Dimplex EDEL AIR 100L Handleiding

Dimplex Warmtepomp EDEL AIR 100L

Bekijk gratis de handleiding van Dimplex EDEL AIR 100L (56 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Dimplex EDEL AIR 100L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
EDEL 80L lucht-water
EDEL 100L lucht-water
EDEL 150L lucht-water

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Dimplex
Categorie: Warmtepomp
Model: EDEL AIR 100L

Handleiding Dimplex EDEL AIR 100L – volledige tekst

2 Vs 2021-1 // aw80-100-150 Deze installatie-, gebruik- en onderhoudshandleiding is bedoeld voor de Dimplex Edel lucht-water warmtepompboiler modellen: - Edel Warmtepompboiler 80L artikel nr. D893320 - Edel Warmtepompboiler 100L artikel nr. D893321 - Edel Warmtepompboiler 150L artikel nr. D893322 en alleen voor die modellen die in Nederland worden geïnstalleerd en gebruikt. Deze warmtepompboilers kunnen gebruik maken van buitenlucht of niet-verwarmde omgevingslucht / binnen-lucht. Voor deze warmtepompboilers zijn speciale installatie accessoires noodzakelijk en beschikbaar. Stel deze installatie-, gebruik- en onderhoudshandleiding ter beschikking stellen van de gebruiker-eigenaar voor aanwijzingen en eventuele (onderhoud) notities.

5 1 Veiligheid 1. 1 Waarschuwingen bij handelingen Classificatie van de waarschuwingen bij handelingen De waarschuwingen bij handelingen zijn als volgt door waarschuwingstekens en signaal- woorden aangaande de ernst van het potentiële gevaar ingedeeld: Waarschuwingstekens en signaalwoorden Gevaar. Direct levensgevaar of gevaar voor ernstig lichamelijk letsel Gevaar. Levensgevaar door een elektrische schok Waarschuwing. Gevaar voor licht lichamelijk letsel Opgelet. Kans op materiële schade of milieu- schade 1. 2 Reglementair gebruik Er kan bij ondeskundig of oneigenlijk gebruik gevaar ontstaan voor lijf en leven van de gebruiker of derden respectievelijk schade aan het product en andere voorwerpen. Het product is bedoeld voor de warm waterbereiding.

Reglementaire gebruik houdt in: 1) Het naleven/volgen van de bijgevoegde gebruiks-, installatie- en onderhoud handleidingen van het product en van alle andere componenten van de totale installatie, 2) Het naleven van alle in de handleidingen vermelde inspectie-en onderhoud voor- waarden. Het gebruik volgens de voorschriften omvat bovendien de installatie conform de lP-code. Een ander gebruik dan het in deze hand- leiding beschreven gebruik of een gebruik dat van het hier beschreven gebruik afwijkt, geldt als niet reglementair. Niet reglementair gebruik geldt is ook ieder direct commercieel of industrieel gebruik. Attentie. leder misbruik is verboden. Voer de werkzaamheden altijd uit conform actuele stand van de techniek, - wetten, normen, richtlijnen en de aanwijzingen in deze handleiding. Neem bij twijfel onmiddellijk contact op. 1.

4 Levensgevaar door een elektrische schok Als u spanning voerende onderdelen of componenten aanraakt, bestaat levensgevaar door een elektrische schok. Voor u aan het product gaat werken: Trek de stekker uit het stopcontact en/of schakel het product spanningsvrij Beveilig tegen her-inschakelen. Wacht minstens 3 min tot de condensatoren ontladen zijn. Controleer op spanning vrijheid. 1. 5 Levensgevaar door ontbrekende veiligheidsinrichtingen De in dit document opgenomen schema's ge- ven niet alle voor een deskundige installatie vereiste veiligheidsinrichtingen weer. lnstalleer de nodige veiligheidsinrichtingen in de installatie. Neem de betreffende nationale en internat- ionale wetten, normen en richtlijnen in acht.

6 1. 6 Levensgevaar door explosieve en ontvlambare stoffen Gebruik het product niet in opslagruimtes met explosieve of ontvlambare stoffen (bijv. benzine, papier, verf). 1. 7 Verbrandingsgevaar door hete componenten Voer werkzaamheden aan deze onderdelen pas uit als deze voldoende zijn afgekoeld. 1. 8 Materiële schade door ongeschikt montageoppervlak Zorg ervoor dat het product vlak op het montageoppervlak staat. Het montageoppervlak moet effen en voor het bedrijfsgewicht van het product vol- doende draagvermogen hebben. Bij ontoereikend draagvermogen kan het product loskomen en omvallen. Oneffenheden op het montageoppervlak kan lekken in het product veroorzaken. Lekken in aansluitingen kunnen levens gevaar betekenen. 1. 9 Verwondingsgevaar door hoog productgewicht Verplaats en transporteer het product met minstens twee personen. 1.

10 Gevaar voor materiële schade door vorst lnstalleer het product niet in ruimten die aan vorst (kunnen) blootstaan. 1. 11 Kans op materiële schade door ongeschikt gereedschap Gebruik geschikt en veilig gereedschap. 1. 12 Risico op materiële schade door te hard water Te hard water kan een goede werking van het systeem in gevaar brengen en in korte tijd tot grote schade leiden. lnformeer bij de watermaatschappij naar de hardheidsgraad van het water. Richt u bij de beslissing of het gebruikte water onthard moet worden of niet, naar de nationale voorschriften, normen, richtlijnen en wetten. Controleer in deze installatie- en onderhoudshand- leidingen welke kwaliteiten het te gebruiken water moet hebben. 1. 13 Risico op corrosieschade door ongeschikte binnenlucht Sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm, ammoniak verbindingen, stof e. d.

Zorg ervoor dat de lucht niet via oude schoorstenen toegevoerd wordt. Als u dit product installeert in kapsalons, lakkerijen, meubelmakerijen of reinigingsbedrijven e. d. kies dan een af- gescheiden opstelruimte waarin de lucht en luchttoevoer naar het product gegarandeerd vrij zijn van chemische stoffen.

7 1.14 Vergiftigingsgevaar door onvoldoende toevoer van verbrandingslucht Het product is voor een goede werking afhankelijk van omgevingslucht. Zorg voor een permanente ongehinderde en voldoende grote luchttoevoer naar het product / de opstelruimte van het product (zie de ventilatievereisten in dit schrijven) 1.15 Schade aan gebouwen door lekkend water Lekkend water kan schade aan de opstelruimte veroorzaken. Lekkend water kan levensgevaarlijke situaties creëren. lnstalleer de hydraulische leidingen spanningsvrij. Gebruik de voorgeschreven afdichtingen. 1.16 Voorschriften (richtlijnen, wetten, normen) Neem de nationale voorschriften, normen, richtlijnen, verordeningen en wetten in acht.

2 Aanwijzingen bij de documentatie 2.1 Aanvullende documenten in acht nemen Neem deze gebruik- en installatie handleiding van het product, haar eventuele componenten en eventuele aanvullende documenten in acht. 2.2 Documenten bewaren Deze gebruiks- en installatie handleiding en alle aanvullende documenten aan de gebruiker van dit product overhandigen. 2.3 Geldigheid van de handleiding De handleiding geldt uitsluitend voor: Toestel – artikelnummer: EDEL 80 AIR 353209 EDEL 100 AIR 353210 EDEL 150 AIR 353211

10 3.2 Achterkant van het product 3.2.1 Opbouw van het product 80 en 100 l 3.3 Functie Het toestel bevat het volgende circuit: Een koudemiddelcircuit dat door verdamping, compressie, condensatie en expansie warmte aan de warmwaterboiler afgeeft. 3.3.1 CV-bedrijf 1 Productstandaard 2 Condens afvoeraansluiting 3 Luchttoevoer en luchtafvoer 1 Verdamper 2 Compressor 3 Ventilator 3.3.2 Ontdooiingsmodus 4 Ontdooiingsklep 5 Thermostatische expan- sie klep 6 Condensor 3.2.2 Opbouw van het product 150 l 1 Verdamper 2 Compressor 3 Ventilator 4 Ontdooiingsklep 5 Thermostatische expansie- klep 6 Condensor 3.4 Typeaanduiding en serienummer 1 Productstandaard 2 Condens afvoeraansluiting 3 Luchttoevoer Luchtafvoer 2 1 3 4 5 6 3 2 1 3 2 1 2 1 3 4 5 6 1

12 3.5 CE-markering Met de GE-markering wordt aangegeven dat de producten volgens het typeplaatje voldoen aan de fundamentele eis- van de geldende richtlijnen. De conformiteitsverklaring kan bij de fabrikant geraadpleegd worden. 4 Montage 4.1 Product transporteren Waarschuwing! Verwondingsgevaar door groot gewicht bij het optillen! Optillen kan tot letsel schade leiden, bijv. aan de wervelkolom. Til het product met een 2e persoon op om het te transporteren. Neem het gewicht van het product (zie de technische gegevens ) in acht. Neem de geldende richtlijnen en voor- schriften in acht als u lasten transporteert. Transporteer het product ALLEEN rechtop- staand. Als u het product met een steekwagen transporteert, beveilig het product dan met een riem. Bescherm de zijkanten van het product die met de steekwagen in aanraking komen om krassen en beschadigingen te vermijden.

4,2 Product uitpakken 1. Verwijder de clips.2. Trek het karton er naar boven toe van af.3. Verwijder het bovenste verpakkingselement.4. Verwijder de beschermingsfolie.5. Laat de onderste vulling onder het product.6. Let erop dat niemand op het product steunt of ertegen- aan stoot. 4,3 Leveringsomvang controleren Controleer of de levering compleet is. Aantal Omschrijving 1 Warmtepomp-warmwaterboiler 1 Rode stop (in zakje) 1 Zakje met diverse documentatie Opgelet! Risico op materiële schade door on- deskundige bediening! De bovenste afdekkap van het product is niet berekend op belastingen en mag niet voor transport gebruikt worden. Til het product voor het transport niet op aan de bovenste afdekkap.

14 b. Afmetingen en aansluitmaten 150 l 4.6 Minimumafstanden i. Neem de hierboven opgegeven minimumafstandenin acht om een toereikende luchtstroom en deonderhoudswerkzaamheden te waarborgen.ii. Zorg ervoor dat er een doelmatige leiding aanleg kanplaatsvinden.4.7 Eisen aan de opstellingsplaats Kies een droge kamer die altijd vorstvrij is, die de maxi- male opstelhoogte niet overschrijdt en die de toegestane omgevingstemperatuur niet onder- of overschrijdt. Als het product onafhankelijk van de omgevingslucht gebruikt wordt, moet een afstand van minstens 500 m tot een kuststrook worden aangehouden. Stel het product niet op in de buurt van een ander ap- paraat dat het product zou kunnen beschadigen (bijv. naast een apparaat dat damp en vetten vrijmaakt) of in een ruimte met hoge stofbelasting of in een corrosie- bevorderende omgeving.

Als de opstelruimte de vereiste minimumoppervlakte van 20 m2 onderschrijdt, installeer dan buisleidingen voor de aangezogen en afgevoerde lucht. Let erop dat de vereiste minimumafstanden in acht genomen kunnen worden. Houdt er bij de keuze van de opstelplaats rekening mee dat de warmtepomp tijdens het gebruik trillingen aan de bodem of aan in de buurt liggende wanden kan over- brengen. Plaats het product omwille van geluidscomfort niet in de buurt van slaapkamers op. Ø129Ø80350 230 Ø525 300 300 1658 1567 612 450 505 543 190 57 34

15 4.8 Montagesjabloon gebruiken Gebruik de montagesjabloon om de plaatsen vast te leggen waar u gaten moet boren en doorbraken moet maken. 4. ProductophangenOpgelet! Gevaar voor verwondingen door kanteling van het product! Zolang het product niet correct aan de wand is bevestigd kan niet worden uitgesloten dat het product kantelt. Bevestig het product aan de hand van de 4 bevestigingspunten op de wand. Controleer of de moeren correct zijn aangedraaid. Na het aandraaien moeten de stifttappen boven de moeren uitsteken. Plaatsing voorwaarde: Draagvermogen van de wand volstaat niet. >Plaats aanvullend de driepotige standaard (nietmeegeleverd) onder het product.1. Gontroleer of de muur voor het bedrijfsgewichtvan het product voldoende draagvermogen heeft.Plaatsing voorwaarde: Het draagvermogen van de wand volstaat. >Hang het product op zoals beschreven.Opgelet!

Gevaar voor verwondingen door kanteling van het product! 2 Zolang het product niet correct op de hiervoor voorziene driepotige standaard staat en correct aan de wand bevestigd is, bestaat er kantelgevaar. Gebruik beslist de door de fabrikant aangeboden driepotige standaard. Zorg ervoor, dat het product niet kan kantelen. Zorg ervoor dat de vloer vlak is en voldoende draagvermogen heeft om het gewicht van de warmtepomp incl. warmwaterboiler te kunnen dragen.

16 4.10 Veiligheidsafdekking demonteren/monteren 4.10.1 Afdekkap demonteren 1. Draai de schroeven (1) op de behuizingsring (2) vanhet product met een Torx-schroevendraaier los.2. Verwijder de bovenste veiligheidsafdekking (3) en debehuizingsring (2) onder onderbreking.4.10.2 Afdekkap monteren 1. Monteer de bovenste afdekkap (3) en debehuizingsring (2).2. Lijn het product zo uit dat het verticaal staat of ietsnaar links helt, dit is nodig om ervoor te zorgen datcondenswater makkelijk en zonder problemen kanwegstromen.2. Draai de afdekkap (3) en de behuizingsring (2) eenpaar millimeter linksom om de 4 schroeven uit debajonetsluitingen te laten vastklikken.3. Let erop dat het isolatiemateriaal niet beschadigd wordt.Controleer of de behuizingsring correct op dewarmwaterboiler gepositioneerd is en of debajonet sluitnokken niet gebogen zijn.4.

Bevestig de behuizingsring door de 4 schroeven (1)vast te draaien.5 Installatie Opgelet! Kans op materiële schade door warmte- overdracht bij het solderen! Voer geen laswerkzaamheden uit in het gebied van de aansluitstukken van het product. lsoleer /bescherm bij laswerkzaamheden ALLE watervoerende buizen en koppelingen. 3 2 1 ≥ 10 ≤ 25

17 Gevaar! Verbrandingsgevaar en/of beschadigings- gevaar door ondeskundige installatie - Opgelet! Beschadigingsgevaar door resten in de leidingen! Resten zoals lasparels, hamerslag, hennep, stopverf, roest, grof vuil e.d. in leidingen kunnen zich in het product afzetten en tot storingen leiden. Spoel de leidingen voor het aansluiten op het product zorgvuldig door om mogelijke resten te verwijderen! 5,1 Luchttoevoer en -afvoer installeren 5.1.1 Luchtkanaalsystemen Opgelet! Risico op materiële schade door niet deskundige installatie! Sluit het product niet op afzuigkappen aan. 5.1.2 Installatie van een systeem met warmtegeïsoleerde concentrische VLT/VGA Opgelet! Gevaar voor materiële schade door condensatievorming aan de buitenkant van de buis!

Het temperatuurverschil tussen de in de buis stromende lucht en de lucht in de opstel- ruimte kan tot condensatievorming aan het buitenoppervlak van de buis leiden. Gebruik bij wanddoorvoeren bij voorkeur kunststof luchtbuizen, die over een geschikte warmte-isolatie beschikken. Gebruik absoluut fabrikanttoebehoren, die in het kader van de productcertificering gehomologeerd zijn om het binnendringen van water of vreemde stoffen in de buizen te voorkomen. Bescherm het product bij werkzaamheden om het binnen dringen van water of vreemde stoffen te voorkomen. Deze kunnen schade in de leidingen of andere componenten veroorzaken. 2 1 1 1

18 1= Buiten 2= Binnen (verwarmd of niet verwarmd 3 = Binnen (niet verwarmd) Luchtaanzuiging en luchtuitlaat liggen buiten het verwarmde ruimtevolume. Gebruik bij voorkeur deze configuratie, omdat geen onder- deel wordt afgekoeld en de kamerventilatie niet nadelig beïnvloed wordt. Controleer of de hieronder afgebeelde buisconfiguraties afhankelijk van de plafondhoogte mogelijk zijn. Diameter VLT/V A (concentrische VLT/V A): 0,64 mm Totale lengte luchtkanalen Voorwaarde: lnstallatie van een systeem met warmte geïsoleerde concentrische VLT/V A s; 5 m Voorwaarde: lnstallatie van een gedeeltelijk leidingsysteem s; 10 m Lengte die voor iedere gebruikte bocht van de totale lengte moet worden afgetrokken Voorwaarde: lnstallatie van een systeem met warmte ge soleerde concentrische VLT/V A 2 m Voorwaarde: lnstallatie van een gedeeltelijk leidingsysteem 1 m

26 5.1.2.8 Afmetingen van een systeem met horizontale warmtegeïsoleerde concentrische en driepotige standaard 150 l Opgelet! Gevaar voor materiële schade door condensatievorming aan de buitenkant van de buis! Het temperatuurverschil tussen de in de buis stromende lucht en de lucht in de opstel- ruimte kan tot condensatievorming op het buitenoppervlak van de buis leiden. Gebruik luchtbuizen met een geschikte warmte-isolatie. Vermijdt onderdruk in de opstelruimte om ervoor te zorgen dat de lucht uit omliggende verwarmde kamers niet wordt aangezogen. Controleer of de bestaande ventilatie, de onttrokken luchthoeveelheid kan compenseren. Luchthoeveelheid: � 140 m3/h Tel bij de onttrokken luchthoeveelheid de doorvoer capaciteit op die voor de normale ventilatie van de opstelruimte nodig is. Pas de ventilatie eventueel aan.

5.1.3 Gedeeltelijk leidingsysteem installeren 1 Buiten 2 Binnen (verwarmd of niet verwarmd) 3 Warmte gesoleerde buis (diameter � 80 mm) De warme lucht wordt uit de kamer weggenomen en kouder naar buiten afgegeven. Bij dit installatietype wordt de kamer als energiecollector gebruikt. De kamer wordt o.a. gekoeld door buitenlucht die via de ventilatieroosters naar binnen stroomt. Ruimtevolume opstelplaats: � 20 m3 1 3 2 300-556 611 450 506 115 1162 2231 ≥300 2281-2537

30 5.1.3.4 Afmetingen van een gedeeltelijk leidingsysteem met driepotige standaard 150 l Opgelet! Gevaar voor materiële schade door vorst in het huis Ook bij buitentemperaturen boven 0 °C bestaat gevaar voor vorst in de opstelruimte. Gebruik een geschikte warmte-isolatie om leidingen en andere elementen die gevoelig zijn voor kou in de opstelruimte te beschermen. Houdt de minimumafstand tussen de bovenkant van het product en het plafond aan om te voorkomen dat de door het product afgegeven koude lucht terugstroomt ( zie hoofdstuk ➔ Minimumafstanden). Ruimtevolume opstelplaats: � 20 m3 Vervang de mof bij de uitgang van de ventilator door een buis van 80 mm diameter en een minimumlengte. 5.1.4 Zonder leidingsysteem installeren 1 Buiten 2 Binnen (verwarmd of niet verwarmd) De lucht wordt in de elfde kamer weggenomen en afgevoerd.

34 5.1.4.4 Afmetingen van een systeem zonder buizen en met driepotige standaard 150 l 5.2 Wateraansluitingen installeren 5.2.1 Hydraulische installatie Gebruik platte afdichtingen. 5.2.2 Boiler aansluiten 1. Gebruik voor de aansluiting van dewatervoerende leidingen alleen diëlektrischeaansluitingen ( zelf monteren om de galvanischescheiding te garanderen).Aanhaalmoment van de wateraansluitingen: s; 30 m2. Sluit de koud waterleiding op (2) aan.3. Sluit de warm wateraanvoer op (1) aan.4. Voer een dichtheidscontrole van alle aansluitingen uit.2 1 130 300-556 611 450 506 ≥300 812 2166-2422

35 5.2.3 Condens afvoerleiding aansluiten 1. Neem de plaatselijk geldende regels en voorschriften m.b.t. condenswater afvoer in acht.2. Verbind de condens afvoerleiding (1) met een voor-geïnstalleerde afvoersifon (2).Afmetingen80 L 100 L 150 L A 748 mm 893 mm 1.118 mm B 805 mm 950 mm 1.175 mm 3. Plaats de condenswater afvoerleiding met verval en zonder knikpunten.4. Vul de afvoersifon met water.5. Laat een kleine afstand vrij tussen het einde van de condenswater afvoerleiding en deafvoersifon.6. Zorg ervoor dat de condens afvoerleiding niet luchtdicht met de afvoersifon verbonden is.7. Gontroleer of de condens foutloos kan wegstromen.1 2 A B

36 5. 3 Elektrische installatie Alleen gekwalificeerde elektriciens mogen de elektrische installatie uitvoeren. 5. 3. 3 Ventilator extern aansturen Voorwaarde: lnstallatie van een gedeeltelijk leidingsysteem Ook bij uitgeschakeld product staat er nog stroom op de netaansluitklemmen L en N. Schakel de stroomtoevoer uit. Beveilig de stroomtoevoer tegen opnieuw inschakelen. De stroomtoevoer van het product mag niet door een tijd- schakelklok onderbroken worden. 5. 3. 1 Bedrading uitvoeren 1. Leid de extra-lage-spanning kabels en laagspannings- kabels door verschillende kabeldoorvoeren aan deachterkant van het product. 2. Zorg ervoor dat de isolatie van de binnenste aderstijdens het ontmantelen van de buitenste omhullingniet beschadigd wordt. 3. Verwijder de isolatie van de kabels max. 20 mm.

Als u een kamer permanent wilt ventileren, ook als het product is uitgeschakeld, kunt u het contact van de externe ventilatorregeling (hygrostaat) aansluiten. 4. Voorzie de geïsoleerde uiteinden van de aders vanadereind-hulzen om een veilige verbinding vrij vanlosse draden te garanderen en hierdoor kortsluitingente voorkomen. 5. 3. 2 Kabel voor laagtarief- of hoogtariefontlasting aansluiten 1. Om de bedrijfstijden van het product in de hoogtarieftijden van het stroomcontract (indien aanwezig)zo laag mogelijk te houden, sluit u het stuurcontactvan de stroommeter aan. 2. Breng de aansluiting tussen het besturingscontact vande stroomteller en de stekker nr. 1 van de printplaat totstand, zie "aansluitschema van de schakelkast" in debijlage. Alleen een potentiaalvrij extern stuurcontact is toe- gestaan.

Twee aderige kabel: 0,75 mm2Contact geopend: ontlasting (verlaging van hetstroomverbruik)Contact gesloten: geen ontlasting3. Als het product via het laagtariefcontact aangestuurdwordt, informeer de gebruiker dan om ervoor tezorgen dat eventuele programmeringen van debedrijfstijden niet in conflict zijn met de hoog- enlaagtarieftijden. Demonteer de afdekkap (zie paragraaf 4. 10.

1) Verwijder de zwarte veiligheidsafdekking van de print- plaat. Leid de kabel door de kabeldoorvoer aan de achterkant van het product en door de kabeldoorvoer aan de achterkant van de elektronica box. Sluit de kabel van de hygrostaat op de aansluitsteker (2) op de printplaat: Contact geopend: ventilator loopt niet Contact gesloten: ventilator loopt Zet in het menu de modus "Ventilator met externe regeling" op VENT. MODUS. 5. 3. 4 Fotovoltaïsche installatie aansluiten Voorwaarde: Fotovoltaïsche installatie aanwezig Met deze functie kan de zelfvoorziening door de fotovoltaïsche installatie gebruikt worden om de warmtepomp en het elektrisch element te voeden en het water in de boiler te verwarmen. Gevaar. Levensgevaar door elektrische schok. 20 mm max. Aanwijzing Als kabels al verder dan 20 mm ontmanteld zijn, moet u deze met kabelbinders fixeren.

37 6. 2 Product inschakelen 1 Aansluitklem 1 2 Aansluitklem 2 Demonteer de afdekkap (zie paragraaf 4. 10. 1) Verwijder de zwarte veiligheidsafdekking van de print- plaat. Sluit de kabel van de fotovoltaïsche installatie op de aan- sluitklem (1) op de printplaat aan. Als uw thermostaat van de fotovoltaïsche installatie over twee stuurcontacten beschikt, sluit deze dan op de aansluit- klem (1) en (2) op de printplaat aan, zie "Aansluitschema elektronicabox" in de bijlage. Aansluitklem (1): onderste niveau van de opgewekte elektrische energie van de fotovoltaïsche installatie Aansluitklem (2): bovenste niveau van de opgewekte elektrische energie van de fotovoltaïsche installatie 6 Ingebruikneming 6. 1 Warmwatercircuit vullen 1. Verbreek de verbinding van het product met hetelektriciteitsnet. 2. Open het hoogst gelegen warm water aftappunt vande installatie. 3.

Open de afsluitkraan van de veiligheidsgroep bij dekoud wateringang. 4. Vul de warmwaterboiler tot er water uit het hoogst gele- gen aftappunt komt. 5. Sluit het warm water aftappunt. 1. Zorg voor de ingebruikneming van het product dat destop (1) op de condenswater afvoeraansluitingverwijderd is. 2. Zorg ervoor dat de afsluitkraan voor de veiligheidsgroepbij de koud wateringang geopend is. 3. Controleer voor het inschakelen van destroomvoorziening of de warmwaterboiler vol is4. Zorg ervoor, dat het product aangesloten is op destroomvoorziening. 5. Druk op de aan-/uittoets van het product. Het display wordt ingeschakeld. Een groene LED op het display licht op. De achtergrondverlichting van het display knippert en er wordt gevraagd de taal in te voeren. Draai aan de draaiknop om de taal in te stellen. Bevestig de selectie door de draaiknop in te drukken.

De warmtepomp start alleen als de koud water- temperatuur onder de ingestelde watertemperatuur ligt en als het inschakelmoment na het bedrijfsprogramma bij de opwarmtijd hoort en als het elektriciteitstarief het verwarm en toelaat.

Als de warmtepomp loopt, ontstaat een luchtstroom bij de luchtinlaat en luchtuitlaat. Aanwijzing Na de eerste ingebruikname heeft de warmtepomp afhankelijk van de lucht aanzuigtemperatuur en koud water -temperatuur 5 tot 10 uur nodig voor het bereiken van de maximale temperatuur (55 °C). 7 Product aan de gebruiker overdragen Geef aan de gebruiker uitleg over positie en werking van de veiligheidsinrichtingen. lnstrueer de gebruiker over de bediening van het product. Wijs de gebruiker vooral op de veiligheidsvoorschriften die in acht genomen moeten worden. lnformeer de gebruiker over de noodzaak om het product volgens de opgegeven intervallen te onderhouden. Overhandig de gebruiker alle documenten zodat deze bewaard kunnen worden lnstrueer de gebruiker over getroffen maatregelen m. b. t. het luchtkanaal en wijs hem erop dat hij niets mag toevoegen en wijzigen.

38 8 Aanpassing aan de installatie 8. 1 Installateurniveau oproepen 1. Druk op de menutoets. 2. Draai aan de draaiknop tot het menu INST. MENU ophet display verschijnt. 3. Houd de kloktoets en de menutoets 3 secondeningedrukt. Het eerste menupunt van het installateurniveau PV MODE wordt getoond. 8. 2 Fotovoltaïsche modus activeren en instellen 1. Als de thermostaat van de fotovoltaïsche installatie opaansluitstekker nr. 1 en nr. 2 op de printplaat van hetproduct is aangesloten, moet u PV MODE activeren. De opgewekte elektrische energie wordt in de vorm van warm water opgeslagen. U kunt twee benut- tingsfactoren van de fotovoltaïsche installatie instel- len. PV ECO = lage niveau van de fotovoltaïsche stroomopwekking. De warmtepomp genereert een verhoogde warmwatertemperatuur. De verhoogde warmwatertemperatuur moet tussen de normale warmwatertemperatuur en 55 °G liggen.

Fabrieksinstelling= 55 C PV MAX = hoge niveau van de fotovoltaïsche stroomopwekking. De warmtepomp en het ver- warmingselement genereren een verhoogde warmwatertemperatuur. De verhoogde warmwater- temperatuur moet tussen de warmwatertemperatuur van de PV ECO -modus en 65 °G liggen. Fabrieksinstelling=65 C 2. Draai aan de draaiknop om de modus in te stellenINST. MENU PV MODE. U kunt kiezen welke functie een hogere prioriteitkrijgt (fotovoltaïsche modus of vorstbeveiliging- /Eco-modus) 3. Selecteer JA. 4. Bevestig de selectie door de draaiknop in te drukken. 5. Druk op de menutoets. 6. Stel de gewenste warmwatertemperatuur in. 7. Draai aan de draaiknop om de prioriteit in te stellenINST. MENU PV MODE VOORRANG. JA : de signalen van aansluitstekker nr. 1 en nr. 2 hebben voorrang op vorstbeveiliging en Eco- modus.

Bij geactiveerde ventilatormodus (VENT. MODUS) kan optie 3 niet meer geselecteerd worden. De functie PROG. DALUU is niet beschikbaar. 9. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weer- gave te komen. 8. 3 Ingangsgegevens aflezen 1. Wanneer u de ingangsgegevens van het product wiltaflezen, kiest u dit menu INST. MENU DISP LAY. 2. Druk in het menu DISPLAY de draaiknop in. WATER = Warmwatertemperatuur in het onderste bereik van de warmwaterboiler LUCHT INL. = Luchttemperatuur bij de luchtaanzuig- ging T_VE RDAMP. = Temperatuur van de verdamper Als PV MODE gedeactiveerd is: PROG. DALUU: lngang aansluitcontact nr. 1 / nachtstroomcontact (0: contact geopend; 1: contact gesloten) HYGROSTAT: lngang aansluitcontact nr. 2 / hygrostat (0: contact geopend; 1: contact gesloten) Als PV MODE geactiveerd is: PV ECO : lngang aansluitcontact nr.

1 (0: contact geopend; 1: contact gesloten) PV MAX : lngang aansluitcontact nr. 2 (0: contact geopend; 1: contact gesloten) 3. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weer- gave te komen. 8. 4 Legionellabescherming instellen Met de functie legionellabescherming wordt het water in het product op een temperatuur tussen 60 °C en 70 °C verwarmd. Af fabriek is als standaardwaarde 60 °C ingesteld. Het is mogelijk een gewenste temperatuur tot 70 °C in te stellen. Als de gewenste warmwatertemperatuur al op 60 °C is in- gesteld, wordt de legionellabeschermingsfunctie niet uitgevoerd. Als een legionellabeschermingscyclus onderbroken wordt door een periode waarin het product wordt tegen- gehouden (hoog tarief of tijdprogrammering), wordt de legionella bescherming functie in de volgende bedrijfstijd opnieuw gestart.

Draai aan de draaiknop om het interval (in dagen) van de legionellabescherming in te stellen INST. MENU PARA METER ANTI. LEG. Aanwijzing Als de fotovoltaïsche modus de hogere prioriteit krijgt, wordt het warme water ook in niet-ingestelde tijden (bijv. vakantiemodus en buiten geprogrammeerde tijdvensters) verwarmd.

Als het warme water alleen tijdens de toegestane tijdvensters verwarmd moet worden, zet de prioriteit dan op Nee. Druk de draaiknop in. Selecteer het tijdsinterval tussen twee legionella beschermingsopladingen. Bevestig de selectie door de draaiknop in te drukken. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weergave te komen.

39 8. 5 Ontlastingsniveau kiezen Voorwaarde: Kabel voor nachtstroom-/dagstroom-ontlasting aangesloten Kies de componenten die tijdens het hoog tarief gebruikt mogen worden: alleen warmtepomp / warmtepomp en verwarmingselement Draai aan de draaiknop om de modus in te stellen INST. MENU PARA METER PROG. DALUU. 0 = geen element voor ontlasting gekozen 1 = alleen warmtepomp voor ontlasting gekozen 2 = warmtepomp en verwarmingselement voor ontlasting gekozen 8. 8 Maximale verwarmingstijd instellen 1. Als u deze functie inschakelt, wordt de oplaadtijdvan de warmwaterboiler verkort. De gekozen hulpverwarming wordt ingeschakeld. Als de ingestelde temperatuur binnen de opgegeven tijdniet bereikt wordt, wordt de gekozen hulpverwarminggeactiveerd om de verwarmingstijd te verkorten INST. MENU PARA METER MAX. TIJD2. Druk de draaiknop in. 3.

Draai aan de draaiknop om de maximale verwarmings- tijd door de warmtepomp in te stellen (Auto /aantaluren). 4. Bevestig de selectie door de draaiknop in te drukken. Aanwijzing Bij gebruik van een laag tariefaansluiting moet u geen aanvullende tijdprogrammering instellen. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weergave te komen. Als u een hoog tarief aansluiting gebruikt, informeer de gebruiker dan over het optimale energiegebruik. 8. 6 Minimumtemperatuur instellen Met de minimumtemperatuurfunctie daalt de warm water temperatuur niet tot onder 38 °C. De hulpverwarming (verwarmingselement) ondersteunt daarbij de warmtepomp tot een warmwatertemperatuur van 43 °C bereikt is. Afhankelijk van parameterselectie bij de instelling van het ontlastingsniveau is de minimale temperatuurfunctie tijdens dagstroomperiodes onder omstandigheden niet beschikbaar. INST. MENU ➔ PARA METER ➔ TEMP.

7 Ventilatormodus instellen Draai aan de draaiknop om de modus in te stellen INST. MENU PARA METER VENT. MODUS. 1 = Ventilatorwerking alleen indien warmtepomp in werking. Het ventilatortoerental past zich automatisch aan de behoefte van de warmtepomp aan. 2 = Ventilatorwerking alleen indien warmtepomp in werking. De ventilator loopt met maximaal toerental. 3 = Ventilatorwerking alleen indien warmtepomp in werking of indien externe regeling dit toestaat (hygro- staat) Aanwijzing Hoe korter de maximale verwarmingstijd is ingesteld, des te vaker wordt de hulp verwarming ingeschakeld en des te hoger zijn energieverbruik en -kosten. Aanwijzing Met de instelling Auto gebruikt het product de hulpverwarming alleen tijdens het laag- tarief en geprogrammeerde tijdvensters. De warmtepomp wordt als eerste ingezet. De hulpverwarming wordt zo laat mogelijk bij- geschakeld voor de verwarming. 5.

Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weer- gave te komen. 8. Tellerstand aflezen1. Wanneer u de tellerstanden van het product wiltaflezen, kiest u dit menu INST. MENU TELL ERS. 2. Druk in het menu TELL ERS de draaiknop in. 1 = Aantal schakelingen warmtepomp. 2 = Aantal schakelingen van het verwarmings- Element. 3 = Functie gedeactiveerd. 4 = Aantal bedrijfsuren van de compressor. 3. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weer- gave te komen. 8. 10 Bedieningselementen blokkeren 1. Draai aan de draaiknop tot het menu BLOKKERENweer te gevenAls de bedieningselementen geblokkeerd zijn, kunt ualleen de foutcodes resetten of de bedieningsele- menten deblokkeren INST. MENU BLOK KEREN. 2. Bevestig door de draaiknop in te drukken. 3. Draai aan de draaiknop om het automatische blokkeer- niveau in te stellen. Nee = de automatische blokkering is niet actief.

Houd de menutoets 3 seconden ingedrukt om de hand- matige blokkering op te heffen. 8. 11 Blower-Doorloop-Test voorbereiden 1. Als u een Blower-Doorloop-Test wilt uitvoeren, moetu de condens overloop van het product afsluiten. 2. Gebruik de meegeleverde stop (1) om de condensoverloop af te sluiten. Opgelet. Gevaar voor materiële schade bij afsluiting van de condens overloop De condens kan niet via de overloop weg- stromen als de rioleringsleiding verstopt is. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat na de Blower-Doorloop-Test maar voor de ingebruikneming van het product de stop voor het afsluiten van de overloop verwijderd is. Opgelet. Gevaar voor materiële schade bij afsluiting van de condens overloop De condens afvoerleiding van de sifon mag niet luchtdicht met de rioleringsleiding ver- bonden zijn omdat anders de condenswater- sifon leeggezogen kan worden. 3.

Als u het product weer in gebruikt neemt,moet u de stop van de condens overloopverwijderen / verwijdert hebben. Verhelpen van storingen 9. 1 Fouten verhelpen Controleer voor het oplossen van problemen of het product van stroom wordt voorzien.

Controleer of de afsluitkranen geopend zijn. Als er foutmeldingen optreden, verhelp de fout dan na controle van de tabel in de bijlage. Foutmeldingen - overzicht (zie bijlage B) Start het product na het oplossen van problemen opnieuw. Als u de storing niet kunt verhelpen, neem dan contact op met uw installateur of serviceteam. 9. 2 Parameters naar fabrieksinstellingen resetten 1. Draai de draaiknop, tot het menu RESE T PAR. wordtweergegeven. - INST. MENU RESE T PAR. 2. Druk de draaiknop in. 3. Draai de draaiknop, om JA te selecteren. 4. Bevestig de selectie door de draaiknop in te drukken. 5. Druk de menutoets in om bij de oorspronkelijke weer- gave te komen. 9. 3 Veiligheidstemperatuurbegrenzer resetten 1. Controleer voor het resetten van deveiligheidstemperatuurbegrenzer (3) of het bedrijf nietdoor het activeren ➔1 2 1 3.

41 Aanwijzing De instelling van de veiligheidstemperatuur- begrenzer mag niet veranderd worden. van een tariefschakelaar of de tijdprogrammering onderbroken wordt. 2. Controleer of de veiligheidstemperatuurbegrenzer vande elektrische hulpverwarming vanwege oververhittinggeactiveerd is (> 87 °C) of door een defect geactiveerdis. 3. Draai de schroeven op de onderste afdekkap (1) los. 4. Verwijder de onderste afdekkap (2). 5. Druk op de knop (3) om de veiligheidstemperatuurbegrenzer te resetten. 10 Inspectie en onderhoud 10. 1 Onderhoud en reparatie voorbereiden 1. Stel het product buitenbedrijf. 2. Verbreek de verbinding van het product met hetelektriciteitsnet. 3. Wacht tot de ventilator volledig tot stilstand is gekomen. 4. Sluit de afsluitkranen in het hydraulisch circuit. 5. Sluit de afsluitkraan voor de veiligheidsgroep bij dekoud wateringang. 6. Demonteer de afdekkap (zie paragraaf 4.

10. 1). 7. Als u watervoerende componenten van het product wiltvervangen, dan dient u het product leeg te maken. 8. Zorg ervoor dat er geen water op stroom-voerendeonderdelen (bijv. de elektronicabox) druppelt. 9. 4 Netaansluitkabel vervangen 1. Als de netaansluitkabel van het product beschadigd is,moet hij vervangen worden. 9. Gebruik alleen nieuwe afdichtingen. 10. 2 Inspectie- en onderhoudsintervallen in acht nemen Neem de minimale inspectie- en onderhoudsintervallen in acht. Zie onder andere bijlage A. Noteer de onderhoudswerkzaamheden bijvoorbeeld op bijlage H 10. 3 Product leegmaken 1. Stel het product buiten bedrijf. 2. Verbreek de verbinding van het product met hetelektriciteitsnet. 3. Sluit de afsluitkraan voor de veiligheidsgroep bij deAanwijzing Alleen een erkend en juist gecertificeerde installateur mag werkzaamheden aan de elektrische installatie uitvoeren. 2.

Leid de netaansluitkabel door de kabeldoorvoer aan deachterkant van de elektronica box. 6. Sluit de netaansluitkabel op de voedingsaansluiting vanhet product aan. 9. 5 Reparatie afsluiten 1. Monteer de afdekkap (zie paragraaf 4. 10. 2). 2. Breng de stroomvoorziening tot stand. 3. Schakel het product in. 4. Open alle afsluitkranen. 5. Controleer het product en de hydraulische aansluitingenop werking en dichtheid. Koud water ingang. 4. Zorg ervoor dat de rioleringsafvoer met de veiligheids- groep verbonden is. 5. Open de klep van de veiligheidsgroep en controleerof het water in de afvoer stroomt. 6. Open het hoogst gelegen warmwater aftappunt inhet huis voor een volledige lediging van dewaterleidingen. 7. Sluit de klep van de veiligheidsgroep en het warmwater- aftappunt weer als het water volledig is uitgelopen. 10.

4 Reserveonderdelen aankopen De originele componenten van het product zijn in het kader van de conformiteitskeuring door de fabrikant gecertificeerd. Als u bij het onderhoud of reparatie andere, niet gecertificeerde of niet toegestane delen gebruikt dan kan dit ertoe leiden dat de conformiteit van het product vervalt en het product daarom niet meer aan de geldende normen v en garantie eisen voldoet. We raden ten stelligste het gebruik van originele reserve- onderdelen aan omdat hierdoor een storingvrije en veilige werking van het product gegarandeerd is. Om informatie over de beschikbare originele reserveonderdelen te verkrijgen kunt u zich richten tot uw installateur of service groep. Als u bij het onderhoud of de reparatie reserveonderdelen nodig hebt, gebruik dan uitsluitend originele reserve- onderdelen die voor het product zijn toegestaan. 1 2 3 4 5 6.

42 10.5 Beschermingsanoden controleren 11 Uit bedrijf name 11.1 Product buiten bedrijf stellen Druk op de aan-/uittoets. Verbreek de verbinding van het product met het elektriciteitsnet. Maak het product leeg. 11.2 Koudemiddel laten afvoeren Deze warmtepomp bevat het koudemiddel R-290. Het koudemiddel mag niet in de atmosfeer komen. Laat het koudemiddel alleen door een daarvoor gekwalificeerde installateur afvoeren. 1. Maak het product leeg. (zie paragraaf 10.3))2. Draai de schroeven op de onderste afdekkap (1) los.3. Verwijder de onderste afdekkap (2).4. Trek de kabels van het verwarmingselement.5. Verwijder de schroeven (3).6. Trek het aggregaat (4) met het verwarmingselement ende bijbehorende anode (5), de beschermingsanode ende afdichting eruit.7. Schroef de beschermingsanode (6) uit de warmwater- boiler.8.

Trek de beschermingsanode eruit en controleer hem opde volgende punten.-Diameter (over de gehele lengte): � 16 mm-Gelijkmatige slijtage van de beschermingsanode.9. Controleer de kalkaanslag op het verwarmingselement.10. Controleer de anode van het verwarmingselement.11. Wanneer de beschermingsanode is verbruiktvervangt u deze. Net zoals de anode van hetverwarmingselement.12. Vervang de afdichting.De afvoer van het koudemiddel moet door de installateur gebeuren die de warmtepomp geïnstalleerd heeft. De installateur of de medewerker moet over een relevante certificering beschikken die aan de geldende voorschriften voldoet. Om het koudemiddel te recyclen, moet u het voor het afvoeren van het product in een geschikt reservoir opvangen. 12 Recycling en afvoer Verpakking afvoeren Voer de verpakking reglementair af. Neem alle relevante voorschriften in acht: Waarschuwing!

46 Bijlage A Jaarlijkse inspectie- en onderhoudswerkzaamheden - overzicht Nr. Werkzaamheden 1 Controleer de veiligheidsinrichtingen op perfecte werking. 2 Controleer het koelmiddelcircuit op dichtheid. 3 Controleer de hydraulische circuits op dichtheid. 4 Controleer de veiligheidsgroep op perfecte werking. 5 Controleer of de componenten van het koudemiddelcircuit geen roest- of oliesporen bevatten. 6 Controleer de apparaat componenten op slijtage. 7 Controleer of de apparaat componenten defect zijn. 8 Controleer of de kabels op de aansluitklemmen goed vast zitten. 9 Controleer de elektrische installatie conform de geldende normen en voorschriften. 10 Controleer de aarding van het product. 11 Controleer de aanvoertemperatuur van de warmtepomp en controleer de instellingen. 12 Controleer de compressor op ijsvorming. 13 Verwijder stof van de stroomaansluitingen.

14 Reinig voorzichtig de verdamper om de lamellen niet te beschadigen. Wees er eker van dat de lucht tussen de lamellen en om het product kan circuleren. 15 Controleer of de ventilator vrij kan lopen. 16 Controleer of de condens foutloos kan wegstromen. 17 Gontroleer de beschermingsanoden. 18 Controleer de kalkaanslag in de warmwaterboiler. Hiervoor moet deze worden afgetapt. 19 Controleer de kalkaanslag op het verwarmingselement. Als de kalklaag dikker dan 5 mm is, moet u het verwarmings- element vervangen. 20 Controleer de afdichting van de kijkklep op dichtheid. Als het kijkglas gedemonteerd wordt, vervang dan telkens de afdichting.

T_LU CHT Luchttemperatuursensor defect (aangezogen lucht) -Sensor defect-Sensor niet op print- plaat aangesloten-Sensorkabel bescha- digdSensor vervangen Warmtepomp buiten bedrijf. De geselecteerde hulp verwarming houdt de water- temperatuur bij 38 °C. T_ON TDOOI Verdampertemperatuur- sensor defect (Temperatuur ontdooiing) -Sensor defect-Sensor niet op print- plaat aangesloten-Sensorkabel bescha- digdSensor vervangen Warmtepomp buiten bedrijf. De geselecteerde hulpver- warming houdt de water- temperatuur bij 38 °C T_WA TER Watertemperatuursensor defect -Sensor defect-Sensor niet op print- plaat aangesloten-Sensorkabel bescha- digdSensor vervangen Warmtepomp buiten bedrijf.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Dimplex EDEL AIR 100L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden