Duwaco DUW R134A 300 LDE Handleiding

Duwaco Ketel & boiler DUW R134A 300 LDE

Bekijk gratis de handleiding van Duwaco DUW R134A 300 LDE (36 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen. Heb je een vraag over Duwaco DUW R134A 300 LDE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Duwaco
Categorie: Ketel & boiler
Model: DUW R134A 300 LDE

Handleiding Duwaco DUW R134A 300 LDE – volledige tekst

Voorwoord warmtepompboiler Deze handleiding bevat alle benodigde informatie over het installeren, het verhelpen van storingen, afvoer en onderhoud. Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u de unit opent of onderhoud aan de unit uitvoert. Voer het installeren van de unit en het aansluiten van de leiding strikt volgens de handleiding uit. Maak na het installeren en aansluiten alles in orde voordat u de unit inschakelt. Wanneer de unit is geïnstalleerd moet de installateur de gebruiker uitleggen hoe de unit volgens de handleiding bediend en onderhouden moet worden. Ook moet de installateur de gebruiker vragen de handleiding zorgvuldig te lezen, deze te bewaren en de unit strikt volgens de handleiding te bedienen.

De fabrikant van dit product kan niet verantwoordelijk worden gesteld als iemand letsel oploopt of de unit beschadigd raakt als gevolg van onjuiste installatie, het niet op de juiste wijze verhelpen van storingen of onnodig onderhoud dat niet overeenkomstig deze hand-leiding is uitgevoerd. Om de garantie te behouden is het van groot belang dat u zich te allen tijde aan de onder-staande instructies houdt. Onderhoud en bediening moeten worden uitgevoerd volgens het aanbevolen tijdschema en de frequentie die in deze handleiding zijn vermeld. Als deze aanbevelingen niet in acht worden genomen, vervalt de garantie. De handleiding wordt gewijzigd bij verbeteringen van de unit. Dit wordt vooraf niet bekend-gemaakt. In deze handleiding wordt gerefereerd aan de modellen ‘DUW R134A 200 LDE’ en ‘DUW R134A 300 LDE’. Hiermee wordt, tenzij anders aangegeven, zowel de 0,5 kW als de 1 kW versie bedoeld.2

warmtepompboiler10Verwarmingscapaciteit De unit neemt energie van buiten op en geeft de warmte af via de warmtewisselaar. Als de omgevingstemperatuur laag is, zal de verwarmingscapaciteit minder zijn. 3 minuten beveiliging Wanneer de unit uitschakelt en u de unit opnieuw start of de handschakelaar verdraait, zal de unit pas na 3 minuten aanslaan ter bescherming van de compressor. Verwarmingsmodus in bedrijf Als de omgevingstemperatuur te hoog is, schakelt de ventilatormotor uit om de unit te beschermen. Ontdooien In de verwarmingsmodus ontdooit de unit automatisch om het verwarmingsrendement te waarborgen (neemt 2-10 minuten in beslag). De ventilatormotor schakelt uit wanneer de unit bezig is met ontdooien. Bedrijfsomstandigheden Voor een juist gebruik van de unit moet de unit bij een omgevingstemperatuur van 0°C-40°C in bedrijf zijn.

De unit is voorzien van geavanceerde elektronische apparatuur. Het is niet toegestaan water uit meren, ongezuiverd rivierwater of grondwater te gebruiken! Uitschakelen Als de voeding wordt uitgeschakeld, schakelt de unit uit. Als de in bedrijf zijnde unit wordt gestoord door bliksem, autoradio’s of fluctuaties in het stroomnet zet u de handbediende krachtschakelaar uit en schakelt u de unit vervolgens in door op de aan/uitknop te drukken. Lekstroombeveiliging De voedingskabel is voorzien van een lekstroombeveiliging. 3. Functieoverzicht

warmtepompboiler124.2 De warmtepomp aansluiten (Dit gedeelte is overwegend voor de unit met externe oververhitter) 4.2.1 Aansluitingsvereisten: (1) De maat van de flens zoals in de tabel is aangegeven; (2) Vet de flens in met smeermiddel bij het aansluiten van de flensmoer. Draai de moer drie tot vier slagen vast vóór definitief vastzetten; (3) Raadpleeg de tabel voor het aanhaalmoment; (4) Voer de lektest uit wanneer de unit is geïnstalleerd.Specificaties Aanhaal-moment Flensmaat (A) Flens Smeermiddel Ø 12,7 mm 50-60 N.M 15.4-15.8 mm R0.4-.08 Smeermiddel aanbrengen Ø 9.52 mm 35-40 N.M 12.0-12.4 mm 4.2.2 Leidingaansluiting De lengte van de leiding tussen de unit en de warmtepomp is minder dan 5 m en het hoogte-verschil is minder dan 3 m.

4.2.3 De leiding op de warmtepomp aansluiten: (1) Neem de moer van de warmtepomp los, trek de leiding door en sluit deze aan op de warmtepomp; (2) Sluit de leiding aan op de verbindingspunten van de warmtepomp. Draai vervolgens de schroef vast. Raadpleeg bovenstaande tabel voor het aanhaalmoment. 4.2.4 De leiding op de warmwaterunit aansluiten: (1) Neem de koperen moer los en plaats de leiding, trek de leiding vervolgens door zoals in de tabel is aangegeven; (2) Sluit de doorgetrokken leiding aan op de verbindingspunten van de warmwaterunit en zorg dat de hartlijn in dezelfde richting is; (3) Draai de moer stapsgewijs vast, volgens het aanhaalmoment dat in de tabel is aange-geven.4. InstallatieAfbeelding 590±2ºA

warmtepompboiler13 (4) Lektest. Voer de lektest uit wanneer de het aansluiten van de leidingen is voltooid. Vul de stikstof vanuit de hogedrukklep (toevoer) tot de druk 4 MPa bedraagt. Controleer vervolgensde verbindingen met zeepsop. (5) Vacuüm en koelmiddel bijvullen De unit is in de fabriek gevuld met koelmiddel. Wanneer de aansluiting tussen de warmte-pomp en de warmwaterunit gereed is, moet de warmwaterunit vacuüm worden getrok-ken. Ga te werk zoals in onderstaande afbeelding is weergegeven: A Draai de wartelmoer van de hogedrukklep (afvoer) los en sluit de multimanometer aan op de keerklep; B Sluit de vacuümpomp aan op de multimanometer, zet deze vervolgens open om de warmwaterunit vacuüm te trekken. Zorg dat de absolute druk minder dan 70 Pa is en 60 minuten aanhoudt. C Wanneer het vacuüm tot stand is gebracht, opent u de regelklep om het koelmiddel in de warmwaterunit te brengen.

warmtepompboiler144.3 Het regelsysteem testenSchakel de unit in, controleer het display van het elektrische besturingsapparaat. Dit geeft de watertemperatuur aan wanneer de unit stand-by is. Raadpleeg 5.8 als het elektrische besturingsapparaat een foutcode weergeeft. 4.4 Het koelsysteem bedrijfsklaar makenNa het aansluiten een kleine hoeveelheid koelmiddel afgeven vanuit de hogedruk (toevoer) zijde of de vacuümpomp gebruiken om de druk in het systeem te verlagen tot onder 70 Pa; Als de unit vacuüm is getrokken, de hogedrukklep (toevoer) en de hogedrukklep (uitvoer) openen tot de druk balanceerbaar is. Controleer vervolgens de aansluitingen met zeepsop.4.5 Isolatie aanbrengen Zoals in onderstaande afbeelding is weergegeven, moet op de verbindingsleiding isolatie worden aangebracht. Hiervoor kunt u PVC met een dikte van 15 mm – 20 mm gebruiken.

(1) Breng het isolatiemateriaal afzonderlijk rond de twee gasleidingen aan. U kunt de twee geïsoleerde leidingen samen omwikkelen, maar de leidingen moeten niet te strak worden samengetrokken om bevriezing door koude lucht te voorkomen;(2) De elektriciteitsdraad mag niet in contact komen met de koperen leiding. 4. Installatie isolatiemateriaalgasleidingisolatiemateriaalgasleidingAfbeelding 8Voorkom dat andere stoffen in het koelsysteem terecht komenLET OP

warmtepompboiler154. Installatie 4.6 De geschikte unit kiezenKies de juiste unit om energie te besparen. Aantal personen Inhoud vat2-3 mensen 100 l 4-5 mensen 200 l Meer dan 6 mensen 300 l 4.7 Opslag en transportAls regel moet de unit rechtop en watervrij in de transportverpakking worden opgeslagen en/of vervoerd. Voor vervoer over korte afstand is een hellingshoek van 30 graden toegestaan, mits de unit voorzichtig wordt behandeld. Tijdens zowel transport als opslag zijn omgevingstempera-turen van - 20 tot + 70°C toelaatbaar. 4.7.1 Transport met behulp van vorkheftruck Bij vervoer met een vorkheftruck moet de unit op de pallet bevestigd blijven. De hefhoogte moet zo beperkt mogelijk blijven. Omdat de unit topzwaar is, moet de unit stevig worden vastgezet om omvallen te voorkomen. Om beschadiging te voorkomen, moet de unit op een vlakke ondergrond worden geplaatst!

4.7.2 Handmatig transport Bij handmatig transport kan de houten pallet worden gebruikt voor het onderste deel. Met touwen of draagriemen is een tweede of derde transportopstelling mogelijk. Bij dit type vervoer moet er voor worden gezorgd dat de maximaal toegestane hellingshoek van 60 graden niet wordt overschreden. Als vervoer in een schuine stand onvermijdbaar is, moet de unit binnen een uur nadat deze op de definitieve plaats is gezet in gebruik worden genomen. Hoog zwaartepunt, laag kantelpunt!WAARSCHUWINGLet op: Deze tabel is slechts een richtlijn. Kies de unit volgens de lokale omstandigheden en gebruiken.Afbeelding 9max. 60º

warmtepompboiler164.8 Plaats van de installatie (1) Afvalwarmte is nuttige warmte (afbeelding 10) De standaard warmtewisselaar van de warmwater warmtepomp is rechtstreeks aan te sluiten op een tweede warmteopwekkingsysteem, bijvoorbeeld een zonnewarmte-systeem of een boiler. (2) Ontvochtiging in de luchthercirculatie modus (afbeelding 11) Ontvochtigde lucht in de wasruimte zorgt dat de was beter droogt en voorkomt schade door vocht.4. Installatie Afbeelding 10Afbeelding 11

warmtepompboiler17 (3) Koelen in de luchtrecirculatie modus (afbeelding 12) De kamerlucht wordt onttrokken aan de opslagruimte of een wijnkelder, vervolgens in de warmtepomp gekoeld en ontvochtigd en tot slot opnieuw in het vertrek gebracht. Speelkamers, boilerruimtes of bijkeukens zijn ideale installatieplaatsen. De luchtkanalen die door warme gedeelten lopen, moeten geïsoleerd worden om condensvorming te voorkomen. (4) Variabele omschakeling van aanzuiglucht Een luchtverdeelsysteem met geïntegreerde bypasskleppen maakt het mogelijk afwisselend de warmte in de buitenlucht of kamerlucht te benutten voor het produceren van warm water. 4.

InstallatieAfbeelding 12Afbeelding 131) Kies de juiste route om de unit te verplaatsen;2) Verplaats unit zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking;3) Het metalen gedeelte van de geïnstalleerde unit moet elektrisch geïsoleerd worden en voldoen aan de betreffende technische normen voor elektrische apparatuur.Aandachtspunten bij installatie

warmtepompboiler184. 9 WateraansluitingLet op de volgende punten bij het aansluiten van de waterleiding: Probeer de weerstand in de waterleiding zo laag mogelijk te houden. Zorg dat zich geen ongerechtigheden in de leiding bevinden en dat de waterleiding geen oneffenheden heeft. Controleer de leiding zorgvuldig op lekken en breng vervolgens de isolatie rond de leiding aan. Installeer de terugslagklep en veiligheidsklep in watercirculatiesysteem. De nominale leidingbreedtes van de ter plekke geïnstalleerde sanitaire voorzieningen moeten gekozen worden op basis van de beschikbare waterdruk en het verwachte druk-verlies in het leidingstelsel. De waterinstallatie moet worden uitgevoerd conform DIN 1988 (in geval van uitzonderlijke waterleidingdruk moet voorzien worden in een overdrukklep. ) De waterleidingen mogen vast of flexibel zijn.

Zorg dat de gebruikte materialen in het leiding-systeem verenigbaar zijn om corrosieschade te voorkomen. Bij het installeren van leidingwerk op de locatie van de klant, moet verontreiniging van het leidingstelsel worden voorkomen (leidingen moeten vóór het aansluiten van de unit worden doorgespoeld). 4. 10 Elektrische aansluiting Aan de onderzijde van de unit bevindt zich een snoer voor de voeding van de unit. De speci-ficatie van het snoer is 1,5 mm2. Er moet een schakelaar zijn bij het aansluiten van de unit op het elektriciteitsnet. 4. 11 Het systeem testen4. 11. 1 Inspectie vóór het testen Controleer het water in het vat en de aansluiting van de waterleiding. Controleer de stroomvoorziening: zorg dat de voeding normaal is en de elektrische aansluiting correct is. Controleer de unit, zorg dat alles in orde is alvorens de unit in te schakelen.

Controleer het lampje op het besturingsapparaat wanneer de unit in bedrijf is. 4. 11. 2 Testen Schakel de unit in via het besturingapparaat. Luister goed naar de unit wanneer de unit is ingeschakeld. Schakel de unit onmiddellijk uit wanneer u een afwijkend geluid hoort.

warmtepompboiler19Deze bedieningshandleiding is van toepassing op de microprocessorregeling voor lucht-/water verwarming.Het regelcircuit bestaat uit een verregaand geïntegreerde single chip microcontroller met aanvullende geïntegreerde circuits, die via een I/O- en A/D-interface de verschillende ingangs- en uitgangssignalen van de lucht-/waterverwarming selecteert en berekent, deze vergelijkt, op basis van deze vergelijking de op dat moment ingestelde modus, temperatuur, tijd en andere parameters regelt en naar aanleiding van de resultaten de desbetreffende acties uitvoert, met het doel de watertemperatuur te regelen en energie te besparen.5.1 Hoofdkenmerken en functies Automatische ontdooifunctie. Automatische diagnose- en beveiligingsfunctie. Uitschakelgeheugenfunctie. Geforceerde uitblaasluchtfunctie. Ventilatiefunctie.

De functie van het bedieningspaneel is het selecteren, configureren en weergeven van de werkmodi en parameters van het systeem en het in- en uitschakelen van het systeem.De functie van de hoofdregelprint is het berekenen, meten en uitvoeren.Er is een speciaal communicatieprotocol toegepast voor de communicatie tussen bedienings-paneel en hoofdregelprint.Gebruik van het bedieningspaneel - zoals afgebeeld in afbeelding 15.4 Toetsen en functies(1) Aan/uit-toets “ ”Indien de voedingsspanning aanwezig is, is de regeling in stand-by modus, waarbij de regeling alleen de klok en de temperatuur onder en boven in de watertank weergeeft, zonder verdere aanduidingen, zoals afgebeeld in afbeelding 2.Indien de compressor niet start door een tijdsvertraging of een temperatuurbeperking, zal het symbool “ ” knipperen. Afbeelding 1. Opbouw van de regeling.Afbeelding 2.In modus stand-by.

warmtepompboiler215. BedieningDruk in de stand-by modus één keer op de toets “ ”, hierdoor zal de regeling worden ingeschakeld en worden de klok, de temperatuur onder en boven in de watertank en de werkmodus bij de laatste uitschakeling weergegeven, zonder verdere aanduidingen. Indien toelaatbaar i. v. m. de ingestelde temperatuurlimieten begint de buitenventilator te draaien en start de compressor na een vertraging van 5 seconden. Vervolgens zal de regeling het symbool “ ” voor compressorverwarming weergeven (tijdens de modus regeling aan, indien de compressor niet draait vanwege de tijdsvertraging of temperatuurbeperkingen zal het symbool “ ” knipperen), de overige statussymbolen en temperatuurwaarden zullen niet veranderen t. o. v. de laatste uitschakeling. Compressorverwarming werkt alleen in de modus regeling aan. Druk in de modus regeling aan één keer op de toets “ ”.

De regeling zal worden uit-geschakeld, en alle uitgangssignalen, inclusief de actieve aanvullende elektrische verwarming, geforceerde uitblaasluchtfunctie etc. , zullen worden uitgeschakeld. Alleen de buitenventilator zal pas 30 seconden later worden uitgeschakeld, daarna keert het systeem weer terug in de stand-by modus. Behalve bij de eerste aansluiting op de voeding zal de uitschakeltijd van de compressor minimaal 3 minuten zijn. De uitschakelprocedure heeft geen invloed op de uitvoering van de “ventilatie”-functie. (2) Moduskeuzetoets “ ”Dit is één toets waarmee een modus wordt geselecteerd. De modi kunnen opeenvolgend worden geselecteerd. De toets kan in de stand-by modus en in de modus regeling aan worden gebruikt. Druk één keer op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “geforceerde uitblaaslucht”, en het symbool “ ” gaat knipperen.

Op dit moment kan het modussymbool worden geselecteerd of geannuleerd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om het instellen van de modus “geforceerde uitblaaslucht” af te ronden. Nadat de modus “geforceerde uitblaaslucht” is geselecteerd zal de verdamperventilator, ongeacht de werkingscondities op dat moment, gedurende 30 minuten op hoge snelheid draaien, en worden het symbool voor “geforceerde uitblaaslucht” en het symbool voor “hoge ventilatiesnelheid” weergegeven. Na 30 minuten wordt deze modus beëindigd. Daarna zal het symbool voor “geforceerde uitblaaslucht” uitgaan, en zal de functie “hoge ventilatiesnelheid” terugkeren naar de oorspronkelijke instellingen. Als u weer gebruik wilt maken van “geforceerde uitblaaslucht”, dient u deze functie te resetten.

warmtepompboiler225. Bediening Druk nogmaals op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “ventilatie”, en het symbool “ ” gaat knipperen. Op dit moment kan het modussymbool worden geselecteerd of geannuleerd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om het instellen van de modus “ventilatie” af te ronden. Nadat de modus “ventilatie” is geselecteerd, draait alleen de compressor tijdens de uitschakelperiode en in de modus stand-by. De buitenventilator van de verdamper zal gedurende 30 minuten draaien en vervolgens stoppen, 30 minuten later zal de ventilator van de verdamper weer gedurende 30 minuten draaien en vervolgens stoppen. Dit proces wordt voortdurend herhaald. Druk nogmaals op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “aanvullende elektrische verwarming”, en het symbool “ ” gaat knipperen.

Op dit moment kan het modussymbool worden geselecteerd of geannuleerd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om het instellen van modus “aanvullende elektrische verwarming” af te ronden. Nadat “aanvullende elektrische verwarming” is geselecteerd, zal de regeling overschakelen op de werkingsconditie. Het in- of uitschakelen van de functie “aanvullende elektrische verwarming” is afhankelijk van de temperatuur boven in de watertank. De functie “aanvullende elektrische verwarming” werkt niet alleen in de modus stand-by, maar kan ook samen met de compressor actief zijn in de modus regeling ingeschakeld. Druk nogmaals op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “instelling snelheid buitenventilator”, en het symbool “ ” gaat knipperen.

Op dit moment kan het modussymbool “instelling snelheid buitenventilator” worden geselecteerd of geannuleerd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om het instellen van de snelheid van de buitenventilator van de verdamper af te ronden indien de compressor zorgt voor verwarming.

“Instelling snelheid buitenventilator” wordt alleen gebruikt om de snelheid van de buitenventilator in te stellen, terwijl de compressor actief is: het symbool ventilatorsnelheid (inclusief 3 kleine streepjes) gaat branden, de ventilator draait met hoge snelheid. Indien slechts twee van de streepjes voor de ventilatorsnelheid gaan branden, draait de ventilator met de middelste snelheid. Het symbool voor de ventilatorsnelheid wordt alleen weergegeven in de modus regeling ingeschakeld en in de modus “geforceerde uitblaaslucht”. Druk op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “in-/uitschakel-temperatuurinstellingen” voor de “aanvullende elektrische verwarming” (d. w. z. de instellingen voor de bovenste temperatuursensor).

warmtepompboiler235. Bediening Druk op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “instellen in-/uitschakel retourverschiltemperatuur” voor de “aanvullende elektrische verwarming”, en de digit “8” in de “temperatuur 1” aanduiding gaat knipperen. Nu kan het retourtemperatuurverschil (bereik: 2 °C - 9 °C) worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om de temperatuurinstellingen voor de aanvullende elektrische verwarming af te ronden. Druk op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “instellen van de in-/uitschakeltemperatuur” voor de “aanvullende elektrische verwarming” (d. w. z. het instellen van de temperatuur van de onderste temperatuursensor), en het symbool “ ” in de “temperatuur 2” aanduiding gaat knipperen.

Nu kan de uitschakeltemperatuur (bereik: 50 °C - 60 °C) voor de compressorverwarming worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”. Druk op de “ ” toets, de regeling zal overschakelen op de modus “instellen in-/uitschakelretourverschiltemperatuur” voor het in-/uitschakelen van de compressor, en de digit “8” in de “temperatuur 2” aanduiding gaat knipperen. Nu kan het retourtemperatuur-verschil (bereik: 2 °C - 9 °C) worden ingesteld om de temperatuurinstellingen voor de compressorverwarming af te ronden. Druk op de “ ” toets, het getal in de “temperatuur 2” aanduiding wordt bevestigd. Het symbool stopt met knipperen, en de regeling verlaat de modusinstelfuncties. Hierna geven de temperatuur 1 en temperatuur 2 aanduidingen de actuele watertemperatuur onder en boven in de watertank weer.

warmtepompboiler245. Bediening(3) “Omhoogtoets” of “omlaagtoets” “ ” “ ”Dit zijn multifunctionele toetsen voor het selecteren/annuleren van de modus en het instellen van de parameters, zoals afgebeeld in afbeelding 3.Druk op de “ ” keuzetoets, de regeling zal overschakelen op de desbetreffende modus en het bijbehorende symbool gaat knipperen. Op dit moment kan het modussymbool worden geselecteerd of geannuleerd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ” om de modusinstelling af te ronden.Druk nogmaals op de “ ” keuzetoets, de regeling zal overschakelen op de modus instellen in-/uitschakelen verwarmingstemperatuur, en het bijbehorende symbool gaat knipperen. Op dit moment kan de insteltemperatuur worden gewijzigd met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”.

(4) De toets “ ”Kan worden gebruikt voor het instellen van de kloktijden in de modus stand-by of regeling aan, zoals afgebeeld in afbeelding 4. Druk op de toets “ ”, en de uuraanduiding op de klok begint te knipperen. De uur aanduiding kan nu worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”. Druk nogmaals op de toets “ ” om de ingestelde uurwaarde te bevestigen. De ingestelde uuraanduiding stopt met knipperen, en de minutenaanduiding gaat knipperen. Nu kan de minutenaanduiding worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”. Druk nogmaals op de toets “ ” om de ingestelde minutenaanduiding te bevestigen. De minutenaanduiding stopt met knipperen, nu zijn de klokinstellingen afgerond. Afbeelding 3.Knipperend Knipperend

warmtepompboiler255. Bediening(5) De toets “ ” Wordt gebruikt om de geplande in-/uitschakeltijd in te stellen, zoals afgebeeld in afbeelding 4.(1) Instellen van de geplande starttijd. Druk op de toets “ ”. De uuraanduiding, de timer en het symbool voor de geselec-teerde ON-starttijd gaan knipperen, nu kan de uuraanduiding voor de geplande starttijd worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”.Modus instellen uuraanduiding.Modus instellen uuraanduiding voor geplande inschakeling.Modus instellen uuraanduiding voor geplande uitschakeling.Modus instellen minutenaanduiding.Modus instellen minutenaanduiding voor geplande inschakeling.Modus instellen minutenaanduiding voor geplande uitschakeling.Modus afronding klokinstelling.Afronden van instelling geplande in-/uitschakeltijd. Afbeelding 4. Afbeelding 5.KnipperendKnipperendKnipperendKnipperendKnipperendKnipperend

warmtepompboiler265. Bediening Druk nogmaals op de toets “ ”. De minutenaanduiding, de timer en het symbool voor de geselecteerde ON-starttijd gaan knipperen, nu kan de minutenaanduiding voor de geplande starttijd worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”.(2) Instellen van de geplande uitschakeltijd. Druk op de toets “ ”. De uuraanduiding, de timer en het symbool voor de geselecteerde OFF-uitschakeltijd gaan knipperen, nu kan de uuraanduiding voor de geplande uitschakeltijd worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”. Druk op de toets “ ”.

De minutenaanduiding, de timer en het symbool voor de geselec teerde OFF-uitschakeltijd gaan knipperen, nu kan de minutenaanduiding voor de geplan-de uitschakeltijd worden ingesteld met de “omhoogtoets” “ ” of “omlaagtoets” “ ”.Indien de toets TIMER gedurende meer dan 3 seconden ingedrukt wordt gehouden, wordt de functie geplande start-/uitschakeltijd geannuleerd.(6) Periodieke wekelijkse hogetemperatuursterilisatieNa 168 uur in bedrijf te zijn geweest zal de lucht-/waterverwarming de compressor inschakelen ten behoeve van verwarming.

Het scherm geeft nu de originele instelstatus en parameters alsmede een knipperend symbool voor de hoge temperatuur sterilisatie weer.De compressor zorgt ervoor dat er een watertemperatuur van 65 °C boven in de tank wordt bereikt.Vervolgens zal de verwarming de compressor, de buitenventilator van de verdamper uitschakelen en de sterilisatie functie weer verlaten. Daarna wordt het apparaat weer teruggebracht in de normale modus regeling ‘aan’ en wordt het systeem geregeld via de originele parameters.Afbeelding 6.Knipperend symbool voor hogetemperatuursterilisatie

warmtepompboiler275. Bediening5.5 Regelmodus(1) Aanduiding watertemperatuurbereik: 0~81 °C; ingesteld watertemperatuurbereik 50 - 60 °C; aanbevolen temperatuur: 55 °C(2) Werkingscondities van de compressor De compressor mag bij de eerste aansluiting op de voeding geen tijdsvertraging hebben (open de functie aanvullende elektrische verwarming). Indien de watertemperatuur onder in de tank hoger is dan de insteltemperatuur, wordt de compressor uitgeschakeld en wordt na 30 seconden ook de ventilator van de verdamper uitgeschakeld (behalve indien de geforceerde uitblaaslucht en ventilatie actief zijn). Indien de watertemperatuur onder in de tank lager is dan de insteltemperatuur, d.w.z.

de “retourverschiltemperatuur”, wordt de ventilator van de verdamper ingeschakeld en na 5 seconden ook de compressor.(3) Werkingscondities voor elektrische verwarming Indien de watertemperatuur boven in de tank hoger is dan de insteltemperatuur, wordt de aanvullende elektrische verwarming uitgeschakeld. Indien de watertemperatuur boven in de tank lager is dan de insteltemperatuur, wordt de aanvullende elektrische verwarming ingeschakeld. Dit geldt niet in de beveiligde status en de uitschakelstatus. Nadat de compressor is uitgeschakeld dient deze minimaal gedurende 3 minuten de uitschakelstatus te hebben vóór een volgende start mogelijk is.5.6 Automatisch ontdooien(1) Indien aan de volgende voorwaarde wordt voldaan, zal de regeling het ontdooiproces starten: Verdamperspiraaltemperatuur ≤ - 3 °C.(2) Bedieningsprocedure voor het ontdooiproces 1.

Schakel de compressor en de ventilator van de verdamper uit. 2. Binnen 5 seconden wordt de ontdooimagneetklep geactiveerd. 3. De compressor wordt 10 seconden na het activeren van de ontdooimagneetklep ingeschakeld.

warmtepompboiler285. Bediening(3) Indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, zal de regeling het ontdooiproces beëindigen: 1. Indien bij geactiveerde ontdooimagneetklep de gemeten spiraaltemperatuur buiten ≥ 5 °C is. 2. Indien de tijd van het doorlopende ontdooiproces ≥ 8 minuten is. (4) Bedieningsprocedure voor het beëindigen van het ontdooiproces 1. Schakel de compressor uit. 2. Schakel na 5 seconden de ontdooimagneetklep uit. 3. Binnen 10 seconden na het sluiten van de ontdooimagneetklep zal de regeling overschakelen op de normale modus regeling aan. 5.

7 Storingspreventie(1) Systeembeveiliging van lucht-/waterverwarming Indien de compressor gedurende 5 minuten ononderbroken is ingeschakeld, de spiraaltemperatuur van de verdamper meer dan 2 °C daalt en het teken “E1” wordt weergegeven, zal de systeembeveiliging de compressor en de buitenventilator uitschakelen en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken (tekort aan koelmedium). Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten kunnen de compressor en de buitenventilator weer worden ingeschakeld.

(2) Droogloopbeveiliging Indien de watertemperatuur onder in de tank 10 °C hoger is dan boven in de tank, de temperatuur boven 70 °C komt en het teken “E2” wordt weergegeven, zal de droogloopbeveiliging de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming uitschakelen en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken (tekort aan water). Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten kunnen de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming weer worden ingeschakeld.

(3) Wateroververhittingsbeveiliging Indien de watertemperatuur boven in de tank 10 °C hoger is dan de insteltemperatuur, deze situatie minimaal 60 seconden duurt en het teken “E3” wordt weergegeven, zal de wateroververhittingsbeveiliging de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming uitschakelen en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken (storing in regelcircuit).

warmtepompboiler295. Bediening Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten kunnen de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming weer worden ingeschakeld. (4) Sensorfoutbeveiliging Indien de verdampersensor, de sensor onder in de watertank of de sensor boven in de watertank een onderbreking of kortsluiting vertoont en het teken “E4” wordt weergegeven, zal de sensorfoutbeveiliging de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming uitschakelen en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken. Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten, kunnen de compressor, de buitenventilator en de aanvullende elektrische verwarming weer worden ingeschakeld.

(5) Hogedrukbeveiliging Indien de hogedrukschakelaar is uitgeschakeld en het teken “E5” wordt weergegeven, zal de hogedrukbeveiliging de compressor en de buitenventilator uitschakelen en zal de waarschu-wingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken (hoge druk in leidingen kan worden vero-orzaakt door slechte warmteverdeling, een defecte ventilator of leidingverstoppingen). Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten kunnen de compressor en de buitenventilator weer worden ingeschakeld. (6) Lagedrukbeveiliging Indien de lagedrukschakelaar is uitgeschakeld en het teken “E6” wordt weergegeven, zal de lagedrukbeveiliging de compressor en de buitenventilator uitschakelen en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken (lage druk in leidingen kan worden veroorzaakt door koelmediumlekkages of leidingverstoppingen).

(7) Overtemperatuurbeveiliging voor aanvullende verwarming Indien het contact van de overtemperatuurbewaking van de aanvullende verwarming wordt geopend en het teken “E7” wordt weergegeven, zal de overtemperatuurbeveiliging de aanvullende elektrische verwarming uitschakelen, en zal de waarschuwingszoemer gedurende 3 minuten weerklinken. Nadat de beveiliging is geactiveerd, dient de storing te worden verholpen. Zodra de spanning weer is aangesloten kan de aanvullende elektrische verwarming weer worden ingeschakeld.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Duwaco DUW R134A 300 LDE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden