Daikin EWLQ033KBW1N Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Daikin EWLQ033KBW1N (174 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Daikin EWLQ033KBW1N of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Daikin |
| Categorie: | Airco |
| Model: | EWLQ033KBW1N |
Handleiding Daikin EWLQ033KBW1N – volledige tekst
EWLQ014~064KBW1NWatergekoelde ijswaterkoelgroepen zonder condensorDEOMHP0110817EU Gebruiksaanwijzing1INHOUD PaginaInleiding. 1Technische specificaties. 2Elektrische specificaties. 2Beschrijving. 3Functie van de hoofdonderdelen. 4Beveiligingen. 4Interne bedrading – tabel met onderdelen. 5Voor het opstarten. 5Controle voor het opstarten. 5Watertoevoer. 6Voedingsaansluiting en carterverwarming. 6Algemene aanbevelingen. 6Werking. 6Digitale besturing. 6Bediening van de units. 7Geavanceerde eigenschappen van de digitale besturing. 10BMS-aansluiting Modbus. 13Algemene beschrijving van Modbus. 13Geïmplementeerde storingscode. 14Definiëren van de BMS-instelling. 14Variabelendatabase. 14Storingsopsporing. 15Onderhoud. 16Belangrijke informatie over het gebruikte koelmiddel. 16Wat te doen bij onderhoud. 16Vereisten voor het opruimen. 16Bijlage I. 17Verdampingstemperatuur. 17Menu-overzicht.
18De Engelse tekst is de oorspronkelijke versie. Andere talen zijnvertalingen van de oorspronkelijke instructies. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen, inclusiefkinderen, met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentalemogelijkheden, of met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zijonderricht zijn in het gebruik van het apparaat door een persoon dieverantwoordelijk is voor hun veiligheid. Zie erop toe dat kinderen niet met het apparaat spelen. INLEIDINGDeze gebruiksaanwijzing heeft betrekking op Daikin EWLQKBwatergekoelde ijswaterkoelgroepen. Deze units zijn ontworpen voorbinnenmontage en om te koelen. Voor airconditioningdoeleinden kuntu de EWLQ units combineren met Daikin ventilator-convectors ofluchtbehandelingsunits. Ze zijn ook geschikt voor de watertoevoer bijindustriële koeling.
Deze handleiding is samengesteld om een juiste werking enonderhoud van de unit te verzekeren. U vindt er informatie in over hetoptimaal gebruik van de unit en over de procedure bij eventueleproblemen.
Deze unit is uitgerust met beveiligingen maar deze zullenniet noodzakelijk alle problemen als gevolg van verkeerd gebruik ofslecht onderhoud voorkomen. Raadpleeg uw Daikin-verdeler indien u het probleem niet zelf kuntoplossen. EWLQ014KBW1N EWLQ064KBW1N EWLQ025KBW1NEWLQ033KBW1NEWLQ049KBW1NWatergekoelde ijswaterkoelgroepen zonder condensorGebruiksaanwijzingLEES AANDACHTIG DEZE HANDLEIDING VOORALEERDE UNIT OP TE STARTEN. GOOI DEZE HANDLEIDINGNIET WEG. MAAR BEWAAR DEZE IN UW ARCHIEFVOOR LATERE RAADPLEGING. Lees eerst het hoofdstuk"Werking" op pagina 6 vooraleer de parameters tewijzigen. Vooraleer u de unit voor het eerst opstart moet u er zekervan zijn dat deze correct is gemonteerd. Daarom is hetnoodzakelijk om eerst de montagehandleiding zorgvuldigdoor te nemen die is meegeleverd met de unit, evenals deaanbevelingen opgesomd onder het punt "Controle voorhet opstarten". 4PW61666-1A.
Functie van de hoofdonderdelen Afbeelding: Functioneel schema Naarmate het koelmiddel door de unit circuleert treden er wijzigingenop in de toestand of conditie. Deze wijzigingen worden veroorzaaktdoor de volgende hoofdonderdelen:■ CompressorDe compressor (M*C) werkt als een pomp en doet hetkoelmiddel circuleren in het koelmiddelcircuit. Het comprimeerthet koelmiddelgas dat uit de verdamper komt tegen eendrukniveau dat de verdichting in de condensor goed mogelijkmaakt. ■ FilterDe filter achter de condensor verwijdert kleine partikels uit hetkoelmiddel om blokkade van de slangen te voorkomen. ■ ExpansieklepDe vloeistof komende uit de condensor komt terecht in deverdamper via een expansieklep. Deze expansieklep brengt hetvloeibare koelmiddel op een drukniveau waarbij het gemakkelijkverdampt in de verdamper.
■ VerdamperDe verdamper moet voornamelijk warmte onttrekken uit hetwater dat erdoor vloeit. Dit is mogelijk door het vloeibarekoelmiddel, dat uit de condensor komt, om te zetten in een gas. ■ Aansluitingen van waterinlaat/-uitlaatDe aansluitingen van de waterinlaat en -uitlaat maken eeneenvoudige aansluiting mogelijk van de unit op het watercircuitvan de luchtbehandelingsunit of de industriële uitrusting. BeveiligingenDe unit is uitgerust met Algemene beveiligingen: schakelen allecircuits en de hele unit uit. ■ I/O-pcb (A2P) (input/output)De I/O-printkaart (A2P) bevat een fasebeveiliging. De fasebeveiliging detecteert of de 3 fasen van de voedingcorrect zijn aangesloten. Als een fase niet is aangesloten of als2 fasen omgekeerd zijn, kan de unit niet opstarten.
■ OverstroomrelaisDe overstroomrelais (K*S) bevindt zich in de schakelkast van deunit en beveiligt de compressormotor in geval van overbelasting,fasestoring of te lage spanning. De instelling van de relaisgebeurt in de fabriek en mag niet worden gewijzigd. Als hetrelais is geactiveerd moet het worden teruggesteld in deschakelkast, waarna ook de besturing manueel dient te wordenteruggesteld.
■ HogedrukschakelaarDe hogedrukschakelaar (S*HP) is gemonteerd op deuitlaatleiding van de unit en meet de condensordruk (druk aande compressoruitlaat). Als de druk te hoog wordt treedt dedrukschakelaar in werking en wordt het circuit stopgezet. Als de drukschakelaar in werking treedt wordt hij automatischteruggesteld. De besturing daarentegen moet manueel wordenteruggesteld.
■ LagedrukschakelaarDe lagedrukschakelaar (S*LP) is gemonteerd op de aanzuig-leiding van de unit en meet de verdamperdruk (druk aan decompressorinlaat). Als de druk te laag wordt, treedt dedrukschakelaar in werking en wordt het circuit stopgezet. Als de drukschakelaar in werking treedt wordt hij automatischteruggesteld. De besturing daarentegen moet manueel wordenteruggesteld. ■ Thermische beveiliging van de uitlaatDe thermische beveiliging van de uitlaat (Q*D) treedt in werkingals de temperatuur van het koelmiddel dat de compressorverlaat te hoog wordt. Als de temperatuur weer normaal wordtzal de beveiliging automatisch worden teruggesteld. Debesturing daarentegen moet manueel worden teruggesteld. ■ BevriezingssensorDe temperatuursensor van de wateruitlaat (R4T) meet dewatertemperatuur aan de uitlaat van de waterwarmtewisselaar.
De beveiliging sluit het circuit af als de koelwatertemperatuur telaag wordt om te voorkomen dat het water tijdens de werkingbevriest. Als de watertemperatuur aan de uitlaat weer normaal wordt,wordt de beveiliging automatisch teruggesteld. De besturingdaarentegen moet manueel worden teruggesteld. ■ Zekering voor besturingscircuit (F1U)De zekering voor het besturingscircuit beschermt de kabels vanhet besturingscircuit en de onderdelen van de besturing in hetgeval van een kortsluiting. ■ Zekering voor besturingscircuit (F4)De zekering van het besturingscircuit beschermt de kabels vanhet besturingscircuit bij een kortsluiting. ■ Zekering voor digitale besturing (F3U)De zekering beschermt de kabels van de digitale besturing ende digitale besturing in het geval van een kortsluiting.
■ Kogelklep (bij de unit geleverd, ter plaatse gemonteerd)Voor en na het waterfilter is een kogelklep voorzien zodat hetfilter kan worden gereinigd zonder het watercircuit af te laten. ■ Waterfilter (bij de unit geleverd, ter plaatse gemonteerd)Het filter vóór de pomp filtert verontreinigingen uit het water omschade aan de pomp of verstopping van de verdamper ofcondensor te voorkomen. Maak het waterfilter op regelmatigetijdstippen schoon. ■ Ontluchtingsklep (bij de unit geleverd, ter plaatse gemonteerd)De resterende lucht in het koelerwatersysteem wordtautomatisch verwijderd via de ontluchtingsklep. Interne bedrading – tabel met onderdelenRaadpleeg het intern elektrisch schema dat met de unit ismeegeleverd. De gebruikte afkortingen hebben de volgendebetekenis:A1P. PCB: printkaart van besturingA2P. PCB: I/O-printkaart (input/output)A3P. **. PCB: adreskaart voor BMS(1)A5P,A6P. **.
Lagedrukschakelaar circuit 1, circuit 2S7S. *. Schakelaar voor selectie koelen/verwarmen(2) vanop afstand of dubbel instelpuntS9S. *. Start/stopschakelaar vanop(2) afstand of dubbel instelpuntS10L. DebietschakelaarS12M. HoofdschakelaarTR1. Transformator 230 V ➞ 24 V voor voeding besturingsprintkaartTR2. Transformator 230 V ➞ 24 V voor voeding I/O-printkaart (A2P)Y3R. OmschakelklepY1S, Y2S. VloeistofmagneetklepX1~3,X1~82A. ConnectorenVOOR HET OPSTARTENControle voor het opstarten Controleer na de montage van de unit de volgende punten vooraleerde hoofdschakelaar in te schakelen:1 Lokale bedradingZorg ervoor dat de lokale bedrading tussen het voedingspaneelen de unit is uitgevoerd overeenkomstig de instructies vermeldin de montagehandleiding, de elektrische schema's en degeldende Europese en nationale reglementeringen.
2 Zekeringen of beveiligingenControleer of het type en de grootte van de zekeringen of delokaal gemonteerde beveiligingen overeenstemmen met devereisten vermeld in de montagehandleiding. Zorg ervoor dat ergeen zekering of beveiliging is overgeslagen. (1) als optie verkrijgbaar(2) niet bijgeleverdNiet geleverd bij standaardunitNiet mogelijk als optie Mogelijk als optieVerplicht # ##Niet verplicht * **Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar op het voedings-paneel van de unit is uitgeschakeld. 4PW61666-1A. book Page 5 Friday, May 25, 2012 3:09 PMEWLQ014~064KBW1NWatergekoelde ijswaterkoelgroepen zonder condensorDEOMHP0110817EU Gebruiksaanwijzing 5.
3 AardingZorg ervoor dat de aardkabels correct zijn aangesloten en deaardklemmen stevig zijn vastgemaakt. 4 Interne bedradingControleer of u geen losse aansluitingen of beschadigdeelektrische componenten in de schakelkast ziet. 5 MontageControleer of de unit correct is gemonteerd om abnormalegeluiden en trillingen te voorkomen bij het opstarten van de unit. 6 Beschadigde onderdelenControleer de binnenkant van de unit op beschadigdeonderdelen of platgedrukte leidingen. 7 KoelmiddellekControleer in de unit of er geen koelmiddellek voorkomt. Raadpleeg uw plaatselijke dealer als er een koelmiddellek is. 8 OlielekControleer de compressor op eventuele olielekken. Raadpleeguw plaatselijke dealer als er een olielek is. 9 SpanningControleer de voedingsspanning op het lokale voedingspaneel. De spanning moet overeenkomen met de spanning op hetidentificatieplaatje van de unit.
WatertoevoerVul de waterleidingen, daarbij rekening houdend met de minimumbenodigde waterhoeveelheid voor de unit. Raadpleeg het hoofdstuk"Watervulling, stroom en kwaliteit" in de montagehandleiding. Zorg ervoor dat de waterkwaliteit beantwoordt aan de normenvermeld in de montagehandleiding. Ontlucht het systeem aan de hoogste punten en controleer dewerking van de circulatiepomp en de debietschakelaar. Voedingsaansluiting en carterverwarming Procedure voor het inschakelen van de carterverwarming:1 Schakel de stroomonderbreker op de unit in. Zorg ervoor dat deunit op de besturing in de "OFF"-stand staat. 2 De carterverwarming wordt automatisch ingeschakeld. 3 Controleer de voedingsspanning op de voedingsklemmen L1,L2 en L3 (N) met behulp van een voltmeter. De spanning moetovereenkomen met de spanning vermeld op het identificatie-plaatje van de unit.
Als de voltmeter een spanning afleest dieniet ligt binnen het bereik vermeld in de technische gegevens,dient u de lokale bedrading te controleren en indien nodig devoedingskabels te vervangen. 4 Controleer het controlelampje op de fasebeveiliging.
Als hetoplicht is de volgorde van de fasen correct. Licht het niet op dandient u de hoofdschakelaar uit te schakelen en een erkendelektricien te raadplegen om de draden van de voedingskabel inde juiste volgorde aan te sluiten. Na zes uur is de unit klaar voor gebruik. Algemene aanbevelingenNeem de onderstaande aanbevelingen door vooraleer u de unitinschakelt:1 Sluit alle voorpanelen van de unit als de volledige montage ende nodige instellingen zijn gebeurd. 2 Het onderhoudspaneel van de schakelkast mag enkel wordengeopend in geval van onderhoud door een erkend elektricien. WERKINGDe EWLQ-units zijn uitgerust met een digitale besturing die eengebruikersvriendelijke instelling, gebruik en onderhoud van de unittoelaat. Dit gedeelte van de handleiding heeft een praktijkgerichte, modulairestructuur.
Behalve het eerste onderdeel, dat een kort overzicht biedtvan de besturing zelf, behandelt elk onderdeel of subonderdeel eenspecifieke instelling die u met de unit kunt uitvoeren. Digitale besturingGebruikersinterfaceDe digitale besturing bestaat uit een numeriek scherm, vier gemerktedruktoetsen en controlelampjes die extra informatie geven voor degebruiker. Afbeelding – Digitale besturingAfbeelding – Interface voor afstandsbediening (optionele set)■ Dicht de aansluitingen af met een goed afdichtmiddelvoor schroefdraad. De afdichting moet bestand zijntegen de druk en temperatuur in het systeem, en moetook bestand zijn tegen de gebruikte glycol in het water. ■ De buitenkant van de waterleidingen moet goedworden beschermd tegen corrosie.
Toetsen op de besturing:De functie die wordt uitgevoerd als de gebruiker op een of op eencombinatie van deze toetsen drukt, hangt af van de status van debesturing en de unit op dat specifieke moment. Controlelampjes op de besturingsinterface en de interface voorafstandsbediening:Werking tijdens hoofddisplay (niet in menu)Als u een parametergroep of parameter selecteert, wordenverschillende controlelampjes die betrekking hebben op deparametergroep of parameter weergegeven. Voorbeeld: de controlelampjes F en G worden weergegeven alsu een parametergroep of parameters direct selecteert. Directe en gebruikersparametersDe digitale besturing is uitgerust met directe en gebruikers-parameters. De directe parameters zijn belangrijk voor het dagelijksgebruik van de unit, bijvoorbeeld om de temperatuurinstelling tewijzigen of eigenlijke werkingsinformatie op te vragen.
Degebruikersparameters daarentegen bieden meer geavanceerdefuncties zoals het wijzigen van de tijdvertraging. Elke parameter is bepaald door een code en een waarde. Deparameter voor het selecteren van lokale of aan/uit-afstands-besturing bijvoorbeeld heeft code h07 en waarde 1 of 0. Zie "Overzicht van de directe en de gebruikersparameters" oppagina 10 voor een overzicht van de parameters. Bediening van de unitsDit hoofdstuk biedt informatie voor het alledaags gebruik van deEWLQ-units. Hier vindt u informatie over routinehandelingen zoals:■ "Inschakelen van de unit" op pagina 8 en "Uitschakelen van deunit" op pagina 8,■ "Wijzigen van de koeltemperatuur" op pagina 8,■ "Raadplegen van huidige werkingsinformatie" op pagina 9,■ "Terugstellen van een alarm" op pagina 9,■ "Terugstellen van een waarschuwing" op pagina 9.
FControlelampje (oranje)FGeeft aan dat de unit verwarmt. GControlelampje (oranje)GGeeft aan dat de unit koelt. HControlelampje (rood)YGeeft aan dat het alarm in werking is. LControlelampje (oranje)LGeeft de status van de pomp aan. MControlelampje (oranje)MControlelampje, geeft aan dat minstens één compressor in werking is. &Controlelampje (oranje)&Controlelampje brandt, geeft aan dat compressor 1 in werking is. Controlelampje knippert, geeft aan dat er voor compressor 1 een opstartverzoek is. éControlelampje (oranje)éControlelampje brandt, geeft aan dat compressor 2 in werking is. Controlelampje knippert, geeft aan dat er voor compressor 2 een opstartverzoek is.
Inschakelen van de unitGa als volgt te werk om de unit in de stand koelen in te schakelen:1 Druk ongeveer 5 seconden op de D-toets, het controlelampjeG wordt weergegeven. Ga als volgt te werk om de unit in de stand verwarmen in te schakelen:1 Druk ongeveer 5 seconden op de C-toets, het controlelampjeF wordt weergegeven. Vervolgens wordt in beide gevallen een opstartcyclus opgestart, decontrolelampjes L, M, & en é gaan branden afhankelijk van degeprogrammeerde thermostaatfunctie. Als het controlelampje & of é knippert, dan geeft dat aan dat er eenopstartverzoek voor compressor 1 of 2 is. De compressor start op alsde timer nul heeft bereikt. 2 Als u de unit voor het eerst opstart of als de unit voor langere tijdniet is gebruikt neemt u best de volgende controlelijst door.
Abnormaal geluid of trillingenZorg ervoor dat de unit geen abnormaal geluid of trillingenvoortbrengt: controleer de bevestigingen en de leidingen. Als decompressor een abnormaal geluid voortbrengt kan dit ook hetgevolg zijn van een teveel aan koelmiddel. BedrijfsdrukHet is belangrijk de hoge en lage druk van het koelcircuit tecontroleren om te verzekeren dat de unit naar behorenfunctioneert en het nominaal afgegeven vermogen wordtbereikt. Ter informatie: de gemiddelde verzadigingstemperatuur vanR410A in verhouding tot het af te lezen drukniveau vindt u in"Bijlage I" op pagina 17. 3 Als de unit na een paar minuten niet start dient u de eigenlijkewerkingsinformatie te raadplegen in de lijst van directeparameters. Raadpleeg ook het hoofdstuk "Storingsopsporing"op pagina 15.
Uitschakelen van de unitGa als volgt te werk om de unit uit te schakelen als de stand koelen inwerking is:1 Druk ongeveer 5 seconden op de D-toets, het controlelampjeG dooft. Ga als volgt te werk om de unit uit te schakelen als de standverwarmen in werking is:1 Druk ongeveer 5 seconden op de C-toets, het controlelampjeF wordt gedoofd.
Directe parameters raadplegen en wijzigenZie "Menu-overzicht" op pagina 18 voor een overzicht van demenustructuur. 1 Druk op het hoofddisplay 5 seconden op B. De -/- parametergroep wordt weergegeven. 2 Druk op de C- of D-toets om de vereiste parametergroepte selecteren. 3 Druk op de B-toets om de geselecteerde parametergroep inte voeren. 4 Druk op de C- of D-toets om de vereiste parameter teselecteren. 5 Druk op de B-toets om de geselecteerde parameter teraadplegen. 6 Druk op de C- of D-toets om de waarde van degeselecteerde parameter respectievelijk te verhogen of teverlagen. (Alleen geldig voor lezen/schrijven parameters. )7 Druk op de B-toets om de gewijzigde instelling te bevestigen. OFDruk op de A-toets om de gewijzigde instelling te annuleren. 8 Druk op de A-toets om terug te keren naar deparametergroep. 9 Druk 2 keer op de A-toets om terug te keren naar hethoofddisplay.
Als er tijdens de procedure niet 30 seconden lang op een toets wordtgedrukt, dan gaat de weergegeven parametercode of waardeknipperen. Als nog eens 30 seconden niet op een toets wordtgedrukt, dan keert de besturing automatisch terug naar hethoofddisplay zonder een gewijzigde parameter op te slaan. Raadplegen van parameters sensoruitleesmenuZie "Menu-overzicht" op pagina 18 voor een overzicht van demenustructuur. De b01/b02/b03 parameters maken deel uit van het"sensoruitleesmenu". 1 Druk op de C- of D-toets op het hoofddisplay. De b01-parameter wordt weergegeven. Als er niet op een toets wordt gedrukt, wordt de waarde vanb01-sensor weergegeven totdat er weer wordt gedrukt op Cof D om een andere parameter te selecteren (b02 of b03). 2 Druk op de A-toets om terug te keren naar het hoofddisplay.
Als er tijdens de procedure niet 30 seconden lang op een toets wordtgedrukt, dan gaat de weergegeven parametercode of waardeknipperen. Als nog eens 30 seconden lang niet op een toets wordtgedrukt, dan keert de besturing automatisch terug naar hethoofddisplay.
Wijzigen van de koeltemperatuur1 Wijzig de r1-koeltemperatuurparameter. Dit is een directe parameter. Zie "Directe parameters raadplegen enwijzigen" op pagina 8. LET OPZie "Selecteren van lokale of aan/uit-afstands-besturing" op pagina 12 als aan/uit-afstandsbesturingis ingeschakeld. De gemeten drukniveaus zullen schommelen tussen eenminimum- en een maximumwaarde, afhankelijk van detemperatuur van het water en de omgeving (op hetmoment van de meting). LET OPBij aan/uit-afstandsbesturing (h07=1) is hetaanbevolen om een aan/uit-schakelaar te monterennabij de unit, en dit in serie met de afstandsschakelaar. De unit kan dan vanop beide plaatsen wordenuitgeschakeld. De keuze tussen koelen en verwarmen kan enkelgebeuren bij het opstarten. Omschakelen isonmogelijk zonder de unit uit te schakelen.
Raadplegen van huidige werkingsinformatieDe eigenlijke werkingsinformatie die u kunt raadplegen in de lijst vandirecte parameters omvat:■ b01:Waterinlaattemperatuur verdamper,■ b02:Wateruitlaattemperatuur verdamper,■ b03: Als de modus koelen is ingeschakeld: temperatuur vaninlaatwater aan de condensor. Als de modus verwarmenis ingeschakeld: temperatuur van inlaatwater aan deverdamper. ■ c10:Totaal aantal bedrijfsuren van de compressor 1,■ c11:Totaal aantal bedrijfsuren van de compressor 2,■ c15:Totaal aantal bedrijfsuren van de pomp. Dit zijn directe parameters, zie "Directe parameters raadplegen enwijzigen" op pagina 8. Ter ugstellen van een alarmAls een alarm wordt vastgesteld gebeurt het volgende:■ het alarmrelais wordt geactiveerd,■ het H-controlelampje wordt weergegeven■ het scherm begint te knipperen en toont afwisselend dealarmcode en de waterinlaattemperatuur.
De volgende alarmcodes kunnen op het scherm verschijnen:■ a1: een vorstbeveiligingsalarm is in werking gesteld. ■ e1: de NTC-sonde die de waterinlaattemperatuur aan deverdamper meet is defect. ■ e2: de NTC-sonde die de wateruitlaattemperatuur van deverdamper meet is defect. ■ e3: de zekering voor de verwarmingstape van de verdamper(F4) is gesprongen, er is een tegenfasestoring of eenprobleem met de I/O-printkaart (A2P). ■ ehs: geeft aan dat de voedingsspanning extreem hoog is. In ditgeval dient u een erkend elektricien te raadplegen. ■ el1: geeft aan dat er een voedingsstoring is (voorbeeld: ruis). In dit geval dient u een erkend elektricien te raadplegen. ■ el2: geeft aan dat er een voedingsstoring is (voorbeeld: ruis). In dit geval dient u een erkend elektricien te raadplegen. ■ els: geeft aan dat de voedingsspanning extreem laag is.
■ epr: geeft aan dat de EEPROM op de printplaat van debesturing binnenin de unit defect is. ■ fl: geeft aan dat er geen waterstroom was gedurende eenperiode van 15 seconden nadat de pomp was opgestartof gedurende 5 seconden terwijl de compressor werkte ofdat de overstroombeveiliging van de pomp is geactiveerd. ■ hp1: geeft aan dat een hogedrukschakelaar, de thermischebeveiliging van de uitlaat of de overstroombeveiliging vande compressormotor is geactiveerd of dat de NTC-sonde,die de omgevingstemperatuur meet, defect is. ■fl + hp1: geeft aan dat er waarschijnlijk een RPP-storing is of datde F4-zekering is doorgebrand. ■ lp1: geeft aan dat de lagedrukschakelaar is geactiveerd. ■ ter: geeft aan dat er sprake is van een communicatiestoring inde interface voor afstandsbediening. ■F]]c`e\:communicatiestoring tussen de digitale controller van deunit en de interface voor afstandsbediening.
Bevestig dejuiste selectie van de parametercode h23. Deze moetstandaardinstelling 0 zijn. Bevestig bovendien de juisteinstallatie volgens de installatiehandleiding van deinterface voor afstandsbediening EKRUMCA. Ga als volgt te werk om een alarm terug te stellen:1 Zoek de oorzaak van de uitval en verhelp het. Raadpleeg het hoofdstuk "Storingsopsporing" op pagina 15. 2 Als de alarmcodes a1, fl, hp1 of lp1 op het schermverschijnen, dient u het alarm manueel terug te stellen doorgedurende ongeveer 5 seconden gelijktijdig op de E-combinatietoetsen C en D te drukken. In alle andere gevallen wordt het alarm automatischteruggesteld. De storingscode en het H-controlelampje verdwijnen van hetscherm zodra u het alarm hebt teruggesteld. De besturing zetde normale werking voort en toont de waterinlaattemperatuur.
Dit zijn directe parameters, zie "Directe parameters raadplegenen wijzigen" op pagina 8. 2 Druk 5 seconden land gelijktijdig op de C- en D-toets alsde c10- of c11-parameterwaarde wordt weergegeven. Dewaarde van de timer wordt 0 en de waarschuwing wordtteruggesteld. LET OP■ De parameters b01, b02 en b03 kunnen ookworden geraadpleegd door het "sensoruitlees-menu". Raadpleeg "Raadplegen van parameterssensoruitleesmenu" op pagina 8. ■ Om de timers van de parameters c10, c11 enc15 terug te stellen, zie "Terugstellen van eenwaarschuwing" op pagina 9. Als de unit over een vorstbeveiliging beschikt,monteert u best het remote-indicatielampalarm (H3P)(zie bedradingsschema bij de unit). Op deze manierwordt de gesprongen zekering van de verwarmings-tape van de verdamper (F4) sneller gedetecteerd envoorkomt u dat het circuit bevriest als het koud is.
LET OPAls de alarmcodes fl en h1 afwisselend knipperen ishet alarm hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door defasebeveiliging of door een gesprongen zekering vande verwarmingstape van de verdamper (F4). LET OPVergeet niet de vereiste onderhoudsactiviteiten uit tevoeren na het terugstellen van de timers.
Geavanceerde eigenschappen van de digitale besturingDit hoofdstuk geeft een overzicht van de directe parameters engebruikersparameters van de besturing. In het volgende hoofdstukwordt u geleerd hoe u de unit kunt opzetten en configureren metbehulp van deze parameters. Overzicht van de directe en de gebruikersparametersDe lijst van directe parameters is toegankelijk door gedurendeongeveer 5 seconden de B-toets in te drukken. Zie ook "Directeparameters raadplegen en wijzigen" op pagina 8. Parametergroep ParametercodeBeschrijvingStandaardwaardeMin Max UnitsLezen/schrijvenGebruiker/directModbus-adresParametertype(*)(*) D=digitaal, A=analoog, I=integer.
Gebruikersparameters raadplegen en wijzigenZie "Menu-overzicht" op pagina 18 voor een overzicht van demenustructuur. 1 Druk in het geval van een digitale besturing ongeveer5 seconden op de A- en B-toetsen totdat O wordtweergegeven. Druk in het geval van een interface voor afstandsbediening éénkeer op S. 2 Voer het juiste wachtwoord in met behulp van de C enD-toetsen. De wachtwoordwaarde is 22. 3 Druk op de B-toets om het wachtwoord te bevestigen en hetmenu te selecteren; s-p wordt weergegeven. 4 Druk op de B-toets om de parameterinstellingen teraadplegen (=s-p). (l-p betekent dat het parameterniveauwordt geraadpleegd, maar deze functie wordt niet gebruikt). De -/- parametergroep wordt weergegeven. 5 Druk op de C- of D-toets om de vereiste parametergroepte selecteren. 6 Druk op de B-toets om de geselecteerde parametergroep inte voeren.
7 Druk op de C- of D-toets om de vereiste parameter teselecteren. 8 Druk op de B-toets om de geselecteerde parameter teraadplegen. 9 Druk op de C- of D-toets om de instelling te verhogen ofte verlagen. (Alleen geldig voor lezen/schrijven parameters. )10 Druk op de B-toets om de gewijzigde instelling te bevestigen. OFDruk op de A-toets om de gewijzigde instelling te annuleren. 11 Druk op de A-toets om terug te keren naar deparametergroep. 12 Druk 2 keer op de A-toets om terug te keren naar hethoofddisplay. Als er tijdens de procedure niet 30 seconden lang op een toets wordtgedrukt, dan gaat de weergegeven parametercode of waardeknipperen. Als nog eens 30 seconden niet op een toets wordtgedrukt, dan keert de besturing automatisch terug naar hethoofddisplay zonder een gewijzigde parameter op te slaan. Bepalen van het koeltemperatuurverschilWijzig de r02-koeltemperatuurverschilparameter.
Dit is een directe parameter. Zie "Directe parameters raadplegen enwijzigen" op pagina 8. Bepalen van het verwarmingstemperatuurverschilWijzig de r04-verwarmingstemperatuurverschilparameter. Dit is een directe parameter.
Uit te voeren functies met behulp van gebruikersparametersBepalen van de meeteenheidAfhankelijk van de instelling van gebruikersparameter /23(meeteenheid), alle temperatuurwaarden worden weergegeven in°C (=0) of in °F (=1). Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Bepalen van de tijdvertraging tussen het opstarten van de pomp en van de compressorMet gebruikersparameter c07 kunt u de tijdvertraging bepalentussen het opstarten van de pomp en van de compressor. Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Bepalen van de tijdvertraging tussen het uitschakelen van de unit en van de pompMet gebruikersparameter c08 kunt u de tijdvertraging bepalentussen het uitschakelen van de unit en van de pomp, en meerbepaald de periode waarin de pomp blijft functioneren nadat de unitis uitgeschakeld.
Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Bepalen van de drempelwaarde van de timer voor onderhoudswaarschuwingMet de gebruikersparameter c14 kunt u een timerdrempel bepalen(bedrijfsuren van de compressor). Daarna zal de besturing eenonderhoudswaarschuwing of -vraag weergeven. Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Selecteren van lokale of afstandsbesturing voor koelen/verwarmenDe gebruikersparameter h06 in combinatie met deafstandsschakelaar voor koelen/verwarmen (gemonteerd door deklant) laat de gebruiker toe om koelen of verwarmen te selecterenzonder gebruik te maken van de D- en C-toetsen op debesturing. ■ Als de gebruikersparameter h06 is ingesteld op 0 (=niet actief)dient u koelen of verwarmen te selecteren met behulp van debesturing.
■ Als de gebruiksparameter h06 wordt ingesteld op 1 (=actief)gebeurt het koelen of verwarmen met behulp van deafstandsschakelaar. Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11.
Selecteren van lokale of aan/uit-afstandsbesturingMet behulp van gebruikersparameter h07 in combinatie met de aan/uit-afstandsschakelaar (gemonteerd door de klant) kan de gebruikerde unit inschakelen zonder de D- of C-toets op de besturing tegebruiken. ■ Als gebruikersparameter h07 is ingesteld op 0 (=niet actief),kan de unit alleen worden ingeschakeld met behulp van deD- en C-toets op de besturing. ■ Als gebruikersparameter h07 is ingesteld op 1 (actief), dankan de unit als volgt worden in- of uitgeschakeld:■ Als de aan/uit-afstandsschakelaar wordt geopend, dan wordtde unit uitgeschakeld en is het niet mogelijk om de unit in/uitte schakelen terwijl de D- of C-toets op de besturingwordt ingedrukt (5 sec).
■ Als de aan/uit-afstandsschakelaar wordt gesloten, dan wordtde unit ingeschakeld en is het mogelijk om de unit in/uit teschakelen terwijl de D- of C-toets op de besturingwordt ingedrukt (5 sec). Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Dubbele-instelpuntbesturing selecterenGebruikersparameters p09 (veranderlijke digitale selectie S7S) enp34 (veranderlijke digitale selectie S9S) kunnen worden gebruiktom de dubbele-instelpuntbesturing toe te kennen aan S7S of S9S.
Als de schakelaar dubbel instelpunt gesloten is, dan wordt hettweede instelpunt geactiveerd (r21 koeltemperatuur 2 of r22verwarmingstemperatuur 2, afhankelijk van de stand koelen ofverwarmen). Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. LET OP■ Dit geldt alleen als p09 (veranderlijke digitaleinput selectie S7S) waarde 9 heeft(fabriekswaarde). ■ Als de dubbele-instelpuntfunctie wordtgeselecteerd voor deze functie (p09=13), dan isde besturing koelen/verwarmen vanop afstandniet geactiveerd. Dit betekent dat de D- ofC-toets op de besturing nog steeds actief is. LET OP■ Dit geldt alleen als p34 (veranderlijke digitaleinput selectie S9S) waarde 23 heeft(fabriekswaarde). ■ Als de dubbele-instelpuntfunctie wordtgeselecteerd voor deze functie (p34=13), dan isde aan/uit-afstandsbesturing niet geactiveerd. 4PW61666-1A.
Afsluiten van het toetsenbord van de besturingAls de gebruikersparameter h09 op 0 is ingesteld, kunt u deonderstaande geavanceerde functies niet langer uitvoeren metbehulp van de besturing:■ wijzigen van directe en gebruikersparameters (de parameterskunnen worden opgeroepen maar niet gewijzigd),■ terugstellen van de timers. ■ in/uitschakelen van de unit tijdens koelen of verwarmenAls de gebruikersparameter h09 op 1 is ingesteld, kunt u dehierboven vermelde geavanceerde functies wel uitvoeren met behulpvan de besturing. Om de waarde van gebruikersparameter h09 van 1 in 0 te wijzigen,kunt u de standaardwijzigingsprocedure gebruikersparameter methet standaardwachtwoord "22" gebruiken. Raadpleeg "Gebruikers-parameters raadplegen en wijzigen" op pagina 11.
Om de waarde van gebruikersparameter h09 van 0 in 1 te wijzigen,kunt u de wijzigingsprocedure gebruikersparameter met hettoegewezen wachtwoord "11" gebruiken. Raadpleeg "Gebruikers-parameters raadplegen en wijzigen" op pagina 11. BMS-AANSLUITING MODBUSAls u de optionele set adreskaart EKAC10C installeert, kunt u metuw koeler communiceren via een gebouwbeheersysteem of eenbewakingssysteem via het Modbus-protocol. Algemene beschrijving van ModbusDe adreskaart communiceert via het Modbus-protocol. Verschillende onderdelen van het communicatienetwerk■ Het communicatienetwerk bestaat uit twee belangrijkeonderdelen:■ Het gebouwbeheersysteem (BMS) of bewakingssysteem. ■ De koeler of meerdere koelers. ■ Het BMS of een ander bewakingssysteem kan communicerenmet de koelers via de adreskaart.
De communicatie wordt beheerd overeenkomstig een master-slavestructuur voor polling, waarbij het bewakende BMS demaster is en de adreskaarten de slaves zijn. ■ De koelerunit kan worden geïdentificeerd door de bewaker doorde toewijzing van een adres in het Modbus-netwerk. Het adresvan de koelerunit kan worden geprogrammeerd tijdens deconfiguratie van de BMS-instellingen.
■ De variabelendatabase van elke koeler met geïnstalleerdeadreskaart is het referentiepunt voor de leverancier van hetbewakingssysteem in Modbus voor het toekennen van eengeschikte betekenis aan de variabelen. De variabelen kunnen worden gelezen en/of geschreven doorhet bewakingssysteem. Of de variabelen alleen read-only ofread/write zijn is afhankelijk van de aangesloten koeler en/of hetapplicatieprogramma dat wordt gebruikt. - Als het bewakingssysteem een waarde toekent aan een variabele met read-onlystatus, dan wordt de opdracht helemaal niet uitgevoerd. -Variabelen die worden opgevraagd door het bewakingssysteem en die niet beschikbaar zijn in een koeler met een adreskaart, worden van de adreskaart naar het bewakingssysteem gestuurd met nul waarde. Het bewakingssysteem moet deze juist beheren.
- Als het bewakingssysteem probeert om een waarde van een parameter te schrijven die buiten het bereik ligt, dan wordt het schrijven genegeerd. Algemene informatie over het Modbus-protocolHet Modicon Modbus-protocol dat wordt uitgevoerd in de adreskaartvoldoet aan de inhoud van het volgende document:Modicon Modbus ProtocolReference GuideJuni 1996, PI-MBUS-300 Rev. JHet Modbus-protocol dat wordt uitgevoerd is van het RTU-type(Remote Terminal Unit) en gebaseerd op transmissietijden. Deconfiguratie maakt gebruik van het multidrop-kenmerk van RS485. Het adres dat binnen het Modbus-pakket wordt verstuurd spreekt dekoelerunit aan.
Geïmplementeerde RS485-communicatie-instellingen voor het Modbus-protocolDe RS485-communicatie-instellingen worden als volgt geïmplementeerd:■ Baud-rate: 9600■ Stopbit: 2■ Pariteit: geenGeïmplementeerde commando's voor het Modbus-protocolDe geïmplementeerde commando's in het programma zijn als volgt:Let op:■ Vanwege de variatie van de koelers met geïnstalleerdeadreskaarten wordt er geen onderscheid gemaakt tusseninputvariabelen (met read-only-status) en outputvariabelen (metread/write-status) zodat de kennis van de database en hetbeheer daarvan afhankelijk is van het deel dat aanwezig is in hetbewakingssysteem. ■ Op grond van de algemene aard van het systeem antwoordt deadreskaart op dezelfde wijze op verschillende Modbus-commando's.
Modbus-commando Betekenis Aantekeningen01 Coilstatus lezenDigitale variabele(n) lezenVraagt huidige status op (AAN/UIT) van een groep van logic coils of discrete input02 Inputstatus lezenDigitale variabele(n) lezenVraagt huidige status op (AAN/UIT) van een groep van logic coils of discrete input03 Holding-registers lezenAnaloge variabele(n) lezenVraagt huidige binaire waarde op in één of meer holding-registers04 Inputregisters lezenAnaloge variabele(n) lezenVraagt huidige binaire waarde op in één of meer holding-registers05 Enkele coil forcerenIndividuele digitale variabele(n) schrijvenForceert enkele coil in AAN- of UIT-status06 Enkel register voorinstellenIndividuele analoge variabele(n) schrijvenPlaatst een specifieke binaire waarde in een holding-register15 Meerdere coils forcerenEen reeks digitale variabelen schrijvenForceert de definitie van een reeks van opvolgende logic coils in de AAN- of UIT-status16 Meerdere registers voorinstellenEen reeks analoge variabelen schrijvenPlaatst specifieke binaire waarden in een reeks van opvolgende holding-registers4PW61666-1A.
Gegevensweergave van het Modbus-protocol■ DigitaalAlle digitale gegevens zijn gecodeerd door een enkele bit:■ "0" voor UIT■ "1" voor AAN. Alle digitale variabelen zijn toegewezen aan bits van opvolgenderegisters, waarbij telkens:■ de lagere-adresvariabele is toegewezen aan de minderbelangrijke bit■ de hogere-adresvariabele is toegewezen aan debelangrijkste bit. ■ Analoge en integere gegevensEen analoge en integere waarde wordt vertegenwoordigd dooreen 16-bit WORD-register in binaire notatie. Voor elk registergeldt dat de eerste byte de bits met hogere rang bevat en detweede byte de bits met lagere rang. ■ De analoge variabelen worden weergegeven in tienden:de waarde 10,0 wordt bijv. verzonden als 0064h=100den de waarde –10,0 wordt bijv. verzonden als FF9Ch=–100d■ De integere variabelen worden verzonden met behulp van deeffectieve waarde:de waarde 100 wordt bijv.
verzonden als 0064h=100dDe adreskaart werkt op registers waarbij één register moetworden beschouwd als 16-bit. Als het BMS of bewakingssysteem probeert om een waarde van eenparameter te schrijven die buiten het bereik ligt, dan wordt hetschrijven genegeerd. Geïmplementeerde storingscodeDefiniëren van de BMS-instellingActiveren van het Modbus-protocolHet Modbus-protocol wordt geactiveerd door de h23-parameter op1 in te stellen. Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11. Bepalen van het seriële adres van de unitStel parameter h10 in om het unieke seriële adres van elke unit tedefiniëren dat nodig is voor de communicatie met hetbewakingssysteem. Dit is een gebruikersparameter. Zie "Gebruikersparameters raad-plegen en wijzigen" op pagina 11.
VariabelendatabaseHet BMS of het bewakingssysteem en de koelerunit communicerenmet elkaar via een vaste set van variabelen. Deze worden ookadresnummers genoemd.
Hieronder staat de benodigde informatieover de digitale, integere en analoge variabelen die het BMS of hetbewakingssysteem kan lezen uit of kan schrijven naar de adreskaartvan de koeler. Raadpleeg "Overzicht van de directe en de gebruikersparameters"op pagina 10 voor de adressen van alle directe engebruikersparameters. Overzicht van alle variabelen die geen directe of gebruikersparameters zijnCode Interpretatie Modbus Toestand1 Ongeoorloofde functie Bericht wordt niet ondersteund of het benodigde aantal variabelen is groter dan de toegestane grenswaarde (lengte ≤20). BeschrijvingModbus-adresParametertype(*)(*) D=digital.
STORINGSOPSPORINGIn dit onderdeel wordt nuttige informatie gegeven over het opsporenen oplossen van bepaalde storingen die in de unit kunnenvoorkomen. Voer altijd eerst een grondige visuele controle uit van de unit en zoeknaar voor de hand liggende storingen zoals losse aansluitingen offoute bedrading vooraleer de procedure voor storingsopsporing aante vangen. Neem dit hoofdstuk zorgvuldig door vooraleer uw verdeler teraadplegen. Het zal u tijd en geld besparen. Als een beveiliging in werking is getreden dient u de unit uit teschakelen en na te gaan waarom de beveiliging in werking isgetreden vooraleer deze terug te stellen. De beveiligingen mogenonder geen beding worden overbrugd of op een andere waardeworden ingesteld dan deze van de fabrieksinstelling. Raadpleeg uwplaatselijke verdeler als u de oorzaak van de storing niet kunt vinden.
Fenomeen 1: De unit start niet, maar het controlelampje L brandtFenomeen 2: De unit start niet, maar het controlelampje L knippertFenomeen 3: De unit start niet en het controlelampje L brandt nietFenomeen 4: Eén van de volgende beveiligingen is in werking getredenSchakel steeds de hoofdschakelaar van de unit uit vooraleeru het voedingspaneel of de schakelkast controleert. MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOENDe temperatuurinstelling is niet correct. Controleer de instelling van de besturing. Storing in de voeding. Controleer de spanning op het voedingspaneel. Doorgebrande zekering of onderbreking van een beveiliging. Controleer de zekeringen en beveiligingen. Vervang deze door zekeringen van dezelfde waarde en hetzelfde type (raadpleeg "Elekt-rische specificaties" op pagina 2). Losse aansluitingen. Controleer de aansluitingen van de lokale bedrading en de interne bedrading van de unit.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Daikin EWLQ033KBW1N stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Daikin
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco