Dolmar PE-254.4 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dolmar PE-254.4 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Snijmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Dolmar PE-254.4 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dolmar |
| Categorie: | Snijmachine |
| Model: | PE-254.4 |
Handleiding Dolmar PE-254.4 – volledige tekst
7915m(50FT)360VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAlgemene instructiesLees deze gebruiksaanwijzing om u bekend te maken met de juiste –manier van omgaan met het gereedschap. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen de kans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist hanteren. Het verdient aanbeveling het gereedschap uitsluitend uit te lenen aan –mensen die bewezen hebben ervaren te zijn. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. Onervaren gebruikers dienen de dealer te vragen om basisinstructies om –zichzelf bekend te maken met het omgaan met de grasrandsnijder. Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met het –gereedschap werken. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter het gereedschap gebruiken om te oefenen terwijl ze onder toezicht staan van een gekwaliceerde begeleider. Gebruik het gereedschap met de grootst mogelijke zorg en aandacht.
–Gebruik het gereedschap alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. –Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen. Gebruik dit gereedschap nooit na het gebruik van alcohol of drugs, of –wanneer u zich moe of ziek voelt. Denk eraan dat de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene –gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het gebruik van het gereedschap kan landelijk gereglementeerd zijn. –Bedoeld gebruik van het gereedschapDit gereedschap is uitsluitend bedoeld om de randen van het gazon bij te –snijden. Persoonlijke-veiligheidsuitrustingDe te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d. w. z. nauwsluitend –zonder te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnen verstrikt raken.
Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten –te voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgende veiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u werkt.
Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. U –moet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5 jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen. Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het –gezicht tegen rondvliegend afval en opspringende stenen. Draag tijdens het gebruik altijd een veiligheidsbril of een spatscherm om letsel aan de ogen te voorkomen. Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai en –gehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz. ). Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringende –stenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. Handschoenen (5) maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en –moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik.
Draag tijdens gebruik van het gereedschap altijd stevige schoenen (6) met –een antislipzool. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat u stevig staat. Het gereedschap startenControleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binnen een –werkbereik van 15 meter en let ook of er geen dieren in de werkomgeving zijn. Controleer voor gebruik altijd of het gereedschap veilig is om te gebruiken. –Controleer de bevestiging van het snijgarnituur, controleer of de gashendel gemakkelijk kan worden bediend, en controleer of de gashendelvergrendeling goed werkt. Het snijgarnituur mag niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bij –twijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepen schoon en droog zijn en test de werking van de aan-uitschakelaar. 15 meter.
80Rusten• Vervoeren• Brandstof bijvullen• Onderhoud• Onderdelen vervangen• 3 meterStart de motor uitsluitend volgens de instructies. Gebruik geen enkele andere –methode om de motor te starten. Gebruik het gereedschap uitsluitend voor de beschreven toepassingen. –Start de motor alleen nadat deze volledig is gemonteerd. Het gereedschap –mag uitsluitend worden gebruikt nadat alle toepasselijke toebehoren zijn gemonteerd. Controleer vóór het starten of het snijgarnituur geen contact maakt met –harde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz. , omdat tijdens het starten het snijgarnituur zal ronddraaien. De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enige –motorstoring. Als het snijgarnituur stenen of andere harde voorwerpen raakt, moet u de –motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.
Controleer het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren op –haarscheurtjes met de klopgeluidentest). Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert –u de conditie van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer het brandstofsysteem op brandstoekkage, en de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie. Houd tijdens gebruik het gereedschap altijd met twee handen vast. –Zorg er altijd voor dat u stevig staat. Gebruik het gereedschap zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat –de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een reukloos gas.
Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u het gereedschap –onbeheerd achterlaat, en leg hem op een veilige plaats om gevaar voor anderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen. Leg nooit een warme motor op droog gras of enige andere ontvlambare –materialen.
Controleer of een goedgekeurde beschermkap van het snijgarnituur is –aangebracht op het gereedschap voordat u de motor start. Anders kan door aanraking van het snijgarnituur ernstig letsel ontstaan. De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschap –zijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt. Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper. –Schakel de motor uit tijdens het vervoer. –Wanneer u het gereedschap vervoert, verwijdert u altijd het snijgarnituur. –Leg tijdens vervoer per auto het gereedschap op een veilige plaats om te –voorkomen dat er brandstof uit lekt. Wanneer u het gereedschap vervoert, moet u ervoor zorgen dat de –brandstoftank helemaal leeg is. Let erop dat bij het uitladen van het gereedschap uit de auto de motor –niet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan worden beschadigd.
Behalve in noodgevallen mag u het gereedschap nooit op de grond laten –vallen of weggooien omdat hierdoor het gereedschap zwaar beschadigd kan raken. Let erop dat u het hele gereedschap van de grond tilt wanneer u het –verplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoftank over de grond te slepen omdat dit tot beschadiging en lekkage zal leiden, waardoor brand kan worden veroorzaakt. Brandstof bijvullenSchakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd het –gereedschap uit de buurt van open vuur en rook niet. Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem de brandstofdampen –niet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt en reinigt. Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreiniging –te voorkomen (milieubescherming).
Kleed u onmiddellijk –om als brandstof op uw kleding is gemorst (om te voorkomen dat de kleding vlam vat). Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevig –kan worden aangedraaid en niet lekt. Draai de brandstofvuldop stevig vast. Verplaats het gereedschap voordat –u de motor start (minstens 3 meters afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. )Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelen –zich vlak boven de vloer (risico van explosie. )Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat de –opgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. Vul benzine bij voordat u de motor start. Verwijder nooit de brandstofvuldop –en vul nooit benzine bij terwijl de motor draait of wanneer de motor warm is.
81GebruiksmethodeGebruik het gereedschap alleen bij goed licht en zicht. Wees in de winter –bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs en sneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. Werk nooit boven heuphoogte. –Werk nooit vanaf een ladder. –Klim nooit in een boom om daar met het gereedschap te werken. –Werk nooit op een instabiele ondergrond. –Verwijder zand, stenen, nagels, enz. die u binnen uw werkbereik vindt. –Vreemde voorwerpen kunnen het snijgarnituur beschadigen en gevaarlijke terugslagen veroorzaken. Voordat u begint te werken, moet het snijgarnituur op maximaal toerental –draaien. Als gras of takken bekneld raken tussen het snijgarnituur en de –beschermkap, zet u altijd de motor uit voordat u ze verwijdert. Anders kan door onbedoeld draaien van het snijgarnituur ernstig letsel ontstaan.
Neem een pauze om te voorkomen dat u door vermoeidheid de controle –over het gereedschap verliest. Wij adviseren u ieder uur 10 tot 20 minuten te rusten. Zorg er op een helling altijd voor dat u stevig staat. –Loop rustig, nooit te snel. –Pas goed op als u achteruit loopt of de grasrandsnijder naar u toe trekt. –Controleer of het snijblad stilstaat voordat u een oppervlak oversteekt waar –geen gras groeit, en bij het vervoeren van de grasrandsnijder naar en van een te maaien gedeelte. Zet de motor uit elke keer wanneer u de grasrandsnijder achterlaat. –SnijgarniturenGebruik een geschikt snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. –Gebruik nooit verkeerde snijbladen, waaronder metalen meerdelige kettingen en vlegelmessen. Als u zich hier niet aan houdt, kan ernstig letsel ontstaan.
TrillingenPersonen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke –trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen.
Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “slapen” (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u een dokter. Om de kans op deze ‘witte-vingerziekte’ te verkleinen, houdt u uw handen –warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. OnderhoudsinstructiesLaat uw gereedschap onderhouden door ons erkende servicecentrum dat –altijd uitsluitend gebruikmaakt van originele vervangingsonderdelen. Onjuiste reparatie en slecht onderhoud kan de levensduur van het gereedschap verkorten en de kans op ongevallen vergroten. De toestand van het gereedschap, met name van het snijgarnituur en de –veiligheidsuitrusting, moeten worden gecontroleerd voor aanvang van de werkzaamheden.
Zet de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u het snijgarnituur –vervangt of reinigt. Als de brandstoftank moet worden geleegd, doet u dit in de open lucht. –.
82Probeer nooit beschadigde snijgarnituren recht te trekken of te lassen. Denk aan het milieu. Vermijd onnodig gebruik van de gashendel zodat minder –uitlaatgassen en geluid worden geproduceerd. Stel de carburateur goed af. Maak het gereedschap regelmatig schoon en controleer of alle bouten en –moeren stevig zijn vastgedraaid. Onderhoud of bewaar het gereedschap niet in de buurt van open vuur. –Bewaar het gereedschap altijd in een afgesloten ruimte en met een lege –brandstoftank. Wanneer u het gereedschap reinigt, onderhoudt of opbergt, verwijdert u altijd –het snijgarnituur. Volg de relevante instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de betreffende beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven. Breng geen wijzigingen aan het gereedschap aan, omdat hiermee uw veiligheid gevaar loopt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alle andere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires die zijn vervaardigd en geleverd door DOLMAR. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen. DOLMAR aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurde snijgarnituren, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituren of accessoires. EHBOZorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar gezaagd wordt om eerste hulp te kunnen bieden bij eventuele ongevallen. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen.
Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept:Plaats van het ongeval –Beschrijving van het ongeval –Aantal gewonden –Soort letsels –Uw naam –Alleen voor Europese landenEU-verklaring van conformiteitOndergetekende, Rainer Bergfeld, als erkende vertegenwoordigers van Dolmar GmbH, verklaart dat de DOLMAR-machine(s):Aanduiding van de machine: BenzinegrasrandsnijderModelnr. /Type: PE-254. 4Technische gegevens: zie de tabel “TECHNISCHE GEGEVENS”. in serie zijn geproduceerd enVoldoen aan de volgende Europese richtlijnen:2000/14/EG en 2006/42/EGEn zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerd documenten:EN ISO 11789De technische documentatie wordt bewaard door:Dolmar GmbH,Jenfelder Straße 38, Abteilung FZ, D-22045 HamburgDe conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door Richtlijn 2000/14/EG was in Overeenstemming met annex V.
85LET OP: Draag altijd handschoenen wanneer u het snijblad hanteert.Draai de ontvangerring (2) zodat het gat in de ontvangerring is uitgelijnd met –het gat in het tandwielhuis.Steek de inbussleutel (1) door het gat. Zorg ervoor dat de ontvangerring niet –draait. Houd de inbussleutel vast en draai de moer (5) rechtsom met behulp van een –dopsleutel. Verwijder de moer en de klembus (4). –Plaats het snijblad (3). –Zet de klembus en de moer terug. –Houd de inbussleutel vast, draai de moer linksom om het snijblad vast te –zetten. Om het snijblad te verwijderen, voert u de bovenstaande stappen in –omgekeerde volgorde uit. Opmerking: De bevestigingsmoer van het snijblad (met veerring) verslijt na verloop van tijd. Als u slijtage of vervorming van de moer opmerkt, moet u deze vervangen.
(1)(2)(3)(4)(5)HET SNIJBLAD MONTERENLET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinegrasrandsnijder, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougie aftrekken. Draag altijd veiligheidshandschoenen!Zorg ervoor dat u de handgreep tussen de pijlmarkeringen (1) monteert. –(1)(1)MotorDE HANDGREEP MONTERENMonteer de schacht en het tandwielhuis als volgt:1. Verwijder de dop (1) vanaf de schacht (2).2. Draai de bout (3) los. Verwijder de bout (4).3. Steek de schacht in het tandwielhuis. Als het insteken moeilijk gaat, draait u de as (5) een stukje.4. Lijn het gat in de schacht uit met het gat voor de bout (4).5. Draai de bout (4) eerst vast en draai daarna de bout (3) vast.(4)(5)(3)(1)(2)DE SCHACHT EN HET TANDWIELHUIS MONTEREN
86Controleren en bijvullen van de motorolieVoer de volgende procedure uit bij koude motor. –Plaats de motor horizontaal, draai de olievuldop eraf (zie afb. 1) en controleer of het oliepeil tussen de inwendige randen voor de boven- en –ondergrens van de oliebuis staat (zie afb. 2). Vul motorolie bij tot aan de markering van de bovengrens als er te weinig motorolie in zit (het oliepeil is dicht bij de ondergrens) (zie afb. 3). –Het gebied tussen de markeringen op de buitenkant is doorzichtig zodat het oliepeil van buitenaf kan worden gecontroleerd zonder de –olievuldop eraf te hoeven draaien. Echter, wanneer de oliebuis erg vuil is geworden, kan deze ondoorzichtig zijn en moet het oliepeil worden gecontroleerd aan de hand van de inwendige randen binnenin de oliebuis. Ter informatie, na ongeveer iedere 10 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (10 keer of 10 tanks met bijgevulde olie).
– Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe. (Raadpleeg pagina 91 voor informatie over de verversingsinterval en verversingsprocedure. )Aanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s)Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 literOpmerking: Als de motor niet horizontaal wordt gehouden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel olie worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste markering wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Tip 1 bij het verversen van de olie: “Oliepeilstok” Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de oliepeilstok eruit. –Zorg ervoor dat geen zand of stof op de oliepeilstok komt.
Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de oliepeilstok kleeft leiden –tot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan. Afb. 1Afb. 2 Oliebuis Afb. 3VÓÓR HET BEGIN VAN HET WERK(1) Houd de motor horizontaal en draai de olievuldop eraf.
(2) Vul motorolie bij tot aan de bovengrens. (zie afb. 3) Gebruik voor het bijvullen een oliees. (3) Draai de olievuldop stevig vast. Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruit lekken. OlievuldopOiebuisInwendige rand (bovengrens)Markering op buitenkant (ondergrens)Inwendige rand (ondergrens)Markering op buitenkant (bovengrens)MotorolieVul motorolie bij tot aan de inwendige rand (bovengrens). Het gedeelte tussen de markeringen op de buitenkant voor de boven- en ondergrens is doorzichtig zodat u van buitenaf kunt controleren of het oliepeil tussen de markeringen staat.
87BRANDSTOF BIJVULLENOmgaan met brandstofHet is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Het bijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen in en houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog, waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijft irriteren, raadpleegt u een dokter. Vul geen brandstof bij in de schemering of op instabiele plaatsen.
Bewaartermijn van brandstofBrandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan op een goed geventileerde plaats in de schaduw. Als geen speciale jerrycan wordt gebruikt, of als de brandstof in een open bak wordt bewaard, kan de brandstof binnen één dag verslechteren. Brandstof bijvullenWAARSCHUWING: Schakel de motor uit alvorens brandstof bij te vullen, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet. Gebruikte benzine: Loodvrije benzine voor auto’s met een octaangehalte van 87 of hoger. Niet meer dan 10% alcohol (E-10). 1) Draai de brandstofvuldop (1) een klein stukje los om te voorkomen dat brandstof wordt gemorst. 2) Draai de brandstofvuldop eraf. En kantel de motor zodat de vulopening van de brandstoftank omhoog is gericht. 3) Vul voorzichtig brandstof bij terwijl de lucht ontsnapt uit de brandstoftank (2).
(Vul geen brandstof bij tot boven de bovengrens (3) van het brandstofpeil. )4) Veeg rondom de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen dat vreemde stoffen in de brandstoftank terecht komen. 5) Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer stevig vast. Als enige onvolkomenheid of schade aan de brandstofvuldop wordt • geconstateerd, moet deze worden vervangen.
De brandstofvuldop is na verloop van tijd versleten. Vervang de • brandstofvuldop iedere twee of drie jaar. (1)(3)(2)BrandstofDe motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend loodvrije benzine voor auto’s met een octaangehalte van 87 of hoger ((R+M)/2). De benzine mag niet meer dan 10% alcohol (E-10) bevatten. Tip 2 bij het verversen van de olie: “Olielekkage”Als olie eruit lekt tussen de brandstoftank en het motorblok, wordt de olie via de koelluchtinlaatopening naar binnen gezogen waardoor –de motor verontreinigd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint. OPSLAG VAN HET GEREEDSCHAP EN DE JERRYCANBewaar het gereedschap en de jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht. –Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto. –Tips voor het omgaan met brandstofGebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit.
Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden. –Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten. –OpmerkingVervers de olie niet met de motor in een gekantelde positie. • Als olie wordt bijgevuld terwijl de motor is gekanteld, kan te veel olie worden bijgevuld waardoor verontreiniging en/of witte rook wordt • veroorzaakt.
88Alvorens de grasranden te snijden, giet u er water op om de grond zacht te –maken en het snijden van de grasranden te vergemakkelijken.Alvorens de grasranden te snijden, controleert u het werkgebied en verwijdert –u alle obstakels die geraakt en weggeworpen kunnen worden.Probeer de grasranden regelmatig te snijden om het gemakkelijker te maken –een strakke grasrand te houden, en om te voorkomen dat u vaker dan één keer erlangs moet om de grasrand eraf te snijden.Opmerking:De snijbladdiepte moet mogelijk worden versteld, afhankelijk van het hoogteverschil tussen de verharding en de bovenkant van het gras.Stel de diepte waarmee het snijblad in de grond snijdt in om een gave snede –tussen de verharding en het gazon te krijgen bij een minimale snijbladdiepte, waarbij het snijblad doorgaans de grond 13 mm diep binnendringt.De snijbladdiepte instellen Draai de moer op de wielas los.
–Verplaats het wiel en stel de hoogte af overeenkomstig de werkzaamheden, –en draai vervolgens de moer weer vast. CORRECT OMGAAN MET HET GEREEDSCHAPLET OP:Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie!STARTENHoud ten minste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de benzinegrasrandsnijder op een schoon stuk grond en zorg ervoor dat het snijgarnituur de grond of andere voorwerpen niet raakt.A: Startprocedure bij koude motor1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond.2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand BEDRIJF.BEDRIJFTIPS VOOR GEBRUIK EN PROCEDURE VOOR STOPPENSTOP(1)3) Brandstofhandpomp Blijf op de brandstofhandpomp (2) drukken tot de brandstof in de brandstofhandpomp stroomt.
(Over het algemeen stroomt de brandstof in de brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer drukken.) Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschot aan brandstof terug naar de brandstoftank.(2)
89Opmerking: In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep om overtollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog. Voorzichtig tijdens gebruik:Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot 10. 000 toeren min-1 of meer. Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en op een toerental van 6. 000 tot 8. 500 toeren min-1. 4) Trekstartinrichting Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek er vervolgens krachtig aan. Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan de trekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten.
• LET OP: Wanneer een dreun (geluid van een explosie) wordt gehoord en de motor afslaat, of de zojuist gestarte motor afslaat voordat de chokehendel wordt bediend, zet u de chokehendel terug in de stand OPEN, en trekt u weer enkele keren aan de trekstarthandgreep om de motor te starten. LET OP: Als de chokehendel in de stand DICHT blijft staan en alleen enkele keren aan de trekstarthandgreep wordt getrokken, wordt te veel brandstof aangezogen en zal de motor moeilijk te starten zijn. OPENDICHT.
90HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLENAls het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef (1) op de carburateur.HET LAAG TOERENTAL CONTROLERENStel het laag toerental af op 3.000 toeren min –-1. Als het nodig is het toerental af te stellen, draait u de stelschroef met een kruiskopschroevendraaier.Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. –Draai de stelschroef linksom om het motortoerental te verlagen.De carburateur is over het algemeen goed afgesteld vóór aevering aan de –klant.
Mocht het toch nodig zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.(1)STOPPEN1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental is afgenomen, duw de stopschakelaar (1) naar de stand STOP om de motor uit te schakelen.2) Bedenk dat het snijgarnituur wellicht niet onmiddellijk stopt en laat het volledig uitdraaien.BEDIENING VAN DE GASHENDELDe handgreep is uitgerust met een uit-vergrendelhendel (1) om per ongeluk starten te voorkomen. Om de gashendel (2) te kunnen inknijpen, pakt u de handgreep vast zodat de uit-vergrendelhendel wordt ingeknepen (en de uit-vergrendeling wordt opgeheven).Het toerental van de motor neemt toe wanneer u de gashendel inknijpt. De motor draait stationair wanneer u de gashendel loslaat.(1)(2)STOP(1)(2)
91LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinegrasrandsnijder, moet u altijd de motor uitzetten en de bougiekap van de bougie aftrekken (zie “De bougie controleren”). Draag altijd veiligheidshandschoenen. Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. Dagelijkse controle en onderhoudControleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let vooral op of het snijblad of het snijblad stevig is –bevestigd. Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. –Maak deze plaatsen zo nodig schoon. Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik: –• Reinig de buitenkant van de benzinegrasrandsnijder en inspecteer op beschadigingen. • Maak het luchtlter schoon.
Als onder extreem stofge omstandigheden wordt gewerkt, moet het lter meerdere keren per dag worden gereinigd. • Controleer het snijblad of de nylondraad-snijkop op beschadigingen en controleer of deze stevig bevestigd is. • Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het snijgarnituur stilstaat wanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental). In het geval het gereedschap bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel, de gashendel, en de vergrendelingsknop. –ONDERHOUDSINSTRUCTIESMOTOROLIE VERVERSEN Verslechterde motorolie verkort sterk de levensduur van de draaiende delen van de motor. Controleer het verversingsinterval en de bijvulhoeveelheid.
Alvorens de motorolie te verversen, controleert u op de motor zelf en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit niet doet, bestaat de kans op verbranding. Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste markering wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rook vrijkomt. Verversingsinterval: In eerste instantie na 20 bedrijfsuren en daarna iedere 50 bedrijfsurenAanbevolen olie: SAE 10W-30 olie van API-classicatie, SF-klasse of beter (4-taktmotorolie voor auto’s)Volg de onderstaande procedure om de motorolie te verversen. 1) Controleer of de brandstofvuldop (1) stevig vastgedraaid is. 2) Plaats een grote opvangbak (pan, enz. ) onder het aftapgat (3). (1)(2)(2)3) Verwijder de aftapbout (5) en draai daarna de olievuldop (2) eraf om de motorolie af te tappen uit het aftapgat.
Wees hierbij voorzichtig de pakkingring (4) van de aftapbout niet kwijt te raken en de verwijderde onderdelen niet vuil te maken. 4) Nadat de motorolie is afgetapt, draait u de aftapbout met daarop de pakkingring stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken. * Gebruik een poetsdoek om de motorolie die aan de aftapbout en het gereedschap zit volledig af te vegen. (5)(4)(3)Alternatieve methode voor het aftappen van de motorolieDraai de olievuldop eraf en kantel de benzinegrasrandsnijder zodat dat de olievulopening onder zit. Vang de motorolie op in een opvangbak.
92HET LUCHTFILTER REINIGENWAARSCHUWING: Schakel de motor uit, blijf uit de buurt van open vuur en rook niet. Controle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)Zet met de chokehendel (4) de choke helemaal dicht en houd de carburateur –vrij van stof of vuil. Draai de bevestigingsbout (7) los. –Verwijder de luchtlterkap (1) door aan de onderkant te trekken. –Verwijder de luchtlterelementen (2) (6) en tik ertegen om het vuil te –verwijderen. Als de lterelementen zwaar verontreinigd zijn: –Verwijder de luchtlterelementen, dompel ze in warm water of in een oplossing van een mild schoonmaakmiddel in water, en droog ze grondig. Knijp ze niet uit en wrijf er niet over tijdens het wassen. Alvorens de luchtlterelementen terug te plaatsen, moeten deze volledig –droog zijn. Als de luchtlterelementen onvoldoende droog worden teruggeplaatst, kan dat leiden tot moeilijk starten.
Veeg olie die rondom de luchtlterkap en de ontluchting (5) zit af met een –poetsdoek. Plaats het lterelement (spons) (2) in het lterelement (vilt) (6). –Plaats de lterelementen zodanig tegen de achterplaat (3) dat de spons naar de luchtlterkap wijst. Plaats de luchtlterkap onmiddellijk terug en zet hem vast met de –bevestigingsbouten. (Plaats bij het monteren eerst de bovenrand en daarna de onderrand. )(3)(2)(1)(7)(6)(5)TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIEGooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd u –bij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met een erkend servicecentrum. Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt. Controleer en ververs de olie regelmatig (ververs de olie iedere 6 maanden).
Vervuilde –luchtlterelementen verlagen het motorvermogen en bemoeilijken het starten van de motor. Verwijder de olie op de luchtlterelementen. Als u blijft doorwerken terwijl de luchtlterelementen vervuild zijn met olie, kan de olie –buiten het luchtlter terechtkomen en tot milieuverontreiniging leiden. Plaats de luchtlterelementen niet op de grond of op een vieze plaats. Er kan dan vuil of afval aan blijven plakken waardoor de motor –kan worden beschadigd. Gebruik nooit brandstof om de luchtlterelementen te reinigen. Ze kunnen door de brandstof worden beschadigd. –5) Plaats de motor horizontaal en vul geleidelijk nieuwe motorolie bij tot aan de markering (6) van de bovengrens. 6) Draai na het bijvullen de olievuldop stevig vast, zodat deze niet kan losraken en gaan lekken. Als de olievuldop niet stevig wordt vastgedraaid, kan deze gaan lekken.
93(1)(2)HET BRANDSTOFFILTER REINIGENWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren)Zuigkop in brandstoftankControleer het brandstoflter (1) regelmatig. Om het brandstoflter te controleren, volgt u de onderstaande stappen:(1) Verwijder de brandstoftankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoftank leeg is. Controleer de binnenkant van de brandstoftank op eventuele vreemde stoffen. Als u iets vindt, verwijdert u dit. (2) Gebruik een draadhaak om de zuigkop uit de brandstofvulopening te trekken. (3) Als het brandstoflter enigszins verstopt is, reinigt u het. Om het te reinigen, schudt u het en tikt u ertegen in de brandstof. Om beschadiging te voorkomen, knijpt u het niet uit en wrijft u er niet over.
De brandstof die is gebruikt voor het reinigen moet worden weggegooid volgens de methode aangegeven in de regelgeving van uw land. Als het brandstoflter hard of ernstig verstopt is, vervangt u het. (4) Na het controleren, reinigen of vervangen, steekt u het brandstoflter op de brandstofslang (2) en zet u hem vast met behulp van de slangklem (3). Duw het brandstoflter helemaal naar de bodem van de brandstoftank. Een verstopt of beschadigd brandstoflter kan leiden tot onvoldoende brandstoftoevoer en minder motorvermogen. Vervang het brandstoflter ten minste iedere drie maanden om verzekerd te zijn van een goede brandstoftoevoer naar de carburateur.
–Controleer op brandstof- en olielekkage. –Controleer of de brandstofvuldop en olievuldop goed vastgedraaid zijn. –Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik. –DE ONDERDELEN REINIGENHoud de motor altijd schoon. –Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil. Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van de –zuiger. DE AFDICHTINGEN EN PAKKINGEN VERVANGENNadat de motor uit elkaar is gehaald, moeten bij het weer in elkaar zetten altijd de afdichtingen en pakkingen worden vervangen door nieuwe. Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door erkende servicecentra. 0,7 mm t/m 0,8 mm(0,028” - 0,032”)DE BOUGIE CONTROLERENGebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of te –monteren.
De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm –(0,028” - 0,032”) bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u deze aanpassen. Als de elektroden van de bougie verstopt of vervuild zijn, moet u deze grondig schoonmaken of de bougie vervangen. LET OP: Raak de bougiekap nooit aan terwijl de motor draait (gevaar van elektrische schok door hoogspanning). HET TANDWIELHUIS SMERENBreng elke 30 uren smeervet (Shell Alvania 3 of gelijkwaardig) aan in het –tandwielhuis (1) via de smeeropening (2). (Origineel DOLMAR-smeervet kan worden aangeschaft bij uw DOLMAR-dealer. )(1)(2)(3)(1).
94WAARSCHUWING: Controleer of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappen van de brandstof. De motor is nog heet vlak nadat deze is uitgezet. Wacht tot hij is afgekoeld omdat anders brandwonden of brand kunnen ontstaan. Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, voert u de volgende handelingen uit:Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburateur aan de hand van de –volgende procedure:1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap alle brandstof af. Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank, verwijdert u deze volledig. 2) Trek met behulp van een draadhaak het brandstoflter uit de brandstofvulopening. 3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof daaruit en in de brandstoftank stroomt. 4) Plaats het brandstoflter terug in de brandstoftank en draai de brandstofvuldop stevig vast.
5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat. Verwijder het snijgarnituur. –Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat in –de cilinder. Trek voorzichtig aan de trekstarthandgreep zodat de motorolie zich door de –motor verspreidt, en monteer daarna de bougie weer. Algemeen gesproken dient het gereedschap horizontaal te worden –opgeborgen, of in het geval dit niet mogelijk is, bergt u het gereedschap zodanig op dat de motor lager geplaatst is dan het snijgarnituur. Anders kan motorolie van binnenuit lekken. Let goed op hoe het gereedschap wordt opgeborgen om te voorkomen dat het gereedschap valt. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot persoonlijk letsel. Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goed –geventileerde plaats in de schaduw.
Brandstof aftappenVochtOPSLAGAandachtspunt na langdurige opslagAlvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de motorolie worden ververst (zie “MOTOROLIE VERVERSEN”). –De olie verslechtert terwijl het gereedschap niet in gebruik is.
Probleem Systeem Waarneming OorzaakMotor start niet of moeilijk Ontstekingssysteem Ontstekingsvonk OK Fout in brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defectGeen ontstekingsvonk aanwezigStopschakelaar is ingeschakeld, bedradingsfout of kortsluiting, bougie of bougiekap is defect, ontstekingsmodule is defectBrandstoftoevoersysteem Brandstoftank is vol Onjuiste stand van chokehendel, carburateur is defect, brandstoeiding is geknikt of verstopt, brandstof is vuilCompressie Geen compressie bij aantrekkenCilindervoetpakking is defect, krukasafdichtingen zijn beschadigd, cilinder of zuigerveren zijn defect, of slechte afdichting van bougieMechanisch defect Starter grijpt niet aan Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motorProblemen bij starten van warme motorBrandstoftank is vol, ontstekingsvonk is aanwezigCarburateur is vervuild. Laat deze schoonmaken.
95*1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.*2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.*3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburateur op te gebruiken.GebruikstijdItemVoor gebruikNa smerenDagelijks(10 uur)30 uur 50 uur 200 uurLangdurigeopslagZie paginaMotorolieInspecteren86Vervangen.*191Vastdraaien(bouten, moeren, enz.)Inspecteren93BrandstoftankReinigen/inspecteren—Brandstof aftappen*394GashendelWerking controleren—StopschakelaarWerking controleren90Snijblad Inspecteren85Laag toerentalInspecteren/afstellen90Luchtlter Reinigen.92Bougie Inspecteren93KoelluchtinlaatkanaalReinigen/inspecteren93BrandstoeidingInspecteren93Vervangen.*2—Smeervet in tandwielhuis Bijvullen93BrandstoflterReinigen/vervangen93Afstand tussen luchtinlaatklep en luchtuitlaatklepAfstellen.*2—Motor reviseren*2—CarburateurBrandstof aftappen*394
96PROBLEMEN OPLOSSENAlvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleer u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer. Probleemomschrijving Mogelijke oorzaak (storing) OplossingMotor start niet. De brandstofhandpomp werd niet ingedrukt. Druk deze 7 tot 10 keer in. Te zwak trekken aan de trekstarthandgreep. Trek krachtig. Gebrek aan brandstof. Vul brandstof bij. Verstopt brandstoflter. Reinigen. Verbogen brandstoeiding. Repareer de brandstoeiding. Verslechterde brandstof. Verslechterde brandstof bemoeilijkt het starten. Vervang de brandstof door nieuwe.
(Aanbevolen vervangingsinterval: 1 maand. )Buitensporige toevoer van brandstof. Verander de stand van de gashendel van middelhoog toerental naar hoog toerental en trek aan de trekstarthandgreep tot de motor start. Nadat de motor is gestart, begint het snijblad te draaien. Let goed op het snijblad. Als de motor nog steeds niet start, draait u de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie weer. Start vervolgens zoals beschreven. Bougiekap ligt eraf. Bevestig stevig. Vervuilde bougie. Reinigen. Verkeerde elektrodenafstand van bougie. Stel de elektrodenafstand af. Ander probleem met de bougie. Vervangen. Probleem met de carburateur. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Trekstarthandgreep kan niet worden uitgetrokken. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Probleem met aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud.
Verstopt brandstoflter. Reinigen of vervangen. Vervuild of verstopt luchtlter. Reinigen. Probleem met de carburateur. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Probleem met aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Snijblad draait niet. Bevestigingsmoer van snijblad zit los. Draai goed vast. Takjes rond snijblad gewikkeld of verstoppen beschermkap. Verwijder vreemde voorwerpen. Probleem met aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Motorblok trilt abnormaal sterk. Snijblad is gebroken, verbogen of versleten. Vervang het snijblad. Bevestigingsmoer van snijblad zit los. Draai goed vast. Probleem met aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud. Snijblad stopt niet onmiddellijk. Hoog stationair toerental. Afstellen. Gaskabel losgeraakt. Bevestig stevig. Probleem met aandrijving. Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dolmar PE-254.4 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Snijmachine Dolmar
Handleiding Snijmachine
Nieuwste handleidingen voor Snijmachine