Daikin EKHH2E200AAV3 Handleiding

Daikin Ketel & boiler EKHH2E200AAV3

Bekijk gratis de handleiding van Daikin EKHH2E200AAV3 (360 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen. Heb je een vraag over Daikin EKHH2E200AAV3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Installation
and user manual
Installationand user manual
Domestic Hot Water Heat Pump-Monobloc type
Installationund Gebrauchsanleitung
Warmwasser-Wärmepumpe-Monobloc-Typ
Manuel d'installation et d'utilisation
Pompe à chaleurà eauchaude domestique-Monobloc
Installatie-engebruikershandleiding
Warmtepomp voorWarmWater voor Huishoudelijk Gebruik–TypeMonobloc
Manual de instalación eusuario
Bomba de calor de agua caliente-Monobloque
Manualed’usoeinstallazione
Scaldacquaa pompadi calore -Monoblocco
Manual de instalação eutilizador
Bomba de calor da água quente sanitária -Tipo monobloco
Installations-och användarhandbok
Värmepump förhushållsvarmvatten-Monobloc-typ
Instrukcja montażui obsługi
Pompaciepładociepłej wodyużytkowej -typu monoblok
Domestic Hot Water HeatPump
Monobloc
type
English
Deutsch
Français
Nederlands
Español
Italiano
Português
Svenska
Polski
EKHH2E200AAV3
EKHH2E260AAV3
EKHH2E260PAAV3
EKHH2E200BAV33

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Daikin
Categorie: Ketel & boiler
Model: EKHH2E200AAV3

Handleiding Daikin EKHH2E200AAV3 – volledige tekst

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 3 1 Algemene veiligheidsmaatregelen 1. 1 Over de documentatie x De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen. x Alle in dit document vermelde voorzorgen betreffen zeer belangrijke punten en dienen dus steeds nauwgezet te worden nageleefd. x De installatie van het systeem en alle handelingen beschreven in de installatiehandleiding moeten door een erkende installateur uitgevoerd worden. 1. 1. 1 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen GEVAAR Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg heeft. GEVAAR: RISICO OP ELEKTROCUTIE Duidt op een situatie die elektrocutie kan veroorzaken. GEVAAR: RISICO VOOR BRANDWONDEN Duidt op een situatie die brandwonden kan veroorzaken als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen.

GEVAAR: RISICO OP ONTPLOFFING Duidt op een situatie die een ontploffing kan veroorzaken. WAARSCHUWING Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben. WAARSCHUWING: ONTVLAMBAAR MATERIAAL VOORZICHTIG Duidt op een situatie die kleine of kleine of matige verwondingen als gevolg zou kunnen hebben. OPGELET Duidt op een situatie die schade aan apparatuur of eigendom zou kunnen berokkenen. INFORMATIE Duidt op nuttige tips of bijkomende informatie. Symbool Uitleg Lees vóór de installatie eerst de installatie- en gebruiksaanwijzing en het blad met de instructies voor de bedrading. Lees vóór onderhouds- of reparatiewerkzaamheden eerst de onderhouds- en reparatiehandleiding. Voor meer informatie, zie de uitgebreide handleiding voor de installateur en de gebruiker. 1.

x Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij supervisie of instructie krijgen over het veilige gebruik van het apparaat en als zij de gevaren in betrekking hiermee begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht. WAARSCHUWING Om elektrische schokken of brand te vermijden: x Spoel de unit NIET af. x Bedien de unit NIET met natte handen. x Plaats GEEN voorwerpen die water bevatten op de unit. OPGELET x Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen bovenop de unit. x Zit, klim of sta NIET op de unit.

x Het volgende symbool staat vermeld op de units: Dit betekent dat u geen elektrische en elektronische producten mag mengen met ongesorteerd huishoudelijk afval. Probeer het systeem NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeem en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen moeten door een erkende installateur conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden.

Pagina 4 Installatie- en gebruikershandleiding De units moeten voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld. Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier wordt weggeworpen, draagt u bij tot het voorkomen van mogelijke negatieve gevolgen voor milieu en menselijke gezondheid. Voor meer informatie, neem contact op met uw installateur of de plaatselijke overheid. 1. 3 Voor de installateur 1. 3. 1 Algemeen Indien u twijfels heeft over de installatie of de bediening van de unit, neem contact op met uw verdeler. OPGELET Een foute installatie of bevestiging van apparatuur, uitrustingen of accessoires kan elektrische schokken, een kortsluiting, lekken, brand of schade aan de apparatuur of uitrustingen als gevolg hebben.

Gebruik alleen accessoires, optionele apparatuur/uitrustingen en reserveonderdelen die door Daikin gemaakt of goedgekeurd werden. WAARSCHUWING Zorg ervoor dat de materialen die voor de installatie en de testen gebruikt worden, voldoen aan de geldende wetgeving (bovenop de instructies beschreven in de Daikin-documentatie). VOORZICHTIG Draag gepaste persoonlijke beschermingsuitrustingen (beschermende handschoenen, veiligheidsbril, enz. ) wanneer u het systeem installeert of onderhoudt. GEVAAR: RISICO VOOR BRANDWONDEN x Raak tijdens of net na bedrijf GEEN koelmiddelleidingen, waterleidingen of interne onderdelen aan. Deze kunnen te warm of te koud zijn. Geef ze de tijd om terug op een normale temperatuur te komen. Indien u deze toch moet aanraken, draag dan beschermende handschoenen. x Raak per ongeluk lekkend koelmiddel NIET aan.

OPGELET x Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen bovenop de unit. x Zit, klim of sta NIET op de unit. OPGELET Werkzaamheden aan de buitenunit worden best gepland bij droog weer om waterinsijpeling te voorkomen. Conform de geldende wetgeving kan een logboek bij het product vereist worden; in dit logboek dienen dan minstens de volgende zaken bijgehouden: informatie over het onderhoud, de reparatiewerkzaamheden, de resultaten van testen, de stilstandperioden, enz. Bovendien dienen minstens volgende informaties op een toegankelijke plaats bij het product voorzien te worden: x Instructies om het systeem uit te schakelen in gevallen van nood x De naam en het adres van de brandweer, de politie en een ziekenhuis x De naam, het adres en de telefoonnummers overdag en 's nachts om onderhoud te bekomen In Europa bevat EN378 de nodige richtlijnen voor dit logboek. 1. 3.

2 Plaats van installatie x Voorzie voldoende ruimte rond de unit voor onderhoud en luchtcirculatie. x Controleer of de plaats waarop de unit moet komen, bestand is tegen het gewicht en de trillingen van de unit. x Zorg ervoor dat de zone goed geventileerd wordt. Blokkeer GEEN enkele van de ventilatieopeningen. x Controleer of de unit horizontaal staat. Installeer de unit NIET in een van de volgende plaatsen: x In mogelijke explosieve omgevingen. x In plaatsen met toestellen of machines die elektromagnetische golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het besturingssysteem ontregelen en zo storingen aan de uitrusting veroorzaken. x In plaatsen met brandgevaar omwille van lekkende ontvlambare gassen (zoals verdunners of benzine), koolstofvezels, ontvlambaar stof.

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 5 x In plaatsen waar corroderend gas (zoals zwavelzuurgas) geproduceerd wordt. Corrosie aan de koperleidingen of gesoldeerde onderdelen kan de oorzaak zijn dat koelmiddel gaat lekken. 1. 3. 3 Koelmiddel Indien van toepassing. Voor meer informatie, raadpleeg de installatiehandleiding van uw toepassing. WAARSCHUWING Zet, tijdens testen, het product NOOIT onder een druk hoger dan de maximaal toegestane druk (vermeld op het naamplaatje van de unit). WAARSCHUWING Neem voldoende maatregelen wanneer koelmiddel zou lekken. Ventileer onmiddellijk de zone wanneer koelgas lekt. Mogelijke risico's: x Te hoge koelmiddelconcentraties in een gesloten ruimte kunnen leiden tot een gebrek aan zuurstof. x Als koelgas in contact komt met vuur, kan giftig gas ontstaan. GEVAAR: RISICO OP ONTPLOFFING Wegpompen van koelmiddel – Koelmiddellekkage.

Als u koelmiddel wilt wegpompen uit het systeem, en er een lek is in het koelmiddelcircuit: x Gebruik NIET de automatische wegpompfunctie van de unit, waarmee u al het koelmiddel van het systeem naar de buitenunit kunt verzamelen. Mogelijk gevolg: Zelfontbranding en ontploffing van de compressor omdat er lucht in de compressor terechtkomt. x Gebruik een afzonderlijk aftapsysteem zodat de compressor van de unit NIET hoeft te werken. WAARSCHUWING Vang steeds het koelmiddel op. Laat ze NIET rechtstreeks vrij in de omgeving. Gebruik een vacuümpomp om de installatie leeg te pompen. OPGELET x Om te voorkomen dat de compressor defect raakt, mag u NIET meer bijvullen dan de gespecificeerde hoeveelheid koelmiddel. x Als het koelmiddelsysteem moet worden geopend, dan dient het koelmiddel te worden behandeld volgens de geldende wetgeving.

WAARSCHUWING Zorg ervoor dat er geen zuurstof in het systeem zit. Bovendien mag er pas koelmiddel worden bijgevuld nadat er een lekkagetest en een vacuümdroogprocedure is uitgevoerd. x Zie het typeplaatje op de unit wanneer koelmiddel in het systeem moet worden aangevuld.

Daarop staan het type koelmiddel en de vereiste hoeveelheid. x De unit werd in de fabriek met koelmiddel gevuld en sommige systemen moeten, afhankelijk van de maat en lengte van de leidingen, bijkomend met koelmiddel worden gevuld. x Gebruik uitsluitend gereedschap dat enkel en alleen voor het soort koelmiddel bedoeld is om de vereiste drukweerstand te kunnen garanderen en om te beletten dat vreemde stoffen in het systeem terechtkomen. x Vul als volgt met vloeibaar koelmiddel: Als Dan Er is een sifonbuis (d. w. z. er zou iets zoals "Met vloeistofvulsifon" op de fles moeten staan) Vul bij met rechtopstaande fles. Er is GEEN sifonbuis Vul bij met de ondersteboven staande fles. x Open koelmiddelflessen steeds traag. x Vul bij met koelmiddel in vloeibare vorm. Het koelmiddel in gasvormige fase toevoegen kan de normale werking verstoren.

VOORZICHTIG Wanneer het bijvullen van koelmiddel is voltooid of tijdens een pauze, moet u de klep van de koelmiddeltank onmiddellijk sluiten. Als de klep niet onmiddellijk gesloten wordt, kan door de resterende druk extra koelmiddel worden bijgevuld. Mogelijk gevolg: Verkeerde hoeveelheid koelmiddel.

Pagina 6 Installatie- en gebruikershandleiding 1. 3. 4 Water Indien van toepassing. Voor meer informatie, raadpleeg de installatiehandleiding van uw toepassing. OPGELET Controleer of de kwaliteit van het water voldoet aan de EU-richtlijn 98/83 EC. 1. 3. 5 Elektrisch GEVAAR: RISICO OP ELEKTROCUTIE x Schakel alle elektrische voedingen UIT voordat u het deksel van de schakelkast verwijdert, elektrische bedrading aansluit of elektrische onderdelen aanraakt. x Schakel de elektrische voeding langer dan 1 minuut uit en meet de spanning op de aansluitklemmen van de condensatoren of elektrische onderdelen van de hoofdkring vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning MOET onder de 50 V DC gevallen zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Raadpleeg het bedradingsschema voor de plaats van de aansluitklemmen. x Raak elektrische onderdelen NIET aan met natte handen.

x Laat de unit NIET onbewaakt achter wanneer het servicedeksel verwijderd is. WAARSCHUWING Indien deze NIET standaard werd geplaatst, moet een hoofdschakelaar (of een ander middel om uit te schakelen) tussen de vaste bedrading geplaatst worden; deze schakelaar dient het contact van alle polen volledig te verbreken en te voldoen aan de vereisten van de overspanning-categorie-III-specificatie wanneer hij open staat. WAARSCHUWING x Gebruik ALLEEN koperdraden. x Controleer of de lokale bedrading voldoet aan de geldende wetgeving. x Alle lokale bedradingen dienen conform het met het product meegeleverd bedradingsschema uitgevoerd te worden. x Knijp NOOIT gebundelde kabels samen en controleer of ze niet met leidingen of scherpe randen in contact (kunnen) komen. Controleer of geen externe druk op de klemaansluitingen wordt uitgeoefend. x Vergeet niet aarddraden te leggen.

Aard de unit NIET via een nutsleiding, een piekspanningsbeveiliging of de aarding van de telefoon. Een onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken. x Gebruik hiervoor een aparte voedingskring.

Gebruik NOOIT een elektrische voeding die met een ander toestel gedeeld wordt. x Installeer zeker de vereiste zekeringen of stroomonderbrekers. x Plaats zeker een aardlekschakelaar. Als u dit niet doet, kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken. x Wanneer u de aardlekbeveiliging plaatst, controleer of deze met de inverter compatibel is (bestand tegen hoogfrequente elektrische ruis), zodat de aardlekbeveiliging zich niet onnodig opent. OPGELET Voorzorgsmaatregelen bij het leggen van voedingsbedrading: x Sluit geen bedrading met een andere dikte aan op de aansluitingenblok voor de voedingsdraden (een speling op de voedingsbedrading kan abnormale verhitting als gevolg hebben). x Wanneer u bedrading aansluit die dezelfde dikte heeft, doe dit zoals op de afbeelding hieronder getoond.

x Gebruik de aangewezen voedingsdraad en sluit deze stevig aan, borg ze vervolgens zodat er van buiten geen druk op het klemmenbord kan worden uitgeoefend. x Gebruik een passende schroevendraaien voor het vastdraaien van de schroeven van de klemmen. Met een schroevendraaier met kleine kop beschadigt u de schroefkop waardoor u de schroef niet goed meer vast kunt draaien. x Als u de schroeven van de klemmen te vast draait kunt u ze breken. Leg de stroomkabels op minstens 1 meter afstand van televisietoestellen en radio's om geen interferenties te hebben. Afhankelijk van de radiogolven volstaat een afstand van 1 meter soms niet. WAARSCHUWING x Controleer na het beëindigen van de elektriciteit of alle elektrische.

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 7 onderdelen en aansluitklemmen in de elektriciteitskast veilig zijn aangesloten. x Controleer of alle deksels dicht zijn vooraleer de unit aan te zetten. 1.4 Verklarende woordenlijst Verdeler Verdeler die het product verkoopt. Erkende installateur Technisch bekwame persoon met een erkenning om het product te installeren. Gebruiker Persoon die de eigenaar is van het product en/of die het product gebruikt. Geldende wetgeving Alle geldende internationale, Europese, nationale en plaatselijke richtlijnen, wetten, reglementen en/of voorschriften betreffende een bepaald product of domein. Onderhoudsbedrijf Bedrijf dat bevoegd is om de vereiste service voor het product uit te voeren of te coördineren.

Installatiehandleiding Handleiding met instructies betreffende het installeren, het configureren en het onderhouden van een bepaald product of een bepaalde toepassing. Bedieningshandleiding Instructiehandleiding voor een bepaald product of een bepaalde toepassing waarin wordt uitgelegd hoe het product of de toepassing moet worden gebruikt. Accessoires Labels, handleidingen, informatiefiches, apparatuur en uitrustingen die met het product worden meegeleverd en die volgens de instructies in de meegeleverde documentatie geïnstalleerd moeten worden. Optionele uitrustingen Door Daikin gemaakte of goedgekeurde apparatuur/uitrustingen die met het product volgens de instructies in de meegeleverde documentatie gecombineerd mogen worden.

Pagina 8 Installatie- en gebruikershandleiding 2 Inleiding Deze installatie- en onderhoudshandleiding moet worden beschouwd als een integraal onderdeel van de warmtepomp (hierna de apparatuur genoemd). Bewaar ze voor latere naslag tot de warmtepomp zelf werd ontmanteld. Deze handleiding is zowel bestemd voor gespecialiseerde installateurs (monteurs – onderhoudstechnici) als voor eindgebruikers. Ze beschrijft enerzijds de installatievoorschriften die moeten worden gevolgd om een correcte en veilige werking van de apparatuur te waarborgen, en anderzijds de manieren waarop de apparatuur moet worden gebruikt en onderhouden. Wanneer de apparatuur wordt verkocht of van eigenaar verandert, moet de handleiding samen met de apparatuur naar de nieuwe bestemming gaan.

Alvorens de apparatuur te installeren en/of gebruiken dient u de handleiding, en in het bijzonder hoofdstuk 5 over veiligheid, grondig door te nemen. Deze handleiding moet bij de apparatuur worden bewaard en moet te allen tijde ter beschikking zijn van het gekwalificeerde personeel dat verantwoordelijk is voor de installatie en het onderhoud van de apparatuur. De volgende symbolen worden in de handleiding gebruikt om snel de belangrijkste informatie te kunnen vinden: Veiligheidsinformatie Te volgen procedures Informatie/Suggesties 2. 1 Producten Beste klant, We willen u van harte danken voor de aankoop van dit product. Onze onderneming is altijd al erg begaan geweest met het milieu, en daarom worden onze producten met milieuvriendelijke technologieën en materialen gemaakt, conform RAEE-richtlijn 2012/19/EU en RoHS-richtlijn 2011/65/EU. 2.

2 Disclaimer De inhoud van deze gebruiksinstructies werd onderworpen aan een grondige controle om de conformiteit ervan met hardware en software te verifiëren. Desondanks blijft het mogelijk dat er niet-conformiteiten optreden. Bijgevolg zal geen aansprakelijkheid voor volledige conformiteit worden opgenomen.

Om technische perfectie zo goed mogelijk te benaderen, behouden wij ons het recht voor om op elk moment wijzigingen in de constructie van de apparatuur of aan gegevens aan te brengen. We aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheidsclaims die betrekking hebben op instructies, figuren, tekeningen of beschrijvingen, behoudens fouten van gelijk welke aard. De leverancier kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit een verkeerd of ongepast gebruik, of als gevolg van niet toegestane herstellingen of wijzigingen. WAARSCHUWING.

De apparatuur kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar of ouder alsook door mensen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of door personen die niet over de vereiste ervaring of kennis beschikken, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan of nadat ze instructies hebben gekregen over het veilige gebruik van de apparatuur en uitleg over het gebruik ervan. Kinderen mogen niet met de apparatuur spelen. De reiniging en het onderhoud die moeten worden uitgevoerd door de gebruiker, mogen niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan. 2. 3 Auteursrecht Deze gebruiksinstructies bevatten informatie die wordt beschermd door het auteursrecht. Het is verboden om deze gebruiksinstructies of delen daarvan te fotokopiëren, dupliceren, vertalen of opnemen op geheugentoestellen zonder de voorafgaande toestemming van Daikin.

Elke inbreuk hierop zal aanleiding geven tot de betaling van een compensatie voor mogelijk veroorzaakte schade. Alle rechten zijn voorbehouden, inclusief de rechten die voortvloeien uit de afgifte van octrooien of de registratie van gebruiksmodellen. 2. 4 Werkingsprincipe De apparatuur uit de 1,9 kW en 2,9 kW reeks kan warm water voor huishoudelijk gebruik produceren door gebruik te maken van warmtepomptechnologie. Een warmtepomp kan warmte-energie overbrengen van een lage-temperatuurbron naar een bron met een hogere temperatuur en omgekeerd (warmtewisselaars).

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 9 De compressor creëert een drukverschil in het circuit dat ervoor zorgt dat er een thermodynamische cyclus optreedt: daarbij wordt de koelvloeistof aangezogen door een verdamper waar de vloeistof zelf verdampt bij lage druk door warmte te absorberen, waarna ze wordt gecomprimeerd en naar de condensator gevoerd waar ze wordt gecondenseerd onder hoge druk en zo de geabsorbeerde warmte afgeeft. Na de condensator loopt de vloeistof door de zogenaamde "expansieklep" en door het verlies van druk en de temperatuur begint ze te verdampen, komt ze opnieuw de verdamper binnen en begint de cyclus opnieuw. Fig. 1 – Werkingsprincipe Het werkingsprincipe van de apparatuur is als volgt (Fig.

1): I-II: De koelvloeistof die wordt aangezogen door de compressor stroomt binnen de verdamper en terwijl ze verdampt, absorbeert ze de "ecologische warmte" van de lucht. Tegelijk wordt de omgevingslucht aangezogen door een ventilator van de apparatuur; de lucht verliest zijn warmte terwijl hij over de ribbenbuis-batterij van de verdamper loopt; II-III: Het koelgas stroomt binnenin de compressor en ondergaat daar een drukverhoging die leidt tot een temperatuurstijging, waardoor het wordt omgezet in sterk verhitte stoom; III-IV: Binnenin de condensator geeft het koelgas zijn warmte af aan het water in de tank (ketel).

Door dit uitwisselingsproces gaat het koelmiddel van sterk verhitte stoom over in een vloeibare toestand als gevolg van condensatie bij een constante druk en een verlaging van de temperatuur; IV-I: De koelvloeistof loopt door de expansieklep, waarbij zowel de druk als de temperatuur ervan plots dalen en ze gedeeltelijk verdampt waardoor de druk en de temperatuur weer op hun oorspronkelijke waarden komen. De thermodynamische cyclus kan beginnen. 2. 5 Beschikbare versies en configuraties De warmtepomp kan worden ingezet in verschillende configuraties, afhankelijk van de mogelijke combinatie ervan met andere verwarmingsbronnen (bijv.

zonne-energie, biomassa, enz. ). Versie Beschrijving configuratie EKHH2E200AAV3 EKHH2E200BAV33EKHH2E260AAV3 Warmtepomp met luchtbron voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik EKHH2E260PAAV3 Warmtepomp met luchtbron voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik, voor gebruik met een zonnesysteem. 3 Hantering en transport De apparatuur wordt geleverd in een kartonnen doos. Ze is met drie schroeven vastgemaakt aan een pallet. Gebruik een vorkheftruck of pallettruck met een laadcapaciteit van ten minste 250 kg om de apparatuur te lossen. Om de bevestigingsschroeven eenvoudiger te kunnen verwijderen, kan de verpakking met de achterzijde van de apparatuur naar beneden toe in een horizontale positie worden gelegd.

Wanneer bij het uitpakken messen of cutters worden gebruikt om de kartonnen verpakking te openen, moet dit uiterst voorzichtig gebeuren om de omsluiting van de apparatuur niet te beschadigen. Controleer na het uitpakken of de unit helemaal intact is. Als u twijfelt, gebruik de apparatuur dan niet en roep de hulp in van een gekwalificeerd technicus. Met het oog op de geldende regelgeving inzake milieubescherming dient u ervoor te zorgen dat alle geleverde accessoires werden verwijderd alvorens u de verpakking weggooit. WAARSCHUWING. Onderdelen van de verpakking (nietjes, kartonnen dozen, enz. ) mogen niet binnen het bereik van kinderen blijven omdat ze gevaarlijk zijn. Ecologische warmte Condensor Tank Koud water Warm water Elektrische warmte mteLucht Verdamper Compressor Expansieklep.

Pagina 10 Installatie- en gebruikershandleiding (*) Opmerking: Daikin kan ervoor kiezen om het type verpakking te veranderen. Zolang de apparatuur niet in gebruik wordt genomen, dient u ze te beschermen tegen atmosferische invloeden. Posities die zijn toegelaten voor transport en hantering: WAARSCHUWING! Tijdens het hanteren en installeren van het product is het verboden om het bovenste deel van de apparatuur op welke manier dan ook te belasten, aangezien dit geen structureel onderdeel is. WAARSCHUWING! Overeenkomstig het bovenstaande (zie "Posities die zijn toegelaten voor transport en hantering") mag de apparatuur enkel tijdens de laatste km horizontaal worden getransporteerd. Ondersteun daarbij de onderzijde van de ketel zodat niet tegen de bovenzijde moet worden geleund, die geen structureel onderdeel is.

Wanneer de apparatuur horizontaal wordt getransporteerd, moet het display naar de bovenzijde toe gericht worden. Posities die niet toegelaten zijn voor transport en hantering: √ √

Pagina 14 Installatie- en gebruikershandleiding 5 Belangrijke informatie 5. 1 Overeenstemming met Europese regelgevingen Deze warmtepomp is bestemd voor huishoudelijk gebruik conform de volgende Europese richtlijnen: x Richtlijn 2011/65/EU betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (RoHS); x Richtlijn 2014/30/EU – Elektromagnetische compatibiliteit (EMC); x Richtlijn 2014/35/EU – Laagspanningsrichtlijn (LVD); x Richtlijn 2009/125/EG – Ecodesign-richtlijn. 5. 2 Door de omsluiting geboden beschermingsgraad De beschermingsgraad van de apparatuur is gelijk aan: IPX4. 5. 3 Beperkingen in het gebruik WAARSCHUWING.

Deze apparatuur werd niet ontworpen en is niet bestemd voor gebruik in gevaarlijke omgevingen (door de aanwezigheid van mogelijk ontploffingsgevaar – volgens de ATEX-normen of met een vereiste IP-graad die hoger ligt dan die van de apparatuur) of in toepassingen die veiligheidskenmerken vereisen (met foutentolerantie, storingsbeveiliging) zoals in stroomonderbrekingssystemen en/of -technologieën of in andere contexten waarin een storing in de apparatuur zou kunnen leiden tot de dood of verwonding van mensen of dieren of tot ernstige schade aan voorwerpen of het milieu. N. B. Storingen of defecten aan dit product kunnen schade veroorzaken (aan mensen, dieren en goederen). Om dergelijke schade te voorkomen moet er een afzonderlijk controlesysteem met alarmfuncties worden voorzien. Verder moet er een back-upsysteem worden gezien voor gevallen waarin de apparatuur niet meer werk. 5.

4 Werkingslimieten De hierboven genoemde apparatuur mag enkel worden gebruikt voor het opwarmen van warm water voor huishoudelijk gebruik binnen de voorziene werkingslimieten. Ze mag enkel worden geïnstalleerd en in bedrijf genomen voor het beoogde gebruik in gesloten verwarmingsinstallaties die beantwoorden aan norm EN 12828. N. B.

Daikin zal in geen enkel geval aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer de apparatuur wordt gebruikt voor andere doeleinden dan degene waarvoor ze werd ontworpen en in gevallen waarin ze foutief werd geïnstalleerd of gebruikt. WAARSCHUWING. Het is verboden om de apparatuur te gebruiken voor andere doeleinden dan degene waarvoor ze werd ontworpen. Elk ander gebruik wordt als ongeschikt beschouwd en is daarom niet toegelaten. N. B. Bij het ontwerpen en bouwen van de systemen werden de geldende lokale regels en voorschriften in acht genomen. 5.

5 Fundamentele veiligheidsvoorschriften x Deze apparatuur is bestemd voor gebruik door volwassenen; x De apparatuur mag niet worden geopend of gedemonteerd wanneer ze op het stroomnet is aangesloten; x Raak de apparatuur niet met natte of vochtige lichaamsdelen aan wanneer u op blote voeten loopt; x Giet of sproei geen water op of over de apparatuur; x Ga nooit op de apparatuur staan of zitten, en zet er ook niets op. 5. 6 Informatie over het gebruikte koelmiddel Deze apparatuur bevat fluorhoudende broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen. Laat dergelijke gassen nooit rechtstreeks vrij in de omgeving. Koelmiddeltype: HFC-R134a. N. B. Deze apparatuur mag uitsluitend worden onderhouden en verwijderd door gekwalificeerd personeel.

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 15 6 Installatie en aansluitingen WAARSCHUWING. Deze apparatuur mag uitsluitend worden geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden door gekwalificeerd en bevoegd personeel. Probeer de apparatuur niet zelf te installeren. 6. 1 Voorbereiding van de installatielocatie De apparatuur moet worden geïnstalleerd op een geschikte plaats om een normale afstelling en gebruik te waarborgen en om gewone en buitengewone onderhoudswerkzaamheden mogelijk te maken. Het is dan ook belangrijk om voldoende werkruimte te voorzien, zoals getoond in Fig. 2. Fig.

2 – Minimumafmetingen Model X1 X2 X3 Y1 mm mm mm mm EKHH2E200AAV3 EKHH2E200BAV33 EKHH2E260AAV3 WKHH2E260PAAV3 650 650 200 300 Verder moet de locatie waar de unit wordt geïnstalleerd: x Beschikken over geschikte leidingen voor de toevoer van water en stroom; x Beschikbaar zijn en klaar voor aansluiting op de condensaatafvoer; x Beschikbaar zijn en voorzien van geschikte afvoerleidingen voor het geval de boiler defect raakt, de veiligheidsklep wordt geactiveerd of leidingen/aansluitingen breken; x Over opvangsystemen beschikken voor het geval er zich ernstige waterlekken voordoen; x Voldoende verlicht zijn (waar van toepassing); x Een volume hebben van ten minste 20 m3; x Vorstvrij en droog zijn. WAARSCHUWING. Om de voortplanting van mechanische trillingen te voorkomen mag de apparatuur niet worden geïnstalleerd op vloerplaten met houten balken (bijv. in lofts). 6. 1.

1 Bevestigen aan de vloer Om het product aan de vloer te bevestigen, bevestigt u de meegeleverde beugels zoals aangegeven in fig. 3. Fig. 3 – Bevestigings- beugels Bevestig de unit vervolgens aan de vloer met behulp van geschikte, niet meegeleverde pluggen, zoals weergegeven in fig. 3a. Fig. 3a – Bevestigen aan de vloer 6. 2 Aansluiting ventilatie Naast de ruimte zoals beschreven in paragraaf 6. 1 vereist de warmtepomp een geschikte ventilatie.

Pagina 16 Installatie- en gebruikershandleiding Fig. 4a – Voorbeeld van een luchtuitlaatleiding Verder is het belangrijk dat ook de ruimte zelf waarin de apparatuur wordt geïnstalleerd, voldoende wordt geventileerd. Een alternatieve oplossing wordt getoond in de volgende figuren (Fig. 4 en 4a). Die oplossing bestaat uit een tweede leidingen die lucht van buiten aantrekt in plaats van rechtstreeks uit de ruimte. Fig. 4b – Voorbeeld van een aansluiting met twee leidingen Zorg er bij de installatie van elke luchtleiding voor dat: x Het gewicht ervan geen negatieve invloed heeft op de apparatuur zelf; x Er onderhoudswerkzaamheden aan kunnen worden uitgevoerd; x Ze op passende wijze worden beschermd zodat er niet toevallig materiaal in de apparatuur zelf terecht kan komen; x Ze de maximaal toegestane lengte van 6 meter (met 2 bochtstukken van 90°) niet overschrijdt.

x Het maximaal toegestane totale drukverlies voor alle componenten, inclusief doorgaande gaten voor aansluiting op een buitenmuur, in het leidingsysteem niet hoger ligt dan 120 Pa. Tijdens de werking zal de warmtepomp de omgevingstemperatuur gewoonlijk verlagen als de leiding voor de buitenlucht niet is uitgevoerd. Samen met de afvoerleiding die lucht naar buiten voert moet een gepast beschermrooster worden geïnstalleerd om te voorkomen dat er vreemde materialen in de apparatuur terechtkomen. Om een optimale werking van de apparatuur te garanderen, moet het gekozen rooster een zo laag mogelijk drukverlies genereren. Voorkom de vorming van condensaat: isoleer de luchtuitlaatleidingen en aansluitingen van de afdekking van de luchtleiding met een stoomwerende thermische bekleding van gepaste dikte. Fig.

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 17 Om lawaai van de doorstroming te voorkomen, kunnen indien nodig geluiddempers worden geïnstalleerd. Voorzie de leidingen, de doorgaande openingen in de wand en de aansluitingen op de warmtepomp met systemen die mogelijke trillingen dempen. WAARSCHUWING! Het gelijktijdige gebruik van een vuurhaard met open rookgassysteem (zoals een open haard) en de warmtepomp creëert een gevaarlijk verlies van de omgevingsdruk. Dit zou ertoe kunnen leiden dat uitlaatgassen terug naar de omgeving zelf stromen. Gebruik de warmtepomp dus nooit samen met een vuurhaard met open rookgassysteem. Gebruik enkel (goedgekeurde) gesloten vuurhaarden met afzonderlijke leiding voor de verbrandingslucht. Houd de deuren naar de ketelruimte gesloten en hermetisch afgedicht als ze geen toevoer van verbrandingslucht gemeenschappelijk hebben met onbewoonde ruimtes.

6.2.1 Bijzondere installatieomstandigheden Een van de specifieke kenmerken van een verwarmingssysteem met warmtepomp is dat de temperatuur van de lucht die uit de woning wordt afgevoerd bij deze units gewoonlijk aanzienlijk lager is. Niet alleen is deze afgevoerde lucht kouder dan de omgevingslucht, hij is ook volledig ontvochtigd. Deze lucht kan dan ook terug in de woning worden ingevoerd om specifieke omgevingen of kamers te koelen in de zomermaanden. Bij de installatie van deze optie wordt de afvoerleiding gesplitst, waarbij er twee afsluiters worden aangebracht ("A" en "B") zodat de luchtstroom ofwel naar binnen (Fig. 5a) of naar buiten (Fig. 5b) wordt gevoerd. Fig. 5a – Voorbeeld installatie zomer Fig. 5b – Voorbeeld installatie winter Buiten ruimte Binnenruimte Afsluiter "A" dicht Afsluiter "B" open Buitenruimte Binnenruimte Afsluiter "A" open Afsluiter "B" dicht

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 19 Fig. 7 – Aansluitingen watertoevoer De volgende figuur (Fig. 8) toont een voorbeeld van een aansluiting van de watertoevoer. Fig. 8 – Voorbeeld van het watertoevoersysteem Fig. 8a – Voorbeeld veiligheidsklep zware reeks N.B. Het is verplicht om op de koud-waterinlaatleiding een vuilfilter te installeren. De apparatuur mag niet werken met een waterhardheid van minder dan 12°F; als de waterhardheid daarentegen erg hoog is (hoger dan 25°F) is het aan te raden om een waterontharder te gebruiken die correct is geijkt en wordt gecontroleerd; in een dergelijk geval mag de resulterende hardheid niet lager worden dan 15°F. OPMERKING! We raden de installateur van het systeem aan om een 7-bar veiligheidsklep te installeren op de koud-waterinlaatleiding (Fig. 8a). N.B.

De overdrukbeveiliging moet regelmatig worden bediend om kalkafzettingen te verwijderen en te controleren of ze niet is geblokkeerd (Fig. 8a) N.B. Voor een correcte installatie van de apparatuur moet een hydraulische veiligheidsgroep die beantwoordt aan norm UNI EN 1487:2002 worden voorzien. Een dergelijke groep omvat minstens: een afsluiter, een terugslagklep, een regelinrichting voor de terugslagklep, een veiligheidsklep, een inrichting om de waterstroom te onderbreken (Fig. 8a) N.B. De afvoerslang die is verbonden met de overdrukbeveiliging moet gelijkmatig afhellen (helling > 3°) en geïnstalleerd zijn in een plaats waar ijsvorming niet mogelijk is (Fig.

Pagina 20 Installatie- en gebruikershandleiding WAARSCHUWING! Als er geen expansievat is geïnstalleerd, dient u ervoor te zorgen dat er in de koud-waterinlaat geen enkele niet-terugslagklep is geïnstalleerd. WAARSCHUWING! De warmtepomp voor de productie van warm water voor huishoudelijk gebruik kan water verwarmen tot meer dan 60°C. Als beveiliging tegen brandwonden is het daarom nodig om een automatische menginrichting met thermostaat te installeren op de warm-waterleiding (Fig. 8).

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 21 6.4.1 Aansluitingen condensaatafvoer Condensaat dat tijdens de werking van de warmtepomp wordt gevormd stroomt door een gepaste afvoerleiding (G 1/2”) die binnen een bekleding loopt en uitmondt aan de zijde van de apparatuur. Ze moet op een leiding worden aangesloten via een sifon zodanig dat het condensaat vrij kan stromen (Fig. 9a of 9b). Fig. 9a – Voorbeeld van aansluiting condensaatafvoer via sifon Fig. 9b – Voorbeeld van aansluiting condensaatafvoer via sifon met wateropvang 6.5 Integratie zonne-energiesysteem De volgende figuur (Fig. 10) toont een voorbeeld van een integratie van een zonne-energiesysteem. M Leiding koud-waterinlaat N Pomp en accessoires zonne-energiesysteem O Zonnecollectoren P Warmtepomp Q Hercirculatiepomp R Veerbelaste terugslagklep S Aftapkraan T Spiraal zonne-energiesysteem U Leiding warm-wateruitlaat Fig.

Pagina 22 Installatie- en gebruikershandleiding 6. 6 Elektrische aansluitingen Het toestel wordt geleverd met een voedingskabel (mocht deze vervangen moeten worden, gebruik dan alleen originele reserveonderdelen die door de fabrikant of zijn onderhoudsagent zijn geleverd). Ze wordt van stroom voorzien door middel van een flexibele kabel en een steker/contactdoos-combinatie (Fig. 11 en Fig. 12). Er is een geaarde Schuko-contactdoos met aparte beveiliging nodig voor de aansluiting op de netvoeding. Het is raadzaam om een controle uit te voeren op het elektrische systeem om de conformiteit met de geldende regelgeving te verifiëren. Controleer of het elektrische systeem bestand is tegen het maximale stroomverbruik van de boiler (zie het typeplaatje), wat betreft de grootte van de kabels en hun conformiteit met de geldende regelgeving.

Het is verboden om stekkerdozen, verlengkabels of adapters te gebruiken. Het toestel moet voorzien zijn van een aardingsaansluiting. Het is verboden om leidingen van de water-, verwarmings- en gassystemen te gebruiken voor de aarding van het toestel. Controleer vóór het gebruik van de machine of de netspanning overeenkomt met de waarde die op het typeplaatje van het toestel is aangegeven. De fabrikant van het toestel kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door het niet aarden van het systeem of door abnormaliteiten in de elektrische voeding. Om het toestel van de netvoeding los te koppelen, gebruikt u een tweepolige schakelaar die voldoet aan alle geldende CEI-EN-voorschriften (minimale afstand tussen de contacten 3 mm, schakelaar bij voorkeur voorzien van een zekering).

Het toestel moet voldoen aan Europese en nationale normen en moet worden beveiligd met een differentieelschakelaar van 30 mA. Fig. 11 – Schuko-wandcontactdoos Fig. 12 – Steker apparatuur 6. 6.

1 Verbinding met systemen op afstand De apparatuur is zodanig ontworpen dat ze kan worden verbonden met andere energiesystemen op afstand (fotovoltaïsche en zonne-energiesystemen). De gebruikersinterface heeft twee digitale ingangen met de volgende functies: x Digitaal 1: Ingang van het zonne-energiesysteem. Wanneer er een vrij contact tot stand wordt gebracht tussen klemmen 30 en 31 (kabel: bruin/geel) en de watertemperatuur die wordt gemeten door onderste sonde hoger ligt dan SP8, stopt de warmtepomp en wordt het water verwarmd door de zonnepanelen; de warmtepomp slaat weer aan wanneer het contact wordt verbroken en de door C13 ingestelde tijd is verstreken of direct als de temperatuur gemeten bij de onderste sonde lager is dan SP8. x Digitaal 2: Ingang van fotovoltaïsch systeem.

Wanneer er een vrij contact tot stand wordt gebracht tussen klemmen 31 en 32 (kabel: groen/wit) en de warmtepomp de SP5-temperatuur bereikt (standaardinstelling 62°C) wordt de nominale warm-watertemperatuur verhoogd met 7°C. Het is mogelijk om de parameter SP6 te veranderen (bijv. : een temperatuurverhoging van 62°C naar 70°C) zodanig dat, wanneer er voldoende FV elektrische energie is, de warmte-evolutie van 62°C naar 70°C wordt gerealiseerd door het elektrische immersie-verwarmingselement (als SP6 en SP5 gelijk zijn zal het elektrische verwarmingselement nooit worden geactiveerd). 6. 6. 1. 1 Werking verbinding met systemen op afstand Voor verbinding met digitale ingangen is de apparatuur voorzien van een extra kabel met 4 kernen die al werd aangesloten op de printplaat van de gebruikersinterface (binnenin de apparatuur - Zie Fig. 14).

De verbinding met energiesystemen op afstand moet tot stand worden gebracht door een gekwalificeerd installateur (aansluitdozen, klemmen en verbindingskabels). De volgende figuren tonen een voorbeeld van een verbinding met een systeem op afstand (Fig. 13 en Fig. 13a).

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 23 Fig. 13 – Voorbeeld van een verbinding op afstand Fig. 13a – Detail van een verbinding op afstand Om toegang te krijgen tot de kabel met 4 kernen voor verbinding met een systeem op afstand moet het bovenste deksel van de ketel worden verwijderd (zie paragraaf 9.1 Fig. 18) en moet de kabel naar buiten worden gevoerd door de daartoe voorziene opening die al aanwezig is in de achterwand, zoals getoond in Fig. 14. Fig. 14 – Kabels voor verbinding met een systeem op afstand 6.7 Bedradingsschema Fig. 15 – Bedradingsschema 30 31 31 3230 31 31 32Digitale ingang 1 Digitale ingang 2 sonde 3 sonde 2 sonde 1 poort 1 (op vraag) poort 1 (op vraag)toevoer weerstand ontdooien

Pagina 24 Installatie- en gebruikershandleiding 7 Inbedrijfstelling WAARSCHUWING! Controleer of de apparatuur is verbonden met de aardingskabel. WAARSCHUWING! Controleer of de lijnspanning overeenstemt met de spanning die staat vermeld op het identificatieplaatje van de apparatuur. De inbedrijfstelling moet gebeuren door de volgende procedures uit te voeren: x Vul de ketel via de waterinlaatkraan en controleer de pakkingen en aansluitingen op mogelijke lekken. Zet de bouten of aansluitingen indien nodig beter vast; x Let erop dat de maximaal toegestane druk vermeld in het hoofdstuk "algemene technische gegevens" niet wordt overschreden; x Controleer of de beveiligingsinrichting van het watercircuit goed werkt; x Stop de steker in de wandcontactdoos; x Wanneer de steker in zit, staat de ketel in stand-by.

Installatie- en gebruikershandleiding Pagina 25 8 Bediening en gebruik De bediening van de apparatuur gebeurt via een gebruikersinterface die toelaat om:x De bedrijfsmodus te selecteren; x De werkingsparameters te wijzigen; x Noodsituaties weer te geven en beheren; x De status van de systeemonderdelen te controleren. De term "starten" zoals die verder in dit document wordt gebruikt, betekent omschakelen van de status Stand-by naar AAN; de term "uitschakelen" betekent omschakelen van de status AAN naar Stand-by. De term "geavanceerde procedure" zoals die verder in dit document wordt gebruikt, verwijst naar specifieke procedures van de apparatuur die worden beschreven in de paragrafen over "geavanceerd beheer". 8. 1 De Gebruikersinterface Via de gebruikersinterface (Fig. 16) kan de werking van de apparatuur worden gecontroleerd en aangepast.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Daikin EKHH2E200AAV3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden