Crivit Urban E-Bike X.2 Handleiding

Crivit Fiets Urban E-Bike X.2

Bekijk gratis de handleiding van Crivit Urban E-Bike X.2 (108 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Crivit Urban E-Bike X.2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/108
URBAN E-BIKE X.2 / URBAN E-BIKE Y.2
URBAN E-BIKE X.2 / URBAN E-BIKE Y.2
Originalbetriebsanleitung
VÉLO ÉLECTRIQUE URBAIN X.2 /
VÉLO ÉLECTRIQUE URBAIN Y.2
Traduction du manuel d’utilisation original
MIEJSKI ROWER ELEKTRYCZNY X.2 /
MIEJSKI ROWER ELEKTRYCZNY Y.2
Tłumaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
MĚSTSKÉ ELEKTROKOLO X.2 /
MĚSTSKÉ ELEKTROKOLO Y.2
Překlad originálního návodu k obsluze
MESTSKÝ BICYKEL NA ELEKTRICKÝ POHON X.2 /
MESTSKÝ BICYKEL NA ELEKTRICKÝ POHON Y.2
Preklad pôvodného návodu na obsluhu
URBAN E-BIKE X.2 / URBAN E-BIKE Y.2
Translation of the original operating instructions
URBAN E-BIKE X.2 / URBAN E-BIKE Y.2
Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
URBAN E-BIKE X.2 / URBAN E-BIKE Y.2
Traducción del manual de instrucciones original
IAN 436329_2304 / IAN 436332_2304 / IAN 468875_2304 /
IAN 468876_2304 / IAN 468877_2304

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Crivit
Categorie: Fiets
Model: Urban E-Bike X.2

Handleiding Crivit Urban E-Bike X.2 – volledige tekst

56Opmerking: Gebruik voor het laden van uw e-bike alleen de bijgeleverde voedingseenheid: Model BC291360030AanhaalmomentenOpmerking: Om de draaimomenten te controleren, gebruikt u eventueel een geschik-te draaimomentsleutel of richt u zich tot een service werkplaats. • Schroeven combinatie stuur-voorbouw (7a, afb. B): 7 Nm• Pedalen (3a, 3b, afb. C): 20-25 Nm• Snelspanhefboom zadelpen met geïntegreerde accu (28, afb. D): 11-13 Nm• Inbusschroef zadel (11a, afb. E): 8-10 Nm• Schroef remsokkel (31a, afb. R): 14 Nm• Schroeven remhefboom (12c, afb. F): 6-8 Nm• Schroeven bagagedrager (33a, afb. L): 8 Nm• Schroeven fleshouder (8a, afb. L): 4 Nm• Schroeven afdekplaat (8d, afb. M): 3 Nm• Schroefmoeren achterwielas (36, afb. U): 40-45 Nm• Schroeven frameopening (8f, montageopening voor riem, afb. V): 10-12 Nm• Schroeven van de riemspanner (39a, afb.

V): 18 NmOmgevingstemperatuurbereik• tijdens het gebruik: –10 °C tot 35 °C• tijdens het laadproces: 5 °C tot 25 °C140Maximaal toelaatbaar totaalgewicht: 140 kgProductiedatum (maand/jaar): 01/2024Hierbij verklaart Delta-Sport Handels-kontor GmbH dat dit artikel voldoet aan de volgende basiseisen en de overige ter zake doende bepalingen:2014/30/EU – EMC-richtlijn2011/65/EU – RoHS-richtlijn2006/42/EG – MachinerichtlijnVolledige conformiteitsverklaringen zijn verkrijg-baar via: http://www. conformity. delta-sport. comGebruikte symbolen en signaalwoordenGebodsteken, wijst elke gebruiker erop, de gebruiksaanwijzing vóór het gebruik zorgvuldig te lezen en voor alle gebruikers steeds ter beschikking te stellen. Algemeen waarschuwingsteken, dient om te wijzen op gevaren en bedreigin-gen (bv. levensgevaar, gevaren voor blessures of voor kneuzingen).

GEVAAR Het signaalwoord duidt op een gevaar met een hoge risicograad dat, als het niet vermeden wordt, de dood of een ernstige blessure tot gevolg heeft.

WAARSCHUWING Het signaalwoord duidt op een gevaar met een hoge risicograad dat, als het niet vermeden wordt, de dood of een ernstige blessure tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIG Het signaalwoord duidt op een gevaar met een geringe risicograad dat, als het niet vermeden wordt, een minimale of matige blessure tot gevolg kan hebben. ATTENTIE Het signaalwoord duidt op een gevaar met een geringe risicograad dat, als het niet vermeden wordt, materiële schade aan het artikel of aan een ander eigendom tot gevolg kan hebben. Voorgeschreven gebruikDit artikel is als EPAC (electrically power assisted cycle)/Pedelec van de categorie „City-Trekking E-Bike“ voor personen met een leeftijd vanaf 14 jaar voor privégebruik bestemd en is niet geschikt voor commercieel gebruik. Op grond van het concept en de uitrusting is het artikel ervoor bestemd, op de openbare weg en op verharde wegen gebruikt te worden.

De hiervoor noodzakelijke veiligheidstechnische uitrusting werd bijgeleverd en moet door de gebruiker of vakman regelmatig gecontroleerd en, indien noodzakelijk, gerepareerd worden. Voor elk verdergaand gebruik of bij niet-nale-ving van de veiligheidstechnische aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing en voor de daaruit voortvloeiende schade zijn fabrikant en dealer niet aansprakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor het gebruik van het artikel op een extreem terrein, bij overbelasting en onjuiste eliminatie van gebreken en tevens bij een onjuist gebruik. Bij veronachtzaming bestaat er aanzienlijk gevaar voor blessures door materiaalbreuken en valpartijen. Beschrijving EPAC/PedelecEen Pedelec ondersteunt de trapkracht van de gebruiker met behulp van een elektrische motor tot een maximumsnelheid van 25 km/h. De aandrijving wordt geactiveerd zodra u op de pedalen trapt.

Het motorvermogen richt zich naar de inge-stelde rijstand. Zodra u stopt op de pedalen te trappen of zodra u een snelheid van 25 km/h bereikt hebt, wordt de ondersteuning door de aandrijving uitgeschakeld.

De aandrijving wordt automatisch weer geactiveerd zodra u op de pe-dalen trapt en de snelheid minder dan 25 km/h bedraagt. Opmerking: Het A-gewogen emissie-geluids-drukniveau aan de oren van de fietser is lager dan 70 dB(A). Wettelijke richtlijnen• Het artikel is een verkeersmiddel en is onder-worpen aan de bepalingen van het Duitse Wegenverkeersreglement. • Het Duitse Wegenverkeersreglement schrijft voor dat elke fiets uitgerust moet zijn met twee van elkaar onafhankelijke, goed functione-rende remmen, een schel klinkende bel, voor-koplamp, reflectoren, reflecterende pedalen, spaakreflectoren voor fietswielen of reflecte-rende strips, een witte voorreflector en een bijkomende rode, grote reflector achteraan. • Fietsen zonder uitrusting conform het Duitse Wegenverkeersreglement of met een defecte uitrusting mogen niet op de openbare weg gebruikt worden. NL/BEGefeliciteerd.

Met uw aankoop hebt u voor een hoogwaardig artikel gekozen. Zorg ervoor dat u voor het eerste gebruik met het artikel vertrouwd raakt. Lees hiervoor de volgende gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Gebruik het artikel alleen zoals omschreven en voor het aangegeven doel. Bewaar deze ge-bruiksaanwijzing goed. Geef alle documenten mee als u het artikel aan iemand anders geeft. In het leveringspakket inbegrepen/benaming van de onderdelen (afb.

57NL/BE• Er bestaat geen rijbewijsplicht. • Er bestaat geen verzekeringsplicht. • In principe gelden de voorschriften van de Wegenverkeerswet van het land, waar er met het artikel gereden wordt. • Deze bepalingen gelden zoveel mogelijk in de hele Europese Unie. Neem in acht dat bo-vendien talrijke nationale wettelijke regelingen het gebruik van EPAC’s kunnen regelen. Veiligheidsinstructies• Lees vóór gebruik de veiligheidsinstructies en de gebruiksaanwijzing. Verzuim bij de naleving kan tot ernstige blessures leiden. Overhandig alle documenten mee aan derden als u het artikel doorgeeft. Verwijder geen typeplaatjes of aanwijzingsborden. • Het artikel moet door het aansluiten met een fietsslot en/of het verwijderen van de accu uit de fiets voor derden ontoegankelijk gemaakt worden. Levensgevaar. • Laat kinderen nooit zonder toezicht met het verpakkingsmateriaal.

Er bestaat verstikkings-gevaar. Gevaar voor blessures voor kinderen. • Kinderen mogen niet met het artikel spelen. Wijs kinderen er in het bijzonder op dat het artikel geen speelgoed is. • Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht uitgevoerd worden. • Het artikel moet bij niet-gebruik buiten het bereik van kinderen opgeborgen worden. Gevaar voor blessures. • Dit toestel kan door kinderen met een leeftijd vanaf 14 jaar en ouder en ook door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of die een gebrek aan ervaring en kennis hebben, gebruikt worden indien zij onder toezicht of met het oog op het veilige gebruik van het toestel uitleg kregen en de daaruit voortvloeiende gevaren begrijpen. • Kinderen mogen niet met het artikel spelen. • Dit artikel is geen volgens medische eisen geproduceerd toestel.

Om eventuele storingen van uw pacemaker of medisch apparaat te vermijden, pleegt u vóór het gebruik van het artikel in ieder geval overleg met uw behandelende arts of met de fabrikant van het betreffende medische apparaat.

• Zwangere vrouwen en mensen met een han-dicap, hartproblemen, hoofd-, schouder- of nekklachten (of die in het verleden aan deze lichaamsdelen geopereerd werden) mogen dit artikel niet gebruiken. Raadpleeg uw arts vóór het gebruik van het artikel. • Gebruik het artikel niet na de consumptie van alcohol, kalmeermiddelen of anti-psychotische geneesmiddelen die uw beoordelingsvermo-gen kunnen beïnvloeden. • Draag altijd een fietshelm en eventueel aan-vullende bescherming. • Draag steeds schoeisel dat voor u een pas-sende houvast op het pedaaloppervlak, in het bijzonder ook bij nat weer, mogelijk maakt. • Controleer vóór de rit de perfecte werking van remmen, verlichting en andere voor de veiligheid relevante componenten. • Let erop dat framegrootte en bedieningsele-menten op uw lichaamslengte afgestemd zijn. • Voer geen instellingen aan remmen door terwijl u aan het fietsen bent.

• Fiets niet met gedemonteerde accu. De accu dient als stroombron voor de verlichting, waardoor het fietsen met afgenomen accu de werkwijze van de verlichting beïnvloedt. Het in strijd met voorschriften handelen vormt een overtreding en kan tot boetes, niet-aan-sprakelijkheid van de verzekeringsmaat-schappij of ook tot ongevallen of valpartijen met blessures leiden. • Het artikel is blootgesteld aan slijtage en hoge belasting. Diverse materialen en compo-nenten kunnen op een verschillende manier op slijtage of continue belasting reageren. Indien de geplande gebruiksduur van een component overschreden is, kan deze het plot-seling laten afweten en daarbij de fietser zo mogelijk schade berokkenen. Ieder type van scheuren, groeven of kleurveranderingen op zwaar belaste plaatsen geeft het verstrijken van de gebruiksduur van de component aan; de component moet dan vervangen worden.

Een manipulatie vormt een overtreding en kan tot boetes, niet-aansprake-lijkheid van de verzekeringsmaatschappij of ook tot ongevallen of valpartijen met blessures leiden. Bovendien neemt door wijzigingen dit type van slijtage van het aandrijfsysteem en van de componenten in ruime mate toe. Daardoor komen al de waarborg- en garan-tieclaims te vervallen. Voer geen algemene wijzigingen van componenten door die het vermogen of de ondersteunde maximumsnel-heid van uw aandrijving beïnvloeden en in het bijzonder verhogen. Gevaar voor brandwonden. • Raak na een rit niet onbeschermd met handen of benen de behuizing van de aandrijfeen-heid of de remmen aan. In extreme om-standigheden, zoals bv. aanhoudend hoge draaimomenten bij lage rijsnelheden of bij ritten op bergen en met lasten, kunnen er zeer hoge temperaturen aan de behuizing en aan de remmen ontstaan. Gevaar bij een verkeerd rijgedrag.

• Let op hindernissen zowel direct vóór u als in de verte – een onbelemmerd zicht draagt bij aan een veilig gebruik. • Bij het fietsen in een groep dient er op voldoende veiligheidsafstand tot de andere fietsers gelet te worden. Om ongevallen te vermijden, dient deze aan alle zijden minstens één meter tot de andere fietser te bedragen. • Houd rekening met andere verkeersdeel-nemers, voetgangers en kinderen. Houd voortdurend rekening met het wangedrag van anderen. Fiets bij duisternis nooit zonder verlichting. • Fiets nooit handenvrij. • Neem in acht dat het rijgedrag bij extra lading/vracht ingrijpend kan veranderen. • Fiets nooit met twee personen op het artikel. • Neem alle nationale wegenverkeerswetten en verordeningen in acht. MontageOpmerking: De afbeeldingen B–V gelden als voorbeeld voor alle modelnummers. Montage van de combinatie stuur-voorbouw (afb.

B)Het artikel wordt geleverd met een evenwijdig met het frame (8) staande combinatie stuur-voor-bouw (7) en is niet rijklaar. De schroeven (7a) zijn in de toestand bij levering losgedraaid. 1.

Draai de combinatie stuur-voorbouw 90° met de klok mee. Lijn frame, combinatie stuur-voor-bouw en voorwiel (9) in één lijn uit. 2. Draai de beide schroeven (7a) met behulp van de inbussleutel (4 mm) (4) vast aan. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. Opmerking: De speling van de stuurkop werd vooraf ingesteld en mag niet versteld worden. De stuursetschroef (7b) is door een sticker gemarkeerd en mag alleen door een gespeciali-seerd bedrijf ingesteld worden. Belangrijk: Controleer de vaste zitting van de combinatie stuur-voorbouw, doordat u het voorwiel tussen uw benen klemt en sterke stuurbewegingen maakt. Het voorwiel en de combinatie stuur-voorbouw moeten daarbij in één lijn blijven. Montage van de pedalen (afb. C)Neem in acht dat de pedalen (3a, 3b) ver-schillende schroefdraadrichtingen vertonen.

De linkse pedaal (3a) is door 3 groeven gemar-keerd. Aan elke kopzijde van een schroefdraad werd er een letter „L” of „R” voorzien. Beide pedalen zijn bovendien met een sticker (L/R) gemarkeerd. 1. Draai de rechtse pedaal (3b) met de hand met de klok mee vast. 2. Trek de pedaal met behulp van de inbussleu-tel (6 mm) (4) vast. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. 3. Herhaal de vorige stappen voor de linkse pedaal. Opmerking: De linkse pedaal wordt tegen de klok in vastgetrokken. Zithoogte instellen (afb. D)WAARSCHUWING Gevaar voor blessures. Een geopende snelspanhefboom (28) kan tot ernstige valpartijen en blessures leiden. • Sluit de snelspanhefboom volledig totdat deze nauw aansluit en draai de gekartelde schroef (28a) vast aan. 1.

58• Rem zodanig, dat de fietswielen niet blokke-ren. Zodra het fietswiel blokkeert, verliest u het wegcontact en kan het tot een valpartij komen. Oefen het remmen op verkeersarme plaatsen die daarvoor geschikt zijn. • Nooit de voorwielrem abrupt bedienen. U zou over het stuur heen geslingerd kunnen worden. Verplaats bij het remmen het zwaar-tepunt in de richting van het achterwiel door-dat u in het zadel ver naar achteren glijdt. Gebruik zo mogelijk altijd beide remmen om tot het hoogste remeffect te komen. Denk er altijd aan dat bij nat weer, een bevroren rijweg en losse natuurstoffen de remafstand aanzienlijk langer wordt. Instellingen van de remmen (afb. R)Let er bij werkzaamheden in het bereik van de schijfrem op dat een roterende remschijf (21) een aanzienlijk risico op blessures vormt.

Belangrijk: Om remverlies te vermijden, mo-gen schijfremmen of de voeringen daarvan niet met smeermiddelen/oliën in aanraking komen. • Een instelling van de remschijf is in een aantal gevallen (bv. bij schurende geluiden) noodzakelijk. • Poets de remschijf met water en idealiter remreiniger als de remschijf schuurt. • Indien de remschijf schuin staat, opent u de snelspanner (30) en draait u de schroef (31a) aan de remsokkel (31) los, zodat het wiel losjes zit. Trek de remhefbomen (12a, 12b) aan het stuur vast aan. Daardoor recht de remschijf automatisch. Laat de remhefbomen los en bevestig vervolgens de schroef en de snelspanner. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. Belangrijk: Indien u de schroeven aan de remsokkel gelost hebt, borgt u deze vervolgens weer met een gepaste schroefdraadborging (bv.

Afhankelijk van de lichaamslengte kan dit tot een andere hoekinstelling van de remhefbomen leiden. WAARSCHUWING Gevaar voor blessures. De verkeerde positie van de remhefbomen kan tot ongevallen en daaruit voortvloeiende blessures leiden. • De remhefbomen (12a, 12b) mogen in geen geval tot aan de handgreep (22) getrokken kunnen worden vooraleer de remvoeringen (34, afb. R) de remschijven (21) raken. Het maximale remvermogen kan anders niet be-reikt worden. Neem in dit geval onmiddellijk contact op met een dealer. Instelling van de remhefboom (afb. F)• Draai de schroef (12c) los en stel de positie van de remhefboom (12a/12b) in. • Draai de schroef met de inbussleutel (5 mm) (4) weer vast aan. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmomen-ten in acht. In de paragraaf „Technische gege-vens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. Display (afb.

G)Het display (13) geeft via een led-display (13b) de accustand en de rijstanden van de motor (23) aan. Bovendien schakelt u daarmee de EPAC in en uit. Motor in-/uitschakelen• Schakel de EPAC in door te drukken op de knop „Aan/Uit” (13a). Druk opnieuw op de toets om de EPAC uit te schakelen. Opmerking: De EPAC schakelt na 5 minuten compleet uit als hij niet gebruikt wordt. FoutmeldingenHet led-display (13b) pulseert rood om mogelij-ke fouten in het artikel of tijdens het rijden aan te geven. Een kort overzicht van eventuele problemen en van de oplossing daarvan kunt u in de tabel „Foutmeldingen op het display“ naslaan. Micro-Buttons (afb. H)Schakel met de Micro-Buttons (26, 27)door de verschillende rijstanden. Micro-Button links (26)• Druk op de linkse Micro-Button om een rijstand lager te schakelen.

Na het inschakelen van de motor worden de rijstanden door gekleurde cirkelsegmenten aangegeven. Opmerking: Het artikel start altijd in de rijstand ZERO. • Rijstand ZERO (witte cirkel): In deze rijstand biedt de motor geen onder-steuning. • Rijstand ECO (groene cirkel): In deze rijstand biedt de motor geringe onder-steuning (voor een grote reikwijdte van maxi-maal 100 km (in optimale omstandigheden) op lange en vlakke trajecten). • Rijstand TOUR (blauwe cirkel): In deze rijstand biedt de motor gemiddelde ondersteuning (voor een goed evenwicht tussen reikwijdte en ondersteuning). • Rijstand RACE (lila cirkel): In deze rijstand biedt de motor maximale on-dersteuning (voor veeleisende beklimmingen). • Boost-functie (rode cirkel): Houd de rechtse Micro-Button ca. 2 seconden lang ingedrukt (eender in welke rijstand u zich bevindt) om max. 20 seconden lang extra ondersteuning te krijgen.

NL/BEBelangrijk: Trek de zadelpen met geïnte-greerde accu niet verder dan aan de gemar-keerde lijn („MAX“). Een veilige houvast van de zadelpen met geïntegreerde accu is anders niet meer gegarandeerd en het kan tot framebreuken of valpartijen komen. Het geïntegreerde slot in de zadelklem moet vergrendeld zijn. Bovendien beperkt het de maximale uittreklengte van de zadelpen met geïntegreerde accu. Opmerking: De maximale inschuifdiepte van de zadelpen met geïntegreerde accu is door de bovenste aanslag beperkt en definieert daarmee de minimale hoogte van het zadel (11). 2. Breng de pedalen (3a, 3b) in een 6/12 uur positie. 3. Breng de gekartelde schroef van de snel-spanhefboom op voorspanning en sluit de snelspanhefboom. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmomen-ten in acht. In de paragraaf „Technische gege-vens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. 4. Ga zitten op het artikel.

Belangrijk: Controleer de vaste zitting van de snelspanhefboom. Het fietsen met een onjuist ge-sloten snelspanhefboom kan tot valpartijen met ernstige blessures leiden. De snelspanhefboom moet met relatief hoge kracht gesloten worden om in ieder geval een ongewenst lossen tijdens de rit te vermijden. Als hij te gemakkelijk geslo-ten kan worden, moet de gekartelde schroef aan de overkant van de snelspanhefboom een beetje vaster aangedraaid worden. De snelspanhef-boom dient nu met iets meer weerstand te sluiten zijn. Indien hij nog altijd zeer gemakkelijk geslo-ten kan worden, herhaalt u het proces. Belangrijk: De snelspanhefboom moet in gesloten toestand tegen de zadelklem liggen. Zadel instellen (afb. E)1. Verwijder de verbindingsstekker (17). 2. Draai de inbusschroef (11a) met de inbus-sleutel (6 mm) (4) los.

Verstel de helling van het zadel (11) of schuif dit naar voren of naar achteren tot in één individuele positie. 3. Draai de inbusschroef weer vast aan. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. RemmenWAARSCHUWING Gevaar voor brandwonden. De remschijf (21) kan bij langere remprocessen aanzienlijk verhit geraken. • Pak nooit de remschijf direct na gebruik met blote handen vast. Wacht totdat de remschijf afgekoeld is voordat u deze aanraakt. • Maak u vertrouwd met het rijgedrag en de remmen. Vergewis u ervan, welke remhefboom respectievelijk het voor- en achterwiel bedient. Opmerking: De linkse remhefboom (12a) bedient de voorwielrem (18a), de rechtse rem-hefboom (12b) de achterwielrem (18b).

59NL/BEOpmerking: De Boost-functie functioneert alleen bij een permanent ingedrukte rechtse Micro-Button. Laat de toets los om terug in de oorspronkelijk gekozen rijstand te geraken. Opmerking: Wordt de Boost-functie te vaak achter elkaar geactiveerd, dan schakelt er een thermische beveiliging in totdat de motor weer afgekoeld is. Accustand (afb. I)De accustand wordt in iedere rijstand door afne-mende cirkelsegmenten aangegeven. Opmerking: Vanaf 10% resterende accustand begint het led-display (13b) te pulseren. Bij 0% accustand pulseert het led-display ca. 3 secon-den lang telkens wanneer er een toets ingedrukt wordt. Laad de accu op. Opmerking: Met 0% accustand kunt u zonder motorondersteuning toch nog verder rijden en blijft het licht nog 2 uur lang branden. Opmerking: De EPAC ondersteunt u in princi-pe tot een reikwijdte van maximaal 70 km.

De reikwijdte hangt van de rijomstandigheden en de rijstand af. Een reikwijdte van 100 km is alleen bereikbaar met een nieuwe accu, minima-le wind, constante snelheid, goed geasfalteerde wegen, een belasting van max. 75 kg en een buitentemperatuur van ca. 20 °C. Accu en acculaadtoestelWAARSCHUWING Explosiegevaar. Bij onvakkundig gebruik bestaat er explosiege-vaar van de accu. • Houd de accu buiten het bereik van boven-matige warmte, bv. overmatige, permanente zonnestraling, vuur of dergelijke. WAARSCHUWING Gevaar voor blessures. • Een onvakkundig gebruik van de accu kan tot blessures leiden. • Indien u de accu langer dan 30 dagen niet gebruikt hebt, laadt u deze compleet op. • Laad de accu telkens na 90 dagen compleet op, anders zou deze zichzelf kunnen ontladen en zou de accu blijvend beschadigd zijn.

Het accu-laadtoestel is niet bestemd voor het gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of die een gebrek aan ervaring en kennis hebben, tenzij ze onder toezicht staan van een persoon, die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, of door deze persoon geïnstrueerd werden. • Kinderen dienen onder toezicht te staan om te vrijwaren dat ze niet met het acculaadtoe-stel spelen. • Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen uitgevoerd worden. • Controleer de stekkers en het netsnoer regel-matig. Als het netsnoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn klantenservice of door een gekwalificeerd persoon vervangen worden om gevaren te vermijden. • Verbreek het acculaadtoestel van het stroom-net en laat het afkoelen voordat u het reinigt, opbergt of transporteert. • Bescherm de elektrische onderdelen tegen vochtigheid.

Dompel deze (of de accu) tijdens de reiniging niet in water of andere vloeistoffen onder om een elektrische schok te vermijden. Houd het acculaadtoestel niet onder stromend water. • Tijdens het laadproces moet de accu zich op een goed geventileerde plaats bevinden. • Verbreek het acculaadtoestel van het stroomnet, zodra de accu volledig geladen is. Controleer het acculaadtoestel regelmatig op beschadigingen. Een beschadigd acculaad-toestel moet gerepareerd worden voordat het opnieuw gebruikt wordt. • Gebruik het acculaadtoestel niet als het aan trillingen en botsingen blootgesteld werd, als men het heeft laten vallen of als het op de een of andere manier beschadigd werd. • Verbind nooit een beschadigde accu met het acculaadtoestel. Gevaar voor een elektrische schok. • Demonteer het acculaadtoestel nooit. Repara-ties dienen door een erkende klantenservice uitgevoerd te worden.

Een verkeerde montage kan tot brand of een elektrische schok leiden. • Gebruik het acculaadtoestel nooit in de nabij-heid van explosieve of ontvlambare materia-len.

Er bestaat brand- en explosiegevaar. • Controleer de technische gegevens voordat u het acculaadtoestel met het stroomnet ver-bindt. Steek het acculaadtoestel alleen in een stopcontact dat met de technische gegevens op het typeplaatje overeenstemt. Gevaar voor een elektrische schok. • Het acculaadtoestel is alleen bestemd voor het gebruik binnenshuis. • Gebruik het acculaadtoestel steeds zoals voorgeschreven. Het acculaadtoestel is alleen bestemd voor het gebruik met de in het product ingebouwde accu. Een ander gebruik kan tot brand of een elektrische schok leiden. Vergewis u ervan dat het acculaadtoestel en de laadaansluiting correct met elkaar verbonden zijn en niet door vreemde objecten belemmerd worden. • Houd de laadaansluiting schoon en droog en bescherm deze tegen vuil en vochtigheid.

• Plaats geen objecten op het acculaadtoestel en bedek het niet, omdat dit tot oververhitting zou kunnen leiden. • Plaats het acculaadtoestel niet in de nabijheid van een warmtebron. • Plaats het netsnoer steeds zodanig, dat nie-mand erover kan struikelen, erop kan trappen of het op de een of andere manier schade kan toebrengen. Bij veronachtzaming bestaat het risico van materiaalschade of blessures. • Verbreek het acculaadtoestel niet van het stroomnet doordat u aan het netsnoer trekt. Pak altijd de netstekker vast om de verbinding met het stroomnet te verbreken. Accu’s mogen niet aan mechanische schokken blootgesteld worden. Het gevaar bestaat dat de accu beschadigd wordt. • De accu mag niet zonder toezicht geladen worden. Accu ladenDe accu is in de zadelpen met geïntegreerde accu (14) ingebouwd en kan direct aan de EPAC geladen of voor het laadproces verwij-derd worden.

Opmerking: Het laadcontrolelampje (2a) van het acculaadtoestel (2) schakelt tijdens het laadproces in en is rood verlicht. Is het laadpro-ces voltooid, dan is het laadcontrolelampje van het acculaadtoestel groen verlicht.

Neem volgende aspecten in acht:• BELANGRIJK: Laad de accu volledig op voordat u deze voor het eerst gebruikt. • BELANGRIJK: Neem de netspanning in acht. De spanning van de stroombron moet met de gegevens op het typeplaatje van het acculaadtoestel overeenstemmen. 1. Steek het netsnoer (2c) in het contactvoetje (2d) aan het acculaadtoestel. 2. Sluit het netsnoer op het stroomnet aan. 3. Koppel het netsnoer weer los van het stroom-net nadat de accu opgeladen werd. Accu aan de EPAC laden (afb. J)1. Draai de borgring aan de verbindingsstekker (17) een kwartdraai naar links en trek de ver-bindingsstekker vervolgens uit de aansluiting (14a) van de zadelpen met geïntegreerde accu (14). 2. Verbind de apparaatstekker (2b) met de aansluiting van de zadelpen met geïntegreer-de accu. 3.

Verwijder de apparaatstekker, koppel het ac-culaadtoestel (2) van het stroomnet en steek de verbindingsstekker weer in de aansluiting van de zadelpen met geïntegreerde accu nadat de accu opgeladen werd. Accu verwijderen en extern laden (afb. K)1. Open het slot (15) met de sleutel (1). 2. Los de snelspanhefboom (28) van de zadel-pen met geïntegreerde accu (14). 3. Draai de borgring aan de verbindingsstekker (17) een kwartdraai naar links en trek deze vervolgens uit de aansluiting (14a) van de za-delpen met geïntegreerde accu (14) (zie afb. J). 4. Trek de zadelpen met geïntegreerde accu rustig en gelijkmatig uit het frame (8) om een kantelen te vermijden. Opmerking: De zadelpen met geïntegreerde accu is geolied. Gelieve op uw kleding te letten. 5. Draai de sleutel in de richting van de pijl en trek hem af. 6. Laad de accu (zie „Accu laden“).

Opmerking: Neem in acht dat een afgeno-men component of een verwijderde accu geen bescherming tegen diefstal vormt. De EPAC kan ook zonder ondersteuning van de aandrijfcom-ponenten in gebruik genomen worden. Beveilig de EPAC altijd met een veilig en getest fietsslot aan een vaststaand voorwerp. Accu aanbrengen (afb. K)1.

60Vóór iedere ritBandenspanning controlerenDe banden (19) dienen de luchtdruk te vertonen die in de door de fabrikant verstrekte gege-vens aanbevolen wordt. Neem altijd de op de bandenflanken beschreven aanbevelingen met betrekking tot de luchtdruk in acht. Controleer de bandenspanning met een geschikte pomp met manometer. Remmen controlerenBedien de remmen en controleer de correcte werking. Velgen controlerenControleer de velgen (20) of fietswielen regel-matig op beschadigingen, zoals bv. scheuren of steenslag, en op een correcte rechte uitloop. Aanwijzingen om veilig te fietsen• Maak u met de rijstijl van de EPAC langzaam vertrouwd. • Het is aanbevolen om de eerste ervaringen met de EPAC ver weg van druk bereden stra-ten op te doen. Probeer verschillende rijstan-den uit. Begin met de laagste rijstand. Zodra u zich zeker voelt, kunt u met de EPAC aan het verkeer deelnemen.

Test de reikwijdte van de EPAC in uiteenlopende omstandigheden voordat u langere, veeleisende ritten plant. Opmerking: De effectieve reikwijdte van de EPAC is van tal van specifieke factoren afhankelijk. Factoren kunnen bijvoorbeeld bui-tentemperatuur, rijstijl of gewicht van de fietser, de hoedanigheid van het terrein en de gekozen rijstand zijn. • Fiets vooral bij hogere snelheden uiterst proac-tief. Pas uw rijstijl aan de gegeven omstandig-heden aan. • Tracht niet de maximale ondersteuningssnel-heid of het rijgedrag door een wijziging van parameters te manipuleren. • Bij het starten kan in het bijzonder bij hoge rij-standen het motorvermogen abrupt aanslaan. Vermijd de belasting van de pedalen als u niet veilig op de fiets zit of als u zich bij het starten met slechts één been afstoot.

• Bedien omwille van uw eigen veiligheid tij-dens het opstappen de remmen om te verhin-deren dat het artikel per vergissing wegrijdt. • Indien u op het artikel zittend stilstaat, bedient u de remmen om te verhinderen dat het artikel per vergissing wegrijdt.

Neem in acht dat het rijgedrag bij belading ingrijpend kan veranderen. Let bij de belading op het maximaal toelaatbare totaalgewicht. Let voortdurend op een symmetrische belading. Accessoires Smartphonehouder (afb. L)• De smartphonehouder „SP-Connect+“(32) met gepatenteerd Twist-to-Lock mechanisme is vooraf geïnstalleerd. • Voor het gebruik hebt u een passend (niet in het leveringspakket inbegrepen) „SP-Con-nect+“ smartphonehoesje of een universele houder nodig. • Steek het smartphonehoesje aan de „SP+“-Mount op. Opmerking: Het smartphonehoesje is 90° met de klok mee draaibaar. • Als u geen „SP-Connect+“ smartphonehoesje bezit, kunt u in plaats daarvan de afdekking (5) monteren. • Schroef de smartphonehouder met de inbussleutel (4 mm) (4) eraf en monteer de bijgeleverde afdekking. Bagagedrager (afb. L)• De bagagedrager (33) is reeds vooraf gemonteerd.

• De maximaal toelaatbare belasting be-draagt 27 kg. • Het toelaatbare totaalgewicht van 140 kg mag ook bij belading met bagage niet over-schreden worden. • Let erop dat het led-achterlicht (16) niet door bagage afgedekt mag worden. • Het gepatenteerde „AtranVelo“-AVS kliksys-teem maakt het mogelijk om passende tassen en manden aan te brengen. • De bagagedrager is erop berekend, een kar voort te trekken. • Bagage kan alleen veilig op de bagagedra-ger vervoerd worden. • Verander de bagagedrager niet. • Vergewis u ervan dat elk verder uitrustings-kenmerk van een stuk bagage of van een kinderzitje, dat aan de bagagedrager be-vestigd wordt, veilig volgens de handleiding van de fabrikant bevestigd is en dat er geen losse riemen zijn die in het achterwiel kunnen vastraken. • Verdeel de bagage gelijkmatig aan weerszij-den van de bagagedrager. • Getest conform: ISO 11243:2016Fleshouder (afb.

• Draai de schroeven in het frame los. • Monteer de fleshouder volgens de door de fabrikant verstrekte informatie. • Draai de schroeven weer vast aan. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. Smart-Tag vak (afb. M)• Schroef de schroeven (8d) van de afdek-plaat (8c) er met behulp van de inbussleutel (2 mm) (4) af. • Plaats een (niet in het leveringspakket inbe-grepen) Smart Tracker in de in het frame (8) geïntegreerde verstopplek (8b). • Schroef de afdekking weer dicht. Belangrijk: Neem de correcte aanhaalmo-menten in acht. In de paragraaf „Technische gegevens“ worden alle aanhaalmomenten vermeld. Ventieladapter (afb. N)Draai desgewenst de ventieladapter (6, auto-ventiel) op het fietsventiel (19a, autoventiel).

Vervolgens kunt u een in de handel gebruikelijke fietspomp met de ventieladapter (Dunlop ventiel) gebruiken. NL/BE5. Draai de sleutel in de richting van de pijl en trek hem af. 6. Sluit de snelspanhefboom (28). Aanwijzingen voor de omgang met de accu• De levensduur van de accu kan verlengd wor-den als deze goed onderhouden en vooral bij de juiste temperaturen opgeborgen wordt. • Wordt de accu langere tijd in een lege toestand opgeborgen, dan kan deze ondanks de geringe zelfontlading beschadigd en de opslagcapaci-teit in ruime mate verminderd worden. • Het is niet aanbevelenswaardig om de accu permanent op het acculaadtoestel aangeslo-ten te laten. • Laat de accu bv. in de zomer niet in de auto liggen en berg deze buiten direct zonlicht op. • Fiets niet met gedemonteerde accu. • Koude verkort de werkingsduur van de accu (maximaal 20% verlies).

De accu heeft tijdens een rit in de winter niet hetzelfde vermogen als in de zomer. Volgende punten helpen om het vermogen van de accu ook in de winter zoveel mogelijk te handhaven:1. Laad de accu op een droge plaats bij 15-20 °C op. 2.

Voordat je de accu oplaadt, dient deze eerst kamertemperatuur aan te nemen. 3. Neem de accu in de winter tussen de ritten door altijd mee in een op temperatuur ge-brachte kamer en laat de accu niet buiten aan de EPAC. Voorwaarden om de accu op te bergen• Berg de accu zo mogelijk op een droge, goed geventileerde plaats op. Bescherm de accu tegen vochtigheid en water. • De omgevingstemperatuur moet 10 °C tot 25 °C bedragen. Bij ongunstige weersomstandighe-den is het aanbevelenswaardig om de accu te verwijderen en in gesloten ruimtes op te bergen totdat deze opnieuw gebruikt wordt. • Wanneer de accu opgeborgen wordt, mag deze noch volledig opgeladen noch leeg zijn. Een laadtoestand van ca. 20 tot 80% is ideaal.

Berg de accu als volgt op: – in ruimtes met rookmelders – niet in de nabijheid van brandbare of licht ontvlambare voorwerpen – niet in de nabijheid van hittebronnenVóór de eerste rit• Laad de accu volledig op. • Maak u vertrouwd met het rijgedrag en de remmen. Vergewis u ervan, welke remhef-boom respectievelijk het voor- en achterwiel bedient. Opmerking: De linkse remhefboom (12a) bedient de voorwielrem (18a), de rechtse rem-hefboom (12b) de achterwielrem (18b). • Pas de zadelhoogte aan uw lichaamslengte aan (afb. D).

61NL/BEAanbouwonderdelenWAARSCHUWING Gevaar voor blessures. Meegenomen bagage wijzigt het gewoonlijke rijgedrag van het artikel en kan tot valpartijen leiden. • Beveilig meegenomen bagage tegen het opwippen of slingeren. • Maak u vertrouwd met de gewijzigde fietsei-genschappen; onder andere de remafstand wordt langer. • Pas uw rijstijl aan. U kunt het artikel met externe aanbouwonderde-len gebruiken. Neem daarbij altijd de door de fabrikant verstrekte gegevens in acht. Kinderzitje (afb. O)WAARSCHUWING Gevaar voor blessures. Een kind zonder toezicht in het kinderzitje van een gestalde fiets kan omvallen. • Laat uw kind nooit alleen en zonder toezicht in een op de fiets gemonteerd kinderzitje. • Geef bij de keuze van de geschikte bagage-drager gevolg aan de door de fabrikant van het kinderzitje verstrekte informatie. • Het toelaatbare totaalgewicht van 140 kg mag niet overschreden worden.

Een kinderzitje is niet in het leveringspakket inbe-grepen, maar kan in de vakhandel aangekocht worden. Gelieve u in de vakhandel over een voor uw eisen geschikt model te informeren. • Het kinderzitje moet aan de bagagedrager (33) gemonteerd worden. De maximaal toelaatbare belasting bedraagt 27 kg. De montage van een kinderzitje in een andere positie is niet toelaatbaar. • Gebruik alleen het originele zadel (11). Een montage van een zadel met spiraalveren is niet toelaatbaar en kan bij het gebruik van een kinderzitje tot klemgevaar leiden (kinder-handen). Opmerking: In principe moeten spiraalveren aan zadels altijd afgedekt zijn als er een kinder-zitje achter het zadel gemonteerd wordt. Fietskar (afb. P)WAARSCHUWING Gevaar voor blessures. • Laat uw kind nooit alleen en zonder toezicht in een gemonteerde fietskar.

• Geef bij de keuze van de geschikte fietskar gevolg aan de door de fabrikant verstrekte informatie. • Het toelaatbare totaalgewicht van 140 kg mag ook bij belading niet overschreden worden.

• Een (niet in het leveringspakket inbegrepen) fietskar ka met behulp van een koppeling (bv. „Weber“ EH, niet in het leveringspakket inbegrepen) aan de voorboringen (8e) aan het frame (8) bevestigd worden. • Monteer de fietskar en de koppeling volgens de door de fabrikant verstrekte informatie. Accessoires van het merk „AtranVelo“ (afb. Q)Zowel een mand als nog andere accessoires van het merk „AtranVelo“ (niet in het leverings-pakket inbegrepen) kunt u met behulp van het „Atran-Velo“-AVS kliksysteem op de bagagedra-ger (33) bevestigen. Onderhoud• Verwijder in ieder geval de accu tijdens de onderhoudswerkzaamheden. • Voer reparatie-, onderhouds- en instelwerk-zaamheden aan uw fiets alleen uit als u over de vereiste kennis en het noodzakelijke gereed-schap beschikt. Laat in geval van twijfel alle werkzaamheden over aan een servicewerk-plaats of aan onze dienstverlener.

Informatie hierover krijgt u bij de klantenservice van de firma Delta-Sport Handelskontor GmbH. • Neem in acht dat de aandrijfcomponenten op grond van de technische opbouw een lichtjes verhoogde weerstand en een stil rijgeluid vertonen. Een verhoogde nullastimpedantie en een stil rijgeluid zijn niet noodzakelijk een aanwijzing voor een technisch gebrek, maar door de opbouw van de aandrijfcomponen-ten veroorzaakt. Indien tijdens het fietsen de weerstand of het rijgeluid toeneemt, kan dit op een ontbrekend onderhoud wijzen. • Door de bijkomende krachtinbrenging van de aandrijfcomponenten en van het hogere ge-wicht van het artikel zijn al de componenten aan een hogere mate aan slijtage onderhevig. In vergelijking met traditionele fietsen dienen daarom kortere onderhoudsintervallen in acht genomen te worden.

Anders bestaat er aanzienlijk gevaar voor blessures, omdat het systeem door me-chanische activiteit zou kunnen starten. Neem bij reparatie- en onderhoudswerkzaamheden in acht dat er geen kabels geknakt, geplet of door scherpe kanten beschadigd worden. Door beschadigde kabels bestaat het gevaar voor een levensgevaarlijke elektrische schok. • Open de aandrijfeenheid niet zelf. De aan-drijfeenheid mag alleen door gekwalificeerd vakpersoneel en alleen met originele reserve-onderdelen gerepareerd worden. • Gebruik voor reparatie- en vervangingsdoel-einden uitsluitend originele componenten en originele aandrijfcomponenten en accu’s. • Smeer het slot telkens na 6 maanden met een speciale olie voor sloten in. Inspectie-intervallen• Controleer vóór iedere rit alle schroefverbin-dingen en beweeglijke, in ruime mate belaste onderdelen van het artikel. • Laat de EPAC één keer per jaar controleren.

Laat daarbij in ieder geval de slijtage van de riem (25) en van de riemschijf (34, afb. S) door een dealer controleren. • Een uitvoerige inspectie wordt terugkerend of-wel telkens na 2. 000 km of 100 bedrijfsuren ofwel na één jaar aanbevolen (al naargelang welk geval zich als eerste voordoet). • Breng uw artikel voor een compleet en nauw-gezet onderhoud naar de dealer. • Het artikel is op een levensduur van minstens 25. 000 km berekend. SlijtageonderdelenGelieve in acht te nemen dat op volgend adres een groot aantal slijtageonderdelen en accessoi-res bijbesteld kan worden: https://lds-service. comSlijtageonderdelen zijn onderdelen aan het artikel die door hun functie aan een bepaalde mate aan slijtage onderhevig zijn en bijgevolg niet onder de garantie vallen. • Opmerking: Het verlichtingssysteem (16, 24) en reflectoren moeten vóór elke rit gecontro-leerd worden.

• Led-koplampen (24) en led-achter-lichten (16) zijn zodanig geconstrueerd, dat de verlichtingsmiddeleenheid niet gewisseld kan worden. Zodoende is het noodzakelijk om de complete led-koplamp en/of het led-achterlicht te wisselen. • Accu’s verliezen na verloop van tijd lang-zaam aan capaciteit, zodat de reikwijdte met toenemende leeftijd van de Pedelec afneemt. Van toepassing is de garantie van twee jaar vanaf aankoopdatum of tot maximaal 500 laadcycli, al naargelang wat zich eerst voordoet. De accu is zodanig ontworpen, dat deze binnen deze tijdspanne niet minder dan 70% van het oorspronkelijke prestatievermo-gen handhaaft. • Remvoeringen (34, afb. R) zijn door hun functie aan slijtage onderhevig. Vervang de remvoeringen uiterlijk na 5. 000 km en dit onafhankelijk van de slijtagegraad. De slijtage wordt u gewaar door metaalachtige geluiden en/of een verlies van de remkracht.

De dikte van de remvoeringen dienst minstens 2,5 mm te bedragen. De vervanging van de remvoe-ringen kan bij ritten op bergachtige terreinen op kortere afstanden noodzakelijk worden, omdat de remvoeringen duidelijk meer belast worden. Een regelmatige controle vóór elke rit is daarom absoluut noodzakelijk. • De slijtage van de riem (25) hangt af van verzorging, onderhoud en rijprestaties. De houdbaarheid van de individuele componen-ten van het riemsysteem hangt in ruime mate af van externe invloeden en omgevingsom-standigheden. De levensverwachting van een riemsysteem in gebruik in een vochtige omgeving is altijd lager dan bij het gebruik op droge wegen. Aanzienlijke slijtage wordt u bijvoorbeeld ge-waar aan een verspringen van de riem op de riemschijf (34, afb. S) of zichtbaar versleten tanden van de riemschijf.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Crivit Urban E-Bike X.2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden