Fagor 6FID-31MLS X Handleiding

Fagor Fornuis 6FID-31MLS X

Bekijk gratis de handleiding van Fagor 6FID-31MLS X (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Fagor 6FID-31MLS X of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
6FI-4GLS X
6FI-4GLST X
6FID-4GL X
6FID-4GL B
6FID-4GLS X
6FID-31ML X
6FID-31MLS X
CZ
SK
NL
NÁVOD K OBSLUZE
NÁVOD NA OBSLUHU
RU
ÈÍÓÊÖÈß ÏÁËÓÆÈÈÞCTP O OCBAH
È ÝÊÏËÓCATAÖÈÈ
GEBRUIKSAANWIJZING

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Fagor
Categorie: Fornuis
Model: 6FID-31MLS X

Handleiding Fagor 6FID-31MLS X – volledige tekst

NL 1 LET OP. 1. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het fornuis installeert en gebruikt. 2. Dit fornuis dient te worden geïnstalleerd in overeenstemming met de geldende voorschriften en uitsluitend gebruikt worden in een goed geventileerde ruimte. 3. Voordat u dit toestel installeert dient u na te gaan of de plaatselijke gasvoorziening (gastype en -druk) overeenkomt met de instellingen. De instellingen van het fornuis zijn te vinden op het typeplaatje. 4. Dit fornuis dient te worden aangesloten op het interne gasnetwerk of op een fles met vloeibaar gas en te worden gekalibreerd door een bevoegde gasfitter of technicus. Bevestiging hiervan dient te worden aangetekend op het garantiecertificaat. Anders is de garantie ongeldig. 5. De fabrikant is niet aansprakelijk voor letsel of schade als gevolg van onjuiste installatie of onjuist gebruik van dit fornuis. 6.

Dit fornuis mag uitsluitend worden gerepareerd door bevoegd servicepersoneel. Onzorgvuldig uitgevoerde reparaties kunnen ernstige risico's veroorzaken. Gebruik een beschadigd fornuis nooit voordat het is gerepareerd. 7. Voer niet zelf reparaties uit. Anders vervalt uw garantie. 8. Dit fornuis is een toestel van Veiligheidsklasse I en dient te worden aangesloten op een stopcontact met randaarde. 9. Laat het toestel voor installatie gedurende 8 uur rusten in de ruimte waar het gaat worden geïnstalleerd. 10. Dit fornuis wordt niet aangesloten op een uitlaat. Het fornuis dient te worden geïnstalleerd en aangesloten volgens de geldende voorschiften. Speciale aandacht dient te worden gegeven aan de ventilatievereisten. Zorg ervoor dat ventilatiekanalen altijd open zijn of installeer een gemotoriseerd ventilatiesysteem (afzuigkap). 11.

Als het fornuis voor lagere tijd wordt gebruikt, kan extra ventilatie nodig zijn. U kunt in zulke gevallen het raam openen of de snelheid van het afzuigsysteem verhogen (indien van toepassing). 12.

Houd het verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen aangezien dit een gevaar voor kinderen kan opleveren. 13. De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving verbeteringen aan te brengen om het product te moderniseren of de kwaliteit ervan te verhogen. Deze wijzigingen zullen geen gevolgen hebben voor de bediening van dit fornuis. Deze toestellen voldoen aan de volgende EEC-richtlijnen: 1. 73/23/EEC – Laagspanningsrichtlijn 2. 89/336/EEC – Elektromagnetische compatibiliteitsrichtlijn 3. 90/396/EEC – Gastoestellenrichtlijn.

INHOUD NL 21 OVERZICHT. 3 1. 1 GEBRUIK VAN HET FORNUIS. 3 1. 2 TECHNISCHE GEGEVENS. 3 1. 3 MODELLEN. 3 1. 4 VEILIGHEIDSRI CHTLIJNEN. 4 1. 5 VOORBEREIDING. 5 2 INSTALLATIE. 5 2. 1 ALGEMENE OPMERKINGEN. 5 2. 2 INSTALLATIE VAN HET GASFORNUIS. 6 2. 3 HET FORNUIS AANSLUITEN OP DE GASLEIDING. 7 2. 4 HET FORNUIS AANSLUITEN OP EEN GASFLES. 7 2. 5 VERVANGING VAN DE SPRUITSTUKKEN. 8 2. 6 DE REGELKNOPPEN BIJSTELLEN. 8 2. 7 HET FORNUIS AANSLUITEN OP HET LICHTNET. 9 3 BEDIENING. 9 3. 1 GASPITTEN. 9 3. 1. 1 Vuur afstellen. 10 3. 1. 2 De pitten ontsteken. 10 3. 1. 3 De pitten uitzetten. 11 3. 1. 4 Het fornuis gebruiken met vloeibaar gas uit een gasfles. 11 3. 1. 5 Een pan kiezen. 11 3. 2 DE KOOKPLAAT BEDIENEN. 12 3. 2. 1 Tips voor de bediening. 12 3. 2. 2 Regelknop van de elektrische kookplaat. 12 3. 2. 3 Een pan kiezen. 13 4 REINIGING EN ONDERHOUD. 14 4. 1 ALGEMENE AANBEVELINGEN. 14 4.

OVERZICHT NL 3 1 OVERZICHT 1.1 GEBRUIK VAN HET FORNUIS Dit gaselektrisch fornuis is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk koken. Het mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. 1.2 TECHNISCHE GEGEVENS Tabel 1 6FI-4GLSX 6FID-4GLSX 6FID-31MLSX 6FID-31MLX 6FI-4GLSTX 6FID-4GLX 6FID-4GLB Totale hoogte 90 Breedte 590 Totale afmetingen (mm) Diepte 523 Opgegeven ingangsspanning 230 V ~ 50 Hz Warmhoudpit 1,0 kW      Snelle gaspit 1,75 kW      Extra snelle gaspit 3,0 kW      Gas- pitten Driekronengaspit 3,8 kW  Elektrische kookplaat  145 mm/1,5 kW   Ontstekers      Uitvalbeveiliging    Kookplaten worden gefabriceerd in verschillende kleuren. De volgende letters worden gebruikt voor verschillende kleuren: X – inox; B – wit; A – antraciet.

ALGEMENE BESCHRIJVING NL 4 6FI-4GLSTX Regelknop voor warmhoud-gaspitSnelle gaspit SR1,75 kWExtra snelle gaspit R3,0 kW Warmhoud gaspit AUX1,0 kWDriekronenpit TC3,8 kWRegelknop voor driekronenpitRegelknop voor extra snelle gaspitRegelknop voor snelle gaspit Figuur 2 6FID-31MLX;6FID-31MLSX Regelknop voor warmhoud-gaspitSnelle gaspit SR1,75 kWRegelknop voor extra snelle gaspitRegelknop voor snelle gaspitExtra snelle gaspit R3,0 kW Warmhoud-gaspit AUX1,0 kWRegelknop voor de elektrische kookplaatElektrische kookplaat1,5 kW Figuur 3 1.4 VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN  De gaspitten, elektrische kookplaat, het rek en de pannen worden heet tijdens het gebruik van het fornuis. Wees voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Let vooral goed op bij de aanwezigheid van kinderen.  Bewaar geen brandbare of hittegevoelige voorwerpen in de lade onder het fornuis.

 Zorg ervoor dat alle voedingskabels van huishoudelijke apparaten in de buurt van het fornuis uit de buurt blijven van de hete pitten en de elektrische kookplaat.  Gebruik ovenwanten bij het verwijderen van hete pannen van het fornuis.  Houd brandbare voorwerpen uit de buurt van de pitten.  Plaats geen vervormde of instabiele pannen op het rek. Deze kunnen omvallen en de inhoud kan over de pitten lopen.  Zet geen lege pannen op een brandende pit of ingeschakelde kookplaat.  Zet het vuur laag of uit voordat u een pan van de pit verwijdert.  Laat het fornuis niet onbeheerd achter zolang het in gebruik is. Laat het toestel tijdens het gebruik nooit onbeheerd achter, met name tijdens het bakken, aangezien oververhitte olie of vet kan ontbranden.  Tijdens het gebruik genereert het fornuis warmte en vocht in de ruimte waarin het is geïnstalleerd.

INSTALLATIE NL 5  Gebruik het fornuis nooit om een ruimte te verwarmen.  Het is streng verboden het fornuis zodanig aan te passen dat een ander gastype kan worden gebruikt of wijzigingen aan te brengen in het elektrische systeem of gassysteem van het toestel. In geval van een gaslek:  onmiddellijk de kraan van de gaspijp of gasfles sluiten  de ruimte grondig ventileren  het gasbedrijf bellen Doe in zo'n geval het volgende niet:  lucifers ontsteken of roken  elektrische apparaten (radio, deurbel, verlichting) of mechanische apparaten die vonken veroorzaken aan- en uitschakelen. Als gas dat ontsnapt uit een lekkende gasklep op een gasfles ontbrandt, moet u een natte deken over de fles leggen om deze af te koelen en vervolgens de gasklep sluiten. GEBRUIK NOOIT EEN BESCHADIGDE GASFLES. Gebruik het fornuis nooit als de voedingskabel of stekker beschadigd is. WAARSCHUWING.

Als u een barst in de elektrische kookplaat aantreft, moet u de stekker van het fornuis onmiddellijk uit het stopcontact halen en een bevoegde onderhoudsmonteur bellen. 1. 5 VOORBEREIDING 1. Verwijder alle verpakkingsmateriaal, inclusief beschermlagen, van de verchroomde elementen en roestvrijstalen onderdelen. 2. Wrijf geëmailleerde oppervlakken schoon met een zachte, vochtige doek. 3. Controleer of alle onderdelen en gaspitten op de juiste plaats zijn aangebracht. 4. Zet voor het eerste gebruik de elektrische kookplaat gedurende ongeveer 5 minuten aan door de knop naar de stand "6" te draaien. Doe dit bij wijze van uitzondering zonder er een pan op te zetten. Dit wordt gedaan om de beschermlaag op de plaat weg te laten smelten. Droog de plaat nadat deze is afgekoeld schoon met een droge doek. 2 INSTALLATIE 2. 1 ALGEMENE OPMERKINGEN LET OP. 1.

Dit fornuis mag uitsluitend worden geïnstalleerd en gerepareerd door een bevoegde fitter en volgens de instructies van de fabrikant. 2. Haal het fornuis voor installatie los van de stroombron.

 Controleer na het uitpakken of het fornuis geen zichtbare beschadigingen heeft en of het netsnoer in goede staat verkeert. Neem in geval van beschadigingen contact op met onze klantenservice.  Dit fornuis dient te worden geïnstalleerd op een werkoppervlak dat ten minste 30 mm dik is (zie figuur 5). Het werkoppervlak moet hittebestendig zijn.  De wand aan de achterzijde van het fornuis dient te zijn vervaardigd uit onbrandbaar materiaal.  Bewaar een afstand van minimaal 100 mm tussen de zijranden van het fornuis en het meubilair ernaast.  Voorkom dat de werking van de pitten door tocht wordt beïnvloed door het fornuis niet op een tochtgevoelige plaats te installeren, zoals midden tussen een deur en een raam.

INSTALLATIE NL 6  Houd voldoende ruimte vrij boven het fornuis voor de dampen die tijdens het gebruik ontstaan. De beste oplossing is een afzuigkap te installeren die deze dampen opzuigt en afvoert. Houd een afstand van ten minste 650 mm tussen het fornuis en de afzuigkap.  Plaats geen kastjes recht boven het fornuis.  Als u een horizontale afscheiding "A" aanbrengt onder het fornuis, moet u tussen het fornuis en de afscheiding ten minste 150 mm vrij laten (zie figuur 6). Figuur 5 Figuur 6 2.2 INSTALLATIE VAN HET GASFORNUIS 1. Breng een rechthoekige opening van 490 x 560 mm aan in het werkblad. De richting van de opening is te zien in figuur 7. 2. Het fornuis is voorzien van een zelfklevende afdichtstrip. Verwijder de tape van de afdichtstrip. 3. Leg het fornuis ondersteboven en plak de afdichtstrip langs de binnenrand (zie figuur 8). Figuur 7 Figuur 8 4.

Leg het fornuis midden op de opening en duw deze aan zodat de afsluitstrip zich stevig aan het werkblad hecht. 5. Zet het fornuis vast met de vier meegeleverde beugels en de bijbehorende bevestigingsonderdelen (zie figuur 9 en 10).

INSTALLATIE NL 76. Nadat het fornuis is geïnstalleerd, kunt u de horizontale afscheiding "A" onder het werkblad aanbrengen om te voorkomen dat de gebruiker het hete fornuis per ongeluk van onderen aanraakt. Figuur 9 Figuur 10 2.3 HET FORNUIS AANSLUITEN OP DE GASLEIDING LET OP! 1. Het fornuis moet op de gasleiding worden aangesloten in overeenstemming met de relevante voorschriften en door een bevoegde gasfitter. 2. Controleer voor de installatie of de afsluitklep dicht is.  Het fornuis is ontworpen voor het gastype en de druk die wordt vermeld op het typeplaatje. Het fornuis is voorzien van een elleboog en een sluitring (zie figuur 11).  Voor de aansluiting op de gasleiding dient een stijve of flexibele metalen pijp te worden gebruikt.  Aan het einde van de gasleiding bevindt zich een afsluitkraan.

De gaskraan dient goed toegankelijk te zijn na installatie van het fornuis in het werkblad. Figuur 11 2.4 HET FORNUIS AANSLUITEN OP EEN GASFLES  Het fornuis kan worden omgebouwd voor gebruik van vloeibaar gas. Hiertoe dienen de spruitstukken in de pitten te worden vervangen en de knoppen te worden bijgesteld.  Als het de bedoeling is dat het fornuis wordt gebruikt met een gasfles, mag deze niet worden geïnstalleerd in een kelder of een andere ruimte met een vloer beneden het grondniveau. Vloeibaar gas is namelijk zwaarder dan lucht en verzamelt zich op het vloerniveau.  Sluit het fornuis aan op de gasfles door middel van een gecertificeerde rubberen slang.  Controleer telkens wanneer u een gasfles aansluit of de afsluiter stevig op de gasfles is aangesloten en de doseerkraan goed werkt. LET OP! 1.

INSTALLATIE NL 8 2. Controleer regelmatig de conditie van de slang en de dichtheid van de aansluitingen aan de hand van de geldende voorschriften. 2.5 VERVANGING VAN DE SPRUITSTUKKEN LET OP! Voordat u de spruitstukken vervangt en de benodigde bijstellingen verricht, moet u het fornuis loshalen van de stroombron. In tabel 2 vindt u de geschikte spruitstukken voor de verschillende gastypen. Tabel 2 Warmhoud-pit Snelle gaspit Extra snelle gaspit Driekronen-gaspit 2L (G25) 25 mbar X072 Z097 Y118 T135 3B/P (G30) 30 mbar 050 065 085 098 De plaat is bestemd voor gassoort en druk, die op het typeplaatje van het toestel aangegeven staan. Ingeval van verandering van de gassoort dient u de straalbuizen uit te wisselen en de draaiknoppen opnieuw in te stellen.

Voor het beginnen met deze handelingen dient u : - de gasknop op de gasinstallatie of gasfles af te sluiten, - alle draaiknoppen van de plaat uit te schakelen, - de plaat van de elektrische installatie uit te schakelen. Vervolgens: - de deksels en vlamverdelers van de gasbranders wegnemen, - de straalbuizen losdraaien met behulp van de steeksleutel nr. 7 en volgens de tabel 2 uitwisselen - vlamverdelers en deksels opnieuw plaatsen, draaiknoppen instellen en de dichtcheid van de verbindingen controleren Figuur 12 2.6 DE REGELKNOPPEN BIJSTELLEN Het instellen van de draaiknop bestaat uit het bepaalen van de minimale vlam van de gasbrander. Om de draaiknoppen in te stellen dienen deze tezamen met het paneel van de bedieningselementen weggenomen te worden.

BEDIENING NL 9  verdraai de stelschroef " A" (zie figuur 13) en kijk naar de vlam; stel de hoogte van de vlam zodanig in dat deze niet dooft bij een kleine windvlaag of wanneer de knop in één keer van de stand vol naar de spaarstand wordt gedraaid, of andersom  de knop is juist ingesteld als de vlamkegel groenblauw is en een hoogte heeft van 2-4 mm  als zich merkbare drukwijzigingen voordoen bij de gastoevoer (hoogte van de vlam varieert in de hoogste stand) moet de spaarvlam zodanig worden ingesteld dat deze tijdens normaal gebruik ook bij de laagste gasdruk niet dooft  zet de knop na het bijstellen weer terug en draai het vuur uit. knop zonder beveiliging knop met beveiliging Figuur 13 LET OP. Draai de stelschroef "A" tijdens het bijstellen van de knoppen niet volledig uit. 2. 7 HET FORNUIS AANSLUITEN OP HET LICHTNET Het fornuis is voorzien van een snoer zonder stekker.

Voordat u het fornuis aansluit op het lichtnet moet u controleren of:  de netspanning correspondeert met de waarde die wordt vermeld op het typeplaatje  het aansluitpunt voldoende vermogen levert om te voldoen aan de vermogensopname van het fornuis. LET OP. 1. De stekker moet worden aangebracht door een gekwalificeerde bevoegde monteur. 2. Het stopcontact waarop het fornuis wordt aangesloten moet eenvoudig toegankelijk zijn voor de gebruiker. 3. Zorg ervoor dat de stroomkabel niet in contact komt met de hete onderdelen van het fornuis. Het fornuis moet worden aangesloten op een stopcontact met randaarde. Als het fornuis wordt aangesloten op een stopcontact zonder randaarde bestaat het risico op elektrische schokken bij storingen in het elektrische systeem. Als de stroomkabel is beschadigd, moet deze worden vervangen.

BEDIENING NL 10  Zorg voor een optimale werking door ervoor te zorgen dat de pitten en ontstekers altijd schoon en droog zijn.  Als het fornuis is voorzien van een uitvalbeveiliging moet u de regelknop na het ontsteken van de pit enige tijd volledig ingedrukt houden om deze beveiliging te activeren.  Overbelast de roosters niet.  Raak nooit de hete pitten, roosters en pannen aan.  Zorg voor een juiste en economische werking van de pitten door erop toe te zien dat:  het vuur de juiste hoogte heeft  de juiste pannen worden gebruikt Pit zonder uitvalbeveiliging Pit met uitvalbeveiliging Figuur 14 3.1.1 VUUR AFSTELLEN  De gastoevoer naar de afzonderlijke pitten wordt geopend en gesloten met de regelknoppen.  Voordat u de pit ontsteekt moet u controleren of u de juiste regelknop gebruikt.  Hoe de knoppen corresponderen met de pitten is te zien in figuur 15.

 De hoogte van het vuur is afhankelijk van de stand van de regelknop (zie figuur 16). Regel het vuur tussen de standen en .  Het vuur mag niet onder de bodem van de pan vandaan komen, maar moet ongeveer 2/3 van de bodem van de pan beslaan. Dit leidt tot efficiënt energiegebruik en voorkomt dat de pannen verschroeien.  Als de regelknop in de stand staat, is het vuur hoog. Hoog vuur wordt gebruikt om vloeistof aan de kook te brengen, waarna het vuur lager kan worden gezet (spaarstand) om het geheel aan de kook te houden.

BEDIENING NL 11Fornuizen: 6FI-4GLSX; 6FID-4GLSX; 6FI-4GLSTX;6FID-31MLSX  druk de regelknop van de pit helemaal in en draai deze ingedrukt linksom totdat de pit gaat branden; houd de knop vervolgens nog 5 seconden ingedrukt om de uitvalbeveiliging te activeren  als het vuur uitgaat, herhaalt u deze stappen en houdt u de regelknop 5 seconden langer ingedrukt  stel het vuur in op de gewenste hoogte tussen en 3.1.3 DE PITTEN UITZETTEN Draai de regelknop rechtsom dicht, naar de stand "". 3.1.4 HET FORNUIS GEBRUIKEN MET VLOEIBAAR GAS UIT EEN GASFLES Voordat u de eerste pit ontsteekt, moet u de kraan van de gasfles openen. Vervolgens ontsteekt u de pitten zoals hiervoor beschreven.

Sluit de gastoevoer voordat u de laatste pit uitdraait:  sluit de kraan op de gasfles  wacht totdat het vuur is gedoofd en draai de corresponderende regelknop dicht De kraan op de gasfles moet gesloten zijn wanneer het fornuis niet in gebruik is. 3.1.5 EEN PAN KIEZEN Figuur 17 Figuur 18 Zet grote pannen niet op het voorste gedeelte van het fornuis. Door het vuur van de pitten kunnen de regelknoppen anders oververhit raken. Zet grote pannen niet op het achterste gedeelte van het fornuis. Door het vuur van de pitten kan de wand anders oververhit raken. Passende pan Pan te klein in verhouding tot de pit Holle bodem Bolle bodem Figuur 19

BEDIENING NL 12Aanbevolen pandiameters voor de verschillende pitten: Driekronen- pit Grote gaspit Extra snelle gaspit Snelle gaspit Warmhoud- pit 23 – 30 cm 18 – 28 cm 16 – 26 cm 14 – 22 cm 12 – 16 cm 3.2 DE KOOKPLAAT BEDIENEN 3.2.1 TIPS VOOR DE BEDIENING  Houd de plaat schoon. Bij een vuile plaat gaat vermogen verloren.  Met uitzondering van de eerste keer, de plaat pas inschakelen nadat u een pan erop hebt gezet.  Zet nooit natte pannen op de plaat. Vocht veroorzaakt corrosie.  Nooit koud water op een hete plaat sprenkelen.  Zet de plaat enkele minuten voor het einde van de kooktijd uit. De plaat houdt hitte vast en blijft nog enige tijd heet nadat u hem hebt uitgeschakeld.  Gebruik de plaat niet voor de bereiding van voedsel gewikkeld in aluminiumfolie of in plastic bakjes. Zet geen plastic borden of andere voorwerpen op de plaat.

3.2.2 REGELKNOP VAN DE ELEKTRISCHE KOOKPLAAT Figuur 20 Plaat uit Laagste stand Hoogste stand  Het vermogen van de kookplaat wordt ingesteld met een regelknop met zeven standen. Het vermogen kan in stappen worden ingesteld. Op deze wijze wordt een juiste en economische afstelling van het verhittingsvermogen van de plaat mogelijk gemaakt.  De regelknop kan in beide richtingen worden verdraaid. De cijfers 1 6 tot duiden op de standen van de regelknop (zie figuur 24). Deze standen corresponderen met een bepaald verhittingsvermogen. De regelknop met zeven standen gebruiken Knopstand Geschikt voor 6 5 4 3 2 1 0  snel koken of intensief bakken  intensief braden van vlees of vis  licht braden  doorkoken van grote hoeveelheden en gevulde soepen  koken van aardappelen en soepen  laten sudderen van groenten en vis in eigen vocht  plaat uit BELANGRIJK! 1.

Met uitzondering van het eerste gebruik de kookplaat niet inschakelen zonder pan erop. 2. Leg een dunne beschermlaag op de plaat als u deze langere tijd niet zult gebruiken.

BEDIENING NL 13 Koken Braden Zet de knop op stand 6 en wacht tot de vloeistof aan de kook is. Draai de knop naar stand 2 om deze te laten doorkoken. Pas het verhittingsvermogen naar behoefte aan. Zet de kop op stand 6 en verhit de olie. Doe de ingrediënten in de pan en draai de knop naar stand 4. Pas het verhittingsvermogen naar behoefte aan. LET OP! Na uitschakeling blijft de plaat nog enige tijd heet. Raak de plaat niet aan en zet er geen voorwerpen op. Let vooral goed op bij de aanwezigheid van kinderen.  Het is aan te raden de elektrische kookplaat 5 tot 10 minuten voor het einde van de kooktijd uit te schakelen om het restvermogen optimaal te benutten.  Zet geen lege pannen op de elektrische kookplaat.

3.2.3 EEN PAN KIEZEN  Pannen die worden gebruikt op de elektrische kookplaat moeten een dikke, vlakke en droge bodem hebben, met een diameter is gelijk is aan of enigszins groter is dan diameter van de plaat. Als de pan een kleinere diameter heeft, wordt een grote hoeveelheid warmte verspild.  Een niet-vlakke bodem leidt tot een langere kooktijd en hoger energieverbruik.  Doe een deksel op de pan om overmatige dampen in de keuken te voorkomen. Figuur 21 Goed!  Laag energieverbruik  Goede warmtegeleiding  vlakke bodem  diameter van de bodem gelijk aan die van de plaat  goed sluitend deksel Fout!  Hoog energieverbruik  Matige warmtegeleiding  Lange kooktijd Te kleine pan Niet-vlakke bodem Vuil plaatoppervlak Figuur 22

REINIGING EN ONDERHOUD NL 14 4 REINIGING EN ONDERHOUD LET OP. Haal voordat u begint met reinigen de stekker van het fornuis uit het stopcontact en zet alle pitten uit. 4. 1 ALGEMENE AANBEVELINGEN Het toestel moet regelmatig worden gereinigd om ervoor te zorgen dat het in goede technische staat blijft en het toestel er goed uit blijft zien.  Gebruik bij het reinigen van het fornuis nooit schurende middelen, scherpe materialen, schuursponsjes of agressieve chemische middelen.  Reinig het bedieningspaneel en de knoppen met een milde reinigingsvloeistof zonder schuurmiddel om beschadiging van de opdruk te voorkomen.  Zorg voor een optimale werking door ervoor te zorgen dat de pitten en ontstekers altijd schoon en droog zijn.  Laat vuile rekken enige tijd weken in een warm sopje alvorens deze te wassen en af te drogen. 4.

2 HET FORNUIS EN DE PITTEN REINIGEN Figuur 23 Figuur 24  Voordat u het fornuis reinigt, moet u de roosters en de doppen en kronen van de pitten verwijderen.  Wrijf het geëmailleerde oppervlak van de kookplaat schoon met een zachte doek of spons, bevochtigd met een oplossing van warm water en een mild reinigingsmiddel.  Het oppervlak rond de pitten dient altijd schoon gehouden te worden. Dit is buitengewoon belangrijk omdat vuilresten die zich verzamelen in de opening tussen de kroon van de pit en het fornuis de verbranding van het gasmengsel tijdens het koken belemmeren.  Gebruik niet te veel water tijdens het reinigen van het fornuis om te voorkomen dat water terechtkomt in het binnenste van het fornuis of in de spruitstukken loopt. Als water in het spruitstuk is gelopen, kan de pit niet worden ontstoken.  Houd het spruitstuk altijd schoon.

Een vuil spruitstuk kan verstopt raken waardoor het vuur laag blijft of de pit niet kan worden ontstoken. Reinig het spruitstuk met een borsteltje dat is bevochtigd met een oplosmiddel. LET OP.

Pitten, ontstekers en de uiteinden van de thermo-elementen moeten altijd worden gereinigd wanneer er kookvocht overheen is gelopen. Aanslag en vuil moeten regelmatig worden verwijderd.  Reinig de pit door de dop en de kroon te verwijderen (zie figuur 12), enige tijd in een warm sopje te laten weken en vervolgens apart te wassen.  Was de onderdelen van de pit met een spons of borstel en gebruik een stukje staaldraad om verstopte openingen weer vrij te maken. Controleer na reiniging dat de vlamopeningen niet verstopt zijn.  De gereinigde onderdelen van de pitten moeten goed worden afgedroogd. Als ze nat zijn, kan het gas niet of niet goed branden. Zet de onderdelen van de pitten na het drogen weer terug, in de omgekeerde volgorde als waarin u deze hebt afgenomen. Let goed op dat u de ontstekingen en thermo-elementen niet beschadigt.

AFWIJKEND GEDRAG VAN HET FORNUIS NL 154. 3 DE ELEKTRISCHE KOOKPLAAT REINIGEN Reinig de plaat met een zachte doek of een spons. De vernikkelde afwerkring kan worden schoongemaakt met een mild reinigingsmiddel. Behandel de plaat na reiniging met een witte mineraal- of siliconenolie. Gebruik geen plantaardige of dierlijke oliën voor de behandeling van de plaat. Figuur 25 5 AFWIJKEND GEDRAG VAN HET FORNUIS LET OP. Haal de stekker van het fornuis uit het stopcontact voordat u problemen probeert op te lossen.  Tijdens het gebruik van het fornuis kunnen storingen ontstaan. Sommige kleine storingen kunnen door de gebruiker worden verholpen aan de hand van de aanwijzigen in tabel 3.  Tijdens de garantieperiode dienen alle reparaties, met uitzondering van de onderstaande, te worden uitgevoerd in een geautoriseerde servicewerkplaats.

 Na afloop van de garantieperiode is het raadzaam het toestel regelmatig voor een servicemonteur te laten nakijken. Tabel 3 Symptomen Oorzaken OplossingenVlamopeningen in de pit verstopt  Draai alle regelknoppen dicht  Sluit de gaskraan  Ventileer de ruimte  Verwijder en reinig de onderdelen van de pit en controleer of de vlamopeningen niet zijn verstopt  Zet alle onderdelen goed terug en probeer de pit nogmaals aan te zetten Pit gaat niet branden Verstopt (overgelopen) spruitstuk  Verwijder alle onderdelen van de pit  Reinig en droog het fornuis rond het betreffende spruitstuk.

 Reinig het spruitstuk en ontstop het zonodig met een dunne koperen draad (nooit staaldraad gebruiken of de opening vergroten) Geen stroomtoevoer  Controleer de zekering in de zekeringenkast en vervang deze indien deze is gesprongen De ontsteking ontsteekt het gas niet (geen vonk) Verontreinigde pitten of ontstekingen  Reinig de pitten en ontstekingen grondig en maak deze goed droog. LET OP. 1. Indien het fornuis na de bovenstaande stappen nog steeds niet goed werkt, moet u contact opnemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats.

06.2010C600966I7PTCZSKWanneer het apparaat niet langer gebruikt wordt, dient u het niet weg te gooien met het gewone huisvuil.Het apparaat kan zonder enige kosten worden afgegeven bij speciale inzamelcentra, die door de lokale overheden worden beheerd of bij leveranciers die een dergelijke service aanbieden.

Het apart verwijderen van het elektrisch huishoudelijk afval, betekent het voorkomen van negatieve gevolgen voor milieu en gezondheid, die het gevolg zijn van onjuiste verwijdering en maakt het mogelijk de onderdelen waaruit het apparaat bestaat te behandelen en te hergebruiken, waardoor energie en middelen gespaard worden.Om de aandacht te vestigen op uw medewerking bij het scheiden van uw afval heeft het product een sticker, zoals getoond wordt, om u te attenderen op het feit dat u geen gewone afvalcontainers dient te gebruiken voor de verwijdering ervan.Voor meer informatie dient u zich in contact te stellen met de lokale overheid of met de winkel waar u het product gekocht heeft.NL INFORMATIE VOOR DE JUISTE HANDELSWIJZE MET ELEKTRISCH EN ELEKTRONISCH HUISHOUDELIJK AFVAL

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fagor 6FID-31MLS X stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden