Elettrobar Fast 570051 Handleiding

Elettrobar Vaatwasser Fast 570051

Bekijk gratis de handleiding van Elettrobar Fast 570051 (55 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Elettrobar Fast 570051 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/55
INSTRUCTION MANUAL FOR DISHWASHERS
BEDIENUNGSANLEITUNG FÜR
GESCHIRRSPÜLMASCHINE
MANUEL D’EMPLOI DU LAVE-VAISSELLE
HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES
Art.no.:
570.035 / 570.040
570.050 / 570.051 / 570.055 / 570.056
570.180

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Elettrobar
Categorie: Vaatwasser
Model: Fast 570051

Handleiding Elettrobar Fast 570051 – volledige tekst

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 1 van 14 NL VERTALING VAN DE ORIGINELE INSTRUCTIES INHOUD HFDST 1 RISICO'S EN BELANGRIJKE MEDEDELINGEN. 2 1. 1 N ORMALE BEDRIJFSOMSTANDIGHEDEN. 3 HFDST 2 VOORWOORD. 4 HFDST 3 INSTALLATIE. 4 3. 1 U ITPAKKEN. 4 3. 2 P LAATSING. 4 3. 3 E LEKTRISCHE AANSLUITING. 5 3. 4 AANSLUITING OP HET WATERNET. 6 3. 5 V ERBINDING MET DE AFVOERLEIDING. 6 3. 6 GLANSMIDDEL EN VAATWASMIDDEL. 6 HFDST 4 GEBRUIK VAN DE MACHINE. 7 4. 1 L EGENDA EN SYMBOLEN. 7 4. 2 A ANZETTEN. 7 4. 3 V 7OORBEREIDING REK. 4. 4 P - 7ROGRAMMAKEUZE EN START. 4. 4. 1 Afwasmachine onder werkblad. 7 4. 4. 2 Afwasmachine met klep. 8 4. 5 P ' ROGRAMMA S. 8 4. 6 HET INGEBOUWDE FILTER VERWIJDEREN. 8 4. 7 D E MACHINE LEGEN. 8 4. 7. 1 Machines zonder afvoerpomp. 8 4. 7. 2 Machines met afvoercyclus (*optional) 8. 4. 8 D ) 9E HARSEN REGENEREREN (*OPTIONAL. 4. 9 L IJST VAN MELDINGEN DIE KUNNEN VERSCHIJNEN. 9 4.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 2 van 14 NL Lees de instructiehandleiding aandachtig door alvorens de machine te starten. De aanwijzingen uit deze handleiding geven belangrijke informatie over de veiligheid gedurende de verschillende fasen van installatie, gebruik en onderhoud. Als de aanwijzingen die in de bijgevoegde documentatie staan niet in acht worden genomen, kan de veiligheid van het apparaat in gevaar worden gebracht en komt de garantie meteen te vervallen. Hfdst 1 RISICO'S EN BELANGRIJKE MEDEDELINGEN  Dit apparaat is alleen bestemd voor het gebruik waarvoor het uitdrukkelijk ontwikkeld is. Ieder ander gebruik wordt als onjuist beschouwd en is daarom gevaarlijk.

 Het gespecialiseerde personeel dat de installatie uitvoert, moet de gebruiker goed voorlichten over de werking van het apparaat en welke eventuele veiligheidsvoorschriften in acht genomen moeten worden, ook door het geven van praktische demonstraties.  Iedere ingreep op de machine, ook bij storing, mag alleen door de fabrikant, of door een erkend servicecentrum en door vakmensen worden verricht, waarbij alleen originele reserveonderdelen gebruikt mogen worden.  Zet de machine altijd eerst uit of zorg dat hij van het elektriciteits- en waternet is losgekoppeld, voordat u onderhouds-, reparatie en reinigingswerkzaamheden verricht.  De machine mag NIET worden gebruikt door ongetraind personeel.

 Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of die niet over ervaring en noodzakelijke kennis beschikken, mits deze onder toezicht staan of nadat zij instructies hebben ontvangen betreende een veilig gebruik van het apparaat.  Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.  De reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die de gebruiker moet uitvoeren mogen niet worden toevertrouwd aan kinderen die niet onder toezicht staan.

 De machine mag onder spanning blijven staan wanneer hij niet wordt NIETgebruikt.  Als de machine niet is uitgerust met een stekker of ander middel om de machine volledig af te koppelen, waarbij alle contacten van elkaar worden gescheiden, moeten dergelijke afkoppelinrichtingen worden ingebouwd in het voedingsnet, conform de installatievoorschriften.  Als de voedingskabel beschadigd is, dient deze te worden vervangen door de fabrikant of door de technische assistentie van de fabrikant of hoe dan ook door een persoon met een soortgelijke kwalicatie, om elk risico te voorkomen.  De schroef op het apparaat die gemarkeerd is met het symbool 5021 van de norm IEC 60417 vertegenwoordigt de equipotentiaalaansluiting.  De machine mag snel worden geopend als het programma nog niet is NOOITafgelopen.  De machine mag worden gebruikt zonder de door de fabrikant NOOITaangebrachte beschermingen.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 3 van 14 NL maat of materiaal, die niet geschikt zijn voor de machinewas of die niet perfect intact zijn.  Gebruik het apparaat of de onderdelen ervan als ladder of steun voor NOOITpersonen, voorwerpen of dieren.  Plaats teveel gewicht op de open deur van voorladers, die erop gemaakt NOOITis alleen het vaatrek te dragen.  Kom met blote handen aan het vaatwasmiddel. NOOIT Kantel de machine NOOIT na de installatie.  Als u een storing of vloeistoflekken opmerkt, koppelt u de elektrische stroom onmiddellijk los en sluit u de watervoorziening.  Zet de afwasmachine niet in de buurt van warmtebronnen met een temperatuur van meer dan 50°C.  Stel de afwasmachine NOOIT bloot aan weersinvloeden (regen, zon etc. )  De vaatwasmachine mag niet in de buitenlucht worden opgesteld zonder adequate afschermingen.

 Start een afwasprogramma nooit zonder dat de overstroombeveiliging aanwezig is, indien deze is voorzien.  Kom nooit met magnetische voorwerpen in de buurt van de machine.  Gebruik de bovenkant van de machine niet als vlak om voorwerpen op te zetten.  De monteur moet de goede werking van de aarding controleren.  Na het proefdraaien moet de monteur een schriftelijke verklaring afleggen betreffende de juiste installatie en test volgens de voorschriften en de regelen der kunst.  U dient de positie te wijzigen en evenmin de elementen waaruit de NIETmachine bestaat onklaar te maken, dergelijke handelingen kunnen de veiligheid van de machine in gevaar brengen.  Niveau van geluidsdruk volgens EN ISO 4871 o LpA max. = 55 db Kpa=2,5 db voor inbouwversies o LpA max. = 65 db Kpa=2,5 db voor doorschuifversies o LpA max. = 76 db Kpa=q,5 db voor pannenwasversies  Max.

druk van het toegevoerde water: 4bar (400kPa)  Dit apparaat is bedoeld om permanent op de waterleiding te worden aangesloten  Het apparaat mag niet worden gereinigd met water- of stoomstralen.  Maximale afvoerhoogte o Op de grond met versies met overstroombeveiliging o Maximumhoogte 1 m bij de versies met afvoerpomp 1. 1 Normale bedrijfsomstandigheden Omgevingstemperatuur: 40°C max. /4°C min. (gemiddeld 30°C) Hoogte : tot 2000 meter Relatieve vochtigheid : Max. 30% bij 40°C / max. 90% bij 20°C.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 4 van 14 NL Hfdst 2 VOORWOORD Waarschuwingen: Bewaar alle documentatie zorgvuldig in de nabijheid van het apparaat; geef deze aan de monteurs en bedieners die met de apparatuur werken en houd haar in de loop der tijd intact door haar veilig op te bergen. Maak kopieën als de documentatie vaak geraadpleegd moet worden De bediener is verplicht deze handleiding te lezen, begrijpen en te leren kennen alvorens welke handeling dan ook op de machine te verrichten. Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor professioneel vaatwassen in grootkeukens,dus de installatie, het gebruik en het onderhoud zijn alleen voorbehouden aan getraind personeel dat de instructies van de fabrikant in acht neemt.

Garantie: De fabrikant wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor schade aan voorwerpen of personen, die voortkomen uit het niet in acht nemen van de gegeven instructies of door een verkeerd gebruik van de machine Als de aanwijzingen die in de bijgaande documentatie worden gegeven niet in acht worden genomen, kan dat de veiligheid van het apparaat aantasten en komt de garantie meteen te vervallen Installaties en reparaties die zijn uitgevoerd door onbevoegde monteurs en het gebruik van niet-originele vervangingsonderdelen doen de garantie onmiddellijk vervallen. Opslag: Transport en opslag: tussen -10°C en 55°C met een piek van 70°C (gedurende max. 24 uur) Hfdst 3 INSTALLATIE Een goede installatie is van fundamenteel belang voor een goede werking van de machine.

Enkele gegevens die nodig zijn bij de installatie van de machine staan op het kenmerkenplaatje op de rechter zijkant van de machine, en in kopie op de omslag van deze handleiding. De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde, geautoriseerde monteurs. 3. 1 Uitpak kenControleer of de verpakking niet beschadigd is, en vermeld eventuele geconstateerde schade op de afleveringsbon. Verzeker u ervan dat het apparaat onbeschadigd is na de verpakking te hebben verwijderd.

Als de machine beschadigd blijkt, moeten de leverancier en het transportbedrijf onmiddellijk worden gewaarschuwd via fax of aangetekende brief met ontvangstbewijs. Als de schade zodanig is dat de veiligheid van de machine erdoor wordt beïnvloed, dan mag de machine niet geïnstalleerd en/of gebruikt worden voordat zij gecontroleerd is door een gekwalificeerd monteur. De onderdelen van de verpakking (plastic zakken, piepschuim, spijkers, etc. ) moeten buiten het bereik van kinderen en huisdieren worden gehouden, aangezien ze mogelijke bronnen van gevaar zijn. 3. 2 Plaatsing  Zorg ervoor dat er zich in de buurt van de installatie geen onderdelen en materialen bevinden, die beschadigd kunnen worden door waterdamp die tijdens de werking uit de machine kan komen, of dat deze voldoende beschermd zijn.

 Alvorens de vaatwasmachine te plaatsen moeten in de ruimte het elektrische systeem, de waterleiding en de waterafvoer zijn voorbereid.  In geval van inbouw van machines met enkele wand dient minstens 10 mm ruimte tussen de wanden van de machine en de aangrenzende oppervlakken te worden gelaten.  Bij de dimensionering van de vloer of inbouw moet rekening gehouden worden met het totale gewicht van de afwasmachine.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 5 van 14 NL  Om de stabiliteit te garanderen, moet de machine op haar vier poten worden geïnstalleerd en waterpas worden gezet.  Dit apparaat is alleen geschikt voor een vaste aansluiting; andere installatieoplossingen moeten overeengekomen worden met en goedgekeurddoor de fabrikant.  Verwijder de beschermfolie van de omkasting alvorens de afwasmachine tegaan gebruiken. Mod. V~ Hz kW A S/N H2OkPa °C 3. 3 Elektrische aansluiting  Er moet een hoofdschakelaar van het alpolige type aanwezig zijn, die allecontacten, inclusief de nulleiding, uitschakelt, een afstand tussen de opencontacten heeft van minstens 3 mm en een contactverbrekend veiligheidsmechanisme heeft, of gekoppeld is aan zekeringen, die gedimensioneerd of geijkt moeten worden op het vermogen dat op het kenmerkenplaatje op de machine staat.

 De hoofdschakelaar moet op de elektriciteitsleiding aangesloten die dichtbij deinstallatie zit, en mag uitsluitend één apparaat tegelijk voeden.  De spanning en frequentie van het elektriciteitsnet moeten overeenstemmenmet die van het kenmerkenplaatje.  Voor de veiligheid van de bediener en de apparatuur moet er een eciënte aardinstallatie aanwezig zijn, die voldoet aan de geldende preventievoorschriften.  Dit apparaat is conform de certicatie EN/IEC 61000-3-11 se indien de impedantie van het systeemZsys kleiner dan of gelijk aan Zmax is in het verbindingspunt tussen het voedingssysteem van de gebruiker en het openbare systeem.

Het is de verantwoordelijkheid van de installateur of van degebruiker van de apparatuur om erop toe te zien dat de apparatuur uitsluitend wordt aangeslotenop een voeding met een impedantiesysteem Zsys kleiner dan of gelijk aan Zmax Zmax Panneswasmachine 0,21 Ω Doorschuifvaatwasser 0,24 Ω Inbouwvaatwasser 0,41 Ω  De voedingskabel, uitsluitend van het type H07RN-F met een stroomcapaciteit op de geleider incontinu bedrijf bij 60°C:  Driefase machine o -5x2,5 mm^2 tot aan 20 A o -5x4 mm^2 tot aan 30 A o -5x6 mm^2 tot aan 38 A o -5x10 mm^2 tot aan 54 A  Eenfase machine o -3x1,5 mm^2 tot aan 16 A o -3x2,5 mm^2 tot aan 25 A  Mag tijdens de normale werking of het gewone onderhoud niet gespannen staan of geplet worden.  Het apparaat moet bovendien aangesloten zijn in een equipotentiaal systeem, dat wordtaangesloten via een schroef die gemarkeerd is met het symbool 5021 van de norm IEC 60417.

 De equipotentiaalgeleider moet een doorsnede hebben van 10 mm².  Houd u aan de aangegeven polariteiten in het stroomschema.  Zie het bijgevoegde elektrische schema voor meer informatie. Het is niet toegestaan verloopstekkers, meervoudige stopcontacten, kabels van een verkeerd type en met een verkeerde diameter te gebruiken, of met verlengkoppelingen die niet conform zijn aan de huidige voorschriften betreffende bedrijfuitrustingen.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 6 van 14 NL 3. 4 Aansluiting op het waternet Het apparaat moet met een exibele slang op de waterleiding worden aangesloten. Tussen de waterleiding en de magneetklep van het apparaat moet een sluitklep aanwezig zijn. De sluitklep moet zich in de nabijheid vanhet apparaat bevinden.  De watertoevoer, temperatuur en druk moeten overeenkomen met de gegevens op het plaatjemet technische kenmerken van de machine.  Verzeker u ervan dat het toevoerdebiet niet minder dan 20 l/min bedraagt  Als het water harder is dan 14 °F (8 °dH) adviseren wij om een interne ontharder te gebruiken inde machine.

Als het water harder is dan 35 °F (19,5 °dH), wordt aangeraden een externewaterontharder voor de magneetklep te plaatsen  Voor machines die niet zijn uitgerust met een waterontharder, wordt, als het water harder is dan 14°F (8 °dH), aangeraden een externe waterontharder voor de magneetklep te plaatsen.  Als er sprake is van zeer hoge concentraties resterende mineralen in het water met hogegeleidbaarheid, adviseren wij een demineralisatiesysteem te installeren.  Machines die bestemd zijn voor gebruik met ontzout water of hoe dan ook met een hogeconcentratie natriumchloride, moeten speciaal worden besteld, omdat voor de constructie ervanspecieke materialen zijn vereist  Gebruik geen gedemineraliseerd water voor machines die zijn uitgerust met eenwarmteterugwinningseenheid met koperen terugwinningsbatterijen.

 De bak wordt geleegd door de zwaartekracht, dus de afvoer moet lager liggen dan de onderkant van de machine. Max. 1 m Met afvoerpomp (op aanvraag leverbaar)  Mocht de afvoer niet lager liggen dan de onderkant van de machine, dan is het mogelijk om een model met afvoerpomp te gebruiken (op aanvraag leverbaar).  In dit geval is de maximale hoogte van de afvoer 1 m.  Zorg altijd dat de afvoer goed werkt en dat er geen verstoppingen zijn.  Iedere andere oplossing moet eerst met de fabrikant besproken en door hem goedgekeurd worden. 3. 6 Glansmiddel en vaatwasmiddel  Het glansmiddel en het vaatwasmiddel worden gedoseerd via de doseerder die standaard op demachine aanwezig is, indien voorzien voor het model.  De hoeveelheid wordt op grond van de hardheid van het water bepaald door de monteur, die de doseerders zelf ook zal afstellen.

 Alvorens de afstelling uit te voeren moeten de toevoerleidingen van de doseerders worden gevuldmet het betreende product.  De afstelling vindt plaats met de stelschroef, of rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel indienaanwezig.  Er moet voldoende vloeistof in het bakje zitten. Het mag niet leeg komen te staan en niet metbijtende en onzuivere producten gevuld worden. Gebruik NOOIT vaatwasmiddel dat CHLOOR of HYPOCHLORIET bevat. Installatie van een automatische doseerder voor het vaatwasmiddel wordt altijd aanbevolen.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 7 van 14 NL Hfdst 4 GEBRUIK VAN DE MACHINE 4. 1 Legenda en symbolenMet verwijzing naar : Afb. 11 ON/OFF-KNOP 5 LED AFWASSEN 2 STATUSKEUZEKNOP 6 LED SPOELEN 3 PROGRAMMAKEUZEKNOP 7 INFORMATIEDISPLAY 4 STARTKNOP 8 LED REGENERATIE De positie van de drukknoppen en de leds kan verschillen naargelang het type machine 4. 2 Aanzetten  Schakel de hoofdschakelaar van de elektriciteit in, open de waterkraan buiten de machine.  De twee streepjes op het DISPLAY (7) geven aan dat er spanning aanwezig is.  Controleer of de overstroombeveiliging aanwezig is.  Druk op de ON/OFF-knop (1).  Het vullen en verwarmen van het water wordt automatisch gestart. De knipperen LEDS (5 en 6) beurtelings en op het DISPLAY (7) wordt de temperatuur van de boiler weergegeven.  Wanneer de LEDS (5 en 6) vast blijven branden, zijn de optimale afwasomstandigheden bereikt. 4.

3 Voorbereiding rek Voor een goede werking van de machine moeten de volgende regels worden opgevolgd, onder verwijzing naar : Afb. 3 Gebruik het juiste rek, vul het zonder het te overbelasten en stapel de vaat niet op.  Spoel de vaat altijd eerst voor. Zet geen vaat in de afwasmachine met ingedroogde en harde resten.  Zet lege houders omgekeerd in het rek.  Zet borden en dergelijke altijd schuin in het hiervoor bestemde rek, met de bovenkant naar voren.  Zet het bestek in de daarvoor bestemde bak, met de handgrepen naar beneden.  Zet geen zilveren en roestvrij stalen bestek in hetzelfde bestekbakje, omdat het zilver hierdoorzwart kan worden en het staal mogelijk kan gaan roesten.  Was de vaat meteen na gebruik af, om te voorkomen dat etensresten hard worden en aankoeken.  Gebruik alleen vaatwerk dat helemaal heel is en geschikt is om in de afwasmachine te wordenafgewassen. 4.

Als deze knoppen worden gecombineerd, kan de gewenstecyclus worden geselecteerd, zoals aangegeven op. Afb. 2 Druk op de STARTKNOP (4) AFWASSEN (5) om het programma te starten: de LED begint te knipperen en op het wordt de afwastemperatuur weergegeven. Vervolgens begint DISPLAY deLED SPOELEN (6) te knipperen en wordt op het DISPLAY de spoeltemperatuur weergegeven. (Afb. 1 ).  Als de cyclus voltooid is, gaan de LEDS AFWASSEN (5) SPOELEN (6) en gedurende enkeleseconden tegelijkertijd knipperen.  Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden.  Om de wascyclus eerder te beëindigen, houd de STARTKNOP (4) enkele seconden ingedrukt.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 8 van 14 NL 4. 4. 2 Afwasmachine met klep  Selecteer het juiste afwasprogramma voor het type vaatwerk met de STATUSKEUZEKNOP (2) en de PROGRAMMAKEUZEKNOP (3). Als deze knoppen worden gecombineerd, kan de gewenstecyclus worden geselecteerd, zoals aangegeven op Afb. 2.  Druk op de STARTKNOP (4) om de automatische start te activeren: de LED AFWASSEN (5) begint te knipperen en op het DISPLAY wordt de afwastemperatuur weergegeven. Vervolgensbegint de LED SPOELEN (6) DISPLAY te knipperen en wordt op het de spoeltemperatuurweergegeven. (Afb. 1 ).  Als de cyclus voltooid is, gaan de LEDS AFWASSEN (5) SPOELEN (6) en gedurende enkele seconden tegelijkertijd knipperen.  De volgende cycli worden eenvoudig geactiveerd door de klep dicht te doen.  Om het drogen te versnellen moet het rek na het afwasprogramma meteen uit de machine getrokken worden.

 Om de wascyclus eerder te beëindigen, druk op de STARTKNOP ) (3. 4. 5 Programma's Glasswashers Dishwashers Kort afwasprogramma Kort afwasprogramma Lang afwasprogramma Normaal afwasprogramma Afvoercyclus. Lang afwasprogramma De harsen regenereren Afwasprogramma glazen Afvoercyclus. De harsen regenereren 4. 6 Het ingebouwde filter verwijderen  Zet de was- en sproeiarmen zodanig dat ze een rechte hoek vormen met de deurrand (Afb. 7).  Til iedere lterhelft op aan zijn handgreep. 4. 7 De machine legen 4. 7. 1 Machines zonder afvoerpomp  Zet de machine uit.  Verwijder het ingebouwde lter, als dat aanwezig is ( Afb. 4 A).  Haal de overloopbeveiliging weg door hem naar boven te trekken (Afb. 5 B),  Wacht tot de bak helemaal leeg is.  Verwijder indien nodig het lter van de bak en maak het schoon ( Afb. 5 C). 4. 7.

 Haal indien aanwezig de overloopbeveiliging weg door hem naar boven te trekken ( Afb. 5 B). De overloopbeveiliging is niet aanwezig in uitvoeringen met gedeeltelijke afvoer.  Doe de deur weer dicht.  Selecteer de afvoercyclus met behulp van de STATUSKEUZEKNOP (2).  Druk 2 seconden op de STARTKNOP (4) om de afvoercyclus te activeren.  De afvoercyclus wordt aangeduid met de tekst op het dr DISPLAY (7).  De machine voert de afpompcyclus uit en aan het einde hiervan schakelt de machine uit.  Verwijder indien nodig het lter van de bak en maak het schoon (Afb. 5 C).

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. 9 van 14 NL 4.8 De harsen regenereren (*optional) Bij machines met interne ontharder moet regelmatig een regeneratiecyclus worden uitgevoerd om de juiste werking van de ontharder zelf te herstellen. Het aantal cycli tussen de ene regeneratie en de volgende moet worden bepaald op basis van de waterhardheid in het gebied waar de afwasmachine isgeïnstalleerd, volgens de onderstaande tabel: dH °F Aant. cycli dH °F Aant. cycli 6 10 160 13 23 90 7 12 150 14 25 80 8 14 140 15 27 70 9 16 130 16 29 60 10 18 120 17 30 50 11 20 110 18 32 40 12 21 100 19 34 30 Ga als volgt te werk ( Afb.6):  Zet de machine uit  Maak haar leeg en schoon.  Open het zoutreservoir in de bak nadat u het ingebouwde lter verwijderd heeft.  Strooi er 250 ÷ 300g regeneratiezout (keukenzout zonder additieven in korrels met een doorsnede van 1 of 2 mm) in.  Sluit het bakje weer stevig.

 Verzeker u ervan dat de overstroombeveiliging is weggehaald.  Selecteer de regeneratiecyclus met behulp van de STATUSKEUZEKNOP (2).  De cyclus kan worden gestart door de STARTKNOP (4) enkele seconden ingedrukt te houden als de machine uit is.  Het starten van de cyclus wordt aangeduid doordat de LED REGENERATIE (8) gaat branden.  De regeneratiecyclus duurt ongeveer 20 minuten.  Aan het einde van de cyclus wordt de machine uitgeschakeld. NB Zet de machine niet uit terwijl de regeneratiecyclus bezig is 4.9 Lijst van meldingen die kunnen verschijnen Deur open Afvoercyclus. 4.10 Einde werkdag  Leeg de machine op het eind van de dag altijd, zoals beschreven wordt in de paragraaf “Demachine legen”.  em de elektrische voeding door middel van de hoofdschakelaar weg en draai de waterkraanNedicht.

 Verricht het gewone onderhoud en maak de machine schoon zoals beschreven wordt in deparagraaf “Onderhoud”.  Laat de afwasmachine indien mogelijk een beetje open staan om de vorming van onaangenamegeuren binnenin het apparaat te voorkomen.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. van 10 14 NL Hfdst 5 ONDERHOUD 5.1 Algemene regels Voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht, laat u de machine eerst helemaal leeglopen, neemt u de stroom weg en sluit u de externe waterkraan. Gebruik geen waterstralen onder druk, want deze zouden het elektrische systeem kunnen beschadigen. Was de buitenkant alleen af wanneer deze koud is, met producten die speciaal geformuleerd zijn voorhet onderhoud van staal. Als ijsvorming mogelijk is, moet het water uit de boiler en uit de waspomp worden afgetapt. 5.2 Reiniging Om de eciëntie van de machine te garanderen, moeten de onderhoudswerkzaamheden regelmatig worden verricht, uitgevoerd zoals hierna aangegeven is. Desinfecteer de vaatwasser bovendienregelmatig met geschikte, niet bijtende, in de handel verkrijgbare producten.

5.3 Reiniging van de filtergroep Verricht deze procedure aan het einde van de dag, of als u vuilresten op de lters ziet: 1. Neem de reken weg en maak hen schoon. 2. Maak de bak leeg volgens de instructies in de paragraaf “De machine legen”. 3. Verwijder alle lters van de afwasmachine en maak hen grondig schoon. 4. Gebruik geen schurende producten of voorwerpen om de stalen bak schoon te maken. 5. Aan het einde van de genoemde handelingen plaatst u alle onderdelen weer zorgvuldig terug. 5.4 De sproeiarmen reinigen De sproeiarmen kunnen eenvoudig worden verwijderd om de spuitmonden periodiek te reinigen en mogelijke verstoppingen en/of kalkaanslag te voorkomen. Ga als volgt te werk:  Verwijder de armen door de betreende borgmoer los te draaien, of met behulp van de snelkoppeling (indien aanwezig).

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. van 11 14 NL Hfdst 6 ZELFDIAGNOSE De machine is voorzien van een zelfdiagnosesysteem dat in staat is een reek storingen op te merkenen te melden. Storing Beschrijving en mogelijke oplossingen Spoeling niet verricht. Het spoelen van het vaatwerk heeft niet goed plaatsgevonden. Controleer of de spuitmonden goed schoon zijn. Geen waterafvoer. Het water wordt niet of op abnormale manier afgevoerd. Controleer of de afvoerslang niet dubbel is gevouwen of geplet, en of de sifon en lters niet verstopt zijn. Bij machines met een overloopbeveiliging, haal deze weg alvorens de afvoercyclus te starten. Storing bij het herstellen van de spoeltemperatuur. De boilertemperatuur heeft zich tijdens de afwascyclus niet binnen de vooraf bepaalde tijdlimiet hersteld. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit.

SAFE Storing bij vullen van de bak met water. Controleer of de wateraansluitingen goed zijn, en of de kraan voor de watertoevoer open is. Controleer of de overstroombeveiliging, waar voorzien, aanwezig is. Zet de machine uit en weer aan, en vul de machine opnieuw. Storing thermometer bak. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer bak. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de bak niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer boiler. (Open sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan. Storing thermometer boiler. (Kortsluiting in de sensor) De machine meet de temperatuurwaarde van de boiler niet. Zet de machine uit en weer aan. Time-out vulling boiler: de boiler is niet volgelopen. Er kan niet worden gespoeld.

Controleer of de kraan op de watertoevoer open is. Zet de machine uit en weer aan, en voer een nieuwe cyclus uit. Spoelen onvoldoende: het spoelen is niet gebeurd met de juiste hoeveelheid, controleer of de sproeistukken goed schoon zijn.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. van 12 14 NL Hfdst 7 REGELINGEN EN INSTELLINGEN De volgende instellingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwaliceerdtechnicus. De onderstaande parameters kunnen tijdens de installatie of later worden ingesteld. Voer de volgendestappen uit om het menu Instellingen te openen:  Schakel de machine in en open de deur.  Houd de 5 seconden ingedrukt. Op het STARTKNOP (4) DISPLAY (7) wordt de temperatuur van deboiler weergegeven.  Druk vervolgens herhaaldelijk op de STARTKNOP (4) om de aangegeven waarde te wijzigen.  Zodra de gewenste waarde is geselecteerd, houdt u de ingedrukt om teSTARTKNOP (4)bevestigen en door te gaan naar de volgende parameter.  De parameters worden weergegeven in de volgorde die hieronder in de tabel is vermeld. Tank Temperature Temperatuur van de bak regelen.

De wijziging wordt alleen doorgevoerd voor het programma dat op dat moment is geselecteerd. Boiler Temperature Temperatuur van de boiler regelen. De wijziging wordt alleen doorgevoerd voor het programma dat op dat moment is geselecteerd. Dosage Detergent Doseertijd vaatwasmiddel. Dosage Rinse Aid Doseertijd glansmiddel. De lijst met parameters kan variëren, afhankelijk van het type machine. Hfdst 8 AFVALVERWERKING Onze machines bevatten geen materialen die om speciale procedures voor afvalverwerking vragen. (Van toepassing in de landen van de Europese Unie en in landen met een systeemvoor gescheiden afvalverwerking) Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat hetniet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijngebruiksduur.

Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid doorongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materialen wordt bevorderd.

HANDLEIDING VOOR AFWASMACHINES Pag. van 13 14 NL Hfdst 9 MILIEU GEBRUIK MET RESPECT VOOR HET MILIEU Een milieubewust gebruik van de vaatwasmachine kan bijdragen tot een geringere impact op het milieu, bijvoorbeeld door bij het dagelijks gebruik eenvoudige regels te hanteren zoals: Alleen volle rekken afwassen. De vaatwasmachine uitschakelen wanneer deze niet wordt gebruikt. De machine dicht houden, wanneer hij in stand-by staat Programma's gebruiken die geschikt zijn voor de mate van vervuiling. De machine voeden met warm water, als dit wordt verwarmd met gas. Ervoor zorgen dat de afvoervloeistoen wegstromen in een geschikte riolering. De aanbevolen doseringen van het vaatwasmiddel niet overschrijden.

De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder enige kennisgeving vooraf op deze afwasmachine elektrische, technische en esthetische wijzigingen aan te brengen en/of onderdelen te vervangen, waar hij dit wenselijk acht, om een steeds betrouwbaarder, duurzamer en technologisch geavanceerder product te bieden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Elettrobar Fast 570051 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden