op hetinstrumentenpaneel blijft branden tot de bestuurderschakelt of tot de omstandigheden onder eenritprofiel vallen waarbij het schakelen voor een lagerbrandstofverbruik overbodig is.BEDIENINGSKNOPPEN+Om het scherm en de keuzemogelijkheden naarboven te doorlopen of de weergegeven waarde teverhogen fig. 12.MENU Kort indrukken voor toegang tot hetmenu en/of naar het volgende scherm tegaan of de keuze te bevestigen. Langindrukken om terug te keren naar hetbeginscherm.–Om het scherm en de keuzemogelijkheden naarbeneden te doorlopen of de weergegeven waardete verlagen.Opmerking De knoppen +en –activerenverschillende functies, afhankelijk van de volgendesituaties:fig.

❒binnen het menu kunt u het menu naar boven ofbeneden doorlopen;❒tijdens het instellen kunt u de waarde verhogen ofverlagen.Opmerking Bij het openen van een voorportierwordt het display verlicht en wordt enkele secondende tijd en de afgelegde kilomters/mijlen (indienaanwezig) weergegeven.BEGINSCHERM MULTIFUNCTIONEELDISPLAYOp het standaardscherm fig.

13 wordt de volgendeinformatie weergegeven:1Kilometerteller (weergave afgelegde kilometers ofmijlen)2Aanduiding SPORT-rijstijl (0.9 TwinAir 105 pkversies)Aanduiding rijstijlprogramma ECO (uitvoeringen0.9 TwinAir 85pk)3Koplampstand (alleen bij ingeschakeld dimlicht)4Digitale brandstofmeter5Gegevens6Aanduiding ingeschakelde versnelling (Dualogicversies)7Gear Shift Indicator8Tijd9Start&Stop (indien aanwezig)10 Aanduiding auto-onderhoud11 Digitale koelvloeistoftemperatuurmeter12 Buitentemperatuurmeter13 Signalering eventuele aanwezigheid van ijs op deweg14 Inschakeling elektrische stuurbekrachtigingDualdriveSETUP-MENUHet menu bestaat uit een aantal functies dat"cyclisch" wordt weergegeven.

De functies kunnenmet de knoppen +en –worden gekozen, waarnau keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen(setup) kunt uitvoeren.Bij enkele onderdelen (Tijd en Meeteenheid instellen)is er een submenu.De Setup-menu wordt geactiveerd door de MENUknop kort in te drukken. Druk de knoppen +fig. 13 F0S039312WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

De bedieningswijzen verschillenafhankelijk van de gekozen optie.Het menu biedt de volgende functies:❒VERLICHTING❒GELUIDSSIGNAAL SNELHEID❒GEGEVENS TRIP B❒KLOK INSTELLEN❒DATUM INSTELLEN❒WEERGAVE RADIO❒AUTOCLOSE❒MEETEENHEDEN❒TAAL❒VOLUME WAARSCHUWINGEN❒VOLUME TOETSEN❒ZOEMER GORDELS❒SERVICE❒PASSAGIERSAIRBAG❒DAG-DIMLICHT❒MENU EXITEen optie in het hoofdmenu zonder een submenu kiezen:❒druk kort op de MENU knop om de instellingvan het hoofdmenu die gewijzigd moet worden teselecteren;❒met de knop +of –(door de knop telkens in tedrukken) kan de nieuwe instelling wordengeselecteerd;❒druk kort op de MENU knop om de nieuweinstelling op te slaan en terug te gaan naar deeerder geselecteerde optie in het hoofdmenu.Een optie in het hoofdmenu met een submenu kiezen:❒druk kort op de MENU knop om de eersteoptie uit het submenu weer te geven;❒met de knop +of –(door de knop telkens in tedrukken) kunt u alle menupunten van het submenudoorlopen;❒druk kort op de MENU knop om de getoondesubmenu-optie te selecteren en het betreffendesetup-menu te openen;❒met de knop +of –(door de knop telkens in tedrukken) kan de nieuwe instelling van ditmenupunt in het submenu worden geselecteerd;❒kort drukken op de MENU knop zorgt ervoordat de instelling wordt opgeslagen.

MENUFUNCTIESLichtsterkte interieur regelenOp enkele uitvoeringen heeft hetinstrumentenpaneel een lichtsensor die hetomgevingslicht detecteert, om de lichtsterkte van hetinstrumentenpaneel zelf te regelen. Het is echter mogelijk dat de lichtsterkte van demeters op het instrumentenpaneel tijdens het rijdenwijzigt (van ingeschakeld naar gedoofd) onderomstandigheden waarbij het "daglicht" in hetinterieur wijzigt naar "nacht", of omgekeerd(bijvoorbeeld in een tunnel, schaduwzones, ondereen viaduct, enz. ). Deze functie is beschikbaar bij ingeschakeld dimlichten 's nachts voor het instellen van de lichtintensiteitvan het instrumentenpaneel, de knoppen, het displayvan de autoradio en het display van de automatischgeregelde airconditioning.

Bij bepaalde uitvoeringen/markten, overdag en metingeschakeld dimlicht, worden hetinstrumentenpaneel, de toetsen en de displays van deautoradio en de automatisch geregeldeairconditioning maximaal verlicht. Ga als volgt te werk om de lichtsterkte in te stellen:❒druk kortstondig op de MENU knop ,ophet display verschijnt het eerder opgeslagen niveau;❒druk op knop +of –om de lichtsterkte in testellen;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan. Beep Snelheid (Snelheidslimiet)Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto(km/h of mph) worden ingesteld. Als deze limietwordt overschreden, wordt de bestuurdergewaarschuwd (zie hoofdstuk “Lampjes enberichten”).

Ga voor het instellen van de snelheidslimiet als volgtte werk:❒druk kort op de MENU knop : op het displayverschijnt het opschrift (Piep snelheid);❒druk op knop +of–om de snelheidslimiet in teschakelen (On) of uit te schakelen (Off);❒wanneer de functie reeds is ingeschakeld, druk op+of –om de gewenste snelheidslimiet teselecteren en druk vervolgens op MENU omde keuze te bevestigen.

Opmerking Er kan een snelheid tussen 30 en 200km/h of tussen 20 en 125 mph worden gekozenafhankelijk van de ingestelde eenheid; zie de paragraaf"Meeteenheid instellen" die hierna wordt beschreven. Elke keer dat u de knop +/–indrukt, wordt dewaarde 5 eenheden verhoogd of verlaagd. Als u deknop +/–ingedrukt houdt, lopen de cijfersautomatisch snel door of terug. Als u dicht bij dejuiste waarde bent, stelt u de exacte waarde in doorde knop telkens in te drukken en los te laten. ❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan.

Ga als volgt te werk als u de instelling wilt annuleren:❒druk kortstondig op de MENU knop om hetdisplay te laten knipperen (On);❒druk op de knop –, op het display knippert (Off);❒druk kortstondig op de MENU knop omterug te keren naar het menuscherm of druklangdurig op de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan. Gegevens trip B (Inschakeling Trip B)Met deze functie kan de weergave van Trip B(dagteller) worden ingeschakeld (On) ofuitgeschakeld (Off ). Zie voor meer informatie de paragraaf"Tripcomputer". Ga voor het in-/uitschakelen als volgt te werk:❒druk kort op de MENU knop om "On" of"Off" op het display te doen knipperen afhankelijkvan wat eerder is ingesteld;❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan.

Ga voor het instellen als volgt te werk:❒druk kortstondig op de MENU knop :ophetdisplay verschijnen de twee submenu's "Uur" en"Formaat";❒druk op de knop +of –om tussen de submenu'ste navigeren;❒druk na de submenu te hebben geselecteerd kortop de MENU knop ;❒wanneer het submenu “Uur” wordt gekozen, kortop de MENU knop drukken om het "uur" ophet display te doen knipperen;❒druk op de knop +of –om de instelling uit tevoeren;❒druk kort op de MENU knop : op het displayknipperen de "minuten";❒druk op +of –om de waarde in te stellen. 15WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.

Opmerking Telkens als de knop +of –wordtingedrukt, wordt de waarde een eenheid verhoogd ofverlaagd. Als de knop ingedrukt wordt gehouden,dan wordt de waarde snel verhoogd/verlaagd. Als udicht bij de juiste waarde bent, stelt u de exactewaarde in door de knop telkens in te drukken en loste laten. ❒wanneer het submenu “Formaat” is gekozen, kortop de MENU knop drukken, het formaat gaatop het display knipperen;❒druk op de knop +of –om “24h” of “12h” teselecteren. Wanneer de instellingen zijnuitgevoerd, druk kortstondig op de MENU knopom terug te keren naar het menuschermof druk langdurig op de knop om terug te kerennaar het hoofdmenu zonder op te slaan. ❒druk nogmaals langdurig op de MENU knopom terug te keren naar het standaardschermof het hoofdmenu in functie van waar men zichbevindt. Datum instellenMet deze functie kan de datum (dag - maand - jaar)worden ingesteld.

Ga voor het instellen als volgt te werk:❒druk kort op de MENU knop : op het displayknippert "jaar";❒druk op de knop +of –om de instelling uit tevoeren;❒druk kort op de MENU knop : op het displayknippert "maand";❒druk op de knop +of –om de instelling uit tevoeren;❒druk kort op de MENU knop : op het displayknippert "dag";❒druk op +of –om de waarde in te stellen;Opmerking Telkens als de knop +of –wordtingedrukt, wordt de waarde een eenheid verhoogd ofverlaagd. Als de knop ingedrukt wordt gehouden,dan wordt de waarde snel verhoogd/verlaagd. Als udicht bij de juiste waarde bent, stelt u de exactewaarde in door de knop telkens in te drukken en loste laten. ❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan.

❒Radio: frequentie of RDS-bericht van hetgeselecteerde radiostation, automatisch zoeken ofAutoSTore inschakelen;❒audio-CD, MP3-CD: tracknummer. Ga voor het inschakelen (On) of uitschakelen (Off)van de informatie over de autoradio op het displayals volgt te werk:❒druk kort op de MENU knop om "On" of"Off" op het display te doen knipperen afhankelijkvan wat eerder is ingesteld;16WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER.

❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan. Autoclose (Automatische centralevergrendeling bij rijdende auto) (indien vantoepassing)Als deze functie is ingeschakeld (On), dan worden deportieren automatisch vergrendeld zodra de autosneller rijdt dan 20 km/h.

Ga voor het in- of uitschakelen van deze functie alsvolgt te werk:❒druk kortstondig op de MENU knop om eensubmenu weer te geven;❒druk kortstondig op de MENU knop om "On"of "Off" op het display te doen knipperen in functievan wat eerder is ingesteld;❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hethoofdmenu zonder op te slaan;❒druk nogmaals langdurig op de MENU knopom terug te keren naar het standaardschermof het hoofdmenu in functie van waar men zichbevindt. Meeteenheden (eenheden instellen)Met deze functie kunnen de meeteenheden wordeningesteld via twee submenu’s: “Afstand” en“Verbruik”.

Ga voor het instellen van de gewenste eenheid alsvolgt te werk:❒druk kort op de MENU knop : op het displayverschijnen de twee submenu's;❒druk op de knop +of –om tussen de submenu'ste navigeren;❒druk na de submenu te hebben geselecteerd kortop de MENU knop ;❒wanneer het submenu “Afstanden” wordt gekozen,druk kortstondig op de MENU knop om “km”of “mi” op het display weer te geven, in functievan wat eerder is ingesteld;❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒wanneer het submenu “Verbruik” wordt gekozen,kort op de MENU knop drukken om km/l,l/100km of mpg op het display weer te geven,afhankelijk van wat eerder is ingesteld;Als de eenheid voor de afstand is ingesteld op "km",dan kan de meeteenheid verbruik worden ingesteldop km/l of l/100km.

Wanneer de instellingen zijn uitgevoerd, drukkortstondig op de MENU knop om terug tekeren naar het menuscherm of druk langdurig op deknop om terug te keren naar het hoofdmenu zonderop te slaan. ❒druk nogmaals langdurig op de MENU knopom terug te keren naar het standaardschermof het hoofdmenu in functie van waar men zichbevindt. Taal (Taal instellen)U kunt de taal van het display instellen: Italiaans,Engels, Duits, Portugees, Spaans, Frans, Nederlands,Pools. Ga om de gewenste taal in te stellen als volgt tewerk:❒druk kort op MENU knop : de eerderingestelde “taal” gaat knipperen op het display;❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan.

Volume waarschuwingen (Instelling volumegeluidssignaal storingen/waarschuwingen)Het volume van het geluidssignaal (buzzer) dat klinktvoor het melden van een storing of waarschuwing,kan ingesteld worden op 8 niveaus. Ga voor het instellen van het gewenste volume alsvolgt te werk:❒druk kort op MENU knop : op het displaybegint het eerder ingestelde volume te knipperen;❒druk op de knop +of –om de instelling uit tevoeren;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan. Volume toetsen (Volumeregeling toetsen)Deze functie kan gebruikt worden om het volumevan het geluidssignaal in te stellen (tot 8 niveaus)door het indrukken van de MENU knop en deknoppen ,+en –.

Ga voor het instellen van het gewenste volume alsvolgt te werk:❒druk kort op MENU knop : op het displaybegint het eerder ingestelde volume te knipperen;❒druk op de knop +of –om de instelling uit tevoeren;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm zonder op te slaan.

Gordels (Herinschakeling buzzer voor meldingSBR-systeem)De functie wordt alleen weergegeven als hetSBR-systeem door het Fiat Servicenetwerk isuitgeschakeld (zie de paragraaf "SBR-systeem" in hethoofdstuk "Veiligheid")Service (Geprogrammeerd onderhoud)Met deze functie kan worden weergegeven hoeveelkilometers nog resteren voordat een servicebeurtmoet worden uitgevoerd. Ga voor het raadplegen van deze aanwijzingen alsvolgt te werk:❒druk kort op de MENU knop : het displaygeeft het interval in kilometers of mijlen aan,op grond van wat eerder is ingesteld (zie paragraaf"Meeteenheden");❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hetstandaardscherm. Opmerking Het "Geprogrammeerdonderhoudsschema" houdt een onderhoudsintervalvan 30. 000 km (of 18.

000 mijl) aan; de weergaveverschijnt automatisch, bij contactslot op MAR, vanaf2. 000 km (of dezelfde afstand in mijlen) vóór debetreffende kilometerstand en wordt elke 200 km (ofdezelfde afstand in mijlen) herhaald. Onder de 200km wordt de weergave met kleinere intervallenweergegeven. De weergave vindt plaats in km ofmijlen afhankelijk van de instelling van de eenheid. Alshet geprogrammeerd onderhoud ("servicebeurt")zeer binnenkort moet worden uitgevoerd, danverschijnt als het contactslot in de stand MAR wordtgezet, op het display de mededeling "Service" gevolgddoor het aantal resterende kilometers/mijlen. Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk voor hetuitvoeren van de werkzaamheden van het“Onderhoudsschema” en voor het op nul zetten vandeze weergave (reset).

knoppen +en –, druk nogmaals op de MENUknop ;❒op het display verschijnt een verzoek ombevestiging;❒selecteer door het indrukken van de knop +of –(Ja) (voor bevestiging van de inschakeling/uitschakeling) of (Nee) (om te annuleren);❒druk kort op de MENU knop : er verschijnteen bevestigingsbericht van de gekozen instellingen er wordt teruggekeerd naar het menuscherm.Houd de knop ingedrukt om terug te keren naarhet standaardscherm zonder op te slaan.Dag-dimlicht (DRL)Met deze functie kan het dag-dimlicht worden in- enuitgeschakeld.Ga voor het in- of uitschakelen van deze functie alsvolgt te werk:❒druk kortstondig op de MENU knop om eensubmenu weer te geven;❒druk kortstondig op de MENU knop om "On"of "Off" op het display te doen knipperen in functievan wat eerder is ingesteld;❒druk op de knop+of –om de keuze te maken;❒druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het menuscherm of druk langdurigop de knop om terug te keren naar hethoofdmenu zonder op te slaan;❒druk nogmaals langdurig op de MENU knopom terug te keren naar het standaardschermof het hoofdmenu in functie van waar men zichbevindt.Menu verlatenLaatste functie waarmee de instellingen uit hetmenuscherm worden afgesloten.Druk kortstondig op de MENU knop om terugte keren naar het standaardscherm zonder op teslaan.Als u de knop –indrukt, wordt teruggekeerd naarhet eerste menupunt (Beep Snelheid).20WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

Dezefunctie bestaat uit twee afzonderlijke delen "Trip A"en "Trip B" die de gehele rit van de autoonafhankelijk van elkaar controleren.Beide functies kunnen op nul worden gezet (reset -begin van een nieuwe rit).“Trip A” geeft informatie over:❒Autonomie❒Afgelegde afstand❒Gemiddeld verbruik❒Huidig verbruik❒Gemiddelde snelheid❒Reistijd."Trip B" geeft informatie over:❒Afgelegde afstand B❒Gemiddeld brandstofverbruik B❒Gemiddelde snelheid B❒Reistijd B.Opmerking "Trip B" kan worden uitgeschakeld (ziede paragraaf "Inschakeling Trip B") De gegevens"Autonomie" en "Huidig verbruik" kunnen niet op nulworden gezet.Weergegeven gegevensAutonomieDeze waarde toont de afstand die de auto kanafleggen voordat getankt moet worden, er vanuitgaande dat de rijstijl niet verandert.

Op de displayverschijnt de melding “----”als:❒de actieradius kleiner is dan 50 km (of 30 mijl)❒de auto langere tijd met draaiende motor stilstaat.BELANGRIJK De actieradius kan variëren op basisvan verschillende factoren: de rijstijl (zie de paragraaf"Rijstijl" in het hoofdstuk "Starten en rijden"), hettype route (snelweg, stadsverkeer, bergwegen, etc…)en de gebruiksomstandigheden van het voertuig(beladingstoestand, bandenspanning, etc…). Bij deplanning van een reis dient men dus rekening tehouden met deze factoren.Afgelegde afstandGeeft de afstand aan die de auto heeft afgelegd vanafhet begin van een nieuwe rit.Gemiddeld verbruikGeeft globaal het gemiddelde brandstofverbruik aanvanaf het begin van een nieuwe rit.21WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

Huidig verbruikGeeft het brandstofverbruik weer. Deze waardewordt continu bijgewerkt. Als de auto stilstaat metdraaiende motor verschijnt de melding “----”opdedisplay.Gemiddelde snelheidGeeft de gemiddelde snelheid van de auto aan opbasis van de tijd die verstreken is vanaf het begin vaneen nieuwe rit.ReistijdGeeft de verstreken tijd aan vanaf het begin van eennieuwe rit.Bedieningsknop TRIPDe TRIP-knop bevindt zich op de rechterhendelfig. 14. Wanneer de contactsleutel in de stand MARstaat, kunnen met deze knop de hiervoor beschrevenparameters bekeken worden en kunnen de gegevensworden gereset om een nieuwe reis te beginnen:❒kort indrukken voor weergave van de verschillendegegevens;❒even ingedrukt houden voor het op nul zetten(reset) en het beginnen van een nieuwe rit.Nieuwe ritBegint als een reset is uitgevoerd:❒"handmatig" door de gebruiker d.m.v.

hetindrukken van de betreffende knop;❒“automatisch” als de “afgelegde afstand“ de waarde9999,9 km bereikt of als de „reistijd“ de waarde99.59 bereikt (99 uur en 59 minuten);❒iedere keer als de accu losgekoppeld is geweest.BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet terwijlhet scherm van “Trip A” wordt weergegeven, danworden alleen de gegevens van “Trip A” op nul gezet.Procedure voor het begin van een ritVoor het op nul zetten (reset) moet u, met de sleutelin stand MAR, langer dan 2 seconden op de knopTRIP drukken.Trip verlatenDe TRIP functie kan automatisch verlaten wordennadat alle gegevens zijn weergegeven of door deMENU knop gedurende langer dan 1 seconde inte drukken.fig. 14 F0S009022WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

ZITPLAATSEN VOORBELANGRIJKAlle afstellingen mogen uitsluitend bijeen stilstaande auto worden uitgevoerd.VERSTELLEN IN LENGTERICHTINGTrek hendel A fig. 15 omhoog en schuif de stoel naarvoren of naar achteren: als u rijdt, moeten de armenlicht gebogen zijn en de handen op de rand van hetstuurwiel steunen.BELANGRIJKAls u de hendel hebt losgelaten,controleer dan of de stoel goedvergrendeld is door te proberen hem naar vorenen naar achteren te schuiven.Als de stoel nietgoed vergrendeld is, kan deze onverwachtsverschuiven, waardoor u de controle over deauto kunt verliezen.VERSTELLEN VAN DE RUGLEUNINGDraai aan knop B fig. 16.HOOGTEVERSTELLING(indien aanwezig)Met de hendel C fig. 17 kunt u het achterste deel vande zitting omhoog of omlaag zetten voor een betereen comfortabelere zitpositie.fig. 15 F0S0013 fig.

RUGLEUNING OMKLAPPENBedien voor het omklappen van de rugleuning dehendel D fig. 18 (beweging 1) en druk de rugleuningnaar voren tot deze blokkeert (beweging 2); laathendel D los en druk tegen de rugleuning om destoel vooruit te schuiven (beweging 3).BESTUURDERS- EN PASSAGIERSZIJDE METSTANDGEHEUGEN(indien aanwezig)Schuif de stoel, om deze in de oorspronkelijke standte zetten, naar achteren door op de rugleuning tedrukken totdat de stoel vergrendelt (beweging4); bedien de hendel D fig. 18 (beweging 5) en kantelde rugleuning omhoog (beweging 6) totdat hijhoorbaar vergrendelt.BELANGRIJK Door het gebruik van hendel D fig. 18voordat de stoel in de oorspronkelijke stand isvergrendeld, gaat de oorspronkelijke instellingverloren, waardoor de stoel opnieuw m.b.v. deverstelling in lengterichting A fig. 15 moet wordenafgesteld.fig. 17 F0S0015 fig.

PASSAGIERSZIJDE ZONDERSTANDGEHEUGENSchuif de stoel, om deze in de oorspronkelijke standte zetten, naar achteren door op de rugleuning tedrukken totdat de stoel vergrendelt (beweging4); bedien de hendel D fig. 18 (beweging 5) en kantelde rugleuning omhoog (beweging 6) totdat hijhoorbaar vergrendelt.De vergrendelingsmethode is gekozen om deveiligheid van de inzittende te garanderen. Als bijaanwezigheid van een obstakel (bijvoorbeeld eentas), de stoel niet in de oorspronkelijke stand kanworden teruggezet, dan garandeert het mechanismedat de stoel toch in de geleiders wordt vergrendeld,zodra de rugleuning wordt teruggeklapt.ZITPLAATSEN ACHTERRUGLEUNING ONTGRENDELENBij uitvoeringen met ondeelbare achterbank: trek dehendels A fig. 19 en B fig.

HOOFDSTEUNENVOORDe hoofdsteunen zijn in hoogte verstelbaar; ga voorhet verstellen als volgt te werk.Omhoog zetten: trek de hoofdsteun omhoogtotdat deze hoorbaar vergrendelt.Omlaag zetten: druk op de knop A fig. 20 en duwde hoofdsteun omlaag.BELANGRIJKVerstel de hoofdsteunen alleen als deauto stilstaat en de motor is afgezet. Dehoofdsteunen moeten zo worden ingesteld datze het hoofd ondersteunen en niet de nek.Alleen op die manier bieden ze bescherming.BELANGRIJKVoor het optimaal benutten van dehoofdsteun moet de rugleuning zo zijningesteld dat u rechtop zit en dat uw hoofd zichzo dicht mogelijk bij de hoofdsteun bevindt.ACHTER(indien aanwezig)Druk voor het verwijderen van de hoofdsteunenachter tegelijkertijd op de knoppen B fig. 21 enC fig. 21 aan de zijkanten van de steunen en trek zeomhoog.

Voor het verwijderen van de hoofdsteunenachter moet of de achterklep worden geopend ofde rugleuning zijn ontgrendeld en naar voren wordengekanteld. Trek de hoofdsteun, als deze moetworden gebruikt, omhoog totdat deze hoorbaarvergrendelt.fig. 20 F0S0033 fig. 21 F0S003426WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

Om de hoofdsteun omlaag te zetten op knop Bdrukken. De speciale vormgeving van dehoofdsteunen verhindert opzettelijk dat de passagierachter op de juiste wijze tegen de rugleuning kanleunen, dit is nuttig omdat de passagier gedwongenwordt de hoofdsteun voor gebruik in de juiste standte zetten.BELANGRIJK Als de zitplaatsen achter gebruiktworden, moeten de hoofdsteunen altijd volledig zijnuitgetrokken.STUURWIELVERSTELLING(voor bepaalde uitvoeringen/markten)Het stuurwiel kan verticaal worden versteld.Verstel als volgt: duw de hendel A fig. 22 omlaag instand 2, verstel het stuurwiel in de gewenste standen blokkeer het stuurwiel door de hendel A in stand1 te brengen.BELANGRIJKVerstel het stuurwiel alleen als de autostilstaat en de motor is afgezet.fig. 22 F0S001827WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

BINNENSPIEGELDe binnenspiegel is voorzien van eenbeveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij eenkrachtig contact met een inzittende losschiet. Methet hendeltje A fig. 23 kan de spiegel in twee standenworden gezet: normaal of anti-verblindingsstand.ELEKTRONISCH DIMBAREBINNENSPIEGEL(voor bepaalde uitvoeringen/markten)Enkele uitvoeringen zijn voorzien van eenelektronisch dimbare spiegel met automatischeanti-verblindingsfunctie. Aan de onderzijde van despiegel zit een ON/OFF-toets voor het in-/uitschakelen van de anti-verblindingsfunctie.

Bijinschakeling gaat het lampje op de spiegel branden.Als u de achteruit inschakelt, wordt de spiegel altijdingesteld op gebruik overdag.BUITENSPIEGELSHANDBEDIENDE VERSTELLINGDe buitenspiegel is vanaf de buitenzijde verstelbaardoor licht te drukken op een van de vier zijdenvan het spiegelglas.MET ELEKTRISCHE VERSTELLINGGa als volgt te werk:❒kies de spiegel die u wilt verstellen met deschakelaar B fig. 24;❒zet voor het verstellen van de spiegel de joystick Afig. 24 in een van de vier richtingen.fig. 23 F0S0019 fig. 24 F0S002028WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

VERWARMING EN VENTILATIEEXTRA VERWARMING(voor bepaalde versies/markten)De extra verwarming versnelt het opwarmen van hetinterieur wanneer het zeer koud is. De extraverwarming schakelt automatisch uit nadat degewenste comfortsituatie is bereikt.BelangrijkDe extra verwarming werkt alleen bij lagebuitentemperatuur enmotorkoelvloeistoftemperatuur.De extra verwarming wordt niet ingeschakeld als deaccuspanning laag is.BEDIENINGSKNOPPENA Draaiknop luchttemperatuur fig. 27 (rood-warm /blauw-koud)B Draaiknop aanjagersnelheid fig. 27Opmerking Als de draaiknop in stand 0 staat, komter geen luchtstroom uit de luchtroosters.C Schuifje luchtrecirculatie fig. 27BELANGRIJK Het verdient aanbeveling om derecirculatiefunctie in te schakelen in de file of intunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuildelucht het interieur bereikt.

Het is niet raadzaam ditsysteem langdurig te laten werken, omdat anders,vooral als u met meerdere personen in de auto zit,de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan.D Draaiknop luchtverdeling fig. 27 gericht op hetlichaam en naar de zijruitengericht op het lichaam, naar de zijruiten en debeenruimtealleen gericht naar de beenruimtegericht naar de beenruimte en de voorruitalleen gericht naar de voorruit.E Knop voor in-/uitschakeling achterruitverwarmingfig. 27. Bij inschakeling gaat het lampje op deknop branden.De functie is voorzien van een tijdschakeling om delading van de accu te behouden, waardoor de functiena ongeveer 20 minuten automatisch wordtuitgeschakeld.31WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERluchtrecirculatieluchttoevoer van buiten

Snelle ontwaseming/ontdooiing van devoorruit en de zijruiten voorGa als volgt te werk:❒draai knop A in het rode vlak;❒draai knop C in stand ;❒draai knop D in stand ;❒draai knop B in stand 4 (maximaleaanjagersnelheid).HANDBEDIENDE KLIMAATREGELING(indien aanwezig)De extra verwarming schakelt automatisch in doorknop A naar het rode gebied te draaien en doorde ventilator (knop B) ten minste op de 1esnelheidstand in te stellenBEDIENINGSORGANENA Draaiknop luchttemperatuur (rood-warm/blauw-koud) fig. 28B Draaiknop aanjagersnelheid en in-/uitschakelingklimaatregeling fig. 28. Als u de knop indrukt,wordt de klimaatregeling ingeschakeld en gaatgelijktijdig het lampje op de knop branden;hierdoor wordt het interieur sneller gekoeld.fig. 27 F0S0376 fig. 28 F0S037732WEGWIJS IN UWAUTOVEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD ENZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTER

Opmerking Als de draaiknop in stand 0 staat, komter geen luchtstroom uit de luchtroosters.C Draaiknop luchtrecirculatie fig. 28luchtrecirculatieluchttoevoer van buitenBELANGRIJK Het verdient aanbeveling om derecirculatiefunctie in te schakelen in de file of intunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuildelucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam ditsysteem langdurig te laten werken, omdat anders,vooral als u met meerdere personen in de auto zit,de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan.D Draaiknop luchtverdeling fig. 28gericht op het lichaam en naar de zijruitengericht op het lichaam, naar de zijruiten en debeenruimtealleen gericht naar de beenruimtegericht naar de beenruimte en de voorruitalleen gericht naar de beenruimteE Knop voor in-/uitschakeling achterruitverwarmingfig.

28.Bij inschakeling gaat het lampje op de knop branden.De functie is voorzien van een tijdschakeling omde lading van de accu te behouden, daarom wordt defunctie na ongeveer 20 minuten uitgeschakeld.Snelle ontdooiing/ ontwaseming voorruit enzijruiten voor (MAX-DEF)Ga als volgt te werk:❒draai knop A in het rode vlak;❒draai knop C in stand ;❒draai knop D in stand ;❒draai knop B in stand 4 (maximaleaanjagersnelheid).BELANGRIJK De klimaatregeling kan goed gebruiktworden om de ruiten sneller te ontwasemen, omdatde lucht wordt ontvochtigd. Regel de knoppenzoals voorheen beschreven en schakel deklimaatregeling in door knop B in te drukken; hetlampje op de knop gaat branden.ONDERHOUD VAN HET SYSTEEMIn de winter moet het airconditioningsysteem tenminste een keer maand gedurende ongeveer 10minuten worden ingeschakeld.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fiat 500 - 2013 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden




Handleiding Personenwagen Fiat

Fiat
Fiat
Fiat
Fiat
Fiat
Fiat

Fiat Strada Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat
Fiat
Fiat

Fiat Stilo Handleiding

31 Augustus 2021
Fiat

Handleiding Personenwagen

Nieuwste handleidingen voor Personenwagen

Seat
Kia

Kia Cee-d Handleiding

16 Oktober 2023
Kia

Kia Carens 1 Handleiding

16 Oktober 2023
Kia
Audi

Audi A1 Handleiding

5 Oktober 2023
Audi

Audi Q3 Handleiding

5 Oktober 2023