Delonghi 23-1 ASV Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Delonghi 23-1 ASV (112 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen. Heb je een vraag over Delonghi 23-1 ASV of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Delonghi |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | 23-1 ASV |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Black, White |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Breedte: | 510 mm |
| Diepte: | 288 mm |
| Hoogte: | - mm |
| Soort materiaal (bovenkant): | Roestvrijstaal |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1750 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 3000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 2 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gaskookplaat |
| Electronische ontsteking: | Ja |
| Type brander/kookzone 1: | Groot |
| Type brander/kookzone 2: | Regulier |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Aantal gaspitten: | 2 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 0 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Aangesloten lading (elektrisch): | - W |
| Installatie compartiment breedte: | 490 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 270 mm |
| Installatie compartiment hoogte: | 30 mm |
| Aangesloten lading (gas): | - W |
| Materiaal pannensteun: | Roestvrijstaal |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Gas |
| Positie brander/kookzone 1: | Midden achter |
| Positie brander/kookzone 2: | Midden voor |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Afdekplaat: | Ja |
| Domino: | Ja |
Handleiding Delonghi 23-1 ASV – volledige tekst
93Geachte Klant,Bedankt dat u uw voorkeur heeft geschonken aan een van onze producten. De adviezen en waarschuwingen vermeld in deze gebruiksaanwijzing zijn voor uw vei-ligheid en die van uw naasten. Wij adviseren u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen zodat u het apparaatoptimaal kunt benutten. Tevens is het belangrijk deze gebruiksaanwijzing als naslagwerk bij de hand te houdenof bij de verkoop van het apparaat aan de volgende eigenaar te overhandigen. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor het bereiden van voedingsmiddelen. Elk ander gebruik is oneigenlijk en dus gevaarlijk. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die te wijten is aan het oneigenlij-ke, verkeerde of onverantwoorde gebruik van het apparaat. BELANGRIJKE AANWIJZINGEN EN WAARSCHUWINGEN✓Verwijder de verpakking en verzeker u ervan dat het apparaat niet bescha-digd is.
Gebruik het apparaat niet in geval van twijfel, maar raadpleeg daneerst uw leverancier of een bevoegd vakman. ✓Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, piepschuim, spijkers, enz. ) kangevaarlijk zijn voor kinderen. Bewaar het daarom buiten het bereik van kinde-ren. ✓De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal en is gemerkt met het krin-gloopsymbool. ✓Wijzig in geen geval de technische specificaties van het apparaat, want datkan zeer gevaarlijk zijn. ✓De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijtenis aan het oneigenlijke, foute of onverstandige gebruik van het toestel.
✓Wanneer u het apparaat niet langer gebruikt of vervangt door een andermodel, ontdoet u zich dan van het apparaat in overeenstemming met devoorschriften die in uw woonplaats gelden: zorgt u ervoor dat het niet meerfunctioneert en maak alle delen die gevaarlijk kunnen zijn, bijvoorbeeld voorkinderen die er mee spelen, onschadelijk.
✓De installatie en de aansluiting op het gas en elektra moeten door bevoegdpersoneel verricht worden en voldoen aan de plaatselijk geldende veiligheid-svoorschriften en aan de aanwijzingen van de fabrikant. RAAD VOOR DE GEBRUIKER✓Tijdens en meteen na het gebruik van het komfoor zijn sommige delen ervanzeer heet. Raak de hete delen niet aan. ✓Houd kinderen uit de buurt van het komfoor, vooral wanneer het aan staat. ✓Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in degesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht(gas- en gas/elektrische kooktoestellen). ✓Wend u tot de servicedienst als de gaskranen niet goed werken. ✓Sluit voor iedere ingreep de kookplaat af van het elektriciteitsnet. Brandgevaar. ✓Leg geen brandbaar materiaal op de kookplaat. ✓Zorg dat de voedingskabels van andere apparaten niet in aanraking kunnenkomen met de kookplaat.
✓Kook het voedsel in geen geval rechtstreeks op een kookzone, maar altijd ineen pan. BELANGRIJKE RAAD EN AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK VANELEKTRISCHE APPARATENVoor een veilig gebruik van elektrische apparaten dient u een aantal regels in achtte nemen. De belangrijkste zijn:✓Raak het apparaat nooit aan wanneer uw handen of voeten nat of vochtig zijn. ✓Gebruik het apparaat nooit op blote voeten. ✓Laat kinderen of onbevoegden het apparaat niet zonder toezicht gebruiken. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van het verkeerde, onei-genlijke of onverantwoorde gebruik. Verklaring van overeenstemming CE✓Dit komfoor is ontworpen omuitsluitend dienst te doen alskooktoestel. Ieder ander gebruik(bijv. als kachel) is oneigenlijk endientengevolge gevaarlijk.
- De voorschriften van “EMC”Richtlijn 89/336/EEG;- De voorschriften van Richtlijn93/68/EEG. GARANTIAGARANTIAOp dit apparaat rust garantie. Hetgarantiecertificaat treft u aan bij dezegebruiksaanwijzing; indien het ont-breekt kunt u uw leverancier om eenkopie vragen waarop de aankooopda-tum en het serienummer vermeld zijn. Het serienummer staat op het metalenplaatje op het apparaat. Het garantiebewijs is alleen geldigin combinatie met het aankoopbewijsvan uw leverancier. In geval van reparatie zullen dezetwee documenten aan de reparerendetechnicus overlegd moeten worden. Indien u hieraan niet kunt voldoen,zijn alle kosten voortvloeiend uitreparatiewerkzaamheden voor uwrekening. Alle onderhouds- of reparatiewerk-zaamheden zullen door vakbekwametechnici of de Technische Dienst vanDélonghi Nederland bv. uitgevoerdmoeten worden. Hierbij mogen alleenoriginele onderdelen gebruikt wor-den.
94ALGEMENE GEGEVENS11KOMFOOR 1 GAS driedubbele krans (afb. 1. 2)Dit toestel behoort tot klasse 3KOOKZONE1. Superbrander met driedubbele krans(TRA)- 3,50 kWBEDIENINGSPANEEL2. Bedieningsknop superbrander3. Drukknop van de elektrische ontsteking; deze knop is niet aanwezig in de volgende gevallen:- de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van degasbranders (symbool bij het symbool - hoogste stand, grootste gasdebiet). ★ - het komfoor heeft geen elektrische ontsteking (geen symbool ★ bij debedieningsknoppen). KOMFOOR 2 GAS(afb. 1. 1)Dit toestel behoort tot klasse 3KOOKZONES1. Halfsnelle brander (SR) - 1,75 kW2. Snelle brander (R) - 3,00 kWBEDIENINGSPANEEL3. Bedieningsknop snelle brander2 (R) 4. Bedieningsknop halfsnelle brander1 (SR) 5.
Drukknop van de elektrische ontsteking; deze knop is niet aanwezig in de volgende gevallen:- de elektrische ontsteking is ingebouwd in de bedieningsknoppen van degasbranders (symbool bij het symbool - hoogste stand, grootste gasdebiet). ★ - het komfoor heeft geen elektrischeontsteking (geen symbool bij de bedieningsknoppen). ★ WAARSCHUWING:Als de vlammen van de brander per ongeluk uit gaan, moet u de bedieningsknop dichtdraaien en tenminste een minuut wachtenvoordat u opnieuw probeert het apparaat aan te steken. WAARSCHUWING:Het gebruik van een kookapparaat op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het is geïnstalleerd. Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte door de natuurlijke ventilatieopeningen open te houden of door een afzuigkap metafvoerbuis te installeren.
WAARSCHUWING:Bij intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie nodig zijn, bijvoorbeeld door een raam te openen, ofeen doelmatigere ventilatie, door het mechanische afzuigvermogen te verhogen, als dat er is. 124 35afb. 1. 1123afb. 1. 2OPMERKING: ✓Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is eensonde “T” aanwezig – zie afb. 5.
2 – niet te verwarren met de elektrode “S” van deelektrische ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft. OPMERKING: ✓Als het komfoor van een model met veiligheidsventielen is (bij iedere brander is eensonde “T” aanwezig – zie afb. 5. 2 – niet te verwarren met de elektrode “S” van deelektrische ontsteking), wordt de gastoevoer gestopt als de vlam per ongeluk dooft.
96Ontsteking van branders MET ELEKTRISCHE ONSTEKING Modellen met aparte ontstekingsknopBij deze modellen ontsteekt u een brander door de bijbehorende bedieningsknop in te druk-ken en naar de hoogste stand te draaien (symbool grote vlam) en tegelijkertijd op de knop(afb. 2. 2) van de ontsteking te drukken totdat de brander aan is. Regel de gaskraan op de gewenste stand. Modellen met ontsteking ingebouwd in de bedieningsknoppen van de brandersDeze modellen zijn te herkennen aan het symbool bij het symbool (hoogste stand,★grootste gasdebiet) (afb. 2. 1b). Om een brander te ontsteken moet u de bijbehorende bedieningsknop indrukken en naarde hoogste stand (grote vlam) draaien; houd de bedieningsknop ingedrukt totdat de bran-der aan is. Regel de gaskraan op de gewenste stand.
Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontsteking van debrander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop in de hoogste stand staat, advise-ren wij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand. ONSTEKING VAN DE BRANDERS MET VEILIGHEIDSVENTIELOm de branders aan te steken:1 – Draai de knop van de gaskraan tegen de wijzers van de klok in tot aan het maximum-debiet, druk de knop in en houd hem ingedrukt. Bij modellen met ontsteking ingebouwd in de bedieningsknoppen treedt de ontstekingnu in werking. Als de stroom is uitgevallen kunt u de brander ontsteken door er eenvlam bij te houden. 2 – Alleen voor modellen met aparte ontstekingsknop: - druk de knop van de elektrischeontsteking in. 3 – Wacht ongeveer tien seconden na de ontsteking van de brander, alvorens de knop weerlos te laten (de tijd om het veiligheidsventiel te bewapenen).
Indien bijzondere lokale omstandigheden van het gedistribueerde gas de ontsteking van debrander moeizaam maken wanneer de bedieningsknop op het maximum staat, adviserenwij de procedure nogmaals uit te voeren, maar nu met de knop in de minimumstand. afb. 2. 2afb. 2. 3KOMFOOR MET 2 GASBRANDERS22afb. 2. 1aafb. 2. 1bGASBRANDERSDe gastoevoer naar de branders wordt geregeld door bedieningsknoppen (afbeelding6) waarmee u de gaskranen van de branders opent en sluit. De gaskraan is voorzienvan een veiligheidssluiting.
U regelt de gastoevoer door de aanwijzer van de bedieningsknop te draaien op desymbolen die op het bedieningspaneel zijn gedrukt :– Symbool Volle schijf ●= gaskraan gesloten (brander is uit)– Symbool grote vlam = gaskraan helemaal open, maximale vlamhoogte– Symbool kleine vlam = gaskraan op laagste stand, minimale vlamhoogteU ontsteekt de brander door een lucifer vlak boven de brander te houden en debijbehorende bedieningsknop in te drukken en tegen de klok in op het symbool grotevlam te draaien. Om de gastoevoer te verminderen draait u de knop verder tegen de klok in,desgewenst tot het aanslagpunt, waar de aanwijzer van de knop op het symboolkleine vlam wijst. De maximale gastoevoer gebruikt u om vloeistof snel aan de kook te brengen, deminimale gastoevoer voor het voorzichtig opwarmen en warm houden. Kook altijd met de bedieningsknop op een stand tussen maximaal en minimaal.
Nooittussen maximaal en uitstand. Controleer nadat u het komfoor heeft gebruikt of alle gasknoppen in degesloten stand staan en draai de kraan van de toevoerleiding of gasfles dicht. Het is verstandig om de kraan van de toevoerleiding dicht te draaien wanneerhet toestel niet gebruikt wordt.
97ROOSTERTJE VOOR KLEINE PANNENMeegeleverd accessoire (afb.2.5)Plaats het roostertje op de panhouder van de halfsnelle brander wanneer u een pan meteen kleine diameter gebruikt, om te voorkomen dat de pan omvalt.KEUZE VAN DE BRANDER (afb. 2.4)Naast elke bedieningsknop staat een symbool dat aangeeft welke gasbrander de knopbedient.Houd bij het kiezen van een brander rekening met de diameter en het volume van depan. Het is belangrijk dat de diameter van de pan past bij de diameter van de branderteneinde het hoge rendement van de branders te benutten en geen energie te verspil-len. Met een kleine pan op een grote brander gaat het koken niet sneller en er gaat veelenergie verloren.DIAMETER VAN DE PANNENBRANDER MINIMUM MAX.Halfsnelle brander 12 cm 22 cmSnelle brander 22 cm 26 cmSuperbrander 24 cm 28 cmdiameter WOK maxiamaal 36 cmGebruik geen pannen met een holle of bolle bodemafb.
2.5Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet.Houd kinderen uit de buurt van het komfoor.afb. 2.4SPECIAAL ROOSTER VOOR DE WOK (afb. 2.6 en 2.7)Zet het speciale wokrooster op het rooster van de brander met driedubbele krans.LET OP:✓Het gebruik van een wok zonder dit speciale rooster kan de werking van de branderernstig storen.✓Zet geen pannen met een platte bodem op het wokrooster.afb. 2.7afb. 2.6FOUTGOED
98Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor. Kook voedsel nooit rechtstreeks op een elektrische zone, maar altijd in een pan. KOMFOOR MET 2 ELEKTRISCHE KOOKZONES33NORMALE ELEKTRISCHE KOOKZONEU schakelt de elektrische kookzone in door de bedieningsknop (zie afb. 3. 1of 3. 2) op degewenste stand te draaien. De warmtestanden zijn aangeduid door de nummers van 1 t/m 6 of 1 t/m 12. Hoe hoger hetnummer, des te hoger de temperatuur van de kookzone. Minder het vermogen van de kookzone zodra de inhoud van de pan kookt. Houd er reke-ning mee dat de kookplaat na het uitschakelen nog 5 minuten voldoende warmte voor hetkoken afgeeft. SNELLE ELEKTRISCHE KOOKZONE (rode stip)De bedieningsknop van de snelle elektrische kookplaat is gelijk aan die van de norma-le kookplaat en voorzien van 6 of 12 warmtestanden (zie figuur 3. 1 of 3.
2). De specifieke kenmerken van deze kookzone, die bovendien is uitgevoerd met eenthermische beveiliging tegen oververhitting, maken het mogelijk:✓voedsel of vloeistof snel aan het koken te brengen✓de warmte van de kookzone optimaal te benutten bij gebruik van pannen met eenplatte bodem✓het energieverbruik automatisch te beperken bij het gebruik van pannen die nietgeschikt zijn. DE ELEKTRISCHE KOOKZONE CORRECT GEBRUIKEN (afb. 13)Minder het vermogen van de kookzone zodra de inhoud van de pan kookt. Houd er reke-ning mee dat de kookplaat na het uitschakelen nog 5 minuten voldoende warmte voor hetkoken afgeeft. Houd u aan de volgende regels: 0123 456afb. 3. 11243567891011120afb. 3. 2afb. 3. 3STANDEN VAN DE ELEKTRISCHE KOOKZONEToepassingUitgeschakeldVoor het smelten (bijv.
boter ofchocola)Voor het warm houden van voed-sel of het opwarmen van een klei-ne hoeveelheid vloeistofVoor het opwarmen van een grote-re hoeveelheid vloeistof of voor hetopkloppen van room en sauzenVoor het langzaam koken (bijv. spaghetti, soepen, gekookt vlees)of voor het stoven (bijv.
vlees)Voor het bakken van bijv. karbo-nades en steaks en voor hetkoken zonder deksel Voor het aanbruinen van vlees,gekookte aardappelen, gekooktevis en om een grote hoeveelheidvloeistof aan de kook te brengenVoor het bakken of roosteren Standknop 0012123234674456kookzone voorzienvan bedieningsk-nop met 7 standen0 - 6123456afb. 3. 4=Verwarmen= Koken= Bakken4562347889101112kookzone voorzien vantraploos regelbarebedieningsknop0 - 12123456789101112✓laat de kookzone niet zonder een panmet inhoud erop werken✓zorg dat u geen vloeistof op dekookzone morst wanneer deze heet is✓gebruik pannen met een plattebodem, geschikt voor elektrischekooktoestellen✓gebruik pannen met een ronde bodemdie even groot is als de kookzone, ofiets groter✓Kook met het deksel op de pan alsdat mogelijk is, om energie te sparen. ✓Kook voedsel in geen gevalrechtstreeks op een elektrische zone,maar altijd in een pan.
99GLASKERAMISCH KOMFOOR44De voornaamste eigenschap van deze keramische kookplaat is de snelle warmtetoe-voer vanaf de verwarmingselementen naar de pannen op de kookplaat. De warmte verspreidt zich niet horizontaal over de kookplaat, waardoor het keramischeoppervlak al op enkele centimeters afstand van de kookzone koud is. De kookzones worden met knoppen voorzien van 7 standen (0-6) bediend (afb. 4. 1) ofmet traploos regelbare knoppen (0-12) (afb. 4. 2). De temperatuur kan traploos van stand 0 (uit) tot stand 12 (max. ) ingesteld worden. Controleer of de kookplaat schoon is voordat u hem aan zet. Als de kookplaat in werking is, zal controlelampje gaan branden. Indien de temperatuur van de kookplaat boven 60˚C komt, zal het corresponderenderestwarmte indicatielampje gaan branden. Dit lampje blijft ook branden als de kookzone is uitgezet om aan te geven dat de plaatnog warm is.
Het zal enige tijd duren voordat de kookplaat geheel is afgekoeld. RAAKT U GEDURENDE DEZE TIJD DE KOOKZONE NIET AAN EN ZORG ERVOORDAT KINDEREN NIET AAN DE KOOKPLAAT KOMEN. Het restwarmte indicatielampje gaat uit zodra de temperatuur van de kookzone onderde 60˚C komt. SOORTEN KOOKZONES“3 circuit” kookzone (afb. 4. 3)Dit type kookzone wordt verwarmd door 3 elektrische elementen die samen of afzon-derlijk werken, afhankelijk van de stand van de keuzeschakelaar met 7 standen of mettraploos regelbare knoppen 0-12. Deze kookzone bereikt de werktemperatuur in korte tijd. “Hi-light” kookzone (afb. 4. 4)Het verwarmingselement is een spoel die de werktemperatuur in zeer korte tijd bereikt. Het vermogen van de kookzone wordt geregeld d. m. v. een traploze stroomregelaar meteen schaalverdeling van 0 tot 12, waarbij stand 1 overeenstemt met de laagste tempe-ratuur en 12 met de hoogste.
Halogeenzone (afb. 4. 5)Deze kookzone wordt verwarmd door 2 halogeenlampen en een elektrische element. De werktemperatuur wordt vrijwel onmiddellijk bereikt.
Deze kookzone wordt bediend door een traploze stroomregelaar met 12 werkstanden,genummerd van 1 (laagste temperatuur) tot 12 (hoogste temperatuur). Pas op voor uw ogen: Staar niet in het licht van de halogeenlampen. 0123 456afb. 4. 1afb. 4. 5afb. 4. 4afb. 4. 3Let op: Het oppervlak van het komfoor wordt tijdens het koken zeer heet. Houd kinderen uit de buurt van het komfoor. Kras het keramische oppervlak niet met scherpe voorwerpen Gebruik het kera-mische oppervlak niet als werkblad of bergplaats. 1243567891011120afb. 4. 2.
100RAAD VOOR HET VEILIG GEBRUIK VAN DE KOOKPLAAT–Voordat u de kookplaat aanzet, kijkt u welke knop u voor de gewenste zone nodigheeft. Het verdient aanbeveling om de pan al op de kookzone te zetten voor u dezeaanzet en-pas na het uitzetten de pan er van af te halen. – Ladde bodem. Gebruik geen pannen van gietijzer. Een oneffen of ruwe bodem kan deglaskeramische plaat bekrassen. Controleer of de bodem van de pan schoon en droog is. – Gebruik geen pannen met een steel die zo lang is dat deze over de rand van de kook-plaat uitsteekt, om te voorkomen dat de pan per ongeluk wordt omgestoten. Metdeze voorzorg is de pan ook moeilijker te bereiken voor kinderen. –Gebruik de kookplaat niet als deze gebarsten of beschadigd is. – Buig u niet over de kookplaat wanneer de kookzones in bedrijf zijn. – Leg geen aluminiumfolie of plastic voorwerpen op de kookzones wanneer deze warmzijn.
– Denk erom dat de kookzones tamelijk lang (ca. 30 minuten) warm blijven nadat dezezijn uitgezet. – Volg de schoonmaakinstructies nauwgezet op. – Laat geen zware of scherpe voorwerpen op de keramische kookplaat vallen. – Neem de stekker van het komfoor uit het stopcontact als het keramische oppervlakbeschadigd is en stel u in verbinding met de servicedienst. – Staar niet in het licht van de halogeenzone. – Kook het voedsel in geen geval rechtstreeks op een kookzone, maar altijd in een pan. kookzone voorzienvan bedieningsk-nop met 7 standen0 - 6123456afb. 4. 6=Verwarmen= Koken= Bakkenkookzone voorzien vantraploos regelbarebedieningsknop0 - 12123456789101112STANDEN VAN DE ELEKTRISCHE KOOKZONEToepassingUitgeschakeldVoor het smelten (bijv.
boter ofchocola)Voor het warm houden van voed-sel of het opwarmen van een klei-ne hoeveelheid vloeistofVoor het opwarmen van een grote-re hoeveelheid vloeistof of voor hetopkloppen van room en sauzenVoor het langzaam koken (bijv. spaghetti, soepen, gekookt vlees)of voor het stoven (bijv. vlees)Voor het bakken van bijv.
101ALS DE KOOKPLAAT EEN GLAZEN DEKSELHEEFT: ✓Sluit het glazen deksel niet wanneer de branders of deelektrische kookzones nog warm zijn of wanneer de oven, alsdeze onder het komfoor staat, werkt of nog warm is. ✓Zet geen pannen of zware voorwerpen op het deksel. ✓Droog het deksel voordat u het opent als er vloeistof op isgemorst. Kras het keramische oppervlak niet met scherpe voor-werpen Gebruik het keramische oppervlak niet alswerkblad of bergplaats. Gebruik geen stoomreiniger, omdat deze condensaan de binnenkant van het komfoor kanveroorzaken, hetgeen het kooktoestel onveilia maakt. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD55ALGEMENE RAAD✓Sluit het komfoor af van het elektriciteitsnet en wachttotdat het is afgekoeld voordat u begint met hetschoonmaken. ✓Schoonmaken met een doek gedrenkt in warm water metzeep of in warm water met een vloeibaar handafwasmiddel.
✓Gebruik geen schurende, bijtende, chloorhoudendeproducten en geen metalen schoonmaakgereedschap. ✓Verwijder op het komfoor gemorste zure of basische stoffen(azijn, zout, citroenzuur, enz. ) voordat zij drogen. GEËMAILLEERDE DELEN ✓De geëmailleerde delen mogen alleen met eens spons enzeepwater of met een niet-bijtend speciaal reinigingsmiddelworden schoongemaakt. ✓Zorgvuldig afdrogen. ROESTVRIJSTALEN DELEN✓Schoonmaken met een speciaal - in de handel verkrijgbaar -middel. ✓Afdrogen met een zachte doek, liefst met een zeem. ✓Opmerking: Bij een ononderbroken gebruik kan devoortdurend hoge temperatuur verkleuringen om debranders veroorzaken. KNOPPEN✓U kunt de knoppen losmaken om deze makkelijker schoon temaken. Let op dat u de pakking van de knoppen nietbeschadigt. HET GLASKERAMISCHE OPPERVLAKSCHOONMAKENVergewis u ervan dat de kookplaat uit staat voordat u methet schoonmaken begint.
Het gebruik van schoonmaakmiddelen is toegestaan, opvoorwaarde dat deze geen bijtende of schurende werkinghebben. Verwijder het schoonmaakmiddel altijd grondig met eenvochtige doek. Houd alle voorwerpen die kunnen smelten uit de buurt van dekookplaat: plastic voorwerpen, aluminiumfolie sulker ofsulkerhoudende producten. Mocht er een voorwerp op de kookplaat zijn gesmolten,verwijder dan het materiaal meteen (wanneer de kookplaat nogwarm is) met een speciaalkrabbertje om te voorkomen dat het glaskeramische oppervlakblijvende schade oploopt. Gebruik nooit een mes of andere scherpe voorwerpen, omdatdeze het oppervlak kunnen beschadigen. Gebruik ook geen metaalsponzen of ander metalengereedschap, omdat deze het glaskeramische oppervlakonherstelbaar kunnen krassen. ONDERHOUD VAN DE ELEKTRISCHEKOOKZONES✓Maak de kookzones schoon wanneer deze lauw zijn.
✓Schoonmaken met een doek gedrenkt in zout water enafwerken met een doek gedrenkt in olie. GASKRANEN✓De gaskranen moeten periodiek gesmeerd worden; dit maguitsluitend worden gedaan door gespecialiseerd personeel. ✓Wend u tot de Servicedienst als de gaskranen niet goedwerken. afb. 5. 1.
102BRANDERS EN ROOSTERS✓Deze kunnen van het komfoor afgenomen worden en in een sopje gewassenworden✓Na het schoonmaken moet u de branders goed afdrogen en zorgvuldig op hunplaats terugzetten.✓Het is zeer belangrijk dat u controleert of u de vlamverdeler goed teruggezet heeft,omdat een verkeerd geplaatste vlamverdeler zware storing kan veroorzaken.✓Bij toestellen met elektrische ontsteking moet er worden gecontroleerd of deelektrode schoon is, zodat deze goed kan vonken.✓Opmerking: De elektrische ontsteking kan defect raken als deze wordt gebruiktwanneer de branders zijn verwijderd.DE BRANDERS CORRECT PLAATSENHet is zeer belangrijk dat u de vlamverdeler F en de kap C van de branders goed ophun plaats teruggezet. De brander kan niet goed werken als deze onderdelen verkeerdgeplaatst zijn.Zorg ervoor dat de elektrode “S” (afb.
5.2) steeds goed schoon is zodat de vonken pro-bleemloos weg kunnen springen.Zorg ervoor dat de sonde “T” (afb. 5.2) in de buurt van elke brander goed schoon blijft,zodat de veiligheidskleppen probleemloos kunnen werken.Zowel de sonde als de ontsteker moeten heel voorzichtig schoon worden gemaakt.BRANDER MET DRIEDUBBELE KRANSDe brander moet geplaatst worden zoals in afb. 16 is aangegeven. De ribben van de brander moeten in de uitsparingen steken zoals is aangeduid met depijlen.Zet de kap A en de ring B op hun plaats (afb. 5.4 - 5.5).Als de brander goed geplaatst is kan hij niet draaien (afb. 5.4).afb. 5.3afb. 5.4ABafb. 5.5 afb. 5.6afb. 5.2STFC
103Aanwijzingen voor de installatieINSTALLATIE66BELANGRIJK✓Het komfoor moet door een bevoegd vakman worden aan-gesloten. Als hieraan niet wordt voldaan, vervalt de garan-tie. ✓Het komfoor moet volgens de geldende voorschriften wor-den geïnstalleerd. ✓Schakel het komfoor altijd uit, voordat u onderhoud of repa-ratie uitvoert. ✓ Deze kooktoestellen zijn ontworpen voor de inbouw ineen warmtebestendig keukenmeubel met een dieptevan 600 mm. ✓ De wanden van het meubel mogen niet boven hetwerkblad uitsteken en moeten bestand zijn tegen eentemperatuur van 75 °C boven deomgevingstemperatuur. ✓ Plaats het apparaat niet dichtbij ontvlambarematerialen zoals gordijnen. ✓ Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaarmateriaal (bijv. gordijnen). AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEURVerwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van het komfoor voordat u methet installeren begint.
Dit komfoor kan worden ingebouwd in een werkblad met een dikte van 20 ê 40mm en een diepte van 600 mm. Om het komfoor in te bouwen moet er een opening in het werkblad van hetmeubel worden gemaakt. De afmetingen zijn aangegeven in onderstaandeafbeelding. Bovendien moet er aan de volgende voorwaarden worden voldaan:– de afstand tussen de onderkant van het komfoor en de bovenkant van eenapparaat of de hoogste plank in het meubel moet minstens 30 mm bedragen. – de afstand tussen het komfoor en een wand (muur kast) aan de zijkant diehoger is dan het komfoor, moet minstens 100 mm bedragen. – de afstand tussen het komfoor en de achterwand moet minstens 50 mm bedra-gen. – als er een kast of afzuigkap boven het komfoor hangt, dan moet de afstandtussen het komfoor en de kast of afzuigkap minstens 650 mm bedragen (afb. 6. 2).
– de wanden van de meubels en apparaten die naast het komfoor staan moetenbestand zijn tegen hitte (beschermingsklasse “ ” volgens de norm EN 60335-Y2 6). Installeer het komfoor niet in de buurt van brandbaar materiaal (bijv. gordijnen).
104KIES DE JUISTE OMGEVINGHet vertrek (de keuken) waar een gastoestel wordt geïnstalleerd moet voldoendegeventileerd zijn voor een goede verbranding. De verse lucht moet rechtstreeks toestromen door een of meer ventilatieopeningenin de buitenmuur met een gezamenlijke doorsnede van minstens 100 cm2. Als het gastoestel niet voorzien is van veiligheden die ingrijpen wanneer de vlamdooft, dan moet de doorsnede van de openingen minstens 200 cm2bedragen. De beste plaats voor de ventilatieopeningen is dicht bij de vloer, aan de overkantvan de muur met de afvoeropening van de verbrandingsproducten. De ventilatieopeningen moeten zo gemaakt zijn dat deze niet verstopt kunnen raken,noch van binnen af, noch van buiten af.
Als het niet mogelijk is te voorzien in de nodige ventilatieopeningen, dan moer ervoor worden gezorgd dat er verse lucht toestroomt uit een aangrenzend vertrek datwèl is geventileerd zoals aangegeven, op voorwaarde dat het geen slaapkamer ofgevaarlijke ruimte is. AFVOER VAN VERBRANDINGSPRODUCTEN De verbrandingsproducten van eengaskomfoor moeten worden verwijderddoor een afzuigkap met eenafvoerkanaal dat rechtstreeks naar debuitenlucht voert (afb. 6. 6). Als dit niet mogelijk is, dan kan er eenelektrische ventilator wordengemonteerd in een buitenmuur ofvensterruit, met voldoende vermogenom per uur een doorstroming van 3 à5 maal het volume van de keuken zekerte stellen (afb. 6. 7). Een ventilator mag slechts wordengeïnstalleerd als er ventilatieopeningenaanwezig zijn die voldoen aan hetgeenvermeld in het hoofdstuk “Ventilatie”. HET KOMFOOR BEVESTIGEN (afb. 6.
4)Het komfoor wordt geleverd met een set beugels en schroeven voor de bevestigingaan een werkblad met een dikte van 2 tot 4 cm. De bevestigingsset bevat 4 beugels “A” en 4 zelftappende schroeven “B”. ✓Maak een opening in het werkblad. ✓Leg de pakking “C” langs de rand van de opening in het werkblad.
✓Keer het komfoor om, monteer de beugels “A” in de speciale uitsparingen en draaide schroeven “B” een paar slagen aan, maar nog niet vast. Let op dat de positievan de beugels overeenstemt met die in de afbeelding hiernaast. ✓Zet het komfoor in de opening. ✓Zet de beugels “A” goed en draai de schroeven “B” aan totdat het komfoor vastzit. ✓Snijd de uitspringende rand van de pakking “C” af met een scherp mes. INSTALLATIE IN EEN KEUKENKAST MET EEN DEUR (afb. 6. 3)Het keukenmeubel moet volgens specifieke eisen gemaakt zijn om te voorkomendat de gasbranders (in de laagste stand) uitgaan bij verandering van druk door hetopenen of sluiten van de kastdeuren. Het is aan te bevelen een opening van 30 mm aan te houden tussen het komfooren de bovenkant van het keukenmeubel. 30 mmafb. 6. 3Ruimte vooraansluitingenDepressieruimteDeurtjeH min 650 mmafb. 6.
105AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATEURVerwijder de eventueel aanwezige beschermfolie van hetkomfoor voordat u met het installeren begint.De kookplaat met 2 elektrische zones kan worden ingebouwd ineen werkblad met een diepte van 600 mm en een dikte van 20à 40 mm en de glaskeramische kookplaat in een werkblad metdezelfde diepte en een dikte van 30 à 40 mm.Om het komfoor in te bouwen moet er een opening in hetwerkblad van het meubel worden gemaakt. De afmetingenzijn aangegeven in onderstaande afbeelding.
Bovendien moeter aan de volgende voorwaarden worden voldaan:– de afstand tussen de onderkant van het komfoor en debovenkant van een apparaat of de hoogste plank in hetmeubel moet minstens 30 mm bedragen.– de afstand tussen het komfoor en een wand (muur kast) aande zijkant die hoger is dan het komfoor, moet minstens 50 mmbedragen.– de afstand tussen het komfoor en de achterwand moet min-stens 50 mm bedragen.– als er een kast of afzuigkap boven het komfoor hangt, danmoet de afstand tussen het komfoor en de kast ofafzuigkap minstens 650 mm bedragen (afb. 6.9a - 6.9b).– de wanden van de meubels en apparaten die naast het kom-foor staan moeten bestand zijn tegen hitte (beschermings-klasse “ ” volgens de norm EN 60335-2-6).YInstalleer het komfoor niet in de buurt van brandbaarmateriaal (bijv.
106DE KOOKPLAAT BEVESTIGENIedere kookplaat wordt geleverd met een set beugels en schroeven voor de bevestigingvan de kookplaat aan meubels die een werkblad met een dikte van 2-3 à 4 cm hebben(afb. 6.11 kookplaat 2x elektrisch, afb. 6.12 glaskeramische kookplaat).✓Maak een opening in het werkblad (zie de afbeelding op de vorige bladzijde).✓Leg de pakking “D” precies langs de omtrek van de opening in het werkblad.✓Keer de kookplaat om en bevestig de beugels “A” in de speciale uitsparingen metde schroeven “B” (draai deze nog niet vast) Let erop dat u de beugels monteertzoals afgebeeld in de tekeningen hiernaast.
Draai de beugels zodat de kookplaatin het werkblad kan worden gezet.✓Leg de kookplaat in de opening.✓Zet de beugels “A” goed; het uiteinde “C” van de beugels moet in de daarvoorbestemde gaten steken.✓Draai de schroeven “B” aan, zodat de kookplaat goed vast zit.✓Snijd de uitspringende rand van de pakking “D” af met een scherp mes.20 mm min.40 mm max.BDAC30 mm min.40 mm max.BDACafb. 6.11afb. 6.12AAAAafb. 6.10
107GASAANLUITING77Cat: II 2L 3B/PGASSOORTENHet gas dat kan worden gebruikt kan in twee families wordenonderverdeeld:– Butaan en Propaan (in een fles) G30/G31– Aardgas (G25)NLHet komfoor is door de fabrikant voorbereid en ingesteld om te werken ophet type gas dat vermeld is op het typeplaatje van het komfoor en in dezehandleiding. Aansluiting op het gasnet:De aansluiting van het komfoor is als volgt samengesteld (afb. 13):✓1 nippel “A”✓1 haaks verbindingsstuk “C”✓2 pakking “F”✓1 conisch verbindingsstuk “G”De gasaansluiting moet door een bevoegd installateur verricht worden en voldoenaan de plaatselijk geldende voorschriften. Bevestig het conische verbindingsstuk “G” (meegeleverd) aan het haakseverbindingsstuk “C” met de pakking “F” ertussen, voordat u het toestel aansluit opde gasleiding.
Het komfoor is voorzien van een gleuf voor de aansluitbuis, waarin deze laatstealtijd zijn diameter van 3 cm behoudt. De aansluiting kan in elke gewenste richting worden gedraaid nadat hetverbindingsstuk “C” is losgedraaid van nippel “A” (afb. 12). Het is raadzaam de aansluiting nooit volledig horizontaal of verticaal te draaien. BENLafb. 7. 2BELANGRIJK✓Draai het verbindingsstuk “C” nooit zonder eerst nippel A los te maken. ✓De pakking “F” (afb. 7. 1) zorgen voor de dichtheid van de gasaansluiting. Het israadzaam deze onderdelen bij de geringste vervorming of afwijking te vervangen. Het is raadzaam deze onderdelen bij de geringste vervorming of afwijking tevervangen. ✓De aansluiting met een onbuigzame metalen buis mag geen kracht op hetkomfoor uitoefenen.
✓Als er een buigzame metalen buis wordt gebruikt moet er op worden gelet datdeze niet in aanraking kan komen met beweeglijke onderdelen of klem kan raken. ✓Buigzame buizen moeten over hun hele lengte te inspecteren zijn, voor de uiterstedatum van gebruik (op de slang gedrukt) vervangen worden en zij mogenmaximaal 2 meter lang zijn.
✓Controleer de afdichting van de gasaansluiting met zeepsop, nooit met een vlam. AANPASSING AAN DE VERSCHILLENDE GASSOORTENAls er een type gas wordt gebruikt dat niet overeenstemt met hetgeen op het typeplaatje isvermeld, dan moet het komoor eerst aangepast worden. Elk komfoor wordt geleverd met een serie sproeiers voor de verschillende gassoorten. De nieuwe sproeiers moeten gekozen worden op grond van de “Tabel van desproeiers”. De diameter van de sproeiers, uitgedrukt in honderdste millimeters, is aangegeven op1/2" Gconicalafb. 7. 1FC A1/2” GGFCat: 2E+3+II GASSOORTENHet gas dat kan worden gebruikt kan in twee families wordenonderverdeeld:– Butaan en Propaan (in een fles) G30/G31– Aardgas (G 20/G25)BE.
108VERVANGING SPROEIERS VAN DE BRANDERSGa als volgt te werk om de sproeiers te vervangen:✓Verwijder de panroosters en de kapjes van de branders, trek de bedieningsknoppenen de eventueel aanwezige ontstekingsknop los en verwijder ook deze.✓Vervang m.b.v. een pijpsleutel de sproeiers “J” (afb. 7.3 - 7.4) door nieuwe diegeschikt zijn voor het type gas dat gebruikt wordt.AFSTELLING VAN HET MINIMUM VAN DE GASBRANDERSBij de overgang van de ene gassoort naar de andere moet ook het minimumdebiet vande kraan gecorrigeerd worden, en moet de brander ook aan blijven bij een plotselingeovergang van de maximum- naar de minimumstand.De vlam wordt als volgt afgesteld:– Steek de brander aan.– Draai de kraan in de “minimum”-stand– Verwijder de knopVoor kranen met een stelschroef binnenin de staaf (afb. 7.5):– draai met een schroevendraaier met max. diam.
3 mm aan de schroef binnenin hetstaafje van de kraan, totdat de juiste instelling verkregen wordt.Voor kranen met een stelschroef op het kraanlichaam (afb. 7.6):✓draai de schroef “A” met een schroevendraaier, totdat de juiste instelling verkregenwordt.Voor het gas G30/G31 moet de stelschroef geheel worden aangedraaidDE GASKRANEN SMERENAls een gaskraan stroef draait moet dezeworden gedemonteerd, schoongemaaktmet benzine en ingesmeerd met speciaalwarmtebestendig vet.Deze ingreep moet door een bevoegdvakman worden gedaan.afb. 7.6Aafb. 7.5afb. 7.4JTABEL VAN DE SPROEIERSafb. 7.3JCat: 2E+3+II Halfsnel (SR) 1,75 0,45 65 97Snel (R 3,00 0,75 85 115Superbrander3,50 1,50 95 135G30/G3128-30/37 mbarG20/G2520/25 mbar[Hs - kW] [Hs - kW] Ø spuitstuk[1/100 mm]Ø spuitstuk[1/100 mm]Min. debietMax.
109ELEKTRISCHE AANSLUITING88BELANGRIJK: De aansluiting op het elektriciteitsnet moetuitgevoerd worden door een bevoegd vakman en voldoenaan de geldende voorschriften. Een foute installatie kan schade aan personen, dieren enzaken ten gevolge hebben waarvoor de fabrikant zich nietaansprakelijk stelt.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET✓De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd wordendoor een vakman en voldoen aan de geldende veiligheid-svoorschriften;✓Het apparaat moet aangesloten worden op hetelektriciteitsnet, nadat men eerst heeft vastgesteld dat denetspanning overeenstemt met de voedingsspanning die ophet typeplaatje is vermeld en dat de elektrische voorzieningde aansluitwaarde van het toestel kan dragen;✓In het geval dat het toestel zonder stekker is geleverd, moet erworden gezorgd voor een stekker die geschikt is voor het ver-mogen dat het toestel opneemt;✓De tweepolige stekker moet worden aangesloten op eengeaard stopcontact dat voldoet aan de plaatselijke veiligheid-snormen.
✓Het is mogelijk om het apparaat direct op het elektriciteitsnetaan te sluiten door middel van een lijnschakelaar met eenminimumafstand van 3 mm tussen de contacten;✓De voedingskabel mag niet in aanraking komen met heteoppervlakken en moet zo geplaatst worden dat de tempera-tuur nergens boven de 75°C komt;✓Het toestel moet zo worden geïnstalleerd dat het stopcontactof de lijnschakelaar altijd bereikbaar zijn. ✓De kookplaat moet afzonderlijk worden gevoed; eventueleapparaten in de buurt van de kookplaat moeten apart wordengevoed. Het is verplicht het apparaat te aarden. De fabrikant stelt zich niet aansprakelijk voor schade dievoortkomt uit het veronachtzamen van dit voorschrift. Alvorens reparaties aan de elektrische onderdelen van hetapparaat te verrichten, moet het apparaat worden afges-loten van het elektriciteitsnet. –N. B.
Gebruik geen adapters, verloopstekkers en meer-voudige stekkerdozen omdat deze oververhitting en ver-brandingen kunnen veroorzaken. – Sluit het komfoor af van het elekticiteitsnet als het opper-vlak van het komfoor gebarsten is. Als de elektrische voorziening in uw woning aangepast moet wor-den om het toestel te installeren of als de stekker niet in het stop-contact past, laat de nodige werkzaamheden dan verrichten dooreen bevoegd vakman. Deze moet bovendien controleren of de doorsnede van de beka-beling van het stopcontact groot genoeg is voor het vermogen dathet toestel opneemt.
110REPARATIESDe voedingskabel vervangen (KOOKPLAAT MET 2 ELEKTRISCHE EN GLASKERA-MISCHE KOOKPLAAT)Keer de kookplaat om en maak het deksel van de contactdoos los door eenschroevendraaier tussen de twee klemmen “A” te steken (afb. 8.1).Open de kabelklem door schroef “F” (afb. 8.2), los te draaien, draai de schroevenvan de contacten los en verwijder de kabel.De draden van de voedingskabel moeten worden aangesloten op de contacten zoals aan-gegeven inafb. 8.3.De voedingskabel vervangen (KOMFOOR GAS)- De voedingskabel mag alleen worden vervangen door een van hetzelfde type.- De draden van de voedingskabel moeten worden aangesloten op de contacten zoalsaangegeven in afb. 8.4.Aafb. 8.1Fafb. 8.2230 VPENL1(L )2afb.
8.3DOORSNEDE VAN DE VOEDINGSKABEL EN AANSLUITINGS-SCHEMAKOMFOOR GAStype “H05V2V2-F” bestand tegen een temperatuur van 90°C230 V~ 3 x 0,75 mm 2KOOKPLAAT MET 2 ELEKTRISCHEDe buitendiameter van de voedingskabel mag hoogstens 9 mm bedragen.type “H05RR-F”230 V~ 3 x 1,50 mm 2GLASKERAMISCHE KOOKPLAATDe buitendiameter van de voedingskabel mag hoogstens 9 mm bedragen.type “H05RR-F”230 V~ 3 x 1,50 mm 2230 VL Nafb. 8.4De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor onwaarheden in deze folder veroorzaakt door druk- of vertaalfouten. De fabrikant heeft het recht alle wijzigingenaan het produkt aan te brengen die zij voor commerciële- of fabricagedoeleinden noodzakelijk acht, op ieder moment en zonder voorafgaande kennisgeving.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Delonghi 23-1 ASV stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Delonghi
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis