Ecom xcom 400 Handleiding


Pagina's 66 Nederlands Mobiel

Bekijk de handleiding van Ecom xcom 400 gratis online of download de PDF. 48 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

x.com 400/401
x.com 500/501-Ex
x.com 510/511-Ex
x.com 600/601-Ex
x.com 610/611-Ex
Gebruikshandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Ecom
Categorie: Mobiel
Model: xcom 400

Handleiding Ecom xcom 400 – volledige tekst

1Kennismaken met de x.com Hartelijk gelukgewenst met uw aankoop van een mobiele telefoon van het type x.com.De x.com-serie is in verschillende versies en modellen verkrijgbaar.ModellenVersie Dualband GSM Dualband GSM + GPS + positiesensorIndustrieversie 400 401Categorie 3G/3Dvoor gebruik in zone 2 resp. 22 500 -Ex 501 -ExCategorie 3GVoor gebruik in zone 2 510 -Ex 511 -ExCategorie 2G/2Dvoor gebruik in zone 1 resp. 21 600 -Ex 601 -ExCategorie 2GVoor gebruik in zone 1 610 -Ex 611 -ExDe verschillen tussen de versies en modellen hebben geen betrekking op de bediening van de toestellen, maar hebben vooral te maken met constructie en beschikbare functies.

Raadpleeg de EX-Veiligheidsin-structies of neem contact op met ecom instruments GmbH in Assamstad als u vragen wilt stellen over de explosieveilige versies 500 -Ex, 501 -Ex, 510 -Ex, 511 -Ex, 600 -Ex, 601 -Ex, 610 -Ex of 611 -Ex.De bedieningshandleiding vervangt niet de vereiste veiligheidsinstructies voor de Ex-versies 500-Ex, 501 -Ex, 510-Ex, 511 -Ex, 600 -Ex, 601 -Ex, 610 -Ex of 611 -Ex voor een veilig en ongevaarlijk gebruik in ex-plosiegevaarlijke omgevingen. Die worden apart bijgevoegd; u dient ze voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen aandachtig te lezen.

82. Inhoud leveringControleer bij het openen van de verpakking of alle onderdelen aanwezig zijn:1. Mobiele telefoon2. Oplader3. Batterij4. Gebruikshandleiding5. Veiligheidsinstructies (x.com 5xx -Ex / 6xx -Ex)6. Software (ecom instruments GMBH behoudt zich het recht voor al dan niet een cd mee te leveren, als alternatief kan de software ook via internet van de website www.wellphone.com worden gedownload. De licentiesleutel wordt meegeleverd.)uvwxy

Beschrijving Lang indrukken: inschakelen / uitschakelen Kort indrukken: Tijdens een oproep: oproep weigeren - ophangen In een menu: terug naar het beginscherm Tijdens een oproep: inschakelen/uitschakelen van de handsfree modus (WAARSCHUWING: houd de telefoon in de handsfree modus niet vlakbij uw oor, omdat dit tot gehoorbeschadigingen kan leiden) Tijdens een oproep: verbinding tot stand brengen - oproep ontvangen Rechter programmeerbare toets: Op het beginscherm: tweemaal kort indrukken: het Postvak IN openen; Lang indrukken: netwerkinstellingen weergeven In een menu: weergave van de op het scherm weergegeven geselecteerde optie (*) Linker programmeerbare toets: Op het beginscherm: tweemaal kort indrukken: telefoonboek openen, Bluetooth weergeven, lang indrukken: de wekker activeren of deactiveren In een menu: weergave van de op het scherm weergegeven geselecteerde optie (*) Met de navigatiestick, die in vier richtingen kan bewegen, kunt u het volgende doen: - De cursor op het scherm verplaatsen door de stick in de gewenste richting te duwen.

- De selectie bevestigen door op de stick te drukken. - Op het beginscherm: lang indrukken in één van de vier richtingen: bepaalde functies oproepen (sneltoetsen). Opmerking: wanneer de pictogrammen [pictogram] en [pictogram] worden weergege-ven op het scherm, roept u de functie op met de navigatiestick Kort indrukken en [OK]: toetsenblokkering in- of uitschakelen Ingedrukt houden: Op het beginscherm. stille modus Tijdens een binnenkomende oproep: beltoon uitschakelen (kort indrukken) Tijdens instellen beltoon: inschakelen/uitschakelen van de beltoon Bij het opstellen van een bericht: Kort indrukken: tussen verschillende invoermodi schakelen (T9, ABC, 123); Lang indrukken: hoofdletters/kleine letters Als u een van de toetsen 2 tot en met 9 ingedrukt houdt, wordt het telefoonboek direct weergegeven.

114. NavigatieMet deze basisprincipes gaat het bedienen van uw nieuwe telefoon vrijwel vanzelf.Bevestig door te drukken op de toets of de navigatiestick.Als u op de toets drukt, keert u Terug naar het vorige niveau.De miniaturen onder aan het scherm verwijzen naar de toetsen en .In de menu’s ziet u het vorige niveau op de titelbalk.Als u vanuit het beginscherm op de navigatiestick drukt, worden de pictogrammen van de hoofdmenu‘s weergegeven.Wanneer u op de navigatiestick en vervolgens op een cijfer drukt, kunt u een menu direct open-en.

Als u bijvoorbeeld op de navigatiestick en dan op 8 drukt, wordt het telefoonboek geopend.Met de toets gaat u van een menu naar een submenu.Met de toets gaat u van een submenu naar een menu.Druk kort op de toets om de huidige functie af te breken en terug te gaan naar het begin-scherm.Sommige menu‘s bevatten een menu Help ( ), waarmee u wordt geïnformeerd over de ver-schillende functies van de submenu‘s.

125. BeginschermHet beginscherm kan de volgende elementen bevatten:1 - De titelbalkpictogrammen: Batterij Doorschakelen Oproep (oproep tot stand brengen) Oproep (handsfree) Melding (ontvangst van een bericht, berichtgeheugen vol) FAX-verbinding DATA-communicatie Stille modus Bericht in voicemailbox WAP-communicatie (@) GPRS Thuiszone Roaming Alleen alarmdiensten kunnen worden gebeld Toetsenblokkering Beveiligde WAP-aanmelding Beveiligde WAP-aanmelding met certificaat Signaalsterkte (max. 5 streepjes)2 - Datum en tijd in digitale weergave3 - Netwerkprovider4 - Miniatuur in het midden onderaan:Volgens de miniatuur voor het „hoofdmenu“ kunt u het menu bereiken door op de navigatie-stick te drukken. De volgende informatie kan ook worden weergegeven: „1 bericht ontvangen“ of „1 oproep“.U kunt de melding wissen door kort op de toets te drukken

136. Het toestel in gebruik nemenInformatie op de SIM-kaart Om uw toestel te kunnen gebruiken, hebt u een zogenoemde SIM-kaart nodig. Deze bevat persoonlijke informatie die u kunt wijzigen:- geheime codes (pincodes): persoonlijke identificatienummers zijn codes waarmee u de toegang tot uw SIM-kaart en toestel kunt beveiligen. - telefoonboek, - berichten, - de werking van bepaalde services, - uw toestel is geschikt voor SIM 3V-kaarten.WAARSCHUWINGU moet zorgvuldig met deze kaart omgaan om beschadiging te voorkomen. Mocht u de SIM-kaart verliezen, neem dan onmiddellijk contact op met uw netwerk- of serviceprovider.Houd uw SIM-kaart altijd buiten het bereik van kleine kinderen.

14Voor het eerste gebruik: plaatsen van de SIM-kaart en de batterij Schuif de SIM-kaart in de kaarthouder.Let er daarbij op dat de schuine hoek van de kaart juist geplaatst wordt, zoals te zien is op de afbeelding dan wel op het plaatje in het apparaat. Leg bij het plaatsen van de batterij eerst de bovenkant in het compartiment en druk dan de onderkant aan. Versie x.com 50x -Ex / 60x -ExMonteer de veiligheidsvergrendeling!Batterij verwijderenGa als volgt te werk om de batterij uit het toestel te verwijderen.Versie x.com 50x -Ex / 60x -Ex.- Draai het toestel om. Druk op het batterijdeksel in het midden van de uitsparing en licht het deksel van het apparaat.Aan de slagU bent nu klaar om het toestel voor het eerst te gebruiken.Druk op de toets om het toestel in te schakelen. Er verschijnt een toegangsscherm.

Bij het eerste gebruik van uw telefoon moet u diverse instellingen uitvoeren die vervolgens worden gebruikt als de standaardinstellingen totdat u ze weer wijzigt.Selecteer na het invoeren van uw pincode en de datum en tijd de volgende instellingen: tijdzone, zomertijd, beltoon, volume, trilmodus en voicemailnummer. Als u contactpersonen hebt opgeslagen op de SIM-kaart, wordt u gevraagd of u deze wilt kopiëren naar het geheugen met contactpersonen.vvuuVersie x.com 50x -Ex Versie x.com 60x -Ex ›fi

15PincodeDit is de geheime code van uw SIM-kaart.Als toegang tot de SIM-kaart is beveiligd, wordt u gevraagd de pincode in te voeren: Voer de code in. Deze bevat minstens 4 en hoogstens 8 cijfers en wordt bij de SIM-kaart geleverd. De cijfers verschijnen om veiligheidsredenen niet op het scherm. Druk op [Bevest.] of op de navigatiestick om uw keuze te bevestigen. Als het toestel aangeeft dat de SIM-kaart ontbreekt, drukt u op de toets om het toestel uit te zetten en controleert u of de SIM-kaart correct is geplaatst.WaarschuwingAls u driemaal achter elkaar een verkeerde pincode invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd. U moet dan het volgende doen: - Voer de PUK-code (Personal Unblocking Key) in die u van de serviceprovider hebt gekregen en bevestig de invoer.- Voer uw pincode in en bevestig de invoer.- Voer uw pincode nogmaals in en bevestig de invoer.

Doe dat in deze volgorde: **05*PUK*PIN*PIN#.Na 5 of 10 mislukte pogingen (afhankelijk van het type SIM-kaart) wordt de SIM-kaart definitief geblokkeerd. Neem dan contact op met de serviceprovider om een nieuwe kaart aan te vragen.Datum en tijd instellenBij het eerste gebruik van uw telefoon moet u de datum en tijd instellen. Wanneer de batterij een keer helemaal leeg is, of uit het toestel verwijderd is geweest, wordt u nadat u de telefoon hebt aangezet, gevraagd de datum en tijd te bevestigen.De datum instellen:Stel de datum in door deze direct in cijfers in te voeren of gebruik de navigatiestick om de voorgestelde datum te wijzigen. Gebruik de navigatiestick om het volgende (of laatste) invoer-veld te openen. Als u de juiste datum hebt ingevoerd, drukt u op de toets om de invoer te bevestigen.

16De tijd instellen:Volg dezelfde procedure als voor het instellen van de datum.NetwerkVanaf nu zoekt het toestel voortdurend naar een netwerk voor het tot stand brengen van verbin-dingen. Als het toestel een netwerk vindt, verschijnt de naam van het netwerk op het scherm. U kunt nu oproepen doen of ontvangen.Als het netwerkpictogram verschijnt, zijn er oproepen mogelijk via het netwerk van uw eigen serviceprovider. Als de letter R en de naam van een netwerk verschijnen, zijn er oproepen mogelijk via het netwerk van een andere serviceprovider. Als de letter E verschijnt zonder netwerknaam, zijn alleen de alarmdiensten (ambulance, politie, brandweer) toegankelijk. Als het netwerkpictogram knippert, is het toestel in de zoekmodus. Er is geen netwerk beschikbaar zolang het pictogram knippert. De signaalsterkte-indicator geeft aan wat de ontvangstkwaliteit is.

Als de indicator minder dan drie streepjes aangeeft, moet u zoeken naar een locatie met een betere ontvangst om zonder storing te kunnen bellen.Eerste oproepKies het nummer van degene die u wilt bellen.Druk op de toets .Tijdens het tot stand brengen van de verbinding knippert het pictogram Oproep actief op het scherm. Eventueel wordt met een geluidssignaal aangegeven of de oproep tot stand is gekomen. Als de verbinding eenmaal tot stand is gekomen, stopt het oproeppictogram met knipperen. U kunt het geluidsvolume aanpassen met de navigatiestick.Aan het einde van het gesprek drukt u op de toets om de verbinding te verbreken.Voicemail bellenHoud in het beginscherm de toets 1 ingedrukt.Internationaal bellenHoud de toets 0 ingedrukt tot „+“ wordt weergegeven en toets dan zonder te wachten op de kiestoon de landcode, het netnummer en het abonneenummer in.

17AlarmdienstenAfhankelijk van de serviceprovider kunt u de alarmdiensten bereiken met of zonder SIM-kaart, of zelfs terwijl het toetsenbord is geblokkeerd. De enige voorwaarde is dat u zich in een gebied bevindt dat door het desbetreffende netwerk wordt gedekt.Kies 112 en druk op de toets om een internationale alarmdienst op te roepen.Oproepen ontvangenDruk op de toets of op de toets om de oproep te beantwoorden.

U kunt nu spreken.Druk op de toets of op de toets om de oproep te weigeren.Als u een oproep ontvangt, verschijnt het nummer van de beller op uw scherm (als het netwerk die functie ondersteunt).Druk op de toets om de beltoon of de trilfunctie te onderdrukken zonder de oproep te weigeren.Handsfree bellenDruk tijdens een gesprek op de toets en vervolgens op OK om over te schakelen naar handsfree bellen.Opmerking: houd de telefoon in de handsfree modus niet vlakbij uw oor, omdat dit tot gehoor-beschadigingen kan leiden.Als u tijdens een gesprek op [Opties] drukt, beschikt u vervolgens over een aantal functies: overschakelen naar handsfree bellen, gesprek in de wacht zetten, microfoon uitschakelen, gesprek beëindigen, menu‘s weergeven.Als u op [Dempen] drukt, wordt de microfoon uitgeschakeld tot u die weer inschakelt, waarmee u kunt voorkomen dat uw gesprekspartner meeluistert terwijl u met andere personen overlegt.Info: Alle nummers van de laatste gesprekken (eigen oproepen en ontvangen oproepen) wor-den opgeslagen in de bellerslijst.

18UitschakelenDruk op de toets (lang indrukken). Het bericht dat de mobiele telefoon wordt uitgeschakeld, wordt weergegeven. Het toestel wordt uitgeschakeld.7. Het toestel gebruikenDe antenne vrijhouden De antenne is in het toestel ingebouwd, bovenin aan de achterkant. Let op dat u de antenne niet met uw vingers afdekt wanneer het toestel is ingeschakeld. Als de antenne door uw vingers wordt afgedekt, verbruikt het toestel mo-gelijk meer vermogen dan normaal, wat een negatief effect heeft op de werkingsduur van de batterij. Ook kan de kwaliteit van de communicatie hieronder lijden. Niet-ioniserende straling U kunt het toestel het beste in loodrechte stand gebruiken. Dat verhoogt uw persoonlijke veiligheid.De werkingsduur van de batterij verlengen- Druk alleen op toetsen als dat nodig is.

Elke keer dat u op een toets drukt, wordt de achter-grondverlichting ingeschakeld waardoor het stroomverbruik toeneemt.- Dek de antenne niet met uw vingers af.

19De batterij opladen Uw telefoon wordt gevoed door een oplaadbare batterij. Een nieuwe batterij moet gedurende ten minste acht uur worden opgeladen voordat u deze kunt gaan gebruiken. De optimale capaciteit wordt bereikt na een paar gebruikscycli. Als de batterij (bijna) leeg is, wordt dit op de telefoon aangegeven (het pictogram Batterij leeg knippert). U moet de batterij dan minstens 15 minuten opladen voordat u de telefoon weer inschakelt. U kunt zo voor-komen dat de verbinding tijdens een gesprek wordt verbroken. Ga als volgt te werk om de batterij opnieuw op te laden: Steek de oplader in een stopcontact. Versie x.com 50x -Ex / 60x -Ex: - verwijder de veiligheidsvergrendeling. Sluit de kabel aan op de onderzijde van de telefoon. De batterij van de telefoon wordt opgeladen. Het batterijpictogram schuift op en neer om aan te geven dat de batterij wordt opgeladen.

Wanneer de batterij volledig is opgeladen, stopt het opladen vanzelf. Koppel de kabel weer los van de telefoon. Versie x.com 50x -Ex / 60x -Ex: - Monteer de veiligheidsvergrendeling. De batterij kan tijdens het opladen warm worden. Dit is een normaal verschijnsel.WAARSCHUWING - Als de batterij wordt blootgesteld aan vuur of niet op de juiste wijze wordt verwisseld, ontstaat explosiegevaar. Laat geen kortsluiting ontstaan. De batterij bevat geen ver-vangbare onderdelen. Probeer nooit de behuizing van de batterij te openen. Gebruik uitsluitend opladers en batterijen die door ecom instruments GmbH zijn goedgekeurd. Gebruik van andere opladers of batterijen kan gevaarlijk zijn. In dat geval verliest u uw recht op garantie. Voer lege

20batterijen af op de juiste wijze. Het is raadzaam de batterij uit de telefoon te halen als u deze langere tijd niet wilt gebruiken. Het wordt sterk ontraden om de mobiele telefoon aan de oplader aan te sluiten, als zich geen batterij in het toestel bevindt. De oplader is een transformator. Het is een onderdeel dat van invloed is op de veiligheid en mag onder geen beding worden veranderd of worden vervangen door een ander onderdeel (een eenvoudige stekker of iets dergelijks). De telefoon kan niet ingeschakeld worden als de batterij volledig ontladen is. Sluit de telefoon aan op de oplader. Na enkele minuten opgeladen te hebben, schakelt de telefoon zichzelf in. Als de optie Start op het scherm verschijnt, kunt u de telefoon weer inschakelen.8. TelefoonboekTelefoonboek gebruikenOpen het menu Telefoonboek.

Als er al contactpersonen zijn ingevoerd, wordt de lijst met contactpersonen weergegeven (Informatie over het invoeren van contactpersonen vindt u in Nieuwe contactpersonen opslaan). Wanneer u een contactpersoon selecteert, verschijnt er een pictogram in de titelbalk: contactpersoon die op de SIM-kaart is opgeslagen contactpersoon die in de telefoon is opgeslagen contactpersoon die in het vaste telefoonboek is opgeslagen. Zie PIN2-code en Vast tele-foonboek in het menu Beveiliging voor meer informatie over deze activering.U kunt een contactpersoon snel opzoeken door de eerste letters (maximaal drie) in te toetsen.

De contactpersoon wordt vervolgens weergegeven als u op [Bevest.] drukt.Nieuwe contactpersonen opslaan- Roep het telefoonboek op het scherm op, druk op [Opties] en selecteer SIM-contact toevo-egen of Contact telefoon toev..- Voer de achternaam in en druk op de navigator.- Voer het nummer in en druk op de navigator [Bevest.].

21Opmerking: u kunt andere velden invullen als u de contactpersoon in het telefoongeheugen opslaat (e-mail, adres, beltoon, foto etc.).- Druk op [Opslaan] om de contactpersoon op te slaan.Contactpersonen bellenDat kan op meerdere manieren:- Selecteer een contactpersoon. Druk op om te bellen.- Selecteer een contactpersoon, druk op [Bevest.]. Het nummer van de contactpersoon wordt weergegeven. Druk op [Oproep] om deze persoon te bellen.- Direct bellen vanuit het wachtscherm (alleen voor de contactpersonen die in het SIM-kaartge-heugen zijn opgeslagen): toets het nummer in waaronder deze contactpersoon is opgeslagen en daarna * (voorbeeld: 21 *) of toets het nummer in en sluit af met [#].

Bevestig vervolgens het weergegeven nummer.Opties contactpersonenAls u de opties wilt weergeven, selecteert u een contactpersoon en drukt u op [Opties].Contactpersonen wijzigenBreng de gewenste wijzigingen aan, bevestig ze en selecteer vervolgens [Opslaan] als u klaar bent met wijzigen.Berichten verzendenIn het hoofdstuk Berichten vindt u meer informatie over het verzenden van SMS- en MMS-be-richten aan contactpersonen.Verzenden per:Informatie over het verzenden van de gegevens van een contactpersoon via SMS, MMS of Bluetooth vindt u in de hoofdstukken Berichten en Aansluitingen).Kopie naar SIM / Kopie naar telefoonMet deze opdrachten kunt u de contactpersonen in uw telefoonboek van het ene geheugen

22naar het andere kopiëren. Alleen de naam en het eerste telefoonnummer worden gekopieerd.Mijn nummersU kunt uw eigen telefoonnummers invoeren, zodat u deze zo nodig kunt raadplegen. Selecteer Mijn nummers en bevestig de opdracht. Voer de nummers in en bevestig ze.VerzendlijstenMet behulp van een verzendlijst kunt u hetzelfde bericht naar meerdere ontvangers tegelijk verzenden.Selecteer Menu en druk op de toets OKSelecteer Verzendlijsten en druk op de toets OK. U wordt gevraagd het maken van een nieuwe lijst te bevestigen.Selecteer het type lijst (SMS of MMS) en druk op de de toets OK.Voer een naam in en druk op de toets OK.- Druk in de lijst op [Opties]. Selecteer steeds Nieuw contact voor elke nieuwe contactperso-on die u aan de lijst wilt toevoegen.GeheugenSelecteer Geheugen en bevestig uw keuze. Selecteer SIM of Telefoon en bevestig uw keuze.

Telefoon: op het scherm wordt de hoeveelheid gebruikt geheugen vermeld. Het geheugen wordt gebruikt door het telefoonboek en andere functies. Probeer, als er te weinig geheugen is, ge-heugen dat door andere functies wordt gebruikt, vrij te maken. SIM: het voor contactpersonen beschikbare geheugen.Wissen/Alles wissenHiermee kunt u de geselecteerde contactpersoon of alle contactpersonen wissen.Als eigen kaartje opslaan/VisitekaartjeDe gegevens van een contactpersoon in het telefoongeheugen kunnen op een visitekaartje worden opgeslagen.Selecteer een contactpersoon en druk op [Opties].

23Selecteer Zakelijk-vCard en druk op [Bevest.]. De gegevens worden als visitekaartje opges-lagen. Daarna kunt u deze gegevens lezen, wijzigen of verzenden via SMS of MMS.SynchroniserenAfhankelijk van de functionaliteit die uw serviceprovider u aanbiedt, kunt u uw telefoonboek met uw in het netwerk van de serviceprovider opgeslagen archief synchroniseren. Lokale synchroni-satie met de computer is alleen vanaf de computer mogelijk met behulp van de Wellphone-soft-ware.

Daartoe activeert u Bluetooth op de telefoon of configureert u een USB-verbinding.Synchronisatie van contactpersonen met een computerInstalleer Wellphone, (optionele) software die op de CD wordt meegeleverd, en klik op DIRECT-SYNC: u kunt dan de in het telefoongeheugen opgeslagen contactpersonen synchroniseren met die van Lotus Notes™ of Microsoft Outlook™.LijstkeuzeIn dit menu kunt u het standaardtelefoonboek (SIM, Telefoon, SIM en telefoon) selecteren dat op het scherm verschijnt wanneer u de telefoon inschakelt.9.

Alarm (alleen de versies x.com 401 / 501 -Ex / 511 –Ex / 601 –Ex / 611 -Ex)Met deze functie kunt u één of meerdere ontvangers handmatig of automatisch via SMS of telefonische oproep alarmeren.Activering van alarmMet dit menu kunt u het alarm activerenLWP: Dit alarm gaat automatisch af als de telefoon een gevaar detecteert gekoppeld aan een anormale positie zonder reactie.GPS: wordt gebruikt om de GPS-module te activeren, zodat de positie met het alarm kan worden verzonden. De Voluntary Call (handmatige oproep) is een continu actief alarm, dat wordt geactiveerd als op de alarmknop wordt gedrukt.

24Parameters instellen voor alarmMet dit menu kunt u het alarm configurerenKies in het menu Instellingen eerst Configuratie en dan Alarm.Hoek: Configureren van de ingangshoek en de ontsnappingshoek van de alarmmodus. 2 te configureren parameters:- Ingangshoek in de alarmmodus- Ontsnappingshoek van de alarmmodus (< ingangshoek met een afwijking van minstens 20°).Vooralarm: Instellen van de hoeveelheid tijd die u krijgt om te reageren nadat de mobiele tele-foon een overschrijding van de ingangshoek voor de alarmmodus heeft geconstateerd; na het verstrijken van die tijd wordt het lokale alarm in werking gesteld. De mobiele telefoon trilt om u te bewegen tot actie over te gaan. Als u niet reageert, stelt de mobiele telefoon het lokale alarm in werking.

2 te configureren parameters:- Timer: duur van de vooralarmperiode (in seconden).- Trilling: in- of uitschakelen van de trilfunctie gedurende het vooralarm Lokaal alarm: Configureren van die fase van het lokale alarm waarin de mobiele telefoon een signaal uitzendt om u te bewegen tot actie over te gaan.Als u nog steeds niet reageert, stelt de mobiele telefoon het externe alarm in werking. 2 te configureren parameters:- Geluidssignaal: in- of uitschakelen van het geluidssignaal gedurende het lokale alarm.- Timer: duur van het lokale alarm (in seconden).Extern alarm: Configureren van de volgorde bij het LWP-alarm of handmatige alarm. 5 te configureren parameters:- SMS: Ontvangers aan wie een SMS wordt verstuurd (max. 5 ontvangers)- Oproep: Personen die worden gebeld (max.

5 personen)- Herhalingstimer: Interval tussen eerste en tweede keer SMS verzenden en bellen- Toegestane binnenkomende nummer: Tijdens het alarm kan alleen deze gesprekspartner een oproep plaatsen naar de mobiele telefoon- Markering: Configureren van het geluidssignaal via de luidspreker van de mobiele telefoon gedurende het externe alarm.

25Overige problemen: Configureren van de ontvangers van de SMS-berichten die door de mobiele telefoon worden verzonden bij een bijna lege batterij.Instellen van alarmparameters via SMSDe alarminstellingen kunnen van buitenaf met behulp van een berichtenuitwisselingsprotocol via SMS worden bewerkt. Dit protocol ontvangt u van uw serviceprovider.GPSVoor een optimale positie ten opzichte van de satellieten moet de mobiele telefoon zich in de buitenlucht bevinden zonder storende objecten en hindernissen in de onmiddellijke omgeving. Afhankelijk van de ontvangst kan het enige minuten duren voordat een eerste positiebepaling (Time to First Fix, TTFF) plaatsvindt. Het blauwe GPS-pictogram fungeert als indicatie voor de ontvangststatus.10.

Selecteer in het menu Instellingen de optie Wijzigen, daarna Beveiliging en uiteindelijk Positiebepaling om de automatische acceptatie van positiebepalingen te autoriseren of te weigeren.Als de positiebepaling extern wordt gestart of beëindigd, wordt de gebruiker daarvan met een bericht op de hoogte gesteld.Activeren van positiebepaling via SMSHet configureren van de positiebepaling kan extern met behulp van een berichtenuitwisseling via het SMS-protocol worden uitgevoerd. Dit protocol ontvangt u van uw serviceprovider.

2611. BerichtenVanuit dit menu kunt u SMS- en MMS-berichten verzenden. MMS staat voor Multimedia Message Service. Hiermee kunt u geluid, afbeeldingen en andere bestanden aan uw berichten toevoegen. Deze berichten kunnen zelfs uit meerdere dia‘s bestaan. MMS-berichten worden anders gefactureerd dan SMS-berichten. Vraag uw netwerkprovider om meer informatie over de kosten. Dit menu is ontwikkeld in samenwerking met magic4™ . Een SMS-bericht schrijven Selecteer in het menu Berichten het submenu Schrijven en bevestig uw keuze. Kies de optie SMS. De gebruikte taal is de taal die op het scherm van de telefoon is gekozen. Als de gekozen taal niet geschikt is voor Easy Message T9™, wordt automatisch Engels geselecteerd.Wanneer u een tekst typt, wordt boven in het scherm weergegeven hoeveel tekens u nog kunt gebruiken.

Deze teller wordt niet weergegeven wanneer er een pictogram of geluid wordt ingevoegd in de SMS. Druk op [Opties] als u klaar bent met het typen van tekst, om naar de beschikbare functies te gaan.- Opslaan dient om een concept in het geheugen op te slaan.- ABC-modus (zie pag. 28)- 123-modus (zie pag. 28)- T9-Opties (zie pag. 27)- Met Annuleren wist u de ingevoerde tekst en sluit u de functie af.- Met Tekens verkleinen/Tekens vergroten verandert u de grootte van de tekens.- Met de optie Stille modus in-/uitschakelen kunt u geluidssignalen bij het drukken op toe-tsen voor het invoeren van tekst in- en uitschakelen.- Opmaak dient om een tekst te voorzien van opmaakkenmerken.- Gebruik Invoegen om een afbeelding of audiobestand in het bericht op te nemen (zie pag. 29).Met Easy Message T9™ kunt u snel en zonder rompslomp berichten typen.

27De T9-modus gebruikenDruk eenmaal op de toets met de gewenste letter en vorm het woord door steeds de toetsen in te drukken waarop de verschillende letters staan. Let daarbij niet op het scherm: het woord wordt gemarkeerd weergegeven. Als het woord op het scherm het juiste woord is, drukt u op 0 om het te bevestigen (door op 0 te drukken voegt u een spatie toe). Daarna gaat u verder met het volgende woord. Een bepaalde toetsenreeks kan verschillende woorden opleveren uit het woordenboek. Als het weergegeven woord niet het woord is dat u verwachtte, bladert u met de toetsen Ä~ door de woordenlijst die bij deze toetsenreeks hoort. Als het woord op het scherm het juiste woord is, drukt u op 0 om het te bevestigen (door op 0 te drukken voegt u een spatie toe). Daarna gaat u verder met het volgende woord.

Als het gewenste woord niet op het scherm verschijnt, voegt u net zolang tekens toe totdat het bericht wordt weergegeven. Druk op Ja en bevestig het weergegeven woord als u dit woord wilt accepteren, of verander het woord voordat u het aan de woordenlijst toevoegt.

28Invoermodi Bij het schrijven van een bericht hebben de navigatietoetsen de volgende functie:- Toets É:vorige woord- Toets Ñ:volgende woord- Toets ~:vorige regel- Toets Ä:lvolgende regel- Toets :laatste letter wissen- Toets :Berichtenopties- Toets (kort indrukken):tabel met bijzondere tekens weergeven- Toets (lang drücken):hoofdlettersOp het invoerscherm kunt u met de toets naar andere invoermodi gaan. De modus waarin u de tekst typt, wordt rechtsboven op het scherm weergegeven. Als u de toets kort indrukt, schakelt u over op een andere modus. Met de ABC-modus voert u woorden in die niet in het woordenboek voorkomen. Om een bepaald teken te krijgen, moet u enkele malen op de overeenkomstige toets drukken: de tekens worden stuk voor stuk op het scherm weergegeven. Met de 123-modus voert u getallen in.

Met de Invoegmodus voegt u bijzondere tekens, animaties, pictogrammen voor oproepgroepen en melodietjes in. Er zijn twee soorten afbeeldingen en geluiden:- vooraf gedefinieerde en door de gebruiker gedefinie-erde. Vooraf gedefinieerde afbeeldingen en geluiden zijn speciaal aangepast op het verzenden in korte berichten en zijn kleiner.HoofdlettersAls u de toets langer ingedrukt houdt, wordt de volgende letter als hoofdletter weergegeven (pictogram Ò).Leestekens U maakt leestekens met de toets 1 (behalve in 123-mo-dus) of in de Invoegmodus (die u direct activeert door kort op de toets te drukken).Diakritische tekensIn de T9-modus worden diakritische tekens automatisch gegenereerd. In de ABC-modus drukt u net zo vaak op de toets van het basisteken tot het wordt weergegeven met het gezochte diakritische teken.

29MMS-berichten schrijven Selecteer in het menu Berichten het submenu Schrijven en bevestig uw keuze. Kies de optie MMS. Nadat u de tekst in het vak Berichttekst hebt ingevoerd, kunt u met de toets [Opties] de beschikbare functies oproepen.- Invoegen: Invoegen van multimediaobjecten, bijv. afbeeldingen, animaties en geluiden, in het bericht.- ABC-modus, 123-modus: In deze modus kunt u tekst bewerken en opmaken.- T9-opties: (zie pag. 27).- Diashow: Een diashow maken van multimediaobjecten.- Voorbeeld: Oproepen van voorbeelden van de multimediaobjecten.Berichten opslaan Selecteer Opslaan. Het bericht wordt opgeslagen bij Concepten.Berichten verzenden- Druk na het invoeren van de tekst op de toets OK, of op [Opties] en selecteer Verzenden.- Voer het telefoonnummer van de ontvanger in (of druk op Tel.boek en selecteer het in uw telefoonboek) en druk op de toets OK.

U kunt een e-mailadres opgeven.Opmerking: Het is mogelijk dat de indeling van het spraakbericht (.amr) niet door alle pc‘s wordt ondersteund. Neem daarvoor contact op met de leverancier van uw pc.WAARSCHUWING: als berichten te groot zijn, worden deze mogelijk niet verzonden.

Als u voor het verzenden van het bericht op [Opties] drukt, kunt u kiezen uit meerdere opties:- Verzendopties: met deze opties kunt u de geldigheidsduur aangeven, verzoeken om lees-bevestiging, de prioriteit instellen, het tijdstip van ontvangst en de weergave van de afzender in- en uitschakelen.- Verzendlijst: met deze optie kunt u een verzendlijst selecteren voor het verzenden van het bericht (zie het hoofdstuk Telefoonboek).- Ontvangers: met deze optie kunt u nog meer ontvangers toevoegen.- Editor: met deze optie kunt u de tekst bewerken voordat u het bericht verzendt.- Onderwerp: met deze optie kunt u een onderwerp aan het bericht meegeven.

30Berichten ontvangenWanneer u een bericht ontvangt, wordt de door u gekozen beltoon afgespeeld en verschijnt het berichtpictogram [pictogram] op het scherm. Dit pictogram blijft op het scherm staan tot u het bericht hebt gelezen. Als het knippert, is het geheugen vol. Het ontvangen van pictogrammen, schermachtergronden en melodieën kan enkele seconden duren. Tijdens het downloaden van het bericht wordt er een knipperend pictogram weergegeven. U kunt op twee manieren MMS-berichten ontvangen: automatisch of handmatig. Als u de handmatige modus hebt geactiveerd, krijgt u alleen een aankondiging dat er een MMS-bericht op de MMS-server is binnengekomen. Selecteer de opties Ophalen als u het bericht van de server wilt ophalen. In de paragraaf „Opties“ op pagina 33 vindt u meer informatie over de automatische en de handmatige modus.

Raadpleeg uw serviceprovider voor meer informatie over pictogrammen, achtergronden en melodieën. Zolang u ontvangen berichten niet wist, worden ze op de SIM-kaart of in het telefoongeheugen zelf opgeslagen. Postvak IN Selecteer in het menu Berichten het submenu Postvak IN en druk daarna op de optie [Se-lecteren]. In elk bericht kunt u zien of er bijlagen zijn meegestuurd, op welke tijd en datum het bericht is ontvangen en hoe groot het bericht is. Berichten worden in chronologische volgorde gesorteerd, waarbij het laatst binnengekomen bericht het eerst wordt vermeld. Het aantal berichten dat niet opgehaald is en niet gelezen is, wordt weergegeven. Berichten die niet opgehaald zijn en niet gelezen zijn, worden vet weergegeven. Selecteer een bericht en druk op de toets OK.

Kies een van de beschikbare opties: u kunt ontvangen bijlagen (Afbeeldingen of geluidsbestanden) extraheren en later weer gebruiken. U kunt de inhoud in de desbetref-fende menu‘s oproepen (WAP-bladwijzers bij WAP, melodieën bij Audio, achtergronden bij Thema‘s). Postvak UITDit menu bevat de berichten die niet verzonden zijn.

31Verzonden Als u de optie Verz. bericht. opslaan in het menu Opties hebt ingeschakeld, worden alle ver-zonden berichten opgeslagen onder Verzonden (zie pag. 35). Als er te veel berichten worden opgeslagen, raakt het geheugen snel vol. U kunt dan geen nieuwe berichten meer ontvangen. Elk ontvangen bericht wordt op het scherm weergegeven met de kenmerken (door middel van een pictogram) en de tijd (of datum) van verzenden. Selecteer een bericht en druk op de toets OK. Kies een van de beschikbare opties: Lezen, Wijzigen, Doorsturen, Wissen, Alles wissen.ConceptenAls u een geschreven bericht opslaat, wordt het als concept bewaard.Selecteer in het menu Berichten het submenu Concepten en druk op de optie [Selecteren]. Selecteer een bericht en druk op de toets . Als u dit bericht niet verwijdert, wordt het als concept opgeslagen. Na het verzenden kunt u het dan opnieuw gebruiken.

Kies een van de beschikbare opties: Item wissen, Lezen, Details, Wijzigen.Sjablonen Als u een bericht opstelt en vervolgens de optie Opslaan als sjabloon kiest, wordt het bericht in dit submenu opgeslagen. Bij sjablonen beschikt u over dezelfde opties als bij concepten.BerichtstatusDit menu wordt gebruikt voor het verzenden van statusberichten naar een berichtencentrale. De statusberichten zijn vooraf gedefinieerd met een model waarin de gebruikersstatus en de ID van diens telefoon zijn opgeslagen.U kunt die berichten voor het verzenden wijzigen. U kunt ook nieuwe berichten opstellen. De functies voor het verzenden van berichten zijn gekoppeld aan gebruikersvriendelijke, program-meerbare toetsen. Standaard is deze functie gekoppeld aan de linker programmeerbare toets die zich boven de PTT-toets bevindt.

32Berichten verzendenSelecteer in het menu Berichten het submenu Berichtstatus. Selecteer een bericht dat u wilt verzenden en bevestig de opdracht door op de toets OK te drukken. U kunt het bericht wijzigen. Bevestig die wijzigingen door op OK te drukken en verzend vervolgens het bericht.OntvangerDe ontvanger van het statusbericht is degene die hoort bij het nummer dat is opgegeven via het menu Berichten, submenu Berichtstatus, submenu Ontvangers.PseudoniemDe ID (of het pseudoniem) wordt door de mobiele telefoon aan het einde van het statusbericht toegevoegd. Selecteer in het menu Berichten het submenu Berichtstatus en vervolgens Pseu-doniem als u de ID wilt wijzigen. Voer een naam in (maximaal 15 tekens) en bevestig de naam vervolgens.

Als u het veld leeg laat, wordt het IMEI-nummer van de telefoon als ID gebruikt.Opmerking: De ID wordt door de mobiele telefoon automatisch toegevoegd aan het statusbe-richt. De tekst van het statusbericht mag hoogstens 145 tekens lang zijn.Nieuw bericht Selecteer in het menu Berichten het submenu Berichtstatus en vervolgens Nieuw bericht. Voer de tekst in die in de lijst met statusberichten wordt weergegeven (titel), gevolgd door een regelomslag. Voer de rest van het statusbericht in. Dit bericht wordt samen met eerder opgesla-gen berichten in de mobiele telefoon opgeslagen en is toegankelijk via het menu Berichtstatus.OptiesEr zijn verschillende verzendopties.Selecteer in het menu Berichten het menu Opties en druk daarna op [Selecteren]. Kies een van de beschikbare opties: SMS of MMS.De beschikbare verzendopties zijn: NR. berichtencentrale, Verz. bericht.

33- Verz. bericht. opslaan: (het wordt sterk aanbevolen deze functie uit te schakelen om te voorkomen dat het geheugen te snel vol raakt).- Ophaalmodus: als u zich in een gebied bevindt met slechte ontvangst, kan het nuttig zijn om de handmatige ophaalmodus te kiezen. Dan kunt u berichten op een later tijdstip ophalen.- Prioriteit: een prioriteit selecteren voor het verzenden van een bericht.- Leesbevest. vragen: met deze optie kunt u een verzoek meesturen voor een leesbevestiging.- Geldigheidsduur:Overige instellingen:- Leesbevest.

zenden: als u deze optie kiest, wordt een leesbevestiging verzonden naar de afzender van een binnenkomend bericht.- MMS negeren: schakel deze optie in als u geen MMS-berichten op uw toestel wilt ontvangen.- MMS-server: hiermee kiest u een andere MMS-provider of stelt u de parameters van een nieuwe MMS-provider in.- Afzender weergeven: hiermee kunt u opgeven of u al dan niet op het scherm van de ontvan-ger uw telefoonnummer bij het bericht wilt weergeven.- Max. grootte: [niet-gedocumenteerd, max. grootte] de optie waarmee de max. grootte van MMS-berichten wordt vastgelegd in- en uitschakelen.GeheugenU kunt opvragen hoeveel geheugen nog beschikbaar is voor het opslaan van berichten.Selecteer in het menu Berichten het submenu Geheugen en druk op de optie [Selecteren]. Kies een van de beschikbare opties: SMS of MMS.

De weergave voor SMS heeft betrekking op het beschikbare geheugen op de SIM-kaart of in het telefoongeheugen. De weergave voor MMS heeft betrekking op de hoeveelheid geheugen (in KB) die reeds is gereserveerd.Lokale informatieDit menu wordt gebruikt voor het activeren van de ontvangst van lokale broadcast-informatie via het netwerk.U kunt een keuze maken voor het al dan niet ontvangen van deze informatie (raadpleeg uw netwerkprovider). Selecteer in het menu Berichten het submenu Lokale informatie en druk vervolgens op [Selecteren].

34Voicemail bellenMet deze functie kunt u de voicemail bellen.Selecteer in het menu Berichten het menu Voicemail en druk daarna op [Selecteren].Opmerking: Als u het telefoonnummer van uw voicemail nog niet hebt opgegeven, zult u dat eerst moeten doen via het menu Instellingen, submenu Oproepen, Voicemailnr.VerzendlijstSelecteer in het menu Berichten het submenu Verzendlijsten en druk daarna op de optie [Se-lecteren]. In dit menu staan de verzendlijsten die u in het telefoonboek hebt aangemaakt.

Als u op [Opties] drukt, worden de verschillende opties weergegeven.- Nwe verzendlijst: hiermee kunt u een nieuwe verzendlijst maken.- Naam wijzigen: met deze optie kunt u de naam van een verzendlijst wijzigen.- Nieuw contact: met deze optie kunt u een contactpersoon aan een verzendlijst toevoegen.- Eigenschappen: met deze optie kunt u het type van de verzendlijst en het aantal contactper-sonen in de lijst weergeven.- Item wissen: met deze optie kunt u de verzendlijst wissen.- Lijsten wissen: alle verzendlijsten wissen.- Bericht verzenden: met deze optie kunt u een bericht opstellen en aan de contactpersonen van de verzendlijst verzenden. 12. MultimediaMijn afbeeldingenVia dit menu zijn uw eigen afbeeldingen toegankelijk.Selecteer in het menu Multimedia de optie Mijn afbeeldingen en druk vervolgens op [Selecteren]. De opgeslagen afbeeldingen worden op het scherm weergegeven.

Selecteer met behulp van de toetsen Ä en ~ een afbeelding. Druk na de keuze van een afbeelding op [Opties] en selecteer met behulp van de toetsen Ä en ~ een van de opgesomde opties en bevestig die keuze:- Gebruiken als: hiermee kunt u de afbeelding gebruiken als achtergrond of schermbeveili-ging.

35- Alles wissen: hiermee wist u alle afbeeldingen.- Verzenden per: hiermee kunt u een afbeelding verzenden. (Opmerking: afbeeldingen waarop auteursrechten rusten, mag u niet verzenden.)- Item wissen: hiermee wist u een afbeelding.- Naam wijzigen: hiermee geeft u een afbeelding een andere naam.- Eigenschappen: de eigenschappen van de geselecteerde afbeelding worden weergegeven. U kunt afbeeldingen uitwisselen met een pc met het hulpprogramma MPAS (My Pictures And Sounds), dat u kunt downloaden van www.planetsagem.com. In het menu Afbeeldingenmenu kunt u alle afbeeldingen wissen of een nieuwe afbeelding opnemen.Mijn geluidenVia dit menu zijn uw eigen geluiden toegankelijk.

Voor het manipuleren van geluiden voert u de-zelfde stappen uit als bij het manipuleren van uw afbeeldingen (zie het menu Mijn afbeeldingen).Selecteer in het menu Multimedia de optie Mijn geluiden en druk vervolgens op [Se-lecteren]. Met behulp van de [Opties] kunt u bijvoorbeeld alle geluiden wissen of een nieuw geluid opnemen. De verschillende opties worden weergegeven als u op [Opties] drukt.- Nieuw geluid: een nieuw geluid opnemen.- Verzenden per: een geluid via MMS of Bluetooth verzenden.- Gebruiken als: een geluid toevoegen aan de lijst met melodieën.- Naam wijzigen: een geluid een andere naam geven.- Eigenschappen: de eigenschappen van het geselecteerde geluid.- Wissen: een geluid wissen.- Alles wissen: alle geluiden wissen.U kunt geluiden uitwisselen met een pc met het hulpprogramma MPAS (My Pictures And Sounds), dat u kunt downloaden van www.planetsagem.com.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ecom xcom 400 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden