Dolmar MS-335.4U Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Dolmar MS-335.4U (51 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 100 mensen. Heb je een vraag over Dolmar MS-335.4U of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Dolmar |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | MS-335.4U |
Handleiding Dolmar MS-335.4U – volledige tekst
95Hartelijk dank voor uw aankoop van deze benzinebosmaaier van DOLMAR. Met trots bevelen wij u deze benzinebosmaaier van DOLMAR van harte aan alsresultaat van een langdurig ontwikkelingsprogramma en jarenlange kennis enervaring. Lees deze handleiding met daarin nauwkeurige beschrijvingen van de diversepunten die zijn hoogstaande prestaties demonstreren. Hierdoor bent u in staatde best mogelijke resultaten te behalen die de benzinebosmaaier van DOLMARu kan bieden. Besteed bijzondere zorg en aandacht. Lees de gebruiksaanwijzing envolg de waarschuwingen enveiligheidsvoorzorgsmaatregelen op. Verboden. Verboden te roken. Geen open vuur. Veiligheidshandschoenen vereist. Houd mensen en huisdieren weg van hetwerkgebied. Draag een veiligheidshelm, oog- en oorbescherming. Motor handmatig startenToegestaan maximumtoerentalNoodstopAAN/STARTUIT/STOPGevaar voor rondvliegende voorwerpen. Houd afstand.
Terugslag. RecyclenBrandstof (benzine)EHBOLet op de volgende symbolen wanneer u de gebruiksaanwijzing leest. NederlandsDraag stevige laarzen met antislipzolen. Veiligheidslaarzen met stalen neuzen zijnaanbevolen. Inhoud PaginaSymbolen. 95Veiligheidsinstructies. 96Technische gegevens. 100Namen van onderdelen. 101De handgreep monteren. 102De beschermkap monteren. 103Het snijgarnituur monteren. 104Vóór het begin van het werk. 105Correcte hantering. 107Tips voor gebruik en procedure voor stoppen. 107Het snijgarnituur slijpen. 109Onderhoudsinstructies. 111Opslag. 115.
96Algemene instructies– Voor een correcte gebruik dient de gebruiker deze gebruiksaanwijzing telezen om zichzelf bekend te maken met de juiste manier van omgaan met debenzinebosmaaier. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, lopen dekans zichzelf en anderen in gevaar te brengen als gevolg van onjuist omgaanmet de benzinebosmaaier. – Het verdient aanbeveling de benzinebosmaaier uitsluitend uit te lenenaan mensen die bewezen hebben ervaren te zijn met het gebruik van eenbenzinebosmaaier. Geef altijd de gebruiksaanwijzing mee. – Allereerst dienen gebruikers de dealer te vragen om basisinstructies omzichzelf bekend te maken met het omgaan met een motoraangedrevenmaaier. – Laat geen kinderen of jonge mensen die jonger zijn dan 18 jaar met debenzinebosmaaier werken.
Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echterhet gereedschap gebruiken om te oefenen, maar alleen onder toezicht van– Gebruik de benzinebosmaaiers met de hoogst mogelijke zorg en aandacht. – Gebruik de benzinebosmaaier alleen als u in goede lichamelijke conditiebent. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk tenopzichte van anderen. – Gebruik nooit de benzinebosmaaier nadat u alcohol of geneesmiddelen hebtgebruikt of als u zich moe of ziek voelt. Bedoeld gebruik van het gereedschap– De benzinebosmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras, onkruid,struiken en ondergroei. Hij mag niet worden gebruikt voor andere doeleindenzoals het snoeien van heggen en hagen, anders kan dit letsels veroorzaken. Persoonlijke-veiligheidsuitrusting– De te dragen kleding dient functioneel en geschikt te zijn, d. w. z. nauwsluitendzonder te hinderen.
Draag geen juwelen of kleding die in de struiken kunnenverstrikt raken. – Om tijdens het gebruik letsels aan hoofd, ogen, handen of voetente voorkomen en uw gehoor te beschermen, moeten de volgendeveiligheidsuitrusting en beschermende kleding worden gebruikt terwijl u metde benzinebosmaaier werkt.
– Draag altijd een helm wanneer het risico bestaat op vallende objecten. Umoet de veiligheidshelm (1) regelmatig controleren op schade en uiterlijk na 5jaar worden vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen. – Het spatscherm (2) van de helm (of de veiligheidsbril) beschermt het gezichttegen rondvliegend afval en stenen. Draag altijd een veiligheidsbril of eenspatscherm wanneer u de benzinebosmaaier gebruikt om oogletsel tevoorkomen. – Draag geschikte uitrusting om u te beschermen tegen het lawaai engehoorbeschadiging te voorkomen (oorbeschermers (3), oordopjes, enz. ). – Een werkoverall (4) beschermt tegen rondvliegend afval en opspringendestenen. Wij raden u sterk aan een werkoverall te dragen. – Speciale handschoenen (5) van dik leer maken deel uit van devoorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens hetgebruik van de benzinebosmaaier.
– Draag altijd stevige schoenen (6) met een antislipzool wanneer u debenzinebosmaaier gebruikt. Dit beschermt u tegen letsel en garandeert dat ustevig staat. De benzinebosmaaier starten– Controleer of er geen kinderen of andere mensen aanwezig zijn binneneen werkbereik van 15 meter (50 feet) en let ook of er geen dieren in dewerkomgeving zijn. – Controleer vóór het gebruik altijd of de benzinebosmaaier veilig is voorgebruik:Controleer de bevestiging van de snijgarnituur, controleer of de gashendelgemakkelijk kan worden bediend, en controleer of de uit-vergrendelhendelgoed werkt. – Het snijgarnituur mag niet draaien bij stationair motortoerental. Neem bijtwijfel contact op met uw dealer voor afstelling. Controleer of de handgrepenschoon en droog zijn en test de werking van de stopschakelaar. 15 meterSchematischevoorstelling.
97Start de benzinebosmaaier alleen in overeenstemming met de instructies. – Gebruik geen enkele andere methode om de motor te starten. – Gebruik de benzinebosmaaier en de gereedschappen uitsluitend voor debeschreven toepassingen. – Start de motor van de benzinebosmaaier alleen nadat deze volledig isgemonteerd. Het gereedschap mag uitsluitend worden gebruikt nadat alletoepasselijke toebehoren zijn gemonteerd. – Controleer vóór het starten of het snijgereedschap geen contact heeft metharde voorwerpen, zoals takken, stenen, enz. , omdat het snijgereedschapgaat ronddraaien tijdens het starten. – De motor moet onmiddellijk uitgeschakeld worden in geval van enigemotorstoring. – Als het snijblad of de maaikop stenen of andere harde voorwerpen raakt,moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijgarnituur controleren.
– Controleer het snijgarnituur regelmatig op beschadiging (inspecteren ophaarscheurtjes met de klopgeluidentest). – Gebruik de benzinebosmaaier alleen wanneer de schouderriem is bevestigd,die goed moet worden afgesteld voordat de benzinebosmaaier wordtgebruikt. Het is belangrijk de schouderriem af te stellen overeenkomstigde lichaamsgrootte van de gebruiker om vermoeidheid tijdens gebruik tevoorkomen. Houd de maaier nooit met slechts één hand vast tijdens hetgebruik. – Houd de benzinebosmaaier altijd met beide handen vast tijdens het gebruik. Zorg er altijd voor dat u stevig staat. – Gebruik de benzinebosmaaier zo, dat u geen uitlaatgassen kunt inademen. Laat de motor nooit draaien in een gesloten vertrek (kans op gasverstikking). Koolmonoxide is een geurloos gas.
– Schakel de motor uit tijdens pauzes en wanneer u de benzinebosmaaieronbeheerd achterlaat, en leg hem op een veilige plaats om gevaar vooranderen en beschadiging van het gereedschap te voorkomen. – Leg nooit een warme benzinebosmaaier op droog gras of enige andereontvlambare materialen. – Het snijblad moet zijn uitgerust met zijn bijbehorende beschermkap.
Gebruik de maaier nooit zonder zijn beschermkap. – De hele veiligheidsuitrusting en alle beschermkappen die bij het gereedschapzijn geleverd, moeten tijdens het werk worden gebruikt. – Gebruik het gereedschap nooit met een defecte uitlaatdemper. – Schakel de motor uit tijdens het vervoer. – Tijdens vervoer over lange afstanden moeten altijd de beschermingsdelen diebij het gereedschap werden geleverd worden gebruikt. – Leg tijdens vervoer per auto de benzinebosmaaier op een veilige plaats omte voorkomen dat er brandstof uit lekt. – Wanneer u de benzinebosmaaier vervoert, moet u ervoor zorgen dat debrandstoftank volledig leeg is. – Let erop dat bij het uitladen van de benzinebosmaaier uit de auto de motorniet op de grond valt omdat hierdoor de brandstoftank ernstig kan wordenbeschadigd.
– Behalve in noodgevallen mag u de benzinebosmaaier nooit laten vallen ofop de grond gooien omdat dit ernstige schade aan de benzinebosmaaier kanveroorzaken. – Let erop dat u het volledige gereedschap van de grond tilt wanneer u hetverplaatst. Het is bijzonder gevaarlijk de brandstoftank over de grond teslepen en dit zal beschadiging en lekkage veroorzaken die kan leiden totbrand. Brandstof bijvullen– Schakel de motor uit tijdens het bijvullen van brandstof, houd hetgereedschap uit de buurt van open vuur en rook niet. – Vermijd huidcontact met minerale-olieproducten. Adem brandstofdampenniet in. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van debrandstof. Zorg dat u de beschermende kleding regelmatig vervangt enreinigt. – Wees voorzichtig geen brandstof of olie te morsen om bodemverontreinigingte voorkomen (milieubescherming).
– Inspecteer de brandstofvuldop regelmatig om zeker te zijn dat de dop stevigkan worden aangedraaid en niet lekt. – Draai de dop van de brandstoftank stevig vast. Verplaats de maaier voordatu de motor start (tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof isbijgevuld). – Vul nooit brandstof bij in een gesloten vertrek. Brandstofdampen verzamelenzich vlak boven de vloer (kan op explosie. )– Vervoer en bewaar brandstof alleen in goedgekeurde tanks. Zorg dat deopgeslagen brandstof niet toegankelijk is voor kinderen. • Pauzeren• Vervoeren• Brandstof bijvullen• Onderhouden• Onderdelen vervangen.
98Gebruiksmethode– Gebruik de benzinebosmaaier alleen bij een goede verlichting enzichtbaarheid. Wees in de winter bedacht op gladde of natte plaatsen, ijs ensneeuw (gevaar voor uitglijden). Zorg er altijd voor dat u stevig staat. – Maai nooit boven heuphoogte. – Sta nooit op een ladder terwijl u de benzinebosmaaier gebruikt. – Klim nooit in een boom om daar de benzinebosmaaier te gebruiken. – Werk nooit op een instabiele ondergrond. – Verwijder zand, stenen, spijkers, enz. , die u binnen uw werkbereik vindt. Vreemde voorwerpen kunnen het snijgarnituur beschadigen en gevaarlijketerugslagen veroorzaken. – Voordat u begint te maaien, moet het snijgarnituur op maximaal toerentaldraaien. Let op:TerugslagSchematischevoorstellingSchematischevoorstellingTerugslag– Wanneer u de benzinebosmaaier gebruikt, kan een ongecontroleerdeterugslag optreden.
– Dit is met name het geval wanneer u begint met maaien binnen hetsnijbladsegment van de benzinebosmaaier tussen 12 en 2 uur. – Begin nooit met maaien binnen het segment tussen 12 en 2 uur op hetsnijblad van de benzinebosmaaier. – Zorg ervoor dat dit snijbladsegment van de benzinebosmaaier nooit inaanraking komt met harde voorwerpen, zoals stuiken, bomen, enz. , met eendiameter van 3 cm of meer omdat anders de benzinebosmaaier met grotekracht wordt teruggeslagen met kans op letsel. Terugslag voorkomenHoud rekening met het volgende om terugslag te voorkomen:– Maaien binnen het snijbladsegment tussen 12 en 2 uur levert risico op, metname bij gebruik van metalen snijgarnituur. – Maaien binnen het snijbladsegment tussen 11 en 12 uur of tussen 2 en 5 uurmag alleen worden uitgevoerd door opgeleide en ervaren gebruikers, en ditalleen op eigen risico.
Onderhoudsinstructies– De toestand van de maaier, met name van het snijgarnituur en deveiligheidsuitrusting, naast de schouderriem, moeten worden gecontroleerdvoor aanvang van de werkzaamheden. Besteed bijzondere aandacht aan desnijbladen die correct moeten worden geslepen. – Schakel de motor uit en trek de bougiekap eraf wanneer u het snijgarnituurvervangt of slijpt, en wanneer u de maaier of het snijgarnituur schoonmaakt. SnijgarniturenGebruik uitsluitend het juiste snijgarnituur voor de geplande werkzaamheden. MS-335. 4 U met metalen snijblad of nylondraad-maaikopVoor het maaien van dik materiaal, zoals onkruid, hoog gras, struiken, heesters,kreupelhout, ondergroei, enz. (max. 2 cm diameter). U kunt maaien door debenzinebosmaaier gelijkmatig in halve cirkels van rechts naar links te zwaaien(op de manier waarop u een zeis gebruikt).
38, 22045 Hamburg, GermanyProbeer nooit beschadigde snijgarnituren recht te trekkenof te lassen. – Gebruik de benzinebosmaaier met zo weinig mogelijk lawaai en vervuiling. Controleer met name de carburator op een verkeerde afstelling. – Maak de benzinebosmaaier regelmatig schoon en controleer of alle boutenen moeren stevig zijn vastgedraaid. – Onderhoud of bewaar de benzinebosmaaier niet in de buurt van open vuur. – Bewaar de benzinebosmaaier altijd in een afgesloten ruimte en met eenleeggemaakte brandstoftank. VerpakkingDe benzinebosmaaier van DOLMAR wordt geleverd in twee beschermendekartonnen dozen om schade tijdens het transport te voorkomen. Karton is eenruw basismateriaal en kan daarom opnieuw worden gebruikt en is geschikt omte recyclen (recyclen papierafval).
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de activiteiten die in de gebruiksaanwijzing zijn beschreven. Alleandere werkzaamheden moet worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen enaccessoires die zijn vervaardigd en geleverd door DOLMAR. Het gebruik van niet-goedgekeurde accessoires en gereedschappen leidt tot een verhoogde kans op ongevallen. DOLMAR aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor ongevallen of schade veroorzaakt door het gebruik van niet-goedgekeurdesnijgarnituren, bevestigingsmiddelen voor snijgarnituren of accessoires. EHBOZorg dat er altijd een EHBO-doos beschikbaar is in de buurt waar er wordtgemaaid om eerste hulp te bieden bij eventuele ongevallen. Vervangonmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos is genomen.
102LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier,moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougieaftrekken.Draag altijd veiligheidshandschoenen.LET OP: Start de benzinebosmaaier pas nadat deze geheel in elkaar is gezet.– Draai knop (1) los.– Plaats de handgreep (4) tussen de handgreepklem (2) en de handgreepvoet(3).– Stel de handgreep (4) af onder een hoek die u een comfortabele werkhoudingbiedt en zet deze daarna vast door de knop (1) met de hand vast te draaien.LET OP: Vergeet niet om de veer (5) te plaatsen.Motor
103In naleving van de toepasselijke veiligheidsregels mogen uitsluitendde gereedschap/beschermkap-combinaties worden gebruikt die inde afbeelding worden aangegeven. Verzeker u ervan uitsluitend originele snijbladenof nylondraad-maaikoppen van DOLMAR tegebruiken. – Het snijblad moet goed geslepen zijn en vrij zijn van barsten ofbreuken. Als het snijblad tijdens het gebruik een steen raakt,moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en het snijbladcontroleren. – Het snijblad na elke drie uur gebruik worden geslepen ofvervangen. – Als de nylondraad-maaikop tijdens het gebruik een steen raakt,moet u de motor onmiddellijk uitschakelen en de nylondraad-maaikop controleren. LET OP: Voor uw veiligheid en om te voldoen aan de voorschriftenvoor ongevallenpreventie, moet u altijd de geschiktebeschermkap installeren. Het is verboden het gereedschap te gebruiken zonder datde beschermkap is gemonteerd.
De buitendiameter van het snijblad moet 255 mm (10”)zijn. Snijbladen met een buitendiameter van 305 mm(12”) mogen alleen gebruikt worden als ze drie tandenhebben. Metalen snijblad Beschermkap voor metalensnijbladNylondraad-maaikop Beschermkap voornylondraad-maaikop– Bij gebruik van het metalen snijblad, monteer de beschermkap (3) met behulpvan de twee bouten M6 x 30 (1) op de klem (2). OPMERKING: Draai de linker- en rechterbout gelijkmatig vast zodat deopening tussen de klem (2) en de beschermkap (3) evenwijdigblijft. Als u dit niet doet, is het mogelijk dat de beschermkap nietwerkt zoals bedoeld. – In het geval de nylondraad-maaikop wordt gebruikt, moet u de beschermkapvan de nylondraad-maaikop (4) monteren op de beschermkap van hetmetalen snijblad (3).
– Haal de tape af van het mesje voor het afsnijden van de nylondraad op debeschermkap van de nylondraad-maaikop (4). LET OP: Duw de beschermkap van de nylondraad-maaikop (4) erop tot dezegeheel op zijn plaats zit. Wees voorzichtig uzelf niet te verwonden aan het mesje voor hetafsnijden van de nylondraad. (3) (2)(1)(3)(4) Nok.
104Draai het gereedschap ondersteboven zodat u het metalen snijblad of denylondraad-maaikop gemakkelijk kunt vervangen.– Steek de inbussleutel in de opening van het tandwielhuis en draai deontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.– Maak de moer (1) (met linksdraaiend schroefdraad) los met de dopsleutel enverwijder de moer (1), de beker (2) en de klemring (3).InbussleutelHet snijblad monterenTerwijl de inbussleutel nog op zijn plaats zit.– Monteer het snijblad op de schacht zodat de nok op de ontvangerring (4) pastin de uitsparing in het asgat van het snijblad.
Monteer de klemring (3), beker(2) en zet het snijblad vast met de moer (1).[Aanhaalkoppel: 13 - 23 N-m]OPMERKING: Draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u het snijbladhanteert.OPMERKING: De bevestigingsmoer van het snijblad (met veerring) is eenverbruiksartikel.Als u slijtage of vervorming van de veerring opmerkt, moet u demoer vervangen.De nylondraad-maaikop monteren– De klemring (3), de beker (2) en de moer (1) zijn niet nodig voor het monterenvan de nylondraad-maaikop.
De nylondraad-maaikop moet bovenop deontvangerring komen (4).– Steek de inbussleutel in de opening van het tandwielhuis en draai deontvangerring (4) met de inbussleutel tot deze vergrendeld wordt.– Schroef daarna de nylondraad-maaikop op de as door deze linksom tedraaien.– Haal de inbussleutel eruit.Draairichting– Zorg ervoor dat het snijblad met de goede kant omhoog wijst.(3)(2)(1)InbussleutelLosdraaien VastdraaienInbussleutel(4)(4)
105Controleren en bijvullen van de motorolie– Voer de volgende procedure uit bij koude motor. – Houd de motor horizontaal, verwijder de oliepeilstok en controleer of het oliepeil tussen de bovenste en onderste merktekens staat. Als het oliepeil zo laag staat dat alleen de punt van de peilstok de olie raakt, ook wanneer de oliepeilstok in het motorblok is gestoken zonderdeze vast te draaien (zie afb. 1), vult u via de olievulopening nieuwe olie bij (zie afb. 2). – Ter informatie, na ongeveer iedere 15 bedrijfsuren moet olie worden bijgevuld (bijvulfrequentie: 15 keer). Als de olie door vuil van kleur is veranderd, ververst u de vuile olie door nieuwe.
(Raadpleeg pagina 111 en 112 voor informatie over deverversingsinterval en verversingsprocedure)Aanbevolen olie:Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,1 literOpmerking: Als de motor niet horizontaal wordt gehouden, kan de olie binnenin de motor terechtkomen en te veel worden bijgevuld. Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witte rookvrijkomt. Tip 1 bij het verversen van de olie: “Oliepeilstok”– Verwijder stof of vuil rondom de olievulopening en draai de oliepeilstok eruit. – Zorg ervoor dat geen zand of stof op de oliepeilstok komt. Als dit toch gebeurt, kan het zand of stof dat aan de oliepeilstok kleeft leidentot een onregelmatige oliecirculatie of slijtage van de motoronderdelen, waardoor storingen kunnen ontstaan.
Bij onvoldoende vastdraaien kan olie eruitlekken. Tip 2 bij het verversen van de olie: “Olielekkage”– Als olie eruit lekt tussen de brandstoftank en het motorblok, wordt de olie via de koelluchtinlaatopening naar binnen gezogen waardoorde motor verontreinigd raakt. Veeg gelekte olie af voordat u met het werk begint.
106BRANDSTOF BIJVULLENOmgaan met brandstofHet is noodzakelijk uiterst voorzichtig om te gaan met brandstof. Brandstof kan stoffen bevatten die ook in oplosmiddelen voorkomen. Hetbijvullen van brandstof moet gebeuren in een vertrek met een voldoende goede ventilatie of in de open lucht. Adem nooit brandstofdampen inen houd afstand tot de brandstof. Als uw huid herhaaldelijk in aanraking komt met brandstof gedurende een lange tijd, wordt uw huid droog,waardoor een huidziekte of allergie kan ontstaan. Als brandstof in uw oog komt, spoelt u uw oog uit met schoon water. Als uw oog daarna blijftirriteren, raadpleegt u een dokter. Opslagtermijn van brandstofBrandstof dient binnen een periode van 4 weken te worden opgebruikt, ook wanneer de brandstof wordt bewaard in een speciale jerrycan opeen goed geventileerde plaats in de schaduw.
Als geen speciale jerrycan wordt gebruikt, of als de brandstof in een open bak wordt bewaard, kan de brandstof binnen één dag verslechteren. Brandstof bijvullenWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBAREMATERIALENGebruikte benzine: Benzine voor auto's (loodvrije benzine)– Draai de brandstofvuldop een klein stukje los zodat een verschil in luchtdrukwordt opgeheven. – Draai de brandstofvuldop eraf, vul brandstof bij en laat de lucht uit debrandstoftank stromen door de brandstoftank iets te kantelen zodat debrandstofvulopening recht omhoog wijst. (Vul nooit brandstof bij via deolievulopening. )– Veeg rondom de brandstofvuldop goed schoon om te voorkomen datvreemde stoffen in de brandstoftank kunnen vallen. – Na het bijvullen van brandstof draait u de brandstofvuldop weer vast. geconstateerd, moet deze worden vervangen. drie jaar worden vervangen.
BrandstofvuldopBovengrens vanbrandstofpeilBrandstoftankBrandstofDe motor is een viertaktmotor. Gebruik uitsluitend benzine voor auto's (normale benzine of superbenzine). OPSLAG VAN MAAIER EN JERRYCAN– Bewaar de maaier en jerrycan op een koele plaats uit direct zonlicht.
– Bewaar de brandstof nooit in de passagiersruimte of bagageruimte van een auto. Tips voor het omgaan met brandstof– Gebruik nooit mengsmering, waarin motorolie zit. Als u dat doet, zal buitensporige koolafzetting of mechanische storing optreden. – Als verslechterde olie wordt gebruikt, zal dat leiden tot onregelmatig starten.
107De schouderriem bevestigen– Pas de lengte van de schouderriem zo aan, dat het snijblad parallel aan degrond kan worden gehouden.Volg de toepasselijke voorschriften voor ongevallenpreventie!STARTENHoud tenminste 3 meter afstand tot de plaats waar brandstof is bijgevuld. Plaats de benzinebosmaaier op een schoon stuk grond en zorg ervoordat de snijgarnituur de grond of andere voorwerpen niet raakt.A: Startprocedure bij koude motor1) Plaats het gereedschap op een vlakke ondergrond.(1)BEDRIJFUit-vergrendelhendelHoog toerentalLaag toerentalGashendelBevestigingsoogLosmaken– In geval van nood trekt u met een vinger hard aan de noodhendel (2). Hetgereedschap komt dan los van de schouderriem en uw lichaam.Let er goed op dat u op dat moment de controle over het gereedschapbehoudt.
Zorg ervoor dat het gereedschap zich niet in uw richting of in derichting van iemand die in de buurt staat beweegt.WAARSCHUWING: Als u geen complete controle over het gereedschapbehoudt, kan dit ernstige lichamelijk letsels of de DOODveroorzaken.2) Zet de stopschakelaar (1) in de stand I (bedrijf).3) ChokehendelZet met de chokehendel de choke dicht.Choke:– Volledig open bij lage temperaturen of wanneer de motor koud is.– Volledig of half dicht bij opnieuw starten van de motor direct na hetuitschakelen.DICHT(2)STOP
108Opmerking: – Als de gashendel herhaaldelijk wordt ingeknepen terwijl de chokehendel in de dichte stand staat, zal de motor niet gemakkelijkstarten vanwege een overmatige brandstoftoevoer. – In geval van een overmatige brandstoftoevoer, verwijdert u de bougie en trekt u langzaam aan de trekstarthandgreep omovertollige brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog. Opgelet tijdens gebruik:Als de gashendel volledig wordt ingeknepen tijdens onbelast bedrijf, neemt het motortoerental toe tot meer dan 10. 000 toeren min-1 of meer. Laat de motor nooit draaien op een hoger toerental dan nodig is en met een toerental van 6. 000 tot 8. 500 toeren min-1. CarburatorBrandstofhandpomp4) BrandstofhandpompBlijf op de brandstofhandpomp drukken tot de brandstof in debrandstofhandpomp stroomt.
(Over het algemeen stroomt de brandstof inde brandstofhandpomp na 7 tot 10 keer duwen. )Als te vaak op de brandstofhandpomp wordt gedrukt, vloeit het overschotaan brandstof terug naar de brandstoftank. 5) TrekstartinrichtingTrek voorzichtig aan de trekstarthandgreep tot u weerstand voelt(compressiepunt). Laat de trekstarthandgreep terugtrekken en trek ervervolgens krachtig aan. Trek nooit door tot aan het einde van het trekstartkoord. Nadat aan detrekstarthandgreep is getrokken, mag u hem niet onmiddellijk loslaten. Houd de trekstarthandgreep vast tot het trekstartkoord is opgewonden in detrekstartinrichting. 6) ChokehendelNadat de motor is aangeslagen, zet u de choke open. – Zet de choke geleidelijk open terwijl u op het motortoerental let. Zorgervoor dat op het laatst de choke volledig open staat.
3) Trek krachtig aan de trekstarthandgreep. 4) Als de motor moeilijk te starten is, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open. Let goed op het snijblad dat kan gaan draaien. STOPPEN1) Laat de gashendel (2) volledig los en, nadat het motortoerental isafgenomen, duw de stopschakelaar (1) naar de stand “STOP” om de motoruit te schakelen. 2) Bedenk dat het snijgarnituur wellicht niet onmiddellijk stopt en laat hetvolledig uitdraaien. (1)STOP(2)Waarschuwing bij de bedieningAls de motor ondersteboven wordt gebruikt, kan witte rook uit de uitlaatpijp komen. OPEN.
109HET LAAG TOERENTAL (VOOR STATIONAIR DRAAIEN) AFSTELLENAls het nodig is het laag toerental (voor stationair draaien) af te stellen, doet u dit met behulp van de stelschroef op de carburator. HET LAAG TOERENTAL CONTROLEREN– Stel het laag toerental af op 3. 000 toeren min-1. Als het nodig is het laag toerental af te stellen, draait u de stelschroef (linksafgebeeld) met een kruiskopschroevendraaier. – Draai de stelschroef rechtsom om het motortoerental te verhogen. Draai destelschroef linksom om het motortoerental te verlagen. klant. Mocht het toch nodig zijn deze opnieuw af te stellen, neemt u contactop met een erkend servicecentrum. StelschroefCarburatorLET OP:De hieronder vermelde snijgarnituren mogen alleen worden geslepen dooreen bevoegd bedrijf.
Het handmatig slijpen zal resulteren in onbalans van hetsnijgarnituur, waardoor trillingen zullen ontstaan en het gereedschap schadekan oplopen. – snijbladDe erkende sevicecentra bieden een professionele service voor het slijpen enuitbalanceren. OPMERKING:Om de levensduur van het snijblad te verlengen, kan dit eenmalig wordenomgekeerd, totdat beide snijranden bot zijn geworden. De gashendel bedienenHoud het gashendelhuis in uw hand vast (met de uit-vergrendelhendel ingeduwd) en knijp de gashendel in zodat het motortoerental toeneemt. Laat de gashendel los zodat het motortoerental afneemt. Laat het gashendelhuis los uit uw hand zodat de uit-vergrendelhendel automatisch terugveert en de gashendel niet per ongeluk kan wordeningeknepen. Het motortoerental afstellenAls u het motortoerental wilt afstellen, knijpt u de gashendel helemaal in en draait u de gasregelschijf.
Draai de gasregelschijf rechtsom om hetmotortoerental te verlagen. Draai de gasregelschijf linksom om het motortoerental te verhogen. NYLONDRAAD-MAAIKOPDe nylondraad-maaikop is een dubbele-draadkop voor de benzinebosmaaierdie is uitgerust met zowel een automatisch draadaanvoermechanisme als eenstoot-aanvoermechanisme.
De nylondraad-maaikop voert automatisch de juiste lengte nylondraadaan overeenkomstig van veranderingen in de centrifugale kracht die wordtveroorzaakt door een toenemend of afnemend toerental. Om zacht grasnylondraad aan te voeren, zoals beschreven onder het kopje Bediening. Bediening– Verhoog het toerental van de nylondraad-maaikop naar ongeveer 6. 000toeren min-1. Een laag toerental (lager dan 4. 800 toeren min-1) is niet geschikt omdat denylondraad bij een laag toerental niet goed aangevoerd wordt. – Het meest effectieve maaigebied wordt aangegeven door het gearceerdedeel in de afbeelding. Ga als volgt te werk als de nylondraad niet automatisch wordt aangevoerd:1. Laat de gashendel los zodat de motor stationair draait en knijp degashendel vervolgens volledig in. Herhaal deze procedure tot denylondraad tot de juiste lengte is aangevoerd. 2.
110De nylondaad vervangen1. Druk de twee lippen op tegenovergestelde zijden van de behuizing in entrek de afdekking van de behuizing af.2. Haal de stootknop en draadspoel uit de behuizingsnaaf.3. Steek van ieder van de twee nylondraden een uiteinde in het gaatje datdraadspoel.4. Wikkel de nylondraden strak op in de richting aangegeven door de linkerpijl5. Wikkel op 100 mm (3-15/16”) na de volledige lengte van de nylondraad opde draadspoel, en haak de uiteinden tijdelijk in de inkeping in de zijkant vande draadspoel.6. Plaats de stootknop zodanig in de behuizingsnaaf dat deze tegen deveerdruk in vrij op en neer kan bewegen.
111MOTOROLIE VERVERSENVerslechterde motorolie verkort sterk de levensduur van de bewegende delen van de motor. Controleer het verversingsinterval en debijvulhoeveelheid. LET OP: Over het algemeen zijn de motor zelf en de motorolie heet kort nadat de motor is uitgeschakeld. Alvorens de motorolie teverversen, controleert u op de motor zelf en de motorolie voldoende zijn afgekoeld. Als u dit niet doet, bestaat de kans opverbranding. Opmerking: Als de olie tot boven het bovenste merkteken wordt bijgevuld, kan de olie gemorst worden en vlam vatten waarbij witterook vrijkomt. Verversingsinterval: In eerste instantie iedere 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 50 bedrijfsurenAanbevolen olie:7. Trek de nylondraden door de gleuf van de oogjes.
LET OP: Voordat u werkzaamheden uitvoert aan de benzinebosmaaier, moet u altijd de motor uitschakelen en de bougiekap van de bougieaftrekken (zie “De bougie controleren”). Draag altijd veiligheidshandschoenen. Om een lange levensduur te garanderen en eventuele schade aan het gereedschap te voorkomen, moeten de volgendeonderhoudswerkzaamheden regelmatig uitgevoerd worden. Dagelijkse controle en onderhoud– Controleer het gereedschap voor het gebruik op losse bouten of ontbrekende onderdelen. Let vooral op of het snijblad of de nylondraad-maaikop stevig is bevestigd. – Controleer voor gebruik altijd op verstopping van de koelluchtinlaatopening en de koelribben van de cilinder. Maak deze plaatsen zo nodig schoon. – Voer de volgende werkzaamheden dagelijks uit na het gebruik:• Reinig de buitenkant van de benzinebosmaaier en inspecteer op beschadigingen. gereinigd.
• Controleer het snijblad of de nylondraad-maaikop op beschadigingen en controleer of het snijblad of de maaikop stevig bevestigd is. • Controleer of er voldoende verschil is tussen het stationair toerental en het aangrijptoerental om zeker te zijn dat het snijgarnituur stilstaatwanneer de motor stationair draait (verlaag zo nodig het stationair toerental).
In het geval het snijgarnituur bij stationair toerental blijft draaien, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum. – Controleer de werking van de stopschakelaar, de uit-vergrendelhendel, de gashendel, en de vergrendelingsknop. 8. Plaats de afdekking op de behuizing, lijn de lippen op de afdekking uit metde openingen in de behuizing. Zorg ervoor dat de afdekking nauwkeurig opde behuizing wordt bevestigd. De buitenrand van de lip van de afdekking enhet buitenoppervlak van de behuizing moeten even hoog liggen. Lip van behuizingOpening inbehuizingBuitenrandvan de lip vande afdekkingBuitenoppervlakvan de behuizing.
112Volg de onderstaande procedure om de olie te verversen.1) Controleer of de brandstofvuldop stevig vastgedraaid is.2) Draai de oliepeilstok los en trek hem eruit.Zorg ervoor dat de oliepeilstok schoon blijft.BrandstofvuldopOliepeilstokAbsorptiepapier3) Leg absorptiepapier rondom de olievulopening.TIPS VOOR HET OMGAAN MET OLIE– Gooi verbruikte motorolie nooit weg met het afval, op de grond, of in een rioolput. Het weggooien van olie is bij wet geregeld. Houd ubij het weggooien altijd aan de betreffende wetten en regelgeving. In het geval u hierover vragen heeft, neemt u contact op met eenerkend servicecentrum.– Olie verslechtert, ook wanneer de olie niet wordt gebruikt.
113AchterplaatFilterelement (spons)BevestigingsboutFilterelement (vilt)OntluchtingHET LUCHTFILTER REINIGENWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOORONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)– Zet met de chokehendel de choke helemaal dicht en houd de carburator vrijvan stof of vuil.– In geval van ernstige verontreiniging:oplossing van een neutraal schoonmaakmiddel in water, en droog hetgrondig.moeilijk starten.poetsdoek.monteert u de bevestigingsbout. (Plaats bij het monteren eerst de bovenranden daarna de onderrand.)leiden.0,7 mm - 0,8 mm(0,028”-0,032”)DE BOUGIE CONTROLEREN– Gebruik alleen de bijgeleverde moersleutel om de bougie te verwijderen of teinstalleren.– De afstand tussen de twee elektroden van de bougie moet 0,7 tot 0,8 mm(0,028”-0,032”) bedragen. Als de afstand te groot of te klein is, moet u dezeaanpassen.
114HET BRANDSTOFFILTER REINIGENWAARSCHUWING: STRENG VERBODEN VOORONTBRANDBARE MATERIALENControle- en reinigingsinterval: Maandelijks (iedere 50 bedrijfsuren)Zuigkop in brandstoftankdraait u de brandstofvuldop eraf en gebruikt u een draadhaak om degeworden, of vervuild of verstopt is, moet het worden vervangen.– Onvoldoende brandstoftoevoer kan ervoor zorgen dat het maximaletoegelaten toerental wordt overschreden. Het is daarom belangrijk heteen goede brandstoftoevoer naar de carburator.SlangklemDE BOUTEN, MOEREN EN SCHROEVEN INSPECTEREN– Draai losse bouten. moeren, enz., weer vast.– Controleer op brandstof- en olielekkage.– Vervang beschadigde onderdelen door nieuwe voor een veilig gebruik.DE ONDERDELEN REINIGEN– Houd de motor altijd schoon.– Houd de koelribben van de cilinder vrij van stof en vuil.
Stof en vuil dat zich tussen de koelribben ophoopt, zal leiden tot het vastlopen van dezuiger.DE AFDICHTINGEN EN PAKKINGEN VERVANGENNadat de motor uit elkaar is gehaald, moeten bij het weer in elkaar zetten altijd de afdichtingen en pakkingen worden vervangen door nieuwe.Alle onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden die niet in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd doorerkende servicecentra.DE BRANDSTOFLEIDING VERVANGENLET OP: STRENG VERBODEN VOOR ONTBRANDBAREMATERIALENControle- en reinigingsinterval: Dagelijks (iedere 10 bedrijfsuren)Vervanging: Jaarlijks (iedere 200 bedrijfsuren)Als tijdens de inspectie een lekkage wordt gevonden, vervangt u de
115WAARSCHUWING: Controleer of de motor is uitgeschakeld en afgekoeld voordat u begint met het aftappenvan de brandstof. Vlak na het uitschakelen van de motor, is deze nog heet en kan brandwonden, ontbranding en brandveroorzaken. LET OP: Als het gereedschap gedurende een lange tijd niet gebruikt gaat worden, tapt u alle brandstof uit debrandstoftank en carburator, en slaat u het op een droge, schone plaats op. Storingzoeken– Tap de brandstof af uit de brandstoftank en carburator aan de hand van devolgende procedure:1) Draai de brandstofvuldop eraf en tap de brandstof volledig af. Als een vreemde substantie is achtergebleven in de brandstoftank,verwijdert u deze volledig. brandstofvulopening. 3) Druk op de brandstofhandpomp totdat de brandstof daaruit en in debrandstoftank stroomt. brandstofvuldop stevig vast. 5) Laat de motor vervolgens draaien tot deze afslaat.
– Verwijder de bougie en breng enkele druppels motorolie via het bougiegat inde cilinder. – Trek voorzichtig aan de starthendel zodat de motorolie zich door de motorverspreidt, en monteer daarna de bougie weer. – Bevestig de beschermkap op het snijblad. – Tijdens opslag moet de schacht horizontaal liggen of het gereedschapverticaal geplaatst worden met het snijblad omhoog gericht. (Let er in datgeval goed op dat het gereedschap niet kan omvallen. )Plaats het gereedschap nooit met het snijblad omlaag gericht. De smeeroliekan er dan uitvloeien. – Bewaar de afgetapte brandstof in een speciale jerrycan op een goedgeventileerde plaats in de schaduw. Aandachtspunt na langdurige opslag– Alvorens de motor na langdurige stilstand opnieuw te starten, moet de olie worden ververst (zie pag. 110). De olie verslechtert terwijlhet gereedschap niet in gebruik is.
116*1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.*2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.*3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburator op te gebruiken.BedrijfsurenItemVoorgebruikNa smerenDagelijks(10 uur) 30 uur 50 uur 200 uurLangdurigeopslagZie paginaMotorolieInspecteren/reinigen 105Vervang debougie. *1111Vastdraaien(bouten, moeren, enz.) Inspecteren 114BrandstoftankReinigen/inspecteren —Brandstofaftappen *3115Gashendel Werkingcontroleren —Stopschakelaar Werkingcontroleren 108Snijblad Inspecteren 103Laag toerental Inspecteren/afstellen 109Reinig. 113Bougie Inspecteren 113Koelluchtinlaatkanaal Reinigen/inspecteren 114Inspecteren 114Vervang debougie. *2—Smeervet in tandwielhuis Bijvullen 113Reinigen/vervangen 114Afstand tussen luchtinlaatklepen luchtuitlaatklep Stel af.
117PROBLEMEN OPLOSSENAlvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleer u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem isgevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonterenof repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer. Als de motor niet start ondanks dat deze opgewarmd is:Als bij het doorlopen van de controlepunten geen probleem wordt gevonden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.
Probleemomschrijving Mogelijke oorzaak (storing) OplossingMotor start nietDe brandstofhandpomp werd niet ingedrukt Druk deze 7 tot 10 keer inTe zwak aantrekken van het startkoord Trek krachtigGebrek aan brandstof Vul brandstof bijReinigVerslechterde brandstof De verslechterde brandstof bemoeilijkt hetstarten. Vervang de brandstof door nieuwe. (Aanbevolen vervangingsinterval: 1 maand)Buitensporige toevoer van brandstof Verander de stand van de gashendel vanmiddelhoog toerental naar hoog toerental entrek aan de trekstarthandgreep tot de motorstart. Nadat de motor is gestart, begint hetsnijblad te draaien. Let goed op het snijblad. Als de motor nog steeds niet start, draait u debougie eruit, maakt u de elektroden droog, enmonteert u de bougie weer. Start vervolgenszoals beschreven.
Bougiekap ligt eraf Bevestig stevigVervuilde bougie ReinigVerkeerde elektrodenafstand van bougie Stel de elektrodenafstand afAnder probleem met de bougie Vervang de bougieProbleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Startkoord kan niet worden getrokken Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Motor slaat snel afMotortoerental neemt niet toeOnvoldoende opgewarmd Warm de motor opChokehendel staat in de dichte stand ondanksdat de motor opgewarmd is.
Zet in de geopende standReinigReinigProbleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Snijblad draait niet Bevestigingsmoer van snijblad zit los Draai goed vastTakjes rond snijblad gewikkeld of verstoppenbeschermkap. Verwijder vreemde voorwerpenProbleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Motorblok trilt abnormaal sterk Snijblad is gebroken, verbogen of versleten Vervang het snijbladBevestigingsmoer van snijblad zit los Draai goed vastBolle deel van snijblad is verschoven tenopzichte van het steunvlak. Bevestig stevigProbleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud. Snijblad stopt niet onmiddellijk Hoog stationair toerental Stel afGaskabel losgeraakt Bevestig stevigProbleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie enonderhoud.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Dolmar MS-335.4U stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Dolmar
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier