Einhell GH-PM 51 S HW-E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Einhell GH-PM 51 S HW-E (120 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen. Heb je een vraag over Einhell GH-PM 51 S HW-E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Einhell |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | GH-PM 51 S HW-E |
| Gewicht: | - g |
| Soort: | Duwgrasmaaier |
| Stroombron: | Benzine |
| Vermogen: | 2500 W |
| Aantal wielen: | 4 wiel(en) |
| Draadloos: | Ja |
| Verstelbaar handvat: | Ja |
| Type koeling: | Lucht |
| Ergonomische handvat: | Ja |
| Maaibreedte: | 510 mm |
| Aantal maaihoogte standen: | 6 |
| Minimale maaihoogte: | 25 mm |
| Maximale maaihoogte: | 85 mm |
| Maaimethode: | Cilinderbladen |
| Capaciteit brandstoftank: | 1.5 l |
| Aanbevolen gazongrootte: | 1800 m² |
| Inhoud opvangbak: | 70 l |
Handleiding Einhell GH-PM 51 S HW-E – volledige tekst
NL- 65 - Let op. Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze originele handleiding/veiligheidsins-tructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen door-geven, gelieve dan deze originele handleiding/veiligheidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies. 1. Veiligheidsinstructies voor handgeleide grasmaaiersAanwijzingen1. Lees de handleiding zorgvuldig. Maakt u zich vertrouwd met afstellingen en met het juiste gebruik van de machine. 2. Laat nooit toe dat kinderen of andere perso-nen die de handleiding niet kennen de maaier gebruiken.
Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen. 3. Maai nooit terwijl andere personen, vooral kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk er-aan dat de bestuurder van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken met andere personen of hun eigendom. 4. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding mee te geven. Voorbereidende maatregelen1. Draag bij het maaien steeds vast schoeisel en een lange broek. Maai niet op blote voeten of in lichte sandalen. 2. Controleer het terrein waar u de machine wilt gebruiken en verwijder alle voorwerpen die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd. 3. Waarschuwing : Benzine is uiterst ontvlambaar: - Bewaar benzine enkel in de daarvoor voor-ziene vaten. - Tank enkel in open lucht en rook niet terwijl u benzine in de tank giet.
- Benzine moet in de tank worden gegoten voordat u de motor start. Terwijl de motor draait of als de maaier warm is mag de tank-dop niet worden opengedraaid of benzine worden bijgevuld. - Indien benzine overgelopen is, mag u geenszins proberen de motor te starten.
In plaats daarvan moet de machine van de ve-rontreiniging door benzine worden ontdaan. Elke ontstekingspoging moet worden verme-den tot de benzinedampen vervlogen zijn. - Om veiligheidsredenen moeten benzinetank en andere tankdoppen bij beschadiging wor-den vervangen. 4. Vervang defecte geluidsdempers. 5. Voor gebruik dient u zich steeds door een visuele controle ervan te vergewissen dat de maaigereedschappen, bevestigingsbouten en de gehele maai-eenheid niet afgesleten of beschadigd zijn. Ter voorkoming van on-balans mogen afgesleten of beschadigde maaigereedschappen en bevestigingsbouten enkel per set worden vervangen. 6. Bij gereedschappen met meerdere messen dient u er rekening mee te houden dat door het draaien van één mes andere messen kunnen beginnen draaien. Gebruik van de handleiding1.
Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimten draaien waarin zich gevaarlijk kool-monoxide kan verzamelen. 2. Maai enkel bij daglicht of bij een goede kunst-matige verlichting. Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat gras worden vermeden. 3. Let steeds op een veilige stand op hellingen. 4. Leidt de machine enkel stappend. 5. Bij machines op wielen geldt de volgende regel: Maai dwars over de helling nooit op- of neerwaarts. 6. Wees bijzonder voorzichtig bij het veranderen van rijrichting op een helling. 7. Maai niet op bovenmatig steile hellingen. 8. Wees bijzonder voorzichtig als u de maaier omdraait of hem naar u toe trekt. 9. Stop het snijmes als de grasmaaier moet wor-den gekanteld, bij een transport over andere oppervlakken dan gras of als de grasmaaier weg van het te maaien oppervlak of er naar-toe moet worden gebracht. 10.
Gebruik de maaier nooit met beschadigde veiligheidsinrichtingen of beschermende tralies of zonder aangebouwde veiligheidsin-richtingen, b. v. stootplaat en / of grasopvan-ginrichtingen. 11. Verander de regelafstellingen van de motor niet en jaag hem niet over zijn toeren. 12. Zet de motorrem los voordat u de motor start. 13.
NL- 66 -steeds op voldoende afstand van het snijmes. 14. Tijdens het starten van de motor mag de maaier niet worden gekanteld tenzij hij hierbij moet worden opgetild. Kantel hem in dit geval enkel zo ver als absoluut nodig en til enkel de van de gebruiker weg wijzende kant op. 15. Start de motor niet als u voor de uitwerpope-ning staat. 16. Kom nooit met handen of voeten tegen of onder draaiende onderdelen. Blijf steeds op afstand van de uitwerpopening. 17. Hef de maaier nooit op of draag hem nooit terwijl de motor draait. 18. Trek de contactsleutel en de bougiestekker af: - voordat u blokkeringen loszet of verstoppin-gen in de uitwerpopening verwijdert, - voordat u de gazonmaaier controleert, schoonmaakt of werkzaamheden erop uit-voert, - als een vreemd lichaam werd geraakt.
Controleer de maaier op beschadigingen en voer de nodige herstellingen uit voordat u het toestel opnieuw start en er mee werkt. Indien de maaier ongewoon sterk begint te vibreren, is een onmiddellijke controle vereist. - als u zich van de gazonmaaier verwijdert. 19. Zet de motor af en vergewis u er zich van dat het maaimes alsmede alle beweeglijke delen tot stilstand zijn gekomen - voordat u bijtankt. 20. Bij het afzetten van de motor dient u de ga-shendel naar de positie „stop“ te brengen. De benzinekraan (indien aanwezig) moet worden dichtgedraaid. 21. Door gebruik te maken van de machine met bovenmatige snelheid kan het ongevallenrisi-co verhogen. 22. Wees voorzichtig bij afstelwerkzaamheden aan de machine en zorg dat uw vingers niet beklemd raken tussen het bewegende snij-gereedschap en starre onderdelen van het toestel. Onderhoud en opbergen1.
Zorg er voor dat alle moeren, bouten en schroeven goed aangehaald zijn en dat het toestel zich in een toestand bevindt om er veilig mee te kunnen werken. 2. Bewaar de maaier met benzine in de tank nooit binnen een gebouw waar mogelijk ben-zinedampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken. 3.
Laat de motor afkoelen voordat u de maaier opbergt in een gesloten ruimte. 4. Ter voorkoming van brandgevaar dient de motor, de uitlaat en de zone rond om de brandstoftank vrij te worden gehouden van gras, bladeren of ontsnappend vet (olie). 5. Controleer regelmatig of de grasopvangin-richting slijtageverschijnsels vertoont resp. of hij naar behoren werkt. 6. Om veiligheidsredenen dienen versleten of beschadigde onderdelen te worden vervan-gen. 7. Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in open lucht gebeuren m. b. v. een benzinezuigpomp (verkrijgbaar in bouwmark-ten). 1. 1 Veiligheidsinstructies laadtoestel • Bij het laden van de batterij zeker een veilig-heidsbril en handschoenen dragen. Door het bijtend zuur bestaat verhoogd gevaar een verwonding op te lopen.
• Bij het laden van de batterij geen kledij van synthetische stoffen dragen om vonkvorming door elektrostatische ontlading te voorkomen. • WAARSCHUWING. Explosieve gassen, vlammen en vonken vermijden. • De lader bevat componenten, zoals b. v. scha-kelaars en zekering die mogelijk lichtboog en vonken verwekken. Let zeker op een goede verluchting in de garage of ruimte. • Het laadtoestel is alleen geschikt voor onder-houdsvrije 12V batterijen. • Geen “niet herlaadbare batterijen” of defecte batterijen laden. • Neem de instructies van de fabrikant van de batterij in acht. • Scheidt de lader van het net voordat u de laadkabels aansluit op de batterij of losneemt. • LET OP. Vlammen en vonken vermijden. • Tijdens het laden komt ontplofbaar knalgas vrij. • Het toestel enkel in droge ruimtes gebruiken. • Voorzichtig. Batterijzuur is bijtend.
• Spetters op huid en kledij onmiddellijk met zeepsop afwassen. Zuurspetters in het oog onmiddellijk met veel water spoelen (15 min. ) en de dokter consulteren. • Laad geen batterijen die niet oplaadbaar zijn. • Neem de instructies en gegevens vermeld door de fabrikant van de batterij aangaande het laden van de batterij in acht.
NL- 67 -ut ontploffingsgevaar. Het toestel niet uitscha-kelen. Batterij niet scheiden van het net. De ruimte onmiddellijk goed verluchten. Batterij door de klantenservice laten controleren. • Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke be-stemming. • Draag het laadtoestel niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. • Controleer uw toestel op beschadigingen. • Defecte of beschadigde componenten dienen deskundig door een klantendienst-werkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in deze handleiding anders vermeld. • De waarde van de netspanning in acht ne-men. • Hou de aansluitingen schoon en bescherm ze tegen corrosie. • De lader dient telkens van het net te worden gescheiden voordat schoonmaak- en onder-houdswerkzaamheden worden verricht.
• Bij het aansluiten en laden van de batterij moeten zuurvaste veiligheidshandschoenen en een veiligheidsbril worden gedragen. • LET OP. Laadtijd niet overschrijden. Aan het einde van de laadtijd de netstekker uit het stopcontact verwijderen en de lader van de batterij scheiden. 1. 2 Veiligheidsmaatregelen voor batterijen1. Zorg op elk moment ervoor dat de batterijen met de juiste polariteit (+ en -) worden ingezet zoals vermeld op de batterij. 2. Batterijen niet kortsluiten. 3. Niet-herlaadbare batterijen niet laden. 4. Batterij niet te diep ontladen. 5. Batterijen niet verwarmen. 6. Niet rechtstreeks op batterijen lassen of sol-deren. 7. Batterijen niet ontmantelen. 8. Batterijen niet deformeren. 9. Batterijen niet in het vuur gooien. 10. Batterijen buiten bereik van kinderen bewa-ren. 11. Kinderen mogen batterijen niet zonder toe-zicht vervangen. 12.
Bewaar batterijen niet in de buurt van vuur, vuurhaarden of andere warmtebronnen. Stel de batterij niet bloot aan directe zonnestra-ling. Gebruik of berg die niet op bij warm weer in voertuigen. 13.
Niet gebruikte batterijen op afstand houden van metalen voorwerpen. Dit zou kortsluiting van de batterij en bijgevolg beschadigingen, verbrandingen of zelf brandgevaar kunnen veroorzaken. 14. Batterijen uit het toestel verwijderen als het toestel voor een tijdje niet wordt gebruikt. 15. Batterijen die uitgelopen zijn NOOIT vastne-men zonder overeenkomstige bescherming. Als de uitgelopen vloeistof in contact komt met de huid moet u de huid op die plaats onmiddellijk onder stromend water afspoelen. Voorkom in elk geval dat ogen en mond in contact komen met de vloeistof. Moest dit toch gebeuren consulteer dan onverwijld de dokter. 16. Batterijpolen alsook de tegenpolen in het toestel reinigen voordat u de batterijen instal-leert.
Dit toestel is niet bedoeld om door personen (inclusief kinderen) met een beperkt fysiek, sen-sorisch en geestelijk vermogen of door personen, die niet de nodige ervaring en/of kennis hebben, te worden gebruikt, tenzij dit onder toezicht van een persoon gebeurt die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hen aanwijst, hoe het toestel moet worden gebruikt. Op kinderen moet toezicht worden gehouden om te voorkomen dat ze met het toestel spelen. VerwijderingBatterijen: Ontdoe u van afgedankte batterijen en-kel via motorrijtuig-werkplaatsen, speciale depo-neerplaatsen of verzamelplaatsen voor speciaal afval. Informeer u bij het locale gemeentebestuur. WaarschuwingDe batterij moet worden gedemonteerd voor-dat u de gazonmaaier kantelt. Anders zou batterijzuur kunnen uitlopen. Restrisico’s:Er blijven altijd restrisico’s bestaan ook al wordt dit toestel naar behoren bediend.
Volgende gevaren kunnen zich voordoen in verband met de bouwwijze en uitvoering van dit toestel:1. Gehoorschade indien geen gepaste gehoor-beschermer wordt gedragen. 2. Schade aan de gezondheid die voortvloeit uit hand-arm-trillingen indien het toestel lang zonder onderbreking wordt gebruikt of niet naar behoren wordt gehanteerd en onder-houden.
NL- 68 - WaarschuwingLees alle veiligheidsinstructies en aanwijzin-gen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels ver-oorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor de toekomst. Verklaring van het aanwijzingsbord op het toestel (zie fi g. 21)1) Handleiding lezen2) Let op. Gevaar door wegspringende stukken. Veiligheidsafstand in acht nemen3) Let op. voor scherpe messen - Voor alle onderhouds-, herstel-, schoonmaak- en afstelwerkzaamheden de motor afzetten en bougiestekker aftrekken4) Voor inbedrijfstelling olie en brandstof ingie-ten5) Voorzichtig. Gehoorbeschermer en veilig-heidsbril dragen6) Hendel motor start / motor stop (I = motor aan; 0 = motor uit)7) Rijhendel (koppelingshendel)2. Beschrijving van het toestel en leveringsomvang2. 1 Beschrijving van het toestel (fi g. 1-20)1a.
Indien er onderdelen ontbreken gelieve zich binnen de 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter mits vertoon van een geldig bewijs van aankoop of tot de dichtstbijzijnde desbetreff ende bouwmarkt. Gelieve daarvoor de garantietabel in de garantie-bepalingen aan het einde van de handleiding in acht te nemen.
• Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking. • Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig). • Controleer of de leveringsomvang compleet is. • Controleer het toestel en de accessoires op transportschade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot aan het einde van de garantieperiode. Let opHet toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen. Kinderen mo-gen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen. Er bestaat inslik- en verstik-kingsgevaar.
NL- 69 -3. Doelmatig gebruikHet toestel mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ver-der gaand gebruik is niet doelmatig. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabri-kant, aansprakelijk. De benzinemaaier is geschikt voor particulier ge-bruik in de huis- en hobbytuin. Als grasmaaiers voor de particuliere huis- en hob-bytuin worden diegene beschouwd die doorgaans niet langer dan 50 uur jaarlijks overwegend wor-den gebruikt voor het verzorgen van gras- en ga-zonvlakten, maar niet in openbare plantsoenen, sportpleinen en ook niet in de land- en bosbouw. Het laadtoestel is bedoeld voor het laden van on-derhoudsvrije 12V starterbatterijen. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeen-komstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik.
Wij zijn niet aansprakelijk indien het toestel in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Het behoorlijk gebruik van de maaier houdt in dat de bijgaande gebruiksaanwijzing van de fabrikant in acht wordt genomen. De handleiding bevat ook de bedrijfs- en onderhoudsvoorwaarden. LET OP. Wegens lichamelijk gevaar voor de gebruiker mag de grasmaaier niet voor volgende werkzaamheden worden ingezet: voor het trim-men van heesters, heggen en struikgewassen, voor het snoeien of versnipperen van rank-gewassen of gazon op dakbeplantingen of in balkonbakken, voor het reinigen (afzuigen) van voetpaden of als hakselaar voor het versnipperen van snoeisels van bomen en heggen. De maaier mag evenmin worden gebruikt als motorhakfrees niet voor het gelijkmaken van bodemverheffi ngen, zoals b. v. molshopen.
Voor de assemblage en voor onder-houdswerkzaamheden hebt u het volgende gereedschap nodig dat niet bij de levering is begrepen: • een olieopvangbak plat (voor het verversen van olie) • een maatbeker 1 liter (bestand tegen olie/benzine) • een benzineblik Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 69Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 69 09. 09. 13 15:1809. 09. 13 15:18.
NL- 70 -• een trechter (passend bij de benzinevuldop van de tank) • huishoudstofdoeken (voor het afkuisen van olie-/benzineresten; verwijderen aan het pompstation)• een benzineafzuigpomp (plastic uitvoering, verkrijgbaar in bouwmarkten) • een oliekan met handpomp (verkrijgbaar in bouwmarkten) • motorolieMontage1. Schuifbeugel (fi g. 3a, pos. 3) aan weerskan-ten vastschroeven met telkens een schroef (fi g. 3a, pos. 12b) en een stermoer (fi g. 3a, pos. 11). Een van de gaten voor de bevesti-ging kiezen naargelang de gewenste gree-phoogte. LET OP. Aan weerskanten dezelfde hoogte instellen. Let er op dat de trekkabels die later worden bevestigd niet in de weg sta-an. 2. Maak de bovenste schuifbeugel vast op de onderste schuifbeugel zoals getoond in fi g. 3b m. b. v. de stermoeren (pos. 11) en de schroeven (pos. 12a). 3. De greep van de starttrekkabel (fi g. 3c, pos.
9) vasthaken op de haak die ervoor is voorzi-en zoals getoond in fi g. 3c. 4. De trekkabels met de bijgaande kabelclips (fi g. 3d, pos. 10) op de schuifbeugel vastzet-ten. 5. Uitwerpklep (pos. 5a) met een hand opheff en en de grasopvangzak (pos. 4a) vasthaken zoals getoond in fi g. 4a. LET OP. Bij werkzaamheden aan de batterij en bij hun verwijdering dienen die veiligheids-voorschriften van de fabrikant in acht te worden genomen. Waarschuwing. Voor het installeren van de bat-terij moet de persoon die ermee belast is metalen armbanden, polsuurwerk, ringen en iets dergelijks afl eggen. Als deze voorwerpen in contact komen met de batterijpolen of stroomvoerende kabels kan dit leiden tot brandwonden. Waarschuwing. Controleer vóór elke ingebru-ikneming de isolatie van de kabels en de stekker. Is de isolatie defect mag het toestel niet in bedrijf worden gesteld. Waarschuwing.
Laat herstellingen enkel door een gespecialiseerde werkplaats of door de fabri-kant uitvoeren. 5. 2 Batterij in- en uitbouwen (fi g. 13-16)LET OP. Gebruik de maaier enkel met een on-derhoudsvrije 12V batterij.
Verwijder de batterijafdekking (pos. 18) door de 4 bevestigingsschroeven (fi g. 13) met een kruis-kopschroevendraaier (niet bij de leveringsomvang begrepen) los te draaien. Plaats de batterij (pos. 23) op de sokkel (fi g. 14). Eerst de rode kabel aansluiten op + en daarna de zwarte kabel op – (fi g. 15). Verbind de stekker van de batterij (fi g. 16, pos. 17) met de boordnetstekker op de maaier (fi g. 16, pos. 16). Breng de batterijafdekking weer aan door de 4 bevestigingsschroeven erin te draaien. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde. LET OP. Scheid de batterij niet van het boordnet terwijl de maaier draait, anders zou de laadelekt-ronica kunnen worden vernietigd. 5. 3 Vervangen van de zekering (fi g. 17)Vervang de defecte zekering (pos. 19) zoals ge-toond in fi g. 17. 5.
4 Laden van de batterij via het boordnetDe batterij wordt geladen door de generator via het boordnet terwijl de maaier draait. 5. 5 Laden van de batterij met het laadtoestel (fi g. 18-20)Is de batterij ontladen, wordt die geladen d. m. v. het laadtoestel (bij de leveringsomvang be-grepen) via het huishoudelijke stroomnetwerk. Scheid de batterij door de batterijstekker (pos. 17) af te trekken van de boordnetstekker (pos. 16). LET OP. Voor het laden dient de batterijafdek-king (pos. 18) te worden verwijderd. Tijdens het laden ontstaat knalgas dat zich onder de gesloten afdekking zou kunnen verzamelen en explosief ontvlammen. Neem bij het laden de veiligheids-instructies van de fabrikant van de batterij in acht. Nadat de batterij aangesloten is op het laadtoestel door de batterijstekker (pos. 17) te verbinden met de laadstekker (pos.
15) kunt u het laadtoestel aansluiten op een stopcontact met 230V~50Hz. Het aansluiten op een stopcontact met een andere netspanning is niet toegestaan. Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 70Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 70 09. 09. 13 15:1809. 09. 13 15:18.
NL- 71 - De rode lamp op het laadtoestel toont aan dat het toestel bezig is met het laden van de batterie. Na 8 tot 9 uur is de batterij volledig geladen. Dit wordt aangetoond door het groene lampje op het laadt-oestel. Gelieve de batterij nooit langer dan 12 uur te laden, anders zou de batterij kunnen worden vernietigd. Aan het einde van het laadproces (groen lampje brandt) scheid u het laadtoestel van het net. Ver-bind de batterijstekker met de boordnetstekker van de maaier en breng de batterijafdekking er weer aan. LET OP. Door het laden kan gevaarlijk knalgas vrijkomen; daarom tijdens het laden vonkvorming en open vlam vermijden. Berekening van de laadtijd: De laadtijd wordt bepaald door de laadto-estand van de batterij. Bij een lege batterij kan de approximatieve laadtijd door de volgende formule worden berekend:Laadtijd/h = batterijcapaciteit in Ah/amp. (laadstroom aritm.
)Voorbeeld = 4 Ah/0,4 A = 10 h max. Bij een normaal ontladen batterij vloeit een hoge beginstroom die ongeveer gelijk is aan de nomi-nale stroom. Met toenemende laadtijd vermindert de laadstroom. 5. 6 Afstellen van de maaihoogteLET OP. Van maaihoogte mag enkel bij af-gezette motor en afgetrokken bougiestekker worden veranderd. • Voordat u begint te maaien controleer of de maaigereedschappen niet bot en hun beves-tigingsmiddelen niet beschadigd zijn. Vervang botte en/of beschadigde maaigereedschap-pen, indien nodig, per set om onbalans te voorkomen. Bij deze controle de motor afzet-ten en de bougiestekker aftrekken. • De maaihoogte wordt centraal ingesteld met behulp van de maaihoogteafstelhendel (fig. 7, pos. 8). U kunt verschillende maaihoogtes instellen. • Bedien de maaihoogteafstelhendel en breng die naar de gewenste positie. Laat de maaih-oogteafstelhendel vastklikken. 6.
Gelieve de batterij voor ingebruikneming aan te sluiten zoals beschreven in alinea 5. 2. Werd de batterij voor een tijdje niet gebruikt dient u die volledig te laden (alinea 5. 5) voordat u de maaier in gebruik neemt. Om het ongewild starten van de maaier te voor-komen is die voorzien van een motorrem (fi g. 5a, pos. 1a) die u moet bedienen alvorens de maaier te starten. Bij het loslaten van de motorstart-/motorstophendel moet die terugkeren naar zijn oorspronkelijke stand en de motor wordt automa-tisch afgezet. Starten met de E-starterVergewis u er zich van dat de ontstekingskabel aangesloten is op de bougie. Breng gashendel naar de positie „ “. Ga achter de motormaaier staan. Blijf met een hand de motorstart-/motorsto-phendel (fi g. 5b) trekken. Start de motor door de contactsleutel in het contactslot te draaien (fi g. 1, pos. 22).
Is de motor gestart, draai dan de con-tactsleutel onmiddellijk terug naar zijn oorspron-kelijke stand. Bedient u de contactsleutel opnieuw terwijl de motor draait, wordt schade berokkend aan het startsysteem. Starten met de trekkabelstarterVergewis u er zich van dat de ontstekingskabel aangesloten is op de bougie. Breng de gashendel naar de positie „ “. Ga achter de motormaaier staan. Blijf met een hand de motorstart-/motorsto-phendel (fi g. 5b) trekken. Start de motor met de trekkabelstarter (fi g. 1, pos. 9). Daarvoor de greep ca. 10 tot 15 cm uittrekken (tot u een weerstand voelt), dan met een fl inke ruk naar u toe trekken. Mocht de motor niet aanslaan, opnieuw fl ink aan de greep trekken. Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 71Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 71 09. 09. 13 15:1809. 09. 13 15:18.
NL- 72 -LET OP. De trekkabel niet terug laten springen. Let op: Bij fris weer kan het nodig zijn de startpo-ging meermaals te herhalen. Voordat u begint te maaien voert u deze proce-dure best meermaals uit om zeker te zijn dat alles correct functioneert. Telkens als u een of andere afstel- en/of herstelwerkzaamheid aan uw maaier moet uitvoeren dient u te wachten tot het mes niet meer draait. Zet voor elke afstel-, onderhouds- en herstelwerkzaamheid de motor af. Aanwijzingen:1. Motorrem (fi g. 5a, pos. 1a): Gebruik de mo-torstart-/motorstophendel om de motor af te zetten. Als u de motorstart-/motorstophendel loslaat, stoppen motor en maaimes vanzelf. Om te maaien houdt u de hefboom in werk-stand vast (fi g. 5b). Vóór het maaien zelf cont-roleert u de start/stophendel best meermaals. Vergewis u er zich van dat de trekkabel gem-akkelijk beweegt. 2. Rijhendel/koppelingshendel (fi g. 5a, pos.
1b): Als u deze hendel bedient (fi g. 5c) wordt de koppeling voor de rijaandrijving gesloten en de grasmaaier begint met draaiende motor te rijden. Laat de rijhendel op tijd los om de rijdende grasmaaier te stoppen. Oefen het aanzetten en stoppen voordat u voor de eers-te keer gras afrijdt tot u vertrouwd bent met het rijgedrag. 3. Waarschuwing: het maaimes roteert als de motor wordt gestart. Belangrijk. vóór het starten van de motor beweegt u de motorrem meermaals om te controleren of de stopka-bel naar behoren werkt. Let op. De motor is berekend voor de maaisnelheid voor gras, en uitwerping van het gras in de opvangzak en voor een lange levensduur. 4. Controleer het oliepeil. 5. Gebruik voor het ingieten van benzine een trechter en maatbeker. Vergewis u er zich van dat de benzine schoon is. Waarschuwing : gebruik altijd enkel een veilig-heidsbenzineblik.
Ga achter de motormaaier staan. Een hand moet aan de motorstart-/motorstophendel zijn. De andere hand moet aan de starter-greep zijn. 8. Start de motor d. m. v. de omkeerstarter (fi g. 1, pos. 9). Te dien einde de greep ca. 10 tot 15 cm uittrekken (tot u een weerstand voelt), dan met een fl inke ruk naar u toe trekken. Mocht de motor niet aanslaan, opnieuw fl ink aan de greep trekken. Let op. De trekkabel niet terug laten sprin-gen. Let op: Bij fris weer kan het nodig zijn de startpoging meermaals te herhalen. Mulchen (fi g. 4b)Bij het mulchen wordt het maaigoed in de geslo-ten behuizing van de maaier verkleind en terug over het gazon verdeeld. Het opnemen en het verwijderen van het gras valt weg. Let op: Mulchen is slechts mogelijk bij relatief kort gazon. Optimale resultaten behaalt u alleen met een mulchmes (als accessoires verkrijgbaar).
Om gebruik te maken van de mulchfunctie haakt u de opvangzak uit en schuift u de mulchadapter (pos. 4c) de uitwerpopening in en sluit u de uit-werpklep. Zijdelingse uitwerping (fi g. 4c)Om gebruik te maken van de zijdelingse uitwer-ping moet de mulchadapter gemonteerd zijn. Haak de zijdelingse uitwerpadapter (pos. 4b) vast zoals in fi g. 4c getoond. 6. 1 Vóór het maaienBelangrijke aanwijzingen :1. Trek de gepaste kledij aan. Draag vast scho-eisel en geen sandalen of tennisschoenen. 2. Controleer het mes. Een mes dat krom gebo-gen of anders beschadigd is dient door een originele mes te worden vervangen. 3. Het vullen van de brandstoftank dient in open lucht te gebeuren. Gebruik een vultrechter een een maatbeker. Veeg overgelopen benzi-ne weg. 4. Lees de handleiding en volg die op alsook de instructies aangaande de motor en de hulp-stukken.
NL- 73 -8. Het maaien van nat gras kan gevaarlijk zijn. Maai gras zo veel mogelijk droog. 9. Draag uw kinderen of andere personen op, op afstand van de maaier te blijven. 10. Maai nooit bij slecht zicht. 11. Raap vóór het maaien her en der verspreid liggende losse voorwerpen van de grond op. 6. 2 Instructies voor het correct gras afrijden LET OP. Open de uitwerpklep nooit als de grasopvanginrichting leeg wordt gemaakt en de motor nog draait. Het roterende mes kan letsels veroorzaken. Maak de uitwerpklep en de grasopvangzak steeds zorgvuldig vast. Als u die wilt verwijderen, moet u voordien verplicht de motor stopzetten. De door de geleidestangen gegeven veiligheid-safstand tussen meskooi en gebruiker dient steeds in acht te worden genomen. Tijdens het maaien en veranderen van rijrichting op bermen en hellingen dient u bijzonder voorzichtig te werk te gaan.
Let op een veilige stand, draag schoenen met slipvaste zolen met stroef profi el en een lan-ge broek. Maai steeds dwars over de helling. Op hellingen van meer dan 15% mag om veilig-heidsredenen het gras niet met de maaier worden afgereden. Wees bijzonder voorzichtig bij het achteruit bewe-gen en trekken van de maaier. Struikelgevaar. 6. 3 Gras afrijdenMaai enkel met een scherp en intact mes zodat de grashalmen niet uitrafelen en het gazon niet geel wordt. Om een keurig maaipatroon te bereiken leidt u de maaier in zo recht mogelijke banen. De banen moeten elkaar steeds overlappen met enkele centimeters zodat er geen stroken blijven staan. De onderkant van het koetswerk van de maaier schoon houden en afgezet gras zeker verwijde-ren. Afgezet materiaal bemoeilijkt het starten, doet afbreuk aan de maaikwaliteit en belemmert het uitwerpen van het gras.
Op hellingen moet de maaibaan steeds dwars over de helling verlopen. Het wegglijden van de maaier kan door schuin omhoog verplaatsen wor-den voorkomen. Kies de maaihoogte naargelang de werkelijke lengte van het gras.
Rijdt het gras in meerdere beurten af zodat het gras per beurt maximaal 4 cm korter wordt gereden. Voordat u controles van welke aard dan ook aan het mes uitvoert dient u de motor af te zetten. Denk eraan dat het mes na het afzetten van de motor nog enkele seconden blijft draaien. Probeer nooit het mes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct bevestigd, in perfecte staat en goed gesl-epen is. Slijp of vervang het mes indien dit niet het geval is. Indien het roterende mes een voorwerp raakt, de maaier uitschakelen en wachten tot het mes helemaal stilstaat. Controleer vervolgens de toestand van het mes en de meshouder. Als het mes beschadigd is, moet het worden vervangen. Instructies voor het gras afrijden:1. Let op vaste voorwerpen. De maaier zou kunnen worden beschadigd of er zouden ver-wondingen kunnen worden veroorzaakt. 2.
Een warme motor, uitlaat of aandrijving kun-nen brandwonden veroorzaken. Niet aanra-ken. 3. Op hellingen of steil afhellende terreinen voorzichtig maaien. 4. Ontbrekend daglicht of niet voldoende kunst-matige verlichting zijn een reden om het gras afrijden te stoppen. 5. Controleer de maaier, het mes en de andere componenten als u in een vreemd voorwerp bent gereden of als het toestel sterker vibre-ert dan normaal. 6. Verander niet van afstelling of voer geen her-stellingen uit zonder de motor voordien af te zetten. Trek er de stekker van de ontstekings-kabel af. 7. Let op het wegverkeer op een weg of in de buurt ervan. Hou de grasuitworp weg van de weg. 8. Vermijd plaatsen waar de wielen geen grip meer hebben of het maaien onveilig is. Voor-dat u achteruit gaat dient u er zich van te vergewissen dat geen kleine kinderen achter u zijn. 9.
NL- 74 -6. 4 Leegmaken van de grasopvangzakZodra tijdens het gras afrijden grasresten blijven liggen, moet de opvangzak leeg worden gemaakt. LET OP. Vóór het afnemen van de opvangzak de motor afzetten en wachten tot het maaige-reedschap tot stilstand is gekomen. Om de opvangzak af te nemen tilt u met één hand de uitwerpklep op en met de andere hand neemt u de opvangzak aan het handvat uit (fi g. 4a). Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften valt de uitwerpklep bij het wegnemen van de opvangzak dicht en sluit de achterste uitwerpope-ning. Als daarbij grasresten in de opening blijven hangen, trekt u de maaier best ongeveer 1 m terug om het starten van de motor te vergemak-kelijken. Grasresten in het koetswerk van de maaier en op het werkgereedschap niet met de hand of de voet verwijderen maar met de gepaste hulpmiddelen, b. v. borstel of handveger.
Om een goed opraapresultaat te bereiken dienen de opvangzak en vooral het net na gebruik van binnen te worden schoongemaakt. Opvangzak enkel vasthaken als de motor afgezet is en het maaigereedschap stilstaat. Uitwerpklep met één hand optillen en met de andere hand de opvangzak aan het handvat vast-houden en van boven vasthaken. 6. 5 Na het gras afrijden1. De motor steeds laten afkoelen voordat u de maaier in een gesloten ruimte opbergt. 2. Verwijder voor het opbergen gras, loof, smeer en olie. Leg geen andere voorwerpen op de maaier. 3. Controleer alle schroeven en moeren voordat u de maaier opnieuw gebruikt. Los gekomen schroeven moeten worden aangehaald. 4. Verwijder de opvangzak voordat u de maaier opnieuw gebruikt. 5. Trek er de bougiestekker af om ongeoorloofd gebruik te voorkomen. 6. Let er op dat de maaier niet naast een geva-renbron wordt opgeborgen.
Als de maaier een tijdje niet wordt gebruikt, dient u de benzinetank te ledigen m. b. v. een benzinezuigpomp. 9. Draag kinderen op, de maaier niet te gebrui-ken. Het is geen speelgoed. 10. Bewaar nooit benzine in de buurt van een vonkenbron. Gebruik altijd een goedgekeurde jerrycan. Hou kinderen weg van benzine. 11. Olie en onderhoudt het toestel. 12. Hoe u de motor afzet: Om de motor af te zetten laat u de motor motorstart-/mo-torstophendel los (fi g. 5a, pos. 1a). Trek de bougiestekker af van de bougie om te voorkomen dat de motor start. Controleer vóór het herstarten de trekkabel van de mo-torrem. Controleer of de trekkabel correct gemonteerd is. Een geknikte of beschadigde afzetkabel moet worden vervangen. 7.
Reiniging, onderhoud, opbergen, transport en bestellen van wisselstukkenLet op:Werk nooit aan onderdelen van het ontste-kingssysteem waarop spanning staat en raak deze nooit terwijl de motor draait. Trek vóór alle onderhoudswerkzaamheden de stekker van de ontstekingskabel van de bougie af. Voer nooit om het even welke werkzaamheden op het draaiende toestel uit. Werkzaamheden die niet in deze hand-leiding beschreven zijn mogen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd. 7. 1 ReinigingHet is aan te raden de maaier na elk gebruik grondig schoon te maken. Vooral de onderkant en de meskooi. Te dien einde kantelt u de gras-maaier naar de linkerkant (overkant van het olie-vulpijp). Aanwijzing: Voordat u de gazonmaaier kantelt moet u de brandstoftank volledig leegmaken m. b. v. een benzinezuigpomp. De maaier mag met niet meer dan 90 graden worden gekanteld.
Vuil en gras verwijdert u best onmiddellijk na het gras afrijden. Vastgekoekte grasresten en vuil kunnen het maaien moeilijker maken. Controleer of de grasuitwerpkoker vrij is van grasresten en verwi-jder die indien nodig. Maak de maaier nooit met een waterstraal of hogedrukreiniger schoon. Zorg ervoor dat geen water binnen in het toestel te-recht kan komen.
NL- 75 -7. 2 OnderhoudVoor onderhoudsintervallen wordt verwezen naar het bijgaande onderhoudsboekje ben-zine. Let op: Vervuild onderhoudsmateriaal, oliën, vet-ten enz. dient u naar een inzamelplaats te bren-gen die daarvoor is voorzien. 7. 2. 1 Wielassen en wielnavenMoeten eenmaal per seizoen lichtjes worden in-gevet. Daarvoor neemt u de wielkappen met een schroevendraaier af en maakt u de bevestigings-schroeven van de wielen los. 7. 2. 2 MesLaat het mes om veiligheidsredenen enkel door een geautoriseerde vakwerkplaats slijpen, uitba-lanceren en monteren. Om een optimaal werkre-sultaat te bereiken is het aan te bevelen het mes eenmaal jaarlijks te laten controleren. Verwisselen van mes (fi g. 8)Bij het vervangen van het snijgereedschap mogen enkel originele wisselstukken worden gebruikt. De kenmerking van het mes moet overeenstemmen met het nummer opgegeven in de wisselstukkenlijst.
Nooit een ander mes monteren. Beschadigde messen Mocht het mes ondanks alle voorzichtigheid in contact komen met een hindernis, onmiddellijk de motor afzetten en de bougiestekker aftrekken. Maaier opzij kantelen en mes op beschadiging controleren. Beschadigde of kromgebogen messen moeten worden vervangen. Nooit een kromgebogen mes weer rechtbuigen. Nooit met een kromgebogen of fl ink versleten mes werken, want dat veroorzaakt trillingen en kan verdere be-schadigingen van de maaier tot gevolg hebben. Let op: Er bestaat lichamelijk gevaar als met een beschadigd mes wordt gewerkt. Mes bijslijpenDe meskanten kunnen met een metaalvijl worden bijgeslepen. Om onbalans te voorkomen dient het slijpen enkel door een geautoriseerde vakwerk-plaats te worden uitgevoerd. 7. 2. 3 OliepeilcontroleLet op: Motor nooit zonder of met te weinig olie laten draaien.
Daardoor kan zware schade aan de motor worden berokkend. Controle van het oliepeil:Plaats de maaier op een eff en horizontaal vlak. Draai er de oliepeilstok (fi g. 9a, pos. 7a) naar links uit en wis de peilstok af.
Peilstok de vulpijp terug in steken tot tegen de aanslag, maar niet dicht-draaien. Peilstok uittrekken, horizontaal houden en het oliepeil afl ezen. Het oliepeil moet zich tussen MAX en MIN van de oliepeilstok (fi g. 9b) bevinden. Verversen van de olieHet is aan te bevelen de motorolie bij kamertem-peratuur te verversen. • Zet een platte olieopvangbak onder de maai-er gereed. • Olievulplug (fig. 9a, pos. 7a) openen. • Draai de olieaftapplug (fig. 9c, pos. 7b) open. Laat de warme motorolie weglopen naar een opvangreservoir. • Na het uitlopen van de afgewerkte olie de olieaftapplug terug dichtdraaien. • Verse motorolie ingieten tot het bovenste merk van de oliepeilstok is bereikt. • LET OP. Oliepeilstok voor het controleren van het oliepeil niet indraaien maar slechts tot aan de schroefdraad insteken. • U dient zich van de afgewerkte olie volgens de van kracht zijnde bepalingen te ontdoen. 7.
2. 4 Onderhoud en afstelling van de trekka-belsDe trekkabels vaak oliën en controleren of ze ge-makkelijk bewegen. 7. 2. 5 Onderhoud van de luchtfi lter (fi g. 10)Door verontreinigde luchtfi lters gaat het motor-vermogen achteruit omdat te weinig lucht naar de carburator wordt toegevoerd. Bij zeer stoffi ge lucht dient de luchtfi lter vaker te worden gecont-roleerd. Let op: Luchtfi lter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen schoonmaken. Luchtfi lter enkel met perslucht of door uitkloppen reinigen. Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 75Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 75 09. 09. 13 15:1809. 09. 13 15:18.
NL- 76 -7. 2. 6 Onderhoud van de bougieReinig de bougie met een koperen draadborstel. • Trek er de bougiestekker (fig. 11, pos. 24) met een draaiende beweging af. • Verwijder de bougie met behulp van een bou-giesleutel. • De assemblage gebeurt in omgekeerde volgorde. 7. 2. 7 Controle van de v-snaarOm de v-snaar te controleren verwijdert u de v-snaarafdekking (fi g. 12, pos. 5b) zoals voorge-steld in fi g. 12. 7. 2. 8 HerstellingNa een herstelling of na een onderhoudsbeurt dient er zich van te vergewissen dat alle veilig-heidsrelevante onderdelen aangebracht en in een behoorlijke staat zijn. Stukken die verwon-dingen kunnen veroorzaken dienen voor andere personen en kinderen ontoegankelijk te worden bewaard.
Let op: Volgens de productaansprakelijkheidswet zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ondeskundige herstelling is veroorzaakt of als bij wisselstukken niet de originele stukken of door ons goedgekeurde stukken worden gebruikt. Wij zijn evenmin aansprakelijk voor schade die te wijten is aan ondeskundige herstellingen. Laat herstellingen door de klantendienst of door een geautoriseerde vakman uitvoeren. Dit geldt anal-oog ook voor accessoires. 7. 2. 9 WerktijdenWat betreft de werktijden gelieve de van kracht zijnde wettelijke bepalingen in acht te nemen die plaatselijk kunnen verschillen. 7. 2. 10 Onderhoud van de batterij • Let er steeds op dat uw batterij vast geïnstal-leerd is. • Er moet een perfecte verbinding met het leidingnet van de elektrische installatie ver-zekerd zijn. • Batterij schoon en droog houden. 7.
3 Voorbereiding voor het opbergen van de maaierWaarschuwing: Verwijder de benzine niet in ges-loten ruimten, in de buurt van vuur of tijdens het roken. Gasdampen kunnen ontploffi ngen of brand veroorzaken. 1. Maak de benzinetank met een benzinezuig-pomp leeg. 2. Start de motor en laat hem draaien tot de res-terende benzine is verbruikt. 3. Ververs de olie telkens aan het einde van het seizoen.
Te dien einde de afgewerkte motoro-lie uit de warme motor verwijderen en verse olie ingieten. 4. Verwijder de bougie van de cilinderkop. Giet ca. 20 ml olie de cilinder in m. b. v. een oliekan. Trek de startergreep langzaam zodat de olie de cilinder binnen beschermt. Draai de bou-gie er weer in. 5. Maak de koelribben van de cilinder en het huis schoon. 6. Maak het hele toestel schoon om de lakverf te beschermen. 7. Bewaar het toestel op een goed verluchte plaats. 8. Demonteer de batterij als de grasmaaier lan-ger dan 3 maanden wordt opgeborgen. Voor aanwijzingen aangaande het opbergen van de batterij wordt verwezen naar de veiligheidsins-tructies van de batterij (punt 3. ). 7. 4 Voorbereiding van de maaier voor het transport1. Maak de benzinetank leeg (zie punt 7. 3/1). 2. Laat de motor draaien tot al de resterende benzine verbruikt is. 3. Verwijder de motorolie uit de warme motor. 4.
Verwijder de bougiestekker van de bougie. 5. Maak de koelribben van de cilinder en het huis schoon. 6. Haak de starttrekkabel los uit de haak (fi g. 3c). Draai de stermoeren los en klap de bo-venste schuifbeugel omlaag. Let er wel op dat de trekkabels bij het omklappen niet worden geknikt. 7. Wind enkele lagen golfkarton tussen de bo-venste en onderste schuifbeugel en de motor om het schuren te voorkomen. Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 76Anl_GH_PM_51_S_HW_E_SPK2. indb 76 09. 09. 13 15:1809. 09. 13 15:18.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Einhell GH-PM 51 S HW-E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Einhell
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier