Ferroli BlueSense 4 22 Handleiding

Ferroli CV Ketel BlueSense 4 22

Bekijk gratis de handleiding van Ferroli BlueSense 4 22 (16 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Ferroli BlueSense 4 22 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/16
BlueSense 3 .. / BlueSense 4 .. / BlueSense 5 ..1S
aug 2015
Documentnummer: DRS9100versie: 9 datum: augustus 2015
Servicehandleiding BlueSense
Typen: 3 - - 4 5 / / / 3 12 - - 4 12 5 12 3 22 - - 4 22 5 22 3 32 32 32 - 4 - 5
Voor onderhoudsadvies zie www.ferroli.nl (zie ook de achterzijde van deze handleiding)
Elektrische aansluiting
IP-beschermingsklasse
Het toestel heeft voor vaste aansluiting de beschermings-
klasse IPX5D.
Het toestel wordt standaard geleverd met een aansluit-
kabel en steker met randaarde.
Hierdoor wordt de beschermingsklasse IPX2D.
230V-voeding
Voor de 230V-voeding dient een wandcontactdoos met
randaarde geplaatst te worden. Deze dient goed bereik-
baar gemonteerd te worden.
Om IPX5D te verkrijgen dient de 230V-voeding als vaste
aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in dit geval
een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contact-
opening van minimaal 3 mm.
Schoonmaken vuilopvangbeker sifon
Na het schoonmaken van de sifon:
Vul de condensafvoerslang en de
ingebouwde sifon altijd met circa
1 liter water.
Figuur 0.1
Figuur 0.2
7.Extern beschikbare pompopvoerhoogte.............S10
8.Instellen van de weersafhankelijke regeling.......S11
9.Storingslijst met oorzaken en oplossingen.........S12
10.Overzicht van het toestel en serviceonderdelen .. S14
11.Elektrisch aansluitschema en aansluitingen......S15
12.Onderhouds- en servicerapportage....................S16
Inhoud
Belangrijke punten ..............................................S1
1.Bediening............................................................ S2
2.Technische gegevens.........................................S3
3.Aansluiten van de BlueSense 3-4-5....................S4
4.Eerste ingebruikstelling van het toestel..............S6
5.Controlepunten bij storingen..............................S6
6.Het toestel afstemmen op de installatie .............S8
Sticker tegen de onderkant van het toestel
met type toestel en serienummer
Weergegeven
BlueSense (3-4-5) 32

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ferroli
Categorie: CV Ketel
Model: BlueSense 4 22

Handleiding Ferroli BlueSense 4 22 – volledige tekst

BlueSense 3 .. / BlueSense 4 .. / BlueSense 5 .. 1Saug 2015Documentnummer: DRS9100 versie: 9 datum: augustus 2015Servicehandleiding BlueSenseTypen: 3 - - 4 5 / / / 3 12 - - 4 12 5 12 3 22 - - 4 22 5 22 3 32 32 32 - 4 - 5 Voor onderhoudsadvies zie www.ferroli.nl (zie ook de achterzijde van deze handleiding)Elektrische aansluitingIP-beschermingsklasseHet toestel heeft voor vaste aansluiting de beschermings-klasse IPX5D.Het toestel wordt standaard geleverd met een aansluit-kabel en steker met randaarde.Hierdoor wordt de beschermingsklasse IPX2D.230V-voedingVoor de 230V-voeding dient een wandcontactdoos metrandaarde geplaatst te worden. Deze dient goed bereik-baar gemonteerd te worden.Om IPX5D te verkrijgen dient de 230V-voeding als vasteaansluiting gerealiseerd te worden.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 2S aug 2015Als u dit display ziet, staat hettoestel op de comfort-stand. Als u kort op de -toetsdrukt, ziet u eco in het displayverschijnen (economy-stand). Als u dit display ziet, staat hettoestel op de economy-stand. Als u kort op de -toetsdrukt, verdwijnt de ecoaanduiding en staat hettoestel op de comfort-stand. Warm water comfort-/economyinstelling bij eenAAN/UIT-kamerthermostaat:Een AAN/UIT-kamerthermostaat is een thermostaat dieniet werkt volgens OpenTherm-communicatie, maar hettoestel door het sluiten van een contact aan of uit schakelt. Het toestel via de kamerthermostaat laten schakelentussen comfort en economy:Als u dit display ziet, staat hettoestel hiervoor goed ingesteld. (U ziet géén eco)Als u eco in het display ziet,drukt u 1 keer op de toets. • Als het toestel nu op comfortgaat staan (eco niet zicht-baar) is de instelling goed.

• Als het toestel op eco blijftstaan, staat de kamerthermo-staat op de economystand. Om te weten of de toestelinstelling juist is, dient de kamer-thermostaat op comfort gezet te worden. Als u hierna nog een keer op de - toets drukt en uziet geen eco meer in het display, is het toestel nu goedingesteld om te schakelen tussen comfort- en economy-stand via de kamerthermostaat. Speciale situatie bij zonneboilers. Als u een Ferroli zonneboiler heeft, schakelt dezeboiler zelf de comfortstand in- en uit. Handmatigaanpassen is in verband met een door de overheidvoorgeschreven minimale tapwatertemperatuur indeze situatie niet toegestaan. Het CV-toestel moet op comfort staan. Een OpenTherm-kamerthermostaat is o. a. te herkennen aan het hiernaast getoonde logo.

Let op:Als u via de - toets het toestel op eco zet, staat hettoestel altijd op eco, onafhankelijk van de instelling op dekamerthermostaat. Als u via de - toets het toestel op comfort zet, kunt uvia de kamerthermostaat schakelen tussen de comfort- eneconomystand. 1. BedieningWaterdruk in cv-installatie (16 = 1,6 bar):Tijdens ruststand wordt op het display dedruk in de cv-installatie (+/- 10%) weerge-geven (geen warmtevraag of wachttijd). Overzicht bedieningspaneelUitleg bedieningstoetsenBovenste insteltoetsen:Instelling warmwater temperatuur. Onderste insteltoetsen:Instelling cv-aanvoertemperatuur. Economy- / comforttoets (kort indrukken)Zie extra uitleg hiernaast. Manometer:Geeft de waterdruk in de cv-installatie (+/- 10%)aan. De druk moet minimaal 1 bar en magmaximaal 2,5 bar zijn. Zie de handleiding, blz. 9voor de bijvul- en aftapinstructie.

Deze toets heeft twee functies:1) Resettoets (kort indrukken)2) Menu-toets voor de installateur. De symbolen en zijn niet van toepassing. Warm watersymbool:Bij warm water gebruik of bij opwarming voorcomfortstand, ziet u knipperende waterdruppels. Uitleg display-informatie bij normaal bedrijfCv-verwarming symbool:Bij cv-bedrijf ziet u knipperende warmtestralen. Vlamsymbool:Dit symbool is zichtbaar als de brander in bedrijfis. Hoe groter vlam, hoe harder de branderbrandt. Indicatie comfort / economy voor warm waterComfort: (eco is niet zichtbaar in het display)het toestel wordt op temperatuur gehoudenvoor snelle levering van warm water. Economy: (eco is zichtbaar in het display)het toestel wordt niet op temperatuur gehouden.

Temperaturen:Als het toestel normaal functioneert en niet inwachttijd staat, ziet u bij cv-verwarming de cv-aanvoertemperatuur en bij tapwaterverwarmingeen indicatie van de tapwatertemperatuur. Wachttijd voor branderbedrijfAls de aanduiding “d1”, “d2” of “d3” te zien is, staathet toestel in een wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren. Zie ook blz. S12.

thermostatische) radiatorventielenEen externe handinstelbare bypass (of een altijd open radiatorkraan) is noodzakelijk als het toestel op een cv-installatie wordtaangesloten waarin de doorstroming geblokkeerd kan worden (bijv. indien overal thermostatische ventielen toegepast zijn). Ferroli adviseert om deze handinstelbare bypass zo ver mogelijk van de ketel vandaan te plaatsen om de waterinhoud van hetbypasscircuit zo groot mogelijk te maken. Het in het toestel ingebouwde snelontluchtingskraantje mag niet als bypass gebruikt worden. Tijdens normaal bedrijf moet dit kraantje dicht staan. Zie ook 7. 3 “Waterstroom” op blz. S10. Figuur 3. 1VloerverwarmingPas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen voorvloerverwarming toe. Gebruik een hydraulischneutraal systeem en pas bij bestaande vloer-verwarmingen (met mogelijk niet-diffusiedichte buizen)een scheidingswisselaar toe.

Schone leidingenZorg dat de leidingen en aansluitingen van de cv-installatie schoon zijn. ExpansievatEen expansievat moet altijd rechtstreeks in verbindingstaan met de retouraansluiting van het toestel. Plaats eventueel een magneet filterBij bestaande cv-installaties adviseren wij eenmagneet filter in de retourleiding van het toestel temonteren.

Ongewenste natuurlijke circulatie(thermosifonwerking)Indien het toestel vrijwel het laagste punt is van deinstal-latie, kan ongewenste natuurlijke circulatie(thermosifon-werking) ontstaan. Dit is afhankelijk vande CV-leidingloop. Monteer eventueel in de retour vanhet toestel een terug-slagklep. Instelling cv-vermogen 80%Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogenafgesteld. In het instellingenmenu kan het vermogenverhoogd of verlaagd worden. Figuur 3. 2Sluit aangegeven toebehoren aanTestwater uit toestelLet op. Bij het verwijderen van de afdichtdoppen en tijdens het mon-teren van de ketel kan er testwater uit de toestelleidingen lopen. Spanningsvrij aansluitenLeidingen pas na 50 cm beugelen en spanningsvrij aansluiten. Gebruik kunststof of met rubber ingelegde beugels om geluid tijdensopwarmen te voorkomen.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 5Saug 20153. 3 Aansluiten van een zonneboiler of warmtepompboilerFiguur 3. 4Kamer-thermostaatconnectorBlueSenseKroonsteen1 - 2 MET DOORVERBINDING (Normaal warmwaterbedrijf)Stromingssensor geactiveerdGEEN DOORVERBINDING (Geen warmwaterbedrijf)Stromingssensor uitgeschakeld3 - 4 Optie: aansluiting van een buitenvoeler, zie uitleg hier-naast bij 1). (NTC 10kOhm bij 25oC, zie de tabel op blz. S15)5 - 6 Aansluiting voor één of meerdere extra AAN/UIT-kamer-thermostaten. Zie uitleg hiernaast bij 2). 7 - 8 Universele kamerthermostaat aansluiting. Sluit één OpenTherm- of één AAN/UIT-kamerthermostaataan. Een thermostaat met warmte versnelling (anticipatie-stroom) werkt niet correct. 2.

Boiler met ingebouwde brandervoorwaardethermostaat:1) Aansluiten van een buitenvoeler (3-4)Sluit de buitenvoeler aan bij gebruik van de WA-regeling van het toestel of een WA-regeling van eenOpenTherm-kamerthermostaat. Monteer de buitenvoeler op een buitenmuur, uit dezon en op de noord- of noord-oostzijde van het huis,min. 1 meter van de grond en niet beïnvloed door eenmogelijke warmte bron, zoals een ventilatie-openingof een raam. 2) Aansluiten (extra) AAN-/UIT-kamerthermostaatOp aansluiting 5 - 6 kan een (of meer) extra AAN/UIT-schakelende thermostaat aangesloten worden. Bijvoorbeeld een extra vorstthermostaat en/of een extrakamerthermostaat. Eisen / opmerkingen m. b. t. deze extra thermostaat:• Er kan GEEN extra OpenTherm-thermostaat aan-gesloten worden. • Deze extra thermostaat dient een spanningsvrijeAAN/UIT-schakelende thermostaat te zijn.

• Een thermostaat met een warmteversnelling (anti-cipatiestroom), bijv. de Honeywell T87F, werkt niet correct. • Als er meerdere extra AAN/UIT-thermostaten aangeslotenworden, dienen deze parallel op aansluiting 5 - 6 aange-sloten te worden. • Er kunnen niet gelijktijdig meerdere zogenaamde“Powerstealing”-thermostaten op de aansluiting 5 - 6worden aangesloten.

Een zonneboiler of warmtepompboiler wordt op deze pagina ook aangeduid als ‘boiler’. Deze ‘boiler’ is een tapwatervoorverwarmer. De BlueSense is geschikt om gebruikt te worden als naverwarmer voor zonlichtsystemen (met een maxi-mum watertemperatuur van 85oC). Zie voor informatie over de tapwatervoordruk hoofdstuk 14. 3 van de BlueSense handlei-ding. Raadpleeg ook de handleiding van de boiler, bijv. voor de geadviseerde afstand tussen het cv-toestel en de boiler. Figuur 3. 3Plaats een knelkoppeling met ingebouwdedoorstroombegrenzer:Let op de juiste richting. KoudwaterInlaatcombinatiePositie van een eventuele aparte brandervoorwaardethermostaatin de boiler of direct in de warmwaterleiding van de boiler. Verwijder de doorstroombegrenzer uit het toestel. ZonneboilerofwarmtepompboilerVoor het elektrisch aansluiten, zie ook blz.

S15 en de installatievoorschriften van de zonneboiler of warmtepomp. 1 - 2 Aansluiting brandervoorwaardethermostaat vooraan-/uitzetten van tapwaterbedrijf combitoestel:- contact gesloten = stromingssensor geactiveerd. - contact open = stromingssensor niet geactiveerd. 1. Zonneboiler of warmtepompboiler met OpenTherm-aansluiting, welke geschikt is om tapwaterfunctie uitte schakelen:1 - 2 Doorverbinden3. Boiler zonder brandervoorwaardethermostaat:1 - 2 Plaats in de warmwaterleiding tussen de boiler en hetcombi-toestel een externe brandervoorwaardethermostaat,afgesteld op 60º C. Plaats deze thermostaat direct bij (of bijvoorkeur in) de warmwateruitlaat van de boiler. ATTENTIE: Externe thermostaten/contacten moetengeschikt zijn voor 15 mAmp. DC gelijkstroom. 7 - 8 OpenTherm-aansluiting naar boiler. Kamerthermostaat aansluiten op boiler.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 6S aug 20151. Noteer type en serienummer van het toestel op deachterzijde van deze handleiding. 2. Verwijder het voorpaneel van de mantelDraai de schroeven aan de onderzijde van het voorpaneeliets los. Trek het voorpaneel aan de onderzijde iets naarvoren en til het voorpaneel uit zijn ophangpunten. 3. Op de ontluchter is i. p. v. een afsluitdopje een slangetjeaangesloten. De ontluchter werkt hierdoor altijd automatisch. 4. Vul de installatie langzaam (i. v. m. ontluchten)Gebruik uitsluitend schoon leidingwater. Gebruik geengedemineraliseerd water. Het is niet toegestaanchemische middelen aan het water toe te voegen. Bijhet toevoegen hiervan vervalt de garantie op het toestel. 5. Vul het warm watergedeelteOpen de inlaatcombinatie en ontlucht het warm water-gedeelte via de warm waterkranen. 6.

Controleer aansluitingen op lekkage (ook in het toestel)7. Ontlucht de gasleidingVolg punt 1 - 7 voordat u de toestelstekerin de wandcontactdoos steekt4. 1 Voorbereidingen en in bedrijf nemen4. Eerste ingebruikstelling van het toestelFiguur 4. 1In bedrijf nemen1. Open de gaskraan. 2. Steek de steker in de wandcontactdoos (met rand-aarde). De wandcontactdoos dient goed bereikbaar te zijn;3. Controleer of de pompschakelaar op max. staat. 4. Het toestel start met zijn opstart- en ontluchtpro-gramma, dat ca. 5 minuten in beslag neemt. De eerste 10 seconden is de softwareversie zichtbaar,daarna FH;7. Na het opstarten ziet u de druk inde cv-installatie (bijv. 16 = 1,6 bar). Het toestel is gereed voor gebruikof begint meteen voor cv- ofcomfortstand warm water. 5. Zeer belangrijk:Zorg dat het toestel zeer goed ontlucht is.

Gebruik hiervoor eventueel het snelont-luchtingskraantje achter de elektrakast. 6. Draai het kraantje na gebruik weer dicht. Tijdens normaal bedrijf MOET het kraantjeDICHT staan. 5. 1. 2 Vervang de branderpakking en plaatsde ventilator met brander weer terug. 5. 1.

1 Vlamelektrode 81/82 (ontsteking enionisatie) vervangenVervang de vlamelektrode bij veel vervuiling, A01of A06-storingen. Controleer vóór montage devonkafstand. Dit moet 4 mm ± 0,5 mm zijn. Figuur 5. 15. 1 Controleer n. a. v. storingscode A of F5. Controlepunten bij storingen 5. 1. 3 CO2 -percentage vollast / laaglastCO-waarde vollast / laaglastMeet het CO en CO2-percentage in de rookgasafvoer. •bij vollast: tapkraan vol open. • bij laaglast: op cv-bedrijf. Belangrijk. : voorpaneel terugplaatsen,voordat u de CO / CO2-meting doet. Dicht de opening rondom de meet-sondes tijdens de meting goed af. Juiste waarden CO2 in rookgassen (± 0,5%):• Aardgas (G25):laagstand 7,5-9,5% CO2vollast 8-9,5% CO2Als de CO2-waarden afwijken, controleer dan:• bij laaglast: de gasdrukinstelling gasblok,zie 5. 1. 5. • bij vollast: het gasverbruik.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 7Saug 2015Toegestane waarden CO in rookgassen: bij laaglast / vollast. (geldt voor aardgas)BeoordelingGeen bezwaar tegen het gebruikVerhoogde CO-waarde: zoek de oorzaak van de hoge CO-waarde en los dit opOntoelaatbare hoge CO-waarde: zet het cv-toestel uit en waarschuw de bewoners. Het toestelniet meer aan te zetten voordat de oorzaak van de hoge CO-waarde is gevonden en opgelost. Toegestane waarde< 300 ppm> 300 ppm / < 1. 000 ppm> 1. 000 ppmMeetnauwkeurigheid: 20%Als de CO-waarde te hoog is, controleer dan: • het branderbed. • de gasdrukinstelling op laagstand, zie 5. 1. 5. • rookgasafvoer en luchttoevoer, zie handleiding blz. 13. • rookgasrecirculatie. Vergeet niet de meetpunten op het gasblok weer dicht te doen en verzegel het gasblok. Resultaat van de meting gasdruk op meetpunt (2) bij minimum belasting.

• Een PLUS gasdruk: dus meer gas dan lucht - RIJK mengsel• Een NEGATIEVE gasdruk:dus minder gas dan lucht - ARM mengsel•Geadviseerde instelling van het gasblok: van -5 tot 0 Pascal(let op. -5 wil zeggen dat de gasdruk 5 Pascal lager is dan de luchtdruk)Gasdruk niet tussen de - 5 en 0 Pa : Stel de gasdruk in op 0 Pascal bij minimum belasting. Eventueel bijstellen• De instelschroef (4) is verzegeld. Verzegel de instelschroef na het bijstellen weer met Torx T40. • Stel de gasdruk in op precies 0 Pascal. 5. 1. 6 Controleer CO2 van de verbrandingsgassen bij vollastDit moet bij vollast 8,0 - 9,5% zijn (zie 5. 1. 3). CO2 eventueel corrigeren met brander instelling (5) bij vollast. 5. 1. 4 Meet de gasvoordrukOp meetpunt (1) (figuur 5. 2) van het gasblok kan de gasvoordruk gemeten worden.

Controleer het volgende:• Als het toestel niet in bedrijf is, blijft de voordruk constant tussen een waarde van 20 - 30 mbar. • Daalt de gasdruk niet te veel bij het in bedrijf gaan van het toestel (minimum voordruk 20 mbar bij vollast). 5. 1.

5 Controleer de gasdrukinstelling van het gasblok (meetpunten (1) en (2) openen met Torx T10)Meetcondities van de gasdrukinstellingZEER BELANGRIJK. VERWIJDER het voorpaneel van de mantel. Er MOET gemeten worden met geopendtoestel. Meet uitsluitend als het toestel op minimaal vermogen brandt, na 1 minuut wachten. •Controleer eerst of de gasleiding goed is vastgezet bij flens A én koppeling B. •Gebruik een nauwkeurige drukmeter (meetnauwkeurigheid ±2 Pa. ). Stel de drukmeter in op Pascals en calibreer. • Sluit de drukmeter aan: ”PLUS” aansluiten op het meetpunt geregelde gasdruk (2). Correctie verbrandingNeem het toestel weer in bedrijf. Volg ALTIJD onderstaande volgorde: 5. 1. 4 - 5. 1. 5 - 5. 1. 6 controleren / corrigeren.

1 Meetpunt gasvoordruk (20 - 30 mbar)2 Meetpunt geregelde gasdruk (minimum belasting)3 Meetpunt branderdruk bij vollast4 Instelschroef voor gasdrukinstelling5 Instelling CO2 brander bij vollast (inbus 4 mm)6 OmgevingsluchtdrukOmrekenwaarde:0,1mbar = 10Pa = 1mmwk1mbar = 100Pa = 10mmwkEr MOET gemeten worden ZONDER toestelmantel. Figuur 5. 2Opening (6) voor de omgevings-luchtdruk moet open zijn. Scherm de opening wel af meteen afschermdopje. De brander kan NIET juist ingesteld worden door alleenmaar de branderdruk (3) te meten en evt. te corrigeren.

BlueSense 3 .. / BlueSense 4 .. / BlueSense 5 ..8S aug 20156. Het toestel afstemmen op de installatie (installateursmenu)INSTALLATEURSMENUU wilt beginnen met het INSTALLATEURSMENU?Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de4 menu’s voor de installateur. (Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op hetdisplay zodra de RESET-knop wordt ingedrukt).1Door te drukken op de onderste insteltoetsen kunt u kiezen uit 4 verschillende submenu’s23Zie hieronder. Zie blz. S9. Zie blz. S9. Zie blz. S9.6.1 Instellingenmenu BlueSenseNa de RESET-knop 20 sec. te hebben ingedrukt, wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is al direct het instellingenmenu.

Laat de RESET-knop los.Door nogmaals de RESET-knop kort in te drukken, komt u in het instellingenmenu zelf.Het display toont als eerste i ÷ 01 (de letter i en het cijfer 01 knipperen om en om).Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ kunt u door het menu lopen van i ÷ 01 tot i ÷ 18.Met de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ kunt u de ingestelde waarde wijzigen.Door de RESET knop meer dan 20 seconden in te drukken kan men het menu weer verlaten.Nadat minimaal 15 minuten geen knop is ingedrukt, wordt het menu ook verlaten.* De softwareversie is zichtbaar bij het opstarten na een spanningsonderbreking.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 9Saug 20156. 2 Informatiemenu BlueSenseDoor de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu’s voor de installateur. (Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt). Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. S8). Laat de RESET-knop los. Druk voor het informatiemenu op de onderste insteltoets CV+. Op het display wordt zichtbaar: In. Door nogmaals de RESET-knop kort in te drukken, komt u in het informatiemenu zelf. Het display toont als eerste t : 01 (de letter t en het cijfer 01 knipperen om en om). Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ kunt u door het menu lopen van t : 01 tot F : 13. Met de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ kunt u de gemeten waarde uitlezen. 6.

4 Menu Wis Storingshistorie BlueSenseDoor de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu’s voor de installateur. (Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt). Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. S8). Laat de RESET-knop los. Druk voor het menu Wis storingshistorie 3x op de onderste insteltoets CV+. Op het display wordt zichtbaar: rE. Dit is het menu Wis storingshistorie. Door de eco/comfort-knop minimaal 3 seconden in te drukken, verwijdert u alle foutcodes uit de storingshistorie. Hierna wordt het gewone display direct weer zichtbaar: de storingshistorie is gewist. 6. 3 Storingsmenu BlueSenseDoor de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu’s voor de installateur.

(Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt). Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. S8). Laat de RESET-knop los. Druk voor het storingsmenu 2x op de onderste insteltoets CV+.

Op het display wordt zichtbaar: Hi. Door nogmaals de RESET-knop kort in te drukken, komt u in het storingsmenu zelf. Het display toont als eerste H : 01 (de letter H en het cijfer 01 knipperen om en om). H01 is de laatst opgetreden storing. Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ kunt u door het storingsmenu lopen: H02 is de voorlaatste storing, enz. Drukt u 1x op één van de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ , verschijnt de foutcode van de betreffende storingspositie(bijvoorbeeld: 01=A01). Door de RESET knop meer dan 20 seconden in te drukken kan men het menu weer verlaten. Nadat minimaal 15 minuten geen knop is ingedrukt, wordt het menu ook verlaten.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 10S aug 2015AdviesIn verband met beperking van het stromingsgeluid in(vooral thermostatische) radiatorkranen, wordt geadviseerdeen cv-installatie te dimensioneren op max. 2 mwk (0,2 bar)drukverlies. Eventueel het maximum toerental van de cv-pomp instellen met i÷07 (zie blz. S8). 7. 3 WaterstroomControle voldoende waterstroom in de cv-installatie1. Bij het opgestelde cv-vermogen is een bepaalde water-stroom nodig (m3/h). Bij deze waterstroom heeft de cv-installatie een bepaalde weerstand (bar). Als de water-stroom afneemt, zal de weerstand volgens een be-paalde lijn afnemen: de weerstandslijnen 1-8. 2. De cv-pomp geeft een bepaalde opvoerhoogte (bar) dieafhankelijk is van de waterstroom (m3/h). 3. Controleer of de opvoerhoogte voldoende hoog is. 7.

1 PompopvoerhoogteIn onderstaande grafiek wordt een indicatie van de beschikbare opvoerhoogte van de CV-pomp weergegeven. 7. Pompregeling en extern beschikbare pompopvoerhoogte voor cv-installatieDICHT (fabrieksinstelling)Het snelontluchtingskraantje moet tijdensnormaal bedrijf dicht staan. OPENEventueel alleen bij het in bedrijf stellenom sneller te ontluchten. Invloed van het ingebouwde snelontluchtingskraantjeAls het snelontluchtingskraantje open wordt gezet, daaltde beschikbare opvoerhoogte door de ontstane openverbinding tussen de cv-aanvoer en cv-retour. Het ingebouwde snelontluchtingskraantje mag alleentijdelijk worden open gezet om sneller te ontluchten. 7. 2 Pompregeling instellingenmenu i05 (zie blz. S8)Tijdens warmwatergebruik is de pomp altijd uitgeschakeld.

De pomp kan voor CV op een aantal verschillende wijzengeregeld worden met instelling i05 in het instellingenmenu (zie blz. S8). i05 = de wijze van regelen (aan/uit of modulerend met/zonder nadraaitijd). A. BlueSense 3 - 4 - 5 zonder toevoeging in de typeaanduiding0 (n. v. t. ) = pomp aan/uit bij CV-vraag + nadraaitijd1 (n. v. t.

) = pomp modulerend automatische delta T met nadraaitijd7 (n. v. t. ) = pomp modulerend automatische delta T pomp continu (behalve bij warmwatergebruik)a. Vaste delta T: pomptoerental stelt zich in naar de gewenste vaste delta T bij ontwerpcondities. b. Automatische delta T: pomptoerental stelt zich in naar de gewenste delta T bij ontwerpcondities en is verder afhankelijkvan de geregelde watertemperatuur. c. De gewenste delta T bij ontwerpcondities kan ingesteld worden met i12 in het instellingenmenu (zie blz. 24). d. Bij de modulerende pompregelingen blijft de pomp eventueel nadraaien op het laatst ingestelde toerental met eenmaximum van 75%. Volgens nieuwe documentatie 2015Uitleg:AModulatie 100% : 41 W, maximum toerental. BModulatie 75% : 32 W, fabrieksinstelling. CModulatie 30% : 4 W, minimum toerental.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 11Saug 20151. Controleer of er een buitenvoeler is aangesloten. 2. Activeer het instellingenmenu, zie blz. S8. 3. Stel de instellingen i÷13 (stooklijn) en i÷14 (voetpunt) in. Invloed van het cv-setpoint op de stooklijnenHet cv-setpoint bepaalt de maximale gewenste cv-aanvoer-temperatuur. De stooklijnen worden als het ware begrenstdoor het cv-setpoint. Deze invloed geldt zowel bij de weersafhankelijke regelingvan de BlueSense zelf, als bij een geactiveerde weersaf-hankelijke regeling van een OpenTherm-kamerthermostaat. Zie het gebruikersmenu op blz. 6 van de BlueSense hand-leiding voor uitleg over de instelling van het cv-setpoint. De weersafhankelijke regeling van de BlueSense werktals een maximum begrenzing voor andere externe rege-laars. 5. Stel de juiste stooklijn in met i÷13. 6. Ga met de onderste insteltoetsen naar i÷14 (voetpunt).

(de letter i en 14 knipperen om en om). Druk 1x op of en u ziet hetingestelde voetpunt (30 in dit voorbeeld). Stel met of de gewenstewaarde in. Let op. De waarde wordt pas aange-past in de regeling zodra u met deonderste insteltoetsen doorschakeltnaar een andere instelling. De weersafhankelijke regeling is ingesteld. Verlaat eventueel het instellingenmenu voor de installateur, zie onderaan blz. S8. buitentemperatuur in oCcv-aanvoertemperatuur in oCVoetpuntverschuiving buitentemperatuur in oCcv-aanvoertemperatuur in oCDruk 1x op of en u ziet de ingestelde stooklijn. Bij 00 is de weersafhankelijkeregeling uitgeschakeld. Stel met of de juistestooklijn in. Zie hiernaast voor advies. Let op. De waarde wordt pas aange-past in de regeling zodra u met deonderste insteltoetsen doorschakeltnaar een andere instelling. Kies een juiste stooklijn:Radiatoren en/of convectoren 90/70oC:.

Volg stap 1 t/m 7 voor het instellen van de Weersafhankelijke regelingStooklijnen: bij cv-setpoint van 90oC en een voetpunt van 30. Bij aanpassing van het voetpunt, verschuiven de stooklijnen mee. OFDeze grafiek geldt bij een cv-setpointinstelling van 75oCen een voetpunt (OF) van 30oC. buitentemperatuur in oCcv-aanvoertemperatuur in oCU kunt i÷13 en i÷14 alleen instellen indien er een correct werkende buitenvoeler is aangesloten. 4. Ga met de onderste insteltoetsen naar i÷13 (stooklijn). (de letter i en het cijfer 13 knipperen om en om)De instellingen zijn afhankelijk van de cv-installatie, kierdichtheid van de woning en de gewenste aanwarmsnelheid. 7. Stel het gewenste voetpunt in met i÷14.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 12S aug 20159. Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingenSoftware-versie bepalenEr zijn kleine verschillen in software-versies mogelijk. Soms is het van belang om te weten welke software-versie het betreft, wordt ernaar deze software-versie verwezen. U kunt als volgt bepalen welke software het toestel heeft: trek de steker uit de wandcontactdoos(als het toestel niet in bedrijf is), wacht eventjes en doe de steker weer in de wandcontactdoos. Na ca 10 seconden ziet u enige tijd 2cijfers, bijv. “04” in het display. Dit betekent software versie 04. Hierna volgt FH. Wachttijd voor branderbedrijfd1, d2 en d3 zijn geen storingen. Als de aanduiding “d1”, “d2” of “d3” te zien is, staathet toestel in een wachttijd voor branderbedrijf. Ditkan tot 4 minuten duren.

d1 = wachttijd na tapwaterd2 = wachttijd na CVd3 = wachttijd ontstekingofOpstart- / ontluchtprogramma:FH is geen storing. Als de steker van het toestel in de wandcontactdooswordt gestoken of als het toestel weer is bijgevuld nadatde cv-druk te laag was of na sommige storingen, beginteen circa 5 minuten durend ontluchtprogramma. Hierbijdraait de ventilator en ook wordt de pomp afwisselendbekrachtigd. Geen ionisatiesignaal(tijdens ontsteken)• Controleer of de gaskraan open staat;• Controleer de vlamelektrode op:contacten / vervuiling / aardsluiting. Vervang bij twijfel de vlamelektrode. • Controleer de afstand tussen elektrode enaardpen = 4,0 mm ± 0,5 mm. Zie blz. S6, 5. 1. 1. • Controleer de gasvoordruk; Ontlucht gasleiding;• Controleer of het gasblok gas naar de branderdoorlaat. Controleer gasdruk bij opstarten. • Controleer de werking van de ventilator.

• Controleer of het condenswater goed weg kanlopen. Reinig eventueel het sifon. • Controleer de luchttoevoer / rookgasafvoer. • Is de print defect. Vals vlamsignaalEr wordt vlam gedetecteerd terwijl de gasklepgesloten is. Is het gasblok defect. (sluit nietgoed) Is de print defect.

Te hoge cv-aanvoertemperatuurDe cv-aanvoertemperatuur is te hoog geweest. • Controleer de werking van de pomp. • Controleer of de radiatoren en/of bypass openstaan. Doorstroming moet altijd mogelijk zijn;• Controleer in de historie-gegevens of erregelmatig F08 storingen voorkomen. • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. ). Te hoge temperatuur van rookgassenFout F07 is 3 maal voorgekomen in de laatste24 uur, zie foutcode F07. Alarmcodes (A)Het toestel is vergrendeld. De oorzaak dient opgelost te worden,waarna de reset-toets ingedrukt dient te worden om het toestelweer op te starten. Na 5x resetten wordt deze functie geblok-keerd. U dient even de steker uit de wandcontactdoos te halenvoor de resetfunctie weer werkt. Als een Alarmcode (A) na een reset terugkeert:waarschuw uw installateur. Wacht in een noodgevaltenminste 60 min. voor u opnieuw reset.

Alarm- en FoutcodesHet toestel wordt door ingebouwde elektronica volledig aangestuurd en gecontroleerd. Als er in het toestel eenstoring wordt gesignaleerd zal het toestel uitschakelen, afhankelijk van de soort storing, en op het display eencode weergeven. Aan de meeste storingen zijn Alarm- of Foutcodes verbonden. Een code bestaat uit de letter Aof F met getal. De letter en het getal knipperen om en om op het display, bijv. A÷01. ofVentilatorfoutEr is geen tijdige terugkoppeling van hetfrequentiesignaal van de ventilator naar de print. • Zitten de stekers goed op de ventilator. • Controleer de werking van de ventilator. (als de ventilator vervangen dient te wordenmag deze elektrisch niet losgenomen wordenals er nog spanning (230V) op het toestel staat). Binnen 4 minuten vijf maal verlies vanvlamsignaal gesignaleerd• Controleer de ionisatiepen (contacten/vervuiling).

• Controleer bij een slecht en onregelmatigbrandende brander of bij regelmatig voorkomende A06storingen het branderbed. Waterdruk 3x te hoog in 1 uur (3x F40)• Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met dedruk op het display (blz. S2) of infomenu (blz. S9). • Waarschijnlijk is het expansievat stuk. Controleer dit en vervang evt. het expansievat. Onvoldoende watercirculatie CVNa ontsteken brander 3x geen verhoging vancv-aanvoertemperatuur(minstens 1°C verhoging na 15 sec. nodig). • Controleer de werking van de pomp;• Controleer of de radiatoren en/of bypass openstaan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn• Controleer of de cv-aanvoersensor goed op debuis is geklikt (contactvlak). • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. )Te groot temperatuurverschil tussen de 2meetelementen in de aanvoerdubbelsensor• Zit de sensor goed op de leiding geklikt.

BlueSense 3. / BlueSense 4. / BlueSense 5. 13Saug 2015Tapwatertemperatuurmetingfout• Controleer tapwaterhoeveelheid. • Controleer of de tapwatertemperatuursensor juist isbevestigd. • Controleer de tapwatertemperatuursensor. • Controleer de tapwaterstromingssensor. Foutcodes (F)Het toestel is geblokkeerd. Bij deze storing dient de oorzaak ervanopgelost te worden, waarna het toestel vanzelf, dus zonder datde resettoets hoeft te worden ingedrukt, weer in bedrijf komt. Hetdrukken op de resettoets heeft bij een Fout-code (F) geen effect. Sommige van deze storingen kunnen dan verdwijnen, maar komensoms regelmatig weer terug. Cv-aanvoer-dubbelsensor fout(sensor 2): niet aangesloten of defect• Zijn de stekertjes goed op de sensor geklikt. • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. ). Te hoge rookgastemperatuurDe warmtewisselaarsensor meet langer dan2 min.

een te hoge rookgastemperatuur• Controleer het gehele luchttoevoer- en verbran-dingsgasafvoercircuit, incl. de warmtewisselaar. • Controleer de temperatuursensor. Ventilatorfout• Zitten de stekers goed op de ventilator. • Controleer de werking van de ventilator. Te lage voedingsspanning• Controleer of de 230V netspanning uit hetelektriciteitsnet voldoende hoog is. Frequentie fout• Mogelijk is de print defect. Vervang deze. Te hoge cv-retour temperatuur• De cv-retourtemperatuur is hoger dan 99oCgeworden. Controleer of de doorstroming vande cv-installatie in orde is; Als de temperatuurbeneden de 89oC komt zal het toestel bijaanwezige warmtevraag weer ontsteken. • Controleer de werking van de pomp. • Controleer of de radiatoren en/of bypass openstaan. Doorstroming moet altijd mogelijk zijn. • Controleer de temperatuursensor.

• Controleer de werking van de pomp;• Staat de pomp op de hoogste stand. • Controleer of de radiatoren en/of bypass openstaan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn. • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. ). Groot temperatuurverschil tussen de2 meetelementen in cv-aanvoersensor• Zit de sensor goed op de leiding geklikt. • Controleer de bedrading naar deze sensor. • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. ). Waterdruk te laag (lager dan 0,4 bar)• Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met dedruk op het display (blz. S2) of infomenu (blz. S9). • Bij voldoende cv-druk: is cv-druksensor in orde. • De cv-installatiedruk is te laag: bijvullen. • Controleer of het expansievat in orde is. Buitenvoeler fout•Controleer de aansluitingen (blz. S15). •Controleer de temperatuursensor. Waterdruk cv te hoog (hoger dan 2,8 bar)•Het toestel schakelt uit.

• Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met dedruk op het display (blz. S2) of infomenu (blz. S9). •Controleer het expansievat. Cv-aanvoer-dubbelsensor fout(sensor 1): niet aangesloten of defect• Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten. • Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor. ). Cv-retoursensor fout:niet aangesloten of defect• Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten. • Controleer de temperatuursensor. Printfout• Vervang de print. Indien Foutcodes (F) zich regelmatig voordoen:waarschuw uw installateur. Vermeldt bij telefonischcontact het type toestel en de storingscode. Waterdruk erg laag: 0,4 - 0,7 bar• Het toestel functioneert wel. • Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met dedruk op het display (blz. S2) of infomenu (blz. S9). • Controleer of het expansievat in orde is. • Cv-installatie bijvullen, als expansievat in orde is.

• Controleer of het expansievat in orde is. • Cv-installatie iets aftappen, als expansievat in orde is. Cv-druksensor-fout. •Waterdruksensor niet aangesloten of defect. Vlamsignaalfout• Controleer de vlamelektrode. • Controleer print. Gasklepfout• Controleer gasklepbedrading. • Controleer print. Printproblemen• Reset en vervang eventueel de print. Tapwatersensor fout• Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten. • Controleer de temperatuursensor. Rookgas-sensor fout• Controleer of de sensor goed is aangeslotenen geen kortsluiting maakt. • Controleer ook de aansluiting op de print. • Controleer de temperatuursensor. Te snelle temperatuurstijging CV•Controleer CV-watercirculatie. Resetfout. •Toestel even spanningsloos maken. Programmeerfout. •Vervang de print. Printproblemen• Reset en vervang eventueel de print.

3296303402 Pakking brander. 3296460402+403 Pakking brander + Isolatie brander. 3296462404 Isolatie in warmtewisselaar. 3296127405 Kabelboom BlueSense 3 - 4 - 5. 3296642406 Vuilopvangbeker sifon (voor bestelling zie 154+406)Omschrijving. BestelnummerWeergegeven BlueSense (3-4-5) 22Figuur 10. 1 Service-onderdelenGebruik alleen originele Ferroli onderdelen om een goede enveilige werking te kunnen garanderen. Bij het losnemen en weer bevestigen van een O-ringverbindingadviseren wij om gebruik te maken van (zuurvrij) vet. Dit vergemakkelijkt het terugplaatsen van het onderdeel. Let op bij het vervangen van onderdelen:- Roken / vuur / vonken verboden. - Trek de steker uit de wandcontactdoos en sluit de gaskraan. Terugsturen van onderdelen naar FerroliHet is nodig dat onderdelen, die terug worden gestuurdnaar Ferroli, worden voorzien van een volledig ingevuldretourlabel.

Plak een sticker (zie onderstaand voorbeeld),waarvan er ca. 10 zijn bijgesloten bij het toestel, op ditlabel òf schrijf het serienummer en type toestel op dit label. serienummer van het toestelBlueSense 3.

S5)137 CV druksensor145 Manometer186 Temperatuursensoropklik 18mm (retour)191 Temperatuursensorrookgasafvoer203 Voedingskabel metstekers 230V207 Toestelaansluitkroon-steentjes278 Temperatuursensor(dubbel) opklik 18mm(aanvoer)Figuur 11.2 Weergegeven type BlueSense (3-4-5) 221 - 2 MET DOORVERBINDING (Normaal warmwaterbedrijf)Stromingssensor geactiveerdGEEN DOORVERBINDING (Geen warmwaterbedrijf)Stromingssensor uitgeschakeld3 - 4 Optie: aansluiting van een buitenvoeler(NTC 10kOhm bij 25oC, zie tabel elektrische weerstand)5 - 6 Aansluiting voor één of meerdere extra AAN/UIT-kamer-thermostaten. Zie ook blz. S5.7 - 8 Universele kamerthermostaat aansluiting. Sluit éénOpenTherm- of één AAN/UIT-kamerthermostaat aan.Zie ook blz. S5.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ferroli BlueSense 4 22 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden