Duro Pro D-NTS 156 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Duro Pro D-NTS 156 (24 pagina’s), behorend tot de categorie Schuurmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 82 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Duro Pro D-NTS 156 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
EAN 23021846 • PLU 205
06/23/18 • Art. Nr.: 2184
EH-Nr.: 44.172.52 • I.-Nr.: 11017
7
Nat-droogslijper
D-NTS 156
44.172.5206/23/18
+31 88 598 64 44
www.isc-gmbh.info
KLANTENSERVICE
Jaar
3
GARANTIE
N
ORIGINELE HANDLEIDING
D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 1D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 122.02.2018 07:45:2722.02.2018 07:45:27

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Duro Pro
Categorie: Schuurmachine
Model: D-NTS 156

Handleiding Duro Pro D-NTS 156 – volledige tekst

N 5 Gevaar! - Handleiding lezen om het letselrisico te verminderen.Voorzichtig! Draag een gehoorbeschermer. Lawaai kan aanleiding geven tot gehoorverlies.Voorzichtig! Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of splinters, spanen en stof die uit het toestel ontsnappen kunnen leiden tot zichtverlies. Beschermende handschoenen dragen.IP23Apparaat is beschermd tegen vreemde voorwerpen < 12 mm en tegen spatwaterD_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 5D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 5 22.02.2018 07:45:4022.02.2018 07:45:40

N6 Gevaar! Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nage-leefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de informatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding/ veilig-heidsinstructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies. Deze handleiding kan ook als PDF-bestand worden gedownload van onze internetsite www.isc-gmbh.info. 1.

VeiligheidsaanwijzingenLees de volgende veiligheidsvoorschrif-ten en de handleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in bedrijf neemt.Mocht u dit apparaat aan andere personen doorgeven, gelieve dan de handleiding mee te overhandigen.Bewaar de handleiding altijd goed!Gevaar! Bij het gebruik van elektrische gereed-schappen moeten tegen schok-, verwon-dings- en brandgevaar in principe steeds de volgende veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen.Lees deze aanwijzingen en hou er reke-ning mee voordat u het toestel gebruikt en bewaar de veiligheidsinstructies goed.1. Houd het werkgebied op orde. – Een rommelige werkomgeving leidt tot ongelukken.2. Houd rekening met omgevingsin-vloeden. – Laat elektrische gereedschappen niet in de regen liggen. Gebruik elektrische gereedschappen niet in een vochtige of natte omgeving. Zorg voor een goede verlichting.

Gebruik elektrische gereed-schappen niet in de buurt van brand- bare vloeisto en of gassen.3. Voorkom een elektrische schok. – Vermijd lichaamskontakt met geaar-de objekten, zoals metalen buizen, radi-atoren, C. V. kachels, koelkasten enz.4. Houd kinderen uit de buurt. – Laat andere personen niet aan ge-reedschap of snoer komen, houd ze weg van het werkgebied.D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 6D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 6 22.02.2018 07:45:4122.02.2018 07:45:41

N 7 5. Berg het gereedschap veilig op. – Niet in gebruik zijnde elektrische gereedschappen moeten in droge, af-gesloten ruimten, buiten het bereik van kinderen bewaard worden. 6. Overbelast het gereedschap niet. – Men werkt beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik. 7. Gebruik het juiste gereedschap. – Gebruik geen machines met een te laag vermogen of voorzetapparatuur voor een te zware belasting. Gebruik de machines niet voor een doel of karwei, waarvoor zij niet bestremd zijn, bijv. gebruik geen handcirkelzaag voor het omzagen van bomen of snoei-en van takken. 8. Draag geschikte werkkleding. – Draag geen slobberende kleding of sieraden. Deze kunnen door de bewe-gende delen gegrepen worden. Bij het werken in de open lucht zijn rubber werkhandschoenen en schoenen met pro elzolen aan te bevelen. Draag bij lang haar een haarnet. 9. Gebruik een veiligheidsbril.

– Gebruik ook een stofmasker bij stof-verwekkende werkzaamheden. 10. Gebruik het snoer niet verkeerd. – Draag de machine niet aan het snoer en gebruik het snoer niet om de stekker uit het stopkontakt te trekken. Bescherm het snoer tegen hitte, olie en scherpe kanten. 11. Klem het te bewerken voorwerp vast. – Gebruik spanelementen of een bank-schroef om het te bewerken voorwerp vast te klemmen. Dit garandeert een veiligere klemming dan met de hand, bovendien kan men met twee handen werken. 12. Zorg voor een veilige houding. – Vermijd een abnormale lichaams-houding en zorg voor een stabiel even-wicht. 13. Onderhoud het gereedschap zorgvul-dig. – Houd het gereedschap scherp en schoon om beter en veiliger te kunnen werken. Volg de onderhoudsvoorschrif-ten en de adviezen omtrent het verwis-selen van gereedschappen op.

Contro-leer regelmatig het snoer en laat dit bij beschadiging door een erkende vakman vernieuwen. Controleer regelmatig het verlengsnoer en vervang het indien het is beschadigd. Houd de handgrepen droog en vrij van olie en vet. 14. Trek de stekker uit het stopkontakt.

N8 bladen, boren en Machinegereedschap van welke soort dan ook. 15. Laat geen gereedschapsleutels op de machine zitten. – Controleer voor het inschakelen of sleutels en andere hulpgereedschappen zijn verwijderd. 16. Voorkom het per ongeluk inschake-len. – Draag geen aangesloten machines met de vinger aan de schakelaar. Con-troleer of de schakelaar bij aansluiting aan het lichtnet, uitgeschakeld staat. 17. Verlengsnoer bij het gebruik buiten. – Gebruik buiten alleen voor dit doel goedgekeurde en overeenkomstig ge-kenmerkte verlengsnoeren. 18. Wees steeds opmerkzaam. – Let steeds op het werk, ga met ver-stand te werk, gebruik de machine niet ongeconcentreerd. 19. Controleer het elektrisch gereed-schap op beschadigingen. – Voor het verdere gebruik van de machine moeten veiligheidsinrichtin-gen of beschadigde delen, zorgvuldig op een uitstekende en doelgerichte functie, worden beproefd.

Controleer of de functie van de bewegende delen in orde is: of deze niet klemmen, of er geen delen gebroken zijn, of alle andere delen perfect en juist zijn gemonteerd en of alle andere voorwaarden, die het Functioneren van het apparaat zouden kunnen beinvloeden, juist zijn. Indien in de gebruiksaanwijzing niet anders is aangegeven, moeten beschadigde vei-ligheidsinrichtingen en machinedelen, door een servicewerkplaats vakkundig worden gerepareerd of worden verwis-seld. Beschadigde schakelaars moeten door een servicewerkplaats worden vervan-gen. Gebruik geen apparatuur, waarvan de schakelaar niet aan-en uitschakeld kan worden. 20. Waarschuwing. – Gebruik in het belang van persoon-lijke veiligheid, alleen toebehoren en hulpapparaten, die in de gebruiks-aanwijzing of in de katalogus worden aanbevolen.

Het gebruik van andere dan de vermelde toebehoren of hulpge-reedschappen, kan verwondingsgevaar opleveren. 21. Reparaties mogen alleen door erken-de reparateurs worden uitgevoerd. – Dit elektrisch gereedschap voldoet aan de betre ende veiligheidsvoor-schriften.

N 9 den uitgevoerd. 22. Sluit de stofafzuiginrichting aan – Als er installaties voor het aansluiten van stofafzuiginrichtingen voorhanden zijn, verzeker u ervan dat deze aange-sloten en gebruikt worden. Asbest bevattende materialen mogen niet worden bewerkt. Het desbetre ende ongevallenpreventie-voorschrift (VBG 119) van de vereniging ter voorkoming van arbeidsongevallen naleven. Bijzondere veiligheidsaanwijzingenGevaar. 1. Vóór inbedrijfstelling van de slijpma-chine dienen de slijplichamen aan een klankproef te worden onderworpen (intacte slijplichamen hebben een heldere klank als u er lichtjes met een kunststofhamer tegen slaat. ) Dit is ook het geval als nieuwe slijplichamen wor-den opgespannen (transportschade). De machine moet zeker minstens een vijftal minuten onbelast proefdraaien. Daarbij dient u uit de gevarenzone weg te gaan. 2.

Er mogen enkel slijplichamen worden gebruikt waarop de fabrikant, de wijze van binding, de afmetingen en het toe-laatbare toerental staan vermeld. 3. Slijplichamen moeten op een droge plaats bij zo constant mogelijke tempe-raturen worden bewaard. 4. Voor het opspannen van de slijpli-chamen mogen enkel de bijgeleverde span enzen worden gebruikt. 5. Voor het opspannen van de slijplicha-men mogen enkel span enzen worden gebruikt die even groot zijn en dezelfde vorm vertonen. De tussenlagen tussen span ens en slijplichamen moeten van elastische materialen zoals b. v. rubber, zacht karton enz. zijn. 6. Het bevestigingsboorgat van de slijpli-chamen mag niet achteraf door boren worden vergroot. 7. De werkstukhouders en de bovenste bijregelbare beschermende afdekkin-gen dienen zo dicht mogelijk tegen het slijplichaam worden geplaatst (afstand maximaal 2 mm). 8.

Slijplichamen mogen niet zonder bescherminrichting worden gebruikt. Daarbij mogen de volgende afstanden niet worden overschreden : - Werkstukhouder / slijpschijf: max. 2 mm - Beschermende afdekking/slijpschijf: max. 2 mm9.

4 bevestigingsgaten in de grond-plaat goed op de werkbank etc. te wor-den vastgeschroefd. 16. De bijregeling van het vonkenscherm dient regelmatig te gebeuren teneinde de slijtage van de schijf te compense-ren. Daarbij dient de afstand tussen het vonkenscherm en de schijf zo klein mogelijk en in geen geval groter dan 2 mm te worden gehouden. 17. Zodra het vonkenscherm (3) en de werkstuksteun (7) niet meer dichter dan maximaal 2 mm van de slijpschijf kan worden afgesteld dient de slijp-schijf ten laatste te worden vervangen. 18. Gebruik enkel door de fabrikant aanbe-volen slijpschijven waarop een omloop-snelheid staat vermeld die even groot of groter is dan de snelheid opgegeven op het kenplaatje van het elektrische gereedschap. 19. Draag bij het slijpen een veiligheidsbril, veiligheidshandschoenen en een ge-hoorbeschermer. 20.

Controleer of het toerental vermeld op de slijpschijf even groot of groter is dan het berekend toerental van de slijper. 21. Vergewis u ervan dat de afmetingen van de slijpschijf bij de slijper passen. 22. Slijpschijven dienen zorgvuldig volgens de instructies van de fabrikant worden bewaard en gehanteerd.

N 11 23. Controleer de schijf vóór gebruik; geen gebroken, gebarsten of anders bescha-digde producten gebruiken. 24. Vergewis u ervan dat slijpgereed-schappen aangebracht zijn volgens de instructies van de fabrikant. 25. Zorg ervoor dat tussenlagen worden ge-bruikt indien die met het slijpmiddel ter beschikking worden gesteld en vereist zijn. 26. Zorg ervoor dat het slijpmiddel vóór gebruik correct wordt aangebracht en bevestigd. Laat het gereedschap onbelast 5 minuten in een veilige stand draaien. Onmiddellijk stoppen, indien er zich aanzienlijke slingerbewegingen voordoen of andere gebreken worden vastgesteld. Indien zich deze toestand voordoet, controleer de machine om de oorzaak ervan te bepalen. 27. Het elektrisch gereedschap nooit zonder de bijgeleverde beschermkap gebrui-ken. 28. Gebruik geen afzonderlijke verloopbus of adapter om slijpschijven met een groot gat passend te maken.

29. Zorg ervoor dat vonken, die tijdens het gebruik worden opgewekt, geen gevaar veroorzaken, b. v. personen tre en of ontvlambare sto en doen ontbranden. 30. Gebruik altijd een veiligheidsbril en gehoorbeschermer; draag ook andere personen beschermende uitrustingen zoals handschoenen, schort en helm, indien nodig. 31. Het werkstuk wordt door het slijpen warm. LET OP. Gevaar voor brandwon-den. • Laat het werkstuk afkoelen. Het mate-riaal kan tijdens het slijpen uitgloeien; koel het werkstuk tussendoor af als u het lang bewerkt. • Gebruik geen koelmiddelen of iets der-gelijks. • Houd bij het transport van het apparaat rekening met het gewicht (zie Techni-sche gegevens), om rugletsel te vermij-den. • Ga bij de bewerking van het werkstuk vóór de machine staan en zorg voor een veilige stand.

N12 den worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is! Ondanks doelmatig gebruik kunnen be-paalde resterende risicofactoren niet volle-dig uit de weg worden geruimd. Wegens de constructie en de opbouw van de machine zouden zich de volgende punten kunnen voordoen: • Contact met de slijpschijf in de niet afgedekte zone.• Wegspringen van stukken van defecte slijpschijven. • Wegspringen van te bewerken voor-werpen en werkstukdelen.• Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer. • Waarschuwing! Vermijd te lang werken in een onge-makkelijke lichaamshouding aan de machine. Door vermoeidheid of afne-mende concentratie bestaat het gevaar van verwondingen.2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang 2.1 Beschrijving van het gereedschap (fi g. 1/2/3/6)1. AAN/UIT-schakelaar2. Beschermglas met loep3. Vonkenscherm4. Beschermkap5. Droogslijpschijf6.

N 13 • Controleer het toestel en de accessoires op transportschade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode. Let op. Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen. Kin-deren mogen niet met plastic zakken, fo-lies en kleine stukken spelen. Er bestaat inslik- en verstikkingsgevaar. • Originele handleiding • Veiligheidsinstructies 3. Reglementair gebruikDe nat-/droogslijper is voorzien van een droogschijf en een natschijf. Er wordt op ge-wezen dat voor het grofslijpen principieel de droogschijf dient te worden gebruikt. Voor het  jnslijpen gebruikt u de natschijf; daar-bij volstaat het om het werkstuk met lichte druk aan te zetten. De nat-/droogslijper is bedoeld voor het bewerken en scherpen van messen, scharen, beitels en voor gereed-schap voorzien van snijkanten.

De machine mag slechts voor werkzaamhe-den worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwondingen van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabri-kant, aansprakelijk. Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overeenkomstig hun bestemming niet ge-construeerd zijn voor commercieel, ambach-telijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het gereedschap in ambach-telijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. 4. Technische gegevensMotorvermogen:. 400 watt S2 20 minMotortoeren:. 2950 t/minBescherming type:. IP23 Wisselstroommotor:. 230 V~ 50 HzAfmetingen droogslijpschijf max. :. Ø150 x 20 x Ø20 mmAfmetingen natslijpschijf max. :. Ø200 x 40 x Ø20 mmToerental max. droogslijpschijf:. 2950 t/min. Toerental max natslijpschijf:. 134 t/min.

4 dBDraag een gehoorbeschermer.Lawaai kan aanleiding geven tot gehoor-verlies.Totale vibratiewaarden bepaald volgens EN61029-1, EN 61029-2-4.Trillingsemissiewaarde ah ≤ 2,5 m/s2Onzekerheid K = 1,5 m/s2De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten volgens een genormaliseerde testprocedure en kan worden gebruikt om elektrische gereedschappen onderling te vergelijken.De vermelde trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt om vóór begin van de werkzaamheden de blootstelling te beoor-delen.

De vibratiewaarde zal op grond van het toepassingsgebied van het elektrische gereedschap veranderen en kan in uitzonde-ringsgevallen boven de opgegeven waarde liggen.Beperk de geluidsontwikkeling en vibra-tie tot een minimum!• Gebruik enkel intacte toestellen.• Onderhoud en reinig het toestel regel-matig.• Pas uw manier van werken aan het toe-stel aan.• Overbelast het toestel niet.• Laat het toestel indien nodig nazien.• Schakel het toestel uit als het niet wordt gebruikt.• Draag handschoenen.D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 14D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 14 22.02.2018 07:45:4122.02.2018 07:45:41

N 15 5. Vóór inbedrijfstellingControleer of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet alvorens het gereedschap aan te sluiten.Verwijder altijd de netstekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap anders afstelt.• De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, d.w.z. ze moet op een werkbank of iets dergelijks worden vastgeschroefd.• Plaats alvorens de machine op te stellen de rubber stop (15) van beneden in de afvoeropening van het waterreservoir.• Vóór inbedrijfstelling moeten alle af-dekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren zijn gemonteerd.• De slijpschijven moeten vrij kunnen draaien.5.1 Montage vonkenscherm (fi g.

1/3/4/5)• Monteer het vonkenscherm (3) met de korte schroeven (10) en 2 moeren aan de beschermkap (4), zoals getoond in afbeelding 4.• Stel het vonkenscherm (3) met de schroeven (10) zo af, dat de afstand tussen de droogslijpschijf (5) en het vonkenscherm (3) zo klein mogelijk is en in geen geval groter dan 2 mm.• Stel het vonkenscherm (3) periodiek in, dat de slijtage van de schijf wordt gecompenseerd.• Steek de lange schroef door de hoeken van het vonkenscherm (3) en de houder van het beschermglas (2), en bevestig deze met onderlegplaatje, veerring en moer.5.2 Montage werkstuksteun (fi g.

2/6)Monteer de werkstuksteun (7) met de be-vestigingsschroef (6), onderlegplaatje (11), getande borgring (12) en vastzetknop (13) aan de houder van de werkstuksteun (14), zoals getoond in afbeelding 6.Gevaar!De werkstuksteun (7) moet altijd zo worden ingesteld, dat de afstand tussen werkstuk-steun en slijpschijf max. 2mm bedraagt. Als deze afstand niet meer kan worden aan-gehouden, dan is de slijpschijf versleten en moet die worden vervangen.Aanwijzing!Bewerk alleen zo grote werkstukken, die door de werkstuksteun (7) veilig onder-steund resp. geleid kunnen worden.D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 15D_NTS_156_EX_NL_SPK7.indb 15 22.02.2018 07:45:4122.02.2018 07:45:41

N16 6. Bediening6.1 Aan-/Uit-schakelaar (1)Breng de AAN/UIT-schakelaar (1) naar de stand 1 om het toestel aan te zetten.Om het toestel af te leggen brengt u de AAN/UIT-schakelaar (1) naar stand 0.Wacht na het aanzetten tot het gereedschap zijn maximumtoerental heeft bereikt. Begin dan pas met het slijpen.Gevaar!Na het uitschakelen loopt de slijpschijf nog enige tijd na. Wacht tot deze volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de instel- en onderhoudswerkzaamheden aan de machi-ne uitvoert.6.2 Droogslijpen• Leg het werkstuk op de werkstuksteun (7) en breng het langzaam in de ge-wenste hoek naar de slijpschijf (5) tot het in contact komt met de schijf. • Beweeg het werkstuk lichtjes heen en weer om een optimaal slijpresultaat te behalen. De slijpschijf (5) wordt op die manier bovendien gelijkmatig afge-sleten.

Laat het werkstuk tussendoor afkoelen.6.3 NatslijpenControleer vóór begin van het natslijpen of er zich voldoende water in de waterbak (9) bevindt (natslijpschijf met 1/3 ingedompeld in het water!). Zet de slijpmachine aan m.b.v. de AAN/UIT-schakelaar (1) en ga voor de natslijpschijf staan. Neem het werkstuk met beide handen vast en verlaag het voor-zichtig tot tegen de natslijpschijf.U kunt het werkstuk ook op de tanden van de watertank steunen en verlagen tot tegen de slijpschijf.6.4 Verwisselen van slijpschijfAls de slijpschijf van het toestel beschadigd of versleten is, dient die door de fabrikant of door de dienst na verkoop of een dergelijk gekwali ceerde persoon te worden vervan-gen om te voorkomen dat iemand in gevaar wordt gebracht.7.

N 17 8. Reiniging, onderhoud en bestellen van onderdelenGevaar!Vóór elke instelling, instandhouding of reparatie de netstekker uit het stopcontact trekken.8.1 Reiniging• Hou de veiligheidsinrichtingen, de ven-tilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.• Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.• Reinig het toestel regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Ge-bruik geen reinigings- of oplosmidde-len; die zouden de kunststofcomponen-ten van het toestel kunnen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt. Door binnen-dringen van water in een elektrische apparatuur verhoogt het risico van een elektrische schok.

N 19 9. Verwijdering en recyclageHet toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkring-loop worden teruggevoerd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materi-alen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte ver-zamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren. 10. OpbergenBewaar het toestel en de accessoires op een donkere, droge en vorstvrije plaats die voor kinderen ontoegankelijk is. De optimale op-bergtemperatuur ligt tussen 5°C en 30°C.

N20 Enkel voor EU-landenElektrisch gereedschap hoort niet bij het huisvuil thuis!Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EG op afgedankte elektrische en elektronische toestel-len en omzetting in nationaal recht dienen afgedankte elektrische gereedschappen afzonder-lijk te worden verzameld en milieuvriendelijk te worden gerecycleerd.Recyclagealternatief i.p.v. het toestel terug te sturen:De eigenaar van het elektrische toestel is alternatief verplicht, i.p.v. het toestel terug te stu-ren, mede te werken bij de behoorlijke recyclage in geval hij zich van het eigendom ontdoet. Het afgedankte toestel kan hiervoor ook bij een verzamelplaats worden afgegeven die voor een verwijdering als bedoeld in de wetgeving in zake recyclage en afvalverwerking zorgt.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Duro Pro D-NTS 156 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden