Elco VISTRON H 400 Handleiding

Elco Boiler VISTRON H 400

Bekijk gratis de handleiding van Elco VISTRON H 400 (8 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 104 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Elco VISTRON H 400 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/8
Gebruiksaanwijzing
Extra boiler indirect verwarmd
VISTRON H 300/400/500
05/2010 Art. Nr. 000000000 Originele Gebruiksaanwijzing

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Elco
Categorie: Boiler
Model: VISTRON H 400

Handleiding Elco VISTRON H 400 – volledige tekst

2 Installatie, instelling, omschakeling en eerste ingebruikneming mag slechts door een installateur plaatsvinden. Fabrieksgarantie kan slechts bij instal- latie door een erkend installatiebedrijf, dat voor het in acht nemen van be- staande normen en installatievoor- schriften verantwoordelijk is, worden verleend. De garantie is in onze Alge- mene Voorwaarden vastgelegd. Voor schade die door het niet in acht nemen van deze installatiehandleiding ontstaat, kunnen wij geen aansprake-lijk- heid aanvaarden. Het probleemloos functioneren is dan alleen maar ge- garandeerd, wanneer men zich aan dit voorschrift houdt. Het apparaat moet eenmaal in het jaar door een vakman worden nagekeken, onafhankelijk daar- van moeten gebreken die zich voor-doen direct worden opgelost. Wij verzoeken dit voorschrift aan de klant te geven. Hij dient het te bewaren.

Algemeen De extraboiler is een indirect verwarmd apparaat. De tank is als drukboiler ontwikkeld en dus met een warmte- pomp voor de voorziening van meer tappunten geschikt. De maximaal toegestane aansluitdruk voor de tapwater- en verwarmingszijde kan uit tabel 2 worden gehaald. De aan de binnenkant liggende warmtespiralen garanderen een goede warmteover- dracht en de hoogwaardige isolatie begrenst de warmteverliezen tot een minimum. Om onnodige tijden, waarop de verwarming niet werkt, te vermijden dient de tapwatertemperatuur niet hoger ingesteld te zijn dan voor de betreffende behoefte beslist nood- zakelijk is. Een temperatuur boven de 60°C moet vanwege energiebesparing indien mogelijk niet worden gekozen. Dit geldt vooral ook bij zeer kalkhoudend water.

Installatie Algemeen Bij de opstelling en installatie van de tapwaterboiler dienen vooral volgende voorschriften in acht te worden genomen: DIN 1988, DIN 18160, DIN 4753, DIN 4109, energiebespa-ringswet en VDE-voorschriften. Boven-dien dienen de betreffende voorschrif-ten van het nutsbedrijf en ook bouw-rechtelijke voorschriften in acht te wor-den genomen.

De plaats van opstelling moet volgens DIN 4753 tegen vorst beschermd zijn. Hij moet in de directe omgeving van het warmteapparaat worden gekozen. Inhoudsopgave………………………………………………………………………. 2 Algemeen……………………………………………………………………………. 2 Installatie……………………………………………………. ………………………. 2 Werkwijze……………………………………………………………………………. 3 Opstelling……………………………………………………………………………… 3 Tapwaterinstallatie……………………………………………………………………. 3 Circulatieleiding………………………………………………………………………. 3 Warmwateraansluiting………………………………………………………………… 3 Boilerregeling…………………………………………………………………………. 3 Ingebruikneming………………………………………………………………………. 4 Bediening……………………………………………………………………………. 4 Onderhoud en service…………………………………………………………………. 4 Maten en aansluitingen………………………………………………………………… 5 Technische gegevens……………………………………………………………………. 5.

3 Werkwijze De boiler is via de KW-aansluiting met het voorzieningsnet en via de WW-aansluiting met de tappunten verbonden. Wordt uit een tappunt warm water genomen, stroomt er weer koud water in de boiler, waar dit op de gewenste temperatuur wordt verwarmd. De verwarming vindt indirect plaats door het verwarmingswater, dat met een laadpomp door de verwarmingsspiralen wordt getransporteerd en daar zijn warmte aan het tapwater afgeeft. Opstelling Om transportschade te vermijden, moet de verpakking pas op de opstellingsplaats worden verwijderd. Voor het opstellen moeten de apart verpakte stelpoten aan de onderzijde van de boiler in de moeren op de steunring worden gedraaid. Bij opstelling in de kelder is het vanwe-ge het vocht op de vloer aan te bevelen de tapwaterboiler op een voetstuk te zetten.

Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden moet voor de tapwaterboiler voldoende plaats worden vrijgehouden. Tapwaterinstallatie De aansluiting op de koude waterleiding moet volgens DIN 1988 gebeuren met gebruik van een geschikte veilig- heidsgroep. De veiligheidsklep moet als proefmodel zijn getest en zo zijn in- gesteld, dat het overschrijden van de toegestane bedrijfdruk wordt verhinderd. De afblaasleiding mag niet worden gesloten. Bij een tapwaterinhoud van 200-1 00 l is een minimale klepafmeting van NW 20 (R ¾“) nodig. De toegestane netdruk wordt met volgende formule bepaald: toegest. netdruk = toegest. bedrijfs- druk * 0,8 Is de netdruk groter dan toegestaan, dan moet deze met behulp met een drukregelaar tot de toegestane waarde worden gereduceerd. De volgorde van afzonderlijke armaturen staat in het aansluitschema.

Circulatieleiding Door een circulatieleiding ontstaan meestal hoge stilstandverliezen, daarom moet een circulatieleiding alleen bij een vertakt warmwaternet of op grote afstand liggende tappunten door gebruik te maken van een tijd- gestuurde circulatiepomp worden voorzien.

In de circulatieleiding moet een terugslagklep worden gemonteerd, de leidingen moeten zorgvuldig worden geïsoleerd. Warmwateraansluiting De tapwaterboiler is geschikt voor pompfunctie. Aanvoer- en retour- leidingen moeten op de daarvoor bedoelde plaatsen van de tapwater- boiler worden aangesloten. De aansluitingen zijn in de tankschets aangegeven. De noodzakelijke terugs- lagkleppen moeten functioneel in de leidingen worden gemonteerd. Om energieverliezen zo gering mogelijk te houden, moeten de leidingen zorgvuldig worden geïsoleerd. Bij het vullen van de verwarmingkring moet deze worden ontlucht. Boilerregeling Als er geen geschikt boilerregeling aanwezig is, dan kan bij de fabrikant een geschikte regelschakelkast / aan- bouwtemperatuurregelaar worden besteld.

Ingebruikneming 1. Voor de eerste ingebruikneming moet de gehele installatie zorg- vuldig worden doorgespoeld. Vreemde voorwerpen in het systeem schaden de bedrijfs- veiligheid van het apparaat. 2. Verwarmingsinstallatie langzaam met water vullen en ontluchten. 3. Boiler via de koudwateraansluiting vullen. PAS OP. De boiler moet via de anodebuis worden ontlucht. Anode losdraaien tot het water uit de buis loopt, daarna de anode weer vastdraaien. Alle warmwatertap- kleppen openen. De installatie is gevuld, wanneer uit alle warm- watertapkleppen water loopt. Daarna tapkleppen weer sluiten. 4. Verwarmingssysteem in gebruik nemen. 5. Tapwaterinsteltemperatuur instellen en opwarming van de installatie controleren. 6. Gedurende het opwarmen komt er water door uitzetting uit de veiligheidsklep. De uitvoeropening van de veiligheidsklep mag niet worden afgesloten. 7.

Na de eerste opwarming en af- koeling van de boiler moeten de flensschroeven met behulp van een 32 Nm ingestelde momentsleutel kruislings worden nagetrokken en de flens moet op lekkage worden gecontroleerd. 8. Overdracht van de installatie aan de eigenaar. Voor de overdracht van de installatie aan de eigenaar moet de fabrikant van de installatie controleren of alle leidingen dicht zijn en alle regelorganen correct werken. Daarna moet de eigenaar uitvoerig de werkwijze en het gebruik van de tapwaterbereider worden verklaard, bovendien moet de eigenaar op het regelmatige onderhoud van de installatie worden gewezen. Functie en levensduur zijn daar beslist van afhankelijk. Bediening Voor het opwarmen moet steeds een tappunt worden geopend om te con- troleren of de tank met water gevuld en de afsluitklep in de koudwatertoevoer is geopend.

Aansluitend moet worden ge- controleerd of het warmte-apparaat (verwarmingsketel enz. ) klaar is voor gebruik. Voor het normale warmwater- gebruik is een boilerwatertemperatuur aan te bevelen van ca. 55°C- 60°C.

Deze garandeert het grootsmogelijke rendement en vermindert bij zeer kalkhoudend water kalkaanslag in de boiler. De afblaasleiding van de veilig- heidsklep moet steeds geopend blijven. De functionaliteit van de veiligheidsklep moet af en toe door hem een beetje te openen worden gecontroleerd. Voor het eerste gebruik moet deze bedienings- handleiding goed worden doorgelezen. Onderhoud en service Regelmatig onderhoud en service ver- hogen de levensduur en de bedrijfs- veiligheid van de tapwaterboiler. Al naar gelang van de toestand van het water is het aan te bevelen, op regelmatige tijdstippen de boiler met vers water door te spoelen. Bij zeer kalkhoudend water is ontkalking op bepaalde tijden aan te bevelen. 1. Voor controle van de binnentank en buisverwarming de koudwater- afsluitklep sluiten en de boiler legen.

Elke elektrische leiding naar het apparaat onderbreken en de warmte-isolatie van het flensdeksel voorzichtig verwijderen. Daarna flensdeksel losschroeven en eraf halen. Kalkafzettingen en grove stukken kalk kunnen met een houten staafje worden klein ge- maakt. Voor het ontkalken alleen toegestane ontkalkingsmiddelen gebruiken. Na het reinigen flensdeksel weer vastschroeven. Hierbij beslist nieuwe flenspakking plaatsen. Aansluitend tank vullen en alle verbindingen op lekkage controleren. Afsluitend isolatie en eventuele verwijderde kabels weer naar behoren aanbrengen. 2. Om de tank te beschermen is de tapwaterboiler met een magnesium- beschermanode uitgevoerd. De slijtage ervan is afhankelijk van de plaatselijke kwaliteit van het water. Volgens DIN 4753, deel 6, heeft deze anode een minimum levens- duur van 2 jaar.

Hij moet er eenmaal per jaar worden uitgedraaid en de slijtage moet gecontroleerd worden. De diameter moet nog tenminste 1/3 van de originele diameter zijn en de oppervlakte moet voldoende homogeen zijn. Indien noodzakelijk moet hij worden vervangen door een originele reserve veiligheids- anode om de tank tegen corrosie te beschermen.

Een verwaarlozing van de veiligheidsanode kan vroegtijdige anodeschade tot gevolg hebben. 3. De veiligheidsklep moet de warm- waterboiler tegen overdruk be- schermen. De functionaliteit moet daarom op regelmatige tijden door hem een beetje te openen worden gecontroleerd. Bij het gebruik van expansieketels wordt de veiligheids- klep niet belast. Hij kan daarom gedurende een vrij lange periode vast gaan zitten en wanneer hij nodig is niet meer werken. 4. Bij gevaar voor vorst moet de tapwaterboiler verwarmd zijn of geheel worden geleegd. 5. Voor het reinigen van de uitwendige delen is een vochtige doek voldoende. Schurende en oplossende reinigingsmiddelen moeten worden vermeden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Elco VISTRON H 400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden