Fagor 6CFI-5 GLST Handleiding

Fagor Fornuis 6CFI-5 GLST

Bekijk gratis de handleiding van Fagor 6CFI-5 GLST (88 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 48 mensen. Heb je een vraag over Fagor 6CFI-5 GLST of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
6CFI-5GL
6CFI-5GLST
6CFI-4GLS
6CFI-4GLSB
6CFIE-4GLS
RU
cz
SK
HU
NL
BEÉPÍTHETÕ FÕZÕLAP
INBOUW GASPLATEN
VSTAVANÉ VARNÉ DOSKY
VESTAVNÉ VARNÉ DESKY
ÃÀÇÎÂÀß ÂÀÐÎ×ÍÀß ÏÎÂÅÐÕÍÎÑÒÜ

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Fagor
Categorie: Fornuis
Model: 6CFI-5 GLST

Handleiding Fagor 6CFI-5 GLST – volledige tekst

NL 69 Geachte klant! U bent een gebruiker van onze gasplaat bestemd voor de inbouw in uw keukenwerkblad. Dankzij het gebruik van moderne technische oplossingen en esthetische aspecten onze gesplaten kunnen uitstekend met elk interieur gecombineerd en willekeurig gemonteerd worden, waardoor u de keukenruimte makkelijk naar uw behoeften en wensen kunt inrichten. Alle onze gasplaten zijn voorzien van gasbranders met ontstekers, die met behulp van draaiknoppen bediend worden. Sommige modellen zijn eveneens voorzien van gaslekkage beveiliging. De gasbranders garanderen een volledig stabiele vlam, zodat zelfs een kleine vlam niet gedoofd wordt en als de vlam uitwaait, bv. door een onverwacht overkoken of een harde luchttrek, sluit de gaslekkage beveiliging de gastoevoer naar elke gasbrander af. De glazen oppervlakte van de plaat is zeer esthetisch en makkelijk om schoon te houden.

Voor het beginnen met gebruik van de plaat neemt u eerst kennis met deze gebruiksaanwijzing. Het houdt de aanwijzingen en tips verbonden met het juist gebruik ervan in. Wij wensen veel satisfactie en sucess met ons product. Fagor

NL 70 1 ALGEMENE BESCHRIJVING. 71 1. 1 BESTEMMING VAN HET PRODUCT. 71 1. 2 TECHNISCHE GEGEVENS. 71 1. 3 MODELLEN VAN GASPLATEN. 72 1. 4 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN. 72 2 INSTALLATIE. 73 2. 1 MONTAGE VAN DE GASPLAAT. 74 2. 2 HET AANSLUITEN VAN DE PLAAT OP DE INSTALLATIE. 75 2. 3 AANSLUITING OP DE GASFLES MET PROPAAN-BUTAAN. 76 3 GEBRUIK VAN DE GASBRANDERS. 79 3. 1 GEBRUIKSREGELS. 79 3. 2 KEUZE VAN GESCHIKTE PANNEN. 81 4 REINIGING EN ONDERHOUD. 81 4. 1 ALGEMENE AANWIJZINGEN. 81 4. 2 REINIGING VAN DE GASBRANDERS. 82 5 STORINGEN. 84 6 MILIEUBESCHERMING. 85 Let op:  Voor eerst gebruik van de plaat neem kennis met deze gebruiksaanwijzing.  Wacht met de installatie tot 8 uur vanaf het plaatsen van het toestel in de keukenruimte.  De gasplaat wordt uitgevoerd in de eerste klasse beveiliging tegen elektrocutie en eist een aansluiting op een veilig stroomcircuit.

 De aansluiting van de plaat op de gasinstallatie dient door een erkende installateur uitgevoerd te worden, wat op de garantiekaart van het product dient genoteerd worden. Het gebrek aan zulke inschrijving maakt deze garantiekaart ongeldig.  Voor de installatie dient u controleren of de soort gas in uw installatie hetzelfde is als de soort, waarvoor de plaat is bestemd. De informatie over soort gas kunt u vinden op het typeplaatje van het toestel.  De ruimte, waarin u het toestel gaat installeren, dient over een juist werkende ventilatiesysteem te beschikken. De ventilatieopeningen dienen altijd open te zijn of u dient over een mechanische ventilatiesysteem te beschikken (bv. een afzuigkap).  Het is verboden om de reparaties zelf uit te voeren, wat het vervallen van de garantie kan veroorzaken.

NL 71 1 ALGEMENE BESCHRIJVING 1.1 BESTEMMING VAN HET PRODUCT De gasplaten zijn voorzien van een geintegreerd bedieningssysteem en geschikt voor inbouw in uw keukenwerkblad. Ze zijn bedoeld en gemaakt voor het bereiden van voedsel in het huishouden. Het is verboden om deze toestellen voor andere doeleinden te gebruiken!

NL 721.3 MODELLEN VAN GASPLATEN Afb. 1 1.4 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Het toestel dient alleen door volwassene personen gebruikt worden; het is verboden om kinderen met de plaat te laten spelen en manipuleren.  Het toestel dient volgens de geldende voorschriften en aanwijzingen van deze gebruiksaanwijzing geinstalleerd te worden. Het is verboden om het toestel in de buurt van brandbare voorwerpen te installeren, bv. gordijnen, handdoeken ezv.  Na het uitschakelen van het toestel – de gasbranders, elektrische plaat, roosters en pannen met gerechten blijven door een lange tijd heet. Blijf attent zodat kinderen niet in de buurt van de plaat komen en de potten aanraken.  De aansluitkabels van de mechanische huishoudtoestellen dienen niet in de buurt van hete gasbranders en elektrische plaat komen.  Gebruik beschermende handschoenen tijdens het aanraken van hete pannen.

 Plaats geen gedeformeerde of onstabiele pannen op de pannendragers, ze kunnen omvallen en de gasbranders of plaat nat maken.  Blijf in de ruimte tijdens de werking van het toestel, in het bijzonder tijdens braden, omdat de hete vet kan ontsteken.  Draai de vlam laag of schakel het uit voor het afnemen van de pannen.  Het is verboden om het toestel voor de opwarming van de ruimte te gebruiken  Ingeval van gaslekkage: - sluit onmiddelijk het ventiel van de gasinstallatie of gasfles, - ventileer goed de ruimte, - alarmeer de gasnooddienst.  Het is verboden om: - lucifers aan te steken en sigaretten te roken, - elektrische toestellen of mechanische vonk producerende toestellen in- of uit te schakelen (bv. radiotoestel, bel, lichtschakelaar).  De storing van het toestel dient u bij de geautoriseerde servicedienst aangeven.  HET IS VERBODEN OM:

NL 73- een grote pan op twee gasbranders te plaatsen, - een plaat in een ruimte zonder een goede ventilatie te gebruiken, - de plaat zelfstandig aan een andere soort gas aan te passen, gas- en elektrische installatie wijzigen; elke modificatie van het toestel brengt gevaar voor de gebruiker, - zelfstandig reparaties uit te voeren, - het toestel te gebruiken inden de aansluitkabel of stekker beschadigt is, - de plaat door de kinderen of an deze gebruiksaanwijzing personen zonder kennis vte laten gebruiken. De producent is niet aansprakelijk voor eventuele letsels van personen en materiale schade als gevolg van onjuist gebruik van de gasplaat, gebruik niet met de bestemming of handelingen in strijd met de gebruiksaanwijzing.

2 INSTALLATIE De producent is niet aansprakelijk voor de schade als gevolg van het niet toepassen van de geldende normen en voorschriften en een aansluiting uitgevoerd door een onbevoegde persoon. 1. De keukenruimte, waarin het toestel gaat geinstalleerd worden dient aan de eisen van de Bouwwet vol te doen (Stb. Nr. 89 pos. 484). Deze ruimte dient beschikken over: - een juiste oppervlakte, die verzekert dat de maximale warmtebelasting van de geinstalleerde gastoestellen de waarde van 930 W/m3 niet bedraagt, - minimale hoogte van 2,2 m, - een juist werkende ventilatiesysteem (ten minste 1,5 keer luchtverwisseling binnen 1 uur), - een luchttoestroom (indien geen raam) door de openingen in de buitenmuur van de minimale oppervlakte van 0,016 m2, - een verbrandingstoffen afvoer, bv. door een schoorsteen met de minimale zijwand van 0,14 m 2.

Om de negatieve invloed van de luchttrekken op de werking van de gasbranders te verminderen, de platen dienen niet in de lijn raam-deur geinstalleerd te worden. 3. Het toestel dient geinstalleerd te worden op het keukenwerkblad niet hooger dan 850 mm. De wand tegen de plaat dient van de niet brandbare materialen uitgevoerd worden (afb. 2). 4.

Boven het toestel dient een ruimte voor de afvoer voor de keukendampen overblijven; het is aangeraden om een afzuigkap te monteren, die deze dampen gaat absorberen of afvoeren. De afstand tussen de afzuigkap en de plaat dient ten minste 650 mm bedragen (afb. 3). 5. Het is verboden om de keukenmeubels direct boven het toestel te plaatsen. De minimale afstand tussen de zijranden van de plaat en de zijranden van de hangende meubelen bedraagt 50 mm (afb. 3).

NL 74 Afb.2 Afb.3 2.1 MONTAGE VAN DE GASPLAAT 1. Controleer voor de montage alle afmetingen van de plaat en van de opening in het werkblad, waarin de plaat geinstalleerd gaat worden. Afb.4 . 2. Maak een rechthoekige opening in het werkblad 1 van de afmetingen 490 x 560 [mm] (afb. 4). 3. Verwijder de beschermende band van de afdichting. 4. Draai de plaat naar beneden en plak de afdichting 2 op de onderkant van de gasplaat (afb. 4 en 5). 5. Vervolgens plaats de plaat in uk zodat de afdichting 2 goed de opening in het werkblad en draan het werkblad ligt. 6. Bevestig de plaat op de onderkant aan het werkblad 1 met behulp van de klemmen 3 en schroeven 4, die in de uitrusting zich bevinden.

NL 757. Onder het werkblad dient de rek A gemonteerd worden (afb. 6), die de gebruiker tegen een toevallige aanraking aan de plaat beveiligt. Deze rek dient na de montage van de plaat in het werkblad bevestigt worden Afb.5 Afb.6 2.2 HET AANSLUITEN VAN DE PLAAT OP DE INSTALLATIE Na het monteren van de plaat in het werkblad, kan het toestel aan de interne gasinstallatie aangesloten worden. Let op: 1. De aansluiting op de gasinstallatie dient volgens de geldende voorschriften te gebeuren. 2. De handelingen verbonden met het aansluiten van de plaat aan de gasinstallatie, het instellen van de knoppen en de uitwisseling van de straalbuizen dienen altijd door een bevoegde persoon uitgevoerd te worden. 3. Sluit de gasknop voor het beginnen met de aansluithandelingen uit. 4.

Een slechte uitvoering en overspanning van de installatie kan onjuiste werking of storing van het toestel of gasinstallatie veroorzaken. 5. Producent is niet aansprakelijk voor het beschadigen van het toestel of gasinstallatie in de ruimte, als gevolg van foute aansluiting. De gasplaat is voorzien van een aansluitingsbuis van de doorsnede 1/2'’. Deze buis dient met gebruik van de juiste gereedschappen aan de gasinstallatie verbonden worden. AANSLUITING OP AARDGAS Tijdens de aansluiting van de plaat op aardgas dient u van een koppelstuk met een pakking te gebruiken en de schroefdraad met een teflonband af te dichten. De plaat kunt u op een interne huisinstallatie vast of met gebruik van een flexibele metalen slang aansluiten. De manier van de aansluiting staat op de afbeelding 7 aangegeven.

NL 76 Afb. 7 2.3 AANSLUITING OP DE GASFLES MET PROPAAN-BUTAAN  Het is verboden om het toestel in de kelder of een andere ruimte met de bodem onder de grondhoogte te installeren, vloeibaar gas is zwaarder dan het lucht en kan op de bodem verzamelen.  De fles dient op een makkelijk toegangbare plaats in de verticale positie geplaatst worden en tegen het omvallen beveiligt worden.  Om de gasfles aan te sluiten, gebruik een flexibel snoer.  Gebruik de uiteinde bestemd voor vloeibaar gas met een pakking, zoals op de afbeelding 11.  Na elke aansluiting van de plaat op de gasfles controleer de dichtheid aan de zijde van hoge druk dwz. de dichtheid van het ventiel van de fles en de verbinding tussen de reductor de de fles eveneens de werking ervan.

 De dichtheid van alle verbindingen en het ventiel op de fles kan gecontroleerd worden door de genoemde plaatsen te smeren met water met zeep tijdens een gewone werkdruk. Het ontstaan van blaren bewijst gaslekkage. Afb.8

NL 77 Let op: 1. Het is verboden om de dichtheid met gebruik van open vuur (bv. lucifers of kaars) te controleren; ontploffingsgevaar! 2. Controleer regelmatig, om de elke half jaar, het toestand van de snoer aan de verbindingen en de dichtheid ervan. UITWISSELING VAN DE STRAALBUIZEN Let op: 1. Voor de uitwisseling van de straalbuizen en het instellen van de draaiknoppen trek de stekker uit het stopcontact. 2. Tijdens het instellen van de draaiknoppen, draai de naald niet helemal los. De plaat is bestemd voor gassoort en druk, die op het typeplaatje van het toestel aangegeven staan. Ingeval van verandering van de gassoort dient u de straalbuizen uit te wisselen en de draaiknoppen opnieuw in te stellen.

NL 78INSTELLEN VAN DE DRAAIKNOPPEN Het instellen van de draaiknop bestaat uit het bepaalen van de minimale vlam van de gasbrander. Om de draaiknoppen in te stellen dienen deze tezamen met het paneel van de bedieningselementen weggenomen te worden. Vervolgens: - open het gasdoorstroom, ontstek de gekozen gasbrander en zet op de positie zuinige vlam, - draai de regelaarschroef A of B (afb. 13), zodat u het minimale vlam verkrijgt die niet uitwaait zelfs een na snelle wijziging van de volle vlam naar de zuinige vlam en omgekeerd. - de instellingen zijn correct, indien de kern van de vlam een vorm van een groen-blauwe kogel van de hoogte 2-4 mm heeft, indien in de gasinstallatie de schommelingen in de gasdruk aanmerkbaar zijn, de zuinige vlam dient u instellen tijdens een lage druk in de installatie, zodat het niet uitwaait tijdens het normale gebruik. Afb.

10 AANSLUITING VAN DE PLAAT OP DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE De gasplaat is voorzien van een spanningskabel zonder stekker Let op: 1. De stekker dient op de spanningskabel door een bevoegde elektro-installateur aangesloten worden. 2. Het stopcontact, waarop de stekker gaat zitten dient makkelijk toegangbaar zijn. 3. Controleer of tijdens het gebruik van de plaat de spanningskabel niet aan de hete gasbranders raakt.

NL 79 De plaat is bestemd voor de wisselende spanning van 230V, 50Hz en dient in een geaarde stopcontact ingestopt worden. Het aansluiten op een niet geaarde stopcontact veroorzaakt het risico van electrocutie ingeval van beschadiging van de elektrische installatie van de plaat Afb.11 3 GEBRUIK VAN DE GASBRANDERS Voor het ontsteken van de gasbrander verzeker u zich, dat de draaiknop, die u wilt gebruiken met de juiste gasbrander gaat. 3.1 GEBRUIKSREGELS GEBRUIK VAN DE GASBRANDERS  Het is verboden om pannendragers weg te nemem en de pannen direct op de gasbranders te plaatsen.  Controleer altijd voor het openen van het ventiel van de gasinstallatie en gasfles of alle draaiknoppen uitgeschakeld zijn.  Controleer of de uiteinden van de ontstekers en thermokoppels zijn schoon en droog, wat hun juiste werking garandeert.

 Raak niet aan de gasbranders, evenals hete kookplaat, pannendragers en pannen.  Sla niet op de draaiknoppen, gasbranders, kookplaat, ontstekers en uiteinden van thermokoppels.  Voorkom het overkoken van de gerechten en vocht in de gasbranders.  In de gasplaten met gaslekkage beveiliging blijf de draaiknoop door 10 seconden indrukken na het gas ontsteken, zodat de vlambeveiliging inschakelt.  Plaats geen zware voorwerpen op de pannendragers Juiste en energiezuinige werking van de gasbranders is mogelijk door: - de juiste grootte van de valm, - keuze van geschikte pannen

NL 80 Afb. 12 VLAMGROOTTE  Het doorstroom van het gas in de gasbranders wordt met gebruik van de draaiknoppen geopend.  De vlam dient nooit buiten de zijkant van de pan uit te slaan, het zou 2/3 van de bodemoppervlakte aanraken. Zulk gebruik garandeert zuinig gasverbruik en voorkomt vervuiling van de pannen.  De vlamgrootte hangt van de positie van de draaiknop af (afb. 10). Gebruik de hoogste vlam tot het moment van het gerecht aan de kook raakt, verder kan de vlam naar beneden gedraaid worden (zuinige vlam). De vlamgrootte dient tussen de posities en zich bevinden.

Afb.13 HET ONTSTEKEN EN UITDOVEN VAN DE GASBRANDERS Ontsteken van de gasbranders – druk de draaiknop van de gewenste gasbrander, draai deze naar links, zet in de positie en houdt ingedrukt tot de vlam verschijnt – als de vlam verschijnt, laat de draaiknop los, gasbrander zou branden, – houdt de draaiknop nog door 10 seconden ingedrukt om de vlambeveiliging in te schakelen, – indien de valm uitwaait, herhaal deze handelingen en verleng de tijd van het indrukken van de draaiknop van 5 seconden, – stel de gewenste vlamgrootte in. Uitdoven van de gasbranders – draai de draaiknop naar rechts zodat het in de nulpositie zich bevindt

NL 813.2 KEUZE VAN GESCHIKTE PANNEN  De kookpannen voor de gasplaat dienen niet te hoog te zijn, de hoogte dient 2/3 van de bodemdoorsnede bedragen.  Gebruik altijd schone en droge pannen, omdat op die manier ze de warmte het best doorlaten en houden.  Gebruik deksels tijdens het koken, het helpt de onnodige verzameling van dampen in de keuken voorkomen. Afb..14  Minimale doorsneden van de pannen gebruikt op de bepaalde gasbranders: – kleine gasbrander ø 90 mm – middelgrote gasbrander ø 120 mm – grote gasbrander ø 140 mm – drievoudig gasbrander ø 180 mm – 4 REINIGING EN ONDERHOUD Let op: Voor het wassen en reinigen van het toestel, trek de stekker uit het stopcontact. 4.1 ALGEMENE AANWIJZINGEN Om een optimale technische en esthetische toestand van de plaat de behouden, dient deze regelmatig gereinigd te worden.

 Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen, scherpe voorwerpen, draden sponsen, poeders en agresieve chemische stoffen die de oppervlakte van de plaat en draaiknoppen kunnen beschadigen.  Om de plaat schoon te maken, neem de pannendragers en deksels van de gasbranders weg.  Maak de geëmailleerde oppervlakte van de omhulsel van de gasbranders met een vochtig doekje of spons met een toevoeging van een reinigingsmiddel schoon, voorkom te grote hoeveelheid water. Grove vuil verwijder met gebruik van speciale middelen voor keukenreiniging.

NL 82 Voorkom het doorlaten van het water onder de plaat. Controleer of de plaatoppervlakte en de omhulsel van de gasbranders goed schoon is. Het is zeer relevant omdat tijdens de werking van het toestel het vuil op de vlamverdeler verslecht de verbranding van de gasmengsel.  De vervuilde pannendragers plaats in het warme water met een toevoeging van een reinigingsmiddel, was ze en droog af. Reiniging van glazen platen: – Om de restanten van voedsel te verwijderen is het aangeraden om een houten lepel of een schrobber (afb. 12) te gebruiken, blijf attent om de oppervlakte niet te krabben. – Plaats geen smeltende voorwerpen, zoals aluminium folie of kunststof materialen in de buurt van de gasbranders. Ingeval er toch iets werd gesmolten, verwijder het onmiddelijk (heet) van de oppervlakte van de plaat. Hetzelfde geldt voor gerechten met een hoge inhoud van suiker.

Op de hete oppervlakte gaat het suiker snel smelten, wat kan duurzame vlekken veroorzaken. Veranderingen in de kleur van de plaat hebben geen involed op de werking ervan. – Na het wassen van de plaat, kunt u een onderhoudsmiddel gebruiken, bv. CERA FIX. Afb.15 4.2 REINIGING VAN DE GASBRANDERS Reinig gasbranders, ontstekers en uiteinden van thermokoppels na elk contact met gerechten als gevolg van overkoken, maar het is eveneens aangeraden om deze regelamtig te reinigen om stof en vuil te verwijderen.

NL 83  Om een gasbrander te reinigen, neem eerst de deksel 1 en vlamverdeler 2 af (afb. 13), plaats ze in warm water met een toevoeging van een reinigingsmiddel en vervolgens was elk deel van de gasbrander.  Was de deksel met gebruik van een spons of borstel en vlamverdelar – met een borstel van kunstmatig materiaal of een zachte draadborstel. Om de vlamopeningen te reinigen gebruik een stalen draad. Controleer vervolgens of de openingen schoon zijn. 3241 Afb.16  Controleer of het onderste deel van de vlamverdeler, met name nabij straalbuis schoon is. Vervulilde straalbuizen 4 (afb. 13) kunnen verstoppen, waardoor de branders met een lager vlam gaan branden of helemaal niet gaan branden. Om de straalbuizen te reinigen, gebruik een penseel met een beetje oplosmiddel erop (afb. 14).

Afb.17  Schone gasbranders moeten nauwkeurig gedroogd zijn, omdat vochtige gasbranders gaan niet branden of kunnen het gas niet juist verbranden. Na het afdrogen plaats alle elementen in de omgekeerde volgorde en let daarbij op om de ontstekers en de uiteinden van thermokoppels niet te beschadigen. Afb.18

NL 845 STORINGEN  Tijdens het gebruik van de plaat kunnen storingen opkomen. Enkele geringe storingen kunnen door de gebruiker met behulp van de aanwijzingen van de tabel 3 zelf verholpen worden.  Tijdens de loopperiode van de garantie alle andere reparaties dan genoemd in de onderstaande tabel, dienen door een bevoegde servicedienst uitgevoerd worden.

 Na het aflopen van de loopperiode van de garantie dient de gebruiker reguliere controles door een servicedienst te laten uitvoeren Table 3 Storing Reden Verhelpen De openingen in de vlamverdeler zijn verstopt – Draaiknoppen uitschakelen; – Draaiknop van de installatie voor de plaat uitschakelen; – De ruimte ventileren; – De gasbrander losdraaien en reinigen, met speciale aandacht voor de openingen inde vuurverdeler; – De gasbrander opnieuw correct opzetten en vlam proberen te ontsteken Brander brandt niet Verstopte (natte) straalbuis van de gasbrander – Alle elementen van gasbrander losdraaien; – Straalbuis reinigen, eventueel met behulp van een koperen draad (gebruik geen metalen draad en boor niet in de opening) Onderbreking in het elektrische stroomcircuit – De zekering van de huisinstallatie controleren, indien verbrandt ruilen Ontsteker ontstekt niet (geen vonk) Vervuilde gas branders en/of ontstekers – De gasbranders en ontstekers reinigen en drogen Let op: 1.

Indien na de uitvoering van de boven beschreven handelingen, het toestel werkt eveneens niet, neem contact met de geautoriseerde servicedienst. 2. Het is verboden om een gebroken gasplaat te gebruiken, het moet eerst door een vakkundig personeel gerepareerd worden. 3. Na een lange onderbreking in het werk van het toestel, dient u dit eerst grondig te reinigen, schakel de draaiknop voor de plaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.

NL 85 6 MILIEUBESCHERMING Dit toestel beschikt over de markering volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EC, het symbool van een doorkruiste, verrijdbare afvalcontainer Dit symbool wijst erop dat na gebuiksperide dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. De gebruiker wordt verplicht om het naar een eenheid van inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur brengen. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkerde afvalbehandeling van zulke toestellen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Fagor 6CFI-5 GLST stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden