Einhell Royal BM 51 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Einhell Royal BM 51 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen. Heb je een vraag over Einhell Royal BM 51 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Einhell |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | Royal BM 51 |
Handleiding Einhell Royal BM 51 – volledige tekst
Veiligheidsinstructies voor met dehand geleide grasmaaiersAanwijzingen1. Lees de handleiding aandachtig en zorgvuldig. Maakt u zich vertrouwd met afstellingen en methet juiste gebruik van de maaier. 2. Laat nooit toe dat kinderen of andere personendie de handleiding niet kennen de maaiergebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen deminimumleeftijd van de gebruiker vastleggen. 3. Rijdt nooit het gras af terwijl andere personen,vooral kinderen of dieren in de buurt zijn. Denkeraan dat de bestuurder van de machine of degebruiker verantwoordelijk is voor ongelukkenmet andere personen of hun eigendom. Voorbereidende maatregelen1. Draag bij het maaien steeds vast schoeisel eneen lange broek. Rijdt het gras niet op blotevoeten of in lichte sandalen af. 2. Controleer het terrein waar u de machine wiltgebruiken en verwijder alle voorwerpen diekunnen worden gegrepen en weggeslingerd. 3.
Waarschuwing: benzine is uiterst ontvlambaar:- bewaar de benzine enkel in vaten op die ervoorbedoeld zijn- tank enkel in open lucht en rook niet tijdens hettanken- benzine dient er in te worden gegoten voordat ude motor start. Als de motor draait of als demaaier warm is mag de tankdop niet wordenopengedraaid of benzine worden bijgevuld. - Indien benzine overgelopen is, mag u nietproberen de motor te starten. In plaats daarvanmoet de machine van de verontreiniging doorbenzine worden ontdaan. Elke ontstekingspogingmoet worden vermeden tot de benzinedampen vervluchtigd zijn. - veiligheidsredenen moeten de benzinetank enandere tanksluitingen bij beschadiging wordenvervangen4. Vervang defecte geluidsdempers5. Voor gebruik dient u zich steeds door eenvisuele controle ervan te vergewissen dat demaaigereedschappen, bevestigingsbouten en degehele maai-eenheid niet afgesleten ofbeschadigd zijn.
Laat de verbrandingsmotor niet in geslotenruimten draaien waarin zich gevaarlijkkoolmonoxide kan verzamelen. 2. Maai enkel bij daglicht of bij een goedekunstmatige verlichting. Indien mogelijk moet hetgebruik van het toestel bij nat gras wordenvermeden. 3. Let steeds op een veilige stand op hellingen. 4. Leidt de machine enkel stappend. 5. Bij machines op wielen geldt de volgende regel:maai dwars over de helling, nooit op- ofneerwaarts. 6. Wees bijzonder voorzichtig bij het veranderenvan rijrichting op een helling. 7. Maai niet op bovenmatig steile hellingen8. Wees bijzonder voorzichtig als u de maaieromdraait of hem naar u toe trekt. 9. Stop het snijmes als de grasmaaier moet wordengekanteld, bij een transport over andere vlaktendan gras of als de grasmaaier weg van de temaaien vlakte of er naartoe moet wordengebracht. 10.
Gebruik de maaier nooit met beschadigdeveiligheidsinrichtingen of beschermende traliesof zonder aangebouwde veiligheidsinrichtingen,b. v. stootplaat en / of grasopvanginrichtingen. 11. Verander de regelafstellingen van de motor nieten jaag hem niet over zijn toeren. 12. Zet de motorrem los voordat u de motor start. 13. Start de motor voorzichtig conform de instructiesvan de fabrikant. Blijf met uw voeten steeds opvoldoende afstand van het snijmes. 14. Tijdens het starten van de motor mag de maaierniet worden gekanteld tenzij hij hierbij moetworden opgetild. Kantel hem in dit geval enkel zover als absoluut nodig en til enkel de van degebruiker weg wijzende kant op. 15. Start de motor niet als u voor de uitwerpopeningstaat. 16. Kom nooit met handen of voeten tegen of onderdraaiende onderdelen. Blijf steeds op afstandvan de uitwerpopening. 17.
Zet de motor af en trek de bougiestekker af:- alvorens een geblokkeerd onderdeel los tezetten of verstoppingen in de uitwerpopening teverwijderen- alvorens de maaier te controleren, te reinigen,of er werkzaamheden aan uit te voeren- als een vreemd voorwerp werd geraakt. Controleer de maaier op beschadigingen en voerde nodige herstellingen uit voordat u het toestel33NLAnleitung BM 51 01024 15. 12. 2004 7:25 Uhr Seite 33.
opnieuw start en er mee werkt. Indien de maaierongewoon sterk begint te vibreren, is eenonmiddellijke controle vereist. 19. Zet de motor af:– als u zich van de maaier verwijdert- voordat u bijtankt. 20. Bij het afzetten van de motor moet degasregelaar (fig. L) naar de stand AUS (UIT)worden gebracht. De benzinekraan (fig. K) moetworden dichtgedraaid. Onderhoud en berging1. Zorg er voor dat alle moeren, bouten enschroeven goed aangehaald zijn en dat hettoestel zich in een toestand bevindt om er veiligmee te kunnen werken. 2. Bewaar de maaier met benzine in de tank nooitbinnen een gebouw waar mogelijkbenzinedampen in contact kunnen komen metopen vuur of vonken. 3. Laat de motor afkoelen voordat u de maaieropbergt in een gesloten ruimte. 4.
Ter voorkoming van brandgevaar dient de motor,de uitlaat en de zone rond om de brandstoftankvrij te worden gehouden van gras, bladeren ofontsnappend vet (olie). 5. Controleer regelmatig of de grasopvanginrichtingslijtageverschijnsels vertoont resp. of hij naarbehoren werkt. 6. Om veiligheidsredenen dienen versleten ofbeschadigde onderdelen te worden vervangen. 7. Als de brandstoftank moet worden geleegd, moetdit in open lucht gebeuren m. b. v. eenbenzinezuigpomp (verkrijgbaar in bouwmarkten). 2. Overzicht van de opbouw (fig. A) enomvang van de levering (fig. B)A1 Motorstart- / -stophendel - motorremB2 Bovenste schuifbeugelA3 Regelhefboom motorafstelling / choke (ook fig. L)A4 StarttrekkabelB5 Onderste schuifbeugelA6 Handvastzetschroef met starttrekkabelgeleiding (ook fig.
Als grasmaaiers voor de particuliere huis- enhobbytuin worden diegene beschouwd diedoorgaans niet langer dan 50 uur jaarlijksoverwegend worden gebruikt voor het verzorgen vangras- en gazonvlakten, maar niet in openbareplantsoenen, sportpleinen en ook niet in de land- enbosbouw. Het behoorlijk gebruik van de maaier houdt in dat debijgaande gebruiksaanwijzing van de fabrikant inacht wordt genomen. De gebruiksaanwijzing bevatook de bedrijfsomstandigheden enonderhoudsvoorwaarden. Let op. Wegens lichamelijk gevaar voor de gebruikermag de grasmaaier niet voor volgendewerkzaamheden worden ingezet: voor het trimmenvan heesters, heggen en struikgewassen, omrankgewassen of gazon te maaien en klein te makenop dakbeplantingen of in balkonbakken en ook nietom voetpaden te reinigen (af te zuigen) of alshakselaar voor het kleinmaken van snoeisels vanbomen en heggen.
De maaier mag evenmin wordengebruikt als motorhakfrees niet voor het gelijkmakenvan bodemverheffingen, zoals b. v. molshopen. Om veiligheidsredenen mag de grasmaaier nietworden gebruikt als aandrijfaggregaat voor anderewerkgereedschappen en gereedschapssets vanwelke aard dan ook. 4. Assemblage van de componentenBij de levering zijn enkele onderdelen gedemonteerd. De assemblage is eenvoudig uit te voeren mits devolgende instructies in acht worden genomen. Let op. Voor de assemblage et vooronderhoudswerkzaamheden hebt u het volgendegereedschap nodig dat niet bij de levering isbegrepen: een platte open sleutel van 10 een ringsleutel van 10 een platte open sleutel van 13 een olieopvangbak plat (voor het verversen van olie)34NLAnleitung BM 51 01024 15. 12. 2004 7:25 Uhr Seite 34.
een maatbeker 1 l (bestand tegen olie / benzine) een benzineblik (5 l zijn voldoende voor ca. 6 bedrijfsuren) een trechter (passend bij de benzinevuldop van de tank) huishoudstofdoeken (voor het afkuisen van olie- / benzineresten; verwijderen aan het pompstation) schaar pakket plakband een benzineafzuigpomp (van kunststof, verkrijgbaar in bouwmarkten) een oliekan met handpomp (verkrijgbaar in bouwmarkten) 1 l motorolie 15W-40Assemblage van de maaierNeem de grasmaaier en de aanbouwstukken uit deverpakking en controleer of alle stukken voorhandenzijn (fig. B). Maak de onderste schuifbeugel (fig. B/5)als volgt vast aan de houders van het koetswerk. Leter op dat de trekkabels die later worden bevestigdniet in de weg staan. Verwijder de beide borgpennenvan de as van de uitwerpklep (fig. A/8). Maak debeide handvastzetschroeven op het motorhuis los.
Trek dan de hefboom van de motorrem aande linkerkant het boorgat van de houder uit en trekhem met de linkerhand iets naar voren (fig. E). Haakdan de trekkabel van de motorrem vast zodat hij vanbuiten de hefboom in wordt gezet (fig. E/1). Borg detrekkabels d. m. v. een kabelstrop (fig. F) en knip hetuitstekende uiteinde met een schaar af. Controle van de afstelling van de motorremZet de hefboom van de motorrem met plakband opde bovenste schuifbeugel vast (fig. G). De hefboomvan de motorrem moet gemakkelijk tot tegen dehandgreep kunnen worden getrokken. Als dit niet hetgeval is (de afstand tussen hefboom van demotorrem en de bovenste schuifbeugel is groter danca. 5 mm), moet de correcte afstelling van demotorrem worden herzien (12. Onderhoud, punt 5). Verwijder het plakband na het controleren van decorrecte afstelling.
Montage van de grasopvangzakLeg het stangenstelsel voor de grasopvangzak metde middelste greep naar boven op de grond neer(fig. H). Plaats dan de grasopvangzak met de hardekunststofbodem naar beneden achter hetstangenstelsel van de grasopvangzak. Trek dan degrasopvangzak over het stangenstelsel zodat hetachterste gedeelte van het stangenstelsel van degrasopvangzak de bovenste kant van degrasopvangzak openspant en de hardekunststofbodem naar beneden hangt. Span dan degrasopvangzak met de kunststoflijsten op hetstangenstelsel van de grasopvangzak. Licht de uitwerpklep met één hand op en haak degeassembleerde grasopvangzak boven de as van deuitwerpklep vast (fig. I). 5. Afstellen van de maaihoogteLet op. Van maaihoogte mag enkel bij afgezettemotor en afgetrokken bougiestekker wordenveranderd.
Voordat u begint te maaien controleer of de maaigereedschappen niet bot en hun bevestigingsmiddelen niet beschadigd zijn. Vervang botte en/of beschadigde maaigereedschappen, indien nodig, per set om onbalans te voorkomen. Bij deze controle de motor afzetten en de bougiestekker aftrekken.
De maaihoogte wordt centraal ingesteld met behulp van de maaihoogteafstelhendel (fig. B 9). U kunt 5 verschillende maaihoogtes instellen. Trek de afstelhendel naar buiten en stel de gewenste maaihoogte in. De hendel klikt in de gewenste positie vast. 6. InbedrijfstellingLet op. De motor wordt zonder olie geleverd. Daaromdient u voor de inbedrijfstelling absoluut 0,4 l oliein te gieten. Gebruik daarvoor normale35NLAnleitung BM 51 01024 15. 12. 2004 7:25 Uhr Seite 35.
multigrade olie (15W 40). Het oliepeil in de motordient telkens vóór het maaien te wordengecontroleerd. (Zie controle van het oliepeil). Om het ongewild starten van de maaier tevoorkomen is die voorzien van een motorrem (fig. J,pos. 1+2) die u moet bedienen alvorens de maaier testarten. Bij het loslaten van de motorremhefboommoet die terugkeren naar zijn oorspronkelijke standen de motor wordt automatisch afgezet. Voordat u de maaier start moet u de brandstofkraanopendraaien (fig. K, pijl = brandstofkraan open). Breng de gasregelaar (fig. L) naar de stand choke. Trek de motorremhefboom (fig. J, pos. 2) samen enhaal de starttrekkabel flink door. Met de gasregelaarkunt u de snelheid en het aantal toeren van het mesregelen (fig. L). Voordat u begint te maaien voert u deze stap bestmeermaals uit om er zeker van te zijn dat alles naarbehoren functioneert.
Telkens als u een of andere afstel- en/ofherstelwerkzaamheid aan uw maaier moet uitvoerendient u te wachten tot het mes niet meer draait. Zet voor elke afstel-, onderhouds- enherstelwerkzaamheid de motor af. Voor de inbedrijfstellingAanwijzingen:1. Motorrem (fig. J): gebruik de hefboom om demotor af te zetten. Als u de hefboom loslaat,stoppen motor en mes vanzelf (fig. J/1). Om temaaien houdt u de hefboom in werkstand vast(fig. J/2). Vóór het maaien zelf controleert u destart/stophendel best meermaals. Vergewis u erzich van dat de trekkabel gemakkelijk beweegt. 2. Gasregelaar (fig. L): verschuif de regelaar om demotortoeren te verhogen of te verlagen. (Slaksymbool = traag / haassymbool = snel)3. Waarschuwing: het maaimes roteert als demotor wordt gestart. Belangrijk: vóór het starten van de motorbeweegt u de motorrem meermaals om tecontroleren of de stopkabel naar behoren werkt.
Let wel: de motor is berekend voor demaaisnelheid voor gras, voor het uitwerpen vanhet gras in de opvangzak en voor een langelevensduur. 4. Controleer het oliepeil. 5. Giet ca.
1,6 liter benzine de tank in als die leeg isen gebruik een trechter en maatbeker. Vergewisu er zich van dat de benzine schoon is. Let wel: gebruik enkel loodvrije normale benzine. Waarschuwing: gebruik altijd enkel eenveiligheidsbenzineblik. Rook niet bij het ingieten vanbenzine. Zet de motor af en laat de motor enkeleminuten afkoelen voordat u de tank vult. 6. Vergewis u er zich van dat de ontstekingskabelaangesloten is op de bougie. 7. Klik de gashendel in de stand CHOKE vast. 8. Ga achter de motormaaier staan. Eén hand moetaan de motorstart/stophendel zijn. De anderehand moet aan de startergreep zijn. 9. Trek de startergreep snel aan en laat hem maarlangzaam weer los. 10. Als de motor na 5 à 6 keer niet aanslaat. Let wel: bij fris weer kan het noodzakelijk zijn destartpoging meermaals te herhalen. 11. Als de motor warm is kan hij in de stand TRAAG(fig. L) worden gestart.
Belangrijk: startpogingen in de stand CHOKE(fig. L) zouden dan ertoe kunnen leiden dat debougie van de motor nat wordt. Wacht danenkele minuten voordat u doorgaat met destartpogingen. 7. Vóór het maaienBelangrijke aanwijzingen:1. Trek de gepaste kledij aan. Draag vast schoeiselen geen sandalen of tennisschoenen. 2. Controleer het mes. Een mes dat kromgebogenof anders beschadigd is moet door een origineelmes (speciaal accessoire artikelnr. 34. 055. 23)worden vervangen. 3. Het vullen van de brandstoftank dient in openlucht te gebeuren. Gebruik een trechter en eenmaatbeker (benzinevulhoeveelheid 1,6 l als detank leeg is). Veeg overgelopen benzine weg. 4. Lees de handleiding en volg die op alsook deinstructies aangaande de motor en dehulpstukken. Bewaar de handleiding toegankelijkook voor andere gebruikers van het toestel. 5. Uitlaatgassen zijn gevaarlijk. Start de motorenkel in open lucht.
10. Maai nooit bij slecht zicht. 11. Raap vóór het maaien her en der verspreidliggende losse voorwerpen van de grond op. 8. Instructies voor het correct maaienLet op. Open de uitwerpklep nooit als degrasopvanginrichting leeg wordt gemaakt en demotor nog draait. Het roterende mes kan letselsveroorzaken. Maak de uitwerpklep en de grasopvangzak steedszorgvuldig vast. Als u die wilt verwijderen, moet uvoordien verplicht de motor stopzetten. De door de geleidestangen gegevenveiligheidsafstand tussen meskooi en gebruiker dientsteeds in acht te worden genomen. Tijdens hetmaaien en veranderen van rijrichting op bermen enhellingen dient u bijzonder voorzichtig te werk tegaan. Let op een veilige stand, draag schoenen metslipvaste zolen en een lange broek. Maai steedsdwars over de helling. Op hellingen van meer dan 15° mag omveiligheidsredenen het gras niet met de maaierworden afgereden.
Wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit bewegenen trekken van de maaier. Struikelgevaar. 9. Gras afrijdenMaai enkel met een scherp en intact mes zodat degrashalmen niet uitrafelen en het gazon niet geelwordt. Om een keurig maaipatroon te bereiken leidt u demaaier in zo recht mogelijke banen. De banenmoeten elkaar steeds overlappen met enkelecentimeters zodat er geen stroken blijven staan. De onderkant van het koetswerk van de maaierschoon houden en afgezet gras zeker verwijderen. Afgezet materiaal bemoeilijkt het starten, doetafbreuk aan de maaikwaliteit en belemmert hetuitwerpen van het gras. Op hellingen moet demaaibaan steeds dwars over de helling verlopen. Hetwegglijden van de maaier kan door schuin omhoogverplaatsen worden voorkomen. Kies de maaihoogtenaargelang de werkelijke lengte van het gras. Maaiin meerdere beurten zodat het gras per beurtmaximaal 4 cm korter wordt gereden.
Voordat u controles van welke aard dan ook aan hetmes uitvoert dient u de motor af te zetten. Denkeraan dat het mes na het afzetten van de motor nogenkele seconden blijft draaien.
Probeer nooit hetmes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct bevestigd,in perfecte staat en goed geslepen is. Zo niet, hetmes slijpen of vervangen. Indien het roterende meseen voorwerp raakt, de maaier uitschakelen enwachten tot het mes helemaal stilstaat. Controleervervolgens de toestand van het mes en demeshouder. Als het mes beschadigd is, moet hetworden vervangen. Aanwijzingen omtrent het maaien:1. Let op vaste voorwerpen. De maaier zou kunnenworden beschadigd of er zouden verwondingenkunnen worden veroorzaakt. 2. Een warme motor, uitlaat of aandrijving kunnenbrandwonden veroorzaken. Dus niet aanraken. 3. Op hellingen of steil afhellende terreinenvoorzichtig maaien. 4. Onvoldoend daglicht of kunstmatige verlichtingzijn een reden om het maaien te stoppen. 5.
Controleer de maaier, het mes en de anderecomponenten als u in een vreemd voorwerp bentgereden of als het toestel sterker vibreert dannormaal. 6. Verander niet van afstelling of voer geenherstellingen uit zonder de motor voordien af tezetten. Trek er de stekker van deontstekingskabel af. 7. Let op het wegverkeer op een weg of in de buurtervan. Hou de grasuitworp weg van de weg. 8. Vermijdt plaatsen waar de wielen geen grip meerhebben of het maaien onveilig is. Voordat uachteruit gaat dient u er zich van te vergewissendat geen kleine kinderen achter u zijn. 9. In dicht hoog gras gebruikt u de hoogstemaaistand en maait u trager. Voordat u gras ofandere verstoppingen verwijdert zet u de motoraf en neemt u de ontstekingskabel los. 10. Verwijder nooit onderdelen die de veiligheiddienen. 11. Giet nooit benzine in de tank als de motor nogwarm is of draait. 10.
Leegmaken van de opvangzakZodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen,moet de opvangzak leeg worden gemaakt. Let op. Vóór het afnemen van de opvangzak demotor afzetten en wachten tot hetmaaigereedschap tot stilstand is gekomen.
opvangzak aan het handvat uit. Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften valt deuitlaatklep bij het afnemen van de opvangzak dichten sluit de achterste uitwerpopening. Als daarbijgrasresten in de opening blijven hangen, trekt u demaaier best ongeveer 1 m terug om het starten vande motor te vergemakkelijken. Grasresten in het koetswerk van de maaier en op hetwerkgereedschap niet met de hand of de voetverwijderen maar met de gepaste hulpmiddelen, b. v. borstel of handveger. Om een goed opraapresultaat te bereiken dienen deopvangzak en vooral het net na gebruik van binnente worden schoongemaakt. Opvangzak enkel vasthaken als de motor afgezet isen het maaigereedschap stilstaat. Uitwerpklep met één hand optillen en met de anderehand de opvangzak aan het handvat vasthouden envan boven vasthaken. 11. Na het maaien1.
De motor steeds laten afkoelen voordat u demaaier in een gesloten ruimte opbergt. 2. Verwijder voor het opbergen gras, loof, smeer enolie. Leg geen andere voorwerpen op de maaier. 3. Controleer alle schroeven en moeren voordat ude maaier opnieuw gebruikt. Los gekomenschroeven moeten worden aangehaald. 4. Verwijder de opvangzak voordat u de maaieropnieuw gebruikt. 5. Trek er de stekker van de ontstekingskabel afom ongeoorloofd gebruik te voorkomen. 6. Let er op dat de maaier niet naast eengevarenbron wordt opgeborgen. Gaswolkenkunnen leiden tot ontploffingen. 7. Enkel originele onderdelen of door de fabrikantgoedgekeurde onderdelen mogen bijherstellingen worden gebruikt (zie adres op hetgarantiebewijs). 8. Als de maaier een tijdje niet wordt gebruikt, dientu de benzinetank te ledigen m. b. v. eenbenzinezuigpomp. 9. Draag kinderen op, de maaier niet te gebruiken. Het is geen speelgoed. 10.
Bewaar nooit benzine in de buurt van eenvonkenbron. Gebruik altijd een goedgekeurdejerrycan. Hou kinderen weg van benzine. 11. Olie en onderhoudt het toestel. 12. Hoe u de motor afzet:Om de motor af te zetten laat u demotorstart/stophendel los (fig. J/1).
Trek destekker van de ontstekingskabel van de bougieaf om te voorkomen dat de motor start. Controleer vóór het herstarten de trekkabel vande motorrem. Controleer of de trekkabel correctgemonteerd is. Een geknikte of beschadigdeafzetkabel moet worden vervangen. 12. OnderhoudLet op:Werk nooit aan onderdelen van hetontstekingssysteem waarop spanning staat en raakdeze nooit terwijl de motor draait. Trek vóór alleonderhoudswerkzaamheden de stekker van deontstekingskabel van de bougie af. Voer nooit omhet even welke werkzaamheden op het draaiendetoestel uit. Werkzaamheden die niet in dezehandleiding beschreven zijn mogen enkel door eengeautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd. 1. Maaier schoonmakenDe maaier moet na elk gebruik grondig wordenschoongemaakt. Vooral de onderkant en demeskooi. Te dien einde kantelt u de grasmaaier naarde linkerkant (overkant van het olievulpijp).
Aanwijzing: Voordat u de grasmaaier kantelt moet ude brandstoftank volledig leegmaken m. b. v. eenbenzinezuigpomp. De maaier mag met niet meer dan90 graden worden gekanteld. Vuil en gras verwijdertu best onmiddellijk na het maaien. Vastgekoektegrasresten en vuil kunnen het maaien moeilijkermaken. Controleer of de grasuitwerpkoker vrij is vangrasresten en verwijder die indien nodig. Maak demaaier nooit met een waterstraal of hogedrukreinigerschoon. De motor moet droog blijven. Agressievereinigingsmiddelen zoals koude reinigers ofwasbenzine mogen niet worden gebruikt. 2. Wielassen en wielnavenMoeten eenmaal per seizoen lichtjes worden ingevet. Daarvoor neemt u de wielkappen met eenschroevendraaier af en maakt u debevestigingsschroeven van de wielen los. 3. MesLaat het mes om veiligheidsredenen enkel door eengeautoriseerde vakwerkplaats slijpen, uitbalancerenen monteren.
Om een optimaal werkresultaat tebereiken is het aan te bevelen het mes eenmaaljaarlijks te laten controleren. 38NLAnleitung BM 51 01024 15. 12. 2004 7:25 Uhr Seite 38.
Vervangen van het mesBij het vervangen van het snijgereedschap mogenenkel originele wisselstukken worden gebruikt. Dekenmerking van het mes moet overeenstemmen methet nummer opgegeven in de wisselstukkenlijst. Nooit een ander mes monteren. Beschadigde messenMocht het mes ondanks alle voorzichtigheid incontact komen met een hindernis, onmiddellijk demotor afzetten en de stekker van deontstekingskabel aftrekken. Maaier opzij kantelen enmes op beschadiging controleren. Beschadigde ofkromgebogen messen moeten worden vervangen. Nooit een kromgebogen mes weer rechtbuigen. Nooit met een kromgebogen of flink versleten meswerken, want dat veroorzaakt trillingen en kanverdere beschadigingen van de maaier tot gevolghebben. Let op: Er bestaat lichamelijk gevaar als met eenbeschadigd mes wordt gewerkt. Mes bijslijpenDe meskanten kunnen met een metaalvijl wordenbijgeslepen.
Om onbalans te voorkomen dient hetslijpen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaatste worden uitgevoerd. 4. OliepeilcontroleLet op: Motor nooit zonder of met te weinig olie latendraaien. Dat kan zware schade aan de motor totgevolg hebben. Gebruik enkel motorolie 15W40. Controle van het oliepeil:Plaats de maaier op een effen horizontaal vlak. Draaide oliepeilstok naar links eruit en wis de peilstok af. Peilstok de vulpijp terug in steken tot tegen deaanslag, maar niet dichtdraaien. Peilstok uittrekken,horizontaal houden en het oliepeil aflezen. Hetoliepeil moet zich tussen Maximum (bovenste kantvan de plat geperste metaalstok, fig. N) en Minimum(onderste kant van de plat geperste metaalstok, fig. N) bevinden. Het oranje bewegelijke kunststofstuk opde oliepeilstok dient als bescherming tegenolieschuim.
Als geen olie meer uitdruipt draait u er deolieaftapplug terug goed in. Giet 0,4 l verse motorolie15W40 in (zie controle oliepeil). 5. Onderhoud van de trekkabels en afstellen vande trekkabel van de motorremDe trekkabels dikwijls olieën en controleren of zegemakkelijk bewegen. De afstelling van de werkspeling van de motorrem dient telkens vóór de inbedrijfstelling te worden gecontroleerd: a) Zet de hefboom van de motorrem met een plakband vast (fig. G). b) Controleer de afstelling van de speling tussen de stelschroef en de nippel van de trekkabel (afstand ca. 2-4 mm, fig. Q+R). c) Is de afstand te klein (fig. Q), dient u die te corrigeren door losdraaien van de stelschroef en bijregelen (fig. R). 6. Onderhoud van de luchtfilterAls luchtfilters vervuild zijn, gaat het motorvermogenachteruit omdat te weinig lucht naar de carburatorwordt toegevoerd.
De filter dient dan ook regelmatigte worden gecontroleerd. De luchtfilter om de 24 uurcontroleren en, indien nodig, schoonmaken. Bij zeerstoffige lucht dient de luchtfilter vaker te wordengecontroleerd. Let op: Luchtfilter nooit met benzine of brandbareoplosmiddelen schoonmaken (fig. S). Luchtfilterenkel met perslucht of door uitkloppen reinigen. 7. HerstellingNa een herstelling of na een onderhoudsbeurt dienter zich van te vergewissen dat alleveiligheidsrelevante onderdelen aangebracht en ineen behoorlijke staat zijn. Stukken die verwondingen kunnen veroorzakendienen voor andere personen en kinderenontoegankelijk te worden bewaard. Let op: Volgens de productaansprakelijkheidswetzijn wij niet aansprakelijk voor schade die doorondeskundige herstelling is veroorzaakt of als bijwisselstukken niet de originele stukken of door onsgoedgekeurde stukken worden gebruikt.
kunnen verschillen.13. Voorbereiding voor het opbergenvan de maaierWaarschuwing: Verwijder de benzine niet ingesloten ruimten, in de buurt van vuur of tijdens hetroken. Gasdampen kunnen ontploffingen of brandveroorzaken.1. Maak de benzinetank met een benzinezuigpompleeg.2. Start de motor en laat hem draaien tot deresterende benzine is verbruikt.3. Ververs de olie telkens aan het einde van hetseizoen. Daarvoor verwijdert u al de afgewerktemotorolie uit de warme motor en giet u er verseolie in (zie verversen van motorolie, punt 12/4).4. Verwijder de bougie van de cilinderkop. Giet ca.20 ml olie de cilinder in m.b.v. een oliekan. Trekde startergreep langzaam zodat de olie decilinder binnen beschermt. Draai de bougie erweer in.5. Maak de koelribben van de cilinder en het huisschoon.6. Maak het hele toestel schoon om de lakverf tebeschermen.7.
Bewaar het toestel op een goed verluchte plaats.14. Voorbereiding van de maaier voorhet transport1. Maak de benzinetank leeg (zie punt 13/1).2. Laat de motor draaien tot al de resterendebenzine verbruikt is.3. Verwijder de motorolie uit de warme motor.4. Verwijder de stekker van de ontstekingskabelvan de bougie.5. Maak de koelribben van de cilinder en het huisschoon.6. Haak de starttrekkabel los (fig. A/6). Draai devleugelmoeren los en vouw de bovensteschuifbeugel omlaag (fig. T).7. Wind enkele lagen golfkarton tussen debovenste en onderste schuifbeugel en de motorom het schuren te voorkomen.15. Technische gegevensMotortype: eencilinder-viertaktmotor 168 ccmMotorvermogen: 3,7 kW / 5 pkWerktoerental: ca. 2800 t/minBrandstof: Normale benzine loodvrijTankinhoud: ca. 1,8 lBenzinevulhoeveelheid: ca. 1,6 lMotorolie: ca.
41NLFoutMaaier loopt onrustig of vibreert hevigMotor draait nietMotor draait onregelmatigGazon wordt geel, en wordt onregelmatig gesnedenGras wordt niet naar behoren uitgeworpenMogelijke oorzaak- Schroeven los- Mes zit los- Onbalans van het mes- Remhefboom niet gedrukt- Gashendel in verkeerdestand- Bougie defect- Brandstoftank leeg- Benzinekraan dicht- Luchtfilter vervuild.- Bougie vervuild- Mes bot- Maaihoogte te gering- Motortoeren te gering- Motortoeren te gering- Maaihoogte te laag- Mes versleten- Grasopvangzak verstopt geraaktVerhelpen- Schroeven controleren- Bevestiging van het mes controleren- Mes vervangen- Remhefboom drukken- Afstelling controleren- Bougie vervangen- Brandstof ingieten.- Benzinekraan opendraaien- Luchtfilter schoonmaken- Bougie reinigen- Mes slijpen- Correcte maaihoogte afstellen- Hendel naar de stand Max.brengen- Gashendel naar de stand Max.
brengen- Correct afstellen- Mes vervangen- Grasopvangzak leegmaken16. Storingen en verhelpen van foutenWaarschuwing: eerst de motor afzetten en de ontstekingskabel aftrekken voordat onderhouds- ofjusteerwerkzaamheden worden uitgevoerd.Waarschuwing: als de motor na een justering of herstelling enkele minuten gedraaid heeft, denk eraan dat deuitlaat en andere onderdelen warm zijn. Dus niet aanraken om brandwonden te voorkomen.Anleitung BM 51 01024 15.12.2004 7:25 Uhr Seite 41
83 GARANTIEOp het in de handleiding genoemde toestel geven wij 2 jaar garantie voor hetgeval dat ons product gebreken mocht vertonen. De periode van 2 jaar gaat inmet de gevaarovergang of de overname van het toestel door de klant. De garantie kan enkel worden geclaimd op voorwaarde dat het toestel naarbehoren is onderhouden en gebruikt conform de handleiding. Vanzelfsprekend blijven u de wettelijke garantierechten binnen deze 2 jaarbehouden. De garantie geldt voor het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland of vande respectievelijke landen van de regionale hoofdverdeler als aanvulling van deter plaatse geldende wettelijke voorschriften. Gelieve zich tot uw contactpersoonvan de regionaal bevoegde klantendienst of tot het hieronder vermeldeserviceadres te wenden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Einhell Royal BM 51 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Einhell
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier