Electrolux EFD6DE18S1 Handleiding


Pagina's 56 Koelkast

Bekijk de handleiding van Electrolux EFD6DE18S1 gratis online of download de PDF. 16 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

EFD6DE18S1
NLGebruiksaanwijzing | Koelkast3
FRNotice d'utilisation | Réfrigérateur19
DEBenutzerinformation | Kühlschrank36

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Electrolux
Categorie: Koelkast
Model: EFD6DE18S1

Handleiding Electrolux EFD6DE18S1 – volledige tekst

Welkom bij Electrolux. Hartelijk dank dat je voor onze apparatuurhebt gekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. electrolux. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 32. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 53. BEDIENINGSPANEEL. 84. DAGELIJKS GEBRUIK. 95. TIPS EN ADVIES. 116. ONDERHOUD EN REINIGING. 137. PROBLEEMOPLOSSING. 158. TECHNISCHE GEGEVENS. 189. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN. 1810. MILIEUBESCHERMING. 181. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1.

1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen inde leeftijd van 3 tot 8 jaar en personen met zeer uitgebreideen complexe beperkingen mogen het apparaat in- enuitladen op voorwaarde dat ze de juiste instructies hebbenNEDERLANDS 3.

• Bescherm de vloer tegen krassen bij hetomdraaien van de deur van het apparaat. • Het apparaat bevat een zakjedroogmiddel. Dit is geen speelgoed. Dit isgeen levensmiddel. Gooi het onmiddellijkweg. 2. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. WAARSCHUWING. Zorg er bij het plaatsen van het apparaatvoor dat het stroomsnoer niet klem zit ofwordt beschadigd. WAARSCHUWING. Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom. • Dit apparaat moet worden aangesloten opeen geaard stopcontact. • Gebruik altijd een juist geïnstalleerdschokbestendig stopcontact. • Als het stopcontact voor huishoudelijkgebruik niet geaard is, sluit je het apparaataan op een aparte aarding inovereenstemming met de huidigevoorschriften.

Raadpleeg hiervoor eengekwalificeerde elektricien. • Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen(bijv. stekker, netsnoer, compressor) nietbeschadigd raken. Neem contact met deBevoegde Servicedienst of een elektricienom de elektrische onderdelen te wijzigen. • Het netsnoer moet onder het niveau vande stekker blijven. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid. Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. 2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. Het apparaat bevat ontvlambaar gas,isobutaan (R600a), een aardgas met eenhoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoordat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, nietbeschadigt. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen.

• Elk gebruik van het ingebouwde productals vrijstaand product is ten strengsteverboden. • Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bijeen omgevingstemperatuur variërend van10°C tot 38°C.

De juiste werking van hetapparaat kan alleen worden gegarandeerdbinnen het gespecificeerdetemperatuurbereik. • Zet geen elektrische apparaten (bijv. ijsvormers) in het apparaat, tenzij dit vantoepassing is op de fabrikant. • Als er schade optreedt aan het koelcircuit,zorg er dan voor dat er geen vlammen enontstekingsbronnen in de kamer aanwezigzijn. Ventileer de kamer. • Laat geen hete voorwerpen de kunststofonderdelen van het apparaat aanraken. • Zet geen frisdranken in het vriesvak. Hierdoor ontstaat er druk op dedrankverpakking. • Bewaar geen ontvlambare gassen envloeistoffen in het apparaat. • Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. • Raak de compressor of de condensatorniet aan. Ze zijn heet. • Verwijder of raak geen voorwerpen uit hetvriesvak als je handen nat of vochtig zijn.

• Vries voedsel dat ontdooid is niet opnieuwin. • Bewaar de voedingswaren volgens deinstructies op de verpakking. • Wikkel het voedsel in eender welkcontactmateriaal voor voedsel alvorenshet in het vriesvak te plaatsen. 6 NEDERLANDS.

• Zorg dat er geen voedsel in contact komtmet de binnenwanden van decompartimenten van het apparaat. 2. 4 BinnenverlichtingWAARSCHUWING. Gevaar voor elektrische schokken. • Dit product bevat een of meer lichtbronnenvan energie-efficiëntieklasse F. • Met betrekking tot de lamp(en) in ditproduct en reservelampen die afzonderlijkworden verkocht: Deze lampen zijnbedoeld om bestand te zijn tegen extremefysieke omstandigheden in huishoudelijkeapparaten, zoals temperatuur, trillingen,vochtigheid, of zijn bedoeld om informatiete geven over de operationele status vanhet apparaat. Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten. 2. 5 Onderhoud en reinigenWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of schade aan hetapparaat. • Schakel het apparaat uit en trek destekker uit het stopcontact voordat jeonderhoudshandelingen verricht.

• Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in dekoelunit. Alleen een gekwalificeerdpersoon mag het apparaat onderhoudenen bijvullen. • Controleer regelmatig de afvoer van hetapparaat en reinig deze, zo nodig. Als deafvoer geblokkeerd is, hoopt er zich op debodem van het apparaat water op. 2. 6 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat. Gebruik alleen originelereserveonderdelen. • Houd er rekening mee dat zelfreparatie ofniet-professionele reparatie gevolgen kanhebben voor de veiligheid en de garantiekan doen vervallen. • De volgende reserveonderdelen zullengedurende 7 jaar nadat het model nietmeer verkrijgbaar is leverbaar zijn:thermostaten, temperatuursensoren,printplaten, lichtbronnen, deurgrepen,deurscharnieren, laden en mandjes. Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaarnadat het model uit de handel is genomen.

• Houd er rekening mee dat sommige vandeze reserveonderdelen alleenbeschikbaar zijn voor professionelereparateurs en dat niet allereserveonderdelen relevant zijn voor allemodellen. 2. 7 VerwijderingWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of verstikking. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Snij het netsnoer van het apparaat af engooi dit weg. • Verwijder de deur om te voorkomen datkinderen en huisdieren opgesloten rakenin het apparaat. • Het koelcircuit en de isolatiematerialenvan dit apparaat zijn ozonvriendelijk. • Het isolatieschuim bevat ontvlambaregassen. Neem contact met uw plaatselijkeoverheid voor informatie m. b. t. correcteafvalverwerking van het apparaat. • Veroorzaak geen schade aan het deel vande koeleenheid dat zich naast dewarmtewisselaar bevindt. NEDERLANDS 7.

3. BEDIENINGSPANEELMIN MAX432 511Knop koelvak /Knop Apparaat AAN/UIT2Temperatuurindicatoren koelkast3Knop vriesvakExtra Freeze-toets4Extra Freeze-indicatielampje5Temperatuurindicatoren vriesvak3. 1 Inschakelen1. Steek de stekker in het stopcontact. 2. Houd de AAN/UIT-toets van het apparaatingedrukt. Temperatuurindicatoren tonen de ingesteldestandaardtemperatuur. 3. 2 Uitschakelen1. Houd de AAN/UIT-toets van het apparaatingedrukt. Temperatuurindicatoren gaan uit. 2. Neem de stekker uit het stopcontact. 3. 3 TemperatuurregelingHet is niet mogelijk om de temperatuur inte stellen wanneer de Extra Freeze-functie is ingeschakeld. Stel de temperatuur van het apparaat in doorop de knop van het koelvak of de knop vanhet vriesvak te tikken. Temperatuurindicatoren geven het ingesteldetemperatuurniveau aan. De aanbevolen ingestelde temperatuur voorhet koelvak is +4 °C.

De ECO-indicator gaatbranden wanneer de aanbevolen temperatuuris ingesteld. Het temperatuurbereik kan variëren tussen2°C en 8°C. De ingestelde temperatuur wordt binnen24 uur bereikt. Na een stroomstoring herstelt hetapparaat de ingestelde temperaturen. 3. 4 Extra Freeze-functieDe Extra Freeze-functie wordt gebruikt om inhet vriesvak achtereenvolgens voor tevriezen en snel in te vriezen. Deze functieversnelt het invriezen van vers voedsel enbeschermt tegelijkertijd voedsel dat reeds isopgeslagen tegen ongewenste opwarming. Voor het invriezen van vers voedsel dienje de Extra Freeze-functie ten minste 24uur voordat je het voedsel erin plaatst teactiveren om het voorvriezen tevoltooien. De functie stopt automatisch namaximaal 52 uur. Het is mogelijk om de functie uit te schakelendoor op de toets van het vriesvak te drukken. Het Extra Freeze -indicatielampje wordtuitgeschakeld. 3.

5 Hoge temperatuur-alarmAls er een temperatuurstijging in het vriesvakis (bijvoorbeeld als gevolg van een eerderestroomstoring), knipperen de eerste en derdetemperatuurindicatielampjes van de vriezeren is het geluid aande.

Druk op een willekeurige knop om het alarm1 uur uit te stellen. Het geluid wordtuitgeschakeld. De indicatielampjes van deeerste en derde vriezertemperatuur gaan 5seconden lang branden voordat devriezertemperatuur weer wordt aangegeven. Na een uur start het alarm opnieuw op totdatde normale omstandigheden zijn hersteld. Als u niet op een knop drukt, wordt het geluidna ongeveer een uur uitgeschakeld. 8 NEDERLANDS.

3.6 Deur open-alarmAls de koelkastdeur ongeveer 5 minutenopen blijft staan, knipperen detemperatuurlampjes van de koelkast en is hetgeluid aan.Tijdens het alarm kunt u het geluid dempendoor op een willekeurige knop te drukken.Het geluid wordt na ongeveer een uuruitgeschakeld.Het alarm stopt als de deur wordt gesloten.4. DAGELIJKS GEBRUIK4.1 Het plaatsen van dedeurschappenVoor het bewaren van etenswaren vanverschillende groottes kunnen de deurrekkenop verschillende hoogtes worden geplaatst.1. Trek het rek enigszins omhoog totdat hetloskomt.2.

Plaats het terug op een gewenste positie.4.2 Verplaatsbare schappenDe wanden van de koelkast zijn voorzien vaneen aantal glijschoenen zodat de schappenop de gewenste plaats gezet kunnen worden.Verwijder de glasplaat boven degroentelade niet om een goedeluchtcirculatie te garanderen.4.3 GroenteladeDe lade is geschikt voor het bewaren vangroenten en fruit.Verwijder de lade (bijv. om schoon te maken):1. Trek de lade eruit en til hem op.2. Duw de rails in de kast om schade aanhet apparaat te voorkomen bij het sluitenvan de deur.NEDERLANDS 9

Druk het voorste deel van de lade naarbeneden.Trek de lade er weer uit en controleer ofdeze correct op zowel de achterste alsde voorste haken is geplaatst.4.4 VentilatorHet koelvak is voorzien van een apparaat datsnelle koeling van voedsel mogelijk maakt enzorgt voor een gelijkmatigere temperatuur inhet vak.Dit apparaat wordt automatisch geactiveerdwanneer dat nodig is.De ventilator werkt alleen als de deurgesloten is.Verwijder het deksel van de ventilatorniet.4.5 Vers voedsel invriezenHet vriesvak is geschikt voor het invriezenvan vers voedsel en voor het gedurende eenlange periode bewaren van ingevroren endiepgevroren voedsel.Activeer deExtra Freezefunctie om versvoedsel in te vriezen ten minste 24 uurvoordat u het voedsel plaatst om hetvoorvriezen te voltooien.De maximale hoeveelheid voedsel dat kanworden ingevroren zonder ander versvoedsel toe te voegen, gedurende 24 uur,staat aangegeven op het typeplaatje (eenlabel dat zich aan de binnenkant van hetapparaat bevindt).10 NEDERLANDS

Wanneer het invriesproces is voltooid, keerthet apparaat automatisch terug naar devorige temperatuurinstelling (zie "ExtraFreeze-functie"). Raadpleeg voor meer informatie "Tips voorhet invriezen". 4. 6 Het bewaren van ingevrorenvoedselAls u het apparaat voor het eerst of na eenperiode waarin het niet is gebruikt inschakelt,dient u voordat u de producten in het vak legthet apparaat minstens 3 uur te laten werkenmet de Extra Freeze-functie ingeschakeld. Bewaar het voedsel op minstens 15 mmafstand van de deur. LET OP. Bij onbedoelde ontdooiing doorbijvoorbeeld stroomuitval, waarbij destroom langer is uitgeschakeld dan dewaarde die op het typeplaatje staat onder'tijdsduur', moet het ontdooide voedselsnel worden geconsumeerd ofonmiddellijk worden bereid, vervolgensafgekoeld en daarna opnieuw wordeningevroren. Zie "Hoge temperatuur-alarm". 4.

7 OntdooienDiepgevroren of gevroren voedsel kan,voordat het wordt geconsumeerd, wordenontdooid in de koelkast of in een plastic zakonder koud water. Deze handeling is afhankelijk van debeschikbare tijd en het soort voedsel. Kleinestukjes kunnen zelfs nog bevroren gekooktworden. 5. TIPS EN ADVIES5. 1 Tips voor energiebesparing• Koelkast: Het meest efficiënteenergiegebruik is verzekerd in deconfiguratie waarbij de lades zich in hetonderste deel van het apparaat bevindenen de rekken gelijkmatig verdeeld zijn. Depositie van de deurbakken heeft geeninvloed op het energieverbruik. • Open de deur niet te vaak of laat deze nietlanger open staan dan noodzakelijk. • Vriezer: Hoe kouder detemperatuurinstelling, hoe hoger hetenergieverbruik. • Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoogin om energie te besparen, tenzij dit nodigis vanwege het soort voedsel.

Stel in dit geval detemperatuurregeling in op een hogeretemperatuur, om automatisch ontdooienmogelijk te maken en zo energie tebesparen. • Zorg voor een goede ventilatie. Dek deventilatieroosters of -gaten niet af. 5. 2 Tips voor het invriezen• Activeer de Extra Freeze-functie tenminste 24 uur voordat je het voedsel in hetvriesvak legt. • Vóór het invriezen moet vers voedselingepakt en verzegeld worden in:aluminium folie, plastic folie of zakken,luchtdichte recipiënten met deksel. NEDERLANDS 11.

• Verdeel voor efficiënter invriezen enontdooien het voedsel in kleine porties. • Het wordt aanbevolen om etiketten endatums op al je diepvriesproducten teplakken. Dit zal helpen voedingsmiddelente identificeren en te weten wanneer zemoeten worden gebruikt voordat zebederven. • Het voedsel moet vers zijn op het momenthet wordt ingevroren, om een goedekwaliteit te behouden. Vooral groenten enfruit moeten na de oogst wordeningevroren, zodat al hun voedingsstoffenbehouden blijven. • Flessen of blikken met vloeistoffen nietinvriezen, in het bijzonder dranken diekooldioxide bevatten. Ze kunnenontploffen tijdens het invriezen. • Plaats geen warm voedsel in het vriesvak. Koel het af bij kamertemperatuur voordatje het in het vak plaatst. • Om te voorkomen dat de temperatuur vanal ingevroren voedsel toeneemt, dien jevers voedsel hier niet direct naast teplaatsen.

Plaats voedsel opkamertemperatuur in het deel van hetvriesvak waar geen bevroren voedsel ligt. • IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjesniet meteen nadat ze uit de vriezer zijngehaald opeten. Gevaar voor bevriezing. • Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Als het voedsel ontdooid is, kook het dan,laat het afkoelen en vries het dan in. 5. 3 Tips voor het bewaren vaningevroren voedsel• Het vriesvak is het vak gemarkeerd met. • Een goede temperatuurinstelling die deconservering van ingevroren voedselgarandeert is een temperatuur lager danof gelijk aan -18°C. Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid. • Het hele vriesvak is geschikt voor deopslag van diepvriesproducten. • Laat voldoende ruimte rond het voedselom de lucht vrij te laten circuleren.

4 WinkeltipsNa het boodschappen doen:• Zorg ervoor dat de verpakking nietbeschadigd is - het voedsel kan bedorvenzijn. Als de verpakking gezwollen of nat is,is deze mogelijk niet in de optimaleomstandigheden opgeslagen en is hetontdooien mogelijk al begonnen. • Om het ontdooiproces te beperken, kooptu diepvriesproducten aan het einde vanuw boodschappen en vervoert u ze in eenthermische en geïsoleerde koeltas. • Plaats de diepvriesproducten onmiddellijkna terugkomst uit de winkel in de vriezer. • Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is,mag u het niet opnieuw invriezen. Consumeer het zo snel mogelijk. • Respecteer de vervaldatum en debewaarinformatie op de verpakking. 5.

Soort voedsel Houd‐baarheid(maan‐den)Vlees:GevogelteRundvleesVarkensvleesLamsvleesWorstHamRestjes met vlees9 - 126 - 124 - 66 - 91 - 21 - 22 - 35. 6 Tips voor het koelen van versvoedsel• Een goede temperatuurinstelling die deconservering van vers voedsel garandeertis een temperatuur lager dan of gelijk aan+4°C. Een hogere temperatuurinstelling in hetapparaat kan leiden tot een korterehoudbaarheid van voedsel. • Bedek het voedsel met een verpakking omde versheid en het aroma te behouden. • Gebruik altijd gesloten recipiënten voorvloeistoffen en voor voedsel, om smakenof geuren in het vak te voorkomen. • Om kruisbesmetting tussen gekookt enrauw voedsel te voorkomen, bedekt je hetgekookte voedsel en scheidt je het van hetrauwe. • Het wordt aanbevolen om het voedsel inde koelkast te ontdooien. • Plaats geen warm voedsel in hetapparaat.

Zorg ervoor dat het is afgekoeldbij kamertemperatuur voordat je het in hetapparaat plaatst. • Om voedselverspilling te voorkomen, moetde nieuwe voorraad voedsel altijd achterde oude worden geplaatst. 5. 7 Tips voor het koelen vanvoedsel• Het vak voor vers voedsel is het vak metde markering (op het typeplaatje) met. • Vlees (alle soorten): verpakken in geschiktmateriaal en op de glazen plaat leggen,boven de groentelade. Bewaar vleesmaximaal 1-2 dagen. • Groente en fruit: grondig reinigen (hetzand verwijderen) en in een speciale lade(groentelade) bewaren. • Het is raadzaam om exotische vruchtenzoals bananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in de koelkast te bewaren. • Groenten zoals tomaten, aardappelen,uien en knoflook mogen niet in de koelkastworden bewaard. • Boter en kaas: in een luchtdicht bakjeleggen of in aluminiumfolie of plasticzakjes wikkelen, om zoveel mogelijk luchtuit te sluiten.

• Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatumvan de producten, om te weten hoelang zebewaard kunnen worden. 6. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Zie de hoofdstukken over veiligheid. 6. 1 Het reinigen van de binnenkantVoordat u het apparaat voor de eerste keergebruikt, moet u de binnenkant en de interneaccessoires wassen met lauwwarm water eneen beetje neutrale zeep om de typische geurvan een nieuw product te verwijderen. Daarna moet u het grondig drogen. LET OP. Gebruik geen reinigingsmiddelen,schuurpoeders, chloor of reinigers opoliebasis. Deze beschadigen deafwerking. LET OP. De accessoires en onderdelen van hetapparaat zijn niet vaatwasserbestendig. NEDERLANDS 13.

LET OP. Reinig het bedieningspaneel met eenvochtige doek. Gebruik geenreinigingsmiddelen. Veeg hetbedieningspaneel na het reinigen droogmet een zachte doek. 6. 2 Periodieke reinigingHet apparaat moet regelmatig wordenschoongemaakt:1. Maak de binnenkant en de accessoiresschoon met lauw water en wat neutralezeep. 2. Controleer de afdichtingen regelmatig enwrijf ze schoon om u ervan te verzekerendat ze schoon en vrij van resten zijn. 3. Afspoelen en goed afdrogen. 6. 3 Ontdooien van de koelkastRijp wordt tijdens normaal gebruikautomatisch van de verdamper van hetkoelgedeelte verwijderd. Het dooiwater wordtvia een gootje afgevoerd naar een specialeopvangbak aan de achterkant van hetapparaat, boven de compressor, waar hetverdampt.

Het is belangrijk om het afvoergaatje voor hetdooiwater midden in het afvoerkanaal van hetkoelgedeelte regelmatig te reinigen, om tevoorkomen dat het water overloopt en op hetvoedsel in de koelkast terechtkomt. Gebruik hiervoor de buisreiniger die ismeegeleverd met het apparaat. 6. 4 De vriezer ontdooienLET OP. Gebruik nooit scherpe metalenhulpmiddelen om rijp van de verdamperaf te schrapen, omdat u deze hiermeezou kunnen beschadigen. Gebruik geen mechanische of anderemiddelen om het ontdooiproces teversnellen, behalve middelen die door defabrikant zijn aanbevolen. Stel ongeveer 12 uur voordat je gaatontdooien een lagere temperatuur in omvoldoende koudereserve op te bouwen ingeval van mogelijke onderbrekingentijdens de werking. Er zal altijd een bepaalde hoeveelheid rijpworden gevormd op de vriesvakken en rondhet bovenste vak.

Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag eendikte van ongeveer 3-5 mm heeft. 1. Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel het apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel enleg het op een koele plaats. LET OP. Een temperatuurstijging tijdens hetontdooien van de ingevrorenlevensmiddelen kan de veiligebewaartijd verkorten. Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan.

Uw handenkunnen dan aan het voedselvastvriezen. 3. Laat de deur open staan. Bescherm devloer tegen het dooiwater met bijv. eendoek of een platte opvangbak. 4. Om het ontdooiproces te versnellen, kuntu een pan met warm water in het vriesvakplaatsen. Verwijder bovendien stukken ijsdie loskomen voordat het ontdooienvoltooid is. 5. Maak de binnenkant grondig droog naafloop van het ontdooien. 6. Zet het apparaat aan en sluit de deur. 14 NEDERLANDS.

7. Zet de thermostaatknop op de maximalekoude en laat het apparaat minstens drieuur in deze instelling werken.Plaats het eten pas na deze tijd terug in hetvriesvak.6.5 Periode dat het apparaat nietgebruikt wordtNeem de volgende voorzorgsmaatregelen alshet apparaat gedurende lange tijd nietgebruikt wordt:1. Koppel het apparaat los van destroomtoevoer.2. Verwijder alle etenswaren.3. Ontdooi het apparaat.4. Reinig het apparaat en alle accessoires.5. Laat de deuren geopend omonaangename luchtjes te voorkomen.7. PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING!Zie de hoofdstukken over veiligheid.7.1 Wat te doen als...Probleem Mogelijke oorzaak OplossingHet apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitgeschakeld. Schakel het apparaat in. De stekker zit niet goed in het stop‐contact.Steek de stekker goed in het stop‐contact. Er staat geen spanning op het stop‐contact.Sluit het apparaat aan op een anderstopcontact.

Neem contact op meteen erkend elektrotechnisch instal‐lateur.Het apparaat is lawaaiig. Het apparaat staat niet stabiel. Controleer of het apparaat stabielstaat.Er is een hoorbaar of zichtbaaralarm.De kast werd onlangs ingeschakeld. Raadpleeg "Hoge temperatuur-alarm" of "Deur open-alarm".De temperatuur in het apparaat is tehoog.Raadpleeg "Hoge temperatuur-alarm" of "Deur open-alarm".De deur is open blijven staan. Sluit de deur.De compressor werkt voortdurend. De temperatuur is verkeerd inge‐steld.Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". Er werden veel voedingsproductenin een keer opgeborgen.Wacht een paar uur en controleerdan de temperatuur opnieuw. De temperatuur in de ruimte is tehoog.Raadpleeg het hoofdstuk "Installe‐ren". De temperatuur van de voedings‐producten in het apparaat was tehoog.Laat voedingsproducten afkoelen totkamertemperatuur voordat je ze op‐bergt.NEDERLANDS 15

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". De Extra Freeze-functie is ingescha‐keld. Zie de rubriek over ‘Extra Freeze-functie’. De compressor start niet onmiddel‐lijk na het drukken op "Extra Free‐ze" , of na het veranderen van detemperatuur. De compressor start niet direct. Dit is normaal en geen storing. De deur is niet goed gemonteerd ofdekt het ventilatierooster af. Het apparaat staat niet waterpas. Raadpleeg de montage-instructies. Deur gaat moeilijk open. Je probeerde de deur direct nadat jedie sloot opnieuw te openen. Wacht even met de deur openennadat je die hebt gesloten. De verlichting werkt niet. De stand-bystand van de verlichtingis ingeschakeld. Sluit en open de deur. De lamp is defect. Neem contact op met de dichtstbij‐zijnde klantenservice. Er is te veel bevroren rijp en ijs. De deur is niet goed gesloten.

Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". Het deurrubber is vervormd of vuil. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". De voedingsproducten is niet goedverpakt. Verpak de voedingsproducten beter. De temperatuur is verkeerd inge‐steld. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". Apparaat is volledig geladen en isingesteld op de laagste tempera‐tuur. Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". De ingestelde temperatuur in hetapparaat is te laag en de omge‐vingstemperatuur is te hoog. Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedie‐ningspaneel". Er stroomt water over de achter‐wand van de koelkast. Tijdens automatisch ontdooiensmelt rijp op de achterwand. Dit is correct. Er condenseert teveel water op deachterwand van de koelkast. De deur werd te vaak geopend. Open de deur alleen als het nodigis. De deur is niet volledig gesloten.

Zorg ervoor dat de deur volledig ge‐sloten is. Het bewaarde voedsel was niet in‐gepakt. Verpak voedsel in geschikt materi‐aal voordat je het in het apparaatplaatst.

Probleem Mogelijke oorzaak OplossingEr stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is niet aange‐sloten op de verdampschaal bovende compressor. Sluit de smeltwaterafvoer aan op deverdampschaal. De temperatuur kan niet worden in‐gesteld. De Extra Freeze-functie wordt inge‐schakeld. Schakel Extra Freeze-functie hand‐matig uit, of wacht totdat de functieautomatisch wordt gedeactiveerdom de temperatuur in te stellen. Raadpleeg de rubriek over "ExtraFreeze functie". De temperatuur in het apparaat is telaag/te hoog. De temperatuur is niet correct inge‐steld. Stel een hogere/lagere temperatuurin. De deur is niet goed gesloten. Raadpleeg het gedeelte "De deursluiten". De temperatuur van de voedings‐producten is te hoog. Laat de voedingsproducten afkoelentot kamertemperatuur voordat je zeopbergt. Er worden veel voedingsproductenin een keer opgeborgen.

Berg minder voedingsproducten ineen keer op. De dikte van de rijp is groter dan 4 -5 mm. Ontdooi het apparaat. De deur werd vaak geopend. Open de deur alleen als dat nodigis. De Extra Freeze-functie is ingescha‐keld. Zie de rubriek over ‘Extra Freeze-functie’. Er wordt geen koude lucht gecircu‐leerd in het apparaat. Zorg ervoor dat er koude lucht in hetapparaat circuleert. Raadpleeg hethoofdstuk "Tips en advies". De vijfde temperatuurindicator knip‐pert. Communicatieprobleem. Neem contact op met de dichtstbij‐zijnde klantenservice. Het koelsys‐teem blijft de voedingsproductenkoelen, maar de temperatuurinstel‐ling kan niet worden gewijzigd. Eerste of tweede temperatuurindica‐tor knippert. Storing van de temperatuursensor. Neem contact op met de dichtstbij‐zijnde klantenservice. Het koelsys‐teem blijft de voedingsproductenkoelen, maar de temperatuurinstel‐ling kan niet worden gewijzigd.

2 Het lampje vervangenHet apparaat is uitgerust met een LED-lampjeaan de binnenkant met een lange levensduur. Alleen service mag het verlichtingsapparaatvervangen. Neem contact op met onzeerkende servicedienst. 7. 3 De deur sluiten1. Reinig de deurpakkingen. 2. Pas zo nodig de deur aan. Raadpleeg demontage-instructies. 3. Vervang indien nodig de defectedeurpakkingen. Neem contact op met deerkende servicedienst. NEDERLANDS 17.

8. TECHNISCHE GEGEVENSDe technische gegevens staan op hettypeplaatje aan de binnenkant van hetapparaat en op het energielabel.De QR-code op het energielabel dat bij hetapparaat wordt geleverd,biedt een internetkoppeling naar deinformatie gerelateerd aan de prestaties vanhet apparaat in de EU-EPREL-database.Bewaar het energielabel ter referentie samenmet de gebruikershandleiding en alle anderedocumenten die bij dit apparaat wordengeleverd.Het is ook mogelijk om dezelfde informatie inEPREL te vinden via de koppelinghttps://eprel.ec.europa.eu en de modelnaamen het productnummer die u vindt op hettypeplaatje van het apparaat.Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voorgedetailleerde informatie over hetenergielabel.9.

INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTENDe installatie en voorbereiding van het toestelvoor elke EcoDesign-verificatie moeten inovereenstemming zijn met EN 62552 (EU).De ventilatievoorschriften, de afmetingen vande uitsparingen en de minimale openafstanden aan de achterzijde moeten voldoenaan de voorschriften van dezegebruikershandleiding in “Installeren“. Neemcontact op met de fabrikant voor verdereinformatie, inclusief laadplannen.10. MILIEUBESCHERMINGRecycleer de materialen met het symbool .Gooi de verpakking in een geschikteafvalcontainer om het te recycleren.Bescherm het milieu en de volksgezondheiden recycleer op een correcte manier het afvalvan elektrische en elektronische apparaten.Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.Breng het product naar het milieustation bij uin de buurt of neem contact op met degemeente.18 NEDERLANDS

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Electrolux EFD6DE18S1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden