Ducati Multistrada V4 S (2025) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Ducati Multistrada V4 S (2025) (474 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen. Heb je een vraag over Ducati Multistrada V4 S (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/474

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Ducati
Categorie: Fiets
Model: Multistrada V4 S (2025)

Handleiding Ducati Multistrada V4 S (2025) – volledige tekst

Beste Ducatistwij danken u voor het  dat u in ons  gesteld met de aankoop van uw nieuwe MultistradaV4S.We raden u aan om de gebruiksaanwijzing zorgvuldig te lezen, zodat u snel  raakt met uw Ducatien optimaal gebruik kunt maken van alle functies; in de handleiding geven we u veel  tips eninformatie over uw veiligheid, over hoe u uw motor kunt verzorgen en over hoe u de waarde van uw hoog kunt houden door het juiste onderhoud bij gespecialiseerde servicecentra.U kunt deze handleiding ook in digitaal formaat vinden, altijd geactualiseerd, op de speciale pagina van deDucati website en in de MyDucati App, die zowel vanaf een PC als een telefoon kan worden geraadpleegd.

Zo  u altijd de meest actuele versie van de handleiding ter beschikking en vindt u ook informatie enveelgestelde vragen over uw motor en de wereld van Ducati.Suggesties voor verbetering van de inhoud van deze Gebruiks- en Onderhoudshandleiding kunt u naar hetvolgende adres sturen: [email protected]

Informatie omtrent de te vervoerenlading. 100Gevaarlijke producten - waarschuwingen. 101Identificatienummer . 103Identificatienummer motor. 104Versies. 105De belangrijkste elementen enmechanismen. 116Plaats van deze elementen op de. 116Dop op de . 118Zadelslot. 122Zijwindgeleiders. 132Behoud van de acculading. 133Stopcontact. 135Zijstandaard. 136Centrale zijstandaard (indien aanwezig). 138Montage Ducati  (indienaanwezig). 139Gebruik  (indien aanwezig). 154USB-aansluiting. 160Verstelling van het instrumentenpaneel. 161Regeling van het windscherm. 162Afstelling voorvork. 163Achterdemper afstellen. 164Afstelling stuur. 165Wijzigen ligging van de . 166Bedieningsorganen. 167Plaats van de bedieningsorganen op de. 167Stuurschakelaars. 168Controle lampen. 171“Handsfree”-systeem. 177Sleutels.

België, Frankrijk, Duitsland, Italië,Ierland, Luxemburg, Noorwegen, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Zweden,Zwitserland.Het Programma Ducati Card Assistance, ontwikkeldin samenwerking met Ducati en ACI Global Servizi,biedt de Ducati-klant hulp bij pech en/of ongevallen.De service is 24 uur per dag, 365 dagen per jaarbeschikbaar gedurende 24 maanden (in het gevalvan een verlengde garantie gelden de voorwaardenvan de verlenging) vanaf de leveringsdatum van de of gedurende de dekkingsperiode van degarantieverlenging Ever Red.De wegenwachtdienst omvat de volgend services:●Hulpverlening bij pech onderweg en sleepdienst●Informatiedienst●Passagiersvervoer na pechverhelping●Terugkeer van de passagiers of  vande reis●Het terughalen van het gerepareerde ofteruggevonden motorrijwiel●Repatriëring van de  vanuit hetbuitenland●Zoeken en verzenden van reserveonderdelennaar het buitenland●Hotelkosten●Ophalen van de  die buiten de rijbaanis geraakt bij een ongeval●Voorschot van borgtocht in het buitenland ●Vervangende autoen deze kunnen worden aangevraagd in de volgendelanden:Andorra, Oostenrijk, België, Bulgarije, Kroatië,Cyprus, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk(inclusief Corsica, op wegen die toegankelijk zijn voor10

normaal verkeer) FYROM (de voormaligeJoegoslavische Republiek Macedonië), Duitsland,Gibraltar, Griekenland, Ierland, IJsland, Italië(inclusief San Marino en Vaticaanstad), Letland,Litouwen, Luxemburg, Malta, Montenegro,Noorwegen, Nederland, Polen,  Monaco,Verenigd Koninkrijk, Tsjechische Republiek,Roemenië, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje,Zweden, Zwitserland, Turkije, Oekraïne, Hongarije.BelangrijkAlle informatie is gedetailleerd beschikbaar opde Ducati-website van uw land.Telefoonnummers van de centralesOm assistentie te vragen: in het thuisland: bel het gratis nummervan uw eigen land dat in de eerste kolom van de tabelstaat. buiten het thuisland: bel hetbetaalnummer van uw eigen land, en draai ook delandcode zoals aangegeven in de tweede kolom vande tabel.Als u problemen ondervindt bij het bellen naar uwthuisnummer vanuit het buitenland, bel dan hetnummer van het land waar de plaatsvond (dit geldt niet voor het VerenigdKoninkrijk).Let opIn het geval dat de aangegeven nummerstijdelijk gedeactiveerd blijken te zijn wegensproblemen aan de telefoonlijnen, kan de Cliënt hetnummer van de Hulpcentrale ACI Global Services inItalië bellen: +39-02 66165610.Land Gratis bellen Betaald bellen /Bellen vanuit hetbuitenlandAndorra +34-91-594 9340+34-91-594 9340 0800-22 03 50 +43-1-25 11919398België 0800-14 134 +32-2-233 22 90 (02)-986 73 52 +359-2-986 73 52Cyprus 25 561580 +357-25 561580Kroatië 0800-79 87 +385-1-464 01 41Denemarken 80 20 22 07 +45-80 20 22 07Estland (0)-69 79 199 +372-69 79 19911

Sommige onderdelen van de motor worden bedienddoor of maken gebruik van  Dergelijke kan aan updates onderhevig zijn of updatesvereisen.●Alle updates die nodig kunnen zijn om deveiligheid van de motor te garanderen, zullendoor Ducati worden gecommuniceerd enbeschikbaar worden gesteld voor installatie viahet Ducati Servicenetwerk.●Informatie over updates die nodig kunnen zijnom de conformiteit van de  tebehouden, wordt op de Ducati websitegepubliceerd en de updates worden gedurendetwee jaar vanaf de aankoopdatum van de of gedurende de langere looptijd vande conventionele garantie (indien actief op de beschikbaar gesteld voor installatiebij het Ducati Servicenetwerk.●Verdere updates en nieuwe versies van de zullen beschikbaar gesteld worden, inovereenstemming met het onderhoudsschemavan de motor zoals aangegeven in dezeGebruiks- en Onderhoudshandleiding, voorinstallatie bij het Ducati Servicenetwerkwanneer de motor onderhouden wordt.Wij adviseren u om regelmatig de rubriek op deDucati website te raadplegen die gewijd is aanupdates en om de My Ducati App te downloaden ente installeren om op de hoogte te blijven vanbeschikbare updates.Let opOm de  en conventionele (indien vantoepassing) conformiteitsgarantie van de motor tebehouden, bent u verplicht de beschikbaar gesteldeupdates zo snel mogelijk en in ieder geval binnen eenredelijke termijn te installeren, waarbij u ookrekening moet houden met het belang van deupdate.Als de updates niet binnen een redelijke termijngeïnstalleerd zijn, is Ducati niet aansprakelijk voorconformiteits- of veiligheidsgebreken die het gevolgzijn van het niet installeren van de update.14

Europese Unie behoren, kan de Klant geen beroepdoen op deze conventionele garantie voor schade/defecten die geen verband houden met hetproductieproces, zoals, bij wijze van voorbeeld,schade/defecten die het gevolg zijn van:●nalatigheid bij de uitvoering van het Schema vanGeprogrammeerd Onderhoud dat door Ducati in 5 hieronder gespecificeerd wordt;●op onjuiste wijze uitgevoerde onderhouds- ofreparatiewerkzaamheden door andere dan de Ducati Dealer en/of Erkende Ducatigarages●montage van reserveonderdelen of accessoireswaarvan het gebruik niet goedgekeurd is doorDucati;●het niet naleven van de  voor hetgebruik van het  en de uitrusting ervan,zoals aangegeven in de Gebruiks- enonderhoudshandleiding;●wijzigingen aan het  die door de Klanten/of derden zijn aangebracht zonder deuitdrukkelijke toestemming van Ducati;●het niet naleven door de Klant van deterugroepprogramma's die eventueel doorDucati zijn ingevoerd.

3. Procedure om de garantie te doen gelden3. 1. Om deze garantie geldig van kracht te latenblijven,  de Klant de plicht om:●a) eventuele defecten aan de  zo snelmogelijk na de ontdekking ervan te melden bijeen van de op de website www. ducati. comvermelde Ducati Dealers en/of Erkende Ducatigarages, om de gevolgen die deze defectenkunnen hebben voor de functionaliteit en deveiligheid van de  te beperken. ●b) zich te houden aan het schema voorgeprogrammeerd onderhoud, zoals vastgelegdin  5 van deze garantievoorwaarden;●c) voldoende documentatie te bewaren over alleonderhouds- en/of reparatiewerkzaamhedendie aan het  zijn uitgevoerd(onderhoudsboekje/belastingbonnetjes/facturen met vermelding van de uitgevoerdewerkzaamheden en de gebruikte onderdelen).

5 Deze Garantievoorwaarden worden ookuitgebreid tot de volgende eigenaars van de op voorwaarde dat de bepalingen vanhet voorgaande  3 worden nageleefd. Ducati is ingeen geval aansprakelijk voor gebreken van de die toe te schrijven zijn aan het nalatenDucati op de hoogte te stellen van de veranderingvan eigenaar van die 4. 6 Behalve in het geval van "consument" of indienanders bepaald door een dwingende bepaling dievan kracht is in het land van de Klant, is de Rechtbank18.

van Bologna, Italië, exclusief bevoegd voor allegeschillen in verband met dezeGarantievoorwaarden.4.7 Deze Garantievoorwaarden worden bepaald doorde Italiaanse wet.5. Schema van geprogrammeerd onderhoud enverrichtingen vóór de levering5.1 De verrichtingen vóór de levering worden door deverkoper uitgevoerd.5.2 Ducati  het plan voor gepland onderhoud,gepubliceerd in de "Gebruiks- enonderhoudshandleiding", opgesteld om het hoogstmogelijke niveau van  prestaties enveiligheid van haar  te handhaven.5.3 De precieze uitvoering van de in de hieronder aangegeventermen, is een noodzakelijke voorwaarde om het in een correcte gebruikstoestand te houdenen de  van deze garantie tegaranderen.

Elk defect/schade aan het veroorzaakt door onjuist of onvoldoende onderhoudzal de toepasbaarheid van de garantie uitsluiten.5.5 Om de regelmatige uitvoering van de voor elkonderhoud voorziene handelingen te  ishet, naast de  van de uitvoering van de door middel van specifiekestempels en/of aantekeningen door de Dealer en/oferkende Ducati Garage in het Onderhoudsboekje datbij de  geleverd is, noodzakelijk om debelastingbonnen/facturen met betrekking tot deuitgevoerde  te bewaren,waarop de details van de uitgevoerde handelingenvermeld staan; deze documentatie kan door deTechnische Assistentie van Ducati gecontroleerdworden met het oog op het verlenen van de dienstendie in deze Garantievoorwaarden uiteengezetworden.20

Het zijn intelligentesystemen in de zin dat ze met rationele logica werkenzolang ze de context waarin ze zich bevinden kunnenbegrijpen; het zijn geavanceerde systemen omdat zegebruik maken van  met allebeperkingen van dien. Hoe technologisch geavanceerd ze ook zijn, ze zijnalleen ontworpen om de bestuurder te helpen en derijomstandigheden te verbeteren; het zijn geenautonome rijsystemen die de bestuurder vervangen. Het is altijd de verantwoordelijkheid van debestuurder om de meest geschikte rijstijl te kiezenen het voorzichtigheidniveau en de  inacht te nemen die vereist zijn door de specifiekeomgevingsomstandigheden.

De functie van intelligente adaptieve systemen isom de bestuurder te waarschuwen in het geval vankritieke situaties; hiervoor maken ze gebruik vancontextafhankelijke voorspellingen en hetvermogen om objecten of mensen binnen hunbereik te herkennen. Het doel van intelligenteadaptieve systemen is dus niet om ongevallen tevermijden, maar om informatie te verstrekken(visueel, akoestisch of tastbaar) die de bestuurderuiteindelijk kan gebruiken om botsingen tevoorkomen.

zorgen dat een systeem de situatie niet correct leesten onjuiste informatie Afleiding is de belangrijkste oorzaak vanverkeersongevallen. Elke bestuurder moet tijdenshet gebruik van intelligente systemen de motorconstant onder controle houden en rekening houdenmet de mogelijke fouten van deze systemen (valsesignalen). De bestuurder moet rekening houden metde mogelijke gevaren die worden veroorzaakt doorvoorwerpen of personen in de nabijheid van het en voorzichtig zijn.

Hij moet ook bijzondergoed  bij het naderen van andere hij moet bochten nemen en remmen opeen manier die bij de omstandigheden past en hijmoet onjuist of onvoorzichtig rijgedrag van anderenvermijden.Alle verwijzingen naar de snelheid van de motor indeze gebruikershandleiding, uitgedrukt inkilometers of mijlen per uur, moeten wordenbeschouwd als louter illustratief voor de specifiekefuncties en prestatiewaarschuwingen van deDodehoekdetectie (BSD), de Adaptievecruisecontrol (ACC) en de Waarschuwing frontalebotsing (FCW) systemen. De bestuurder van eenmotor moet ervoor zorgen dat hij zich altijd houdtaan de snelheidslimieten die wordenvoorgeschreven door de verkeersregels die gelden inhet land waarin hij rijdt, en de voorzichtigheid in achtnemen die wordt vereist door het type en de staatvan de weg waarop hij rijdt en deomgevingsomstandigheden.24

Adaptieve Cruise Control (indienaanwezig)BelangrijkVoordat u de inhoud van dit hoofdstuk leest,dient u zorgvuldig te lezen wat er beschreven staat inhet hoofdstuk Deze functie is alleen aanwezig als de AdaptieveCruise Control op de  is geïnstalleerd.Adaptieve Cruise Control (ACC) is een apparaat dathet behoud van de kruissnelheid  methet aanpassen van de afstand. Het helpt debestuurder door  de snelheid en deafstand tot de voorligger aan te passen, indien vantoepassing, binnen de grenzen van het systeem. Alshet systeem een  in de rijrichting van de waarneemt, kan het systeem zelfstandigremmen en accelereren. Dit systeem  alsfunctie het verhogen van het  van debestuurder van de motor tijdens lange  op desnelweg.Fig 125

Let opDe Adaptieve Cruise Control is geenveiligheidssysteem (safety) of hindernis-sensor,maar  als functie het verbeteren van het van de bestuurder. Het is ontworpen omde bestuurder te helpen, maar vervangt debestuurder niet tijdens het rijden met de motor. Debestuurder is altijd verantwoordelijk voor hethandhaven van: controle over de correcte en voorzichtige snelheid, een veiligeafstand tot het  aan de voorzijde die past bijde omgeving, naleving van de regels voor hetwegverkeer in het land waar hij of zij zich bevindt,evenals het actief ingrijpen om aanrijdingen tevoorkomen door te remmen of te versnellen. Debestuurder moet tijdens het rijden altijd een zeerhoge mate van aandacht houden, waarbij hij altijdbeide handen aan het stuur moet houden. HetAdaptieve Cruise Control-systeem is ontworpenvoor gebruik op snelwegen of autowegen.

Het is nietontwikkeld voor stads-, berg- of Wij raden u aan het Adaptive Cruise Control-systeemniet te gebruiken op hobbelige wegen (met grind of asfaltcondities die kunnen leiden tot risico opaquaplaning) of bij slechte weersomstandigheden(ijs, sneeuw, mist, regen, hagel). In een dergelijkecontext vervult de Adaptieve Cruise Control zijnfunctie niet goed en werkt hij mogelijk niet naarbehoren. Het is ook aan te raden om de AdaptieveCruise Control-functie niet te gebruiken in complexewegomgevingen, gekenmerkt door wegen met veelbochten, toegangen tot of uitgangen vanautosnelwegen, wegen met wegwerkzaamheden. Let opHet Adaptieve Cruise Control-systeem is alleenbeschikbaar met geactiveerde ABS en ingesteld opniveau 2 of 3, en met geactiveerde Ducati TractionControl en geactiveerde Ducati Wheelie Control.

Dit typesensor is onderhevig aan operationele limieten dieinherent zijn aan zijn technologie. Bij afwezigheidvan verkeer gedraagt het systeem zich als een CruiseControl, waarbij de gewenste kruissnelheid wordtaangehouden. Wanneer de  een voor hem  in dezelfde rijrichting en dit doorhet systeem wordt gedetecteerd, past de AdaptieveCruise Control de snelheid dienovereenkomstig aan26.

en remt en  deze zelfstandig (omdat heteen  is, zijn de versnellings- enremmogelijkheden beperkt). Zodra de voorliggerniet meer wordt waargenomen, versnelt deAdaptieve Cruise Control tot de ingesteldekruissnelheid.Let opDe Adaptieve Cruise Control is geenveiligheidssysteem. Tijdens het remmen ofaccelereren  hij geen noodremming uit: zijnremvermogen is beperkt.

In sommigeomstandigheden van de omgeving of het verkeerkan het systeem reageren door onverwacht teremmen of te accelereren: de bestuurder moetdaarom te allen tijde met beide handen op het stuurrijden om maximale controle over de motor tehebben.De Adaptieve Cruise Control remt niet automatischaf als de bestuurder de gashendel van de draait: dit kan leiden tot een zogenaamde "override"van de Adaptieve Cruise Control (zie de paragraaf"Override" hieronder).Welke functies kunnen worden ingesteldWanneer de Adaptieve Cruise Control wordtingeschakeld, kan de huidige snelheid van de motorworden ingesteld als de kruissnelheid (zie paragraaf"Inschakelen en uitschakelen"). Tijdens het rijdenkunt u de kruissnelheid wijzigen of de instellingonderbreken (zie de hoofdstukken "De snelheidwijzigen" en "De snelheidsregeling onderbreken").

Algemene informatie en systeemgrenzenDe voorkant van de radar (1,Fig 2) mag op geenenkele manier bedekt worden met stickers, worden of op andere wijze belemmerd worden: ditzou de correcte werking van de radar kunnenverstoren. Het is aan te raden om altijd tecontroleren of het gezichtsveld van de radar vrij isvoordat u gaat rijden. Dezelfde eis geldt voor elkewijziging van de voorkant van de Let opDe radar  een beperkt gezichtsveld entechnologische beperkingen waardoor het mogelijkis dat  voor de motor niet kunnen wordengedetecteerd.

In het algemeen kan de AdaptieveCruise Control-functie zich in bepaalde scenario'sanders gedragen dan de bestuurder zou verwachten.Bij wijze van voorbeeld worden enkele beperkingenvan het systeem opgesomd:●• het systeem is niet in staat stilstaande te detecteren, maar alleenbewegende  (zie paragraaf“stilstaande ●• het systeem is niet altijd in staat om voor de motor te detecteren als hetsnelheidsverschil tussen de motor en deze te groot is;●• het systeem  een beperkte capaciteit om te detecteren die zich dicht bij demotor bevinden, opzij bewegen of de rijstrookoprijden. Een  dat zich voor de op de rijstrook invoegt, kan alleendoor het systeem worden gedetecteerd als hetzich in het radarbeeld bevindt en door hetsysteem als een  wordtgeclassificeerd.

verwacht (bijv. abrupt remmen, te laat remmenof helemaal niet afremmen);●• het Adaptieve Cruise Control-systeem kanobjecten waarvan het de vorm niet correct kanidentificeren, zoals  of met veel licht op de grond (bijvoorbeeldvrachtwagens), met een hangende ofuitstekende lading, met een kleinedwarsdoorsnede of ongebruikelijke vormen, telaat of helemaal niet detecteren. In dergelijkegevallen is het mogelijk dat het systeem niet ofverkeerd ●het systeem kan geen voetgangers, fietsen endieren detecteren. Het systeem zou ookvoetgangers of fietsers of iemand die een stepberijdt of voetgangers die met de hand fietsenof steppen of dergelijke vervoeren, niet kunnendetecteren;●het systeem zou kunnen reageren (bijv.

Een dergelijkefoutieve uitlijning  een goede werkingvan het systeem of  de ervan (in dergelijke gevallen is het noodzakelijkom de uitlijning te laten controleren door eenerkende dealer). In geval van een ongeluk of alsde motor valt, is het raadzaam om de radar en de29.

positie ervan te laten controleren door eenerkende Ducati dealer.●het is mogelijk dat het Adaptieve Cruise Control-systeem niet of niet correct reageert in bepaaldesituaties in de omgeving en/of het verkeer,waarbij de radardetectie kan worden verstoordof vertraagd: dit kan leiden tot een onjuisteberekening van de afstanden tussen devoertuigen en bijgevolg tot onjuist gedrag vanhet Adaptieve Cruise Control systeem. In ditgeval moet het de bestuurder zijn die desnelheid van de motor aanpast aan de situatieen de omgeving.30

Gedrag in bochtenWanneer het Adaptieve Cruise Control-systeemvaststelt dat de motor schuinligt (bijvoorbeeld inbochten), kan het de snelheid van de motor om meer  te garanderen; dit wordtgedaan binnen de limieten van het systeem. Demate van afremming is afhankelijk van deschuinliggingshoek.Let opBij het ingaan of verlaten van een bocht kan de worden  of verstoord: hetsysteem kan zich op onverwachte manier gedragen,versnellen of afremmen.  zijn waarschijnlijker als de straal vande bocht smal of variabel is. Bijvoorbeeld, in eenbocht kan het  voor de motor buiten hetradarbereik komen: in een dergelijk geval kan deAdaptieve Cruise Control versnellen zonder dat debestuurder dit verwacht.

Bovendien kan deAdaptieve Cruise Control bij het nemen van bochtenreageren op een  dat zich in eenaangrenzende rijstrook bevindt, en daardoorafremmen. Het is altijd mogelijk om deze actie tevoorkomen of te stoppen door handmatigebediening van het gaspedaal van de Stilstaande De Adaptieve Cruise Control  alleenbewegende  Het is bijvoorbeeld in staatom een gedetecteerd  dat aan het stoppenis te herkennen en erop te reageren (zij het met deeerder genoemde limieten), maar het is niet in staatom  die op de weg geparkeerd staan of algestopt zijn te herkennen en erop te reageren (bijv. die in een rij staan vanwege het verkeer).In dit geval moet de bestuurder de motor afremmendoor middel van een correcte remmanoeuvre. In hetalgemeen  het systeem niet op stilstaandeFig 331

Let opZelfs wanneer de Adaptieve Cruise Controlactief is, blijft de bestuurder altijd verantwoordelijkvoor de naleving van de snelheidslimieten en, meerin het algemeen, van de verkeersregels die gelden inhet land waar hij zich bevindt, evenals voor de manierwaarop de motor wordt bestuurd.De iconen op het instrumentenpaneel informeren degebruiker over de huidige instelling en de status vanhet systeem.34

Inschakeling van de Adaptieve Cruise ControlDruk op de knop ON/OFF (C,Fig 4) om de AdaptieveCruise Control in te schakelen.Het opslaan van de snelheid en het activerenvan de instellingOm de huidige rijsnelheid van de motor alskruissnelheid op te slaan en de instelling teactiveren, drukt u op de knop “SET/-” (E,Fig 4) of“RES/+” (D, Fig 4). De opgeslagen snelheid wordtweergegeven in het hoofdicoon (F, Fig 5).Uitschakeling van de Adaptieve Cruise ControlDruk op de knop ON/OFF (C,Fig 4) om de AdaptieveCruise Control uit te schakelen. Het hoofdicoon(F,Fig 5) verdwijnt.Hoofdicoon (F,Fig 5)Het hoofdicoon van de Adaptieve Cruise Control kanzijn:●groen met een grijze snelheidsweergave: hetsysteem is ingeschakeld, maar desnelheidsregeling is niet actief.

Als er geensnelheid is opgeslagen, worden er streepjesgetoond, anders wordt de laatst opgeslagenkruissnelheid weergegeven;●groen met snelheidsweergave in groen: hetsysteem is ingeschakeld en de snelheidsregelingis actief;●geel: het systeem vraagt de bestuurder omonmiddellijk actie te ondernemen, bijvoorbeeldomdat het automatisch remmen niet voldoendeis om de juiste afstand tot de voorligger tebewaren (zie paragraaf “Verzoek om interventievan de bestuurder” hieronder);●rood: het systeem is in storing. Desnelheidsregeling is niet actief.Afstandsicoon (G,Fig 5)Aan de hand van het afstandsicoon kan wordenbepaald of het systeem de afstand van de motor toteen voorligger handhaaft. De vier "afstandsbalken"die door het icoon worden weergegeven, geven deingestelde afstand tot het voertuig voorop (zieparagraaf "afstandsinstelling") weer.

●groen zonder auto: het systeem is ingeschakelden de snelheidsregeling is actief. Er is geenvoertuig aan de voorzijde waargenomen. Deingestelde kruissnelheid wordt gehandhaafd.●groen met auto: het systeem is ingeschakeld ende snelheidsregeling is actief. Er is een voertuigaan de voorzijde waargenomen.

De AdaptieveCruise Control past de snelheid en afstand tot devoorligger aan en remt en versnelt automatisch(zij het met de hierboven vermelde limieten).●geel: het systeem vraagt de bestuurder omonmiddellijk actie te ondernemen, bijvoorbeeldomdat het automatisch remmen niet voldoendeis om de juiste afstand tot de voorligger tebewaren (zie paragraaf “Verzoek om interventievan de bestuurder” hieronder).OpmerkingenAls u de Adaptieve Cruise Control of hetcontact uitschakelt, wordt de opgeslagenkruissnelheid om veiligheidsredenen gewist.Wijziging van de kruissnelheidOm de snelheid te verhogen of te verlagen instappen van 1 km/h (of 1 mph, als de snelheid wordtuitgedrukt in mijl per uur), drukt u respectievelijk opde knop RES/+ (D,Fig 4) of SET/- (E,Fig 4) tot degewenste kruissnelheid.Om de snelheid snel te verhogen of te verlagen,drukt u respectievelijk op de knop RES/+ (D,Fig 4) ofSET/- (E,Fig 4) tot de gewenste kruissnelheid.36

Onderbreking van de snelheidsregeling tijdenshet rijdenU kunt de snelheidsregeling op de volgendemanieren onderbreken:●door handmatig te remmen;●door de gashendel naar voren te draaien tenopzichte van de losgelaten positie.Bovendien wordt de snelheidsregeling onderbrokenals een van de volgende gebeurtenissen zichvoordoet:●als de koppelingshendel lang wordt ingedrukt;●als neutraal wordt ingeschakeld;●als de 180 km/u (112 mph) wordt overschreden;●als tijdens het automatisch remmen de snelheidvan de functie-uitschakeling wordt bereikt.OpmerkingenDe deactiveringssnelheid is 5 km/u (ongeveer 3mph) lager dan de in de huidige versnellingtoegestane minimum kruissnelheid (zie tabel).Bijvoorbeeld, in de eerste versnelling is de minimaaltoegestane kruissnelheid 30 km/u (19 mph): dedeactiveringssnelheid van de Adaptieve CruiseControl is dus 25 km/u (15 mph).●in het geval van sterke schuinligging (meer dan50°) of langdurig ingrijpen van het ABS- ofkoppelregelsysteem (in dit geval worden depictogrammen van het Adaptieve Cruise Controltijdelijk geel om de bestuurder te waarschuwen).In een dergelijke situatie worden de kruissnelheid inhet hoofdpictogram en het afstandspictogram grijs.Als de werkingsvoorwaarden van het systeem zijngeverifieerd, kunt u de snelheidsregeling opnieuwactiveren door het indrukken van de knop RES/+(D,Fig 4) of SET/- (E,Fig 4).

Functie uitschakelen tijdens het rijdenHet Adaptieve Cruise Control wordt uitgeschakeldals het ABS wordt uitgeschakeld of op niveau 1 wordtgezet, of als de tractiecontrole of wheeliecontrolewordt gedeactiveerd. In een dergelijke situatieworden de pictogrammen een paar seconden geelen gaan ze vervolgens uit.OverrideU kunt handmatig versnellen tijdens het gebruik vande Adaptieve Cruise Control: in dit stadiumonderbreekt de Adaptieve Cruise Control desnelheidsregeling van de motor tijdelijk.

Als dezemanoeuvre wordt uitgevoerd terwijl u onder de 180km/u (112 mph) blijft, hervat de Adaptieve CruiseControl na het loslaten van het gaspedaal desnelheidsregeling uit zichzelf.Let opTijdens de override wordt de Adaptieve CruiseControl van de afstand tot het voertuig voor demotor tijdelijk gedeactiveerd ten gunste van dehandmatige bediening van de gashendel door debestuurder.De bestuurder blijft altijd verantwoordelijk voor denaleving van de snelheidslimieten en, meer in hetalgemeen, van de verkeersregels die gelden in hetland waar hij zich bevindt, evenals voor de manierwaarop de motor wordt bestuurd.38

Verzoek om interventie door bestuurderIn sommige situaties, ook als gevolg van de hiervoorbeschreven beperkingen, kan het Adaptieve CruiseControl-systeem vereisen dat de bestuurder ingrijpt,ook tijdens het remmen of accelereren als dat nodigis. Wanneer een dergelijk verzoek wordt gedaan,worden zowel het hoofdicoon (F) als hetafstandsicoon (G) geel.Dit kan in de volgende gevallen voorkomen:●als de Adaptieve Cruise Control niet op tijd remtof de afstand op een andere manier aanpast(bijvoorbeeld wanneer een  plotselinginvoegt op de rijstrook of wanneer hetgedetecteerde  veel langzamer rijdt danhet  van de bestuurder);●als ongeveer 8500 toeren per minuut wordtbereikt, stopt het systeem met accelereren.

Indeze situatie is het raadzaam om een hogereversnelling te gebruiken als derijomstandigheden dat toelaten;●als het  te laag is voor deingeschakelde versnelling, vereist de AdaptieveCruise Control dat de bestuurder ingrijpt. In dezesituatie is het raadzaam om over te schakelennaar een lagere versnelling als derijomstandigheden dat toelaten.OpmerkingenTijdens het accelereren of  van demotor is het mogelijk om met de DQS te schakelen.4123567 81012Air24°C100km/h90°C10:34pm4Gearrpm X1000 kmkmkm201725052.3Ducati Connect100km/h435kmkmkm201725052.3Adaptieve cruise controlTotaalBereikRit 1MuziekFGFig 639

Let opDe Adaptieve Cruise Control-functie niet dat het verzoek van de bestuurdertot handelen in elke situatie wordt uitgevoerd. Inbepaalde gevallen (bijv. plotseling remmen van het voor de motor, plotselinge wisseling vanrijstrook, manoeuvres van andere  om inte voegen op de rijstrook, enz.)  het systeemniet genoeg tijd om de motor af te remmen en het mogelijk niet of te laat: in dergelijkegevallen is het mogelijk dat het verzoek van debestuurder om actie te ondernemen niet ophetzelfde moment of in het geheel niet wordtafgeleverd. De bestuurder moet actief ingrijpen omaanrijdingen of andere gevaarlijke situaties tevoorkomen.

De bestuurder is altijd verantwoordelijkvoor de controle van het  het beoordelenvan de wegcondities, de omgevingscondities en derandomstandigheden.Assistentie bij het inhalenDe Adaptieve Cruise Control is voorzien vaninhaalassistentie, die beschikbaar is vanaf ongeveer65 km/u (40 mph). Bij het activeren van derichtingaanwijzer vergemakkelijkt het systeem hetinhalen door de aandacht van de sensor op deaangrenzende rijstrook te richten en, indienmogelijk, de acceleratie binnen bepaalde limieten teverhogen (afhankelijk van de ingesteldetargetkruissnelheid). De radar is in staat om derichting van het verkeer in te  Deinhaalassistentie gedraagt zich dienovereenkomstigen wordt alleen geactiveerd wanneer derichtingaanwijzer die overeenkomt met de toegestane inhaalzijde wordt bediend.

Let opElke keer dat het bedieningspaneel van demotor wordt ingeschakeld, heeft het systeem meerof minder tijd nodig (afhankelijk van het verkeer) omde richting van het verkeer te bepalen. Als gevolghiervan is het mogelijk dat er tijdens de eerste paarminuten van het rijden met de motor geenassistentie bij het inhalen beschikbaar is. Bovendienis het mogelijk dat er geen assistentie bij het inhalenbeschikbaar is bij druk tegenliggend verkeer.Deze functie (assistentie bij het inhalen) helpt debestuurder, maar ontslaat hem/haar op geen enkelemanier van zijn/haar verantwoordelijkheid om demotor en de weg voortdurend te controleren door dewegcondities, de omgevingsomstandigheden en derandvoorwaarden te beoordelen.

Door dewerkingslimieten van de radar is het mogelijk dat dedetectie van het soort weg niet altijd correct is,waardoor het mogelijk is dat het geassisteerdeinhaalsysteem zich niet altijd gedraagt zoalsverwacht.41

StoringenAls er fouten of storingen zijn, wordt het hoofdicoonrood (H). Als dit gebeurt, ga dan als volgt te werk:1. controleer of de voorste radar vuil of verstopt is.Als dat het geval is, maak hem dan voorzichtigschoon en/of verwijder eventuele verstoppingen.Schakel vervolgens het contact uit en weer in.OpmerkingenVoer deze handeling alleen uit als de motorstilstaat en in veilige omstandigheden;2. als het icoon van de Adaptieve Cruise Control naoperatie 1. rood is gebleven, neem dan contact opmet een erkende Ducati garage.4123567 81012Air24°C100km/h90°C10:34pm4Gearrpm X1000 kmkmkm201725052.3km/hDucati Connect435kmkmkm201725052.3Adaptieve cruise controlTotaalBereikRit 1MuziekHFig 742

AfstandsinstellingU kunt de afstand kiezen die de Adaptieve CruiseControl moet aanhouden ten opzichte van hetvoorliggende voertuig.Dit kan worden gedaan via het menu “AdaptieveCruise Control” of met de knoppen + (A,Fig 4) om deafstand te vergroten en – (B,Fig 4) om deze teverkleinen.●Selecteer het Interactive Menu (I) door dejoystick lang ingedrukt te houden op positie .●Selecteer via de joystick het item“Adaptieve Cruise Control” (L) en druk opENTER .4123567 81012Air24°C0km/h90°C10:34pmGearrpm X1000 kmkmkm201725052.3Ducati ConnectNDTCABSDWC335435kmkmkm201725052.3EBC1Adaptieve cruise controlTotaalBereikRit 1MuziekI LFig 8Fig 943

Het instrumentenpaneel geeft hetinstellingenscherm weer met de op dat momentingestelde afstand. Met de joystick kunt uscrollen en de 4 beschikbare snelheden selecteren.Bij dezelfde geselecteerde afstand, hoe hoger desnelheid van de motor, hoe groter de afstand. Deaangegeven afstanden zijn nominale waarden.Afhankelijk van de rijsituatie en het gedrag van hetvoorliggende voertuig kan de werkelijke afstandkleiner of groter zijn dan deze targetafstanden:●Dichtbij. Deze instelling komt overeen met eenafstand van ongeveer 22 meter (72 voet) bij eensnelheid van ongeveer 100 km/u (62 mph), ofeen tijdsafstand van ongeveer 0,8 seconden;●Gemiddeld. Deze instelling komt overeen meteen afstand van ongeveer 34 meter (112 voet) bijeen snelheid van ongeveer 100 km/u (62 mph),of een tijdsafstand van ongeveer 1,2 seconden;●Ver.

Let opHet is mogelijk dat in sommige landen hetniveau Dichtbij lager is dan de minimaleveiligheidsafstand die is toegestaan volgens degeldende verkeersregels in het land waar debestuurder zich bevindt. In het algemeen moet bij dekeuze van de afstand door de bestuurder rekeningworden gehouden met de toestand van de weg, deomgevingsomstandigheden en derandvoorwaarden (bv. nat wegdek, verminderd zicht,enz.), zodat de bestuurder te allen tijde kan ingrijpendoor de motor af te remmen tot deze stilstaat.

Debestuurder is altijd verantwoordelijk voor denaleving van de verkeersregels die gelden in het landwaar de bestuurder zich bevindt.Druk op ENTER om te bevestigen: hetinstrumentenpaneel verlaat vervolgens het schermvan de Adaptieve Cruise Control.OpmerkingenOm het scherm te verlaten zonder wijzigingenaan te brengen, drukt u kort of lang op de joystick inde positie .Wanneer de motor het voorliggende voertuignadert, remt het Adaptieve Cruise Control systeemaf om de snelheid van de motor aan te passen aandie van het voorliggende voertuig en past het deafstand aan. Als het voertuig voorin versnelt, zal deAdaptieve Cruise Control op zijn beurt versnellen totde ingestelde kruissnelheid.45

Dode hoek BSD (indien aanwezig)BelangrijkVoordat u de inhoud van dit hoofdstuk leest,dient u zorgvuldig te lezen wat er beschreven staat inhet hoofdstuk Deze functie is alleen aanwezig als het systeemDode hoek (BSD) op de  is geïnstalleerd. De bestuurder van een  is verantwoordelijkvoor het rijden en manoeuvreren, zelfs als erintelligente rijhulpsystemen (zoals BSD) in het aanwezig zijn, die altijd door de bestuurdermoeten worden gecontroleerd of gecorrigeerd. Adaptieve intelligente systemen, zoalsDodehoekdetectie, analyseren omringendesituaties en waarschuwen de bestuurder voorbepaalde gevaren, waarbij ze een logischevoorspelling doen van  die zichkunnen voordoen op basis van de informatie die zeverwerken.

Hun functie is niet om botsingen tevermijden, maar om informatie (visueel, akoestischof tastbaar) te verstrekken die door de bestuurderkan worden gebruikt om ze, indien mogelijk, tevoorkomen. De bestuurder mag daarom nietuitsluitend of op onredelijke wijze  op de"capaciteiten" van het systeem om deomstandigheden te begrijpen: de vorm vanbepaalde voorwerpen, hun oppervlak, hunstatische/dynamische positie en de manier waaropze zich in de visuele ruimte van de radar bevinden,46.

kunnen  leiden dat het systeem dezeomstandigheden niet begrijpt en kunnen leiden dat er aan de bestuurder onjuiste informatiewordt doorgegeven. Afleiding is de voornaamsteoorzaak van ongevallen. De bestuurder moet tijdenshet gebruik van de intelligente systemen van de inclusief dodehoekdetectie, de controleover de besturing houden en daarbij ook rekeninghouden met mogelijke fouten (valse indicaties) vandie systemen. De bestuurder moet ook rekeninghouden met mogelijke gevaren die wordenveroorzaakt door voorwerpen of onderwerpen in deomgeving, door voorzichtig te handelen. Bestuurders moeten voorzichtig zijn in hun gedrag,met name door het benaderen van andere het maken van bochten en het remmenaangepast aan de omstandigheden en hetvoorkomen van verkeerd of onvoorzichtig rijden dooranderen.

Elke verwijzing naar de snelheid van de  indit boekje, of het nu gaat om km/u of mijlen per uur,is vermeld en uitsluitend bedoeld als illustratie vande kenmerken en waarschuwingen over despecifieke prestaties van het dodehoekdetectie-systeem (BSD-systeem). De bestuurder van de is te allen tijde verantwoordelijk voor hetbesturen van het  binnen desnelheidslimieten die worden voorgeschreven doorde verkeersregels die van kracht zijn in het land waarhet  zich bevindt, en in ieder geval metvolledige inachtneming van de voorzichtigheid diewordt vereist door het type en de staat van de wegdie het  aflegt en deomgevingsomstandigheden waarin het zich bevindt. Dodehoekdetectie helpt de bestuurder om degebieden achter de motor in de gaten te houden enin het bijzonder de zogenaamde dode hoeken.

De dode hoek (dood in de zin vanniet te zien) is een gebied achter de bestuurderwaarin zich een  zou kunnen bevinden, datondanks het gebruik van de achteruitkijkspiegel nietzichtbaar is voor de bestuurder tijdens het rijden. Deze aanwezigheid vormt een ernstig gevaar voorzijdelingse botsingen als bijvoorbeeld eeninhaalmanoeuvre (of een zijdelingse beweging ofafremming) wordt uitgevoerd door de bestuurdervan de  terwijl dat  zich in de dodehoek bevond. De motor is uitgerust met twee radars:een voor en een achter. De BSD gebruikt informatievan de achterste radar. Het BSD-systeem47.

waarschuwt, binnen de limieten van het systeem zelf(met inbegrip van de technologische beperkingen,de zogenaamde functionele beperkingen van hetsysteem, zoals vermeld in de paragraaf "Functionelebeperkingen van het systeem"), de bestuurder voorde aanwezigheid of het naderen  in dedode hoek.De bestuurder wordt gewaarschuwd door deoplichting van speciale leds die boven deachteruitkijkspiegels zijn geplaatst. De led op delinker achteruitkijkspiegel  de linker dode hoekaan; de led op de rechter achteruitkijkspiegel de rechter dode hoek aan. Afhankelijk van de situatiekan de functie twee waarschuwingsniveaus bieden:informatie over de aanwezigheid van het (niveau 1) of een waarschuwing voor gevaar (niveau2).Let opDe BSD ondersteunt de bestuurder bij het op de  die komen, maar vervangtdeze niet.

De bestuurder moet altijd de controle overde  behouden, goed  voor hetverkeer en de omgeving van de  envoorzichtig en in overeenstemming met deverkeersregels die gelden in het land waar hij zichbevindt, rijden, zelfs wanneer de BSD actief is. Debestuurder  altijd de volledigeverantwoordelijkheid voor het rijden, inclusief hetveranderen van rijstrook en het manoeuvreren. HetBSD-systeem is bijzonder  voor gebruik opsnelwegen en in de stad.Het systeem werkt correct in de aanwezigheid vaneen lineaire rijstijl; het werkt niet of niet correct bijinhaalmanoeuvres tussen rijen  of bijslalom-manoeuvres (die slechts bij uitzonderingmoeten worden uitgevoerd om de bestuurder tebeschermen) tussen  In dergelijkegevallen kan het systeem zich onverwacht gedragenof onjuiste informatie verstrekken.48

OpmerkingenDe lichtsterkte van niveau 1 is lager dan delichtsterkte van niveau 2. Het is mogelijk om dehelderheid van de LED's op de achteruitkijkspiegelsaan te passen door middel van de functie “Dodehoek” in het menu “Instellingen” (zie paragraaf“Instellingen – Dode hoek”)Algemene informatieDe BSD is beschikbaar bij snelheden van meer dan25 km/h (15 mph). die de  naderen ofinhalen (1,Fig 12)Indien gedetecteerd en geclassificeerd als kritisch, het BSD-systeem  die de naderen of inhalen. Een  kanzelfs worden geïdentificeerd als het nog ver weg is.Hoe hoger de naderingssnelheid van het hoe sneller het systeem zijn aanwezigheid De beste signaalnauwkeurigheid wordtbereikt wanneer de relatieve snelheid van het dat de   minder dan 36km/h (20 mph) bedraagt.123Fig 1250

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ducati Multistrada V4 S (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden